RIS312374 RC-verslag 25 mei 2022
Tekst van het document
Rekeningencommissie RIS 312374
Verslag
Verslag van de vergadering van de Rekeningencommissie (RC) van 25 mei 2022 Aanwezig:
de voorzitter, de heer M. De Vuyst; mevrouw L. van Basten Batenburg, de heren Y. Assad, T. de Boer, R. Guernaoui, K. Partiman, allen lid RC; Accountantsdienst: mevrouw C. Slotema en de heren G. Vleugels en M. Perkgöz; secretaris RC: J. van Duijn.
Afwezig:
de heer M. Etalle.
A. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De voorzitter opent de vergadering van de Rekeningencommissie om 13:30 uur en heet de aanwezigen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
B. Verslag van de vergadering van 18 mei 2022 Het verslag van de vergadering van 18 mei 2022 (RIS312334) wordt ongewijzigd vastgesteld.
C. Jaarrekening 2021 en accountantsrapport (C.1 t/m C.2) C.1.
Overige bevindingen accountantsverslag
Door de Accountantsdienst worden de bevindingen toegelicht die uit de accountantscontrole van de jaarrekening 2020 (RIS312006) zijn gekomen, welke zijn opgenomen in het accountantsrapport (RIS312200). De bevindingen die betrekking hebben op het fysiek domein en het sociaal domein worden toegelicht door Mustafa Perkgöz, audit manager bij de Accountantsdienst. De tijdens deze presentatie getoonde teksten en afbeeldingen zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd. C.1.a
Fysiek domein (programma’s 3, 9, 12 en 13)
Het fysiek domein betreft voornamelijk programma 13 (Stadsontwikkeling en wonen: lasten € 139 miljoen, baten € 101 miljoen), maar gedeeltelijk ook programma 3 (Duurzaamheid, milieu en energietransitie: lasten € 128 miljoen, baten € 91 miljoen), programma 9 (Buitenruimte: lasten € 180 miljoen, baten € 59 miljoen) en programma 12 (Mobiliteit: lasten € 71 miljoen, baten € 72 miljoen).
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
Rekeningencommissie
De onzekerheden met betrekking tot het getrouwe beeld in de jaarrekening 2021 en de financiële rechtmatigheid hebben voor een belangrijk deel betrekking op het fysiek domein: circa € 58 miljoen. Naar aanleiding van de controle van de jaarrekening 2020 kwam naar voren dat de waardering van grondexploitaties een significant risico vormde vanwege de mate van schattingsonzekerheid. Geconstateerde fouten betroffen onvoldoende onderbouwde stelposten voor onvoorziene kosten. Voorts waren er onzekerheden vanwege niet onderbouwde prospectieve kosten/opbrengsten én toerekening van investeringen in de openbare ruimte aan grondexploitaties (op basis van de PPT-criteria; Proportioneel, Profijt en Toerekenbaar). Ten opzichte van het voorgaande jaar is progressie geboekt in de beheersing binnen het fysiek domein. Er is voor gekozen om alle fouten in (kosten)posten in 2020 in de jaarrekening van 2021 volledig te repareren (€ 9,8 miljoen). Ook zijn er fouten direct gecorrigeerd over 2021, deze zijn vermeld in het overzicht van correcties in het accountantsverslag. Voor grondexploitaties is gewerkt aan een betere onderbouwing van prospectieve kosten en toerekening van investeringen op basis van de PPT-criteria.
De onzekerheden rond grondexploitaties zijn daarmee gedaald van € 29,3 miljoen in 2020 naar € 5,3 miljoen in 2021 en hebben bijgedragen aan een totale daling van grondexploitatiegerelateerde onzekerheden van € 49,3 miljoen in 2020 naar € 32,1 miljoen in 2021. Voor grondexploitaties resteren nog enkele verbeterpunten. De PPT-motivatie voor (volledige) toerekening van de investering in de openbare ruimte aan de grondexploitaties en de voorziening negatieve plannen is op onderdelen nog onvoldoende (€ 5,3 miljoen in 2021). Voor de toepassing van PPT-criteria dienen nog concrete normen te worden opgesteld. Voor grondexploitaties van totaal € 26,6 miljoen is de uitvoering van de plannen in de huidige vorm onzeker in 2021. Hieronder valt ook de Grotiusplaats. Dit betreft zowel baten als lasten, maar voor het merendeel lasten. Daarbij brengt de huidige registratie van de prospecties en netto contante waarde van de grondexploitaties in spreadsheets een verhoogd risico op fouten met zich mee. Om dit te ondervangen, dient een integratie van de gerealiseerde én geprospecteerde kosten en baten in één administratie plaats te vinden. Voor wat betreft investeringen en grote projecten zijn recent twee grote projecten gerealiseerd, te weten Amare en Rotterdamse baan.
