RIS313170 Beantwoording SV Haagse jongen met beperking weer de dupe van gemeentelijk wanbeleid
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
18 oktober 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heer Icar en de dames Faïd en Arp, luidend: ‘Haagse jongen met beperking weer de dupe van gemeentelijk wanbeleid’
DSO/10392100 RIS313170
De raadsleden de heer Icar, mevrouw Faïd en mevrouw Arp heeft op 14 september 2022 een brief met daarin drieëntwintig vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Het Algemeen Dagblad heeft op 11 september 2022 wederom een casus aan het licht gebracht waaruit blijkt hoe het gemeentelijk beleid faalt wanneer het aankomt op de kwetsbare inwoners van onze stad. Namelijk kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. Het AD bericht over een jongetje van 10 jaar met een zware beperking, die op 2 hoog woont en naar beneden en boven getild moet worden door familieleden. De ouders van het jongetje hebben bij de gemeente een aanvraag ingediend voor een invalidenparkeerplaats, maar hier nooit een reactie op ontvangen. Na vragen van het AD aan de gemeente heeft een gemeenteambtenaar de familie laten weten dat de aanvraag voor een invalidenparkeerplaats op een of andere manier is ‘vergeten’. De gemeente heeft aangekondigd onderzoek te gaan doen naar wat er in deze casus mis is gegaan. Ook blijkt uit de berichtgeving van het AD dat het gezin niet langer in aanmerking komt voor een urgentiestatus, omdat er enkele jaren geleden een woning met vijf kamers is geweigerd.
Hierdoor lijkt het erop dat er nog geen zicht is op een oplossing voor de mensonterende situatie van dit gezin. 1.
Is het college bekend met het artikel van het Algemeen Dagblad van 11 september jl.¹?
Ja. 2.
Deelt het college de mening van de partijen dat het onmenselijk is dat het jongetje in deze omstandigheden zit? Zo nee, waarom niet?
Ja. In het artikel van 11 september jl. schrijft het Algemeen Dagblad dat de aanvraag van een invalidenparkeerplaats van de familie op de een of andere manier vergeten blijkt te zijn. Dit terwijl de dochter meerdere keren gebeld heeft om navraag te doen hierover. Eind vorig jaar gaf het college, n.a.v. een andere casus die door het AD voor het voetlicht is gebracht, het volgende aan: “Een aantal partijen, waaronder de afdeling Parkeren en de GGD, voert nu gesprekken om de informatieverschaffing rond aanvragen van zulke parkeerplekken te verbeteren. Wij verwachten dat een intensievere samenwerking zal bijdragen aan een optimale beoordeling van aanvragen.”²
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10392100
3.
Kan het college aantonen wanneer het eerste contactmoment met dit gezin was over de aanvraag van een invalidenparkeerplek? Hoeveel contactmomenten zijn er sindsdien geweest voor deze aanvraag?
Nadat de situatie in het bedoelde aanvraagproces naar voren was gekomen, is onmiddellijk actie ondernomen om de aanvraag alsnog correct en met spoed in behandeling te nemen. Over de precieze invulling daarvan wenst het college om privacy-redenen geen nadere uitspraken te doen. 4.
Hoeveel ambtenaren en/of afdelingen waren gemoeid met deze aanvraag?
Dagelijks werkt een vast team aan de afhandeling van aanvragen voor de Europese Gehandicaptenparkeerkaart, de gehandicaptenparkeerplaats en de gehandicaptenvergunning. Dit team is onderdeel van het Team Parkeervergunningen en bestaat uit 6 medewerkers. 5.
Kan het college aangeven wat de norm is die de gemeente hanteert bij het beantwoorden en/of afhandelen van deze aanvragen?
Het college streeft ernaar een aanvraag voor een gehandicaptenvoorziening zo snel mogelijk af te handelen. Hierbij wordt uitgegaan van een redelijke termijn van 8 weken. De afhandeltermijn is echter afhankelijk van verschillende factoren. 6.
Hoeveel openstaande aanvragen liggen er momenteel bij de afdeling Parkeren? Hoe lang liggen deze aanvragen er al?
