CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312442 Bijlage 7 Aanvulling MER The Grace

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Verklaring van geen bedenkingen (Wabo) t.a.v. de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van 2 woontorens met ruimten voor commerciële voorzieningen (The Grace) t.p.v. het te slopen kantoorgebouw Rijswijkseweg 60 t/m 86A (RIS312442)7.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace

projectnummer 0456171.100 definitief 7 juni 2022

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace

projectnummer 0456171.100 definitief 7 juni 2022

Opdrachtgever SW Laakveld (Included City Development) Leeghwaterplein 45 2521 DB Den Haag

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Advies van de Commissie Zienswijzen Leeswijzer

1 1 2 2

2

Aanvulling op het MER

3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Relatie met het Central Innovation District (CID) Gezondheid, leefkwaliteit en geluid Windhinder Energie en circulariteit Klimaat Mobiliteit

3 3 8 10 12 16

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

1

Inleiding

1.1

Aanleiding SW Laakveld heeft het voornemen om project The Grace te realiseren. Dit project omvat de bouw van ruim 1.400 woningen en 2.700 m2 commerciële en overige voorzieningen aan de Rijswijkseweg 60 in Den Haag. Om dit mogelijk te maken is een omgevingsvergunning gemaakt. Voor The Grace is het milieueffectrapport The Grace (MER)1 opgesteld. De gemeente Den Haag heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (in het vervolg te noemen ‘de Commissie’) gevraagd om over dit MER een advies uit te brengen. In haar advies van 1 juni 20222 adviseert de Commissie het MER op enkele punten aan te vullen. Dit advies is mondeling toegelicht aan de gemeente Den Haag op 30 mei 2022. De hier voorliggende aanvulling op het MER biedt de aanvullende informatie om tot een volwaardige afweging te komen van het milieubelang bij de besluitvorming rondom de omgevingsvergunning voor The Grace.

1.2

Advies van de Commissie Hieronder is de adviestekst van de Commissie opgenomen. “Het MER is uitgebreid en geeft een helder beeld van het plan. Om de gevolgen in beeld te brengen zijn verschillende uitgebreide onderzoeken uitgevoerd, zoals voor wind- en geluidhinder. Desondanks signaleert de Commissie bij de toetsing van het MER dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bouwen van The Grace. Het gaat om de volgende punten:  Een vergelijking met de structuurvisie over het CID (en het bijbehorende plan-MER) ontbreekt. Een advies is om dit voor een aantal onderwerpen alsnog te doen.  Belangrijke maatregelen om geluidhinder te beperken komen niet aan bod. Om de geluidhinder vanuit de omgeving naar de nieuwe bewoners terug te dringen worden wel bronmaatregelen aan de kant van de geluiduitstoters genoemd, maar het MER stelt dat deze ondoelmatig zijn. Het MER onderbouwt deze stelling onvoldoende. Er wordt daardoor te snel overgegaan tot alleen het nemen van gevelmaatregelen. Dit doet geen recht aan het belang van een goede leefkwaliteit rondom het gebouw en op straatniveau.  Mate van windhinder op de voetgangersbrug en de brug voor de Velostrada niet volledig in beeld.

Hoewel de invloed van The Grace op windsnelheden in de omgeving uitgebreid is onderzocht, zijn niet alle gevolgen goed in beeld. Zo ontbreekt informatie over de verwachte windhinder op de genoemde bruggen en de risico’s die daarmee voor de voetgangers en fietsers ontstaan. Daardoor is ook niet duidelijk of hier maatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn.

1

Het MER d.d. 16 december 2021 bij de ontwerp vergunning

2

Commissie voor de milieueffectrapportage, Toetsingsadvies over het milieueffectrapport The Grace, 1 juni 2022 (projectnummer 3643)

Blad 1 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

Energievoorziening onvoldoende gegarandeerd. Er ontbreekt een berekening van de energiebalans. Het MER maakt daardoor niet duidelijk of andere gebruikers in de omgeving zo niet verdrongen worden van de energievoorziening en of aan de vraag naar energie wel volledig kan worden tegemoet gekomen.  Onvoldoende inzicht in maatregelen waarmee het project inspeelt op klimaatverandering. Zo zijn de gevolgen van hittestress en ook de maatregelen om deze te voorkomen, in het MER onvoldoende beschreven. De Commissie heeft begrepen dat deze informatie er wel is, maar in het MER ontbreekt die. Ook is niet duidelijk in hoeverre rekening is gehouden met beleid en afspraken om negatieve effecten op en door klimaatverandering te beperken. De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over The Grace.”

1.3

Zienswijzen Er zijn op het MER ook zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn opgenomen en beantwoord in de Nota van Zienswijzen.

1.4

Leeswijzer Deze aanvulling op het MER moet gelezen worden in samenhang met het MER. Het is geen vervanging van het oorspronkelijke MER, maar vormt een aanvulling en nadere toelichting daarop. De aanvulling is opgebouwd conform de indeling van het advies van de Commissie voor het MER. Er wordt ter verduidelijking van een aantal punten aangeraden eerst de samenvatting van het MER te lezen en daarna deze aanvulling op het MER. Hoofdstuk 2 van deze aanvulling op het MER beschrijft de aanvullingen op het MER naar aanleiding van de adviespunten van de Commissie.

Blad 2 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

2

Aanvulling op het MER Deze aanvulling op het MER volgt de adviezen van de Commissie. Deze adviezen zijn, zowel in het advies van de Commissie als in deze aanvulling op het MER, in een tekstkader opgenomen. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van de gemeente Den Haag. In de tekst van het advies van de Commissie wordt een aantal aanbevelingen gedaan. Deze aanbevelingen gaan over de samenhang van het project The Grace met het overige gebied van het CID en het hanteren van een integrale aanpak bij de totale gebiedsontwikkeling. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren. Indien er aanbevelingen zijn gedaan waarvoor extra informatie wordt gevraagd, dan wordt daar aandacht aan besteed in deze aanvulling op het MER.

