RIS313003 Beantwoording vragen over nieuw beleid PFAS
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DSB/10356666 RIS313003
Aan de voorzitter van de Algemene Raadscommissie (de vakcommissie Leefomgeving)
Contactpersoon
Marcel Tirion Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Stedelijk Beheer Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
24 augustus 2022
marcel.tirion@denhaag.nl Bijlage
1
Onderwerp
Beantwoording vragen PFAS
Geachte voorzitter, U heeft mij gevraagd enkele vragen te beantwoorden die tijdens de vergadering van de raadscommissie Leefomgeving d.d. 13 april 2022 aan de wethouder zijn gesteld. Deze antwoorden doen wij u toekomen in de bijlage bij deze brief. Vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte Hilbert Bredemeijer
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10356666
Beantwoording vragen aangaande gemeentelijk PFAS beleid PFAS staat voor de stofgroep “Poly- en Perfluoralkyl verbindingen”. PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze giftig zijn. In de afgelopen jaren is vast komen te staan dat in de Nederlandse (water)bodem PFAS in meer en mindere mate voor komt. Tot voor kort waren er geen PFAS-normen voor het hergebruik van grond en baggerspecie. Dit leidde tot stagnatie in het grond- en baggerverzet. Op basis van het advies van het RIVM over risicogrenzen voor drie individuele PFAS-verbindingen PFOS, PFOA en GenX, heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie opgesteld. Het handelingskader is voorbesproken met decentrale overheden. Vervolgens is het handelingskader aangeboden aan de Tweede Kamer (kenmerk IENW/BSK-2019/131399) en op 8 juli 2019 inwerking getreden. Het handelingskader heeft als doel om problemen bij hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie zo veel als mogelijk te voorkomen.
Sinds 8 juli 2019 moeten de initiatiefnemers van grondverzet de kwaliteit van de grond voor PFAS inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. Hiermee geeft de wetgever invulling aan de wettelijke zorgplicht die in Nederland geldt: deze houdt in dat verontreiniging of aantasting van de bodem (grond en grondwater) moet worden voorkomen. Het handelingskader wordt landelijk gebruikt en is de landelijke invulling van de zorgplicht. De toepassingswaarden betreffen een generieke aanbeveling aan gebruikers en bevoegde gezagen voor invulling van de genoemde zorgplichten bij het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze landelijke invulling van de zorgplichten is gebaseerd op een wetenschappelijke onderbouwing. Initiatiefnemers en bevoegde gezagen blijven uiteraard zelf verantwoordelijk voor (de controle op) een verantwoorde invulling van deze zorgplichten. Afwijking van de in het handelingskader geadviseerde toepassingswaarden moet altijd goed gemotiveerd en onderbouwd worden. Het is het voornemen van de overheid om de in het handelingskader benoemde toepassingswaarden op te nemen in de Regeling bodemkwaliteit waardoor de toepassingswaarden een wettelijke status krijgen. De landelijke achtergrondwaarden en hergebruiksnormen voor PFAS zijn onderbouwd door het RIVM.
De landelijke achtergrondwaarden zijn gebaseerd op meetgegevens die in 2020 door het RIVM zijn verzameld op 100 plekken verspreid over Nederland waarvan bekend is dat geen PFAS-bron in de buurt is. Op basis van de landelijke achtergrondwaarden kan de overheid normen vaststellen. De hergebruiksnormen voor de bodemfuncties wonen en industrie/bedrijven zijn gebaseerd op relatief strenge uitgangspunten: ecologische risicogrenzen met natuur als bodemgebruik. Met deze (voorzichtige) keuze wordt voldaan aan de voedselinname norm van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA; European Food Safety Authority). Het handelingskader is in 2019, 2020 en 2021 geactualiseerd. Bij elke actualisatie zijn de landelijke achtergrondwaarden en de hergebruiksnormen voor grond en baggerspecie voor verschillende toepassingen op basis van nieuw verkregen informatie geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd.