De activering van Amare op de balans heeft plaatsgevonden, inclusief zogenoemde restpunten ter grootte van € 3 à 4 miljoen die nog in 2022 doorlopen. Omdat dit eerder ook bij eerdere projecten is gebeurd, volgt de gemeente hiermee een bestendige gedragslijn. Activering wil zeggen dat kosten niet in één keer worden meegenomen in de exploitatie, maar uitgesmeerd over meerdere jaren door het op de balans op te nemen. De accountant raadt aan de voor grote projecten in de praktijk gehanteerde gedragslijn voor de activering van ‘restpunten’ te verankeren in de desbetreffende verordening. Voorts dienen de doorlopende posten uit het project Rotterdamse baan nader uitgewerkt te worden. Ook is de formele afsluiting van het project nog niet gerealiseerd. Omdat een deel nog niet is beklemd, resteert nog een budget van circa € 24 miljoen. Dit bedrag is als onzeker aangemerkt. Een eventueel resterend subsidiebedrag zal in 2022 ten gunste van het resultaat moeten komen. De accountant vraagt aandacht voor Pagina 2 van 12
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
Rekeningencommissie
het tijdig reserveren voor het beheer en het onderhoud van alle investeringsobjecten en het conform planning daadwerkelijk uitvoeren daarvan. Het college heeft inmiddels zelf een inventariserend onderzoek gedaan naar het onderhoudsbudget. Bij de controle kwamen verschillen in de projectadministratie naar voren bij verschillende onderdelen. De projectbeheersing behoeft verbetering. Illustratief is het eerder genoemde voorbeeld van prospecties en netto contante waarde die extracomptabel plaatsvinden. Dit is niet bevorderlijk voor een goede projectbeheersing. Vanwege de inflatie als gevolg van onzekerheden over de maatschappelijke en economische gevolgen van de huidige crises vraagt de accountant extra aandacht voor het volgen van de ontwikkelingen hierin: wat betekenen prijsstijgingen voor de uitvoerbaarheid van de gemeentelijke projecten? Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Beoordeling risico’s grondexploitaties: recent is door het college gemeld dat bij de grondexploitatie Grotiusplaats zich risico’s voordoen; de overkapping kost volgens de huidige inzichten circa € 30 miljoen in plaats van € 12 miljoen. Dit laatste bedrag betreft een eerdere inschatting en is door het college voorzien. De accountant heeft € 18 miljoen als onzeker gemeld..
Bij de jaarrekeningcontrole maakt de accountant een eigen risicoanalyse van grondexploitaties. Op basis daarvan worden specifieke/risicovolle grondexploitaties nader onderzocht, waarbij onder meer gekeken wordt of de parameters en schattingen aannemelijk zijn onderbouwd. Daarnaast beoordeelt de accountant op basis van de bekende informatie en nieuwe inzichten of de oorspronkelijke grondexploitatieplannen nog haalbaar zijn. Tegelijkertijd toetst de accountant of de bij de gemeente bekende risico’s voldoende zijn gekwantificeerd en opgenomen in de verantwoording (bijvoorbeeld in de vorm van een voorziening of reserve). De accountant kan de volledigheid van de gemeentelijke risicoanalyse echter moeilijk beoordelen. De Rekeningencommissie wil dit onderwerp betrekken bij de eerstvolgende behandeling van de GRIP-rapportage (punt voor het RC-rapport). ▪ Administratie van grondexploitaties: de huidige registratie van de prospecties en netto contante waarde van de grondexploitaties in spreadsheets is foutgevoelig, mede omdat mutaties hierin niet herleidbaar zijn. In het kader van de uniformering van de financiële systemen is besloten grondexploitaties ook in het Oracle OBIEE systeem vast te leggen. Vanwege de beperkingen van dit systeem moet het worden uitgebreid met een extra applicatie voor prospecties.
▪ Herzieningsmomenten voor prospecties grondexploitaties: de prospecties voor grondexploitaties worden in ieder geval per 31 december herzien, mede ten behoeve van de bepaling van het weerstandsvermogen. Gezien de recente snelle prijsstijgingen wil de Rekeningencommissie door het college worden geïnformeerd over andere momenten waarop de prospecties van grondexploitaties worden herzien (mogelijke vraag aan de wethouder). C.1.b
Sociaal domein (programma’s 4 t/m 8)
Het sociaal domein betreft voornamelijk programma 6 (Onderwijs: lasten € 165 miljoen, baten € 71 miljoen), programma 7 (Werk en inkomen: lasten € 702 miljoen, baten € 506 miljoen) en programma 8 (Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid: lasten Pagina 3 van 12
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
Rekeningencommissie
€ 680 miljoen, baten € 167 miljoen). Voor een deel gaat het ook om programma 4 (Openbare orde en veiligheid: lasten € 86 miljoen, baten € 22 miljoen) en programma 5 (Cultuur en bibliotheek: lasten € 125 miljoen, baten € 6 miljoen). In relatie tot de omvang van de programma’s zijn er tamelijk kleine fouten en onzekerheden uit de accountantscontrole gekomen. Rechtmatigheidsfouten bedroegen € 1,4 miljoen en er waren onzekerheden betreffende rechtmatigheid van € 0,1 miljoen. De onzekerheden over het getrouwe beeld waren € 0,8 miljoen. Vorig jaar kwam een omvangrijke onzekerheid van € 52 miljoen naar voren ten aanzien van (welzijn)subsidies die kenmerken hadden van een opdrachtverstrekking. Omdat in de aanvraag gesproken werd over opdrachtgever en opdrachtnemers en over voorwaarden aan de uitvoering, was sprake van een significante onzekerheid. Een goede motivatie voor deze subsidieverstrekking die deze onzekerheden kon wegnemen ontbrak. Hierop heeft de gemeente extern juridisch advies ingewonnen en is voor de huidige Kadernota Subsidiebeleid een (juridisch) afwegingskader met een hieraan gekoppelde nadere werkinstructie ontwikkeld. De kadernota is aangescherpt en wordt aan de raad voorgelegd. Op basis van het intern onderzoek en aanvullende dossierinformatie is de onzekerheid voor de controle 2021 weggenomen.
