CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312931 Bijlage 2 Begroting VRH 2023 AB versie 1 1 getekend Geredigeerd

Commissie Bestuur 16 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Veiligheid8.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEERJARENBEGROTING 2023 – 2026

‘verbindend vakmanschap in veiligheid en zorg’

Bezoekadres Dedemsvaartweg 1 - 2545 AP Den Haag / Postbus 52155 - 2505 CD Den Haag

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3

Algemeen (blz 2) Inleiding Doelstelling Taken

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Beleidsmatige ontwikkelingen (blz 5) De veiligheidsregio Brandweer Rampenbestrijding en crisisbeheersing GHOR Meldkamers (GnkM en MKB) Gemeentelijke crisisbeheersing

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Programma Veiligheid (blz 9) Raming van lasten en baten Toelichting op grondslagen Financiële ontwikkelingen Financiën in hoofdlijnen

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Paragrafen (blz 14) Gemeentelijke bijdrage Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Overzicht van baten en lasten en toelichting van programmaonderdelen (blz 28) Brandweerzorg Crisisbeheersing en rampenbestrijding Meldkamer brandweer (MKB) Geneeskundige meldkamer (GnkM) Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Gemeentelijke crisisbeheersing Overhead

6

Vaststelling meerjarenbegroting 2023-2026 (blz 47)

7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Bijlagen (blz 48) Kostenverdeelstaat Verdeling naar taakvelden Inkomensoverdracht van het Rijk Investeringsplan Liquiditeitsplanning Reserves en voorzieningen Geprognotiseerde balans EMU saldo Afkortingenlijst

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

1

1. 1.1

Algemeen Inleiding

Voor u ligt de meerjarenbegroting 2023-2026 van de gemeenschappelijke regeling GR Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De VRH is een door de Wet Veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. Nederland telt in totaal 25 veiligheidsregio’s, waarbij elke regio anders is georganiseerd en andere taken kent. Voor de VRH geldt dat deze regionaal de belangen behartigt op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening. Brandweerzorg In Haaglanden is sprake van één regionaal korps: Brandweer Haaglanden. Binnen de gehele regio ontvangt elke gemeente vergelijkbare brandweerzorg. Voor het 24/7 bestrijden van incidenten bestaat de operationele dienst uit beroepsmedewerkers en vrijwilligers, verdeeld over 23 kazernes. Beiden worden ingezet voor de dagelijkse brandweerzorg, waarbij specialistische taken bij beroeps zijn belegd. De vrijwilligers zijn van groot belang voor het borgen van de slagkracht die nodig is voor de bestrijding van grote en langdurige incidenten. Naast incidentbestrijding is ook risicobeheersing een hoofdtaak. Jaarlijks wordt hiervoor een uitvoeringsprogramma vastgesteld in overleg met de gemeenten. Ook worden de taken van de meldkamer brandweer uitgevoerd.

Geneeskundige hulpverlening De ‘kolom’ Geneeskundige hulpverlening van de VRH bestaat uit de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en de geneeskundige meldkamer (GnkM), die ook de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) omvat. De GHOR is o.a. verantwoordelijk voor de inzet en coördinatie van het optreden van de geneeskundige (hulp)diensten bij incidenten. Dat betreft onder meer ambulancediensten, ziekenhuizen, huisartsen en GGD. De geneeskundige meldkamer omvat mede de MKA die, op basis van een SLA met de Regionale Ambulancevoorziening (RAV), de ambulancemeldingen verwerkt. Naast een gemeenschappelijke regeling is de VRH ook een regionaal samenwerkingsverband met betrekking tot gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding en crisisbeheersing (‘multidisciplinaire samenwerking’). Gemeentelijke crisisbeheersing Sinds 2010 zijn de gemeentelijke processen zoveel mogelijk geüniformeerd, waardoor de 9 gemeenten als één kolom (de ‘oranje’ kolom genoemd) optreden m.b.t. bevolkingszorg. Hoewel deze ‘kolom’ geen deel uitmaakt van de VRH als gemeenschappelijke regeling, is deze activiteit wel in deze begroting opgenomen omdat deze kolom via de VRH-begroting wordt gefinancierd.

Rampenbestrijding en crisisbeheersing In regionaal verband werken de brandweer, geneeskundige kolom, gemeentelijke crisisbeheersing en de eenheid Den Haag van de Nationale Politie samen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hierbij wordt de focus primair gelegd op het dagelijkse werk van de hulpdiensten (“99% van het werk”), en vindt de voorbereiding op rampen en crises als een afgeleide daarvan plaats. Op deze manier wordt voorkomen dat de voorbereiding op rampen en crises op zichzelf staat en onvoldoende aansluit bij het werk van de hulpdiensten. De 4 kolommen vormen de vaste kern van de multidisciplinaire samenwerking, maar deze samenwerking wordt waar nodig per onderwerp verbreed met andere partners, zoals waterschappen. Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

2

Toelichting op de begroting Het bestuur van de VRH heeft bij de behandeling van voorliggende begroting de kaders1 die zijn aangedragen door de wethouders Financiën (namens de colleges in de regio Haaglanden) volledig overgenomen. De begroting van de VRH is – op basis van bovenstaande kaderbrief – gebaseerd op de meest recente cijfers die het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan publiceert (maart 2022). Echter, net als alle burgers, bedrijven en overheidsinstellingen krijgt ook de VRH te maken met steeds verder stijgende kostprijzen. Dit vertaalt zich op dit moment praktisch door in prijsstijgingen van 30% voor energie en van 15% voor huisvesting, onderhoud en vervangingsinvesteringen (zoals voor een tankautospuit, het basisvoertuig van de brandweer). Mede door de huidige geopolitieke ontwikkelingen is op dit moment sprake van meer onzekerheid over de toekomstige prijsontwikkeling. De begroting van de VRH wordt voor veruit het grootste deel – namelijk 88% – gefinancierd door gemeenten (inwonerbijdrage). Het huidige verdeelmodel vormt hiervoor de basis. Zoals toegelicht in de kaderbrief, wordt het verdeelmodel dit jaar (2022) geëvalueerd. Vanuit het Rijk wordt 5% via de Brede doeluitkering rampenbestrijding (Bdur) bijgedragen aan rampenbestrijding. In de VRH-begroting is het onderscheid tussen taken en deze Bdurfinanciering verder vormgegeven.

Dit is noodzakelijk omdat veiligheidsregio’s in toenemende mate een rol toegedeeld krijgen in de landelijke crisisstructuur en de uitvoering van vraagstukken die de regiogrens overstijgen. Dit is een ontwikkeling die nadrukkelijk samenhangt met de opvolging die landelijk wordt gegeven aan de uitkomsten van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur van de VRH heeft – naar aanleiding van verzoeken vanuit diverse gemeenteraden – aangegeven om bezuinigingsmogelijkheden inzichtelijk te maken. Deze eerdere toezegging is ook opgenomen in de kaderbrief. Het bestuur van de VRH zal later dit jaar de eventuele mogelijkheden bespreken, waarbij nadrukkelijk ook bovenstaande landelijke ontwikkelingen en de eerder genoemde ontwikkeling van de inflatie worden meegenomen.

1 Kaderbrief begroting 2022 gemeenschappelijke regelingen.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

3

1.2

Doelstelling

Verbindend Vakmanschap in Veiligheid en Zorg Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar voor veiligheid en zorg in de regio. Zij bundelt hiervoor de krachten van verschillende partners om samen goed voorbereid te zijn op dagelijkse, maar ook op grootschalige incidenten en deze slagvaardig te bestrijden. Daarbij treedt de VRH op als regisseur bij het organiseren en uitvoeren van de hulpverlening. De doelstelling is verwoord in artikel 2, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). De Veiligheidsregio Haaglanden behartigt de belangen van de gemeenten op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening.

