RIS312905 Bijlage 2 Stukken Maanplein 110 (Nova)
Tekst van het document
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2. e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1 .2. e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1 .2. e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1. 2.e
5.1 .2. e
5.1. 2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2 .e 5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
< de Rechtspraak Rechtbank Den Haag
(]AANTEKENEN
PER POST | | PER FAX | | EMAIL
Burgemeester en wethouders van Den Haag; Bedrijfsvoerings Expertise Centrum afdeling Juridische Zaken Inf ormatie Beheer/IDC-IB Postbus 16427 2500 BK 's-Gravenhage
10 AUG 2021 Ontvangen datum
onderdeel contactpersoon
doorkiesnummer ons kenmerk
uw kenmerk
19 augustus 2021 Team administratie 1 - Vakgroep C
5.1.2.e 088-3612100 KEUZE 1 zaaknummer SGR 21 / 4800 CHWA B.2.21.0431.001-17
bijlage(n)
faxnummer afdeling
onderwerp
het beroep van 5.1.2.e
Bestuursrecht
bezoekadres Prins Clauslaan 60 2595 AJ Den Haag
correspondentieadres Postbus 20302 2500 EH Den Haag t 5.1.2.e f www.rechtspraak.nl
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
e.a.
Geachte heer/mevrouw,
Over het beroep met zaaknummer SGR 21 / 4800 CHWA deel ik u het volgende mee.
De rechtbank heeft van5.1.2.e een kopie.
e.a. een beroepschrift (met bijlagen) ontvangen. Ik stuur u hiervan
De rechtbank zal het beroep versneld behandelen omdat op deze zaak de Crisis- en herstelwet van toepassing is. Dit houdt onder meer in dat de termijnen verkort worden.
Ik verzoek u binnen twee weken na de datum van verzending van deze brief de op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen. U moet -indien van toepassing- de bijzondere regelgeving die op deze zaak betrekking heeft meesturen, dan wel aangeven waar deze is gepubliceerd. Ik verzoek u: alle aan het bestreden besluit voorafgaande stukken toe te sturen, inclusief de al bij het beroepschrift overgelegde stukken; de stukken in chronologische volgorde te leggen; de stukken te nummeren; de stukken in tweevoud aan te leveren; een inventarislijst bij te voegen.
Bij het uitblijven van een reactie zal de rechtbank de gevolgtrekkingen maken die haar geraden voorkomen.
BB093
(
de Rechtspraak Rechtbank Den Haag
datum
kenmerk pagina
19 augustus 2021 zaaknummer SGR 21 / 4800 CHWA 2 van 2 Als u wilt dat op bepaalde stukken geheimhouding wordt toegepast, dan moet u de betreffende stukken in een afzonderlijke gesloten envelop doen, met daarop de vermelding "geheimhouding art. 8:29 Awb". De gesloten envelop moet u vervolgens met de redenen waarom u verzoekt om geheimhouding in een gewone envelop verzenden of met een koeriersdienst laten bezorgen.
Tenzij de rechtbank anders bepaalt, staat het u vrij om tot tien dagen voor de eventuele zitting een verweerschrift in te dienen.
Wilt u naam, telefoon- en faxnummer van de functionaris die de zaak bij u behandelt vermelden? Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer.
Als u de rechtbank belt of schrijft, verzoek ik u het zaaknummer te vermelden. Hoogachtend,
5.1.2.e
de griffier
BB093
Uw persoonsgegevens en indien van toepassing die van uw cliënt worden, voor zover nodig, voor een goede procesvoering verwerkt in de registratiesystemen van de Rechtspraak.
r
BarentsKrans inS^Cl AANTEKENEN Rechtbank 's-Gravenhage Sector Bestuursrecht Postbus 20302 2500 EH DEN HAAG
r, rQcht
Per per fax: 5.1.2.e Per Zivver: 5.1.2.e t f
e
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
@barentskrans.nl
@rechtspraak.nl behandelaar
5.1.2.e
onze ref. uw ref.
SGR 21/4800 WABOA
135155/4177084/570
17 augustus 2021
Betreft: Aanvullende gronden beroep tegen bestreden besluit met kenmerk SGR 21 / 4800 WABOA Edelachtbaar college,
Namens cliënten 5.1.2.e
aangeduid als Cliënten), die in deze kwestie woonplaats kiezen te ’sGravenhage aan het Lange Voorhout 3 (Postbus 30457, 2500 GL Den Haag), ten kantore van BarentsKrans Coöperatief UA, van welk kantoor mr. R.J.G. Bëcker als advocaat-gemachtigde zal optreden, bericht ik u als volgt. Bij brief van 20 januari 2021 heeft 5.1.2.e bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (het College) van 11 december 2020, met kenmerk 202012905 (het Besluit in Primo), waarbij een omgevingsvergunning (de Omgevingsvergunning) is verleend aan BRECOD Den Haag Maanplein II BV (Vergunninghouder) voor het realiseren van een woongebouw met parkeergarage aan het Maanplein 110 (het Maanplein 110), kadastraal bekend gemeente ’s-Gravenhage, sectie AP, nummers 1862,1861 en 2020, op basis van het bestemmingsplan Chw Omgevingsplan Binckhorst (het Bestemmingsplan) (het Bezwaarschrift). Bij brief van 6 mei 2021 heeft5.1.2.e naar aanleiding van de op 29 april 2021 van het College ontvangen documenten, zijn bezwaarschrift aangevuld (het Aanvullend Bezwaarschrift). Op 18 mei 2021 heeft de hoorzitting bij de Adviescommissie bezwaarschriften van Den Haag (de Adviescommissie) plaatsgevonden. In het kader van de bezwaarprocedure is een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Den Haag.
Kuiper heeft als gemachtigde van 5.1.2.e daartoe een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend (het Verzoek). Bij brief van 5 juni 2021 hebben Cliënten de gronden van dit Verzoek aangevuld en een reactie gegeven op het verweerschrift van het College van 10 mei 2021 (het Verweerschrift College), de reactie van de Vergunninghouder van 30 april 2021 op het Bezwaarschrift en het Aanvullend Bezwaarschrift (de Reactie) en de reactie van Vergunninghouder op het Verzoek van 3 juni 2021 (de Reactie VOVO) (de Aanvulling VOVO).
Cliënten hebben bij brief van 10 juni 2021 aanvullende gronden van bezwaar ingediend ten aanzien van het reeds door 5.1.2.e ingediende Bezwaarschrift en Aanvullend Bezwaarschrift (de Aanvullende Gronden Bezwaar). In de Aanvullende Gronden Bezwaar is volledigheidshalve eveneens verwezen
Lange Voorhout 3 • Postbus 30457 • 2500 GL Den Haag ■ 5.1.2.e
■ www barentskrans ni
SaWsKrans is as hwxletsraam van BarentsKrans Coöperassf U A advocaten en notarissen statutair sevessgci te Den Haag (KvK Haaglanden w 27288882) Op al onze werkzaamheden zijn de algemene voorwaarden van toenassing waarin een bepertong van onze aansprareiiikneid is opgenomen
A
BarentsKrans
naar de verschillende stukken van het College en van Vergunninghouder in het kader van de procedure tot het treffen van een voorlopige voorziening. Daarnaast zijn Cliënten in de Aanvullende Gronden Bezwaar ingegaan op de bij brief van 28 mei 2021 ontvangen nadere informatie van het College, die het College op het verzoek van de Adviescommissie heeft verstrekt (de Nadere Informatie).
In de beslissing op bezwaar van het College van 14 juli 2021 met kenmerk B.2.21.0431.001 t/m B.2.21.0431.017, heeft het College besloten tot ongegrondverklaring van het door Cliënten gemaakte bezwaar en het in stand laten van het Besluit in primo onder aanvulling van de motivering (Bestreden Besluit) Bij brief van 3 augustus 2021 hebben Cliënten de uitspraak van de Rechtbank Den Haag ontvangen inzake de voorlopige voorzieningen-procedure (de VOVO-uitspraak). In afwachting van de uitspraak in de voorlopige voorzieningen-procedure zijn Cliënten bij brief van 19 juli 2021 pro forma in beroep gegaan tegen het Bestreden Besluit. Het pro forma beroep met daarbij als bijlage het Bestreden Besluit treft u in Bijlage 1.
