RIS312629 Overlast Binnenhof Bijlage
Tekst van het document
T12 NIEUWS VAN DE DAG
DE TELEGRAAF WOENSDAG 22 JUNI 2022
Ondernemers: ’Chaos’ tijdens renovatie
Het naaktstrand bij de Isabellagriend is een gewilde plek bij lieden die kicken op seks in de openlucht, en bij gluurders. FOTO DE LIMBURGER
’Even andere kant uitkijken’ Klachten seks naaktstrand Limburg
door Gertie Driessen ROERMOND • De klachten over onoorbare praktijken als seks op en nabij het naaktstrand bij de Oolderplas in Roermond nemen toe sinds de gelijknamige naturismestichting zichzelf heeft opgeheven en geen toezicht meer houdt. CDA en Liberale Volkspartij Roermond kaartten de problematiek maandag aan tijdens een commissievergadering. Roermond heeft al jaren een populair naaktstrand nabij de Oolderplas op de landtong bij de Isabellagriend. De Stichting Naturisme Isabellagriend hield er jaren toezicht. Vrijwilligers zorgden ervoor dat recreanten geen rotzooi achterlieten en dat er geen onoorbare zaken gebeurden. Maar de stichting heeft zichzelf afgelopen jaar wegens gebrek aan vrijwilligers opgeheven. Volgens CDA en LVR is het naaktstrand er nog steeds en gebeuren er „zaken die
het daglicht niet kunnen verdragen”. Bert Achten (LVR) verhaalde over mensen die als ze de hond uitlaten noodgedwongen maar „de andere kant uitkijken”. Volgens hem is handhaving op en rond de Maasplassen in zijn algemeenheid een groot probleem, zeker bij warm weer. „Soms liggen er tien tot vijftien boten naast elkaar met elk een eigen dj. De Maas is een vrijstaat. Handhaving is er nauwelijks en zeker ’s avonds laat niet. De politie in Limburg heeft maar één boot, die uit Maastricht moet komen. Dit kan zo niet langer. Dan moeten we zelf maar geld voor een opblaasboot beschikbaar stellen.” Burgemeester Rianne Donders erkende de overlast, maar benadrukte dat de capaciteit om toezicht te houden bij politie en gemeente haar grenzen kent. Ze laat weten dat er gesprekken lopen met een nieuwe organisatie voor het strandje, maar kon daar nog niet meer over kwijt.
’Soms tien tot vijftien boten naast elkaar’
Vrees voor groei overlast Binnenhof
door Tanja Verkaik
DEN HAAG • Haagse ondernemers rondom het Binnenhof vrezen overlast in het gebied door de jarenlange renovatie van het politieke hart. Thomas Donner van Museum Bredius schrok zich onlangs rot toen hij uitwerpselen en restanten van een slaapplek vond voor de ingang van het museum aan de Lange Vijverberg. „In de zeven jaar dat ik hier werk heb ik nog nooit zo’n chaos gezien. Ik heb het idee dat door verminderd toezicht door de verbouwing meer daklozen, zwervers en junks zich onbespied wanen.”
Met een arsenaal aan schoonmaakmiddelen ging hij de uitwerpselen te lijf. Op de trap van zijn buurman, kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder, lagen ook menselijke uitwerpselen. „Heel fijn”, zegt Willem Jan Hoogsteder sarcastisch. „Tot nu toe is het bij dit incident gebleven, maar we hebben dit wel gemeld bij de gemeente. Ook de wijkagent neemt het serieus op.”
’Verdrietig’
Donner spotte op camerabeelden wat er zich in de nacht heeft afgespeeld. „Een dakloos echtpaar lag op een kartonnen doos hier te slapen en zij deden hier hun behoefte. Natuurlijk is dit uiterst verdrietig.” Ton Kroeze van Ondernemersvereniging Pleinkwartier
Thomas Donner moest aan de bak nadat daklozen voor het museum sliepen en hun behoefte deden. FOTO DE TELEGRAAF
heeft dergelijke excessen nog niet meegemaakt, maar vindt het wel begrijpelijk. „Daklozen zoeken toch een plekje waar zij niet opvallen.” De voorzitter van de ondernemersvereniging krijgt wel klachten over overlast van muizen sinds de verbouwing. Met name op de Korte Poten. „Je ziet wel meer bedelaars en muzikanten in alle soorten en maten. Dat bevestigt ook de politie.” Kroeze maakt zich wel zorgen over toename van overlast zodra Algemene Zaken het Binnenhof verlaat en over de stapeling van bouwprojecten en wegwerkzaamhe-
den in het centrum. „Als mensen het gebied gaan mijden is er minder sociale controle. Wel zijn er korte lijnen met de politie, handhaving en gemeente over de
Daklozen lieten ravage achter verbouwing Binnenhof.” Jeroen Oosterwal van Bewoners Rond het Plein wordt niet overstelpt met klachten. „Maar ik zie wel meer bedelaars en zwervers rondlopen dan normaal voor mijn gevoel. Door alle afsluitingen zien we wel dat het afval op straat toeneemt
en het lijkt of er minder toezicht is rondom het Binnenhof.” De gemeente meldt dat er bij handhaving een toename zichtbaar is in het overtreden van het alcohol- en drugsverbod, maar benadrukt dat het Binnenhof ’niet minder prioriteit krijgt van handhaving’. De overlast van afval, zwervers, bedelaars en junks is bekend ’en er wordt onverminderd op ingezet’. „Het gevoel dat er minder toezicht is, kan ook te maken hebben met de niet meer zichtbare Koninklijke Marechaussee die wordt ingezet bij de tijdelijke locatie van de Tweede Kamer”, aldus de woordvoerder.
