RIS312975 Bijlage 3 - trillingsonderzoek Duinstraat - M2021126900R002v2 (trillingen)
Tekst van het document
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen INTHR - Duinstraat Trillingsonderzoek
Status Versie Rapport Datum
definitief 02 M.2021.1269.00.R002 30 maart 2022
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
Colofon Opdrachtgever
Gemeente Den Haag Postbus 12652 2500 DP DEN HAAG
Contactpersoon opdrachtgever
de heer A. Post
Project Betreft Uw kenmerk
Gem. Den Haag - INTHR Duinstraat Onderzoek trillingen -
Rapport Datum Versie Status
M.2021.1269.00.R002 30 maart 2022 02 definitief
Uitgevoerd door
DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Casuariestraat 5 2511 VB Den Haag Postbus 370 2501 CJ Den Haag
Contactpersoon
ing. T. (Tim) Vergoed 088 346 78 58 tvr@dgmr.nl
Auteur
K.J.J. (Kimmo) Pronk 088 346 78 53 kpr@dgmr.nl
Projectadviseur
ir. M.H.J. (Mark) Bakermans 088 346 78 50 bk@dgmr.nl
2e lezer/secr.
TVR/BK|OZU
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
Inhoud 1. Inleiding
4
2. Beoordelingskader 2.1 Beoordeling schade aan gebouwen (SBR-A) 2.2 Beoordeling trillingshinder (SBR-B) 2.3 Beoordelingswijze bij trams in de gemeente Den Haag
5 5 6 8
3. Uitgangspunten 3.1 Rekenmethode 3.2 Omgevingsmodel 3.3 Verkeersgegevens tram 3.4 Constructies 3.5 Emissiecijfers trillingen 3.6 Pandeigenschappen
11 11 11 11 11 11 12
4. Resultaten 4.1 SBR-A (schade aan gebouwen) 4.2 SBR-B (hinder voor personen in gebouwen)
13 13 13
5. Conclusie
14
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Intensiteiten Resultaten SBR-A richtlijn (kans op schade) Resultaten SBR-B richtlijn (hinder voor personen)
3
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
1. Inleiding In het kader van het project INTHR (Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio) wordt op verschillende locaties in Den Haag het spoor gereed gemaakt voor gelijkvloerse trams. In het kader van dit project worden de sporen in de Duinstraat aangepast en worden aanpassingen aan de aansluitingsbogen gedaan. Ook wordt de kruising met de Scheveningseweg vervangen door een rotonde. Dit zal ervoor zorgen dat verkeer van de Scheveningseweg de Duinstraat in kan rijden. In de huidige situatie is dat nog niet mogelijk. Het onderzoek naar de rotonde en de aanpassingen op de Scheveningseweg zijn eerder uitgevoerd en maken geen deel uit van dit onderzoek.
figuur 1: te onderzoeken sporen: Lijn 11 (groen), lijn 1 (blauw) en het te wijzigen tracé (rood)
In opdracht van gemeente Den Haag hebben wij een trillingsonderzoek uitgevoerd, waarbij de verwachte trillingssterkten in de toekomstige situatie getoetst zijn aan de SBR-A richtlijn (schade), de SBR-B richtlijn (hinder) en het voor INTHR gehanteerde beoordelingskader.
In deze rapportage wordt het beoordelingskader beschreven en worden de uitgangspunten voor het onderzoek benoemd. Het rapport sluit af met de resultaten van het onderzoek en een conclusie over het wel of niet voldoen aan de richtlijnen.
4
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
De trillingssterkten zijn berekend op de woningen gelegen naast het spoor in de Duinstraat. Hiermee tonen we vervolgens aan of ze wel/niet voldoen aan de richtlijnen SBR-A en SBR -B voor schade en hinder. In dit onderzoek beantwoorden we de volgende vragen: • Leidt het wijzigen van het tramspoor tot een overschrijding van de SBR-A richtlijn (mogelijk schade aan gebouwen) of de SBR-B richtlijn (hinder voor de mens) en voldoet de toekomstige situatie aan het voor INTHR gehanteerde beoordelingskader?