Het exacte aantal openstaande aanvragen is niet bekend. Aanvragen die binnenkomen worden direct verdeeld over het onder vraag 4 genoemde team. Er worden dagelijks meerdere aanvragen gedaan voor de Europese Gehandicaptenparkeerkaart, gehandicaptenparkeerplaats en gehandicaptenvergunning. Wanneer een aanvraag binnenkomt wordt deze gecontroleerd op volledigheid. Wanneer de behandelende medewerker vragen over de aanvraag heeft neemt hij/zij contact op met de aanvrager. Zodra de aanvraag compleet is wordt gestart met de beoordeling en worden de benodigde acties uitgezet om te komen tot een oordeel op basis van de geldende beleidsregels. Deze acties kunnen onder andere zijn het opvragen van aanvullende informatie en/of het laten uitvoeren van een verkeerstechnisch onderzoek. Nadat dit is afgerond wordt een voornemen tot toewijzing of afwijzing opgesteld. Dat de aanvraag van dit gezin niet is opgepakt betreft een uniek geval en is ontstaan door een menselijke fout. Het college betreurt de gang van zaken en heeft direct actie ondernomen om de aanvraag zo snel mogelijk af te handelen. Deze casus is intern besproken en het proces is aangescherpt. Er is lering getrokken uit de fout die in deze casus gemaakt is. 7.
Kan het college uitleg geven waarom er in andere straten, waar men wellicht meer mobiel is, wel in rap tempo invalidenparkeerplaatsen worden aangelegd. Maar in het geval van kinderen met een beperking de eis wordt gesteld dat deze geen plek krijgen als zij met een rolstoel vervoerd kunnen worden?
Het college past bij toekenning van een gehandicaptenparkeerplaats de op dat moment geldende beleidsregels toe. De beleidsregels voor een gehandicaptenparkeerplaats zijn gewijzigd met ingang van 1 januari 2022. De gehandicaptenparkeerplaatsen waar u in uw vraag op doelt zijn mogelijk aangevraagd en aangelegd voor 1 januari 2022. Deze eis wordt niet gesteld. Bij personen onder de 25 jaar worden andere eisen gesteld. Deze eisen staan in artikel 3.2.4. van de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 (RIS311076)
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10392100
In het recente AD artikel komt ook naar voren dat de oorspronkelijke urgentieverlening voor 2 maanden was, terwijl de norm 3 maanden is. 8.
Kan het college uitleggen waarom er in deze casus afgeweken is van de norm?
Er is niet afgeweken van de norm. De oorspronkelijke urgentieverklaring is verleend voor de standaard looptijd van drie maanden. 9.
Zijn er meerdere gevallen in Den Haag waar er afgeweken wordt van de urgentienorm? Zo ja, in hoeveel gevallen en wat zijn de redenen voor afwijking?
Er is zoals hierboven gesteld niet afgeweken van de norm. Een urgentieverklaring is te allen tijde geldig voor de termijn van drie maanden waarin de aanvrager zelf op woningen kan reageren met voorrang (met uitzondering van herstructureringskandidaten voor wie een termijn van 12 maanden geldt). Op verzoek van de aanvrager kan, na advies van de toetsingscommissie, een éénmalig woningaanbod worden gedaan. Dit wordt gedaan in gevallen dat het woningtype dat aanvragers nodig hebben zo schaars is dat het voorzienbaar is dat niet kan worden verwacht dat dergelijke woningen binnen drie maanden beschikbaar komen. Woningen die in die periode wel beschikbaar komen, kunnen worden geclaimd voor de lijst met woningzoekenden met een urgentieverklaring in de vorm van een éénmalig woningaanbod. In het document ‘Spelregels woonruimteverdeling’ van Woonnet Haaglanden zien we dat één van de doelstellingen van woonruimteverdeling het ‘passend huisvesten van de doelgroepen’ is. 10. Vindt het college de eerdere aanbieding van een woning op de tweede verdieping zonder lift een passend aanbod voor een gezin dat urgentie aanvraagt om weg te kunnen van hun huidige woning op de tweede verdieping zonder lift? Zo ja, op basis waarvan vindt het college dit passend? Bij een urgentieverklaring wordt een specifiek zoekprofiel vastgesteld dat passend wordt geacht het woonprobleem op te lossen.
In dit geval is abusievelijk eenmaal een niet passende woning aangeboden. Dit aanbod is vervolgens ingetrokken en niet aangemerkt als woningweigering. Daarna is een nieuw wel passend aanbod gedaan. Dit aanbod is geweigerd. 11.
Is het college het met ons eens dat een urgentieverklaring een verbetering van woonsituatie moet oplevering in plaats van een verslechtering? Zo nee, waarom niet?