2.1

Relatie met het Central Innovation District (CID) De Commissie adviseert het MER aan te vullen met een vergelijking van de milieueffecten met de structuurvisie voor het CID en het bijbehorende plan-MER. Dit moet voor een aantal onderwerpen in meer detail worden uitgewerkt, zie hiervoor de volgende paragrafen. In hoofdstuk 9 van het MER is een vergelijking gemaakt van de milieueffecten die in het planMER bij de structuurvisie voor het CID zijn beschreven. De Commissie geeft aan dat dit specifiek voor de aspecten geluid, klimaat en energie nog nader uitgewerkt moet worden. In deze aanvulling op het MER komen deze aspecten aan bod (zie navolgende paragrafen). Bij deze aspecten is ook een vergelijk gemaakt met de resultaten uit het plan-MER.

2.2

Gezondheid, leefkwaliteit en geluid De Commissie adviseert om het MER aan te vullen in lijn met de kaders vanuit het CID. Hierbij moet de kwaliteit van geluid in de openbare en gemeenschappelijke buitenruimten centraal staan. De aanvulling moet de wettelijk verplichte doelmatigheidstoets in de juiste volgorde uitwerken. Het MER moet eerst nagaan of er doelmatige maatregelen op bronniveau kunnen worden genomen. Daarna komen overdrachtsmaatregelen in beeld. Als laatste, indien er nog aanvullende maatregelen nodig zijn om aan de wettelijke vereisten bij de woning te voldoen, komen maatregelen aan de gevel in beeld. Indien er overwegende bezwaren zijn om deze maatregelen niet toe te passen dan dient de aanvulling dit zorgvuldig te motiveren. De Commissie realiseert zich dat bronmaatregelen waarschijnlijk grotendeels niet binnen het bereik van de initiatiefnemer liggen. De gemeente heeft hier een belangrijke rol in. In het plan-MER voor het CID is geconcludeerd dat het weg- en railverkeersverkeerslawaai de leefomgeving in de referentiesituatie al onder druk zet. Het aantal woningen in een hogere geluidklasse neemt in absolute zin niet of slechts gering toe, maar knelpunten doen zich alsnog voor in bepaalde delen van het plangebied. Voor The Grace is dit knelpunt geconstateerd en er zijn maatregelen nodig om de geluidbelasting te mitigeren.

Blad 3 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

Bron- en overdrachtsmaatregelen versus maatregelen aan de gevel In verband met de geluidbelasting op de gevel is onderzocht of realistische maatregelen mogelijk zijn waarmee de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de woningen gereduceerd kunnen worden. Hierbij is, conform de voorwaarden in de Wet geluidhinder, de voorkeursvolgorde bronoverdracht-ontvanger aangehouden, ofwel de doelmatigheidstoets uitgevoerd. Naast de harbour fensters zijn er tijdens het planvormingsproces twee maatregelen voorgesteld: 1. Bronmaatregel: toepassing stiller wegdek type Rijswijkseweg; 2. Overdrachtsmaatregel: het plaatsen van een geluidscherm tussen het spoor en The Grace. Bronmaatregel Weg In het akoestisch rekenmodel is berekend dat met de toepassing van een stiller wegdektype voor de meeste woningen sprake zal zijn van een situatie waarin de maximale ontheffingswaarde voor wegverkeer niet meer wordt overschreden. Bij vervanging van het wegdek wordt een aanbeveling gedaan om SMA-NL8 G+ (stil asfalt) toe te passen. Er zijn echter verschillende argumenten om dit niet te doen: 1. In de structuurvisie CID is opgenomen dat in het kader van mobiliteitstransitie wordt ingezet op afwaardering van de Rijswijkseweg. Het is daarom aannemelijk dat deze weg in de toekomst niet meer met asfalt, maar met elementsverharding wordt ingericht. 2.

De trambaan op de Rijswijkseweg ligt in een open bak van beton. Ook als er geluidswerend asfalt op wordt aangebracht zal er weerkaatsend geluid zijn van de open bak. 3. De trams rijden hier op een constructie op de betonnen bak. Dit levert nu extra geluidshinder op. Het asfalt is hier geen maatgevende bron voor het geluid. 4. De tunnelbak onder het spoorviaduct loopt vrij ver door aan weerszijde van de tunnel. Het aanleggen van stil asfalt op de tunnelbak is technisch lastig. Dat betekent dat redelijkerwijs slechts op een klein deel van de Rijswijkseweg een stiller wegdek type toegepast kan worden, waardoor het effect hiervan gering is. 5. Het asfalt wat er nu ligt is niet aan vervanging toe. Er is vanuit dit oogpunt geen reden om het asfalt te vervangen. Om deze redenen is de bronmaatregel niet doelmatig bevonden. Overdrachtsmaatregelen spoor Schermen of geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen. De woningen zijn op grote hoogte gelegen en worden dicht op de weg en het spoor gebouwd waardoor er slechts een zeer beperkte hoeveel ruimte beschikbaar is voor dit soort maatregelen. Gezien de ligging van het plangebied is het treffen van deze maatregelen niet effectief. Om een positief effect te bewerkstellen moet een geluidscherm dicht bij de bronnen worden geplaatst.

Voor een geluidscherm langs het spoor is gebleken dat deze dicht op het spoor en minimaal 10 meter hoog moeten zijn om ervoor te kunnen zorgen dat de maximale ontheffingswaarde als gevolg van railverkeerslawaai niet meer wordt overschreden. Het plaatsen van een dermate hoog scherm op korte afstand van het spoor heeft een behoorlijke ruimtelijke impact en is daardoor niet wenselijk in een binnenstedelijke omgeving als deze. Voor spoorbeheerder ProRail is een