1.3

Taken

De taken van de VRH staan benoemd in artikel 3 van de GR. Aan het Algemeen Bestuur worden de taken overgedragen zoals genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. In aanvulling op de taken die de Veiligheidsregio op het basisniveau voor gemeenten verricht op grond van artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit veiligheidsregio’s (basispakket), kan per gemeente worden overeengekomen dat de Veiligheidsregio ten aanzien van deze taken een hoger voorzieningenniveau levert (pluspakket). In artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s staan de volgende taken: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid (brandweerzorg); d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i.

het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

4

2

Beleidsmatige ontwikkelingen

2.1

De veiligheidsregio

De beleidsmatige ontwikkelingen binnen de VRH spelen zich af binnen de kolommen (brandweer, geneeskundige hulpverlening, gemeentelijke crisisbeheersing en in het verlengde daarvan de multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing, alsook de gemeenschappelijke meldkamer). In de hierna volgende paragrafen worden deze ontwikkelingen nader toegelicht. 2.2

Brandweer

Brandweer Haaglanden heeft in 2020 het meerjarenbeleidsplan ‘Verantwoord doorontwikkelen’ voor de duur van vijf jaar vastgesteld. Maatschappelijk gezien vinden op hoog tempo ontwikkelingen plaats die leiden tot nieuwe risico’s en een veranderende hulpvraag vanuit de samenleving. In het meerjarenbeleidsplan zijn de maatschappelijke ontwikkelingen vertegenwoordigd door drie thema’s; verdichting, energietransitie en duurzame inzetbaarheid. Om ervoor te zorgen dat deze maatschappelijke ontwikkelingen verantwoord kunnen plaatsvinden, wordt ingezet op de doorontwikkeling van materieel en procedures én het blijven investeren in de ontwikkeling van kennis. Het is noodzakelijk om deze koers voort te zetten, om een brandweer van waarde te blijven in een brede maatschappelijke context en brandweerzorg op niveau te kunnen blijven continueren. De afgelopen periode is met betrekking tot verdichting en energietransitie geïnvesteerd in het verder in kaart brengen van de regionale risico’s. Dit betekent voor verdichting dat in eerste instantie is onderzocht welke effecten het verdichten van de regio heeft én welke factoren hiervan voor (het werk van) de brandweer van belang zijn.

Onderscheid is gemaakt in fysieke, infrastructurele en sociale effecten, zoals de verscheidenheid aan verdichte bebouwing, de toename van verkeer en vervoer, segmentatie en fragmentatie en de toename van kwetsbare personen. De komende jaren zullen in het teken staan van het maken van de vertaalslag van deze risico’s naar het werk van de brandweer; op welke wijze moet en kan de brandweer zich aanpassen aan de effecten die de verdichting met zich meebrengt. Op het gebied van het thema energietransitie is reeds gestart met het maken van de vertaalslag van landelijke doelen naar regionale ambities. De focus ligt op het structureel borgen van veiligheid in een veranderende wereld, de transitie van energietransitie als nieuwe ontwikkeling naar ‘business as usual’ en het zijn van een professionele kennispartner. Dit betekent voor de Veiligheidsregio Haaglanden dat we volop inzetten om zowel in de adviseursrol als in de daadwerkelijke incidentbestrijding ‘upto-date’ te blijven als het gaat om ontwikkelingen binnen de energietransitie. Het aanhouden van COVID-19 heeft daarnaast al gedurende enige tijd invloed op de brandweer. Binnen de organisatie hebben fasen van lockdown en fasen van heropstart elkaar afgewisseld. Ook de komende periode zal de coronapandemie nog vragen om continue flexibiliteit van de organisatie.

De VRH zal ook in deze periode investeren om in het kader van risicobeheersing een prominente gesprekspartner en adviseur van de gemeenten te blijven. Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Risicobeheersing blijft het handvat voor de gemeenten voor de activiteiten op dit vakgebied. Aankomende wet- en regelgeving beïnvloedt de uitvoeringspraktijk voor de afdeling Risicobeheersing. Met name de op komst zijnde Omgevingswet is van invloed op het proces, de instrumenten en tot op zekere hoogte ook op de risicobeheersingstaken. Het programma Omgevingsrechtproof Risicobeheersing geeft verdere invulling aan alle randvoorwaarden die voor de afdeling Risicobeheersing noodzakelijk zijn om te werken met de nieuwe wetgeving. De Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 5 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

speerpunten: de adviesrol nieuwe stijl, informatievoorziening en de borging in beleid, geven richting aan de opgave. Voor de informatievoorziening gaat de afdeling door met de implementatie en de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het DSO ondersteunt de interactie tussen overheid en samenleving. Het bestaat in ieder geval uit: a) publicatie van omgevingsdocumenten, b) informatie op de kaart over fysieke omgevingskwaliteit en van toepassing zijnde regels, c) informatie over meldings- en vergunningsplicht voor een specifieke activiteit op een specifieke locatie, en d) een digitaal loket voor vergunningaanvragen en meldingen. Verdichting in de steden is regionaal en lokaal in ontwikkeling. Dit resulteert in bouwwerken die dichter op elkaar staan, hoogbouw, complexe inrichting en functiemenging. De energietransitie ontwikkelt in een dermate tempo dat veiligheidsmaatregelen in regelgeving ongelijklopen/ achterlopen op dit tempo. De energietransitie en verdichting is topprioriteit voor de brandweer en daarmee voor risicobeheersing. Gevolgen worden gemonitord, onderzocht en ondergebracht in de veiligheidsadvisering. Deze advisering vindt in toenemende mate risicogericht plaats. Daarmee worden de risico’s geduid en de gemeenten en initiatiefnemers geadviseerd verder te kijken dan het minimale regelgevingsniveau.

Dit zodat de brandweer bij een incident in deze complexere omgeving- en bouwwerken niet voor een onmogelijke taak komt te staan en de gebruikers veilig kunnen ontvluchten. 2.3

Rampenbestrijding en crisisbeheersing

In regionaal verband werken de brandweer, de GHOR, de gemeenten en de Politie Eenheid Den Haag projectmatig en flexibel samen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Door regionaal samen te werken, wordt ervoor gezorgd dat de hulpdiensten en gemeenten zo effectief mogelijk reageren op een ramp of crisis. Ter voorbereiding op de incidenten en crises die een multidisciplinair en veelal grootschalig optreden vergen, beschikt de VRH over een Regionaal Risicoprofiel, een Beleidsplan Rampenbestrijding en Crisisbeheersing en een Regionaal Crisisplan. De nieuwe beleidsperiode van deze plannen zal in 2023 starten. De (geactualiseerde) plannen zullen in 2023 aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden. In het beleid wordt rekening gehouden met ontwikkelingen in de samenleving en binnen het vakgebied. De samenleving wordt steeds complexer en dit vraagt een grote mate van veerkracht van de functionarissen en de crisisorganisatie. Goede samenwerking kan het effect van een ramp of crisis beperken en bijdragen aan de continuïteit van de samenleving. Daarom heeft de veiligheidsregio samenwerking hoog in het vaandel staan, vanuit ieders verantwoordelijkheid. De regionale samenwerking zorgt er daarnaast voor dat de voorbereiding blijft aansluiten op het reguliere werk van de hulpdiensten.