Bij brief van 20 juli 2021 heeft uw rechtbank ons tot en met 17 augustus 2021 in de gelegenheid gesteld om de gronden van het ingediende pro forma beroep, welke bij u bekend staat onder zaaknummer SGR 21/ 4800 WABOA, aan te vullen. In deze brief worden de gronden van beroep uiteengezet.
i
INLEIDING
1
In het hiernavolgende worden de gronden uiteengezet op basis waarvan Cliënten zich niet kunnen vinden in het Bestreden Besluit.
l.1
Onvolledige heroverweging
2
Cliënten menen dat de Adviescommissie ten onrechte niet de nieuwe gronden van bezwaar van Cliënten zoals naar voren gebracht tijdens de hoorzitting en genoemd in de Aanvullende Gronden Bezwaar van 10 juni 2021, in haar advisering heeft betrokken en dat (als gevolg daarvan) het College ten onrechte niet tot volledige heroverweging van het Besluit in Primo is overgegaan.
3
Tijdens de hoorzitting van 18 mei 2021 hebben Cliënten mondeling nadere gronden aangevoerd en tevens aangegeven na de hoorzitting schriftelijk nadere gronden aan te zullen voeren. De secretaris van de Adviescommissie, 5.1.2.e , heeft per e-mail op 20 mei 2021 laten weten deze nieuwe gronden niet in de advisering te betrekken, voor zover deze gronden niet betrekking hebben op nieuwe ontwikkelingen. In het Advies van de Adviescommissie dat ten grondslag ligt aan het Bestreden Besluit wordt in lijn daarmee vermeld dat van de gronden die op 10 juni 2021 zijn ingediend, enkel die gronden in het advies worden betrokken die zien op de Nadere Informatie van het College van 28 mei 2021. De Adviescommissie is van mening dat de overige in de Aanvullende Gronden Bezwaar aangevoerde gronden buiten beschouwing moeten blijven vanwege strijdigheid met de procesorde gericht op een eindig en ordentelijk proces.
Pagina 2 van 37
f
*
BarentsKrans
4
Cliënten menen echter - zoals reeds tijdens de hoorzitting aangegeven - dat niet de Adviescommissie maar het College als bevoegd bestuursorgaan verantwoordelijk is voor een volledige heroverweging en, voorzover nodig, de correctie van het Besluit in Primo. Dit vloeit mede voort uit de onderzoeksplicht van het College ingevolge van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bestuursorgaan moet - desnoods ambtshalve - bezien of de primaire besluitvorming gebreken vertoont en is daarbij niet gebonden aan de aangevoerde gronden van bezwaar Zoals de Afdeling immers meermaals heeft geoordeeld “is de bezwaarprocedure bedoeld voor een volledige heroverweging die niet gebonden is aan argumenten of omstandigheden die in het bezwaarschrift aan de orde zijn gesteld.”1 Tijdens de bezwaarfase geldt derhalve geen grondenstelsel, als gevolg waarvan het Cliënten vrij staat om tijdens dan wel na afloop van de hoorzitting nieuwe gronden aan te voeren.
5
Het advies van de Adviescommissie en het Bestreden Besluit is door het buiten beschouwing laten van de nieuwe gronden die niet op nieuwe ontwikkelingen betrekking hebben, onvolledig, In het kader van de volledige heroverweging had het College derhalve niet zonder nader onderzoek te verrichten het advies als motivering aan zijn besluit ten grondslag mogen leggen. Door dit wel te doen heeft het College nagelaten tot volledige heroverweging van het Besluit in Primo over te gaan, waartoe het College ingevolge artikel 7:11 Awb gehouden is.
1.2
Gebrekkige motivering
6
Bij de besluitvorming ten aanzien van het Besluit in Primo heeft het College niet aan zijn motiveringsplicht voldaan door meermaals zonder enige motivering zich achter de adviezen van onder meer Stedenbouw en Planologie (S&P) te scharen. Daarbij is het College eraan voorbijgegaan dat het voor de beoordeling van de in het Besluit in Primo opgenomen afwegingen voor belanghebbenden relevant is wat de aan het besluit ten grondslag liggende motieven van het College zijn geweest.
7
Dit klemt temeer nu het advies van S&P dat Cliënten bij de Nadere Informatie hebben ontvangen, niet dan wel zeer slecht is onderbouwd. Op basis daarvan kan het College in de ogen van Cliënten niet met een eenvoudige verwijzing naar deze adviezen zich ontdoen van zijn motiveringsplicht. De Adviescommissie merkt in haar advies eveneens op dat “het advies van S&P op punten onduidelijk is” en “de motivering vanuit het College te wensen overlaat”. Om voor Cliënten onbekende en bovenal onbegrijpelijke redenen meent de Adviescommissie echter dat “in redelijkheid mag worden aangenomen dat de afdeling S&P het plan vakkundig heeft beoordeeld en met het College afgestemd, alvorens tot vergunningverlening is overgegaan”.2 De onbegrijpelijkheid van deze stelling van de Adviescommissie wordt hieronder ten aanzien van een aantal onderdelen van de Nadere Informatie en het daarin gelegen advies van S&P toegelicht.
2
AbRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1894, AB 2019/411, m.nt H.O. Tolsma en LM. Koenraad, ro 9.1. Advies ta v. verlening omgevingsvergunning Maanplein 110, Adviescommissie bezwaarschriften, Den Haag 6 juli 2021, p.8.
Pagina 3 van 37
5
BarentsKrans
Toetsing Haags hoogbouwbeleid 8
Uit het advies van S&P in de Nadere Informatie blijkt dat de hoogbouw zorgvuldig moet worden ingepast in het Haags hoogbouwbeleid, overeenkomstig artikel 7.2.2 sub b van de regels van het Bestemmingsplan (de Planregels). S&P heeft hier akkoord op gegeven terwijl uit de Omgevingsvergunning ten onrechte niet blijkt dat aan het Haags hoogbouwbeleid is getoetst. In de Omgevingsvergunning ontbreekt immers elke notie dat de hoogbouw van Maanplein 110 zorgvuldig ingepast is in het Haags hoogbouwbeleid. Cliënten menen derhalve dat de bouw(hoogte) van Maanplein 110 ten onrechte niet aan het Haags hoogbouwbeleid is getoetst en om die reden niet kan worden gesteld dat de hoogbouw van Maanplein 110 wel aan dit beleid voldoet.
Diagonaal en footprint 9
In het advies van S&P wordt de bouw van Maanplein 110 eveneens akkoord bevonden voor wat betreft de diagonaal en de footprint van de toren. Hieronder volgt een citaat van de desbetreffende overweging. "Diagonaal van de toren is kleiner dan de maximaal geldende 45m. en is akkoord. Meer dan 50% van de stedelijke laag wordt bebouwd en is akkoord onder de reeds gestelde voorwaarden waaraan gedeeltelijk voldaan is en is akkoord onder voorwaarden."
10
De Adviescommissie merkt in haar advies behorende bij het Bestreden Besluit op dat niet in geschil is dat de toren van Maanplein meer dan 50% van de footprint is. Dat de afdeling S&P de hoogtemaat heeft aangemoedigd, kan de Adviescommissie, evenals bezwaarmakers, niet volgen als motiveringsargument. Naar aanleiding hiervan heeft de commissie verzocht om het advies van de afdeling S&P ten aanzien van het gehele bouwplan. Op 28 mei 2021 is dit advies aan de commissie en gemachtigde toegezonden (hien/oor gedefinieerd als de Nadere Informatie).