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10356666
Vragen PvdD: In het stuk staat ‘De nieuwe landelijke normen vormen onvoldoende basis om stagnatie en extra kosten bij projecten met grondverzet en baggerwerk te voorkomen.’ Wat is het doel van dit stuk? Kan de wethouder uitleggen of het doel van dit stuk nou is om zo goedkoop mogelijk te kunnen blijven bouwen, of het serieus nemen van de risico’s voor volksgezondheid en milieu? De notitie “Beleid hergebruik en toepassen PFAS-houdende grond in de gemeente Den Haag” is een aanvulling op de in 2013 door de gemeente vastgestelde Nota bodembeheer (onder risnummer 258298.). In de Nota bodembeheer is beleid geformuleerd over het duurzaam en efficiënt hergebruik van vrijkomende grond in de gemeente. Ook wordt met de Nota bodembeheer het gemeentelijke bodembeleid beleidsmatig verankerd.
Met het gemeentelijke grondstromenbeleid wordt gefaciliteerd (beoogd effect) dat: − de gemeente grondstromenbeleid in uitvoering heeft dat praktisch uitvoerbaar, milieu hygiënisch verantwoord en transparant is; − meer toepassingslocaties beschikbaar komen om vrijkomende grond milieuvriendelijk te hergebruiken (werk-met-werk-maken); − het gebruik en de aankoop van primaire én secundaire bouwstoffen (bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank) wordt verminderd door hergebruik van grond; − de druk op het wegennet, de uitstoot van uitlaatgassen en fijnstof en het gebruik van energie wordt verminderd (grond hoeft minder ver te worden getransporteerd, geen extra productie door grondverwerker). Met de notitie “Beleid hergebruik en toepassen PFAS-houdende grond in de gemeente Den Haag” en bijbehorende kaarten zet de gemeente Den Haag het voornoemde duurzame grondstromenbeleid en de beoogde effecten voort. We lezen in het stuk dat ‘De gemeten waarden geen risico vormen voor gezondheid en milieu’. Kan de wethouder uiteenzetten wat de consequenties zijn voor de veiligheidsnormen, als de cumulatieve effecten van blootstelling aan PFAS niet worden meegenomen? Met de onderbouwing van het RIVM van de hergebruiksnormen geeft de gemeente invulling aan de veiligheidsnormen, zoals deze ook landelijk worden gehanteerd.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10356666
Het feit dat een uitzondering wordt gemaakt voor locaties waar wij ons drinkwater vandaan halen, laat zien dat we iets voorzichtiger zijn met onze eigen gezondheid, maar hoe zit het met het drinkwater en de leefomgeving van dieren? De hergebruiksnormen voor de bodemfuncties wonen en industrie/bedrijven zijn door het RIVM gebaseerd op relatief strenge uitgangspunten: ecologische risicogrenzen met natuur als bodemgebruik. Hierbij is voor zover ons bekend geen rekening gehouden met drinkwater voor dieren. Bij de ecologische risicogrenzen is onderscheid gemaakt in enerzijds een risicogrens op de directe blootstelling van bodemorganismen aan PFAS in de bodem en anderzijds een risicogrens welke PFASgehalte in de bodem effecten hebben op dieren zoals bijvoorbeeld mollen en roofvogels (de hogere organismen in de voedselketen). De meest strenge risicogrenswaarde is hierbij leidend geweest voor de uiteindelijk gedefinieerde hergebruiksnormen.
Hoe flexibel is dit stuk, mochten er nieuwe ontdekkingen worden gedaan op het gebied van PFAS? (bv de tabel met het kopje ‘overige PFAS’) In paragraaf 4.7 van de notitie “Beleid hergebruik en toepassen PFAS-houdende grond in de gemeente Den Haag” is hierop ingegaan: “… wordt er nog veel onderzoek gedaan naar PFAS-verbindingen (bijvoorbeeld naar mobiliteit, uitloging, bio-accumulatie en gedrag in grondwater) en worden er landelijke veel meetgegevens door het RIVM verzameld. Op basis van deze onderzoeken en meetgegevens worden interventiewaarden gedefinieerd en worden mogelijk de voorlopige landelijke en provinciale achtergrondwaarden en (toepassing)waarden voor PFAS-verbindingen aangepast. Als interventiewaarden worden gedefinieerd, volgt de gemeente Den Haag de landelijke normen. Als de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en (toepassing)waarden voor PFAS-houdende grond worden gewijzigd, evalueert de gemeente deze met de in deze notitie gedefinieerde Lokale Maximale Waarden voor hergebruik van PFAS-houdende grond. Indien van toepassing worden de Lokale Maximale Waarden gewijzigd en bestuurlijk vastgesteld.” Waarom wordt er niet ingezet op het verbéteren van de bodemkwaliteit, in plaats van het ‘niet verslechteren’? Bij het nuttig toepassen van grond stelt de gemeente voor een aantal beleidsonderdelen ambities op ‘verbeteren’.