Blad 4 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

scherm dicht bij de spoorlijn niet acceptabel. Een dergelijke overdrachtsmaatregel is dus niet doelmatig bevonden. Gezondheid en hinder De Commissie geeft aan dat het niet duidelijk is of en hoe de geluidkwaliteit in de gezamenlijke buitenruimtes is. De gemeenschappelijke buitenruimtes bevinden zich voor een deel tussen de woontorens en de appartementengebouwen in (zie figuur 2.2). In het MER zijn de verticale geluidscontouren voor railverkeer en wegverkeer opgenomen. Daarin is te zien dat de woontorens en de appartementengebouwen een afschermende werking hebben voor het omgevingsgeluid. Appartementengebouw D creëert bijvoorbeeld een geluidluwe zijde aan de onderkant van woontoren B voor het railverkeerslawaai van onder de 55 dB. Dit is ook de locatie waar de gemeenschappelijke buitenruimte zich bevindt. Hierdoor zijn er een groot aantal geluidluwe plekken in de gemeenschappelijke buitenruimtes aanwezig waardoor het verblijven daar aantrekkelijker is. Geluid van spoorwegemplacement De Commissie geeft aan dat de onderbouwing bij het geluid van het spoorwegemplacement ontbreekt in het MER en beveelt aan deze alsnog op te nemen. Onderstaande informatie is afkomstig uit het rapport Akoestisch onderzoek spooremplacement Hollands Spoor, november 2020, opgesteld door onderzoeksbureau Peutz.

Ten behoeve van het inzichtelijk maken van de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen is gebruik gemaakt van het akoestisch rekenmodel dat aangeleverd is door Omgevingsdienst Haaglanden. Dit model is door Antea Group opgesteld en vormt de basis voor het akoestisch onderzoek. Het akoestisch rekenmodel bestaat uit verschillende varianten die verschillen in representatieve bedrijfssituatie (RBS) en posities en actief/passief standen van onder meer overstand bronnen. De geluidbelastingen zijn ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen bepaald voor de verschillende beschikbaar gestelde varianten RBS 1 (zomer), RBS 2 (winter) en de worst case modellen van RBS 2. Aansluitend bij de aanpak voor het akoestisch onderzoek zijn zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidniveaus (piekgeluiden) beschouwd. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAR,LT) ten gevolge van het spoorwegemplacement Hollands Spoor voor de zomersituatie, wintersituatie en de worst case variant van de worst case modellen van de wintersituatie zijn respectievelijk weergegeven in de volgende tabellen 5. Hierin is het maximale langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAR,LT) ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen opgenomen. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 3 van het akoestisch onderzoek.

Blad 5 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

Tabel 2.1: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAR,LT) in dB(A) voor RBS1

Tabel 2.2: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAR,LT) in dB(A) voor RBS2

Tabel 2.3: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAR,LT) in dB(A) voor wordt case variant van RBS2

In alle situaties treden de hoogste geluidbelastingen op ter plaatse van de gevels van de woningen op de onderste bouwlagen aan de noordwestgevel van de beoogde ontwikkeling. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT bedraagt maximaal 53 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van de gevels van woningen in de onderste bouwlagen. Ter plaatse van de gevels van de onderste bouwlagen aan de noordwestzijde van de beoogde ontwikkeling is sprake van de hoogste geluidbelasting. Piekgeluiden Piekgeluiden ten gevolge van remmen en wissels worden beoordeeld conform de circulaire 'Beoordelingswijze piekgeluiden voor spoorwegemplacementen'. Remmen hoeft hierbij vanwege de stijgtijd van minder dan 15 dB(A)/s niet nader beoordeeld te worden. De stijgtijd van booggeluid ligt tussen de 15 dB(A)/s en 50 dB(A)/s. Conform de circulaire moet vervolgens beoordeeld worden of de bijdrage aan het equivalente geluidniveau van het booggeluid zodanig is dat het equivalente geluidniveau met 10 dB(A) wordt verhoogd. Anders gezegd, wordt het equivalente geluidniveau 10 dB(A) lager als het booggeluid (de wissels) als bron wordt geschrapt.

Blad 6 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

In onderhavige situatie is het geluidniveau ter plaatse van de gevels van de beoogde ontwikkeling niet 10 dB (A) lager indien deze bron geschrapt worden (zie bijlage 4) waarmee het toepassen van een strafcorrectie niet nodig is. Ingeval het booggeluid wordt geschrapt is sprake van maximaal 2 dB (A) verschil. Om slaapverstoring te voorkomen, mag het maximaal toelaatbare binnengeluidniveau in de slaapkamer in de nachtperiode (Lnight) 25 dB(A) bedragen. De geluidniveaus in de nachtperiode zijn bepalend in de etmaalwaarde en bedragen maximaal 43 dB(A). Om aan het binnengeluidniveau Lnight van 25 dB(A) te voldoen is een geluidwering van 18 dB(A) benodigd. Opgemerkt wordt dat reeds sprake is van een hoge geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen ten gevolge van weg- en railverkeerslawaai. Om te voldoen aan de nieuwbouweisen voor het binnenniveau is voor deze bronnen reeds een hogere geluidwering nodig. Daar deze geluidbronnen maatgevend zijn vraagt het geluid als gevolg van het spooremplacement niet om aanvullende maatregelen. Conclusie De hoogste geluidniveaus treden op ter plaatse van de gevels van de woningen in de onderste bouwlagen. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT bedraagt hier maximaal 53 dB(A) etmaalwaarde.

Gezien het heersende referentieniveau ten gevolge van weg- en railverkeerslawaai op de gevels van de beoogde woningen wordt het toestaan van geluidbelastingen tot maximaal 53 dB(A) ten gevolge van industrielawaai toelaatbaar geacht. Weg- en railverkeerslawaai zijn in deze situatie namelijk maatgevend. Bovendien worden reeds maatregelen getroffen ten aanzien van weg- en railverkeerslawaai, waarmee een prettig woonen leefklimaat wordt gerealiseerd. In de vigerende vergunning worden bij woningen waarden tot 57 dB(A) toegestaan. De geluidbelasting van 57 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van de gevels van de beoogde ontwikkeling is niet hoger en wordt hiermee aanvaardbaar geacht. Het Lnight binnengeluidniveau is lager dan 25 dB(A) waarmee voldaan wordt aan de eisen. Het is daarom niet te verwachten dat er schrikreacties of slaapverstoring zullen optreden. Geconcludeerd wordt dat The Grace inpasbaar is ten aanzien van het geluid ten gevolge van het spooremplacement Hollands Spoor. Zon en gezondheid De Commissie geeft aan dat het MER geen mitigerende maatregelen beschrijft ten aanzien van de schaduwwerking op bewoners ten noorden en ten oosten van het project en beveelt aan deze alsnog op te nemen. Tijdens het ontwerpproces van The Grace zijn optimalisaties ten aanzien van bezonning onderzocht.

