RIS312875 Beantwoording SV Fietspad Westduinpark
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
6 oktober 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Bom luidend: ‘Fietspad Westduinpark’
DPZ/10387848 RIS312875
Het raadslid de heer Bom heeft op 20 juli 2022 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Het Westduinpark is een schitterend natuurgebied met fantastische wandel- en fietspaden waar veel mensen met plezier gebruik van maken. De gemeente heeft hierbij een zorgplicht en is verantwoordelijk voor de veiligheid van de paden. Hart voor Den Haag heeft al twee keer vragen gesteld over de volgende casus. Aangezien de vragen onjuist en onvolledig zijn beantwoord, doe ik hierbij een derde poging. De casus: De heer Leether (inwoner van Den Haag) heeft de gemeente aansprakelijk gesteld voor zijn ernstige val in augustus 2020. De gemeente heeft op voorhand iedere aansprakelijkheid afgewezen, al heeft men na de val en de correspondentie daaromtrent (RIS309792 en RIS311169) wel de toezegging gedaan om waarschuwingsborden te plaatsen bij strandafslag 7. NB: Dit is tot op heden niet gebeurd. De frustratie bij de heer Leether zit hem vooral in de manier waarop hij als burger behandeld wordt door de gemeente en het onvolledig en onjuist beantwoorden van eerder gestelde schriftelijke vragen. Zo werd stelselmatig aangegeven dat er vanuit de gemeente contact met hem is geweest, hetgeen onjuist is.
Door personele wisselingen kan de gemeente ook geen bewijzen van dat contact overleggen. Aangezien de waarschuwingsborden nog niet zijn geplaatst voldoet de gemeente nog steeds niet aan het uitvoeren van de zorgplicht. Daarom hierbij een aantal vervolgvragen, waarbij ik wil benadrukken dat ik verwacht dat de beantwoording deze keer wel juist en volledig is. Driemaal is scheepsrecht. 1.
Welke maatregelen had het college op 5 augustus 2020, de dag van het fietsongeval van de heer Leether, reeds getroffen om de risico’s van valpartijen door stuifzand op de fietspaden zoveel mogelijk te beperken?
Het college had reeds bebording laten plaatsen en het reguliere onderhoud van de fietspaden werd ook uitgevoerd. 2.
Hoe valt het antwoord van het college (zie antwoorden van het college d.d. 5 oktober 2021 op vraag 6 en 7 van Hart voor den Haag) dat het plaatsen van waarschuwingsborden in gang is gezet te rijmen met haar antwoord (zie haar antwoord op vraag 8 van dezelfde datum) dat specifieke waarschuwingsborden niet nodig zijn en dat met “huisregelborden” kan worden volstaan?
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10387848
Hier is sprake van een verkeerde woordkeuze. Daar waar waarschuwingsbord geschreven staat is huisregelbord bedoeld. Actuele situatie: De toegezegde waarschuwingsborden staan er nog altijd niet terwijl ook de door het college aangekondigde waarschuwing op de huisregelborden die bij de ingangen van het gebied staan, ontbreken. 3.
Wanneer worden de toegezegde maatregelen getroffen?
De toegezegde huisregelborden zijn inmiddels rondom het Westduinpark geplaatst. Voor het Westduinpark inclusief de Bosjes van Poot en Wapendal zijn 24 (van 51) nieuwe huisregelborden geplaatst. De overige borden zijn besteld en worden in de loop van het jaar geplaatst. Tot die tijd blijven daar de huidige huisregelborden staan. In de beantwoording van beide sets schriftelijke vragen van collega’s Oudshoorn en Roopram stelt het college dat “vanuit Dhr. Leether nog aanvullende informatie zou worden aangedragen, maar dat die tot op heden (nog) niet ontvangen”. Hierop is door de heer Leether contact opgenomen, met de destijds betrokken medewerker van de gemeente, om te vragen om welke aanvullende informatie het zou gaan, maar deze medewerker zei niet te weten welke informatie werd bedoeld. 4.
