CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313042 Preadvies initiatiefvoorstel Wonen in een leefbare stad

Commissie Ruimte 15 juni 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken2.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan: de Gemeenteraad

DSO/10510726 RIS313042 Contactpersoon

Arno Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Mobiliteit Telefoonnummer Datum

14070

18 april 2023

E-mailadres

arno.kleijnen@denhaag.nl

Onderwerp

Preadvies initiatiefvoorstel Wonen in een leefbare stad

Geachte gemeenteraad, Op 1 september 2022 is het initiatiefvoorstel van gemeenteraadslid de heer Barker ingediend. Het voorstel gaat over ‘Wonen in een leefbare stad’. Hierbij biedt het college haar advies over dit voorstel aan de raad. Aanleiding Het aantal inwoners van Den Haag is sinds 2018 met 20 duizend gestegen. Om deze groei op te vangen is het aantal woningen in Den Haag gestegen met 11.000 woningen. Echter zal de bevolking naar verwachting blijven toenemen. Deze verwachte bevolkingsgroei zal deels in Den Haag opgevangen moeten worden. Hierdoor staat de stad voor een verdichtingsopgave. In het initiatiefvoorstel wordt de zorg geuit dat deze verdichting van de stad kan leiden tot een verlaging van de leefbaarheid van Haagse wijken. Hierin worden het verlies van groen, het slopen van beeldbepalende bebouwing, en een tekort aan nieuwe voorzieningen genoemd. Het college onderschrijft het belang van leefbaarheid van de Haagse Wijken. Zo heeft het college in de structuurvisie Zuidwest bepaald dat ‘kijkgroen’ weggaat en hoogwaardig groen hiervoor in de plaats komt. Kansen voor het beperken van hittestress en wateroverlast worden meegenomen bij nieuwe (gebieds)ontwikkelingen en toegepast bij werkzaamheden in de openbare ruimte. Denk hierbij aan de nieuwe inrichting van het wijkpark Cromvliet en de Keizerstraat.

In bestaande gebieden zetten we vooral in op maatwerk en kleinschalige oplossingen, zoals geveltuintjes, groene pleinen, waterdoorlatende bestrating, groene daken en eigen tuinen. Het college streeft er ook naar om bij nieuwe woningbouw zoveel mogelijk deelmobiliteit te realiseren. Zo kent de Nota parkeernormen Den Haag 2021 mogelijkheden om parkeerplaatsen te vervangen met de inzet van deelmobiliteit. Dit komt de leefbaarheid van wijken ten goede.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO / 10510726

Het voorstel Het initiatiefvoorstel stelt de volgende vijf maatregelen voor: 1. leefbaarheidseffectrapportage (LER) per 2023 invoeren; 2. groeneffecten van bouwplannen in kaart brengen; 3. de parkeernorm aanpassen voor behoud van groen en beeldbepalende gebouwen; 4. de parkeernorm versoepelen bij veel sociale woningen; 5. voorkom het ontduiken van de sociale norm van 30%. Hieronder volgt een advies per beslispunt zoals genoemd in het initiatiefvoorstel, onder hoofdstuk ‘Raadsbesluit’, pagina 7 van het initiatiefvoorstel. I. Om de Leefbaarheidseffectrapportage (LER) per 2023 in te voeren en het college te verzoeken dit te verankeren in de komende bouwplannen en in deze LER ook de referentienormen te verwerken. Advies punt I: Ontraden Het college ontraadt om de LER in te voeren als verplicht instrument. Toelichting: Parallel aan de beantwoording van dit initiatiefvoorstel wordt in een aparte commissiebrief uitgebreid ingegaan op de uitkomsten van de door uw raad gevraagde Proeftuinen LER. Al eerder (2019) is in opdracht van de gemeente een extern evaluatierapport LER opgeleverd over de bruikbaarheid ervan in de stad en besproken in uw raad (RIS303058). Eén van de belangrijkste conclusies uit dat rapport was dat de LER als participatie-instrument kan worden gebruikt en niet als toetsingsinstrument om te achterhalen of wijken voldoen aan de voorgeschreven normen.