11
Hoewel de Adviescommissie in haar advies opmerkt dat het advies van S&P op punten onduidelijk is (de genoemde (rand)voorwaarden en (deel) akkoorden zijn, ook voor de Adviescommissie, moeilijk traceerbaar) en de motivering vanuit het College laat volgens de Adviescommissie te wensen over, meent de Adviescommissie dat in redelijkheid mag worden aangenomen dat de afdeling S&P het plan vakkundig heeft beoordeeld en met het college afgestemd, alvorens tot vergunningverlening is overgegaan. Daarnaast merkt de Adviescommissie op dat in de bezwaarprocedure aan de hand van de juridische kaders wordt beoordeeld of het Besluit in Primo op juiste gronden is genomen. Zoals volgens de Adviescommissie tijdens de hoorzitting aan de orde is gekomen, maakt het Stedenbouwkundige kader alsmede de nota Eyeline en Skyline volgens de Adviescommissie geen onderdeel uit van het juridisch kader.
12
Cliënten kunnen zich om twee redenen niet vinden in de akkoordbevinding van S&P ten aanzien van de diagonaal en de footprint. Ten eerste geeft S&P akkoord op de diagonaal
Pagina 4 van 37
f
{
BarentsKrans
omdat deze kleiner zou zijn dan 45 meter. Volgens Vergunninghouder heeft de footprint van Maanplein 110 echter een diagonaal van 45,657 meter en voldoet daarmee niet aan hetgeen S&P akkoord op heeft gegeven. De bezwaren van Cliënten wat betreft de diagonaal van Maanplein 110 worden nader uitgewerkt in randnummers 68-69 van de Aanvullende Gronden.
13
Ten tweede geeft S&P akkoord op de bebouwing van meer dan 50% van de footprint onder voorwaarden waar deels nog niet aan is voldaan. Allereerst wordt in de Omgevingsvergunning in het geheel niet duidelijk dat zou zijn getoetst aan het Haags hoogbouwbeleid (en volgens de Adviescommissie is dit ook niet gedaan aangezien dit volgens haar geen onderdeel uit zou maken van het juridisch kader) en daarmee de voorwaarde dat maar maximaal 50% van de footprint mag worden bebouwd. In de Omgevingsvergunning zijn verder geen voorwaarden opgenomen die de overschrijding van deze 50%-regel mogelijk moeten maken. Het is voor Cliënten daarom absoluut onduidelijk onder welke voorwaarden het College zou menen dat van deze 50%-regel uit het Haags hoogbouwbeleid afgeweken mocht worden.
14
Daarnaast blijkt uit het advies van S&P dat aan deze onbekende voorwaarden nog niet eens is voldaan, maar desalniettemin onder andere eveneens onbekende voorwaarden de bouw van Maanplein 110 door S&P akkoord is bevonden. Cliënten vinden het volstrekt onbegrijpelijk dat van de regels in het Haags hoogbouwbeleid afgeweken wordt zonder te motiveren onder welke omstandigheden dat is toegestaan. Cliënten hebben hun bezwaar tegen de overschrijding van de 50%-regel eveneens geuit in randnummer 70 van de Aanvullende Gronden. Bezonning
15
In het advies van S&P worden vier slecht onderbouwde en met drogredenen samenhangende argumenten genoemd waarom van het Haags bezonningsbeleid afgeweken kan worden. Een nadere uitwerking hiervan vind u in randnummers 82-87.
1.3
Beleidsregels onduidelijk
Invulling van open normen in het Bestemmingsplan door beleidsregels 16
Volgens de toelichting op het Bestemmingsplan (Plantoelichting) wordt het met het Bestemmingsplan in de vorm van een omgevingsplan mogelijk om ook kwalitatieve beschrijvingen op te nemen in de regels van het Bestemmingsplan (Planregels). Dit worden ook wel 'open normen' genoemd. In het Bestemmingsplan in de vorm van een omgevingsplan komen zowel open als gesloten normen voor. Om toch bepaalde handvatten mee te geven hoe de gemeente een bepaalde open norm heeft bedoeld zijn deze Planregels uitgewerkt in beleidsregels volgens de plantoelichting. In de beleidsregel wordt aangegeven hoe de regel moet worden uitgelegd en hoe een initiatiefnemer kan aantonen dat de beoogde ontwikkeling past binnen deze aanpak. Het College beoordeelt bij elk initiatief of wordt voldaan aan de open norm aan de hand van de uitwerking in de beleidsregels. Indien een initiatief niet voldoet aan de open norm wordt niet overgegaan tot verlening van de vergunning. Immers in artikel 4 is
Pagina 5 van 37
5
BarentsKrans
aangegeven dat een initiatief pas mogelijk is op een bepaalde locatie als aan alle - voor dat initiatief geldende - randvoorwaarden wordt voldaan volgens de plantoelichting. Relevante jurisprudentie dynamische verwijzing
17
Artikel 3.1.2 lid 2 aanhef en onder a Besluit ruimtelijke ordening, waarin wordt bepaald dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening een bestemmingsplan regels kan bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels.
18
Wel moet duidelijk zijn naar welke beleidsregels wordt verwezen aldus de Afdeling.3 In de planregels en derhalve niet (enkel) in de plantoelichting4 moet derhalve wel duidelijk worden bepaald dat in het desbetreffende geval de beleidsregel moet worden toegepast en voor welke bevoegdheid dit geldt. Verwijzing naar beleidsstukken in relevante Planregels
19
In het kader van de verlening van de Omgevingsvergunning zijn gelet op de Planregels een aantal beleidsstukken relevant. Hierna zullen de belangrijkste regels en beleidstukken genoemd worden. Op grond van artikel 7.2.2 onder d van de Planregels dient de bezonning van belendende percelen niet onevenredig te worden aangetast, waarbij het Haags bezonningsbeleid in acht dient te worden genomen. Op grond van artikel 7.2.2 onder a sub 1 van de Planregels wordt de ruimtelijke kwaliteit van een gemengd hoogstedelijk woon-, werk en leefgebied" in acht genomen met dien verstande dat de bouwhoogte van nieuwe bebouwing ten minste 8 meter en niet meer dan 70 meter bedraagt, met dien verstande dat de minimale en maximale hoogte van de bebouwing en de hoogteaccenten verschilt per (deel)gebied, in de beleidsregel “ruimtelijke kwaliteit” is een verdere differentiatie van de hoogte opgenomen. In uitzondering op deze maximale hoogte zijn hoogteaccenten tot een hoogte van 140 meter voor de bebouwing vanaf het kruispunt van de Binckhorstlaan met de ZonwegA/erlengde Zonweg tot aan het kruispunt Binckhorstlaan met de Supernovaweg toegestaan. Op grond van artikel 7.2.2. van de Planregels van het Bestemmingsplan dient tenslotte hoogbouw zorgvuldig te worden ingepast volgens het Haagse hoogbouwbeleid. Haags bezonningsbeleid, Beleidsregel ruimtelijke kwaliteit e.a.
20
In het kader van de verlening van de Omgevingsvergunning zijn het Haags bezonningsbeleid, de Beleidsregel ruimtelijke kwaliteit en het Haags hoogbouwbeleid het meest relevant.
21
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling dient uit de planregel duidelijk te zijn naar welke beleidsregel wordt verwezen. Cliënten stellen zich op het standpunt dat deze beleidsregels derhalve onder de in het plan opgenomen naam vindbaar moeten zijn. Ook dient het te gaan
3 4
AbRvS 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:607. AbRvS 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1152.
Pagina 6 van 37
1
t
*
BarentsKrans
om beleidsregels. Om te kunnen spreken van een beleidsregel dient deze op de juiste wijze te zijn vastgesteld (door de gemeenteraad) en bekendgemaakt (in het Gemeenteblad). 22
Het Haags bezonningsbeleid, de Beleidsregel ruimtelijke kwaliteit en het Haags hoogbouwbeleid zijn niet onder deze in het plan opgenomen namen vindbaar. In het Verweerschrift stelt het College dat de Beleidsregels omgevingsplan Binckhorst (Beleidsregels), die zijn vastgesteld op 20 november 2018 en in werking zijn getreden op 22 februari 2019 en vervolgens gewijzigd zijn vastgesteld op 25 juni 2019 en in werking zijn getreden op 22 juli 2019 en volgens het Gemeenteblad vervolgens nogmaals gewijzigd zijn vastgesteld door het College op 11 mei 2021 en in werking zijn getreden 26 mei 2021, dienen ter uitleg van regels die zijn opgenomen in het Bestemmingsplan.
