RIS313049 Effect van honden op groen en natuur
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de Algemene Raadscommissie (de vakcommissie Leefomgeving)
DSB/10375260 RIS313049 Contactpersoon
M.W. van den Hoorn Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
6 september 2022
martin.vandenhoorn@denhaag.nl
Onderwerp
Effect van honden op groen en natuur
Geachte voorzitter, Een hond is voor veel inwoners van Den Haag een gewaardeerd gezinslid waar veel aandacht naar uitgaat en veel plezier aan wordt beleefd. De grote hoeveelheid honden in Den Haag heeft echter ook een effect op de (natuur)kwaliteit van onze groengebieden en ecologische verbindingszones. Tijdens de commissievergadering van 24 februari 2022 is door uw raad verzocht om meer informatie over het effect van honden op de Haagse groengebieden te geven (RIS311734). Met deze brief informeer ik uw raad in de breedte over het effect van honden op groen en natuur. Ik ga in op de onderdelen verstoring door honden op vogels en zoogdieren, het effect van hondenuitwerpselen en -urine op groen en natuur en op de directe en indirecte schade die door honden aan groengebieden wordt toegebracht. Ik besluit de brief met enkele opmerkingen over bebordingen en omheiningen. Verstoring door honden van vogels en zoogdieren Naar het verstorende effect van honden op vogels is veel onderzoek gedaan. Deze studies laten bijna zonder uitzondering zien dat honden veel verstoring bij vogels veroorzaken. De verstoring is groter, reikt verder en duurt langer dan wanneer er mensen zonder hond zich door een gebied bewegen. Het effect is het grootst op vogelsoorten die op of nabij de grond broeden en op soorten die vaak op de grond foerageren.
De verstoring door honden uit zich in het vermijden van zones nabij paden en in een lagere dichtheid aan broedende en foeragerende vogels, soms direct het gevolg van predatie of verminking door honden. Specifiek voor Den Haag is de verwachting dat de dichtheid aan laag bij de grond broedende bossoorten zoals tjiftjaf, fitis en zwartkop in de losloopgebieden vele malen lager is dan wanneer er geen loslopende honden aanwezig zouden zijn. Hier echter nooit onderzoek naar gedaan. Wel onderschrijft de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming deze verwachting. Zij stelt dat de vogeldichtheid in Zorgvliet veel hoger is dan die in bijvoorbeeld de Scheveningse bosjes. Opgemerkt wordt dat naast het hondenverbod in Zorgvliet vrijwel zeker ook de beperkte toegang en een maximum aantal toegestane bezoekers een rol speelt. In tegenstelling tot vogels zijn er weinig studies beschikbaar waarin gericht is onderzocht wat het verstorende effect is van honden op zoogdieren zoals egels, konijnen, hazen, muizen, marterachtigen en eekhoorns. Studies over de verstoring van zoogdieren gaan veelal over effecten van wandelaars, al dan niet met honden, op herten en reeën. De resultaten laten zien dat de dieren de omgeving van wegen en paden mijden.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10375260
Of dit leidt tot een afname in dichtheid op lange termijn is afhankelijk van de gebruiksintensiteit van het pad. Daarbij geldt dat de verstoorde zone rond het pad en ook het verstorende effect groter is wanneer honden loslopen dan wanneer ze aangelijnd zijn. Dit ligt met name aan het feit dat er dan buiten de paden verstorende activiteit is in plaats van alleen op de paden. Ongetwijfeld geldt dit effect ook voor op of nabij de grond broedende vogels. Uit Den Haag zijn diverse voorbeelden bekend van reeën en zeehonden die worden opgejaagd of gebeten door loslopende honden. Ook de egelopvang vangt jaarlijks enkele egels met hondenbeten op. Vrijwel zeker zijn er ook negatieve effecten op de Haagse konijnenpopulatie door honden die konijnenholen uitgraven. Het effect van hondenuitwerpselen en -urine op ontwikkeling van de beplanting Honden zijn van nature carnivoren en volgen als gevolg daarvan doorgaans een dieet van grotendeels dierlijke eiwitten. De concentraties aan stikstof- en fosforverbindingen die fungeren als plantenvoedingsstoffen zijn in hondenuitwerpselen en -urine als gevolg hiervan dan ook veel hoger dan die van herbivoren, zoals koeien en schapen, waarvan het dieet voor een substantieel deel uit plantaardige koolhydraten bestaat. De hoeveelheid stikstof in hondenurine en hondenuitwerpselen is vrijwel gelijk. Fosfor komt nagenoeg alleen voor in de uitwerpselen.