De enige manier om de effecten te beperken is het bouwvolume van het gebouw zodanig aanpassen dat de maximale bouwhoogte circa 100 meter is. Een deel van de bebouwing in het plangebied zou zelfs nog een stuk lager moeten worden gebouwd. Uit het ontwerpproces is naar voren gekomen dat het programma van The Grace niet gerealiseerd kan worden als de torens een lagere bouwhoogte krijgen. Het toepassen van deze maatregel is dus niet haalbaar voor het project. Er zijn geen andere maatregelen die het effect van schaduwwerking kunnen beperken. Voor het aspect bezonning moet in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een bredere afweging worden gemaakt, waarbij ook andere aspecten op het gebied van het leefklimaat een

Blad 7 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

rol spelen. In het Haagse hoogbouwbeleid Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline wordt dan ook opgenomen dat indien wordt afgeweken van de normen hier zwaarwegende redenen voor moeten zijn. Afwijking van die normen is in concrete gevallen mogelijk als de totale belangenafweging daartoe aanleiding geeft. De sterke vraag naar woningen kan bijvoorbeeld zwaarder wegen dan het voldoen aan de vigerende bezonningsnormen.

2.3

Windhinder De Commissie adviseert een aanvullend onderzoek uit te voeren op basis van de laatste stand van zaken van het project, waarin ook de windhinder op bovengenoemde specifieke locaties wordt onderzocht. Er is door onderzoeksbureau Peutz aanvullend windonderzoek uitgevoerd om te bepalen wat het windklimaat is ter plaatse van de brug van de Velostrada (fietsverbinding). De resultaten zijn hieronder beschreven. De brug heeft beperkte hoogte (circa 1,8 meter boven N.A.P.) en ligt in een gebied waar het windklimaat zelfs goed is voor slenteren. Het windklimaat is onderzocht op hoofdhoogte boven de locatie van de brug op basis van de reeds uitgevoerde berekeningen. Door de relatief kleine hoogte van het dek van de brug, heeft deze geen significante invloed op het windklimaat. Het resultaat is weergegeven in figuur 2.1. Zoals te zien is het windklimaat boven het water, ook ter hoogte van de brug, zeer gunstig. Het windklimaat boven de Velostrada bij de hoek van het gebouw is weliswaar matig voor doorlopen, maar kent door de afstand tot de hoek van het gebouw geen erg sterke gradiënten.

Figuur 2.1: Windklimaat boven de Velostrada ter plaatse van de Trekvliet (bron: Peutz, 2022)

Onderzoeksbureau Peutz heeft ook onderzoek gedaan naar het windklimaat in de verblijfsruimtes van The Grace. Dit betreft de daktuin op de eerste verdieping en de daktuin op

Blad 8 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

de vierde verdieping rondom toren B. Rondom toren A is geen verblijfsruimte. De inrichting van de daktuin is ontworpen in samenspraak tussen de landschapsarchitect Okra en Peutz. De inrichting van de daktuinen draagt positief bij aan het windklimaat door afschermende werking. Dit is af te lezen in volgende figuren. Het linker figuur geeft de situatie weer in het geval geen rekening is gehouden met de inrichting van de daktuin. Er heerst in dat geval een overwegend slecht windklimaat. Het rechter figuur geeft de situatie weer waarbij wel rekening is gehouden met inrichting van de daktuin. Het windklimaat is in deze situatie beter. Er blijven plekken bestaan waar het windklimaat slecht is voor langdurig zitten. Daarom zijn de bankjes op basis van dit onderzoek gepositioneerd in de windluwe zones (grijze gebieden).

Toren A

Toren A

Toren B

Toren B

Figuur 2.2: Berekening van de sterkte van de wind in de gemeenschappelijke verblijfruimtes van The Grace (bron: Peutz, 2021)

Blad 9 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

2.4

Energie en circulariteit De Commissie adviseert om het MER aan te vullen en berekeningen op te nemen van de energiebalans. Daarbij moet worden berekend hoeveel energie er nodig is om warmte en koude op de gewenste temperatuur te krijgen binnen de woningen van The Grace, inclusief pompvermogen voor de WKO, tapwater, koken en energiegebruik door alle e-bikes, verlichting en installaties (liftsystemen, hydroforen voor waterdruk, ventilatie, verlichting). Het MER moet dan een vergelijking geven met het meest voor de hand liggende andere alternatief uit de genoemde drie vormen van energieopwekking om te bepalen hoe The Grace scoort op het beperken van CO2-uitstoot. De keuze voor het voorkeursalternatief moet vervolgens worden gemotiveerd. Het plan-MER voor het CID stelt dat vanwege het ontbreken van voldoende waarborgen in de huidige regelingen en het ontbreken van een concrete strategie voor de energietransitie bestaat er een reële kans op dat de ontwikkeling van het CID leidt tot toename van de energievraag. Het MER voor The Grace maakt een vergelijk met de energievraag van het huidige kantoorpand en stelt dat de toevoeging van een significant groter programma een grotere energievraag met zich meebrengt. In de structuurvisie voor het CID (p.

73) is een keuze gemaakt dat nieuwbouw in het CID verwarmd wordt met (lokale) Lage Temperatuur bronnen en in principe niet aansluit op het Hoge Temperatuur stadswarmtenet. Hier is bij The Grace invulling aan gegeven door gebruik te maken van een WKO (Lage Temperatuur bron). Energiebalans Er is berekend welk vermogen de woningen en installaties in het gebouw van The Grace hebben. Dit geeft een indicatie van het toekomstig energiegebruik. Het totale vermogen van installaties is 7.630 kVA, waarvan 1.200 kVA het totaal elektrisch vermogen van de WKO installatie (verwarming en koeling) betreft. Voor de nieuwbouw van The Grace wordt een hogere energieprestatie gerealiseerd in vergelijking met het wettelijk verplichte Bouwbesluit. In totaal komt er 4.500 m2 aan zonnepanelen op een zonneweide binnen 10 km van de locatie van The Grace. Hiermee scoort The Grace 16% beter op de energieprestatie dan noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan het Bouwbesluit. The Grace maakt gebruik van lage temperatuur bodem warmte. Dit is het gekozen alternatief in de Structuurvisie CID. Dit wordt toegepast voor het gebied Haagse Hogeschool – Stationspostgebouw – Waldorp City – en Caland Docks). Ook voor het naastgelegen gebied (o.a. Laakhavens) is een masterplan gemaakt dat gebaseerd is op laagtemperatuur bodemwarmte.