Wanneer de situatie daarom vraagt, wordt deze samenwerking uitgebreid naar andere crisispartners. In navolging van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s, zal het kabinet – met behoud van het goede – een toekomstbestendig, samenhangend stelsel voor de crisisbeheersing en brandweerzorg realiseren. Als een gevolg van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s en allerhande maatschappelijke ontwikkelingen is het waarschijnlijk dat de druk op de multisamenwerking en crisisbeheersing zal toenemen. Dit zal gevolgen hebben voor de hoeveelheid en invulling van het werk. Deze ontwikkelingen worden op de voet gevolgd.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

6

2.4

GHOR

De GHOR is integraal onderdeel van het systeem van veiligheidszorg in Nederland. Voor een goede hulpverlening moet zij zorg dragen voor een effectieve en efficiënte samenwerking tussen de zorgketen en de fysieke veiligheidspartners: brandweer, politie en gemeenten. Deze publieke taak wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Bestuur en het opperbevel van de burgemeester (lokale rampen en crises) of de voorzitter van de Veiligheidsregio (bovenlokale rampen en crises). Hiermee is de GHOR hét aanspreekpunt voor het Openbaar Bestuur bij kwesties op het gebied van opgeschaalde acute en publieke zorg. De GHOR houdt overzicht over de partijen die hierin een rol spelen, monitort zorgcontinuïteit in de regio en coördineert bij zorgschaarste. Zij doet dit met oog voor het belang van de groep. De GHOR heeft hiermee een publieke taak in de semi-publieke omgeving van de gezondheidszorg. De samenleving verandert snel en is complexer aan het worden. Dit geeft uitdagingen die invloed hebben op de wijze waarop de GHOR denkt invulling te geven aan haar opdracht. Belangrijk, het komende jaar, voor de positie van de GHOR zijn de uitkomsten van de evaluatie Wet Veiligheidsregio’s.

Op dit moment is het kabinetsstandpunt met betrekking tot de conclusies van de evaluatiecommissie nog niet bepaald en is men in afwachting van wat ook de evaluatie van de Covid crisis ons gaat leren over de rol en de positie van de GHOR bij een dergelijke crisis. Thema’s voor de volgende beleidsperiode Om flexibel te kunnen reageren op wat zich voordoet, is het noodzakelijk dat reeds proactief, in de koude fase, geïnvesteerd wordt in relevante netwerken, zodat stevige relaties zijn opgebouwd. De GHOR gaat het netwerkmanagement dan ook verder vormgeven en uitbreiden de komende beleidsperiode. Met het thema “verbreden van het netwerk” richt de GHOR zich de komende jaren op het aansluiten bij bestaande en nieuwe netwerken, het vormen van nieuwe samenwerkingsverbanden en het verrichten van onderzoek naar dynamische samenwerkingsverbanden over (regio)grenzen heen. Vanuit het feit dat de maatschappij digitaliseert en er een overload aan data op instellingen af komt, is het de ambitie van de GHOR om deze data om te zetten in bruikbare integrale informatie die tijdens crisis of gebruikt wordt bij de sturingsvraagstukken of prospectief inzicht biedt. De COVID-19 crisis heeft de behoefte aan een 24/7 actueel en gedeeld geneeskundig beeld meer dan bevestigd.

Met het thema “de GHOR creëert een actueel en gedeeld (geneeskundig) beeld” heeft de GHOR als doel te groeien naar een informatieknooppunt door aan te sluiten op bestaande en toekomstige informatiesystemen in de zorg en veiligheidsregio’s om zodoende een actueel en gedeeld geneeskundig beeld te creëren en proactief te monitoren en waar mogelijk te sturen. Daarnaast kan het omzetten van data naar een voorspellende waarde voor belangrijke stakeholders inzicht verschaffen om uitspraken te kunnen doen over mogelijke scenario’s en trends. 2.5

Meldkamers (GnkM en MKB)

Het Transitieakkoord (TA) ‘Meldkamer van de Toekomst’ uit 2013 is nu in de eindfase beland. De LMS zal in de ‘bouwplaats’ periode (2020 – 2022) de gezamenlijke meldkamers verder gestalte geven. Gedurende die tijd zullen de rafelranden als gevolg van de overgang verder worden afgehecht. In dit kader zal de meldkamer in 2022 starten met de overgang naar het LMS-platform en zal helder worden wat de VRH-opschalingsruimten gaan kosten. Er lopen nu een aantal projecten zoals herinrichting van de 9e verdieping. De VRH heeft middelen gereserveerd voor zowel de afhechting van de rafelranden als voor het optimaliseren van de meldkamerfunctie. Bij de producten is dit nader toegelicht.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

7

Met de overdracht van het beheer zijn afspraken gemaakt om zaken als gezag en governance te waarborgen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de regeling hoofdlijnen beleid en beheer meldkamers, die samen met de wet Wijziging meldkamers geldt vanaf 1 juli 2020. Sinds 1 januari 2021 is de nieuwe Wet ambulancevoorzieningen in werking getreden. Op dit moment voert de geneeskundige meldkamer van de VRH meldkamertaken uit in opdracht van de (coöperatie) Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Haaglanden. De afspraken over deze uitvoering zijn vastgelegd in een Service Level Agreement (SLA). Feitelijk fungeert de VRH hiermee als onderaannemer van het RAV. Als gevolg van de nieuwe Wet ambulancevoorzieningen is het voor RAV’s echter niet meer toegestaan om voor de meldkamerfunctie een onderaannemer in te schakelen. De RAV en VRH hebben uitgesproken dat de huidige uitvoering van de meldkamertaak wordt gecontinueerd totdat een oplossing is bereikt. Aan deze oplossing wordt thans gezamenlijk gewerkt, waarbij het VRH-bestuur belang hecht aan publieke borging en een multidisciplinaire organisatie van de geneeskundige meldkamerfunctie. In dit kader wordt verkend of de VRH lid kan worden van de coöperatie RAV Haaglanden. 2.6

Gemeentelijke crisisbeheersing

De evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s heeft geleid tot een aantal aanbevelingen die ook de gemeentelijke crisisbeheersing raken. Landelijk wordt de uitwerking van deze aanbevelingen vormgegeven in het programma ‘Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’, dat wordt geleid door het ministerie van JenV en een project ‘Uniform kwaliteitsniveau Bevolkingszorg’ dat hier aan gekoppeld is. In 2023 zal duidelijk worden wat de definitie wordt van gemeentelijke crisisbeheersing in relatie tot bevolkingszorg, welke prestaties geformuleerd worden t.a.v. uniformiteit en kwaliteit en hoe dit zijn beslag zal krijgen in voorstellen tot aanpassing van de Wet. De uitwerking en implementatie van regionale visie op gemeentelijke crisisbeheersing gaat daarnaast onverminderd voort. Waar nodig en mogelijk zal de verbinding met de landelijke trajecten gelegd worden.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