23
In deze Beleidsregels omgevingsplan Binckhorst wordt opgemerkt dat in diverse planregels van het Bestemmingsplan wordt verwezen naar door de gemeenteraad vastgestelde beleidsdocumenten. In deze beleidsregel wordt concreet gemaakt welke beleidsdocumenten bedoeld worden. Alle beleidsstukken zijn via het RIS-nummer terug te vinden via het Raadsinformatiesysteem: https://denhaag.raadsinfomiatie.nl/. In artikel 7.2.2 onder b wordt verwezen naar het Haagse hoogbouwbeleid. Dit beleid is vastgelegd in de nota Haagse Hoogbouw - Eyeline Skyline (RIS298764). In artikel 7.2.2 onder d en 14.2.1 onder m wordt verwezen naar het Haags bezonningsbeleid. Dit beleid is vastgelegd in de brief aan de Commissie Stedelijke Ontwikkeling en Ruimtelijke ordening, waarmee deze commissie op 22 september 2010 heeft ingestemd (RIS170509). Ook is in deze Beleidsregels omgevingsplan Binckhorst onder het kopje inhoudelijke beleidsregels in paragraaf 3 een stuk tekst opgenomen genaamd 'Beleidsregel ruimtelijke kwaliteit’. Alle drie de beleidsstukken lijken derhalve niet te zijn vastgesteld door de gemeenteraad en/of niet te zijn gepubliceerd in het Gemeenteblad. Van beleid kan derhalve ook nog niet eens gesproken worden.
Tussenconclusie 24
Kortom, de Planregels waarin deze dynamische verwijzingen in zijn opgenomen zijn onverbindend omdat deze in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel vanwege het feit dat de genoemde documenten niet bestaan dan wel onvindbaar zijn. Tevens zijn deze documenten, uitgaande van de aanname dat het de documenten betreft die genoemd worden in de Omgevingsvergunning, geen beleidsregels omdat deze niet door het juiste bestuursorgaan zijn vastgesteld en niet op de voorgeschreven wijze bekend zijn gemaakt.
1.4
Reservering gebruiksruimte (‘aanmeldingssystematiek’)
Maximaal aantal woningen plangebied 25
Op basis van artikel 7.2.6 (Activiteit wonen) van de Planregels mag het aantal nieuwe woningen in het plangebied in totaal maximaal 4.427 bedragen.
26
Op basis van de ladder van de duurzame verstedelijking is volgens de plantoelichting aangetoond dat de actuele behoefte ten minste 5.000 woningen bedraagt. Op dit aantal is het
Pagina 7 van 37
4
BarentsKrans
aantal reeds vergunde, in aanbouw zijnde en gerealiseerde woningen in mindering gebracht en vervolgens als maximum (4.427 woningen) opgenomen in de Planregels (artikel 7.2.6) aldus de plantoelichting. Als de gebruiksruimte voor woningen uitgeput is, kan volgens de plantoelichting worden afgeweken van het Bestemmingsplan ten einde extra woningen toe te staan. Voorwaarde daarbij is uiteraard wel dat deze afwijking past binnen gemeentelijk beleid en wet- en regelgeving. Hiervoor is wel een Wabo-procedure of wijziging van het Bestemmingsplan noodzakelijk aldus de plantoelichting.5 Monitoring maximaal aantal woningen per ontwikkeling
27
Volgens Bijlage 4 bij de Planregels (Monitoren planregels omgevingsplan Binckhorst) (Bijlage 4) borgen de Planregels een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Een aantal van deze planregels bevat volgens Bijlage 4 kritische waarden voor het plangebied. Het is belangrijk om deze waarden te monitoren zodat de (gecumuleerde) effecten van alle ontwikkelingen in de Binckhorst inzichtelijk zijn aldus Bijlage 4. Aan de ene kant is dit om tijdig knelpunten te signaleren en bij te sturen als dat nodig is. Aan de andere kant om de resterende gebruiksruimte voor nieuwe ontwikkelingen inzichtelijk te hebben volgens Bijlage 4. Op deze manier zou de gemeente volgens Bijlage 4 grip op de ontwikkeling van de Binckhorst moeten houden. In Bijlage 4 zou zijn uitgewerkt op welke manier de planregels van het Bestemmingsplan worden gemonitord. Op geen enkele wijze is echter verifieerbaar wat deze cumulatieve effecten zijn en waar deze zijn opgenomen.
28
Een deel van de monitoringsgegevens zou worden verwerkt in het GIS-systeem (zie artikel 5.1 onder d en e van de Planregels). In het monitorbestand ‘Binckhorst’ zouden volgens Bijlage 4 de gegevens worden bijgehouden. In het monitorbestand moet worden opgenomen het huidig aantal woningen (de feitelijk gebruikte ruimte). Het aantal woningen in 'ontwikkeling’ (de vergunde en geresen/eerde ruimte). De nog beschikbare gebruiksruimte. Bij de jaarlijkse voortgangsrapportage zou volgens Bijlage 4 de stand van zaken integraal in beeld worden gebracht. De uitkomsten zouden dan ook moeten worden gekoppeld aan het monitoren van de ambities en resulteren in een integrale analyse. De frequentie van monitoring verschilt per planregel. Een aantal van de planregels zou ‘per ontwikkeling’ worden gemonitord volgens Bijlage 4. Dit houdt volgens Bijlage 4 in dat een update plaatsvindt bij iedere aanvraag om omgevingsvergunning, verleende omgevingsvergunning, aangehouden aanvraag om omgevingsvergunning, ingetrokken omgevingsvergunning, verzoek om reservering en vervallen reservering.6
Gebruiksruimte
29
5 6
Volgens de Plantoelichting staat in de aanpak van de gemeente het faciliteren van private initiatieven voorop. De gemeente zou haar verantwoordelijkheid nemen door de (onmogelijkheden aan te geven en daarmee richtinggevend te zijn voor toekomstige initiatieven. Onder meer door de toepassing van het begrip 'gebruiksruimte’ wordt volgens de Plantoelichting, paragraaf 8.3.Z9 Wonen’. Planregels, Bijlage 4 'Monitoren planregels omgevingsplan Binckhorst';
Pagina 8 van 37
!
t
BarentsKrans
Plantoelichting in de Planregels invulling gegeven aan de sturingsfilosofie. Volgens de Plantoelichting is gebruiksruimte het begrip dat in het Bestemmingsplan wordt gebruikt om het totaal aan mogelijkheden in het gebied voor verschillende activiteiten te omschrijven.7 30
In het Bestemmingsplan wordt volgens de Plantoelichting onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe activiteiten. Bestaande activiteiten zijn activiteiten die op dit moment plaatsvinden in het plangebied: van het exploiteren van bedrijven tot wonen en van het verrichten van activiteiten in de creatieve industrie tot het houden van kantoor. Uitgangspunt is dat bestaande activiteiten ongehinderd kunnen worden uitgevoerd. Deze activiteiten claimen daarmee een eerste deel van de totale ruimte in de Binckhorst: de feitelijk gebruikte ruimte. Daarnaast zijn er reeds omgevings-vergunningen en milieuvergunningen verleend om activiteiten in de Binckhorst te gaan ontplooien, bijvoorbeeld het exploiteren van een nieuw bedrijf, uitbreiding van de bedrijfsvoering of het oprichten van een nieuwe woning. Totdat het nieuwe bedrijf daadwerkelijk in bedrijf is, de uitbreiding van de bedrijfsvoering wordt benut en de nieuwe woning is opgeleverd is sprake van toegekende ruimte. Deze verleende omgevings- en milieuvergunningen worden gerespecteerd en vallen onder de toegekende ruimte. Daarmee claimen zij ook een deel van de totale ruimte in de Binckhorst. De resterende ruimte wordt de gebruiksruimte genoemd. (Een deel van) deze gebruiksruimte kan worden gereserveerd door een aanvraag om omgevingsvergunning of verzoek om resen/ering (zie hierna).