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
2. Beoordelingskader 2.1 Beoordeling schade aan gebouwen (SBR-A) De SBR-A richtlijn (Stichting Bouwresearch; 2017) maakt gebruik van richtwaarden die erop gericht zijn om schade aan gebouwen te voorkomen. Overschrijding van deze richtwaarden moet dan ook worden vermeden. Als de richtwaarden worden overschreden, is dit aanleiding voor overleg tussen de betrokken partijen om deze overschrijding op te lossen. Onder schade aan een bouwwerk wordt een verandering van de eigenschappen of van de positie van (een onderdeel van) een bouwwerk verstaan, met één of meer van de volgende gevolgen: • Een verlies van functie, zoals het bezwijken van dragende onderdelen. • Een vermindering van de integriteit van het onderdeel of van het bouwwerk als geheel over zijn dragende functie, waarbij sprake is van een significante vermindering van de veiligheid op de korte of langere termijn (vermindering van de verwachte levensduur). • Een vermindering van de economische waarde of de gebruikswaarde, zoals bij scheurvorming in afwerklagen of betegeling. Omdat SBR-A kijkt naar de schade aan gebouwen zijn er twee categorieën van bouwwerken. Categorie 1 • In goede staat verkerende onderdelen van de draagconstructie, wanneer deze bestaan uit gewapend beton of hout.
• Onderdelen van een bouwwerk die geen deel uitmaken van de draagconstructie (bijvoorbeeld scheidingsconstructies), indien deze bestaan uit gewapend beton of hout. • Draagconstructies van bouwwerken, geen gebouw zijnde, die bestaan uit metselwerk zoals pijlers van viaducten, kademuren en dergelijke.
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
Categorie 2 – geen monument • In goede staat verkerende onderdelen van de draagconstructie van een gebouw, indien deze bestaan uit metselwerk. • In goede staat verkerende onderdelen van een gebouw die niet tot de draagconstructie behoren, zoals scheidingsconstructies die bestaan uit niet-gewapend beton, metselwerk of uit brosse steenachtige materialen. Categorie 2 - monument Sinds de vernieuwde versie van de SBR-A richtlijn (2017) bestaat categorie 3 niet meer, maar wordt deze als onderdeel van categorie 2 gezien. De grenswaarden zijn overigens niet veranderd. Onder deze groep vallen: • Onderdelen van oude en monumentale gebouwen met grote cultuurhistorische waarde. • In slechte staat verkerende gebouwen uit metselwerk of • In slechte staat verkerende onderdelen van gebouwen. Het bouwwerk verkeert in een slechte bouwkundige staat als: • De sterkte van de draagconstructie in belangrijke mate is verminderd door al aanwezige schade. • De onderlinge samenhang van onderdelen of de sterkte van verbindingen tussen onderdelen zodanig is dat deze door trillingen kan bezwijken of in belangrijke mate kan verzwakken.
5
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
Naast het type gebouw wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende typen trillingsbronnen. a Bronnen die incidenteel kortdurende trillingen veroorzaken door een stootvormige excitatie. Het aantal malen dat het trillingsverschijnsel voorkomt is zo gering dat vermoeiing van constructiematerialen niet kan optreden. Bijvoorbeeld: explosies, botsingen. b Bronnen die herhaalde kortdurende trillingen veroorzaken bij een stootvormige excitatie. Hieronder wordt verstaan bronnen die zo vaak voorkomen dat vermoeiingseffecten in de bouwmaterialen kunnen optreden. Bijvoorbeeld: heiwerkzaamheden, weg- en railverkeer. c Bronnen die continue trillingen veroorzaken. Hieronder wordt verstaan alle bronnen die niet onder de voorgaande twee categorieën kunnen worden ingedeeld of bronnen waarbij resonanties en/of vermoeiingseffecten in de onderdelen van een bouwwerk kunnen optreden. Bijvoorbeeld: machines met roterende onderdelen. Of er schade aan het gebouw mogelijk is, is afhankelijk van Vd (rekenkundige trillingssnelheid) en Vr (rekenkundige grenswaarde). De schade afkomstig van een trilling aan het gebouw is zeer onwaarschijnlijk als Vd kleiner is dan Vr. De toetsing is gebaseerd op de dominante frequentie in het gemeten signaal. Karakteristieke grenswaarde en rekenwaarde van de grenswaarde De karakteristieke grenswaarde is afhankelijk van het punt waarop getoetst wordt.
