RIS313025 Reactie op het onderzoek naar de effectiviteit van de Haagse re-integratieaanpak (NAA)
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Typ tekst
Arjen Kapteijns Wethouder van Sociale zaken en Werk
030
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
SZW/10374715 RIS313025
Aan de voorzitter van de Algemene Raadscommissie (de vakcommissie Samenleving)
Contactpersoon
Nelly van Loon en Judith Vastenburg Dienst
Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten Afdeling
Beleid, onderzoek en projecten Telefoonnummer Datum
14070
1 september 2022
E-mailadres
judith.vastenburg@denhaag.nl Onderwerp
Reactie op het onderzoek naar de effectiviteit van de Haagse reintegratieaanpak
Geachte voorzitter, Naar aanleiding van de motie ’Onderzoek naar alle vormen van re-integratie om toekomstige debacles in aanpak van werkloosheid te voorkomen’ (RIS307906) heeft het college aan onderzoeksbureau Berenschot de opdracht gegeven om een breed onderzoek te starten naar de effectiviteit van de Haagse re-integratieaanpak in de periode 2018 tot en met 2020. Op 27 januari jl. heeft Berenschot de onderzoeksopzet aan de raad gepresenteerd in een technische bespreking. Vragen en opmerkingen die door de aanwezige fracties zijn ingebracht, zijn betrokken bij de verdere uitwerking van het onderzoek. In de commissiebrief van 15 februari jl. (RIS311549) hebben de onderzoekers van Berenschot aangegeven op welke wijze zij dit zouden doen. Onderzoeksvragen Het onderzoek moet inzicht bieden in de inzet en opbrengsten van het Haagse re-integratieaanpak. De hoofdvraag is welke trajecten voor welke doelgroep tot duurzame uitstroom leiden en welke rol de gemeente, werkgevers en partners in de stad daarin spelen. Het onderzoek moet aanknopingspunten bieden om te komen tot een kader waaraan succesvolle re-integratie trajecten moeten voldoen en inzicht geven wat dit betekent voor de Haagse werkwijze. Dit alles om de effectiviteit van re-integratie te optimaliseren. Onderzoeksopzet Het onderzoek betreft de periode 2018 tot en met 2020 en is in verschillende stappen uitgevoerd.
Er is allereerst gekeken naar de mechanismen binnen het Haagse re-integratiebeleid. De werkzaamheid hiervan is getoetst aan de praktijk. Daarvoor zijn (oud-)medewerkers, (ex-)deelnemers, werkgevers en ander samenwerkingspartners gesproken. Ook is gekeken in hoeverre beleidsdoelstellingen behaald zijn. Daarnaast zijn de in- door- en uitstroomcijfers gekoppeld aan CBS-data en nader geanalyseerd. Daarbij is ook een vergelijking gemaakt met de andere G4-gemeenten.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10374715
Vervolgens heeft Berenschot de opgedane inzichten voorgelegd aan een groep wetenschappers en experts en hebben zij bevindingen uit de literatuur meegenomen in hun analyse. Reactie op hoofdlijnen Het college heeft het evaluatierapport op 8 augustus jl. van Berenschot ontvangen. Omdat de leden van de Algemene Raadscommissie (Samenleving) hebben aangegeven belang te hechten aan spoedige bespreking van de conclusies en aanbevelingen volstaat het college nu met een eerste reactie op hoofdlijnen. Op basis van deze bespreking en een verdere verdieping door toetsing van het rapport aan de uitvoeringspraktijk en (indien relevant) aan een nieuw coalitieakkoord zal het nieuwe college voor de aankomende collegeperiode bepalen hoe en op welke wijze een verder vervolg wordt gegeven aan de bevindingen en de aanbevelingen. Het rapport van Berenschot treft u als bijlage aan. Beoogde maatschappelijke effecten bereikt Het gevoerde beleid zou tot de volgende maatschappelijke effecten moeten leiden: (1) uitstroom naar zo regulier mogelijk, werk, (2) een werk- en ontwikkelkans voor iedereen en (3) kandidaten stromen duurzaam uit op een zo inclusief mogelijke arbeidsmarkt. Het onderzoek van Berenschot wijst uit dat alle drie de beoogde maatschappelijke effecten grotendeels zijn bereikt.
De gemeente Den Haag heeft in de periode 2018-2020 een brede groep Hagenaars bediend met de reintegratiedienstverlening gericht op het bieden van werk- en ontwikkelkansen, waaronder een relatief groot deel met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Ook is de uitstroom duurzaam gebleken. Voor de groep deelnemers die na re-integratie is uitgestroomd, blijkt dat 82 procent na twaalf maanden niet opnieuw een uitkering van de gemeente Den Haag ontvangt. We geven hiermee een grotere groep Hagenaars perspectief op meedoen in onze samenleving. Dat neemt niet weg dat de beleidsinbedding, uitvoering en dienstverlening van de Haage re-integratie beter kan. Verbeterpunten De aanbevelingen van de onderzoekers bieden gedegen handvatten om verdere verbeteringen door te voeren. Een voorbeeld is het aanbod van voorzieningen dat zó uitgebreid is dat de medewerkers in de uitvoering het soms lastig vinden om het overzicht te hebben en hierin de juiste keuzes te maken. Werkgevers gaven in gesprekken aan dat er meer gekeken zou moeten worden naar scholings- en ontwikkelaanbod om het overstappen naar kansrijke sectoren te vergemakkelijken. Het college herkent deze verbeterpunten.