Kan het college aangeven welke additionele informatie nog zou zijn gevraagd of door de belangenbehartiger van de rechtsbijstandverzekering zou zijn toegezegd?
Er lijkt sprake van een misverstand. De belangenbehartiger heeft om een heroverweging gevraagd en zou in dat kader ter onderbouwing stukken/additionele informatie aanleveren. Vanuit de gemeente is nooit gevraagd om meer informatie. Welke mogelijke stukken de belangenbehartiger zou aanleveren, is bij het college verder ook niet bekend. Het college heeft gekozen voor de zogenoemde “vergrijzing van de duinen” met als verwacht gevolg minder groen en meer zand. Dat heeft, aldus het college, geleid tot “een dynamisch gebied waarin zandverstuiving een grote rol speelt. Om die reden is het zand op de weg niet goed te beheersen.” Die eigen keuze van het college is derhalve de directe oorzaak van de huidige zandoverlast en evenzeer van de daaruit voortvloeiende grote risico’s voor fietsers. 5.
Waarop baseert het college haar standpunt dat het betreden van een natuurgebied een eigen verantwoordelijkheid met zich brengt en over welke verantwoordelijkheid gaat het dan?
Het gaat hierbij om de verantwoordelijkheid kennis te nemen van wet- en regelgeving die gelden voor een natuurgebied, in dit geval het Westduinpark. Om de bezoeker extra hierop te attenderen vermeldt de gemeente deze nog eens op de huisregelborden die bij alle toegangen tot het gebied zijn geplaatst. Daarnaast wordt verondersteld dat een fietser die in de duinen fietst kan verwachten dat er zand op het fietspad ligt en daarmee de verantwoordelijkheid neemt zijn rijgedrag aan te passen om zichzelf en anderen niet in gevaar te brengen. 6.
Deelt het college de mening dat door deze opstelling de zorgplicht van de wegbeheerder dan weinig meer voorstelt als de verantwoordelijkheid zo eenvoudig wordt afgeschoven?
Nee, deze mening deelt het college niet. Te allen tijde dragen in het verkeer meerdere partijen de verantwoordelijkheid.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10387848
Het controle- en veegbeleid is na de val van de heer Leether geïntensiveerd. Ook het voornemen van maatregelen als het plaatsen van specifieke waarschuwingsborden en/of het op de huisregelborden waarschuwen voor zandverstuivingen op de fietspaden, ook al zijn die nog niet uitgevoerd, dateren van ruimschoots na zijn ongeval. Het College was klaarblijkelijk van mening dat die maatregelen nodig waren om de bekende risico’s van verzande fietspaden te verkleinen. Dat blijkt eens temeer uit het antwoord van het college d.d. 21 maart 2022 op vervolgvraag 1 van Hart voor Den Haag: “we met het huidige onderhoud en met de bebording voldoen aan de zorgplicht die we als gemeente hebben”. De daaruit voortvloeiende conclusie kan geen andere zijn dan dat op 5 augustus 2020, de dag van het ongeval van de heer Leether, dat dus nog niet geval was. 7.
Is het college desondanks van mening dat als gevolg van de later door haar (voorgenomen) getroffen maatregelen met terugwerkende kracht ook de aansprakelijkheid voor het ongeval van de heer Leether op 5 augustus 2020, is komen te vervallen en zo ja op welke juridische gronden?
Het college is van mening dat de getroffen maatregelen: het vervangen van de huisregelborden en het intensiveren van het veegbeleid, geen enkel gevolg heeft voor de aansprakelijkheidstelling van de gemeente. Immers is eerder vastgesteld dat de gemeente met het huidige onderhoud en aanwezige bebording aan de zorglicht voldeed. Juridische grondslag wordt gevonden in de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2552) – waarin kort samengevat wordt gesteld dat “het een feit van algemene bekendheid is dat op wegen die door de duinen lopen zand op het wegdek terecht kan komen. [verzoekster] had daarop bedacht moeten zijn en haar rijgedrag hierop moeten aanpassen. Op de gemeente rustte wat dit aangaat derhalve geen waarschuwingsplicht.” Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3