RIS312624 Preadvies gewijzigd initiatiefvoorstel Handel zonder dieren
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de gemeenteraad
DSB/10519082 RIS312624 Contactpersoon
Marcia Kok Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
23 mei 2023
marcia.kok@denhaag.nl
Onderwerp
Preadvies gewijzigd initiatiefvoorstel 'Handel zonder dieren'
Geachte voorzitter, Op 9 mei 2023 is het gewijzigd initiatiefvoorstel ‘Handel zonder dieren’ van de raadsleden Barker, Smit en Assad aan de voorzitter van de gemeenteraad aangeboden. In dit gewijzigd initiatiefvoorstel wordt gevraagd om in artikel 1 van de Verordening straathandel Den Haag 2017 het begrip standplaats en het begrip venten te wijzigen door ‘het gebruik van dieren’ toe te voegen. Met het gewijzigd initiatiefvoorstel wordt inzake venten aangegeven dat het gebruik van dieren bij het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel diensten op de weg niet onder het begrip venten vallen. Dit is een overbodige toevoeging, want venten betreft juist de activiteit het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel diensten aan huis of op de weg. Het gebruik van dieren bij deze activiteit viel reeds buiten het begrip venten. In samenhang met de voorgestelde wijziging van het begrip standplaats achten de initiatiefnemers deze wijziging nodig omdat het kennelijk de bedoeling van de initiatiefnemers is om het gebruik van dieren exclusief aan een standplaats te binden. Echter, met de voorgestelde wijziging van de begripsomschrijving wordt enkel bepaald dat wanneer op een standplaats zaken dan wel diensten te koop worden aangeboden, verkocht of afgeleverd en daarbij gebruik wordt gemaakt van dieren, dit nog steeds een standplaats blijft betreffen.
Daarbij worden de overige kenmerken van een standplaats “gebruikmakend van een verkoopinrichting, waarbij tenminste de kopende of de afnemende partij zich op of aan de weg bevindt” wanneer gebruik van dieren wordt gemaakt, losgelaten. Echter, het kenmerkende onderscheid tussen venten en een standplaats is natuurlijk dat een standplaats een plaats op de weg betreft en dat voor venten de venter in beweging is en juist niet beschikt over een plaats op de weg. Ook dit is dus een overbodige definitiebepaling. Met andere woorden, met het voorstel in de huidige vorm waarbij enkel twee begripsbepalingen in de Verordening straathandel Den Haag 2017 worden gewijzigd, wordt het door de initiatiefnemers beoogde doel, namelijk het vergunningplicht maken van ambulante handel zodra daarbij gebruik wordt gemaakt van dieren niet bereikt. Het eigenlijke doel van de initiatiefnemers lijkt te zijn dat men de activiteit venten vergunningplicht wil maken, zodra daarbij gebruik wordt gemaakt van dieren.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10519082
Dit kan natuurlijk niet worden bewerkstelligd door de begrippen standplaats en venten oneigenlijk te vermengen. Het gevolg daarvan is dat wanneer gebruik wordt gemaakt van dieren nu niet enkel het innemen van een vaste plek op de weg, maar ook het eigenlijke venten (het in beweging zijn in het kader van de activiteit het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel diensten aan huis of op de weg) als standplaats wordt aangemerkt. Dit terwijl de handelaar wel degelijk in beweging kan zijn en geen vaste vergunde plek op de weg beoogd. Het logische begrippenkader van de Verordening straathandel Den Haag zou hiermee ook worden doorkruist. De initiatiefnemers lijken met het voorstel tot aanpassing van de twee begripsomschrijvingen in de Verordening straathandel Den Haag 2017 de reikwijdte van een verbod te willen veranderen en daarmee een vergunningplicht voor de handel op een standplaats met gebruik van dieren in het leven te roepen. Kortom, daarmee worden dan nieuwe algemeen verbindende voorschriften in het leven geroepen die rechtsgevolg hebben. Het voorstel lijkt overigens echter geen doel te dienen.
Immers, hoewel de initiatiefnemers kennelijk een vergunningplicht voor de activiteit handel op een staanplaats met dieren in het leven te willen roepen, kent de Verordening straathandel Den haag 2017 vervolgens geen afwegings- of beoordelingskader voor mobiele standplaatsen waar straathandel plaatsvindt met gebruik van dieren. Dit is in dan strijd met de Europese Dienstenrichtlijn. De Europese Dienstenrichtlijn is van toepassing op het vergunningstelsel van de Verordening straathandel Den Haag 2017. Op basis van de Europese Dienstenrichtlijn moet voor een vergunningstelsel sprake zijn van een dwingende reden van algemeen belang (noodzakelijkheid); en moeten de maatregelen geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken en gaan niet verder dan nodig is en het doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt. Het bestuur van een gemeente heeft ingevolge artikel 124 van de Grondwet de bevoegdheid tot het vaststellen van regels inzake de huishouding van de gemeente in de vorm van gemeentelijke verordeningen. In de Gemeentewet is deze regelgevende bevoegdheid toebedeeld aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft op grond van artikel 149 van de Gemeentewet een autonome verordenende bevoegdheid: de raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt.
De omvang van de verordenende bevoegdheid strekt zich uit (en beperkt zich) tot het ‘belang van de gemeente’ (artikel 149 Gemeentewet) en de huishouding van de gemeente (artikel 108 van de Gemeentewet). Tot de gemeentelijke huishouding worden in ieder geval gerekend aspecten van de openbare orde, veiligheid en bescherming van de gezondheid van personen. Het gewijzigd initiatiefvoorstel gaat nu uit van het motief het bevorderen van de veiligheid en gezondheid van anderen en het voorkomen van overlast. Dit dient natuurlijk nog wel uitgebreid te worden gemotiveerd en inzichtelijk te worden gemaakt. Hiervoor is een gedegen onderzoek en een goede belangenafweging vereist. Vooralsnog ontbreekt dit. Het gewijzigd initiatiefvoorstel verwijst vooral naar eerdere besluitvorming waarin een gedegen motivering echter ontbreekt. Er wordt geen causaal verband aangedragen tussen de te reguleren activiteit en het te beschermen belang (het bevorderen van de veiligheid en gezondheid van anderen en het voorkomen van overlast in de gemeente). Met het oog op het bepaalde in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (plicht tot het verzamelen van relevante feiten en afwegen van belangen) dient dit echter wel te worden onderbouwd. Het college van burgemeester en wethouders, de locosecretaris, de burgemeester, René van Kuilenburg
Jan van Zanen
2/2