RIS312495 Beantwoording SV Nationale Buitenspeeldag
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
6 september 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Van Andel, luidend: ‘Nationale Buitenspeeldag’
DPZ/10346569 RIS312495
Het raadslid de heer Van Andel heeft op 10 juni 2022 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met Nationale Buitenspeeldag?
Ja, jaarlijks worden hiervoor in de hele stad uiteenlopende activiteiten/evenementen georganiseerd. Elk jaar vindt op de tweede woensdag in juni de Nationale Buitenspeeldag plaats. 2.
Zo ja, welke activiteiten zijn er vanuit de gemeente genomen om invulling aan deze dag te geven?
Op de Nationale Buitenspeeldag kunnen ouders, verzorgers, speeltuinen, scholen, jeugdclubs, belangenorganisaties en verenigingen in heel Den Haag een aanvraag indienen om hun straat of plein te laten afsluiten, met als doel delen van de stad voor één dag te laten veranderen in een grote speelplek. Dit jaar zijn op de Nationale Buitenspeeldag (dit jaar was dat op 8 juni) in totaal 23 vergunningen verleend om activiteiten/evenementen rondom buitenspelen te organiseren. Op de gemeentewebsite staat al het nieuws over de Buitenspeeldag op één plek centraal (Den Haag Buitenspeeldag: vraag op tijd een vergunning aan). 3.
Is het college bekend met de werking van de LER (Leefbaarheids Effecten Rapportage)?
Ja, het college is bekend hiermee. 4.
Is het college het met Hart voor Den Haag eens dat er in verschillende wijken in Den Haag een tekort aan speelplaatsen voor kinderen is?
Den Haag telt op dit moment 600 speelplaatsen in gemeente bezit. De speelplekken worden regelmatig aangepast naar de behoefte/wensen van een wijk. Het aanbod op wijkniveau kan echter uiteenlopen, gezien de verschillen in ruimtelijke inrichting, demografie en bestemming. Kinderen spelen niet alleen op de aangewezen en ingerichte locaties/speelplaatsen. Zij maken ook gebruik van het aanbod aan informele speelruimtes zoals; plantsoenen, pleinen, brede stoepen, schoolpleinen, recreatiegebieden en overige informele speelruimtes. Op de website van Gemeente Den Haag (Den Haag - Speelplekken in de stad) zijn alle speelplekken in beheer bij de gemeente Den Haag terug te vinden.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10346569
Bij de start van gebiedsontwikkelingen en grootschalige projecten de Haagse referentienormen voor diverse voorzieningen als uitgangspunt te worden gehanteerd (rapport ‘Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen’, RIS307513). Ook voor speelvoorzieningen zijn referentienormen opgenomen in het tabel Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513, bijlage 1, bladzijde 15). 5.
Kan het college aangeven welke wijken dit betreft en hoe groot deze tekorten zijn?
Op stadsdeelniveau is de kwantitatieve berekening voor het gewenste aanbod voor speelplekken per 1.000 kinderen, reeds in de commissiebrief ‘Uitvoeringsprogramma Spelen in de stad 2015 – 2016’ (RIS291626) met u gedeeld. In 2022 is deze kwantitatieve berekening voor het gewenste aanbod voor speelplekken per 1.000 kinderen* opnieuw uitgevoerd. De berekening is echter weinig zinvol om op wijkniveau te maken. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat in een bestaande wijk relatief te weinig speelplaatsen zijn voor een bepaald leeftijdsgroep, maar dat op loopafstand (passend binnen de criteria) in een aanliggende wijk wel voor deze zelfde leeftijdsgroep een speelplaats ligt die door de kinderen/jeugdigen goed wordt gebruikt en voorziet in de speelbehoefte. Daarnaast zijn niet alle speelplaatsen in het bezit van de gemeente. Zo hebben bijvoorbeeld ook woningcorporaties diverse speelplekken in hun bezit/beheer. Zie ook beantwoording vraag 4. *Berekening gewenste speelaanbod per 1.000 kinderen per stadsdeel Het gewenste aanbod voor speelplekken per 1.000 kinderen, per stadsdeel ligt ongeveer op: Leeftijd van 0 - 6 jaar 13 speelplekken Leeftijd van 7 - 12 jaar 10 speelplekken Leeftijd van 13 - 18 jaar 8 speelplekken