Een 100% naleving van de opruimplicht zal voor fosfor zorgen voor een verwaarloosbare toename in groengebieden en kan voor stikstof de toename halveren. De atmosferische depositie van stikstof varieert in Europa, afhankelijk van de locatie tussen de 5 en 25 kg N/ha/jr. Onderzoekers van de Universiteit van Gent kwamen tot de conclusie dat honden hier gemiddeld 11 kg N/ha/jr aan toevoegen. Zij concluderen dan ook dat honden een niet te negeren, substantiële en onderschatte bron van voedingstoffen zijn voor (semi-) urbane ecosystemen. Het beeld dat naar voren komt uit de Gentse studie is voor Den Haag heel herkenbaar. In grote delen van onze groengebieden is sprake van een eentonige, stikstofminnende vegetatie in de vorm van bramen en brandnetels. In ecologische verbindingszones domineren vaak grassen en zijn bloeiende kruiden grotendeels afwezig. Daar waar honden zeer frequent urineren verbrandt de vegetatie en komen soms alleen nog maar eenjarige, sterk stikstofminnende planten voor, zoals het door hondeneigenaren zo gevreesde kruipertje (RIS309807). Effect op Natura 2000-doelen De aanwezigheid van honden in Natura 2000-gebieden bemoeilijkt het behalen van de hiervoor gestelde doelen. Dit geldt met name voor de Bosjes van Poot. Uit tellingen uit 2007 bleek dat tussen de 276.000 en 408.000 honden per jaar dit gebied bezoeken.
Op basis van de getallen uit de Gentse studie wordt geconcludeerd dat in de Bosjes van Poot alleen hondenurine al verantwoordelijk is voor een toevoer 34-50 kg N/ha/jr. De kritische depositiewaarde voor het type duinbos waar de Bosjes van Poot toebehoort bedraagt 25 kg N/ha/jr. De toevoer van stikstof in de Bosjes van Poot is ook duidelijk terug te vinden het grondwater. Metingen van nitraat door Dunea in 2007 laten concentraties zien tot ruim 24 mg N/l, terwijl referentiemetingen in Solleveld een maximale concentratie van 0,02 mg N/l laten zien. Dunea concludeert dat er een directe relatie is tussen de hondenontlasting in de Bosjes van Poot en de hoge stikstofconcentraties in een aantal van de peilbuizen. Ook in het Westduinpark wordt veel met honden gerecreëerd. Voor dit gebied zijn geen tellingen van honden voorhanden, maar op basis van de getallen uit de Gentse studie wordt berekend dat 913 hondenbezoeken aan het Westduinpark zorgen voor gemiddelde aanvoer van 1 mol N/ha/jr voor het gehele gebied. Wanneer er 860.000 hondenbezoeken per jaar aan het Westduinpark plaatsvinden, wordt de kritische depositiewaarde voor kalkarme grijze duinen als gevolg van deze hondenbezoeken reeds overschreden.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10375260
Directe en indirecte schade door honden Als gevolg van het grote aantal loslopende honden in met name Meer en Bos, de Scheveningse bosjes en de Bosjes van Poot treedt er een verarming in de ondergroei op waardoor er weinig schuilplaatsen voor kleine broedvogels en zoogdieren overblijft. Ook is er een teruggang te zien in typische bosbodemsoorten en stinzen. Experimenten met uitrastering in de Bosjes van Poot en de Zwitserse partij laten zien dat spontaan herstel van verloren gegane bosvegetatie zeer langzaam gaat. Tenslotte is er ook sprake van fysieke schade aan de bodem en voorzieningen zoals bankjes. Kosten voor het dichten van gaten, het opnieuw plaatsen van bankjes, of het plaatsen van bankjes op bijvoorbeeld stelconplaten om zo verzakkingen te voorkomen bedragen jaarlijks € 10.000 - € 20.000. Ook nemen ook de kosten van het bestrijden van het kruipertje jaarlijks toe. Voor ecologische verbindingszones wordt op diverse plekken een derde maaironde overwogen om zo de effecten van de toevoer van voedingstoffen tegen te gaan. Bebording en omheining In het kader van de evaluatie van het hondenbeleid (RIS311015) zijn alle losloopgebieden en verbodsgebieden nagelopen en gecontroleerd op de aanwezigheid van de juiste borden. Tijdens deze controle zijn geen onduidelijkheden geconstateerd. Ik zie dan ook geen aanleiding om de huidige bebording aan te passen.
Den Haag is een dichtbevolkte stad. Het aanbrengen van extra omheiningen maakt de beperkte openbare ruimte voor niet-hondenbezitters minder aantrekkelijk. Bovendien vormen omheiningen in groengebieden en ecologische verbindingszones barrières voor wilde dieren. Waar mogelijk kan een groene omheining met dichte struiken wel een optie zijn.
Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte Hilbert Bredemeijer
3/3