Voor de dragende constructie van gebouwen wordt getoetst op de onderste verdieping. Voor de karakteristieke grenswaarde geldt dat deze frequentie-afhankelijk is. Voor laagfrequente trillingen is deze praktisch 5 mm/s voor bouwwerken uit categorie 2. Daarnaast wordt getoetst aan hoger gelegen delen van het gebouw die geen deel uitmaken van de draagconstructie. Dit kan gezien worden als muren, kasten etc. Deze grenswaarde is niet frequentie-afhankelijk en bedraagt 15 mm/s voor bouwwerken uit categorie 2. De rekenwaarde wordt vervolgens bepaald door de karakteristieke grenswaarde te delen door de partiële veiligheidsfactor voor het type trillingen (typisch 1.5 voor trams) en een factor voor de monumentale staat (1.7 voor monumenten; 1 voor overig). Hiermee kunnen de volgende karakteristieke grenswaarden vastgesteld worden: tabel 1: rekenwaarde voor de grenswaarde voor trams Geen monument Niet-dragende Onderdelen
5: (1.5 ⋅ 1) = 3.33 15: (1.5 ⋅ 1) = 10
5: (1.5 ⋅ 1.7) = 1.96 15: (1.5 ⋅ 1.7) = 5.88
2.2 Beoordeling trillingshinder (SBR-B) Trillingshinder wordt beoordeeld aan de hand van de maximaal optredende trillingen (V max) en het gemiddelde aan trillingen (Vper), vergelijkbaar met het maximale geluidsniveau en het langtijdgemiddelde geluidsniveau bij de beoordeling van geluid. Voor een aantal type trillingen en verschillende gebruiksfuncties (wonen, onderwijs, bijeenkomsten e.d.) staan in de richtlijn grensen streefwaarden voor maximaal optredende trillingen en gemiddelde trillingen. Voor herhaald voorkomende trillingen, zoals de trillingen ten gevolge van trampassages, wordt getoetst volgens figuur 2 met de streefwaarden uit tabel 2.
6
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
Draagconstructie
Monument
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
vmax < A1
ja
nee
Voldoet
vmax < A2 nee
ja
nee
ja
Voldoet niet
Vper < A3
nee figuur 2: procedure beoordeling van Vmax en Vper
tabel 2: streefwaarde voor herhaald voorkomende trillingen voor bestaande situaties. Trillingen in mm/s en in dB referentie 1 nm/s Gebouwfunctie Gezondheidszorg Wonen Onderwijs en kantoor Bijeenkomst Kritische werkruimte
Dag en avond (07:00-23:00) A1 A2 0.2 / 106 0.8 / 118 0.2 / 106 0.8 / 118 0.3 / 110 1.2 / 122 0.3 / 110 1.2 / 122 0.1 / 100 0.1 / 100
A3 0.1 / 100 0.1 / 100 0.15 / 104 0.15 / 104 -/-
Nacht (23:00-07:00) A1 A2 0.2 / 106 0.4 / 112 0.2 / 106 0.4 / 112 0.3 / 110 1.2 / 122 0.3 / 110 1.2 / 122 0.1 / 100 0.1 / 100
A3 0.1 / 100 0.1 / 100 0.15 / 104 0.15 / 104 -/-
Waarbij de streefwaarden zijn aangegeven door: A1 onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax [mm/s]/[dB] A2 bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax [mm/s]/[dB] A3 streefwaarde voor de trillingssterkte Vper [mm/s]/[dB] Overschrijding van de streefwaarden leidt tot een reële kans op hinder. Hoewel de waarden internationaal gezien redelijk streng zijn, zijn er nog steeds mensen die de trillingen onder de streefwaarden als hinderlijk kunnen ervaren.
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
tabel 3: beschrijving van de hinderkwalificatie bij verschillende trillingsniveaus Vmax [mm/s]
LVmax [dB]
Algemene hinderkwalificatie
< 0.1
< 100
Geen hinder
0.1 – 0.2
100 – 106
Weinig hinder (bestaande situaties)
0.2 – 0.8
106 – 118
Matige hinder
0.8 – 3.2 –
118 - 130
Hinder
> 3.2
> 130
Ernstige hinder
Voor het veranderen van het type trams wordt uitgegaan van een gewijzigde situatie. Deze manier van beoordelen is geen wettelijke verplichting, maar wordt vanuit de jurisprudentie vaak wel zo aangemerkt. Eerst wordt getoetst of in de huidige situatie voldaan wordt aan de streefwaarden “bestaande situatie”. Als de trillingen in de huidige situatie niet voldoen aan de streefwaarden “bestaande situatie”, moet ernaar gestreefd worden om in de nieuwe situatie wel aan deze streefwaarden te voldoen. Als de huidige situatie wel voldoet, dan gelden de heersende waarden als streefwaarden. Echter, hoeft er nooit strenger getoetst te worden dan de streefwaarden uit “nieuwe situatie”.