Onderstaande figuur (Figuur 1) geeft dit schematisch weer.8
Gebruiksruimte
Gebruiksruimte: de beschikbare ruimte voor nieuwe initiatieven die resteert na inachtneming van de feitelijk gebruikte ruimte, de toegekende ruimteen gereserveerde ruimte
Gereserveerde gebruiksruimte
Gereserveerde ruimte: tijdelljk toebedeelde ruimte voor initiatieven op basis van een aanvraag om omgevingsvergunning of verzoek om •eservering
toegekende ruimte: vergunde, naar nog niet benutte ruimte op basis van verleende omgevlngsverg-inningen en milieuvergunningen
Toegekende ruimte
Feitelijk gebruikte ruimte
Feitelijk gebruikte ruimte: activiteiten of bebouwing die rechtmatig aanwezig of in uitvoering zijn.
Figuur 1: Gebruiksruimte
Reservering gebruiksruimte
31
7 8
Het Bestemmingsplan is een globaal plan en bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden of er nog voldoende gebruiksruimte is voor de nieuwe activiteit. Omdat niet voor elk
Plantoelichting, paragraaf 4.1 'Sturingsfilosofie van de Gemeente’, Plantoelichting, paragraaf 8.3.1 'Inleiding en opbouw structuur regels omgevingsplan’.
Pagina 9 van 37
4
BarentsKrans
initiatief direct duidelijk is of er nog voldoende gebruiksruimte is, is in de Planregels de mogelijkheid opgenomen om gebruiksruimte te reserveren voor een vooraf bepaalde tijd. Deze periode kan worden gebruikt om samen met de gemeente te bekijken of de activiteit wel past maar komt ook goed van pas als er meer onderzoek nodig is. Dergelijke onderzoeken kosten tijd. De reservering van gebruiksruimte kan dan worden gebruikt om de benodigde onderzoeken te doen zonder dat direct de formele procedure start van een volledige aanvraag voor een omgevingsvergunning. Initiatiefnemers hebben volgens de gemeenteraad graag enige zekerheid dat hun initiatief mogelijk is.
32
Het Bestemmingsplan biedt daarmee wellicht veel kansen voor het College door de opgenomen flexibiliteit, maar maakt het voor initiatiefnemers en omwonenden praktisch onmogelijk om te beoordelen of een initiatief wel past. Zij zullen veelal nog onderzoeken moeten (laten) uitvoeren. Om initiatiefnemers te begeleiden en om risico's te beperken, kan volgens de gemeenteraad het instrument van de reservering van de gebruiksruimte gebruikt worden.9 Naar het oordeel van Verzoekers heeft een dergelijke commerciële handel in ontwikkelrechten niets met ruimtelijke ordening van doen en is het Bestemmingsplan ook op dit punt onverbindend.
33
Gebruiksruimte kan worden 'geclaimd' door een aanvraag om omgevingsvergunning. Vanaf het moment van het indienen van de aanvraag wordt gebruiksruimte gereserveerd (mits deze nog beschikbaar is). Na het verlenen van de omgevingsvergunning is er vervolgens sprake van 'toegekende ruimte’.
34
Voor de vaststelling van het Bestemmingsplan heeft de gemeente Den Haag kennelijk reeds privaatrechtelijke overeenkomsten (bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten en grondreserveringsovereenkomsten) met verschillende partijen gesloten. Met de vaststelling van het Bestemmingsplan hebben de desbetreffende partijen een reservering gebaseerd op de gesloten overeenkomst verkregen. De termijnen van de reservering zijn afgestemd op de afspraken die gemaakt zijn in de gesloten overeenkomst.
35
De inhoud van het GIS-systeem en de beleidsregels zoals deze gelden op het tijdstip van het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning of het indienen van een verzoek om reservering worden doorbet College gebruikt om de aanvraag of het verzoek te beoordelen.10
Reservering gebruiksruimte Maanplein
36
Volgens artikel 5.4 van de Planregels zijn voor Maanplein (gebouwen 1 toten met 13, exclusief gebouw 5) 374 woningen gereserveerd. “5.4 Toegekende reserveringen
a.
9 '°
bij vaststelling van het omgevingsplan wordt aan de volgende initiatieven een reservering van gebruiksruimte toegekend en in het GIS-systeem verwerkt voor de
Plantoelichting, paragraaf 4.1 'Sturingsfilosofie van de Gemeente’. Plantoelichting, paragraaf 8.3.1 ‘Inleiding en opbouw structuur regels omgevingsplan'.
Pagina 10 van 37
♦
f
BarentsKrans
duur van de overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente en/of termijn in de aanbestedingsprocedure:
37
1.
(...)
2.
Maanplein (gebouwen 1 toten met 13, exclusiefs):
■
374 woningen;
■
2100 m2 bvo ten behoeve van het exploiteren van een bedrijf
•
2100 m2 bvo ten behoeve van het verrichten van activiteiten in de creatieve industrie,
■
voor een periode van maximaal 4 jaar, gerekend vanaf de dag na vaststelling van het omgevingsplan; (...)"
Naar het oordeel van Verzoekers heeft een dergelijke commerciële handel in ontwikkelrechten niets met ruimtelijke ordening van doen en is het Bestemmingsplan ook op dit punt onverbindend.
Cumulatieve effecten niet verifieerbaar 38
Op de projectwebsite (www.maanDlein-denhaaa.com) wordt aangegeven dat in de lichtbruin gemarkeerde gebouwen op onderstaande afbeelding de volgende aantallen woningen zullen worden gerealiseerd:
Figuur 2: (her)ontwikkeling Maanplein project website, www.maanplein-denhaag.com
Gebouw 1.
Maan (47 huurappartementen)
Gebouw 2. Maanplein 110 (208 huurappartementen). Dit is niet meer actueel omdat inmiddels een omgevingsvergunning is verleend voor 183 woningen. Gebouw 3. STELLA (87 huurappartementen)
Pagina 11 van 37
T
BarentsKrans
Gebouw 4.
Maan (80 huurappartementen)
Gebouw 5.
Maan (39 huurappartementen)
Gebouw 6.
24 huurappartementen
Gebouw 7.
Maan (37 huurappartementen)
Gebouw 8.
39 huurappartementen
Gebouw 9. Hoekkavel (164 sociale huurappartementen). Dit is niet meer actueel omdat op 3 maart 2021 een omgevingsvergunning is verleend voor 140 woningen.
39
Het voorgaande komt in totaal al neer op 676 woningen. Uit artikel 5.4 van het Bestemmingsplan blijkt echter dat bij vaststelling van het Bestemmingsplan aan het initiatief Maanplein (gebouwen 1 tot en met 13, exclusief 5) een reservering van gebruiksruimte is toegekend en in het GIS-systeem is verwerkt voor de duur van de overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente en/of termijn in de aanbestedingsprocedure van 374 woningen.
--
Nummering gebouwen, ontwikkellocaties en plekken. 1 t/m 13: bestaande gebouwen A t/m E: nieuwe bouwvelden I t/m VII: pleinen en plekken r
Figuur 3 Maanplein Stedenbouwkundige kaders juli 2017
40
In het GIS-systeem wordt dan weer een totale reservering van 478 genoemd. Het GISsysteem laat zien welke activiteiten in het gebied aanwezig zijn, hoeveel gebruiksruimte er is
Pagina 12 van 37
t
I-
BarentsKrans
gereserveerd en/of vergund en hoeveel gebruiksruimte er nog beschikbaar is voor het toevoegen van nieuwe activiteiten. De gebruiksruimte wordt weergegeven in aantallen of beschikbare oppervlakte. Het dashboard zou derhalve kunnen worden gebruikt om te toetsen of er nog voldoende gebruiksruimte beschikbaar is voor een initiatief 'n Voor Maanplein 110 lijken volgens het GIS-systeem overigens maar 67 woningen te zijn gereserveerd zoals uit onderstaande afbeeldingen blijkt. iU-e-
OmgèvïhgspTan Bmcffïörst
?
r
Tuurt**»» wyêMi» —I --
♦
x...
a b
•- A
<
*
•T
■MM
Figuur 4 Kaart GIS-systeem gebruiksruimte
Binckhorst •'Cf e: 'AoN- NG.’OTi
Gebruiksruimte (BVO of aantal}
"* *
Ge»--' E-vO casc'-'ceas'
BfndchoFst
<*-
.