8

Vlottende activa en passiva - Vlottende activa en passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen worden gewaardeerd onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Reserves De VRH kent (naast specifieke bestemmingsreserves) een aantal reserves. - Algemene reserve betreft het eigen vermogen (weerstandscapaciteit) van de VRH. Overheadtoerekening en vernieuwing BBV De meerjarenbegroting is vervaardigd volgens het vernieuwde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De wijzigingen richten zich met name op: - de opname van uniforme taakvelden (zie bijlage 7.2); - meer inzicht in de kosten van overhead (zie 5.7 overzicht overhead); - opnemen van een geprognotiseerde balans en het EMU-saldo (zie bijlagen 7.7 en 7.8). In deze begroting is een overzicht Overhead opgenomen. Een gevolg van de voorschriften is dat er tussen de producten een andere verrekening ontstaat. De PIJOFACH-kosten (Personeel, Informatievoorziening, Juridisch, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting) worden niet verdeeld over de producten, maar verantwoord op het overzicht overhead. De kazernes worden conform landelijke richtlijnen toegerekend aan het primair product. Daarnaast worden leidinggevenden volgens de BBV als overhead aangemerkt. Ook deze lasten staan gerubriceerd onder het overzicht Overhead.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

11

3.4

Financiën in hoofdlijnen

Om snel inzicht te geven in de geldstromen van de VRH twee grafieken. Aan welke producten geven we het uit? De grafiek geeft weer dat 73% van het geld naar brandweerzorg gaat. De overige producten krijgen samen 27%. Grafiek 1. Aandeel uitgaven producten

Aandeel uitgaven per producten 17% 1% 3% 2% 2% 2%

73%

Brandweerzorg

Crisisbeheersing

GHOR

MKB

GMK

Gemeentelijke crisisbeh.

Overhead

En wat voor kosten betreft het? De personeelskosten (incl. FLO) zijn met bijna 64% de grootste post. De kosten van de 2e loopbaan als onderdeel van de overgangsregeling zijn hier nog niet begroot. De overige 31% betreft kapitaallasten en goederen en diensten. Grafiek 2. Aandeel uitgaven kostensoorten

Aandeel uitgaven naar kosten 25% 6%

64% 5%

Personeelskosten Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

Overgangsregeling FLO 13

Kapitaallasten

Goederen en diensten

4

Paragrafen

4.1

Gemeentelijke bijdrage

De gemeentelijke bijdrage is veruit de grootste inkomstenbron voor de VRH. Grafiek 3 geeft weer dat in totaal 88% van de inkomsten door de gemeenten wordt betaald. Ook het Rijk draagt bescheiden bij via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR). Deze bedraagt in totaal 8% waarvan 5% de bijdrage voor rampenbestrijding en 3% voornamelijk BTW compensatie betreft. Grafiek 3. Aandeel inkomsten stakeholders

Aandeel inkomsten van stakeholders 1%

8%

Gemeenten

RAV

3%

88%

Rijk

Overigen

De gemeentelijke bijdrage is voor 2023 geïndexeerd met 2,99% (€2.822.000).Deze berekening volgt uit de CEP cijfers van het CPB van 9 maart 2022. De trend voor voorgaande jaren is met 2,13% (€ 1.967.000) bijgesteld. Dit houdt per saldo in een stijging van € 4.789.000. In de begroting 2023 is sprake van een bijdrage per inwoner variërend tussen € 61,17 voor Midden Delfland (landelijk) en € 93,56 voor Den Haag (grootstedelijk). De inwonerbijdrage van Delft (stedelijk) bedraagt met € 85,84 ongeveer het gemiddelde van de inwonerbijdrage. De bijdrage van de gemeenten volgt de ontwikkeling van het aantal inwoners. De stijging van het aantal inwoners in Haaglanden bedraagt bijna 1% (10.937 inwoners). Het AB heeft bij de vaststelling van het verdeelmodel besloten dat hiervan 25% wordt doorberekend. Dit resulteert in een stijging van de bijdrage met € 238.000. Hieruit worden regionale ontwikkelingen bekostigd.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

14

Realistisch oefenen Bij de vaststelling van de jaarrekening 2018 (AB april 2019) is een reserve ingesteld voor realistisch oefenen. Eén maal per twee á drie jaar wordt het gehele repressieve personeel realistisch geoefend. Via deze bestemmingsreserve worden de kosten geëgaliseerd over de jaren. Bestemmingsreserve verkorte levensduur tankautospuiten Bij de vaststelling van de jaarrekening 2017 (AB april 2018) is een reserve ingesteld om de technische problemen met de levensduur van een aantal tankautospuiten op te lossen. De afschrijvingstermijn van de betreffende tankautospuiten is met 3 jaar verkort van 15 naar 12 jaar. Dit heeft tot gevolg dat een aantal jaren sprake is van extra afschrijvingskosten. Bestemmingsreserve affinancieren operationele officieren Het AB heeft in januari 2020 besloten tot de affinanciering van de operationele officieren. Vanwege het verhogen van de AOW leeftijd en het vervallen van de levensloopregeling per 1-12022 is besloten het FLO-overgangsrecht aan te passen. In het nieuwe FLO-overgangsrecht 2018 (hoofdstuk 9f CAR/UWO) is de 60-jarigenregeling voor officieren vervallen. Besloten is (analoog aan artikel 9e:11, vierde lid) tot de affinanciering van operationele officieren. De resterende kosten ten bedrage van ca. € 188.000 komen ten laste van deze bestemmingsreserve.

Te bestemmen resultaat 2021 Het bestuur van de VRH zal april 2022 in haar vergadering besluiten over de resultaatbestemming. Het voorstel is het saldo grotendeels ten gunste van de gemeenten te laten komen. Risico’s De VRH onderkent een aantal niet afgedekte risico’s. Hieronder is aangegeven welke risico’s de VRH onderkent en in hoeverre, indien dit risico zich voordoet, een beroep wordt gedaan op de weerstandscapaciteit. Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst Per 1 januari 2006 is de FLO afgeschaft en vervangen door verplicht loopbaanbeleid voor personeel in bezwarende functies. Essentie van het loopbaanbeleid is dat medewerkers twintig jaar werkzaam zijn in een bezwarende functie en daarna overstappen naar een andere functie. Om dit mogelijk te maken investeren medewerker en werkgever in een passende beroepsopleiding. Vanaf 2021 worden er binnen de Veiligheidsregio verschillende initiatieven ontplooid om medewerkers in de operationele dienst hierbij te faciliteren. Indien de caoafspraken in overleg met de vakbonden tussentijds niet worden aangepast zal hier vanaf nu rekening mee worden gehouden. Daarnaast kan de uitkomst van het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) aangeven dat het voor een brandweermedewerker verstandig is eerder naar een niet-bezwarende functie door te stromen.

Tot nu toe is gebleken dat het percentage uitval door de PPMO zeer beperkt is. Het risico is berekend op € 109.000. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) De Wnra regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde status krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. In dit kader komen bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten in de plaats van de huidige eenzijdige aanstellingen en zullen er cao’s moeten worden afgesloten in plaats van eenzijdig vastgestelde rechtspositieregelingen. De regeling is voor de brandweer nog niet van kracht. Binnen de brandweer wordt gewerkt met zowel beroepsmedewerkers als vrijwilligers. Vrijwilligers hebben momenteel een ambtelijke aanstelling, maar onderscheiden zich van andere ambtenaren doordat zij zijn uitgezonderd van veel wettelijke en rechtspositionele bepalingen. Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

18

De Wnra kan leiden tot het (gedeeltelijk of volledig) einde van het huidige systeem van brandweervrijwilligers en een kostenstijging van 30% tot 50%. Voor de VRH met 300 vrijwilligers zou dit circa € 600.000 per jaar bedragen. De veiligheidsregio’s hebben uitstel verkregen voor invoering van de Wnra om een oplossing te zoeken voor het knelpunt. Inmiddels hebben in opdracht van de Brandweerkamer van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van JenV onderzoeken plaatsgevonden die zich richten op Europese en internationaal-rechtelijke regels in relatie tot de huidige rechtspositie van de brandweervrijwilliger. Uit de onderzoeken blijkt dat, om een onderscheid in rechtspositie tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen te handhaven, er ook onderscheid dient te zijn in aard van het werk, opleiding en arbeidsomstandigheden. De Minister van JenV doet samen met het Veiligheidsberaad vervolgonderzoek naar de mogelijkheden voor herinrichting van de brandweerzorg in Nederland waardoor het rechtspositionele onderscheid tussen beroepsbrandweermensen en vrijwilligers gehandhaafd kan blijven. In de huidige planning wordt in het voorjaar van 2022 een aanvullende onderzoeksopdracht besproken in het Veiligheidsberaad. Het berekende risico komt onveranderd uit op € 474.000.