7
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
Bepaal vmax in de ongewijzigde situatie
Voldoet vmax aan de streefwaarden bestaand?
ja Streven: vmax en vper na wijziging niet meer dan vmax en vper voor wijziging. vmax en vper niet lager dan streefwaarden voor nieuwe
nee Streven: vmax en vper voldoen na wijziging aan streefwaarden bestaand
Als streven niet wordt gehaald: voldoet niet figuur 3: procedure beoordeling van Vmax en Vper
2.3 Beoordelingswijze bij trams in de gemeente Den Haag De beoordeling conform de procedure van de SBR-B richtlijn leidt tot een ‘stand-still’ situatie, waarin elke wijziging aan het type tram of de hoeveelheid (zelfs 1 per dag extra) leidt tot een overschrijding. Dit zou betekenen dat bij kleine wijzigingen in dit geval ingrijpende maatregelen getroffen moeten worden aan het spoor en/of de omgeving, ook als de trillingssterkten onder de streefwaarden van bestaande situaties blijft. Dit leidt tot vernietiging van kapitaal en verspilling van gemeenschapsgeld terwijl de effecten (mogelijk) niet merkbaar zijn. In overleg met de gemeente Den Haag is daarom een toetsingskader voor het programma INTHR opgesteld dat leidt tot een betere afweging tussen de te maken kosten en hinderbeperking.
De BTS-richtlijn stelt dat een toename van de trillingssterkte met 30% acceptabel geacht wordt omdat deze verschillen tussen trillingssterkten niet waarneembaar zijn. Dit is in lijn met geluidsonderzoeken waar een toename van 1,5 dB acceptabel geacht wordt. Deze bovengrens van 30% is internationaal gezien streng1. Aanvullend op de BTS-richtlijn geldt onverminderd de eis dat de vmax en vper moeten voldoen aan de grenswaarden voor bestaande situaties. Hiermee blijft de hinder voor bewoners acceptabel.
1
8
Zwitserland: 40%, Verenigde Staten: 41%, Verenigd Koninklijk 40%. In Duitsland is uit een laboratoriumstudie een voelbaarheidsdrempel van 25% vastgesteld maar bij dit onderzoek worden veel kanttekeningen geplaatst. Bron: artikelsgewijze toelichting BTS-richtlijn https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt2012-7532.html
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
Voor deze beoordeling is aansluiting gezocht bij de Beleidsregel trillingshinder spoor (BTS) welke door de Rijksoverheid opgesteld is voor het beheersen van trillingen ten gevolge van heavy rail. Hoewel de BTS opgesteld is voor heavy rail is deze eerder toegepast bij tramprojecten in de gemeente Amsterdam (Amsterdam Entree).
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
Primair gelden de volgende uitgangspunten bij de beoordeling van trillingshinder: 1 Er moet gestreefd worden naar het voldoen aan de uitgangspunten van de SBR-B richtlijn (figuur 4). Bij een spoorvervanging moet altijd voldaan worden aan de SBR-B richtlijn. 2 Wanneer het spoor niet vervangen wordt, mag om kapitaalvernietiging te voorkomen, getoetst worden aan een maximale toename van vmax en vper van 30% ten opzichte van de huidige situatie. Deze stap is in onderstaande figuur in het gele blok opgenomen. 3 Onverminderd moeten de vmax en vper na aanpassing voldoen aan de streefwaarden voor bestaande situaties.
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
Hiermee is de methode ook in lijn met de visie van de aanstaande Omgevingswet: “Er moet gestreefd worden naar een gezonde en veilige (fysieke) leefomgeving”.
figuur 4: procedure beoordeling van Vmax en Vper
Omdat op deze projectlocatie het spoor overal vervangen wordt moet in alle gevallen getoetst worden aan de SBR-B richtlijn.
9
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
Relatie met Omgevingswet In de Omgevingswet (Besluit kwaliteit leefomgeving; Bkl) worden grenswaarden voor trillingen door milieubelastende Activiteiten vastgesteld. Trillingen ten gevolge van weg- en railverkeer zijn echter nog steeds vrijgesteld van wettelijke toetsing. Ter illustratie is de bovenstaande beoordelingsmethode vergeleken met de standaard- en grenswaarden In relatie tot de standaardwaarden uit het Bkl. De bovenstaande beschreven methode van toetsing is strenger. Zo stelt het Bkl dat dezelfde standaardwaarden als nu voor bestaande situaties gelden. Het toetsingsregime voor nieuwe situaties of gewijzigde situaties is verdwenen. Hierdoor wordt niet gestreefd naar het minimaliseren van de trillingshinder en geldt dus ook geen maximale toename van 30%. Het staat de gemeente wel vrij om (per gebied en/of bronsoort) lagere standaardwaarden of 1.8x hogere grenswaarden vast te stellen.