X
5
* ■
*
Molen vjk
N O 01‘ dipoldei b u is r t
X-'-'
*
Figuur 5: Kaart GIS-systeem gebruiksruimte Maanplein ontwikkeling Maanplein 110 (zie blauw omlijnd vlak)
’’ https://www.arcais.eom/a
apSeries/index.html?aDPid=ae8f6acda6654ede948fcce5f06e764b -
GIS systeem.
Pagina 13 van 37
J
BarentsKrans
st
4 ■-«
<3*t; u kS-r
• 4
in-te '. BVO
aan;«
• : » r
T
*
H.
X
I •‘
X
K>
X X
x X
> X
X
X x
xi
X
X X
Figuur 6 Kaart GIS-systeem gebruiksruimte Maanplein ontwikkeling One Milky Way (zie blauw omlijnd vlak) .* -r* 4
Bmckr .-.tsi * ’■?
* ■=•* •:
G#C '
■<s-r u.?rrts • SvC f‘* '4= ;
-
4i
-4
*
X
*
«
*1
-<•
X
*■
X X X
Figuur 7: Kaart GIS-systeem gebruiksruimte Maanplein ontwikkeling Maanplein 110 (zie blauw omlijnd vlak)
Pagina 14 van 37
I
I
BarentsKrans
Sinckborst = , - et e
.■•-• O
NG.TOT- a ,
Gebruiksruimte (BVO of aantal) Z-rf BvC C«C-'<C*Ü'
A Ednckhc-rst
V'
W:^r
'••5-? ■
■V<:-
MoienwUt
Noordpolderbuii tl
/
Figuur 8: Kaart GIS-systeem gebruiksruimte Maanplein per ontwikkeling (zie blauw omlijnd vlak)
Binckhofst
S>ct e.
I
Gebrufksruimte (BVO of aantal)
E . C’ c-s-s— Aoii-a-tê ■F
'-1
x
7^ ’-inckl-iorst
Vx WNf
%
Z
%
z
%
ƒ
* rl;.. ;r*
v
<
i «L-ir.van^
Figuur 9: Kaart GIS-systeem gebruiksruimte Maanplein ontwikkeling Hoekblok (blauw omlijnd vlak)
41
/
Gelet op het voorgaande wordt overduidelijk niet (goed) gemonitord door het College welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden en is ook op basis hiervan duidelijk dat op geen enkele wijze verifieerbaar is wat de cumulatieve effecten zijn van alle ontwikkelingen in de Binckhorst en waar deze zijn opgenomen. Het College heeft dan ook niet op basis van objectieve en verificatoire gegevens kunnen vaststellen dat het bouwplan planologisch aanvaardbaar zou zijn.
Pagina 15 van 37
4
BarentsKrans
1.5
Te vage gebiedsaanduiding
42
De aanvraag voor de activiteit “bouwen” (artikel 2.1, eerste lid, onder a, Wabo) is getoetst aan het Bestemmingsplan. Ter plaatse van het bouwplan geldt de bestemming “Transformatiegebied” met de gebiedsaanduiding “overige zone-Binckhorsthavens”, de functieaanduiding “primaat woonfunctie” en de bouwaanduiding "bouwhoogte minimaal 13 m en maximaal 30 met hoogte accent van 70 m".12 Aan het grootste deel van het plangebied is de bestemming “Transformatiegebied’' toegekend. In de planregels is gekozen voor een systematiek waarmee met een planregel bestaande activiteiten worden toegestaan en veranderingen c.q. uitbreiding van activiteiten vergunningplicht zijn gemaakt.
43
Cliënten voeren in dit kader aan dat de functieaanduiding "primaat woonfunctie” op de verbeelding ontbreekt. Bovendien is de bouwaanduiding “bouwhoogte minimaal 13 m en maximaal 30 met hoogte accent van 70 m” niet op de verbeelding aangegeven. Bij de toetsing aan de randvoorwaarden voor de verlening van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplan-activiteit is derhalve onduidelijk (i) dat de regels met betrekking tot de functieaanduiding “primaat woonfunctie” van toepassing zijn en (ii) de bouwhoogte van minimaal 13 meter en maximaal 30 meter met hoogteaccenten van 70 meter in acht moeten worden genomen. Gelet op het voorgaande is het geheel onduidelijk dat op het perceel Maanplein 110 een maximale bouwhoogte van 30 meter is toegestaan.13
44
In zoverre voldoet de verbeelding niet aan de wettelijke vereisten in artikel 1.2.6. Besluit ruimtelijke ordening juncto Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De vormgeving van de verbeelding is bovendien in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Om deze reden dient het Bestemmingsplan als onverbindend buiten toepassing blijven en kan dit grondslag vormen voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. De bij de verlening van de Omgevingsvergunning uitgevoerde toets van de aanvraag van de activiteit “bouwen" aan het bestemmingsplan “Omgevingsplan Binckhorst” is daarmee evident onrechtmatig geweest.
1.6
Stikstofdepositie
45
Cliënten voeren verder aan dat een deugdelijk onderzoek naar stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden ontbreekt. Daartoe voeren zij aan dat in het rapport "Onderzoek stikstofdepositie bouw- en gebruiksfase" (het Stikstofrapport) van 26 oktober 2020 geen is rekening gehouden met de cumulatieve effecten van de stikstofemissies van de overige nabijgelegen activiteiten op en van/naar het Maanplein 110. Ter illustratie verwijzen Cliënten naar de vaste lijn in de jurisprudentie van de Afdeling waaruit volgt dat andere projecten waarvoor een Nbw-vergunning is verleend, maar die nog niet of slechts ten dele zijn uitgevoerd ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, en die afzonderlijk of in
” ”
Pagina 4 van Bijlage 1, Omgevingsvergunning. AbRvS 20 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3064.
Pagina 16 van 37
■*-
i
f
BarentsKrans
combinatie met andere projecten of plannen negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied kunnen hebben afzonderlijk in de beoordeling van de mogelijke cumulatieve effecten dienen te worden betrokken.14
46
Uit het Stikstofrapport volgt dat andere projecten in de directe nabijheid van het Maanplein 110 niet is venwerkt in de achtergronddepositie en derhalve ten onrechte niet is betrokken bij de beoordeling van de cumulatieve effecten.15 Voor plannen en projecten die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kunnen hebben dient een passende beoordeling te worden gemaakt.16
47
Cumulatie van stikstofemissie draagt zorg voor een substantiële stikstofdepositie in de op korte afstand gelegen Natura 2000-gebieden. De mate van stikstofdepositie is bij het verlenen van beide omgevingsvergunningen ten onrechte niet onderzocht.17 In het voorliggende geval worden in de directe omgeving van het Maanplein 110 voorzien in de realisatie van onder meer bedrijven, kantoren en overige voorzieningen. Deze ontwikkelingen hangen zo nauw met elkaar samen dat in dit geval een cumulatieve stikstofdepositieberekening noodzakelijk was. De aanvrager van de Omgevingsvergunning heeft verzuimd om een dergelijke integrale berekening te overleggen. Het College heeft dit ten onrechte niet onderkend bij het beoordelen van de aanvraag Omgevingsvergunning.
48
Volgens de Adviescommissie is een cumulatieve stikstofberekening ten aanzien van de diverse grootschalige bouwplannen in het gebied, bij de beoordeling van elke afzonderlijke omgevingsvergunning niet nodig. Bij de onderzoeken ten behoeve van het Omgevingsplan waar deze bouwplannen onder vallen, is volgens de Adviescommissie namelijk van de maximale toegestane waarden uitgegaan. Daardoor zou volgens de Adviescommissie het effect niet negatiever kunnen uitpakken dan de al bekende (en wettelijk toegestane) grenswaardes. Op basis van de redenen zoals hierboven aangevoerd in de randnummers 4547, kunnen Cliënten zich niet vinden in deze stelling van de Adviescommissie. Dientengevolge menen Cliënten dat bij de beoordeling van de aanvraag Omgevingsvergunning de cumulatieve stikstofberekeningen van de nabijgelegen bouwplannen betrokken hadden moeten worden.