Zo mag in door de provincie en de gemeente aangewezen waardevolle natuurgebieden (onder andere de -toekomstige- ecologische verbindingszones), vanuit het oogpunt van natuurbescherming, alleen maar schone grond worden toegepast. Ook moet toe te passen grond van buiten de gemeente Den Haag altijd voldoen aan de toepassingseisen die worden gebaseerd op het bodemgebruik ter plaatse én de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem. Van deze twee toepassingseisen is de meest strenge leidend. Op deze wijze verbetert de bodemkwaliteit in de gemeente op termijn. Verder hanteert de gemeente bij het nuttig toepassen van grond het ‘standstill’ principe op het niveau van het gemeentelijke grondgebied (zie § 5.1 van de nota bodembeheer). Het ‘standstill’ principe betekent dat de bodemkwaliteit binnen de gemeente gelijk moet blijven en op termijn verbetert (zie de Nota bodembeheer bijlage B, sub-bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingskaart’).
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10356666
Vragen GROENLINKS: Categorie 'PFAS overig' m.b.t. toepassingsnorm Er komen bijna dagelijks nieuwe PFAS stoffen ontwikkeld en geloosd waar de kenmerken en gezondheidseffecten uiteenlopend en vaak onduidelijk van zijn. Zij komen allemaal samen in de categorie 'overig' terecht, en hebben dus allemaal dezelfde norm. Ziet het college hetzelfde risico van statische normen die de realiteit niet kunnen bijbenen, en hoe kunnen we tot een betere systematiek komen die meer uitgaat van het voorzorgsprincipe uitgaat? In paragraaf 4.7 van de notitie “Beleid hergebruik en toepassen PFAS-houdende grond in de gemeente Den Haag” is hierop ingegaan: “… wordt er nog veel onderzoek gedaan naar PFAS-verbindingen (bijvoorbeeld naar mobiliteit, uitloging, bio-accumulatie en gedrag in grondwater) en worden er landelijke veel meetgegevens door het RIVM verzameld. Op basis van deze onderzoeken en meetgegevens worden interventiewaarden gedefinieerd en worden mogelijk de voorlopige landelijke en provinciale achtergrondwaarden en (toepassing)waarden voor PFAS-verbindingen aangepast. Als interventiewaarden worden gedefinieerd, volgt de gemeente Den Haag de landelijke normen.
Als de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en (toepassing)waarden voor PFAS-houdende grond worden gewijzigd, evalueert de gemeente deze met de in deze notitie gedefinieerde Lokale Maximale Waarden voor hergebruik van PFAS-houdende grond. Indien van toepassing worden de Lokale Maximale Waarden gewijzigd en bestuurlijk vastgesteld.” De gemeente hanteert in principe de hergebruiksnormen voor PFAS-verbindingen die door het RIVM zijn onderbouwd en landelijk worden gehanteerd en geaccepteerd. Hiermee wordt door de gemeente invulling gegeven aan het voorzorgprincipe. In het stuk staat nu dat tot 5 jaar oude onderzoeksresultaten over de chemische kwaliteit van grond nog als bewijs gehanteerd kunnen worden. Is de wethouder het er mee eens dat er in 5 jaar heel veel op een locatie kan gebeuren waardoor de chemische kwaliteit achteruitgaat, waardoor het onderzoek niet erg betrouwbaar is? Hoe staat het college er tegenover om die norm omlaag te brengen? Locaties waar de chemische bodemkwaliteit door menselijke activiteiten achteruit gaat worden omschreven als ‘verdachte locaties’. Dit type locaties maken geen onderdeel van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. Vrijkomende grond van deze locaties moet voorafgaand aan hergebruik altijd worden onderzocht. Op een verdachte locatie kan al een onderzoek zijn uitgevoerd.