Een urgentieverklaring is bedoeld om het acute woonprobleem van woningzoekenden op te lossen. Het zoekprofiel dat hoort bij de urgentieverklaring is gericht op woonruimten die het urgente probleem van de aanvrager oplossen, bijvoorbeeld door het bieden van voorrang op een traploze woning als de situatie daarom vraagt. Een urgentieverklaring kan daarnaast niet in alle gevallen tegemoet komen aan bijkomstige, niet urgente woonwensen.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10392100
De urgentieverlenging is destijds niet toegekend omdat de vader niet had gereageerd op woningen die volgens het oordeel van de gemeente passend waren voor zijn gezin. Nu vraagt de vader een nieuwe urgentie aan omdat het jongetje ouder en zwaarder wordt en het te lastig wordt voor de familieleden om hem op te tillen. Hierdoor blijft het jongetje soms weken binnen. 12. Waarom wordt er bij een nieuwe aanvraag gekeken naar het reageergedrag tijdens de oude urgentieperiode? In hoeverre is een gesprek met de aanvrager, om te constateren welke veranderingen in de gezinssituatie er hebben plaatsgevonden sinds de vorige urgentieaanvraag, onderdeel van de procedure? Bij het beoordelen van de aanvraag voor een urgentieverklaring wordt zoals vastgesteld in de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 gekeken naar de acties die de aanvrager heeft ondernomen om het woonprobleem zelf op te lossen. Zowel het actief reageren op passende woningen, als eerdere weigeringen van passend woningaanbod en alternatieve mogelijkheden die aanvrager heeft om het woonprobleem op te lossen, worden daarbij meegewogen. Bij het aanvragen van een nieuwe urgentieverklaring wordt er contact opgenomen met de aanvrager om de hele situatie te bespreken. 13. Vader heeft de wachtperiode van 2 jaar doorstaan.
Waarom wordt bij de nieuwe urgentieaanvraag niet naar de huidige situatie gekeken? Bij de indiening van een nieuwe aanvraag voor een urgentieverklaring wordt gekeken naar de gehele situatie, inclusief veranderingen in de situatie. Een aanvraag van een nieuwe urgentieverklaring moet voldoen aan dezelfde voorwaarden als eerste aanvragen. Daarnaast moet de situatie van het gezin voldoen aan de vastgestelde inkomenseisen voor het huren in de sociale sector. Uit een brief van de gemeente Den Haag aan vader blijkt dat hij destijds onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voor hem niet mogelijk is om een betaalbare woning te huren of kopen vanuit de opbrengsten van de verkoop van zijn huidige woning. De gemeente Den Haag denkt dat het wel degelijk mogelijk is om met het bedrag aan overwaarde een passende woning te bemachtigen. Datzelfde geldt voor het vinden van een huurwoning op de particuliere woningmarkt. Het gezin wordt geadviseerd om alle passende woningen in de hele regio in overweging te nemen, inclusief krimpgebieden waar de druk op de woningmarkt minder hoog is. 14. Het college is bekend met de huidige woningaanbod en de hoge prijzen die er tegenwoordig worden gevraagd voor huur- en koopwoningen.
Kan het college ophelderen hoe de familie aan een geschikte huurwoning voor 8 personen (waarvan 1 met een beperking) kan komen met een inkomen van € 1900 per maand? In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat een urgentieverklaring is bedoeld als laatste redmiddel om een woonprobleem op te lossen. Bij het beoordelen van een urgentieverklaring wordt daarom ook gekeken naar alternatieve mogelijkheden die aanvragers hebben. Aan aanvragers wordt bij de beoordeling dan ook gevraagd aannemelijk te maken dat zij ook zelf actief zoeken naar passende oplossingen voor hun woonprobleem. Aanvragen voor urgentieverklaringen worden beoordeeld op basis van de in de aanvraag opgenomen informatie als huishoudgrootte, huishoudinkomen, en dergelijke. Uit privacyoverwegingen kan niet worden ingegaan op de inhoud van deze specifieke urgentieaanvraag.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10392100
15.
Gezien de overwaarde van de woning en de hoogte van de hypotheek die vader kan krijgen: kan het college ophelderen hoe de familie aan een geschikte koopwoning voor 8 personen (waarvan 1 met een beperking) kan komen voor €220.000?
Uit privacyoverwegingen kan niet worden ingegaan op de inhoud van deze specifieke urgentieaanvraag. Een van de voorwaarden voor het huren van een woning in de sociale sector is dat huurder geen eigen koopwoning heeft. Voordat een woningcorporatie een huurwoning kan aanbieden, moet de huurder aantonen dat een woning verkocht is of te koop staat. 16. Is het college het met ons eens dat de reactie van de gemeente niet aansluit op de realiteit van de woningmarkt van vandaag? Zo nee, waarom niet? Zie antwoord vraag 14 en 15. Helaas is de realiteit van de woningmarkt van vandaag er één van grote woningnood. 17.
Heeft de gemeente of is de gemeente van plan met deze familie aan tafel te zitten om een maatwerkgerichte oplossing te vinden? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?