Daarna is op verzoek van uw raad in twee proeftuinen getest hoe de LER als participatietool functioneert (in tegenstelling tot de LER als normatief instrument). Op basis van de proeftuinen en de evaluatie kan gesteld worden dat de LER onder bepaalde voorwaarden een nuttige participatietool kan zijn, maar niet als toetsingsinstrument kan en moet worden gebruikt. Het college is dan ook bereid in de toekomst gebruik te laten maken van de LER op gebiedsniveau, maar niet verplichtend en uitsluitend. Vandaar dat we dit beslispunt ontraden. De LER kan één van de mogelijke participatieinstrumenten zijn, naast andere beschikbare instrumenten in wijken. Al deze instrumenten moeten vooral uitmonden in het goede gesprek over leefbaarheid in onze wijken nu en in de (veranderende) toekomst. Het college is voornemens later dit jaar met een ontwerp Participatiegids te komen, waarin ook aandacht wordt besteed aan de beschikbare participatie-instrumenten, inclusief de LER. II. Vast te leggen dat expliciet bij elk ruimtelijk plan wordt gespecificeerd hoeveel bomen zullen worden gekapt en hoeveel onverharde ruimte verdwijnt en dit te motiveren en hierbij aan te geven welke alternatieven hiervoor zijn bekeken die resulteren in minder groenverlies. Advies Punt II: Overbodig Het voorstel is overbodig omdat het college op andere wijze aan deze doelen werkt.

Ten eerste is de kap van waardevolle bomen (omtrek van de stam van minimaal 30 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld ) vergunningplichtig op grond van de APV. Vergunning wordt alleen verleend bij herplanting. Herplanting moet plaatsvinden op het perceel zelf, wanneer dit niet kan in de omgeving. Als dat ook niet lukt moet de aanvrager een bijdrage leveren aan het bomenfonds.

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO / 10510726

Voor monumentale bomen (die voorkomen op een gemeentelijke lijst) geldt een kapverbod. Hiervan kan ontheffing worden aangevraagd. Ten tweede heeft de raad de Nota Stadsbomen 2021 vastgesteld (RIS307827). In deze nota streeft de raad een toename van het kroonvolume toe met 5% in 2030. Om dit te bereiken zet de gemeente in op optimale groeiomstandigheden voor bomen: ‘de juiste boom op de juiste plek’. Ten derde kan de gemeente de ontwikkeling van groen en verharding monitoren. Dit vloeit voort uit de werkwijze van de Omgevingswet, waar monitoring meer deel is van de beleidscyclus. Mocht uit monitoring blijken dat verharding toeneemt dan kan de raad daarop bijsturen door regels in het omgevingsplan aan te passen. Toelichting: Het college onderschrijft het belang van groen in de openbare ruimte. Zo heeft het college referentienormen voor groen vastgesteld. Naast de hoeveelheid groen vindt het college ook de kwaliteit van het groen belangrijk. Zo is in de structuurvisie Zuidwest bepaald dat er ‘kijkgroen’ weggaat. Hiervoor in de plaats komt hoogwaardiger groen terug. Echter in ruimtelijke plannen van een groter schaalniveau, zoals een structuurvisie, kan nog niet exact bepaald worden welke bomen eventueel verdwijnen. Dat is vaak pas bij de aanvraag van de omgevingsvergunning definitief bekend. Bij plannen op een groter schaalniveau nemen wij wel ambities voor groen en bomen op.