De Commissie adviseert om het MER aan te vullen en duidelijk te maken, in lijn met het CID, hoe wordt omgegaan met verdringing van andere gebruikers en hoe dit wordt voorkomen. Geef hierbij aan of de vier doubletten voor The Grace in andere (master)plannen passen. Geef aan welke rol de WKO-ringen hebben als stap om te zorgen voor de opbouw van een meer omvattend warmtenetwerk, dat warmte en koude in een groter gebied distribueert.

Blad 10 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

De WKO bronnen voor The Grace leggen beslag op de bodem als het gaat over opslag capaciteit en daardoor voor toekomstige ontwikkelingen in het Laakhavens concessiecontract (alle ontwikkelingen excl. Grace en HSK) het benutten van de bodemenergie lastiger maakt. The Grace is echter een van de laatste ontwikkelingen met een eigen systeem in dit gebied. Alle nieuwbouw die nu nog komt dient te worden aangesloten op het gebiedsbrede warmtesysteem Laakhavens. Ten tijde van de voorbereiding van de aanbesteding Warmtesysteem Laakhavens zag de gemeente dat de aanbesteding niet aansloot op de planning van The Grace. Daarnaast is het systeem van The Grace op zich zelf al zeer energie-efficiënt en een relatief groot netwerk voor een eigen ontwikkeling. Dus op zichzelf ziet de gemeente de WKO voor The Grace als een goede en duurzame ontwikkeling. In het Bodemenergieplan Laakhavens dat door GS van de provincie is vastgesteld worden beleidsregels gehanteerd bij het verstrekken van de WKO vergunning. Eén van die beleidsregels is dat een WKO voor het maximale vermogen in m3/h moet worden gerealiseerd. Dus de WKO’s zijn al maximaal ‘groot’. De doubletten vergroten is dus geen optie en ook anderen er op aansluiten is niet per definitie energie-efficiënter. Dit komt omdat de vraag van The Grace overeen komt met het aanbod.

Wel is er een mogelijkheid om bijvoorbeeld de redundantie van het warmtesystem Laakhavens te vergroten door een koppeling te maken met de WKO voor The Grace. Dit is echter geen verplichting die de gemeente zal opleggen. Daarnaast is het koppelen van warmtesystemen geen doel op zichzelf. Het is de bedoeling dat de warmtesystemen op zichzelf optimaal de bodemcapaciteit benutten en optimale energieprestaties behalen. Een aansluiting van het gebiedsbrede warmtesysteem op stadswarmte wordt thans nog niet als duurzamer gezien omdat het stadswarmtenet nog geen garanties kan geven over de levering van geothermie in dit gebied binnen 10 jaar. Het gebouw De Commissie geeft aan dat bij de materiaalkeuze voor The Grace bedacht moet worden dat voor The Grace is gekozen voor een WKO die ’s zomers kan helpen om de kern af te koelen, en ’s winters minder capaciteit nodig heeft als de kern beter warmte vasthoudt. De materialen die voor The Grace gekozen zijn passen goed bij het WKO systeem. De toepassing van betonvloeren gaat bijvoorbeeld goed samen met de verwarming en de koeling van het gebouw. De Commissie beveelt aan om bij de besluitvorming uit te werken wat het betekent dat het gebouw een GPR en BREEAM score moet halen. Voor SW Laakveld is duurzaamheid een belangrijk vertrekpunt in de ontwikkeling van haar vastgoed.

Ook voor The Grace is duurzaamheid vanaf het begin verankerd in het ontwerp en heeft dit een belangrijke stem gehad bij de te nemen ontwerpbeslissingen. Om de duurzaamheid meetbaar te maken voor The Grace is gebruik gemaakt van de Gemeentelijke Praktijkrichtlijn Gebouw (GPR). Hierbij is voor de ontwikkeling van The Grace geen formeel ambitieniveau gesteld, maar is gestreefd naar een zo duurzaam mogelijke uitvoering. De GPR berekening is opgenomen in appendix C van de Rapportage Definitief Ontwerp Bouwfysica & Akoestiek van Arup. In deze bijlage staat omschreven wat het betekent om de GPR score te behalen van 7,9, (energie en milieu) 8 (gezondheid en gebruikerskwaliteit) en 7,8 voor toekomstwaarde.

Blad 11 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

Bijdrage gebouw aan energie opwekking De Commissie beveelt verder aan om na te gaan welke bijdrage het gebouw zelf kan leveren aan de opwekking van energie met zonnepanelen. Ook beveelt de Commissie aan om bij het besluit te motiveren waarom niet gekozen is voor zonnepanelen aan de gevel. De reden om geen zonnepanelen aan bijvoorbeeld de gevel te installeren is omdat beide torens van The Grace zichzelf deels beschaduwen. Dit is dus een minder efficiënte oplossing, zowel qua investering als qua onderhoud. Er is daarom voor gekozen om energie opwekking buiten het plangebied te realiseren. Circulariteit De Commissie geeft aan dat het MER niet duidelijk maakt in hoeverre de bouwmaterialen en installaties circulair zijn. De milieubelasting (inclusief de CO2-uitstoot) van sloop en bouw is daarmee niet volledig in beeld. De Commissie beveelt aan om bij de besluitvorming aan te geven hoe met de milieubelasting van bouw- en sloop (materialen) wordt omgegaan. Voor het project The Grace wordt een materialenpaspoort opgesteld. Een materialenpaspoort van een bouwwerk maakt inzichtelijk welke materialen bij de bouw zijn gebruikt, waar deze zich in een gebouw bevinden en hoe deze zijn verwerkt. Dat maakt het hergebruiken en terugwinnen van materialen bij de sloop of renovatie eenvoudiger en geeft bouwwerken meer waarde.