Desondanks moet er nog het nodige gebeuren, zoals het verplichten van een inhoudelijke beoordeling/materiële toets door de beleidsafdeling voor zowel verstrekking als vaststelling. Voorts raadt de accountant aan om na te gaan of in de gebruikte teksten niet de suggestie gewekt zou kunnen worden dat sprake is van een overheidsopdracht. Ook het onderscheid tussen de subsidiabele prestaties/activiteiten, subsidievoorwaarden en subsidieverplichtingen kan worden verbeterd. Om de transparantie te bevorderen adviseert de accountant om vaker met een specifieke subsidieregeling te werken en de Algemene Subsidieverordening (ASV) minder algemeen toe te passen. In het primaire proces zou een procedure kunnen worden opgenomen waarbij in de toekenningsfase onderzocht wordt of geen sprake is van een overheidsopdracht. De interne auditfunctie zou vervolgens periodiek een controle op de subsidies kunnen uitvoeren. Voor wat betreft de uitvoering van de Wmo en jeugdhulp hebben zich geen grote veranderingen voorgedaan ten opzichte van vorig jaar. Nog steeds is sprake van een grote afhankelijkheid van derden voor de verantwoording, omdat zekerheid verkregen wordt via productieverantwoordingen van zorgaanbieders. Dit jaar zijn uitsluitend ‘schone’ accountantsverklaringen van de zorgverleners ontvangen. Het advies om de afhankelijkheid te verminderen, blijft voor de gemeente Den Haag gehandhaafd.
De uitvoering van het Persoonsgebonden Budget (PGB) loopt via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De accountant van de SVB heeft een controleverklaring met beperking afgegeven vanwege onzekerheden en fouten. Dit werkt naar evenredigheid door in het accountantsoordeel voor de gemeente Den Haag. Zelf heeft de gemeente een interne controle uitgevoerd op de prestatielevering en rechtmatige besteding van de PGB’s via een steekproef. Hierdoor zijn de onzekerheden verminderd van € 5,4 miljoen naar € 0,4 miljoen. De coronagerelateerde regelingen zijn in 2021 beëindigd en leiden niet tot bijzonderheden. De Gemeentelijke Kredietbank van Den Haag helpt samen met acht andere kredietbanken Pagina 4 van 12
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
Rekeningencommissie
onder de regie van Sociale Banken Nederland de landelijke private schulden van gedupeerden van de toeslagenaffaire te verifiëren en af te lossen. Er wordt gewerkt aan de beoordeling van landelijke gevallen. De Accountantsdienst gaat ervan uit dat zij opdracht krijgt tot het controleren van de verantwoording over de hiermee gemoeide programmagelden.
Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Positieve bevindingen accountant: ten aanzien van het beheer in het sociaal domein constateert de Rekeningencommissie meerdere positieve bevindingen in het accountantsverslag, waarmee het college en ambtelijk apparaat wordt gecomplimenteerd (punt voor het RC-rapport). ▪ Nieuwe Kadernota subsidies en adviezen accountant: in het van het college ontvangen voorstel inzake wijziging Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023 (RIS312064) is een verduidelijking aangebracht naar aanleiding van de vorig jaar geconstateerde onzekerheid betreffende het onderscheid tussen subsidie en inkoop. Reeds enkele jaren geleden had ook de Rekenkamer Den Haag opgemerkt dat het onderscheid tussen subsidie en inkoop onvoldoende duidelijk was. Aan de gewijzigde kadernota is onder meer een werkinstructie toegevoegd, die ervoor moet zorgen dat een te verstrekken subsidie toereikend als zodanig wordt onderbouwd conform het advies van de Accountantsdienst. In het accountsverslag zijn zes aanvullende adviezen opgenomen die nog niet in het primair subsidieproces zijn verwerkt (punt ter nadere besluitvorming).