Ja, in het belang van het kind is de gemeente opnieuw in gesprek met het gezin om de mogelijkheden te bespreken en tot een passende oplossing te komen. Op 21 december 2021 heeft het college de raad geïnformeerd over het plan van aanpak van de doorlichting van de urgenties en de toepassing van de menselijke maat door middel van de zogenaamde ‘doorbraakmethode’ (RIS311100 en RIS311103). Het college gaf aan dat complexe casussen voortaan konden rekenen op een ‘warme overdracht’ van hun dossier naar betrokken ambtenaren van andere relevante teams in de gemeentelijke organisatie, waardoor er echt collegiaal zou worden samengewerkt en bewoners niet uit beeld raken. 18. Kan het college aangeven of dit doorbraakteam nog bestaat? Zo nee, wat waren de criteria om te beslissen dat dit niet meer nodig was? Het bedoelde doorbraakteam is het zogenoemde projectteam urgenties dat is belast met het uitvoeren van de doorlichting van 1250 urgentievragen, die in de periode van juli 2019 tot januari 2021 afgewezen zijn en onder de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 zijn behandeld. Bij deze doorlichting is, in die gevallen waar dat gezien de complexiteit van de casus nodig was, contact gezocht met aanvragers om (breder) naar oplossingen te zoeken.
In oktober wordt de raad geïnformeerd over de conclusies en vervolgstappen van de doorlichting en in hoeveel gevallen de doorlichting tot een andere oplossing heeft geleid. Daarnaast heeft het projectteam urgenties de samenwerking tussen de betrokken diensten (in het bijzonder op het gebied van complexe en domeinoverstijgende casuïstiek) versterkt, door het opzetten van casusoverleggen en door de informatie-uitwisseling te verbeteren. 19. Kan het college aangeven hoeveel casussen dit team heeft opgepakt die anders waren blijven liggen? Wat voor casussen betrof het? Over de doorlichting van de systematiek en de bijbehorende conclusies en vervolgstappen wordt de raad uiterlijk in het vierde kwartaal via een raadsmededeling geïnformeerd. 20. Is de casus uit het AD-artikel van 11 september in beeld geweest bij het doorbraakteam? Zo ja, welke stappen heeft het team met betrekking tot deze casus gezet? Zo nee, waarom niet?
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10392100
Deze casus viel niet onder de casussen die onderzocht zijn bij de doorlichting. De eerste urgentie is aangevraagd vóór het ingaan van de huidige Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (juli 2019), de tweede urgentie is na afloop van de doorlichting aangevraagd. De gemeente is in gesprek met het gezin om de mogelijkheden te bespreken en tot een passende oplossing te komen. 21. Kan het college toelichten of het gezin in kwestie in contact is gebracht met de afdeling WMO, om te inventariseren welke maatwerkoplossingen op het gebied van zorg er mogelijk waren? Zo ja, wat is hieruit voortgekomen? Zo nee, waarom niet? Het gezin in kwestie is in de afgelopen 7 jaar voorzien van Wmo-zorg. Uit oogpunt van privacy kunnen we over het al dan niet inzetten van zorg geen informatie met u delen. Ook heeft de raad in de brief van 21 december 2021 kunnen lezen dat men verwachtte dat de doorlichting van 1250 urgentieaanvragen die in het verleden zijn gedaan in maart 2022 gereed zou zijn, waardoor er tegen die tijd conclusies en aanbevelingen konden worden opgesteld. Daarnaast zou de raad in maart 2022 een voorstel krijgen voor een aanpassing van de verordening en de beleidsregels voor urgentieaanvragen.
Deze informatie heeft de raad tot op heden niet ontvangen, waardoor zij ook nog geen debat heeft kunnen voeren over de toepassing van de menselijke maat bij urgenties en de gezette stappen sinds enkele schrijnende verhalen in de media zijn gekomen. 22. Kan het college aangeven waarom de raad deze informatie tot op heden niet ontvangen heeft? Gezien de veelheid en complexiteit van de casussen en het belang van betrokken bewoners, is grote zorgvuldigheid geboden bij het uitvoeren van een deze doorlichting. Bij het onderzoeken van de casussen bleek dat er per casus meer tijd nodig was om in contact te komen en om de problematiek zo volledig mogelijk in beeld te kunnen brengen. 23. Kan het college aangeven wanneer de raad de conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de doorlichting, alsmede het voorstel voor een nieuwe verordening en beleidsregels voor urgentieverklaringen alsnog tegemoet kan zien? De raad wordt hier uiterlijk in het vierde kwartaal via een raadsmededeling over geïnformeerd. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
6/6