In het materialenpaspoort wordt geborgd dat 100% van elementen wordt geclassificeerd (wat voor element is het?) en wordt >95% van de elementen voorzien van een materiaalomschrijving.

2.5

Klimaat De Commissie adviseert het MER aan te vullen met een uitwerking van bovenstaande aspecten. Maak hierbij ook gebruik van de Gereedschapskist openbare ruimte Central Innovation District dat ingaat op de regie op de ondergrond. Het plan-MER voor het CID stelt dat de sloop en nieuwbouw in het CID biedt kansen om hittestress te verminderen. Al met al biedt het klimaat-adaptief ontwerpen en plannen van zowel de openbare ruimte als de bebouwde omgeving mogelijkheden om het stadsklimaat te verbeteren. Hier is bij het ontwerp van The Grace en de buitenruimte rondom The Grace rekening mee gehouden (zie onder). Hittestress De Commissie geeft aan dat het MER niet duidelijk maakt in hoeverre The Grace de klimaateffecten versterkt of juist vermindert. Zo ontbreekt een berekening van de hittestress als gevolg van het gebouw zelf en de gevolgen hiervan voor de nieuwe bewoners en voor de bewoners in de naastgelegen wijk. Ook de gezondheidsrisico’s hiervan zijn niet beschreven. Het MER beschrijft in paragraaf 7.4.2.3 de gevolgen van het plan voor hittestress. Dit betreft een kwalitatieve beoordeling van dit aspect. De conclusie is dat de toevoeging van verhard oppervlak een licht negatief effect heeft op de lokale gevoeligheid voor hittestress.

Het negatieve effect blijft echter beperkt door de instandhouding van groen langs de bebouwing en de toevoeging van groen op het dak van de bebouwing en de zone langs de Trekvliet. De gevolgen die hittestress

Blad 12 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

kan hebben op de mens en de natuur staan beschreven in paragraaf 7.4.2 onder het kopje ‘hittestress’. Er is ook onderzoek3 gedaan naar de thermische behaaglijkheid van de inwoners van The Grace. Thermische behaaglijkheid is: "Die toestand waarin de mens tevreden is over zijn thermische omgeving en geen voorkeur heeft voor een warmere of koudere omgeving". Voor The Grace zijn berekeningen uitgevoerd voor de thermische behaaglijkheid in een aantal referentie woningen, voor met name de woonkamer en de bijbehorende slaapkamer. In het ontwerp is gekozen voor een maximale binnentemperatuur van 27°C in de zomer periode. In basis zijn de woningen met vloerverwarming voor de winter en vloerkoeling in de zomer uitgevoerd. Volgens de berekening vindt er geen overschrijding plaats van de 27°C in de zomerperiode. Dit betekent dat los van de temperatuur buiten woningen de temperatuur binnen de woningen niet hoger dan 27°C kan worden. Dit verlaagd de kans dat toekomstige bewoners hittestress gaan ervaren als ze in het gebouw aanwezig zijn. Maatregelen om hittestress te beperken De Commissie geeft aan dat er geen beschrijving van de maatregelen is om de hittestress te verminderen. Ook mist een beschrijving van de mogelijkheid, die het dakoppervlak geeft om hittestress tegen te met groene en natte daken. Verder is niet aangegeven of de daken dan nog bruikbaar zijn voor zonnepanelen.

Voor dit punt wordt verwezen naar de beantwoording onder de kop ‘Beleidskader voor klimaatmitigatie en -adaptatie’ (zie onder). Potentieel buitenruimte De Commissie beschrijft in haar advies dat er een beschrijving mist van het potentieel van het oppervlaktewater en van de mogelijkheden om de bodem open te leggen, om zo rekening te houden met droge perioden en met piekbuien. Verder is de mate van verstoring door het gebouw van de bodem niet beschreven en het effect op het vermogen van de bodem om water vast te houden en te transporteren. Ook werkt het MER niet uit of er een leidingentracé wordt aangelegd. Hiermee wordt de ruimteclaim door een mogelijk woud van kabels en leidingen teruggebracht, waardoor meer ruimte overblijft voor groen. De plangebied van The Grace wordt nagenoeg volledig gebouwd. Er is dus geen bodem over die opengelegd kan worden. Hiervoor wordt dus gekeken naar de omliggende ruimte rondom het gebouw van The Grace. Bij de vergunning is een schetsontwerp (SO) buitenruimte opgesteld. Ondanks dat er niet veel m2 openbaar gebied worden ontwikkeld rond The Grace, is geprobeerd zo veel mogelijk van die ruimte groen te ontwerpen (zie figuur 2.3). Om de zone tussen de woningbouw en de Rijswijkseweg groen in kunnen richten, lopen de kabels en leidingen aan deze zijde op privéterrein, onder een arcade van het gebouw.

Hiermee wordt het groen ruimtegebruik in de buitenruimte gemaximaliseerd. Het tracé voor de kabels en leidingen is geïntegreerd in het ontwerp op basis van het handboek openbare ruimte van de gemeente Den Haag. De minimale afstanden tot de bomen zijn hierin bijvoorbeeld meegenomen. Het voorlopig ontwerp (VO) buitenruimte wordt naar verwachting in 3

ILEX installatiemanagement, Thermische behaaglijkheid The Grace Den Haag, 31 mei 2022. Kenmerk: 22/JH/IO/201101/NOT1699

Blad 13 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

2023 vastgesteld. Bij mogelijke aanpassingen ten opzichte van het SO moet het tracé voor de kabels en leidingen blijven aansluiten bij het ontwerp buitenruimte.