In het afgelopen jaar zijn daarom al stappen gezet om hier op onderdelen verbetering in aan te brengen, bijvoorbeeld met het (door-)ontwikkelen van leerlijnen in kansrijke sectoren en het inzetten op voorzieningenmanagement, waaronder het periodiek evalueren van het gebruik van de voorzieningen en het beter structureren van aanbod. Dat betekent niet dat we er al zijn. Met de aanbevelingen uit het rapport gaan we de komende tijd verder aan de slag. Effectiviteit De onderzoekers van Berenschot hebben niet kunnen aantonen welke trajecten nu in meer of mindere mate effectief zijn, vanwege het grote aantal voorzieningen, dat volgtijdelijk, maar deels ook flankerend tijdens re-integratieroutes wordt ingezet. Er is geen sprake van categorieën trajecten waarbij dezelfde voorzieningen in dezelfde volgorde voor specifieke groepen kandidaten worden ingezet, maar iedere kandidaat volgt een voor hem of haar uniek traject. Het succes van uitstroom is hierdoor moeilijk aan één enkele voorziening of traject toe te wijzen.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10374715
In de periode 2018 tot en met 2020 hebben in totaal 19.172 kandidaten gebruik gemaakt van Haagse re-integratievoorzieningen. Het gaat om 21.039 re-integratietrajecten. Dit betekent dat sommigen aan meer dan één traject hebben deelgenomen. Berenschot constateert dat dit aantal hoog is in vergelijking met andere steden en dat dit van invloed is op de effectiviteit van onze dienstverlening. Eén van de conclusies is dat het selectiever inzetten van instrumenten kan bijdragen aan een effectiever beleid. Uit een vergelijking met de G4-gemeentelijk blijkt dat zij voor een kleiner deel van het bestand re-integratie inzetten, alleen voor de relatief kansrijke groep. Dat we in Den Haag kiezen voor inzet op een brede doelgroep is echter een bewuste keuze. Wij willen namelijk een inclusieve arbeidsmarkt nastreven en ook de mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waaronder mensen met een arbeidsbeperking, werkkansen bieden. Wordt alleen gekeken naar deze minder kansrijker groepen dan concludeert Berenschot dat de Haagse aanpak wel effectief is. Cijfers laten zien dat het aantal personen met een loonkostensubsidie in Den Haag met name in 2017 en 2018 sneller steeg dan landelijk en dan ten opzichte van de andere G4-gemeenten.
In 2018 was het aantal mensen met een beperking dat in Den Haag aan de slag was, zelfs bijna gelijk aan het totaal aantal personen met een arbeidsbeperking dat in de raming van het Ministerie van SZW onder de Participatiewet viel. De laatste jaren blijft het aantal personen dat met een beperking dat aan de slag is jaarlijks gelijk en op een hoger niveau dan landelijk. Eén van de aanbevelingen in het rapport is om ons voor te bereiden op een nog intensiever inzet van de loonkostensubsidie. Ook met het Werkoffensief +500 (dat niet in het onderzoek van Berenschot is meegenomen aangezien de uitvoering van de Werkoffensief +500 effectief pas in 2020 is gestart) is intensief ingezet op de groep mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Alle mensen die 1,5 jaar of langer in de bijstand zaten, ruim 18.000 inwoners, zijn opnieuw gesproken en op basis van hun individuele situatie is gekeken of ze met ondersteuning vanuit de gemeente, werkgevers en/of andere partners stappen konden zetten richting re-integratie, scholing en/of werk, of dat meer tijd en intensievere dienstverlening nodig is om op termijn aan de arbeidsmarkt deel te kunnen nemen. Brede doelgroep Omdat Den Haag bewust kiest voor het bedienen van een brede doelgroep bevelen de onderzoekers van Berenschot aan om doelen te stellen op het brede terrein van werk en welzijn en domeinoverstijgend te werken.
Dit kan, volgens de onderzoekers, bijvoorbeeld door doelen te formuleren over een hogere deelname aan de samenleving (sociale activatie) of het besparen van kosten in het gebruik van andere voorzieningen, zoals bijvoorbeeld schuldhulp of zorg. De bevindingen in het rapport versterken het beeld dat ook uit de evaluatie van het Werkoffensief +500 (RIS311554) en in diverse andere onderzoeken1 naar voren komt: voor een beperkt deel van de Haagse bijstandsgerechtigden is uitstroom naar werk direct mogelijk, maar voor veel anderen is het wegnemen van belemmeringen een noodzakelijke eerste of misschien zelf de enig haalbare stap. Behalve belemmeringen als een laag opleidingsniveau, geringe werkervaring, taalproblemen en bijvoorbeeld zwakke sociaal netwerken, blijken lichamelijke- en psychische gezondheidsproblemen veel voorkomende barrières te zijn. Bijna driekwart van de Haagse bijstandsgerechtigden ervaart een slechte gezondheid.