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
10
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
3. Uitgangspunten 3.1 Rekenmethode De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma Geomilieu versie 2021.1 dat door DGMR ontwikkeld is. Deze software rekent met de trillingen met de volgende rekenmethode: • met behulp van de formule van Barkan (uitgebreid met berekeningen per frequentieband); • enkele CUR-richtlijnen; • overdracht van bodem naar fundatie en van fundatie naar vloer (H gebouw en Hfundatie). 3.2 Omgevingsmodel De gegevens die ten grondslag liggen aan de rekenmodellen zijn verkregen uit open datasets. tabel 4: gehanteerde bronnen voor het omgevingsmodel Itemtype
Bron
Peildatum
Gebouwen
Basisregistratie Adressen en gebouwen
januari 2022
Gebruiksfuncties
Basisregistratie Adressen en gebouwen en risicokaart
januari 2022
Bodemgebieden
Bestand grootschalige topografie
januari 2022
De ligging van de sporen in de huidige BGT en toekomstige situatie zijn verkregen uit tekeningen van de gemeente Den Haag (SO duinstraat.dwg). 3.3 Verkeersgegevens tram De intensiteiten van de tram zijn verkregen via HTM. Voor het trillingsmodel is uitgegaan van een rijsnelheid van 40 km/u om aan te sluiten bij de Handleiding Akoestisch Onderzoek van de omgevingsdienst Haaglanden (HAO-ODH). tabel 5: voertuigintensiteiten (per etmaal) over de hele doorsnede
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
Voertuig GTL-8 Avenio GTL-8 Avenio
Lijn Lijn 1 Lijn 11 Bijsturing Bijsturing
Dag 71 55 3 2
Avond 16 16 5 3
Nacht 15 10 16 7
De bijsturingsritten zijn verdeeld over de verschillende sporen (zie bijlage 1). In de toekomstige situatie worden alle GTL-voertuigen vervangen door voertuigen van het type Avenio (of gelijkwaardig) en blijven de intensiteiten gelijk. 3.4 Constructies Het tracé is in de huidige situatie uitgevoerd als kunststofplaatconstructie met harde railpads. In de toekomstige situatie wordt het spoor uitgevoerd met een kunststofplaatconstructie met zachte railpads. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat zachte railpads een gunstig effect hebben op de trilingsemissie. 3.5 Emissiecijfers trillingen In het kader van project INTHR is met de gemeente en HTM afgesproken om in het kader van de SBR-A richtlijn (schade) uit te gaan van een worst-case benadering. In deze worst-case benadering is uitgegaan van slecht onderhouden of beschadigd spoor of vervuiling (zoals takken, blikjes etc.) op het spoor. Daarom wordt geen onderscheid gemaakt tussen constructies, maar wel tussen trams. De emissiegetallen voor deze situatie staan in onderstaande tabel.
