CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313164 Bijage 1

Algemene Raadscommissie 13 oktober 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 1 Het Rijk werkt met vier niveaus voor de gascrisis, benoemd in het BH-G. Niveau 1: “alertering”: indien (dreigende) verstoringen van de gasvoorziening ernstig genoeg zijn om als landelijke netbeheerder op te schalen. Niveau 2: “vroegtijdige waarschuwing”: wanneer uit concrete, ernstige en betrouwbare informatie blijkt dat er zich een gebeurtenis kan voordoen die de gasleveringssituatie aanzienlijk kan doen verslechteren en kan leiden tot het ontstaan van een alarm- of een noodsituatieniveau; Niveau 3: “alarm”: wanneer er zich een verstoring van de gaslevering of een uitzonderlijk hoge gasvraag voordoet die de gasleveringssituatie aanzienlijk doet verslechteren, maar de markt nog in staat is deze verstoring of vraag op te vangen zonder gebruik te moeten maken van niet-marktgebaseerde maatregelen; Niveau 4: “noodsituatie”: wanneer zich een uitzonderlijk hoge gasvraag, een aanzienlijke verstoring van de gaslevering of een andere aanzienlijke verslechtering van de gasleveringssituatie voordoet, en alle relevante marktgebaseerde maatregelen zijn toegepast maar de gaslevering niet volstaat om aan de resterende gasvraag te voldoen en er dus bijkomend ook niet-marktgebaseerde maatregelen moeten worden genomen, met name om gasleveringen aan beschermde afnemers overeenkomstig artikel 6 van de EUverordening veilig te stellen Op dit moment zitten we op het niveau “vroegtijdige

waarschuwing”. Hierdoor kan het kabinet de gasmarkt strakker monitoren en aanvullende maatregelen nemen. Zo moeten gasbedrijven dagelijks informatie aanleveren over de actuele gasleveringen en –voorraden, en is een nationaal doel voor energiebesparing gesteld (15%). Ook is het kabinet van start gegaan met een energiebesparingscampagne en heeft het de productiebeperking op de kolencentrales opgeheven. Voor de Haagse aanpak van de gascrisis zijn er – op basis van de nationale crisisniveaus – vier volgordelijke scenario’s ontwikkeld. Deze scenario's zijn toegespitst op de Haagse situatie en gaan in op zowel de beschikbaarheid als de betaalbaarheid van gas. Een overgang van scenario wordt veroorzaakt door prijsstijgingen en afkoppeling van gasafnemers. Dit laatste wordt als verplichting door het Rijk ingezet indien sprake is van gas-schaarste of vrijwillig indien (als afweging van maatschappelijke kosten en baten) een voorziening ‘te duur’ wordt om open te houden. De Haagse scenario’s zijn in oplopende volgorde: • Scenario A - Er is voldoende gas beschikbaar en de prijzen blijven stabiel of dalen Dit scenario is het uitgangsscenario en biedt tevens kansen om een eventuele crisis in de toekomst het hoofd te bieden, maar de waarschijnlijkheid van dit scenario is momenteel laag.

• Scenario B - Er is voldoende gas beschikbaar, maar de prijzen stijgen verder Binnen dit scenario is er voldoende gas beschikbaar, maar stijgen de prijzen verder omdat gas schaarser wordt. Een dergelijk scenario treedt bijvoorbeeld op als de levering van Russisch gas aan Europese landen gedeeltelijk stopt. Een andere oorzaak kan het klimaat zijn. In jaren met een strenge winter gebruiken huishoudens tot wel 29% meer gas dan in jaren met een milde winter. Dit zorgt voor meer vraag naar gas. • Scenario C – Er is onvoldoende gas voor een gedeelte van de afnemers en de prijzen stijgen verder Een dergelijk scenario treedt op als zowel (inter)nationale levering als de beschikbare voorraad in Nederland onvoldoende is. Het ministerie past maatregelen met een dwingend karakter voor vermindering van gebruik toe en de eerste afsluitingen van niet-kritieke voorzieningen zijn een feit. De veiligheidsregio Haaglanden is op regionaal niveau aansturend, Stedin is verantwoordelijk voor het afsluiten van aansluitingen. Dit gebeurt met ondersteuning van politie/handhaving. • Scenario D - Er is onvoldoende gas voor een groot gedeelte van de afnemers en de prijzen stijgen verder In dit scenario is er geen leveringszekerheid van gas aan afnemers. Alle niet-kritieke voorzieningen worden op verzoek van de Rijksoverheid, gesloten.