1
O.a. CBS 2019 Geestelijke gezondheidszorg en arbeidsmarktpositie, CBS 2020a Bijstandsmonitor Den Haag, CBS 2020b Dashboard
bijstand en re-integratie Den Haag en CBS 2022 Kwetsbaarheid in de sociale omgeving van Haagse bijstandsontvangers.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10374715
Ruim de helft van de Haagse bijstandsgerechtigden heeft fysieke problemen en bijna een derde problemen met de psychische gezondheid. Het advies van Berenschot om meer verbinding te leggen met de beleidsterreinen Zorg, WMO en Welzijn kan uitbreiding en versterking zijn van bestaande interventies zoals Individuele Plaatsing en Support (IPS). Dit betekent ook dat we breder moeten kijken dan alleen de snelheid waarmee mensen uit de bijstand stromen. Persoonlijke groei, sociale contacten, gezondheid en iets terugdoen voor de maatschappij zijn eveneens belangrijke doelen. Bijdrage Den Haag Werkt aan doelbereik De Haeghe Groep en het toenmalige Werkgeversservicepunt zijn in 2020 samengevoegd tot wat nu Den Haag Werkt (DHW) heet. Met deze reorganisatie wilde het college de dienstverlening beter aan laten sluiten bij de bredere doelgroep van de participatiewet. De eerdere nadruk op het realiseren van ‘de kortste weg naar werk’ verschoof naar meer aandacht voor kandidaatontwikkeling, werken met ondersteuning en duurzame uitstroom. De bevindingen van Berenschot laten duidelijk zien dat DHW een jonge organisatie is, die zich nog aan het ontwikkelen is en zich begeeft in een sterk veranderende omgeving (denk aan de gevolgen van de coronapandemie die net na de start van DHW uitbrak, maar ook de veranderende arbeidsmarkt en een doelgroep met steeds complexere problematiek).
De onderzoekers van Berenschot constateren dat de richting die door DHW is ingezet strookt met de beleidstheorie en bijdraagt aan het doelbereik, maar dat er ook organisatorische aandachtspunten zijn. Zo wordt onder andere geconcludeerd dat de reorganisatie nog niet af is en dat sommige medewerkers moeite hebben om zich hun nieuwe rol in de organisatie of in de nieuwe dienstverlening echt eigen te maken. Verder kan de effectiviteit van het Haagse re-integratiebeleid volgens Berenschot worden versterkt door als expliciet beleidsuitgangspunt te hanteren dat bij nieuwe cliënten sneller, liefst direct, de focus komt te liggen op re-integratie. Hiermee wordt voorkomen dat een voor de arbeidsmarkt kansrijke groep te lang in de uitkering blijft. Bij voldoende aandacht voor re-integratie kort na de instroom in de uitkering (of liefst al na indiening van een uitkeringsaanvraag), kan langdurig verblijf in de uitkering misschien zelfs deels worden voorkomen. Snelle uitstroom (en het voorkomen van instroom) van nieuwe cliënten betekent namelijk ook dat er in de uitvoering meer ruimte en middelen komen om andere, minder kansrijke cliënten, intensiever te begeleiden. Uit de gesprekken intern en extern komt tijdens het onderzoek een beeld naar voren dat ongemotiveerde uitkeringsgerechtigden zich in Den Haag in de onderzochte periode (te) eenvoudig afzijdig konden houden van re-integratie.
Handhaving is strak ingeregeld binnen de gemeente maar voor mensen die in het re-integratieproces zitten, nog niet stevig genoeg. Met het Werkoffensief +500 zijn hier vanaf 2020 al eerste stappen in gezet in de vorm van de introductie van het zogeheten verzuimgesprek. Tijdens dit gesprek wordt nader ingegaan op de reden van verzuimen en wordt de persoon nogmaals geïnformeerd wat de re-integratieverplichtingen precies inhouden en wat de consequenties zijn als men zich hier niet aan houdt. Het gesprek heeft als doel dat mensen zich realiseren dat er geen sprake is van vrijblijvendheid en dat er van hen inzet en medewerking wordt verwacht. Als iemand al eerder is aangesproken op verzuim en de persoon verzuimt opnieuw, dan vindt er een hoor- en wederhoorgesprek plaats, op basis waarvan wordt beoordeeld of en in welke mate de uitkering tijdelijk wordt verlaagd (toepassen maatregel). In het rapport staan nog meer geleerde lessen en aanbevelingen, waar we in de raadscommissie en met de uitvoeringspraktijk graag verder over in gesprek gaan.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10374715
Mede op basis van deze input zal worden bepaald hoe en op welke wijze het college in de komende collegeperiode een vervolg gaat geven aan de bevindingen en aanbevelingen. Tot slot wil het college de onderzoekers van Berenschot bedanken voor het uitvoerige onderzoek en daarmee ook allen die hun medewerking aan dit onderzoek hebben verleend. Met vriendelijke groet, de wethouder van Sociale zaken en Werk Arjen Kapteijns
5/5