11
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
tabel 6: emissiegetallen in dB re 1 nm/s voor de parameter vtop voor de twee typen trams (worst-case scenario) Constructie
Railpad
Voertuig
8 Hz
16 Hz
31.5 Hz
63 Hz
125 Hz
Kunststofplaat Kunststofplaat Kunststofplaat
Zacht Hard Hard
Avenio Avenio GTL
89 85 80
100 100 99
100 112 110
103 98 98
86 95 98
tabel 7: emissiegetallen in dB re 1 nm/s voor SBR-B (vmax) - Uitgangspunt is een normaal onderhouden spoor Constructie Kunststofplaat Kunststofplaat Kunststofplaat
Railpad Hard Zacht Hard
Voertuig GTL Avenio Avenio
8 Hz 77 86 82
16 Hz 94 95 95
31.5 Hz 105 95 107
63 Hz 93 98 93
125 Hz 93 81 90
3.6 Pandeigenschappen De beoordeling van trillingen is sterk afhankelijk van factoren als monumentale status, vloeroverspanning, fundatie en gebruikte bouwmaterialen. Omdat het inventariseren van de gebouweigenschappen op grote schaal zeer intensief is, is voor de toetsing aan de SBR-A richtlijn uitgegaan van een worst-case benadering: • Alle gebouwen zijn categorie 2. • Alle gebouwen zijn op staal gefundeerd. De monumenten binnen het onderzoeksgebied zijn verkregen via de website van Monumentenzorg Den Haag. Voor deze woningen wordt een lagere grenswaarde gehanteerd. In onderstaande tabel is de trillingsoverdracht van bodem naar fundatie en van fundatie naar vloer weergegeven. tabel 8: gehanteerde gebouweigenschappen Hgebouw en Hfundatie in dB Hfundatie Hgebouw
2 Hz 0 0
4 Hz 0 0
8 Hz 0 0
16 Hz 0 0
32 Hz -2 0
63 Hz -4 0
125 Hz -4 0
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
12
1 Hz 0 0
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
4. Resultaten 4.1 SBR-A (schade aan gebouwen) De hoogste rekenwaarde van de trillingssterkte vd op de fundatie in de huidige situatie is 0.43 mm/s bij een grenswaarde van 3.33 mm/s op de panden aan de Duinstraat. In de toekomstsituatie wordt de hoogste rekenwaarde van de trillingssterkte 0.21 mm/s. Hiermee wordt dus ruim voldaan aan de SBR-A richtlijn voor dragende constructies. De hoogste rekenwaarde van de trillingssterkte vd op de ‘niet dragende constructies’ in de huidige situatie is 1.36 mm/s bij een grenswaarde van 10.00 mm/s. In de toekomstsituatie, neemt door de toepassing van zachtere railpads, de rekenwaarde van de maximale trillingssterkte af tot maximaal 0.58 mm/s. Hiermee wordt dus ruim voldaan aan de SBR-A richtlijn voor niet-dragende constructies. De volledige resultaten zijn weergegeven in bijlage 2. 4.2 SBR-B (hinder voor personen in gebouwen) In de huidige situatie wordt niet op alle woningen voldaan aan de streefwaarden voor bestaande situaties uit de SBR-B richtlijn. Bij deze woningen wordt de maximale streefwaarde A2 in de nachtperiode overschreden. Op andere woningen wordt de streefwaarde A 1 overschreden maar is de waarde van Vper lager dan streefwaarde A3, voor deze woningen wordt wel voldaan aan de streefwaarden voor bestaande situaties.
Voor de woningen waarbij wel aan de streefwaarde wordt voldaan geldt dat voor de toekomstige situatie getoetst moet worden aan de huidige situatie. Voor de woningen waarbij niet aan de streefwaarde wordt voldaan is getoetst aan de grenswaarde voor bestaande situaties.
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
In de toekomstige situatie voldoen alle waarden aan de SBR-B richtlijn. Op alle locaties is sprake van een afname van de trillingssterkte Vmax ten opzichte van de huidige situatie. De waarde voor Vmax is rond de kruising Duinstraat/Scheveningseweg hoger dan 0.2, maar hier voldoet de waarde Vper ruim. Voor de volledige resultaten verwijzen wij naar bijlage 3.
13
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
5. Conclusie In opdracht van de gemeente Den Haag heeft DGMR een trillingsonderzoek gedaan in het kader van de aanpassingen voor INTHR in de Duinstraat in Den Haag. De tramlijn wordt hier aangepast voor lagevloertrams. Om de trillingen te toetsen aan de SBR-B richtlijn zijn zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie in kaart gebracht. In verband met enkele oude en monumentale panden zijn de trillingen ook aan de SBR-A richtlijn voor schade aan gebouwen getoetst. In zowel de huidige als de toekomstige situatie wordt ruim voldaan aan de grenswaarden uit de SBR-A richtlijn. In de huidige situatie wordt niet op alle panden voldaan aan de SBR-B richtlijn. Op de panden waar niet aan de streefwaarden voor bestaande situaties wordt voldaan, wordt voor de toekomstige situatie gestreefd om wel aan deze waarden te voldoen. Voor de panden die in de huidige situatie wel aan de streefwaarden voldoen, gelden de heersende waarden als streefwaarden. In de toekomstige situatie neemt op alle panden de trillingssterkte, door toepassing van de zachtere railpads, af. Daarmee wordt voor alle panden voldaan aan de SBR-B richtlijn.