Voor de leeftijdsgroep 7 tot en met 12 jaar is het speelaanbod in nagenoeg alle stadsdelen het grootst. Stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg heeft voor elke leeftijdsgroep de meeste speelplekken. Stadsdeel Haagse Hout heeft voor de leeftijdsgroepen 0 tot en met 6 jaar het kleinste speelaanbod. Stadsdeel Scheveningen voldoet in alle drie leeftijdsgroepen niet aan het gewenste speelaanbod. Als dit gewenste speelaanbod als uitgangspunt wordt gehanteerd, blijkt dat Den Haag voornamelijk voor de leeftijdsgroep 0 tot en met 6 jaar niet voldoet aan het gewenste speelaanbod. Slechts twee stadsdelen voldoen hier aan. Als we bovenstaand tabel (2022) vergelijken met het tabel uit 2014 (commissiebrief ‘Uitvoeringsprogramma Spelen in de stad 2015 – 2016, RIS291626) kunnen we concluderen dat het gewenste speelaanbod in nagenoeg alle stadsdelen is verbeterd.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10346569
Alleen in stadsdeel Scheveningen is het gewenste speelaanbod voor 13 tot en met 18 jaar afgenomen. Bij gebiedsontwikkeling of herinrichting van de buitenruimte in Scheveningen zal wanneer mogelijk hierop worden ingespeeld. Kantekening bij deze benadering: Bij deze kwantitatieve benadering is op stadsdeelniveau slechts gekeken naar het formele speelplekken aanbod in de buitenruimte in gemeentelijk bezit. Het aanbod op wijkniveau kan zoals eerder aangegeven uiteenlopen, gezien de verschillen in ruimtelijke inrichting en bestemming. Daarnaast is bij deze benadering geen rekening gehouden met fysieke barrières, de grootte van de speelplaatsen en de loopafstand naar/van de speelplaatsen. Tot slot is de kwaliteit van de speelplaatsen en het aanbod van informele speelruimtes waar kinderen ook kunnen spelen buiten beschouwing gelaten. Dit geldt ook voor de speelruimtes in het bezit van woningbouwcorporaties bijvoorbeeld. 6.
Kan het college aangeven wat het hieraan gaat doen en op welke termijn?
Structureel wordt eens per vier jaar een speelwensenonderzoek (de laatste in 2018, doorlooptijd tot en met 2022) uitgevoerd om de speelwensen/kansen in Den Haag in beeld te krijgen. Ook op wijkniveau worden de speelwensen verzameld en opgenomen in het speelwensenonderzoek. De verkregen opgaven/inzichten worden toegepast bij de (her)inrichting van speelplaatsen en bij het bepalen van beleidsaccenten. Hierdoor kan bijvoorbeeld worden ingespeeld op demografische veranderingen, speeltrends, ontwikkelingen in wijken etc. Ook is de gemeente aan de slag gegaan om samen met ervaringsdeskundigen, gebruikers en samenwerkingspartners zes speelplekken verspreid over de stad als samenspeelplekken in te richten. Dit zijn speelplaatsen die extra zijn aangepast om de speelwaarde (en toegankelijkheid) voor kinderen met een beperking te verhogen. Doel is dat zowel kinderen met en zonder een beperking met elkaar (leren) spelen en omgaan. 7.
Kan het college aangeven hoe de staat van onderhoud van de buitenspeelplaatsen is?
Uit het Inwonersonderzoek Den Haag onderdeel speelvoorzieningen in 2021 volgt dat over het onderhoud van de meest bezochte speelvoorziening in de eigen buurt acht van de tien Haagse ouders tevreden (80%) zijn. Bijna vier op de tien beoordelen het onderhoud als goed (38%) en iets meer dan vier op de tien als voldoende (42%). Een vijfde vindt het onderhoud matig (15%) of slecht (5%).
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10346569
Vergeleken met de vorig jaar is het oordeel van de ouders over het onderhoud niet significant veranderd, maar de ouders zijn wel veel positiever dan in 2019 toen 25% het onderhoud goed vond tegenover 38% in 2021. Daarnaast wordt elke speelplaats in gemeentelijk eigendom jaarlijks geïnspecteerd en gecontroleerd op veiligheid en functionaliteit. Alle speeltoestellen en ondergronden van de gemeente zijn opgenomen in het speelbeheersysteem GISIB. Mede op basis van dit speelbeheersysteem vindt jaarlijks het onderhoud, beheer en de vervanging plaats. Dagelijks worden meldingen die binnenkomen over het thema speelvoorzieningen gemonitord door de speelbeheerders. Deze meldingen worden meteen opgepakt en als de melder een terugkoppeling wilt ontvangen van de afhandeling, dan ontvangt hij/zij dit via de mail of telefonisch. Spoedmeldingen (kapot toestel/ondergrond of andere gevaarlijke situatie) worden meteen opgepakt. Zie ook de beantwoording schriftelijke vragen Onveilige Speeltoestellen (RIS308661). Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4