CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312672 Jonge slachtoffers criminele uitbuiting witte vlek in aanpak ondermijning Bijlage 1

Commissie Bestuur 16 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Veiligheid2.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Rotterdam

Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: H. Kareis Telefoon: 010-267 23 17

Aan de Gemeenteraad

Portefeuillehouder: Burgemeester en wethouder Eskes. Cluster: Directie Veiligheid en Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: 21bb16092 Uw kenmerk: Datum: B&W 21 december 2021 Betreft: Onderzoek naar criminele uitbuiting in Rotterdam en de vervolgaanpak.

Onderwerp In deze brief wordt u geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek naar criminele uitbuiting in Rotterdam en de voorgenomen aanpak. Op welke gronden deze briefŸ/Waarom nu voorgelegd? Om een gerichte aanpak van criminele uitbuiting mogelijk te maken, heeft het college het Centrum tegen Kinder- en Mensenhandel (CKM) onderzoek laten verrichten naar de (vermoedelijke) omvang en aard van criminele uitbuiting in Rotterdam. Tijdens de bespreking van het jaarverslag van de aanpak ondermijnende criminaliteit heb ik toegezegd u te informeren over de uitkomsten van het onderzoek. Hierbij doe ik u de onderzoeksrapportage van het CKM toekomen, waarin een drietal aanbevelingen zijn opgenomen: 1. Investeer in duurzaam contact met de doelgroep en versterk de aanpak in de wijken. 2. Vergroot de kennis en expertise over criminele uitbuiting bij eerstelijns professionals. 3. Vervolgonderzoek naar middelbare scholen. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: De aanpak van mensenhandel is één van de thema’s in het coalitieakkoord “Nieuwe Energie voor Rotterdam”. Daarnaast is het als thema opgenomen in het veiligheidsprogramma Veilig@Rotterdam en onderdeel van de aanpak van ondermijnende criminaliteit.

Tijdens de commissie Veiligheid en Bestuur van 25 juni 2020 heb ik u toegezegd een beleidsmatige scheiding aan te brengen tussen arbeidsuitbuiting, criminele- en seksuele uitbuiting en het ronselen van minderjarigen (20bb8379). Bij brief van 16 juli 2020 (20bb9523) heb ik u aangegeven dat binnen de aanpak mensenhandel en de aanpak van ondermijnende criminaliteit de drie verschijningsvormen van mensenhandel in drie deelprojecten afzonderlijk aandacht krijgen. inleiding Criminele uitbuiting is een vorm van mensenhandel waarbij een persoon wordt gedwongen tot het plegen van strafbare feiten en de opbrengsten hiervan (grotendeels) moet afstaan. Ingeval van dwang kan het gaan om harde dwangmiddelen, zoals geweld of bedreiging, maar ook om zogeheten ‘zachte’ dwangmiddelen, zoals het misbruik maken van een kwetsbare positie,

Blad:

2/6

bijvoorbeeld vanwege de jonge leeftijd van een slachtoffer of omdat sprake is van psychische problematiek. Criminele uitbuiting is in 2013 expliciet strafbaar is gesteld in Nederland, maar waar recent meer aandacht voor komt. Daarbij kan het gaan om uiteenlopende strafbare feiten, zoals drugshandel, winkeldiefstal of het witwassen van geld. Criminele uitbuiting verschilt in de kern van andere vormen van mensenhandel, omdat slachtoffers zich óók schuldig maken aan het plegen van een strafbaar feit. Slachtoffers lopen daardoor het risico als dader te worden aangemerkt. En in plaats van het krijgen van de noodzakelijke bescherming, kunnen zij worden vervolgd als dader. Daarom is het van belang dat aandacht is voor het 'nonpunishmentbeginseľ. Dit houdt kortgezegd in dat slachtoffers van criminele uitbuiting in beginsel niet worden vervolgd wanneer zij strafbare feiten onder dwang hebben gepleegd. Het onderzoek Dit onderzoek richt zich op het in beeld brengen van de aard en omvang van criminele uitbuiting in Rotterdam. In het onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal: In hoeverre komt criminele uitbuiting voor binnen de gemeente Rotterdam (aard/omvang) en welke mogelijkheden zijn er om de aanpak van dit fenomeen te versterken? Het is hierbij van belang om te benadrukken dat het gaat om vermoedens van criminele uitbuiting.