In de paragrafen 5.2 t/m 5.4 van de notitie “Beleid hergebruik en toepassen PFAS-houdende grond in de gemeente Den Haag” is aangegeven hoe bij grondverzet omgegaan moet worden met bodemonderzoeken die niet ouder dan 5 jaar. Bovendien moet extra informatie worden aangeleverd als onderzoeken ouder dan 5 jaar zijn (zie § 5.1 van de notitie). Tot slot geldt bij grondverzet altijd de wettelijke zorgplicht die in de diverse wet- en regelgeving ligt verankerd. De termijn van 5 jaar is naar mening van de gemeente een realistische termijn voor bodemonderzoeken op locaties waarvoor de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden als geldig bewijsmiddel. Een termijn korter dan 5 jaar betekent een (administratieve) lastenverzwaring voor de initiatiefnemers van grondverzet omdat in meer situaties extra informatie moet worden aangeleverd. Daarnaast blijft de wettelijke zorgplicht altijd gelden bij grondverzet die in de diverse wet- en regelgeving verankerd ligt.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10356666
In hoeverre is de ODH bij de totstandkoming van dit stuk betrokken, en hebben zij een beeld geschetst over de uitvoerbaarheid van hun kerntaken binnen deze kaders? De gemeentelijke toepassingsnormen zijn afgestemd met de ODH. Zij hebben hier geen aanvullende opmerkingen bij gemaakt ten aanzien van de uitvoerbaarheid van hun kerntaken. Na deze afstemming hanteert de ODH deze toepassingsnormen als grond in de gemeente Den Haag wordt toegepast of hergebruikt. Ik zie in het stuk geen preventief beleid om PFAS bij de bron aan te pakken en te voorkomen dat het überhaupt in de grond terecht komt. Is de wethouder het ermee eens dat de ontwikkeling van meer inzicht over- en een aanpak bij de bron van PFAS wenselijk is en welke mogelijkheden ziet hij om hier eerste stappen voor te zetten? Het voorstel beschrijft hoe om te gaan met PFAS in relatie tot bodembeheer. Uw vraag over een aanpak bij de bron zou vooral in landelijk context of vanuit landelijke regelgeving bezien moeten worden. Dit document ziet toe op bestaand bodembeleid en op het landelijke handelingskader. Momenteel is de gemeente bezig om de relevante locaties inzichtelijk te krijgen waar als gevolg van (bedrijf)activiteiten een PFAS-verontreiniging mogelijk kan voorkomen. Het voornemen is om op de relevante locaties bodemonderzoek te gaan uitvoeren.
Restproducten die buiten de grondstoffentoets vallen: ik ontving een signaal over een casus (buiten gemeente Den Haag) waarbij partijen als Tata Steel restproducten met PFAS erin leverden, die vanwege hun status als reststof buiten de grondstoffentoets vielen. Is de wethouder hiermee bekend, en hoe voorkomen we dat potentiële PFAS-bronnen de grondstoffentoets omzeilen? Nee, dit is niet bekend. Bij grondstoffen wordt de toets op PFAS niet omzeild. Het handelingskader, waarvoor de notitie is opgesteld, is alleen van toepassing op het toepassen van grond en baggerspecie en niet op bouwstoffen. Volgens de zorgplicht uit het Besluit bodemkwaliteit (artikel 7) kan ook bij het toepassen van bouwstoffen/grondstoffen onderzoek naar PFAS aan de orde zijn. Onderzoek naar PFAS is vooralsnog alleen noodzakelijk als op de betreffende bouwstof/grondstof een concrete verdenking bestaat op belasting op PFAS, bijvoorbeeld als de bouwstof/grondstof is vrijgekomen in de omgeving van een bronlocatie.
6/6