Structurele risico’s Niet verzekerbare risico’s Verzekeraars zijn steeds minder bereid om bepaalde risico’s te verzekeren. Zo zijn verzekeraars bijvoorbeeld gestopt met het aanbieden van de verzekering ter dekking van de predispositie voor brandweervrijwilligers. Predispositie is het risico dat een medewerker onder diensttijd letsel oploopt of overlijdt, zonder dat aangetoond kan worden dat dit veroorzaakt wordt door een dienstongeval. Ook is groot molest bijvoorbeeld voortkomend uit terrorismegevolgbestrijding niet verzekerbaar in Nederland. In geval van schade (uitval van materieel en nazorg nabestaanden en personeel) kan een beroep worden gedaan op de Nederlandse Herverzekering maatschappij voor Terrorismeschade (NHT). Buiten dit heeft de veiligheidsregio een financiële buffer nodig om, indien er claims volgen die niet gedekt zijn door een verzekering, deze uit haar eigen middelen te kunnen dragen. De VRH houdt rekening met een financieel restrisico. Het risico is berekend op € 245.000. Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers De VRH hecht er aan de brandweerzorg in Haaglanden te blijven verzorgen door een beroepsbezetting in combinatie met vrije-instroomvrijwilligers. De beschikbaarheid van de vrijwilligers in de dag-situatie wordt een steeds grotere uitdaging.

Om de paraatheid te kunnen blijven garanderen wordt het verloop van de vrijwilligers permanent gemonitord en daar waar mogelijk beïnvloed. Naast wervingscampagnes wordt ook het bedrijfsleven actief benaderd. Zij kunnen medewerkers stimuleren toe te treden tot de brandweer om zodoende de beschikbaarheid te vergroten. Daarnaast zijn vier posten opgeleid om te werken met variabele voertuigbezetting en wordt dagdienstpersoneel opgeleid als brandweervrijwilliger om overdag vanuit de Westlandse kazernes in de voertuigbezetting te kunnen voorzien. Dit vergroot onze flexibiliteit. Gezien de landelijke terugloop in aantallen vrijwilligers onderkent de VRH dat ondanks de inspanningen de werving niet volledig zal slagen. Het risico is berekend op € 297.000. Aansprakelijkheid dienstverlening De dienstverlening van de VRH is vastgelegd in procedures. Zo zijn kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening geborgd. Mocht de kwaliteit van de dienstverlening onverhoopt tekort schieten, dan is dit risico deels afgedekt via een WA verzekering. De ervaring leert dat er sprake is van een restrisico (juridische kosten etc.). In het geval van een grieppandemie is de kwantiteit een risico. In dat geval wordt enerzijds de zorgvraag groter, anderzijds valt veel personeel wegens ziekte uit. Het risico is deels afgedekt door bijvoorbeeld het Draaiboek Grieppandemie en Afschaalmodel Brandweer.

Het restrisico wordt geraamd op € 140.000. Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 19 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

Cyberdreiging/digitale dreiging Organisaties binnen verschillende overheidslagen zijn slachtoffer geworden of hebben last ondervonden van een cyberaanval. De kans op een cyberaanval op de VRH wordt als reëel ingeschat. De VRH beperkt dit risico door het nemen van technische en organisatorische maatregelen, onder andere middels afspraken met medewerkers, leveranciers en ketenpartners. Het risico van een aanval, waardoor gegevens mogelijk openbaar, ontoegankelijk of onbetrouwbaar worden, is echter nooit volledig te voorkomen. We zien in de afgelopen jaren dat aanvallen complexer worden, waardoor het ontdekken van een lek en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden meer capaciteit en expertise vraagt van een organisatie. Financiële gevolgen van een aanval, die ontstaan uit onder andere het doen van onderzoek, het aanschaffen van vervangend apparatuur en het herstellen van de omgeving, worden hiermee groter ingeschat dan vorig jaar. Daarnaast bestaat het risico dat er een datalek optreedt. Bij een datalek, dat veroorzaakt kan worden door een cyberaanval maar ook andere oorzaken kan hebben, kunnen persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen recht hebben op toegang tot deze gegevens. Het vervolg risico voor de personen kan bestaan uit stigmatisering, schade aan de gezondheid, financiële schade of (identiteits)fraude. Dit kan ook gevolgen hebben voor de VRH.

Dit risico legt een beslag op het weerstandsvermogen van € 263.000. Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW Voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid van medewerkers, het werkgeversrisico WGA (Wet Gedeeltelijke Arbeidsongeschiktheid), is de VRH eigen risico drager. Dit is financieel voordeliger dan het volledig te verzekeren. Met ingang van 2017 is de regelgeving gewijzigd en omvat het eigen risicodragerschap ook de WGA–flex en de ZW. Ook voor de gevolgen van de werkeloosheidswet is de VRH verplicht eigen risico drager, dit betreft zowel tijdelijke als vaste medewerkers. In de budgetten is hier rekening mee gehouden. Echter deze keuze brengt wel een restrisico met zich mee. Het totale beslag op het weerstandvermogen is berekend op € 109.000. Overgangsregeling FLO Begin 2018 is het akkoord “Reparatie FLO-overgangsrecht Brandweerpersoneel” door werkgevers en werknemers definitief ondertekend. Een nadere uitwerking van het akkoord betrof nog een tweetal zaken: ”loopbaanbeleid voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006” en “verrekening van de door de werkgever opgebouwde levensloop tegoeden”. Het akkoord is in het voorjaar van 2019 definitief afgerond. Belangrijke essenties van de regeling is dat er in 2020 en 2021 versneld wordt gespaard (gebruik makend van de levensloopregeling) zodat zoveel mogelijk de fiscale boete van 52% wordt voorkomen.