▪ Bevordering transparantie door subsidieregelingen: om willekeur te voorkomen en transparantie te bevorderen raadt de accountant aan om voor subsidies waarvan het de bedoeling is deze meerjarig te verstrekken of waarvoor meerdere potentiële uitvoerders in aanmerking komen, gebruik te maken van een specifiek daartoe opgestelde subsidieregeling. Ook de Rekenkamer Den Haag doet thans onderzoek naar onder meer specifiekere subsidieregelingen en de doelmatigheid van de verstrekte subsidies. De Rekeningencommissie beveelt het advies van de accountant in de aandacht van de vakcommissie aan (aandachtspunt voor de vakcommissie). ▪ Openstaande subsidieverstrekkingen: in het subsidieregister komen subsidies uit 2018 voor die nog niet zijn afgerond. Een toets op de tijdigheid van eindafrekeningen van in het subsidieregister opgenomen subsidies maakt geen deel uit van de accountantscontrole. Wel wordt jaarlijks een steekproef uitgevoerd op de daadwerkelijke vaststellingen van subsidies in dat jaar, waarbij wordt gekeken of voldaan is aan vaststellingsvereisten uit de algemene subsidieverordening dan wel specifieke subsidieregeling. De Rekeningencommissie wil van het college weten in hoeverre door de gemeente een interne toets plaatsvindt op langdurig openstaande subsidieverstrekkingen (punt voor het RC-rapport).
C.2.
Interne beheersing en overige accountantsbevindingen
Diverse overige onderwerpen die uit de accountantscontrole zijn gekomen worden toegelicht door de gemeenteaccountant, Carla Slotema. Het gaat om bevindingen ten aanzien van de
Pagina 5 van 12
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
Rekeningencommissie
interne beheersing, informatietechnologie, fraude, naleving van wet- en regelgeving, het verantwoordings- en controleproces en begrotingsrechtmatigheid. Interne beheersing Inmiddels is het programma ter verbetering van de interne beheersorganisatie gestart, waarbij onder meer procesbeschrijvingen en de interne controle worden verbeterd. Op dit moment bevindt zich nog veel in de planfase. Om het risico op fouten te verkleinen worden ondersteunende processen binnen de gemeente gecentraliseerd. De accountant wijst erop dat centralisatie niet vanzelfsprekend tot een betere beheersing leidt. In de praktijk zijn overigens veel zaken decentraal belegd vanwege decentrale bevoegdheden. Veel van de verbeterinitiatieven zijn op dit moment nog niet geïmplementeerd. Voor wat betreft de doorontwikkeling van het integraal werken wijst de accountant erop dat één financiële administratie nog niet leidt tot een versimpeling van de consolidatie en dat het essentieel is een tussentijdse analyse van onder andere de tussenrekeningen uit te voeren. Tevens vraagt zij aandacht voor het niet onnodig gebruikmaken van memoriaalboekingen. Informatietechnologie Vorig jaar heeft de accountant opmerkingen gemaakt over het autorisatiebeheer en over het continuïteitsmanagement. Deze adviezen zijn vooralsnog niet opgepakt.
Voor het autorisatiebeheer zijn, vanwege uitfasering van bepaalde applicaties, risico’s bewust geaccepteerd. In december 2021 vond een DDoS-aanval plaats op de gemeente Den Haag. Cyberaanvallen zijn, mede gezien de ontwikkelingen in Oost-Europa, geen uitzonderingen meer. De accountant is voornemens om cybersecurity meer nadrukkelijk te betrekken in de accountantscontrole en raadt aan de adviezen van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) in acht te nemen (https://www.ncsc.nl/onderwerpen/oekraine). Fraude en naleving wet- en regelgeving De accountant heeft de concept frauderisicoanalyse ontvangen. Hier heeft de Rekeningencommissie twee jaar geleden om gevraagd. In de analyse behoren ook niet-financiële risico’s opgenomen te worden, omdat deze informatie belangrijker wordt; de niet-financiële risico’s kunnen financiële risico’s verder versterken. De accountant vraagt aandacht voor de adequate verwerking van fraudeaspecten in het stappenplan Integriteit. Tevens adviseert ze de maatregelen die voortkomen uit de redresplannen tijdig volledig te implementeren. Afsluit- en verantwoordingsproces Een deel van de onzekerheden van € 70 miljoen komt voort uit de ontoereikende kwaliteit van aangeleverde stukken voor de jaarrekeningcontrole. Enkele verbeteringen zijn gerealiseerd, maar op de aspecten kwaliteit en tijdigheid kan nog het nodige verbeterd worden.