49
In het verlengde van het voorgaande dient, ingevolge artikel 2.1, eerste lid, onder i, Wabo juncto artikel 2.2aa, onder a, Bor, een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming (de Wnb) zogenoemd te worden 'aangehaakt' bij een (reguliere) aanvraag omgevingsvergunning, indien geen sprake is van een (voorafgaande) afzonderlijke vergunningaanvraag op basis van de Wnb. Een bestuursorgaan dient zich ervan te
14
15
16
”
AbRvS 8 april 2015, 201402208/1/R2, ECLI:NLRVS:2015:1063,- AbRvS 8 juni 2016, 201507403/1/R6, ECLI:NL:RVS:2016:1573 en AbRvS 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2848 Vgl. AbRvS 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2507, waarin in het stikstofrapport dat door de raad aan het bestemmingsplan ten grondslag was gelegd ook rekening was gehouden met cumulatie met de andere locatie van de drijver van de inrichting in de directe nabijheid van het plangebied. HvJ EU 26 april 2017, C-142/16, ECLI:EU:C:20167:301. In voormeld arrest heeft het Hof overwogen dat artikel 6, derde lid, van de Hrl verlangt dat in het onderzoek van de cumulatieve gevolgen alle projecten in aanmerking worden genomen die samen met het project waarvoor een vergunning is aangevraagd, significante gevolgen kunnen hebben, rekening houdend met de doelstellingen van de Hrl, ook al dateren zij van vóór de datum waarop deze richtlijn in nationaal recht is omgezet AbRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2454 en AbRvS 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:683.
Pagina 17 van 37
I
BarentsKrans *
vergewissen dat een daadwerkelijke vergunningaanvraag op basis van de Wnb voorligt, wil het van aanhaken bij de aanvraag omgevingsvergunning kunnen afzien. Indien ten onrechte geen vergunningaanvraag op basis van de Wnb voorligt en indien een dergelijke activiteit niet wordt aangehaakt, levert dat een schending van artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo op. Zodra de Wnb-vergunning wordt aangehaakt, wordt de Natura 2000-toets onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. 50
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, die in dit geval bevoegd zijn voor de verlening van een vergunning op basis van de Wnb, verrichten vervolgens de inhoudelijke beoordeling van de natuuraspecten bij de behandeling van de aanvraag omgevingsvergunning.18 Indien Gedeputeerde Staten geen bezwaar hebben, geven zij een verklaring van geen bedenkingen af. Zonder de verklaring van geen bedenkingen kan de aangevraagde omgevingsvergunning niet worden verleend.19
51
Daar komt bij dat het College de verkeerde voorbereidingsprocedure heeft gevolgd, gezien het feit dat in beginsel een vergunning op basis van de Wnb is vereist, die, als gezegd, naar alle waarschijnlijkheid niet afeonderlijk is aangevraagd door de aanvrager van de Omgevings vergunning. Het College had - in plaats van de reguliere voorbereidingsprocedure - de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb moeten volgen en de Omgevingsvergunning op basis van de Wnb moeten 'aanhaken'.20
52
Gelet op het voorgaande is voorafgaand aan het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning geen Wnb-vergunning aangevraagd. Om die reden is sprake van een activiteit in de zin van artikel 2.2aa, aanhef en onder a, Bor juncto artikel 2.1, eerste lid, onder i, Wabo.21 Dat betekent dat ingevolge artikel 2.7, eerste lid, Wabo de aanvraag omgevingsvergunning en daarmee de Omgevingsvergunning ten onrechte niet tevens betrekking hebben op het verrichten van een andere activiteit in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder i, Wabo, ondanks dat deze activiteit onlosmakelijk samenhangt met de voorziene ontwikkeling aan het Maanplein 110.
53
Indien de aanvraag Omgevingsvergunning wel tevens betrekking zou hebben gehad op artikel 2.1, eerste lid, onder i, Wabo, dan had de Omgevingsvergunning slechts kunnen worden verleend als Gedeputeerde Staten zouden hebben verklaard dat zij daartegen geen bedenkingen hebben. Indien zij die bedenkingen wel hebben en weigeren om een dergelijke verklaring van geen bedenkingen af te geven, dan moet ook de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen worden geweigerd.
54
Gezien het voorgaande is sprake van een schending van artikel 2.7, eerste lid, Wabo. De aanvraag Omgevingsvergunning en daarmee de Omgevingsvergunning hebben ten onrechte
18 19 20
Artikel 6.10a, eerste lid, Bor juncto artikel 2.2, onder a, Bor Artikel 2.27, eerste lid, Wabo Ingevolge artikel 3.10, eerste lid, onder e, Wabo is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning (voor bouwen), indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een geval waarin een verklaring vereist is, als bedoeld in artikel 2.27 Wabo (hetgeen hier het geval is). AbRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1773.
21
Pagina 18 van 37
I
»
f
BarentsKrans
niet tevens betrekking op het verrichten van een andere activiteit in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder i, Wabo. Daarnaast is ten onrechte niet de uitgebreide voorbereidingsprocedure van Afdeling 3.4 van de Awb gevolgd. Hierom kan de Omgevingsvergunning niet in stand blijven en dient het te worden vernietigd. 1.7
Hoogteaccent, diagonaal en footprint
55
Cliënten menen dat de locatie van Maanplein 110 ten onrechte als hoogteaccent beschouwd wordt gelet op de regels met betrekking tot het hoogteaccent, de diagonaal en de footprint, en derhalve ten onrechte in de Omgevingsvergunning een bouw van 73,1 meter hoogte is toegestaan.
56
Uit hoofde van artikel 7.2.2 sub a van de Planregels mag de bouwhoogte van Maanplein 110 niet meer bedragen dan 70 meter, met dien verstande dat de minimale en maximale bouwhoogte en de hoogteaccenten verschillen per deelgebied. In de Beleidsregel 'ruimtelijke kwaliteit' (de Beleidsregel) is een verdere differentiatie opgenomen van de toegestane bouwhoogte per deelgebied. Uit kaart 3 'regels bebouwing (Kaart 3) van de Beleidsregel volgt voorts dat voor het Maanplein een minimale bouwhoogte van 13 meter en een maximale bouwhoogte van 30 meter geldt en hoogteaccenten van 70 meter zijn toegestaan. Uit de Beleidsregel volgt dat de mate waarin bouwvolume wordt gezien als hoogteaccent en de maximale maat van het hoogteaccent, afhankelijk zijn van de context, zoals de afstand tot andere hoogbouw en de samenhang met andere hoogbouw.
57
Vergunninghouder stelt zich in zijn Reactie op het standpunt dat het hoogteaccent van 70 meter voor Maanplein 110 zou zijn toegestaan omdat Kaart 3 aangeeft dat in het deelgebied Maanplein hoogteaccenten mogelijk zijn van maximaal 70 meter. Daarmee zou het hoogteaccent uitdrukkelijk zijn toegestaan. Daarnaast meent Vergunninghouder in zijn Reactie dat Maanplein 110 met een bouwhoogte van 73,1 meter het hoogteaccent zou vormen op de kop van deelgebied V uit de Beleidsregel, Binckhorsthavens. Vergunninghouder vermeldt hierbij overigens niet waar in de Beleidsregel dit is bepaald en Cliënten kunnen deze stelling als zodanig ook niet terugvinden in de Beleidsregel.