Daarnaast is sprake van een netto garantie voor de werknemer. De netto garantie en de complexe regeling maken de uitgaven lastig voorspelbaar. Wijzigingen in (fiscale) regels, maar ook de individuele keuzes van medewerkers (eerder of later uittreden) hebben direct effect op de uitgaven. De deelnemende gemeenten dragen individueel zorg voor een voorziening voor deze kosten en zijn separaat geïnformeerd over de indicatieve financiële effecten. In die zin is er voor de VRH geen sprake van een financieel risico. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen bestemmingsreserves of voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. Deze ratio bedraagt nu 0,98 (1.487/1.487). De ratio is lager dan 1,00 (= precies voldoende) en dit betekent dat het weerstandsvermogen matig is. Voorgesteld wordt om € 30.000 toe te voegen vanuit het resultaat 2020 zodat het weerstandsvermogen voldoende is. Volledigheidshalve de toevoeging dat als risico’s zich Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

20

4.5.4 Investeringen In het begrotingsjaar 2023 zijn vervangingsinvesteringen voorgenomen voor gebouwen, automatisering, materiaal en voertuigen voor in totaal € 23,3 mln. In het plan is de investering in de nieuwe kazerne Zoetermeer opgenomen. Bij elke investering is aandacht gegeven aan nut, noodzaak en realiseerbaarheid van de investeringen. Bij elke investering wordt specifiek het duurzaamheidselement meegenomen. Daarmee voldoet de VRH aan haar wettelijke verplichtingen conform de energie audit (EED). Zie verder bijlage 7.4 - Investeringsplan. 4.5.5 Rechtmatigheid Het Algemeen Bestuur heeft in de vergadering van 7 december 2017 het controleprotocol rechtmatigheid 2017 vastgesteld. Hiermee heeft het Algemeen Bestuur ten behoeve van de interne en externe toetsing aanwijzingen gegeven over de reikwijdte, de normstellingen en de te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties. Noemenswaardig is de in de rechtmatigheid-toets betrokken Financiële Verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur in april 2011 en de Controleverordening ex artikel 213 van de Gemeentewet, zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 25 mei 2005. De VRH heeft het controleprotocol rechtmatigheid 2017 nader geoperationaliseerd in het intern controleplan. De accountant maakt bij haar externe toetsing gebruik van de interne controlebevindingen.

De VRH bereidt zich voor op de wijzigingen op het gebied van de rechtmatigheidsverklaring. De formele ingangsdatum is afhankelijke van de wijziging van de Gemeentewet en de Comptabiliteitswet 2016 in relatie tot de Wet versterking decentrale rekenkamers. Tot op heden geeft de externe accountant nog een rechtmatigheidsoordeel bij de jaarrekening af. Straks zal het bestuur zelf de rechtmatigheidsverklaring opstellen. Ook nu is de VRH zelf verantwoordelijk voor het handhaven van de financiële wet- en regelgeving. Naar verwachting zal in 2022 de VRH zelf moeten aantonen dat dit ook daadwerkelijk zo is en dat stelt nog hogere eisen aan de kwaliteit van de processen en de interne controles die worden uitgevoerd.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

27

Risicobeheersing Er wordt invulling gegeven aan het meerjaren beleidsplan Brandweer en meerjaren uitvoeringsprogramma Risicobeheersing. De regio brede advisering, frequent toezicht en de lokale prioriteiten (couleur lokale) vormen een belangrijke bijdrage aan en ondersteuning van de gemeentelijke handhavingsbeleidsplannen. De komende periode wordt ook verder invulling gegeven aan de reeds in gang gezette ontwikkeldoelen van risicogerichtheid, specialiseren van adviseurs en ‘omgevingsrechtproof’ worden. Risicogerichtheid De werkwijze van regelgericht naar risicogericht en van toezichthouder/ toetser naar adviseur wordt verder doorontwikkeld. Het regionale risicoprofiel, NIPV-onderzoeken, brandonderzoek, kennis en ervaring van de brandweer zelf en de couleur locale vormen hiervoor bronnen. Het samenbrengen van deze bronnen en het op basis daarvan analyseren en duiden van de risico’s draagt er aan bij dat steeds nauwkeuriger bepaald wordt welke middelen in welke mate ingezet worden (proportionaliteit). In de uitvoering wordt rekening gehouden met de omgeving, het type object, de techniek binnen het object, het gedrag van gebruikers, de invloed op de omgeving, het brandverloop en de (on)mogelijkheden van de hulpverleningsdiensten.

De adviseursrol kan op een extra impuls rekenen doordat nog meer in wordt gezet op het ‘adviseren’ in de voorfase, op uitnodigen tot en het stimuleren van gedragsverandering. Door vooraan te staan bij initiatieven van ruimtelijke plannen ontstaat de mogelijkheid een gebied en het bouwwerk veiliger in te richten voor de inwoners en voor de inzet van de hulpdiensten. Het toepassen van alleen de regelgeving verplaatst naar de achtergrond en het toepassen van de geest van de regelgeving naar de voorgrond. Specialiseren van adviseurs De ingezette koers voor het specialiseren van de adviseurs krijgt verder vorm. In aanvulling op de generieke taken is meer focus gelegd op de kwalitatief hoogwaardige uitvoering van één specifieke taak of taakveld. Per onderwerp zoals Omgeving, Object en Gebruik (waaronder ook het Gedrag) wordt verder gedivergeerd op onder meer de vakinhoud, processen en het netwerk. Daarbij krijgt verdichting en energietransitie een prominente plaats. In het kader van omgevingsveiligheid wordt ingegaan op het monitoren, analyseren, leren en adviseren over omgevings- en milieuaspecten. Denk hierbij aan verduurzaming, multifunctioneel ruimtegebruik, inwonerverdichting en de energietransitie.

Voorbeelden van specialisaties die reeds zijn ingericht en gecontinueerd zullen worden zijn de tunnelveiligheid, omgevingsveiligheid, infrastructurele- en milieuveiligheid alsmede (alternatieve) brandstoffen en energieopslagsystemen in het kader van de energietransitie. Ten aanzien van objectveiligheid wordt de komende periode verder gewerkt aan de kennis en kunde met betrekking tot technologische en complexe vraagstukken en het vroegtijdig in gesprek komen met gemeenten en ontwikkelaars. Hierbij betreft het de reeds ingerichte specialisaties blussystemen, elektrische systemen, bouwkundige voorzieningen, FSE (fire/smoke/egress) en organisatie & gebruik. Waar wordt voldaan aan de minimale brandveiligheidseisen op grond van de regelgeving zal aanvullend op gebruiksveiligheid worden geadviseerd over het verder verhogen van de brandveiligheid; het risicogerichte adviseurschap. Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

30

Ook op het thema brandveilig leven vinden specifieke activiteiten plaats die gericht zijn op beleidsbeïnvloeding ter zake van brandveiligheid en ouderen. Het onderwerp brandveiligheid en ouderen is immers een gezamenlijke opgave van verschillende hierbij betrokken stakeholders en partners, zoals woningcorporaties en gemeenten. Door bij deze stakeholders en partners invloed uit te oefenen op het beleid kunnen deze spelers in het veld worden gestimuleerd tot het voorbereiden en treffen van (aanvullende) brandveiligheidsmaatregelen alsmede tot het hiertoe vrijmaken van budgetten en middelen. De brandweer treedt hierbij op als adviseur en kan vanuit haar expertise een (initiërende en daarmee beïnvloedende) bijdrage leveren.

Incidentbestrijding Vanuit de strategie Brandweerzorg wordt het geven van invulling aan de doorontwikkeling van het operationeel optreden en de operationele sterkte om de maatschappelijke ontwikkelingen in de samenleving het hoofd te kunnen bieden, voortgezet. Ontwikkelingen die maatschappelijk gezien in hoog tempo plaatsvinden vragen om flexibiliteit en aanpassing van de inrichting van de operationele organisatie. De behoefte naar een door vraag gestuurde planning neemt toe. Door middel van een capaciteitsplanning wordt vraag naar en aanbod van personeelsinzet op de middellange termijn inzichtelijk gemaakt. De balans wordt opgemaakt tussen de beschikbare en benodigde arbeidscapaciteit. Maatwerk kan geleverd worden door zowel mens als materieel in te zetten op basis van de risico’s. Dit betekent dat de operationele sterkte wordt aangepast aan de omstandigheden. Energietransitie en verdichting maar ook seizoensgebonden dagdienstkazernes op het strand en het maken van onderscheid tussen dag- en nachtsterkte zijn voorbeelden van actuele maatschappelijke en specifiek aan de brandweer gerelateerde ontwikkelingen. Voor de regio Haaglanden betekent dit bijvoorbeeld ook dat in de gemeenten waarin wordt gewerkt met vrijwillige instroom, gewerkt wordt met de inzet van opstappers waardoor de inzet van de brandweer is gegarandeerd.