Figuur 2.3: Schetsontwerp buitenruimte (bron: Gemeente Den Haag, 2022)

Beleidskader voor klimaatmitigatie en -adaptatie De Commissie beschrijft in haar advies dat een beschouwing ontbreekt van hoe is omgegaan met de randvoorwaarden voor The Grace vanuit het relevante beleidskader voor klimaatmitigatie en -adaptatie en hoe hiermee rekening is gehouden bij het ontwerp. Het MER maakt ook niet duidelijk wat de consequenties zijn voor The Grace van de klimaatscenario’s van het KNMI. De Commissie beveelt aan hier bij de besluitvorming rekening mee te houden. Beleidskader voor klimaatmitigatie en -adaptatie In de Watervisie van Den Haag 'Toekomstbestendig Haags Water' wordt aangegeven dat in centrumgebied, waar in voorliggende situatie sprake van is, ingezet moet worden op het vasthouden van hemelwater. Groene daken worden daarbij als voorbeeld opgenomen om de waterbelasting te verminderen. De beoogde ontwikkeling voorziet in groene daken, en sluit hier dus goed op aan. Door het Hoogheemraadschap van Delfland is bovendien advies uitgebracht op het plan. In dit advies wordt aangegeven om te onderbouwen hoe rekening wordt gehouden met het veranderende klimaat (extreme regen e.d.). Door de beoogde vergroening zal hier invulling aan gegeven worden, aangezien er maatregelen worden getroffen om het regenwater op te vangen en vertraagd te laten afstromen.

Hiermee wordt rekening gehouden met de veranderingen in het buitenklimaat, zoals het toenemen van de bui intensiteit van met name regen, perioden met droogte en opwarming van de stedelijke omgeving. Daarnaast is het Convenant Klimaatadaptief Bouwen ondertekend door de initiatiefnemer van The Grace. Klimaatadaptief bouwen moet daarbij leiden tot minder wateroverlast, minder

Blad 14 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

hittestress, minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling en meer biodiversiteit. Dit alles sluit aan op de ambitie van Den Haag om een klimaatbestendige stad te worden. Door gemeente Den Haag is een wegwijzer opgesteld waarin richtlijnen worden gegeven voor klimaatadaptief bouwen. Ten aanzien van water worden bij het voornoemde convenant twee eisen met als doel om hevige neerslag lokaal vast te houden en bebouwing en voorzieningen te beschermen opgenomen:  Een groot deel van de neerslag (50 mm) van een korte hevige bui op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd;  In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag. Met de voorgenoemde twee eisen wordt bij het ontwerp van The Grace rekening gehouden. Voorzien wordt in voldoende bergingscapaciteit ingeval van een korte hevige bui. De retentiekratten in combinatie met de bovenliggende vegetatielaag kunnen voldoende water vasthouden. De vegetatielaag van 1.000 mm kent een waterhoudend vermogen van circa 750 dm3 /m2 . De retentiekratten zijn gekoppeld aan de regenwaterkelder. Dit regenwater wordt gebruikt voor de irrigatie van de vegetatie op het dak. De bestaande situatie rondom The Grace verslechterd niet doordat het regenwater dat valt in het plangebied van The Grace wordt afgevoerd richting de Trekvliet.

Er zal bovendien geen schade optreden aan de beoogde bebouwing ingeval van extreem hevige neerslag. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt in de gemeentelijke wegwijzer de ambitie opgenomen voor waterrobuust bouwen. Een waterrobuust ontwerp van een gebouw voorkomt/beperkt waterschade bij extreme neerslag. Hier wordt bij de beoogde ontwikkeling dan ook op aangesloten. De regenwaterkelder voorziet daarbij in de mogelijkheid om regenwater op te slaan. Door middel van hoogteverschillen, o.a. bij de entrees, treedt er geen schade op aan de bebouwing en wordt hinder beperkt. De beoogde ontwikkeling is beduidend hoger dan het openbaar gebied in de omgeving gelegen. In dat kader is ook reeds een peilhoogte aangevraagd, en vastgesteld door gemeente Den Haag. De vloerhoogte van de beoogde ontwikkeling bedraagt daarbij 0,60 m + NAP. Parallel aan de planvorming voor 'The Grace' in 2021 de 'Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig' door gemeente Den Haag vastgesteld. Als opgave voor de komende decennia wordt aangegeven om de bestaande en nieuwe stad klimaatbestendiger in te richten tegen extreme neerslag, hitte en droogte. Hiertoe worden voor deze onderwerpen ontwikkelprincipes aangegeven voor een klimaatbestendige inrichting. Wat extreme neerslag betreft wordt voor nieuwe ontwikkelingen in hoofdzaak aangesloten op de eisen uit de Convenant Klimaatadaptief Bouwen.

Hier wordt, zoals bovenstaand wordt toegelicht, voor de beoogde ontwikkeling aan voldaan. Voor hitte wordt als eis aangegeven dat bij hoogbouw horizontale buitenruimtes – welke voor minimaal 40% groen ingericht moeten worden – toegepast dienen te worden. Ook aan deze eis wordt voldaan; de daktuinen zorgen in voorliggende situatie voor verkoeling ingeval van extreme hitte. Bovendien zal door de toepassing van waterbergende voorzieningen zorg gedragen worden voor een toereikende waterbergingscapaciteit, en zal dit tevens een verkoelende werking kennen voor de omgeving.

Blad 15 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

Tot slot worden ten aanzien van droogte geen harde eisen gesteld voor nieuwe ontwikkelingen, maar worden ambities om extreme droogte te verminderen opgenomen. Het verminderen van droogte kan worden ingevuld door te zorgen dat regenwater vastgehouden wordt. Groen kan hierbij van grote waarde zijn. Aangezien de beoogde ontwikkeling voorziet in groene daken, in combinatie met maatregelen om het regenwater op te vangen en vertraagd af te voeren, sluit de beoogde ontwikkeling goed aan op de ontwikkelprincipes conform de Wegwijzer voor een klimaatbestendige inrichting. Klimaatscenario van de Watersleutel Voor The Grace is de Watersleutel gebruikt om het effect op de waterhuishouding in beeld te brengen. In de Watersleutel van Delfland wordt reeds rekening gehouden met klimaatverandering. De effecten van klimaatverandering worden meegerekend in de bepaling van de waterbergingsopgave. In de watersleutel wordt gerekend met de meest actuele neerslagstatistiek en klimaatscenario’s van het KNMI. Zoals aangegeven in de veelgestelde vragen over de watersleutel van Hoogheemraadschap van Delfland wordt aangegeven dat voor de huidige situatie (voor uitvoering van de ruimtelijke ontwikkeling) wordt gerekend met de meest recente neerslagstatistiek.