58
Voorts stelt Vergunninghouder in zijn Reactie dat uit pagina 18 van het Haagse Hoogbouwbeleid zou blijken dat wordt voldaan aan de maximale afmetingen van de diagonaal (resp. 45 en 56 meter, de diagonaal van het bouwplan zou 43 meter bij verdieping 5-10 en 41 meter bij verdieping 11-20 zijn). Ten aanzien van de footprint van het gebouw zou het Haagse Hoogbouwbeleid bepalen dat de footprint van een toren tot 70 meter een diagonaal zou mogen hebben van maximaal 56 meter; boven 70 meter zou dit een diagonaal van maximaal 45 meter zijn. De toren van het onderhavige bouwplan (bestaande uit de verschillende bouwlagen met detailhandel, maatschappelijk en woningen) bedraagt volgens Vergunninghouder 70 meter. Er zou wel boven de 70 meter worden gebouwd (tot een bouwhoogte van 73,1 meter), maar dit zou uitsluitend ondergeschikte bouwdelen betreffen zoals PV-panelen en installaties, welke geen onderdeel zouden uitmaken van de toren zelf en daarom ook niet onder werking van het Haags Hoogbouwbeleid zouden vallen. Dit zou betekenen dat voor de footprint van de
Pagina 19 van 37
A
BarentsKrans
onderhavige toren een diagonaal van maximaal 56 meter zou gelden. Volgens Vergunninghouder heeft de footprint van het gebouw een diagonaal van 45,657 meter.
59
Het College stelt in het Verweerschrift in lijn met de Vergunninghouder dat het Bestemmingsplan een bouwhoogte van maximaal 70 meter toestaat, waarbij te gelden zou hebben dat de minimale en maximale bouwhoogte en de hoogteaccenten verschillen per deelgebied. Ook het College verwijst voorts naar de Beleidsregel voor de verdere differentiatie van de hoogte. Kaart 3 zou volgens het College demonstreren dat op het Maanplein een minimale bouwhoogte geldt van 13 meter en een maximale bouwhoogte van 30 meter, met hoogteaccenten van 70 meter. Voorts stelt het College zich simpelweg op het standpunt niet in te zien waar het bouwplan hoogteaccenten zou missen.
60
Op basis van artikel 7.2.2 onder b van de Planregels dient hoogbouw zorgvuldig te worden ingepast volgens het Haagse hoogbouwbeleid. Volgens de begripsbepalingen bij het Bestemmingsplan is hoogbouw bebouwing met een hoogte van meer dan 50 meter. Uit de Omgevingsvergunning en het Verweerschrift van het College blijkt niet dat aan dit “Haagse hoogbouwbeleid” is getoetst.
61
Cliënten kunnen zich niet vinden in de standpunten van Vergunninghouder en het feit dat het College zich daarbij aansluit. Alvorens deze bezwaren verder uitgewerkt worden, willen Cliënten eerst opmerken dat - zoals reeds aangegeven - de planregels waarin de dynamische verwijzing naar onder andere de Beleidsregel en de bijbehorende Kaart 3 zijn opgenomen onverbindend zijn, omdat zij in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel aangezien genoemde documenten slecht vindbaar dan wel onvindbaar zijn of zelfs niet bestaan. Tevens zijn deze documenten geen beleidsregel omdat deze niet door het juiste bestuursorgaan zijn vastgesteld en niet op de voorgeschreven wijze bekend zijn gemaakt. Echter, mochten deze beleidsdocumenten toch gebruikt kunnen worden bij de vergunningverlening dan hebben Cliënten de volgende bezwaren tegen de bovengenoemde standpunten.
Hoogteaccent 62
Cliënten zijn het niet eens met de door Vergunninghouder en het College ingenomen stelling dat een hoogteaccent op het Maanplein mogelijk zou zijn, en wel om de volgende redenen.
63
Volgens de gewijzigde beleidsregels omgevingsplan Binckhorst die op 11 mei 2021 door het College zijn vastgesteld op 11 mei 2021 en in werking zijn getreden op 26 mei 202122 is een mate waarin bouwvolume gezien wordt als hoogteaccent en de maximale maat van het hoogteaccent afhankelijk van de context, zoals de afstand tot andere hoogbouw en samenhang met andere hoogbouw. In het Haagse Hoogbouwbeleid wordt verder vermeld dat de zones grenzend aan woongebieden Broeksloot/Maanweg geen hoogbouw zullen kennen, maar dat hoogbouw zal worden geconcentreerd bij de tunnelmond/centrumring (p. 53).
22
httosV/lokaleregelgevinq. overheid. nl/CVDR657989.
Pagina 20 van 37
r .
a
I
BarentsKrans
64
Zowel door Vergunninghouder als door het College wordt op geen enkele wijze ingegaan op de context, de afstand tot andere hoogbouw en de samenhang met andere hoogbouw op het Maanplein en daaromheen en de plaatsing van hoogbouw volgens het Haagse Hoogbouwbeleid die zou maken dat Maanplein 110 als hoogteaccent zou zijn toegestaan.
65
Op basis van de Nota van zienswijzen bij het Vaststellingsbesluit van het ontwerp Bestemmingsplan (de Nota van zienswijzen) kunnen Cliënten wél enige nadere invulling geven aan de genoemde (en vereiste) context. Het College beschrijft in de Nota van zienswijzen in reactie op een vraag met betrekking tot een ander gedeelte van het Bestemmingsplan dat twee torens met een hoogte van 37 meter niet voldoen aan de regels van het Bestemmingsplan en de bijbehorende beleidsregels, omdat er daarmee geen sprake is van een stedelijke laag met hoogteaccent, maar twee hoogteaccenten direct naast elkaar. Dit acht het College niet wenselijk.
66
In het onderhavige geval zijn in het gebied op Kaart 3 waar Vergunninghouder en het College naar verwijzen reeds twee hoogteaccenten van 70 meter aanwezig in de vorm van de torenflat ‘One Milky Way’ (de One Milky Way) (figuur 12), ter plaatse van de Saturnusstraat 16 en de Saturnusstraat naast 16 met de hoek van de Melkwegstraat (in onderstaande afbeelding in Figuur 11 aangeduid in het grijze vlak genaamd 'Ontwikkeling Vorm') en Maanplein 110. Ter indicatie is hieronder de relevante uitsnede van de Kaart 3 bijgevoegd (Figuur 13), waarbij ter hoogte van de One Milky Way een rood kruis is toegevoegd. Gelet op de Nota van zienswijzen waaruit blijkt dat onwenselijk is om twee hoogteaccenten naast elkaar te realiseren, wordt in onderhavige geval derhalve niet voldaan aan het beschreven toetsingskader, waardoor het hoogteaccent van 70 meter niet op het Maanplein dient te worden gerealiseerd.
Pagina 21 van 37
BarentsKrans
MASTERPLAN FUNCTIEOVERZICHT
Figuur 10: Ontwikkelingen Maanplein juli 2019
One MilkyWay is in ontwikkeling!
itF# a k-s'-i*' ;v *« s
x
-«f: •} ■:<«
v w cwi;
“^ar^‘Verste’- -
ur
;«*
-B»?
Air. .'9^ «r’-ser^A^s^«« .«■<♦.•
Sept -tr^r '^*r
^-^r4- 3^*1'
■4. i -isar s-rr^
Cm
«C-W'ir b-^r-ïisCTi^-ïje-.H^
Figuur 11: One Milky Way woontoren van 70 meter
Pagina 22 van 37
■
BarentsKrans
»
aSNCKHO^ST Regefas bflbouwïny ISK»! 3 - Hl
£ F OSWSJKi!»» visaB vaw E »>•»*»» fcnsM
r.*sS%r*E!? sSosiea-tefi
sa
v' ■•■ Figuur 12: Kaart 3 Beleidsregel ruimtelijke kwaliteit - hoogteaccent
67
Ook is in directe nabijheid van Maanplein 110 een andere woontoren ‘Frank is een Binck' (zie figuur 14,15 en 16) geprojecteerd die eveneens 70 meter hoog zal zijn. De figuren 9 tot en met 14 maken ook duidelijk dat de regel uit het Haagse Hoogbouwbeleid dat de zones grenzend aan woongebieden Broeksloot/Maanweg geen hoogbouw zullen kennen (maar dat de hoogbouw wordt geconcentreerd bij de tunnelmond/centrumring) volstrekt niet wordt nageleefd.
Pagina 23 van 37