Het CKM is expert op het gebied van verrichten van onderzoek naar het fenomeen mensenhandel. Omdat criminele uitbuiting een relatief nieuw thema is, is er nog weinig data voor onderzoek beschikbaar. Daarom is ervoor gekozen om eerstelijns professionals te vragen naar hun ervaringen, aangezien zij een belangrijke signalerende functie vervullen. Om die reden is een enquête onder professionals leidend geweest in dit onderzoek. De vragenlijst is uitgezet onder professionals die werkzaam zijn in Rotterdam en vanuit die hoedanigheid een grotere kans hebben om met slachtoffers van criminele uitbuiting in contact te komen. Hierbij moet gedacht worden aan jongerenwerkers, leerplichtambtenaren, professionals werkzaam in het onderwijs, schuldhulpverleners en medewerkers van het Wijkteam. De vragenlijst is in samenwerking met de gemeente Rotterdam opgesteld en uitgestuurd naar minstens 1450 professionals. Vanuit de politie is de vragenlijst ook uitgestuurd naar onder andere alle wijkagenten. Respondenten met vermoedens van criminele uitbuiting zijn aanvullend gevraagd naar onder meer de vormen van gedwongen criminaliteit, de vormen van dwang, de locaties waar slachtoffers zijn geworven of geronseld. Verdiepende interviews Volgend op de vragenlijst is met veertien professionals een verdiepend interview gehouden.

Dit met het doel om meer inzicht te krijgen in hoe de resultaten uit de vragenlijst moeten worden geïnterpreteerd en om aanvullende informatie te verkrijgen. Kanttekeningen bij het onderzoek De eerstelijns professionals zijn gevraagd naar hun waarnemingen van, en ervaringen met, vermoedelijke slachtoffers van criminele uitbuiting. Er is daarmee dus geen sprake van formeel vastgesteld slachtofferschap. Professionals hebben vooral een signalerende rol. Daarom geeft dit onderzoek alleen een indicatie van dit fenomeen. De daadwerkelijke omvang is vooralsnog niet vast te stellen. De vragenlijst is uitgezet tijdens de coronamaatregelen. De helft van de respondenten (5507o) geeft aan dat de

Blad:

3/6

coronamaatregelen het zicht op de problematiek hebben verminderd. De eerstelijns professionals van sommige domeinen zijn oververtegenwoordigd, terwijl respondenten uit andere domeinen (Onderwijs en Jeugd) juist ondervertegenwoordigd zijn. Dit geldt het meest voor de eerstelijns professionals uit de domeinen Werk, Financiën en Schulden (oververtegenwoordigd) en het domein Onderwijs (ondervertegenwoordigd). Dit heeft invloed op de gemiddelde leeftijd van de door de respondenten waargenomen slachtoffers en ook op de vormen van criminaliteit waartoe zij worden gedwongen. Omvang Minstens 1450 professionals zijn benaderd en 499 respondenten hebben de enquête volledig ingevuld. Van de 499 respondenten geven 233 respondenten aan dat zij in de afgelopen twee jaar in aanraking zijn geweest met een of meerdere slachtoffers van criminele uitbuiting (470Zo). De meesten van hen geven aan dat zij bij minstens één van de vermoedens in aanraking zijn geweest met (vermoedelijke) slachtoffers. Dit zegt iets over het contact dat eerstelijns professionals hebben met de doelgroep en dat het in veel gevallen lijkt te gaan om direct contact en niet (enkel) om signalen of vermoedens uit tweede hand. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan dat het naar schatting gaat om twee tot en met vijf slachtoffers in de afgelopen twee jaar (590Zo).