De verantwoordelijkheid en uitvoering van deze maatregelen is hetzelfde als omschreven bij scenario C.

Momenteel bevinden we ons in scenario B: “er is voldoende gas beschikbaar, maar de prijzen stijgen verder”. In dit scenario is er geen sprake van gastekort maar wel van een substantiële prijsstijging. De impact van dit scenario wordt hieronder beschreven. Kenmerkend voor scenario B zijn een toenemend koopkrachtverlies bij burgers en steeds meer in nood komende bedrijven, organisaties en instellingen. We zien dit ook daadwerkelijk in de stad gebeuren. Zo ontstaan meer huurachterstanden van burgers aan particuliere verhuurders en woningcorporaties, en meer hypotheekschulden bij huiseigenaren. We zien ook dat sommige bedrijven en instellingen financieel geraakt worden door de (energie)prijsstijgingen en teruglopende omzet vanwege koopkrachtverlies van de consument. Het is aannemelijk dat sommige sectoren hun banenbestand zullen gaan veranderen, bedrijfsprocessen gaan afschalen en mogelijk zelfs moeten kiezen voor algehele sluitingen. Dit gebeurt momenteel al in de glastuinbouwsector waarbij ondernemers hun productie hebben verlaagd en minder werknemers zijn gaan inzetten. Ook vanuit andere sectoren krijgen we zorgelijke signalen. Zo hebben sommige bedrijven, met name in het MKB, problemen met de terugbetaling van de Coronaleningen. Ook ZZP’ers, de logistiek en bouwsector zijn geraakt. Dit heeft weer mogelijke nadelige effecten voor andere sectoren en diensten.

Projecten in het ruimtelijk domein krijgen steeds meer te maken met stijgende materiaalkosten, en scholen en sociale instellingen krijgen hogere vaste lasten. De Raming van de gemeentelijke energiekosten komen in dit scenario uit op circa 36,4 miljoen meerkosten in 2023 t.o.v. 2021. NB. Dit zijn niet de totale energiekosten zijn, maar enkel het bedrag voor de energielevering. Hierop wordt ook energiebelasting en vastrecht in rekening gebracht. O.b.v. een grove raming bedraagt dit zo’n €5 miljoen voor 2023. Het hierop volgende scenario C luidt een situatie van gas-schaarste en blijvend stijgende prijzen in. In dit scenario zal volgens het crisisniveau van het Rijk worden overgaan op verplichte afsluiting van groepen afnemers.

Impact scenario B in beeld: Een eerste analyse van de impact van scenario B voor Den Haag levert het volgende beeld op: • 90% van de Haagse woningen is afhankelijk van aardgas. Dit zijn circa 240.000 woningen. • 104.000 woningen in Den Haag hebben energieniveau E, F en G, circa 40% van het totaal, t.o.v. 17% landelijk. Woningen met dit energielabel stoken over het algemeen het minst efficiënt gas voor de verwarming van de woning. Dit betekent dat deze huishoudens een fors hogere energierekening krijgen. We zien dat in wijken met een lagere sociaaleconomische score een concentratie van goedkope en dus minder duurzame woningen. • Vóór de gasprijsstijging was 1 op de 5 huishoudens in Den Haag financieel kwetsbaar (tot 130% van het wettelijk sociaal minimum (WSM)). Recente cijfers van het Nibud tonen aan dat inmiddels 1 op de 3 huishoudens in juli 2022 moeite heeft met het betalen van de lasten.1 Ook de middeninkomens worden hard geraakt. Als deze schatting wordt toegepast op Den Haag zijn er 182.590 bewoners met mogelijke financiële problemen. • Sinds maart dit jaar is er met 1.319 (vroeg)signalen een lichte stijging van bewoners met huurachterstanden. Daarnaast is er een grote stijging van het aantal meldingen van een betaalachterstand bij corporaties en nutsbedrijven: van 2000 naar 4000 meldingen. • 13,3% van de huishoudens in Den Haag heeft schulden t.o.v.