Voor de gemeente Den Haag geldt dat de zes brandweerkazernes volledig bemenst zijn met beroepsmedewerkers voor de operationele voertuigen. In de komende jaren staat onder de noemer ‘toekomstbestendig materieelplan’ de vervanging gepland van verschillende specialistische en ondersteunende voertuigen en middelen die de brandweer momenteel kent. Er is behoefte om bij de vervanging in te spelen op actuele ontwikkelingen en daarom de verschillende aanbestedingen in samenhang met elkaar te bekijken. Daarnaast ontwikkelt en innoveert de brandweer mee met de maatschappij en de omgeving. Door het verbeteren van digitale informatievoorziening tijdens incidentbestrijding maar ook door ‘business intelligence’ tijdens de koude fase, kan de brandweer zich beter prepareren op de uitvoering van haar werkzaamheden. Hierdoor is het onder andere mogelijk om een koppeling te maken met ‘brandveilig leven’, de voorlichting op het gebied van brandveiligheid, waardoor een integraal product ‘brandweer’ geleverd kan worden aan de burgers en organisaties in Haaglanden. Door in te zetten op basis van risico’s wordt een verdere ontwikkeling gemaakt naar een organisatie die de juiste zorg op het juiste moment levert op basis van de ontwikkelingen en de behoefte van de maatschappij. Tot slot zal de komende jaren de focus op strandveiligheid verder toenemen.

De brandweer investeert in het opleiden van eigen personeel voor het redden van mens (en dier) uit zee. In het hoogseizoen is voor de strandbewaking extra capaciteit beschikbaar gesteld (naast de inzet van de Haagse Reddingsbrigade). Voor de uitvoering van de strandbewaking is er sprake van een nauwe samenwerking met de Gemeente Den Haag. Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

31

opgesteld. Deze jaaranalyse vormt vervolgens een basis voor verdere ontwikkeling van beleid en uitvoering. Deze jaaranalyse wordt ook gebruikt voor de jaarlijks verplichte systeemtest. De jaaranalyse biedt namelijk een realistisch beeld van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in Haaglanden. De samenwerking met onze crisispartners is tijdens de COVID-19 crisis van groot belang gebleken. Hier zijn de afgelopen beleidsperiode stappen in gezet door het afsluiten van convenanten en het organiseren van netwerkbijeenkomsten. Samenwerken met partners gebeurt vooral op het gebied van communicatie, informatiedeling, het alarmeren van elkaar en gezamenlijk oefenen. De veiligheidsregio zal op deze samenwerking blijven bouwen. Onderdeel hiervan zijn ook netwerkbijeenkomsten die hopelijk weer plaats zullen kunnen vinden. De veiligheidsregio volgt daarnaast de landelijke ontwikkelingen op dit gebied op de voet.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

34

5.4

PROGRAMMA VEILIGHEID: PRODUCT 711.1 Geneeskundige Meldkamer (GnkM)

WAT WILLEN WE BEREIKEN? • Continu beschikbaar zijn voor hulp- en ambulancezorgvragen van burgers en bedrijven en een adequate alarmering en regie vanuit de RAV realiseren; • Het continu beschikbaar zijn om de geneeskundige zorgketen monodisciplinair te kunnen opschalen en coördineren indien noodzakelijk; • Het continu beschikbaar zijn om de geneeskundige zorgketen samen met de veiligheidspartners multidisciplinair te kunnen opschalen en coördineren; • Het oprichten van een coördinatiecentrum binnen de acute zorg om zo (logistieke) zorgprocessen efficiënter, veiliger en doelmatiger te laten verlopen en nauwere samenwerking met ketenpartners mogelijk te maken. WAT DOEN WE DAARVOOR? ▪ Het samen met de geneeskundige zorgpartners in stand houden en gebruiken van de benodigde communicatie (infra)structuur om o.a.

uitvoering te kunnen geven aan de GHOR taken; ▪ Het samen met de multidisciplinaire veiligheidspartners in stand houden en gebruiken van de benodigde (infra)structuur om uitvoering te kunnen geven aan de multidisciplinaire crisis/rampenbestrijding; ▪ Met gebruikmaking van deze infrastructuur het aannemen en afhandelen van verzoeken om ambulancezorg; ▪ Het optimaliseren van het triagesysteem (conform Nederlandse Triage Standaard) waardoor de verpleegkundig centralist goed ondersteund wordt in de toewijzing van zorg en het verstrekken van telefonische instructies aan melders; ▪ Omzetten van meldingen en zorgvragen in zorg of verwijzing, afgestemd op de reële behoefte. In de praktijk betekent dit het al dan niet met spoed uitsturen van een laagcomplexe, medium complexe, hoog complexe ambulance / Rapid Responder of het doorverwijzen van de hulpvrager naar de huisarts of andere instanties; ▪ Het bewaken van de paraatheid.

Dit betekent dat de meldkamer er op toe ziet dat beschikbare ambulances optimaal over de regio verdeeld worden waardoor zoveel mogelijk patiënten binnen de normtijd bereikt kunnen worden; ▪ Het in stand houden van een gecertificeerd kwaliteitsborgingssysteem (HKZ) en Veiligheidsmanagementsysteem (VMS) om zo de kwaliteit en veiligheid van de patiënt, betrokkenen en medewerkers te waarborgen; ▪ Het bewaken van patiëntinformatie en -privacy door bij te dragen aan een gecertificeerd Information Security Management Systeem van de LMS op basis van ISO27001 en van de RAV op basis van de NEN7510; ▪ Zorgen dat al onze medewerkers aantoonbaar goed zijn opgeleid en geoefend en tevens dat alle verpleegkundig (intake) centralisten bevoegd en bekwaam zijn en over een geldige bekwaamheidsverklaring beschikken. Voor deze taken zijn centralisten in een continurooster beschikbaar, evenals de technische (communicatie)systemen die het mogelijk maken de meldingen via 112 om te zetten in een adequate afhandeling van de incidenten. Dit zijn veelal landelijke systemen (zoals GMS, NTS en C2000).

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

37

Toelichting begroting 2023-2026 De GnkM is middels een SLA verbonden met de RAV Haaglanden. Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet ambulancevoorziening is deze manier van ‘onder-aannemersschap’ niet meer toegestaan. De GnkM kan alleen nog als lid van het bestuur onderdeel uitmaken van de coöperatie of ondergebracht worden bij een van de reeds deelnemende leden. Het jaar 2021 heeft in het teken gestaan van de bestuurlijke inbedding van de geneeskundige meldkamer binnen de RAV. Diverse scenario’s zijn hiervoor onderzocht en in 2022 - 2023 zal hier een keuze in verwacht worden. Zoals eerder vermeld wordt het ICT beheer per 1 januari 2020 uitgevoerd door de LMS. Gedurende de ‘bouwplaats’ periode 2020 – 2022 realiseert de LMS de volledige overgang naar de gezamenlijke meldkamers. In deze periode zullen de rafelranden als gevolg van de overgang worden afgehecht. Evenals de andere meldkamerdisciplines, bereidt de geneeskundige meldkamer zich voor op een grootscheepse verbouwing. De gemeenschappelijke meldkamer zal ingericht worden met de nieuwe LMS-meldkamerwerkplekken. Hiervoor is een uitwijk nodig van de gehele meldkamer voor de periode van verbouwing. De verbouwing is goed te combineren met de plannen van de geneeskundige meldkamer om een ambulance coördinatie centrum in te richten.