En 28 respondenten schatten in dat zij met zes tot tien slachtoffers in aanraking zijn geweest (120Zo), bij veertien respondenten gaat het zelfs om een schatting van elf of meer slachtoffers (60Zo). De resultaten laten zien dat de vermoedens wijdverspreid zijn over de stad, waarbij het gaat om ten minste 686 geschatte waarnemingen over de laatste twee jaar. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat het aannemelijk is dat er sprake is van dubbeltellingen en het gaat om geschatte waarnemingen van de eerstelijns professionals zelf. Dit onderzoek kan het werkelijke aantal slachtoffers niet vaststellen. Niettemin tonen deze cijfers aan dat criminele uitbuiting als een reëel probleem wordt ervaren door de eerstelijns professionals in Rotterdam. Gevraagd is tevens waarom respondenten in sommige gevallen slachtofferschap van criminele uitbuiting vermoeden. Hieruit blijkt dat respondenten in de interviews aangeven dat dit vooral samenvalt met waargenomen kwetsbaarheden bij (vermoedelijke) slachtoffers waar daders misbruik van maken. Het gaat volgens hen veelal om personen waarbij sprake is van een lichtverstandelijke beperking en/of een zeer jonge leeftijd. Bovendien speelt vaak armoede, schuldenproblematiek en/of een instabiele thuissituatie een rol.

Verder wordt door een aantal respondenten genoemd dat vermoedens vaak ontstaan bij een onderbuikgevoel dat er iets niet klopt en dat er mogelijk meer aan de hand is dan dat iemand laat zien of uitspreekt. Ook gaat het om gedrag en de reacties waaruit volgens de respondenten blijkt dat de (vermoedelijke) slachtoffers zelf geen grip hebben op bepaalde situaties, omdat het erop lijkt dat iemand anders dan zij hierover gaan. Ronsellocaties Wanneer gekeken wordt naar de locatie van werving van slachtoffers, valt op dat de straat of openbare hangplekken, online via sociale media en scholen of onderwijsinstellingen het meest genoemd worden. Deze laatste locatie wordt als derde genoemd, ondanks dat slechts een beperkt aantal eerstelijns professionals uit het onderwijs aan het onderzoek hebben deelgenomen. Gevraagd naar het type onderwijsinstelling geeft meer dan de helft van 43

Blad:

4/6

respondenten aan dat slachtoffers zijn geronseld op een praktijkschool (5107o) of een reguliere middelbare school (510/)). Aard van de criminele uitbuiting Wat opvalt, is dat de belangrijkste vormen van gedwongen criminaliteit financiële delicten betreffen. Minstens één op de drie respondenten is in aanraking geweest met slachtoffers die zijn ingezet als katvanger, gedwongen zijn tot het witwassen van geld of zijn ingezet als geldezel, en/of gedwongen zijn tot het kopen van een product op afbetaling. Andere vormen van criminele uitbuiting die genoemd worden zijn drugscriminaliteit, ronselen voor de prostitutie en diefstal. Zoals eerder aangegeven, moet bij deze resultaten de kanttekening worden geplaatst, dat drugs pas op de vierde plaats wordt genoemd, en dat dat mogelijk komt omdat ongeveer een derde van de respondenten binnen dit onderzoek werkzaam is in het domein Werk, Financiën en Schulden. Zij komen bij uitstek in contact met personen die financieel kwetsbaar zijn en hebben ook vooral zicht op de financiële context van een persoon. Het onderzoek geeft tot slot tevens inzicht in andere kenmerken van de vermeende slachtoffers, zoals leeftijd en geslacht. Voor deze inzichten verwijs ik u naar pagina 40 en 42 van de bijgevoegde rapportage. Daarnaast geeft het rapport inzage in een aantal knelpunten in de aanpak (pagina 80).