Vooralsnog vraagt het afsluit- en verantwoordingsproces en het daaropvolgende controleproces nog veel inspanning van zowel ambtelijk apparaat als van de Accountantsdienst. Eén van de verbeterpunten hierin is een uniforme aanlevering van noodzakelijke stukken. Een ander verbeterpunt is het terugbrengen van het aantal specificaties per post. Een consolidatie van de specificaties is gewenst. Dit jaar deden zich veel fouten voor die ook in het voorgaande jaar waren gemaakt. Daarom benadrukt de accountant het belang van een tussentijdse afsluiting van de administraties als onderdeel van het primair proces. Pagina 6 van 12
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
Rekeningencommissie
Begrotingsrechtmatigheid De accountant adviseert de gemeente consequent per programma aan te geven of al dan niet sprake is van een begrotingsonrechtmatigheid, zoals dat met ingang van de verantwoording over het huidige boekjaar verplicht is. Een begrotingsonrechtmatigheid telt niet mee in het accountantsoordeel als een lastenoverschrijding wordt gecompenseerd doordat er directe opbrengsten tegenover staan, als de lastenoverschrijding past binnen het bestaand beleid of als sprake is van een openeinderegeling. De drie begrotingsoverschrijdingen deden zich dit jaar voor op de programma’s 14, 15 en 16. Op programma 14 en 16 overschreden de onttrekkingen uit de ingestelde coronareserve de begrote lasten. Verslaggeving Als aanbevelingen ten aanzien van de verantwoording geeft de accountant mee om de te kiezen indicatoren te laten aansluiten met het coalitieakkoord, een volledige check uit te voeren op naleving van BBV-voorschriften en de leesbaarheid van de programmarekening te verbeteren. Voorts geeft zij de Rekeningencommissie in overweging het grensbedrag voor toelichtingen en afwijkingen aan te passen. Ook de kwaliteit van de paragrafen verbonden partijen, weerstandsvermogen en vastgoed kan worden verbeterd door concretere analyses en meer inzicht in de diepgang van risico’s en financiële aansluitingen op te nemen.
Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Stappenplan integriteit inzake fraude: het bestaande stappenplan integriteit wordt herzien en zal ook betrekking hebben op (een vermoeden van) fraude. De Rekeningencommissie wil weten of een stappenplan voor fraude als onderdeel van het stappenplan integriteit toereikend is en wil hierover door de accountant op de hoogte gehouden worden (punt voor het RC-rapport). ▪ Frauderisicoanalyse: in het onderzoek naar de jaarrekening 2020 heeft de wethouder toegezegd te zullen rapporteren over de frauderisicoanalyse. Tijdens een presentatie op 22 december 2012 (RIS311263) is de Rekeningencommissie door de directeur Financiën geïnformeerd dat het niet is gelukt dit af te ronden. Externe expertise is hiervoor ingehuurd. De Rekeningencommissie is in afwachting van de uitkomsten hiervan en vraagt het college hierover te rapporteren, zodat de frauderisicoanalyse kan worden geagendeerd (punt voor het RC-rapport/mogelijke vraag wethouder Financiën). ▪ Governance IT en adviezen accountant: de adviezen van de accountant over ITgerelateerde zaken zijn grotendeels ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
Door het college is na de accountantscontrole van de jaarrekening 2020 besloten welke adviezen van de accountant wel en niet zouden worden opgevolgd. Gekozen is om de adviezen over het verbeteren van het autorisatiebeheer en het continuïteitsmanagement niet volledig op te volgen. Het advies is in het accountantsverslag over de jaarrekening 2021 opnieuw opgenomen. De Rekeningencommissie wil door het college worden geïnformeerd over de verbetering van het autorisatiebeheer en continuïteitsmanagement en vraagt het college om de adviezen van de accountant dienaangaande over te nemen (mogelijke vraag aan de wethouder). ▪ Risico’s cybersecurity: de cyberrisico’s zijn sterk toegenomen. De dreiging van een cyberwar (zoals een Advanced Persistent Threat of een Wiper-aanval) wordt mede door Pagina 7 van 12
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
▪
▪
Rekeningencommissie
de crisis in Oekraïne manifester. Een cyberwar kan nadelige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en operationele processen zoals de Operational Technology (OT)-systemen van bruggen en viaducten. De Rekeningencommissie vraagt het college de adviezen van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) over de basismaatregelen en de aandachtspunten crisesmanagement en -communicatie bij digitale incidenten op te volgen (punt voor het RC-rapport/mogelijke vraag wethouder). Herziening grensbedrag voor toelichting en afwijkingen: de accountant is van mening dat het grensbedrag voor toelichtingen en afwijkingen in de programmarekening kan worden verdubbeld naar € 1 miljoen. De Rekeningencommissie vraagt de accountant in een notitie toe te lichten wat de overwegingen zouden kunnen zijn om het grensbedrag aan te passen en waaraan de omvang van het vast te stellen bedrag zou kunnen worden gerelateerd. Stand van zaken toezeggingen vorig jaar: de Rekeningencommissie wil in de volgende vergadering het toezeggingenoverzicht agenderen dat naar aanleiding van het voorgaande jaarrekeningonderzoek is opgesteld, zodat dit kan worden betrokken in de voorbereiding op de bevraging van wethouders op 8 juni 2022.