Voor de toekomstige situatie (na uitvoering van de ruimtelijke ontwikkeling) houdt de watersleutel rekening met het WL centr klimaatscenario voor 20504. Wanneer er nieuwe statistiek en klimaatscenario’s beschikbaar komen, wordt de watersleutel aangepast.

2.6

Mobiliteit Stadsdistributie van goederen De Commissie stelt dat het MER weinig aandacht besteedt aan hoe de verkeersdruk als gevolg van levering van goederen georganiseerd kan worden. Weliswaar voorzien de plannen voor The Grace in bepaalde logistieke oplossingen hiervoor, maar onduidelijk is of deze aansluiten bij een bredere visie over stadsdistributie voor het CID. De Commissie beveelt aan om mogelijkheden te onderzoeken voor een optimale bundeling van leveringen aan The Grace of voor aflevering bij wijkgerichte pakketdistributiepunten in de nabijheid van The Grace, die mogelijk voor bezorgers makkelijker toegankelijk zijn. Hieronder is beschreven hoe de gemeente in samenwerking met The Grace regie houdt op de logistiek. Regie op logistiek De regie op logistiek en onderhoudsactiviteiten in en aan het gebouw en het aangrenzende openbaar gebied wordt gevoerd door de inpandige huismeester die 24 uur per dag beschikbaar is, aanwezig of via externe commandopost. Organisatie, verantwoordelijkheid en kosten voor de regie op logistiek liggen bij de ontwikkelaar en/of eigenaar van het gebouw. Ook voor de voorzieningen en het beheer van de noodzakelijke verkeersstromen van en naar The Grace (investering en exploitatie).

4

Door het KNMI zijn diverse klimaatscenario's vastgesteld. Dit zijn mogelijke toekomstbeelden voor het klimaat. Voor 2050 zijn daarbij weer verschillende toekomstbeelden gegeven. Er zijn o.a. vier combinaties van twee uiteenlopende waarden voor de wereldwijde temperatuurstijging, ‘Gematigd’ en ‘Warm’, en twee mogelijke veranderingen van het luchtstromingspatroon, ‘Lage waarde’ en ‘Hoge waarde’ mogelijk. Het klimaatscenario WL betekent dat uitgegaan wordt van 'Warm' en 'Lage waarde'.

Blad 16 van 17

Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. MER The Grace projectnummer 0456171.100 7 juni 2022 SW Laakveld (Included City Development)

De belangrijkste gebruikseisen van de regie op logistiek zijn:  Standaard gebruik van de expeditiestraat voor alle noodzakelijke verkeersstromen van goederen, afval en personen (denk o.a. aan minder validen).  Voor alle logistieke stromen geldt dat grote vrachtwagens, hoger dan 3,40 meter, niet onder de spoordoorgang aan de Bontekoekade en dus niet bij de expeditiestraat kunnen komen met hun producten. Het vlakbij en buiten de fiscale parkeerplekken parkeren van grote of kleine bezorgwagens in niet toegestaan en kan dus worden beboet door parkeerhandhaving.  Autoverkeer aan de autovrije zijden van The Grace aan de zijden Rijswijkseweg, Bontekoekade en Bontekoestraat is slechts incidenteel mogelijk voor bijvoorbeeld onderhoudsdiensten en noodzakelijke huisbewegingen.  Pakket- en maaltijdbezorging wordt zo veel mogelijk geclusterd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in drie soorten goederen: warm eten, koud eten en non food. Verdere afspraken hierover staat in de over Pakket- en maaltijdbezorging.  Het buiten de fiscale parkeerplekken parkeren van grote of kleine bezorgwagens in niet toegestaan en kan dus worden beboet door parkeerhandhaving. Het uitgangspunt is dat pakket- en maaltijdbezorging voor The Grace zo weinig mogelijk verkeerstromen en -overlast oplevert. Daarom worden de verschillende stromen zo veel mogelijk geclusterd.

Een groot deel van deze clustering wordt door de markt gerealiseerd. De stromen van pakket- en maaltijdbezorging naar en van The Grace zijn te verdelen in drie categorieën stromen: 1. Direct (warm) eten als pizza en andere zaken rond thuisbezorgd. Voor The Grace is in de expeditiestraat voldoende ruimte om de bezorging buiten de openbare ruimte af te handelen. Scooters, fietsen en bezorgauto’s kunnen inpandig de etenswaren afleveren zodat dit direct kan worden afgehaald en geconsumeerd. 2. Koud eten zoals boodschappen van de supermarkt en specifieke bezorgdiensten. De bedrijven die in Den Haag en de rest van Nederland deze producten bezorgen, klusteren de bezorgingen in relatief kleine bezorgwagens. Dit zal ook gebeuren bij een groot wooncomplex als The Grace. Er zal dus een beperkt aantal kleine bezorgwagens gebruik maken van de expeditiestraat en de boodschappen inpandig afleveren. 3. Non-Food door postbedrijven of winkels. De initiatiefnemer heeft een samenwerking met een logistieke partner aan de rand van de stad en deze partner vestiging een micro hub in The Grace. Hiermee kunnen alle non food stromen gebundeld naar The Grace getransporteerd worden en verlagen wij het aantal verkeersbewegingen voor non food voor The Grace tot maximaal 1 bezorging per dag.

Daarnaast is ontwikkelaar in gesprek om de gebundelde non food leveringen uit te breiden naar supermarktbezorging en medicatie (ADR gecertificeerd).Volgens Haags beleid mogen er geen grote vrachtwagens het centrum in. De HUB functie is dan ook buiten de stad. Vanuit hier wordt met kleine bezorgwagens op gezette tijden en geclusterd aangeleverd.

Blad 17 van 17

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT E. info@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11594882/1