Conclusies De onderzoeksresultaten laten zien dat criminele uitbuiting als een reëel en aanwezig probleem wordt ervaren door de professionals. Van de respondenten is bijna de helft {470Zo) in de afgelopen twee jaar in aanraking gekomen met één of meerdere slachtoffers van criminele uitbuiting. Het merendeel geeft daarbij aan dat zij (ook) direct contact hebben gehad met het slachtoffer. Het is aannemelijk dat het hier gaat om tientallen en mogelijk zelfs honderden slachtoffers van criminele uitbuiting over een periode van twee jaar. Uit het onderzoek blijkt verder dat bijna de helft van de respondenten (480/)) zich in de afgelopen twee jaar meer zorgen is gaan maken over criminele uitbuiting in het gebied waar zij werkzaam zijn. De bevindingen uit dit onderzoek leggen bovendien een zorgelijke discrepantie bloot tussen het aantal waargenomen slachtoffers door eerstelijns professionals in de gemeente Rotterdam en de officiële registraties. Zo werden in de periode 2015-2019 vijftien slachtoffers van criminele uitbuiting door de politie-eenheid Rotterdam gemeld bij CoMensha. De discrepantie tussen waarnemingen en officiële registraties betekent dat er een uitdaging ligt voor de politie en de gemeente Rotterdam om vermoedens en signalen van criminele uitbuiting op structurele wijze te verzamelen, zodat effectief beleid kan worden gemaakt om criminele uitbuiting tegen te gaan.

Een andere zorgelijke bevinding is dat 4007o van de eerstelijns professionals aangeeft (ook) in aanraking te zijn gekomen met slachtoffers die zowel seksueel als crimineel zijn uitgebuit. Het gaat bijvoorbeeld om personen die, naast gedwongen prostitutiewerkzaamheden, ook worden ingezet voor het plegen van criminele feiten. Aanbevelingen De onderzoekers sluiten het rapport af met een drietal aanbevelingen aan het college.

Blad:

5/6

1. Investeer in duurzaam contact met de doelgroep en versterk de aanpak in de wijken. 2. Vergroot de kennis en expertise over criminele uitbuiting bij eerstelijns professionals. 3. Vervolgonderzoek naar middelbare scholen. Het college neemt deze aanbevelingen over en verwerkt deze in de vervolgaanpak. Vervolg Zoals aangegeven is criminele uitbuiting een relatief nieuw fenomeen en is de gemeente Rotterdam de eerste gemeente die op deze schaal de problematiek in kaart heeft gebracht. De hieronder beschreven aanpak moet als startpunt worden gezien waarbij in eerste instantie een belangrijk deel van de aanpak gericht is op het signaleren, het verder versterken van de kennis- en informatiepositie en het stimuleren van het melden. De aanpak zal de komende járen op basis van nieuwe inzichten steeds worden bijgesteld. investeer in duurzaam contact met de doelgroep en versterk de aanpak in de wijken. 1. In de loop van 2022 wordt gestart met het bevorderen van expertise onder professionals op het gebied van signaalherkenning en wordt voor hen een handelingskader opgesteld. De eerste gesprekken met een aanbieder van opleidingen zijn gestart. Ook de professionals die in aanraking komen met Rotterdammers met schulden worden getraind op signaalherkenning. 2.