C.3.
Financiële positie
Op verzoek van de Rekeningencommissie wordt een toelichting gegeven op de financiële positie van de gemeente door Guido Vleugels, audit manager bij de Accountantsdienst. De op de financiële positie van de gemeente betrekking hebbende onderdelen zijn op verschillende plaatsen in de jaarrekening terug te vinden. Het jaar 2021 is afgesloten met een positief resultaat ten opzichte van de begroting van € 70 miljoen. In de paragraaf met de samenvatting zijn de verschillen ten opzichte van de begroting goed toegelicht. Voorts zijn enkele posten op de balans van belang voor de financiële positie: de Algemene reserve (€ 50 miljoen), het overige weerstandsvermogen (€ 70 miljoen), de bestemmingsreserves (€ 1 miljard), de voorzieningen risico’s (€ 100 miljoen), de langlopende financiering (€ 1,25 miljard), de financiële vaste activa (€ 462 miljoen) en een derivaat (lening € 130 miljoen in 2032 tegen 3,1%). In programma 15 (Financiën) is het grote beeld van de gemeentefinanciën zichtbaar, in het bijzonder de rente, dividenden en het gemeentefonds. Voorts komen onderdelen van de financiële positie aan de orde in de BBVParagraaf Financiering en de BBV-Paragraaf Weerstandsvermogen. In laatstgenoemde paragraaf zijn voorgeschreven kengetallen opgenomen waarmee de gemeente Den Haag vergeleken kan worden met andere gemeenten.
Voordelig resultaat van € 70 miljoen De oorzaken van het voordelig resultaat zijn voornamelijk van incidentele aard. Op sommige daarvan heeft de gemeente geen invloed. De belangrijkste componenten ervan zijn: ▪ Gemeentefonds (voordeel taakmutaties € 36 miljoen, nadeel Haagse aantallen € 7 miljoen); ▪ BUIG (hogere bijdrage € 7 miljoen, en lagere uitkeringslasten € 14 miljoen); ▪ Onderbesteding/vertraging projecten (projectreserves); ▪ Nadeel Jeugdzorg € 15 miljoen, Voordeel Maatwerk WMO € 15 miljoen, voordeel Participatie € 10 miljoen; ▪ Nadeel Overhead € 7 miljoen Pagina 8 van 12
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
Rekeningencommissie
Bevindingen en Aandachtspunten Het weerstandsvermogen is momenteel te laag op basis van de eigen spelregels van de gemeente. Hiervoor is een herstelplan gemaakt. Er zijn verschillende financiële regels waaraan de gemeente zich moet houden, zoals de wetten Fido en Ruddo, Maar ook dienen de regels voor het schatkistbankieren en voor kortetermijnfinanciering te worden nageleefd, evenals die in het eigen Treasurystatuut en de verordening financieel beheer en beleid 2019. Jaarlijks informeert het college de raad per brief over de financiering voor het komende jaar. Ook dit jaar is hier invulling aan gegeven. Voorts is de liquiditeitsprognose op orde. Het afgesloten derivaat is niet speculatief, dat wil zeggen dat geen geld geleend wordt dat niet nodig is. Het derivaat vereist het maandelijks opnieuw storten van bedragen bij de BNG indien de werkelijke rente lager is dan de overeengekomen rente. Omgekeerd stort de BNG bij een hogere rente maandelijks een bedrag bij de gemeente Den Haag. De Haagse kengetallen zijn niet ongunstig in vergelijking met het landelijk beeld, dit wordt echter voor een belangrijk deel beïnvloed door de Eneco-opbrengst van € 675 miljoen. Daardoor is het eigen vermogen fors hoger geworden. Er doen zich onderbestedingen voor als gevolg van vertraging in de uitvoering van projecten, waarbij de uitvoering wordt doorgeschoven naar het volgende jaar.
Deze bestedingen moeten dus nog ingehaald worden en duiden niet op lagere kosten. De resultaatontwikkeling in de toekomst is onzeker. De gemeente staat voor grote uitdagingen en belangrijke opgaven. Niet uitgesloten is dat de nieuwe herverdeling van het gemeentefonds voor Den Haag nadelig uitpakt. Een ander risico is de stijging van het prijsniveau (bijvoorbeeld voor onderhoud). Voorts is de rijksfinanciering voor het sociaal domein niet kostendekkend voor gemeenten. Een eventueel voordelig resultaat ten opzichte van de begroting hierop betekent niet dat de middelen vanuit het rijk genoeg zijn. De gemeente heeft zelf budget beschikbaar gesteld om het begrote tekort op te vangen. De accountant wijst op de wenselijkheid van het concretiseren van de financiële risico’s en beheersmaatregelen. De gemeente is wettelijk verplicht reëel te begroten. De begroting dient een reëel beeld te geven van de werkelijke baten, lasten en investeringen. Als voordelige resultaten zich voordoen zou dit kunnen duiden op niet reëel begroten of het niet tijdig aanpassen van de begroting. Reëel begroten betekent ook dat als risico’s zich manifesteren hiermee rekening gehouden wordt in de begroting. Structurele exploitatieruimte Wettelijk is voorgeschreven dat de begroting structureel in evenwicht moet zijn.