ir. M.H.J. (Mark) Bakermans DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
14
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
Bijlage 1 Titel
Intensiteiten
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
Etmaalintensiteiten over gehele doorsneden (maximale dag) Punt 1 2 3 4 5 6
Huidige situatie (2021) [GTL-8 / Avenio] Dag Avond Nacht 0/57 0/19 0/17 0/55 0/16 0/10 3/55 5/16 16/10 0/2 0/3 0/7 3/0 5/0 16/0 3/2 5/3 16/7
Toekomst (2032) alleen Avenio Dag Avond 57 19 55 16 58 21 2 3 3 5 5 8
Nacht 17 10 26 7 16 23
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
Bijlage 2 Titel
Resultaten SBR-A richtlijn (kans op schade)
M.2021.1269 INTHR Duinstraat - Trillingsonderzoek
INTHR Duinstraat Toetsing aan SBR-A richtlijn. Alle trillingssterkten in mm/s Aantal overschrijdingen
0
0
0
Fundatie Naam
Omschrijving
t55 t54 t53 t50 t49 t48 t47 t46 t45 t44 t43 t42 t41 t40 t35 t34 t33 t32 t31 t30 t29 t28 t27 t26 t25 t24 t23 t22 t21 t20 t19 t18 t17 t16 t15 t13 t12 t11 t10 t7 t6 t5 t4 t3 t2 t1
Scheveningseweg 126 Duinstraat 2 Duinstraat 2 Duinstraat 6 Duinstraat 6 Duinstraat 10 Duinstraat 10 Duinstraat 10 Doornstraat 2 Duinstraat 14 Duinstraat 14 Duinstraat 18 Duinstraat 18 Duinstraat 18 Westduinweg flat Westduinweg flat Westduinweg flat Westduinweg 262 Westduinweg 270 Zeelsuisweg 4 Zeesluisweg 6 Zeesluisweg 6 Duinstraat 21 Duinstraat 21 Schipperplein 4 Schipperplein 4 Duinstraat 19 Duinstraat 19 Duinstraat 19 Zwaardstraat appartementen Zwaardstraat appartementen Zwaardstraat appartementen Zwaardstraat appartementen Duinstraat 17 Duinstraat 17 Duinstraat 15 Duinstraat 15 Duinstraat 11 Duinstraat 11 Duinstraat 7 Duinstraat 5 Duinstraat 5 Duinstraat 3 Duinstraat 3 Prins Willemstraat 41 Prins Willemstraat 41
Bestand: Resultaten Trillingsonderzoek INTHR Duinstraat.xlsx Blad: Resultaten SBR-A
Categorie Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2
Monument Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Vr Grenswaarde 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 1.96 1.96 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33 3.33
Vd Huidig 0.42 0.43 0.43 0.43 0.43 0.43 0.37 0.37 0.34 0.42 0.43 0.43 0.43 0.35 0.14 0.13 0.08 0.06 0.08 0.10 0.13 0.13 0.16 0.18 0.16 0.14 0.22 0.22 0.24 0.32 0.32 0.34 0.32 0.27 0.27 0.27 0.27 0.43 0.43 0.30 0.30 0.43 0.43 0.35 0.27 0.24
0
Onderdelen Vd Toekomst 0.21 0.21 0.21 0.21 0.21 0.21 0.18 0.18 0.16 0.19 0.19 0.19 0.21 0.16 0.10 0.08 0.06 0.06 0.06 0.08 0.08 0.06 0.14 0.13 0.11 0.10 0.18 0.21 0.18 0.14 0.14 0.16 0.16 0.13 0.13 0.13 0.13 0.21 0.21 0.14 0.14 0.19 0.19 0.16 0.13 0.11
Vr Grenswaarde 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 5.88 5.88 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00 10.00
Vd Huidig 1.280 1.328 1.328 1.360 1.360 1.360 1.136 1.152 1.072 1.296 1.328 1.328 1.328 1.104 0.464 0.384 0.272 0.192 0.240 0.304 0.368 0.384 0.512 0.560 0.512 0.448 0.688 0.688 0.768 0.976 0.992 1.040 0.976 0.848 0.864 0.848 0.864 1.344 1.344 0.944 0.928 1.360 1.360 1.072 0.864 0.768
Vd Toekomst 0.560 0.576 0.576 0.576 0.576 0.576 0.480 0.480 0.432 0.512 0.528 0.544 0.544 0.464 0.240 0.208 0.160 0.144 0.176 0.192 0.208 0.176 0.368 0.336 0.272 0.240 0.480 0.528 0.464 0.416 0.416 0.448 0.416 0.352 0.368 0.352 0.352 0.544 0.544 0.384 0.384 0.544 0.544 0.432 0.336 0.304
Pagina 1 van 1
INTHR Duinstraat - onderzoek trillingen
Bijlage 3 Titel
Resultaten SBR-B richtlijn (hinder voor personen)