Met de politie worden in het verlengde van de trainingen werkafspraken gemaakt met betrekking tot de signalen vanuit de wijken/gebieden. 3. Er volgt in Q1 2022 een nadere verkenning met de professionals in de wijken (jongerenwerkers/wijkagenten/wijkteams, accounthouders DirV) over wat er nodig is op het gebied van preventie en repressie om criminele uitbuiting in de wijken te voorkomen, signaleren en aan te pakken. Aan de hand van de verkenning worden diverse doelgroepen (waar mogelijk) nader in beeld gebracht. 4. In december 2021 wordt in samenwerking met FIER gestart met de tweede online communicatiecampagne om de meldingsbereidheid onder jongeren te vergroten. 5. Binnen het arrondissementsparket Rotterdam van het Openbaar Ministerie wordt in 2022 geïnvesteerd op de inhoudelijke verbinding tussen het fenomeen mensenhandel en andere thematische aanpakken als geldezels, uithalers, etc. 6. Om een dadergerichte aanpak mogelijk te maken wordt in Q1 2022 gestart met nader onderzoek naar de achtergrond van daders/dealers. 7. 7. In 2022 implementeert de gemeente Rotterdam samen met de zorg en veiligheidspartners een lokale aanpak voor personen met problemen de domeinen zorg en veiligheid. Hier kunnen signalen van (mogelijk) slachtofferschap worden herkend en/of geagendeerd. Vergroot de kennis en expertise over criminele uitbuiting bij onder andere eerstelijns professionals. 8.

In 2022 verkennen we met het Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam Rijnmond op welke wijze criminele uitbuiting een plek kan krijgen in

Blad:

6/6

bijvoorbeeld signalering, en op welke wijze kennis hierover kan worden bevorderd. 9. De voorbereiding van het ontwikkelen van preventielessen criminele uitbuiting voor onderwijsinstellingen zijn reeds gestart en naar verwachting nog voor de zomer 2022 afgerond. 10. Signalen van ronselaars en dealers die misbruik maken van kwetsbaren worden waar mogelijk opgepakt in het kader van de integrale aanpak van ondermijning op Zuid. 11. Alle eerstelijns politiemedewerkers binnen de eenheid Rotterdam zijn voor eind 2021 getraind op signaalherkenning mensenhandel. In 2022 worden binnen de politie-eenheid Rotterdam maatregelen genomen om de verbinding tussen AVIM en medewerkers in de basisteams te versterken. 12. In 2022 worden de medewerkers binnen de afdeling ZSM (Zo Spoedig Mogelijk), waar veel casuïstiek m.b.t. jeugdige delinquenten worden behandeld, door de politie getraind op signaalherkenning criminele uitbuiting en een handelingskader aangeboden. 13. Het Stedelijk Team Jongerenwerk wordt in 2022 opnieuw aanbesteed. In de toekomstige plannen van aanpak wordt criminele uitbuiting als thema opgenomen, waarbij nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan het verbeteren van de kennispositie van de professionals en het bieden van een handelingskader. Vervolgonderzoek naar (onder andere) middelbare scholen. 14.

Omdat minderjarigen en het onderwijs ondervertegenwoordigd zijn in de resultaten en de respondenten, vindt er begin 2022 door het CKM een verdiepend onderzoek plaats, zodat ook de ervaringen van onderwijsprofessionals verwerkt kunnen worden in de aanpak. 15. Uit eerder onderzoek door RIEC Oost Nederland is gebleken dat sommige zorgaanbieders zich schuldig maken aan criminele uitbuiting, door bijvoorbeeld cliënten in de hennepteelt te werk te stellen. In samenspraak met het RIEC Rotterdam wordt bezien of in Rotterdam in 2022 een soortgelijk fenomeenonderzoek kan plaatsvinden. In 2022 verkennen we samen met cluster MO (met name afdeling Onderwijs en afdeling Publieke Gezondheid, Welzijn, Zorg 8c Jeugd) op welke wijze criminele uitbuiting een plek kan krijgen in de aanpak bij bijvoorbeeld signalering, preventie of het inzetten van hulp voor zowel daders als slachtoffers. U wordt in het vierde kwartaal 2022 geïnformeerd over de uitwerking van de aanpak, de vorderingen en de resultaten van de aanpak.

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De burgemeester,

V.J.M. Hoozen

A. Aooutaleb

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11662762/1