De provincie ziet erop toe dat structurele lasten niet meerjarig worden gedekt met incidentele middelen, waarmee de begroting niet structureel in evenwicht zou zijn. De structurele exploitatieruimte is een BBV-kengetal dat aangeeft of de begroting structureel in evenwicht is (zie ook pag. 355 van de Programmarekening). Het actueel begrote percentage is licht negatief, omdat het sociaal domein thans niet structureel in evenwicht is. In de begrotingen voor komende jaren wordt toegewerkt naar een positief percentage. In de jaarstukken moet een overzicht worden opgenomen over incidentele baten en lasten. Bestemmingsreserves In totaal heeft de gemeente Den Haag € 1,1 miljard aan bestemmingsreserves. Dit geld is niet vrij besteedbaar. Boekhoudkundig (en conform de BBV-regels) tellen alle reserves mee in het Eigen Vermogen. Deze reserves tellen daardoor ook mee in de kengetallen. Eén van die Pagina 9 van 12
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
Rekeningencommissie
kengetallen is de solvabiliteit: het eigen vermogen gedeeld door het totaal vermogen. Op dit moment is dat 35%, hetgeen tamelijk hoog is. In de gemeentelijke context is veel eigen vermogen eigenlijk uitgesteld beleidsgeld: geld dat is bedoeld voor specifiek beleid en dat in de komende jaren zal worden aangewend voor het uitvoeren van dat beleid. De uitputting van bestemmingsreserves is zichtbaar in de begroting. Onttrekkingen aan reserves zijn in de begroting weergegeven, met ook de jaarschijven erbij. Daarmee is ook zichtbaar hoe het geld in toekomstige begrotingen besteed wordt. Afhankelijk van het type reserve (zie hiervoor ook de gemeentelijke algemene verordening financieel beheer en beleid gemeente Den Haag 2019) mag niet meer uit de reserve gehaald worden dan daadwerkelijk wordt besteed aan het specifieke doel. Dat betekent dat zich onderbestedingen op reserves kunnen voordoen. Hierover wordt in de jaarstukken verantwoording afgelegd, op basis waarvan vervolgens een besluit genomen kan worden. Voor risico’s die zich naar verwachting gaan voordoen zijn overeenkomstig het BBV deze verplichtingen geraamd en verantwoord als voorziening op de gemeentelijke balans. Voor moeilijk in te schatten risico’s mag geen voorziening worden getroffen, maar mogen wel reserves worden gevormd.
Dit is zichtbaar in de algemene reserve (zie paragraaf weerstandsvermogen) en de reserve grondbedrijf (zie paragraaf grondbedrijf). Rekening houdend met de bestaande risico’s is de huidige stand (€ 50 miljoen) van de Algemene reserve € 51 miljoen te laag. Er is een herstelplan gemaakt om de reserve aan te vullen met de boekwinsten uit de verkoop van vastgoed, met eventuele voordelige jaarrekeningresultaten en met rentebesparingen door het reduceren van leningen. Ook moet een betere risicobeheersing de omvang van de aan te houden reserve terugdringen. Naast de algemene reserve staan er ook programmareserves op de balans (totaal € 5,5 miljoen). Deze zijn specifiek gekoppeld aan een programma en bedoeld om eventuele voordelen op de begrotingsuitvoering beschikbaar te kunnen houden voor het volgende jaar, indien sprake is van een fasering van activiteiten. Dit kan vrij besteedbaar geld zijn. Bij de resultaatbestemming wordt zichtbaar of een voordelig resultaat nog nodig is voor besteding in het lopende jaar (bijvoorbeeld vanwege vertragingen), dan wel of daaraan een andere bestemming wordt gegeven. De raad neemt hierover een besluit. De Reserve grondbedrijf (€ 57 miljoen) bestaat uit risico’s waarvoor het conform het BBV niet mogelijk is een verplichte voorziening te treffen (voorziening negatieve plannen) Deze reserve wordt jaarlijks geactualiseerd (zie paragraaf grondbedrijf).
De Reserve activafinanciering (€ 109 miljoen) vormt de dekking voor toekomstige kapitaallasten zoals afschrijving. Deze is niet vrij besteedbaar. Het is wel mogelijk om de reserve te laten vrijvallen, maar dan moeten de middelen ter financiering van de kapitaallasten in de exploitatiebegroting worden opgenomen. De omvang van projectreserves bedraagt in totaal € 799 miljoen. Projectreserves zijn reserves voor een specifiek beleidsdoel binnen een programma. De middelen in deze reserve mogen uitsluitend voor dit beleidsdoel worden aangewend. Onder de overige bestemmingsreserves (€ 102 miljoen) valt onder meer de reserve voor de allocatie van incidentele middelen (€ 66 miljoen). Deze middelen zijn al in toekomstige begrotingen verwerkt. Een (extra) beroep op deze reserve kan dus niet worden gedaan zonder toekomstige begrotingen aan te passen.