Die werken dan door in bestemmingsplan en omgevingsvergunning. III. Aan de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) het volgende artikel toe te voegen:

Artikel 2:5 Vrijstelling vanwege beeldkwaliteit of groen Het college kan voor verbouwplannen en transformatieprojecten vrijstelling verlenen van (een deel van) de autoparkeereis, indien: a. er beperkte ruimte is op het bestaande kavel; b. en de vrijstelling in het belang is van de beeldkwaliteit, doordat zo een gebouw niet gesloopt wordt, of de vrijstelling in het belang is van de groene omgeving doordat door een lagere parkeereis het aantal vierkante meters groen gelijk blijft of wordt vergroot. Advies punt III: ontraden Het college adviseert de raad om geen artikel aan de Nota parkeernormen Den Haag 2021 toe te voegen ten aanzien van een vrijstelling vanwege beeldkwaliteit of groen. Mogelijkheden tot vrijstelling worden namelijk al geboden binnen de nota parkeernormen voor ontwikkelingen die weinig impact hebben op de parkeerdruk. In alle andere gevallen zal voor de bewoners een parkeeroplossing of alternatief moeten worden uitgewerkt bij de ontwikkeling, om te voorkomen dat de parkeervraag wordt afgewenteld op de openbare ruimte. Toelichting: Binnen de huidige nota parkeernormen bestaan twee mogelijkheden om een vrijstelling voor de parkeereis te verlenen. Namelijk: • Kleine nieuwbouwplannen met een autoparkeervraag van minder dan 3 parkeerplaatsen zijn onder bepaalde voorwaarden op grond van deze nota volledig vrijgesteld van de autoparkeereis.

• Verbouwplannen en transformatieprojecten met een gesaldeerde autoparkeervraag van minder dan 10 parkeerplaatsen, zijn onder bepaalde voorwaarden op grond van deze nota vrijgesteld van de autoparkeereis.

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO / 10510726

Deze vrijstellingsmogelijkheden worden in het beleid geboden, omdat het in de bestaande stad vaak ingewikkeld en stedenbouwkundig onwenselijk is om parkeerplaatsen toe te voegen bij kleine nieuwen verbouwplannen. Dit kan ten koste gaan van de beeldkwaliteit of groen. Deze vrijstelling biedt dus mogelijkheden om het verlies van beeldkwaliteit of groen te vermijden. Voor alle andere gevallen geldt geen vrijstelling van de parkeereis. Reden hiervoor is om te voorkomen dat de parkeervraag wordt afgewenteld op de openbare ruimte. Dit zou leiden tot een hogere parkeerdruk en mogelijk parkeeroverlast. Ook kan dit ten koste gaan van groen en beeldkwaliteit in de openbare ruimte. Omdat deze parkeerdruk wordt afgewenteld op de openbare ruimte. IV. Aan de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) het volgende artikel toe te voegen:

Artikel 2:6 Vrijstelling voor sociale woningen Het college kan voor nieuwbouwplannen, verbouwplannen en transformatieprojecten vrijstelling verlenen van de autoparkeereis indien van de netto toevoeging van woningen meer dan 30% sociaal is. In dat geval kan voor de sociale woningen die boven de 30% worden gerealiseerd de parkeereis overeenkomstig worden verlaagd. Advies Punt IV: ontraden Het college adviseert de raad om geen artikel aan de Nota parkeernormen Den Haag 2021 toe te voegen ten aanzien van een vrijstelling voor sociale woningen Toelichting: Uit onderzoek blijkt dat het autobezit van bewoners van sociale huurwoningen lager ligt dan dat van bewoners van koopwoningen. In de nota is hier rekening mee gehouden door lagere parkeernormen te hanteren voor huurwoningen dan voor koopwoningen. Hieruit volgt dat, mocht een ontwikkelaar meer sociale huurwoningen realiseren dan 30%, de totale parkeereis voor de gehele ontwikkeling al evenredig afneemt. Het gemiddelde autobezit bij sociale huurwoningen is echter bijna nergens in de stad nul. Als je de parkeernormen voor sociale huurwoningen nog verder verlaagt, dan ontstaat er een tekort aan parkeerruimte voor deze doelgroep op eigen terrein en wordt de parkeervraag afgewenteld op de openbare ruimte. Dit zal leiden tot een hogere parkeerdruk en mogelijk tot parkeeroverlast in de openbare ruimte.