Dit biedt de mogelijkheid om bij minder urgente zorgvragen makkelijker contact te zoeken met ketenpartners als huisartsen, acute diensten van de GGZ en verloskundigen (zorgcoördinatie). Tevens wordt het, met het ambulance coördinatie centrum, mogelijk om beter in te spelen op de behandelcapaciteit in de ziekenhuizen en patiënten regionaal te spreiden. Hiermee kan in de toekomst uitvoering gegeven worden aan een veranderend zorglandschap zoals omschreven in de “Houtskoolschets Acute Zorg” van het Ministerie van VWS. Deze ontwikkelingen zullen bij moeten dragen aan een sterk coördinerende positie van de GnkM op gebied van patiëntstromen in zowel reguliere als opgeschaalde zorg. . Niet alleen het snel alarmeren van ambulances behoort tot de kerntaak van de GnkM maar ook het telefonisch instrueren van melders. Veelal kunnen er levensreddende handeling uitgevoerd worden door melders op basis van heldere telefonische instructies van de centralist. Daarom werkt de Geneeskundige Meldkamer Haaglanden continu aan de verbetering van de kwaliteit van het hulp- en zorgproces. Met behulp van de Nederlandse Triage Standaard (NTS) wordt gezocht naar aansluiting bij, en afstemming op, de zorgvrager binnen de acute zorgketen. De GnkM investeert in goede -evidence based- melderinstructies en in gebruiksvriendelijke softwarematige ondersteuning.

Om de continuïteit van zorg te kunnen garanderen is blijvende aandacht voor de werving van verpleegkundig centralisten én logistiek centralisten nodig, alsook de gezondheid van de medewerkers. De komende jaren wil de GnkM meer toegespitste ondersteuning per medewerker aanbieden. Met een Mental Health Assessment zal een individueler beeld ontstaan over hoe een medewerker optimaal ondersteund kan worden in zijn of haar psychosociale functioneren. In 2020 is hier op vrijwillige basis invulling aan gegeven en ook de komende jaren zal dit een vervolg krijgen, in overleg met de ondernemingsraad.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

39

is het de ambitie van de GHOR om de komende jaren gezamenlijk als keten vakbekwaam te worden (middels trainingen en oefeningen). Het in 2020 opgestelde Zorgrisicoprofiel (ZRP) maakt inzichtelijk welke kwetsbaarheden er in de keten zijn als een ramp of crisis van een bepaald scenario ons treft. Dit ZRP sluit aan op het Risicoprofiel van de VRH. De komende periode zal de GHOR met de zorginstellingen keten-gericht beleid ontwikkelen om ook bij deze risico’s weerbaar te kunnen zijn. Dit moet resulteren in ketenvakbekwaamheid. Daarnaast zal in de komende periode geïnvesteerd worden in het versterken van Informatiemanagement binnen de GHOR. Een belangrijk project is het Zorgdashboard als instrument om een bijdrage te leveren aan een gedeeld geneeskundig beeld in de regio. Maar ook de samenwerking met de Geneeskundige Meldkamer, in het structureel delen van informatie ten behoeve van zorg coördinatie, zal hier een bijdrage aan leveren.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

42

Toelichting begroting 2023-2026 Om de opgave waar gemeenten voor staan om de gemeentelijke crisisbeheersing aan te laten (blijven) sluiten bij de gemeentelijke organisatie én de behoefte van de samenleving, versterken de gemeenten elkaar door de Adviseurs Crisisbeheersing structureel met elkaar te laten samenwerken op een vast moment en locatie. Sleutelrollen en specialistische rollen zijn dusdanig (intergemeentelijk) georganiseerd, dat de gemeenten deze kunnen betrekken bij hun eigen organisatie als de bestrijding van een incident, ramp of crisis hierom vraagt. Borging van dergelijke rollen in de reguliere organisatie heeft de voorkeur. Waar dit niet mogelijk is, worden voorzieningen getroffen die realistisch en duurzaam zijn. Voor rollen waar beschikbaarheid en bereikbaarheid van functionarissen moet worden gegarandeerd, worden gemeenten centraal gecompenseerd voor de lokaal uitgekeerde piketvergoedingen. De kosten hiervoor worden vanaf 2023 in lijn gebracht met de regionale afspraken die gemeenten over deze vergoedingen hebben gemaakt. De negen gemeenten worden in hun voorbereiding op incidenten, rampen en crises ondersteund door BGC.

BGC doet dit door gemeenten te adviseren in de voorbereidingsfase, door afstemming te initiëren, te bevorderen en/of te organiseren tussen gemeenten en partners binnen de veiligheidsregio, door regionale planvorming te coördineren en door uitvoering te geven aan een aantal regionale samenwerkingsafspraken tussen gemeenten onderling en tussen gemeenten en partners (operationele voorbereiding en vakbekwaamheid). De kosten voor de kolom gemeentelijke crisisbeheersing bestaan uit de volgende posten: - Bureau gemeentelijke crisisbeheersing (personeelskosten); - piketkosten regionale pools functies gemeentelijke crisisbeheersing; - OTO-kosten regionale pools functies gemeentelijke crisisbeheersing; - regionale faciliteiten; - bijdragen landelijke voorzieningen (o.a. NRK, SIS, NIPV). Wijzigingen in wettelijke verplichtingen naar aanleiding van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s kunnen personele en financiële consequenties hebben. Daar waar dit niet past binnen de huidige bezetting en begroting, zullen deze wijzigingen worden voorgelegd ter besluitvorming.

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

44

Bijlage 7.9 Afkortingenlijst AB

Algemeen Bestuur

AVG

Algemene Verordening Gegevensbescherming

BDUR

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

BGC

Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing

BTW

Belasting toegevoegde waarde

BZ

Brandweerzorg

CB

Crisisbeheersing

CoPI

Commando Plaats Incident

DBK

Digitale bereikbaarheidskaart

EMU

Economische Monetaire Unie

FLO

Functioneel Leeftijdsontslag (overgangsregeling)

GHOR

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio

GnkM

Geneeskundige Meldkamer

GR

Gemeenschappelijke regeling

GRIP

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure

JenV

Justitie en Veiligheid

LMS

Landelijke Meldkamer Samenwerking

MKB

Meldkamer brandweer

MVA

Materiële vaste activa

NCTV

Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

NIPV

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid

NRK

Nederlandse Rode Kruis

OMS

Openbaar meldsysteem

OTO

Opleiden Trainen Oefenen

RAV

Regionale ambulancevoorziening

ROT

Regionaal Operationeel Team

SIS

Slachtofferinformatiesystematiek

SiSa

Single information Single audit

TA

Transitie akkoord

TAS

Tankautospuit

TWAZ

Tijdelijke Wet Ambulancezorg

VPB

Vennootschapsbelasting

VRC

Versterking Rampencoördinatie Crisisbeheersing

VRH

Veiligheidsregio Haaglanden

WAZ

Wet ambulancezorg

Wnra

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren

WNT

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

WVR

Wet Veiligheidsregio’s

ZRP

Zorgrisicoprofiel

Meerjarenbegroting VRH 2023-2026 AB 8 juli 2022 – versie 1.1

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11721066/1