Pagina 10 van 12
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
Rekeningencommissie
Enecomiddelen start budget RIS 311102
reserve 1/1/21 pag. 496
reserve 1/1/22 pag. 496
kwaliteitsimpuls gebiedsontwikkeling en sociale woningbouw
123
97
87
Duurzame mobiliteit
307
271
269
(sociale)woningbouwimpuls
50
49
46
Energietransitie
184
161
141
IT-impuls
10
2
0
674
580
543
De Enecoreserve (€ 543 miljoen) komt niet als zodanig terug in de jaarstukken. Deze is onderverdeeld in vijf specifieke projectreserves die in onderstaand staatje zijn opgenomen. Eén daarvan is inmiddels leeg omdat de middelen (conform de begroting) zijn besteed aan het masterplan IT. Voor het Masterplan IT is eerder een raadsbesluit genomen waarin is vastgelegd dat de middelen als extra impuls vóór 2022 zouden worden uitgegeven. Voor de overige reserves is een specifiek raadsbesluit genomen en daarmee is het kader vastgelegd voor besteding van deze reserves. Het is mogelijk dat een nadere invulling van de besteding uit een reserve in een specifieke jaarschijf wordt vastgelegd. Er kan niet tussen deze reserves worden geschoven, tenzij de raad daar alsnog anders over besluit. Een deel van het geld is inmiddels niet meer vrij besteedbaar omdat daarover bestuurlijke besluiten zijn genomen en verplichtingen met derden zijn aangegaan. Bestedingen uit de reserves kunnen alleen worden gedaan als dat in de begrotingsjaarschijf is geregeld. Het college kan in een jaar niet meer besteden uit een reserve dan in de begroting is opgenomen. De specifieke regels voor projectreserves in de algemene verordening financieel beheer en beleid 2019 zijn hierbij van belang.
Voor bestedingen uit reserves is een specifiek raadsbesluit nodig dat vóór 31 december van het desbetreffende jaar moet zijn genomen. Resumerend zien de cijfers er op dit moment gunstig uit, maar ze moeten worden bezien in een context van een nogal onzekere toekomst waarin de risico’s toegenomen lijken te zijn.
Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Herstelplan voor de Algemene reserve: in de begroting 2021 zijn maatregelen voorgesteld om de algemene reserve aan te vullen naar de beoogde € 101 miljoen. In de jaarstukken is dit minder goed zichtbaar, anders dan dat het saldo van de algemene reserve ten opzichte van voorgaand jaar is toegenomen van € 25 miljoen naar € 50 miljoen. In de begroting van 2022 en 2023 is zichtbaar hoe het saldo zich verder ontwikkelt. Verder wordt in het raadsvoorstel voor de bestemming van het resultaat over 2021 aangegeven met welk bedrag de algemene reserve verder wordt aangevuld. De Rekeningencommissie wil door het college worden geïnformeerd over de inhoud van het herstelplan en de uitvoering daarvan in 2021: welke concrete maatregelen zijn uitgevoerd met het oog op herstel van de algemene reserve? De commissie vraagt het college deze informatie explicieter in de verantwoording op te nemen (vraag voor de wethouder Financiën).
Pagina 11 van 12
Verslag RC-vergadering 25 mei 2022
Rekeningencommissie
D. Vooruitblik op bevraging wethouders 8 juni 2022 Gezien de bevindingen lijkt het de Rekeningencommissie wenselijk om ook dit jaar in ieder geval de wethouder Financiën uit te nodigen voor nadere bevraging. Daarnaast overweegt de commissie de wethouder Economie, Internationaal, Dienstverlening (EID) uit te nodigen voor bevraging over onderwerpen als de inrichting van de bedrijfsvoering, informatietechnologie en informatieveiligheid. In de volgende vergadering wil de commissie terugkomen op een eventuele bevraging van een wethouder over de rechtmatigheid van Europese aanbestedingen.
E. Termijnplanning De jaarrapportage over verbonden partijen wordt geagendeerd voor de komende vergadering van 1 juni 2022, evenals de GRIP-rapportage over het derde kwartaal van 2021 volgens het nieuwe format. De concepttermijnplanning (RC/2022.24) wordt dienovereenkomstig gewijzigd. In de volgende vergadering wordt aangevangen met de voorbereiding van de bevraging van de wethouders op 8 juni 2022.
F. Rondvraag en sluiting Er zijn geen vragen. De voorzitter sluit de vergadering om 16:30 uur.
Pagina 12 van 12