De nota Parkeernormen Den Haag 2021 biedt mogelijkheden om bij (sociale) woningen de parkeereis verder te reduceren, mits hiervoor mobiliteitsalternatieven geboden worden. V. De Woonagenda 2020-2023 (RIS305711) aan te passen door op pagina 21 de bestaande zinnen over de uitzondering op de sociale norm te vervangen door de volgende:

Deze verplichting geldt vanaf 20 woningen (totale plan, met uitzondering van bestaande afspraken). Het is voor initiatiefnemers niet toegestaan plannen ‘op te knippen’ naar meerdere kleinere plannen van minder dan 20 woningen om zo onder de eisen uit te komen. Advies Punt V: Ontraden Het college ontraadt de raad om bovenstaande zinnen op te nemen in de Woonagenda 2020-2023. Het college erkent dat de grens van 80 woningen het lastig maakt om haar doelstelling om op project-, gebieds- en stadniveau de ambitie van 30% sociale huurwoningen te realiseren.

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO / 10510726

Het college onderzoekt daarom in de ontwikkeling van de nieuwe woonvisie de haalbaarheid en wenselijkheid van het toepassen van de norm van 30% sociaal op woningbouwprojecten van minimaal 2 woningen. In aanvulling daarop is het college voornemens een sluitend compensatiemechanisme vorm te geven zodat kleine ontwikkelingen haalbaar blijven, en de norm van 30% sociale huurwoningen in alle wijken van de stad gerealiseerd wordt. Toelichting: Het college onderschrijft dat sociale huurwoningen in alle wijken van de stad moeten worden gerealiseerd, zoals ook in het coalitieakkoord en de woonagenda 2020 is aangegeven. Het college stuurt zoals bekend op 30% sociale en 20% middeldure huurwoningen, bijvoorbeeld door het toepassen van de doelgroepenverordening (RIS308714). Dit uitgangspunt is geldig voor alle ontwikkelingen, in welke wijk van de stad ook. In het coalitieakkoord 2022-2026 is dit verder aangescherpt naar 30% sociale huur, 25% middeldure huur en 25% betaalbare koop (respectievelijk 30%, 20% en 20% in het CID). In de afdoening van de motie ‘Zet woningimpuls ook in voor sociale woningbouw op zand’ (RIS307432) heeft het college nogmaals bevestigd dat sociale huurwoningen ook gerealiseerd moeten worden in de duurdere buurten van Den Haag (“op het zand”).

In de aanloop naar de omgevingswet én de nieuwe Woonvisie Den Haag, onderzoekt het college een compensatiemechanisme voor die gevallen waarin het toevoegen van sociale huurwoningen niet lukt. Voor de afdoening van de motie ‘Geen koehandel met afkoop sociale huurwoningen’ (RIS306824) heeft het college een advies gevraagd aan onderzoeksbureau Ecorys. Om het compensatiemechanisme effectief te kunnen inzetten raadt Ecorys aan om het aandeel van 30% sociaal en 20% middeldure huur verplicht te stellen vanaf 2 woningen, zodat voor elk project van meerdere woningen een vereveningsbijdrage kan worden geëist. Het college betrekt dit advies bij de uitwerking van een compensatiemechanisme in de voorbereiding op de Omgevingswet en de ontwikkeling van de nieuwe woonvisie om de betaalbaarheidsambities uit het coalitieakkoord te realiseren (30% sociaal, 25% middeldure huur en 25% betaalbare koop, en respectievelijk 30%, 20% en 20% in het CID). Financiën Dit advies kent geen financiële consequenties. Conclusie Het college ontraadt daarmee alle beslispunten uit het voorstel. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12646324/1