KLEURRIJKE KOLONIALE ERFENIS IN HET TROPENMUSEUM door Paola van de Velde AMSTERDAM • De vaste opstelling van het Tropenmuseum in Amsterdam heeft een complete metamorfose ondergaan. De vroegere vitrines vol etnografische voorwerpen, van wajangpop tot spijkerbeeld, ingedeeld per land of continent, hebben plaatsgemaakt voor een thematische opstelling rond het thema Onze koloniale erfenis. Niet langer kijkt de bezoeker naar ’de exotische ander’, maar vooral naar zichzelf en hoe het koloniale verleden impact heeft op ons dagelijks leven, van ons taalgebruik tot ons eten. De nieuwe collectiepresentatie bestaat uit tien zalen en beslaat de complete eerste verdieping van het museum. „Het vormt het
slotstuk van onze vernieuwingsslag”, zegt Wendeline Flores, conservator Caribisch gebied en koloniale geschiedenis bij het Tropenmuseum en mede verantwoordelijk voor de presentatie. „Dit past perfect bij ons museum dat in 1926 is gebouwd toen Nederland nog een koloniale macht was. De oude naam was ook het Koloniaal Museum. Pas na de onafhankelijkheid van Indonesië werd deze veranderd in het Tropenmuseum.”
Grootmacht
De expositie is, net als eerder de slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum, caleidoscopisch van opzet. Enerzijds toont zij het systeem waarin Nederland een koloniale grootmacht kon worden. Ook is er aandacht voor de handelsposten in Zuid-Afrika,
Zo maakte kunstenaar Dirk Bertels, die zelf Indische wortels heeft, een virtueel namenmonument waarin nu al ruim 200.000 namen van tot slaaf gemaakte mensen uit alle windstreken zijn opgenomen. „Binnenkort komen daar nog eens 18.000 namen bij van vrijgemaakte slaven uit het Emancipatieregister Suriname”, vertelt hij trots. Conservator Wendeline Flores tussen het kleurrijke werk van de Amsterdamse kunstenares Farida Sedoc. FOTO RICHARD MOUW
Indonesië en de West, die later uitgroeiden tot kolonies. Anderzijds wordt middels voorwerpen, kunst en persoonlijke verhalen getoond dat vanaf het prilste begin er ook verzet was tegen van de lokale bevolking. „Er is altijd ruimte geweest voor veerkracht en
creatief verzet”, stelt Flores, „ook dat laten we zien.” Tussen alle historische voorwerpen is er bovendien veel ruimte voor hedendaagse kunst. Schilders, beeldhouwers en ontwerpers zijn gevraagd om met hun werk te reageren op het thema.
Verbonden
Bertels combineert in zijn werk graag gevoelige onderwerpen met big data. Zijn interactieve installatie maakt het mogelijk om een naam eruit te lichten en op grote schermen geprojecteerd te zien met wie deze man of vrouw verbonden was. „Dat kan een familierelatie zijn, maar ook omdat ze met iemand op hetzelfde
schip vervoerd werden of op dezelfde plantage werkzaam waren. Zo zie je visueel hoe mensen met elkaar verbonden zijn. Dat zij een gemeenschap vormden, waarin lief en leed gedeeld werd, en het geen abstracte getallen zijn.” „Vroeger was ons koloniale verleden iets om trots op te zijn. Tegenwoordig lijkt het alsof we er ons voor moeten schamen. Dat gevoel is in korte tijd enorm veranderd”, constateert een man in de film Proloog van Bibi Fadlalla, waarmee de expositie opent. Toch benadrukt Flores dat het niet om schuld of schaamte gaat. „We willen juist dat dit ook een hoopvolle tentoonstelling is, dat we samen aan een betere toekomst bouwen.” De nieuwe vaste collectie-opstelling blijft tenminste zeven jaar staan.