k:\doc\m\2021\126900\m2021126900r002v2 (trillingen).docx 30-03-2022
M.2021.1269 INTHR Duisntraat - Trillingen
INTHR Duinstraat Toetsing aan SBR-B richtlijn. Alle trillingssterkten in mm/s
vmax > A1
16 Grenswaarde bestaande situatie
Naam t55 t54 t53 t50 t49 t48 t47 t46 t45 t44 t43 t42 t41 t40 t35 t34 t33 t32 t31 t30 t29 t28 t27 t26 t25 t24 t23 t22 t21 t20 t19 t18 t17 t16 t15 t13 t12 t11 t10 t7 t6 t5 t4 t3 t2 t1
Omschrijving Scheveningseweg 126 Duinstraat 2 Duinstraat 2 Duinstraat 6 Duinstraat 6 Duinstraat 10 Duinstraat 10 Duinstraat 10 Doornstraat 2 Duinstraat 14 Duinstraat 14 Duinstraat 18 Duinstraat 18 Duinstraat 18 Westduinweg flat Westduinweg flat Westduinweg flat Westduinweg 262 Westduinweg 270 Zeelsuisweg 4 Zeesluisweg 6 Zeesluisweg 6 Duinstraat 21 Duinstraat 21 Schipperplein 4 Schipperplein 4 Duinstraat 19 Duinstraat 19 Duinstraat 19 Zwaardstraat appartementen Zwaardstraat appartementen Zwaardstraat appartementen Zwaardstraat appartementen Duinstraat 17 Duinstraat 17 Duinstraat 15 Duinstraat 15 Duinstraat 11 Duinstraat 11 Duinstraat 7 Duinstraat 5 Duinstraat 5 Duinstraat 3 Duinstraat 3 Prins Willemstraat 41 Prins Willemstraat 41
0
Huidige situatie
Grenswaarde nieuwe situatie
0
0
Voldoet bestaand
kader DH1
Toekomstige situatie
Functie
A1,da
A2,da
A3,da
A1,n
A2,n
A3,n
Vmax
Voldoet
A1,da
A2,da
A3,da
A1,n
A2,n
A3,n
Toets aan
Vmax
Voldoet SBR-B
Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen
0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2
0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0.8
0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1
0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2
0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4
0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1
0.46 0.48 0.47 0.48 0.49 0.49 0.41 0.41 0.38 0.46 0.47 0.47 0.47 0.39 0.17 0.14 0.10 0.07 0.08 0.11 0.13 0.14 0.18 0.20 0.18 0.16 0.25 0.25 0.28 0.35 0.35 0.37 0.35 0.30 0.31 0.30 0.31 0.48 0.48 0.34 0.33 0.49 0.49 0.38 0.31 0.28
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Ja Nee Nee Ja Ja Ja
0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1
0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.4
0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05
0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1 0.1
0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2 0.2
0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05
Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Huidig Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Huidig Bestaand Bestaand Huidig Huidig Bestaand Bestaand Huidig Huidig Huidig
0.20 0.21 0.21 0.21 0.21 0.21 0.18 0.17 0.16 0.19 0.19 0.20 0.20 0.17 0.08 0.07 0.05 0.04 0.05 0.06 0.07 0.07 0.08 0.09 0.09 0.08 0.11 0.11 0.12 0.15 0.15 0.16 0.15 0.13 0.13 0.13 0.13 0.20 0.20 0.14 0.14 0.20 0.20 0.16 0.12 0.11
Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Voldoet
1
Het kader van gemeente Den Haag gaat er vanuit dat ten alle tijden gestreefd moet worden om te voldoen aan de SBR-B richtlijn. Een toename van 30% is toegestaan onder voorwaarde dat de trillingssterkte na wijziging voldoet aan de kaders voor bestaande situaties
2
De waarden voor Vper zijn niet opegenomen in deze tabel. De waarde van Vper voldoet bij relatief lage intensiteiten altijd wanneer Vmax voldoet
Bestand: Resultaten Trillingsonderzoek INTHR Duinstraat.xlsx Blad: Resultaten SBR-B
Pagina 1 van 1