7,6% landelijk.2 Het effect op bedrijven en instellingen. • Den Haag telt 14.818 mkb'ers die gevestigd zijn in bedrijfspanden en 51.290 ZZP’ers. Van de ZZP’ers heeft 35% een inkomen rond de armoedegrens. • In Den Haag bevinden zich 103 bedrijven/instelling met meer dan 200 werknemers en 68 met meer dan 500 werknemers. Dit zijn veelal ook de bedrijven die grootverbruikers zijn van gas en waarbij mogelijke afsluiting van gas kan plaatsvinden.

1 Nibud: groeiend aantal huishoudens zit financieel klem - Nibud. 2 Nederlandse vereniging voor schuldhulpverlening.

•

•

• •

•

•

Vanuit verschillende belangenorganisaties en ondernemersverenigingen krijgen we signalen dat bij een aantal sectoren die zwaar geraakt zijn in de coronacrisis, de financiële reserves beperkt zijn. Het gaat dan met name om sectoren zoals de horeca, retail en toerisme industrie. Dit betreft circa 4.500 bedrijven (exclusief ZZP). De behoefte aan overbruggingskrediet voor ondernemers zal naar verwachting sterk toenemen. Ter indicatie: in de coronacrisis zijn er door Haagse ondernemers 17.000 TOZO aanvragen gedaan (tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers). Op basis van peilingen van stichting mkb-financiering verwacht circa 27% van de ondernemers de komende periode liquiditeitsproblemen te krijgen. Aardgasgebruik binnen bedrijven en instellingen is in veel gevallen gebouw-gebonden (ruimteverwarming, warmtapwater). Ook kan sprake zijn van procesgebonden aardgasgebruik (bijv. in crematoria, bakkerijen etc.). In de mobiliteitssector speelt energievoorziening een rol bij het Haagse openbaar vervoer bij de afhankelijkheid van elektriciteit en aardgas voor trams en bussen. HTM heeft 115 aardgasbussen en 8 elektrische bussen. De aardgasbussen worden in 2024 vervangen door elektrische bussen en de hoge gasprijzen worden momenteel gecompenseerd via de Landelijke Bijdrage Index (LBI). EBS levert het streekvervoer in Haaglanden met elektrische bussen.

Om gasgebruikers tegemoet te komen heeft de Rijksoverheid per 1 juli 2022 de BTW op energielasten voor een half jaar verlaagd van 21% naar 9%.

Den Haag in beeld: effect op de gemeentelijke organisatie. • Bijna 90% van de gemeentelijke energiekosten is voor rekening van openbare verlichting en tunnels, sportvoorzieningen (zwembaden en sporthallen) en panden voor ambtelijke huisvesting. • De gemeente gebruikt gas voor de verwarming van een groot deel van het gemeentelijke vastgoed. Behalve voor de verwarming en verlichting van haar eigen panden gebruikt de gemeente elektriciteit voor openbare verlichting, verkeersinstallaties en technische installaties (gemalen). • De leveringsprijs van elektriciteit voor de gemeente wordt elk jaar opnieuw bepaald door het vastleggen van de prijzen op basis van in te kopen energievolumes op de energiemarkt. 70% van de leveringsprijs is vastgelegd (gemiddeld 0,25 €/kWh t.o.v. 0,07 €/kWh in 2022). Omdat de resterende 30% nog moet worden ingekocht, tegen de nu geldende hoge prijzen, is de verwachting dat de elektriciteitsprijs in 2023 tenminste 4 keer hoger en mogelijk zelfs 6 keer hoger zal zijn dan de huidige leveringsprijs. • Het is op dit moment nog niet bekend welke gasleverancier de gemeente vanaf 1 januari 2023 heeft en tegen welke gasprijs (RIS312993). Een grove eerste raming van de gemeentelijke energiekosten komt uit op circa 41,4 miljoen euro meerkosten in 2023 t.o.v. 2021. Op 6 september jl.

heeft de minister voor Klimaat en Energie aangegeven dat gemeenten niet per 1 oktober maar per 1 januari 2023 het gascontract met Gazprom hoeven te beëindigen. De gemeente is in onderhandeling met partijen om vanaf deze datum een nieuwe leveringsovereenkomst te sluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11832866/1