RIS312358 bijlage 1
Tekst van het document
Nota van Beantwoording zienswijzen Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) herontwikkeling Anna van Hannoverstraat 4
15 april 2022
2
1. Inleiding De locatie ‘Anna van Hannoverstraat 4’ krijgt een nieuwe toekomst. De gemeenteraad van Den Haag heeft in december 2021 een besluit genomen over de ruimtelijke randvoorwaarden voor deze ontwikkeling1. Ontwikkelaar VORM is bezig de plannen verder uit te werken. De volgende stap is het opstellen van een bestemmingsplan. Daarbij hoort een Milieueffectrapport (MER) waarin de gevolgen voor het milieu worden beschreven. Op basis van het MER en andere onderzoeken kan de gemeenteraad straks een besluit nemen over het bestemmingsplan. De uitgangspunten voor het milieueffectrapport zijn beschreven in een zogeheten ‘Nota reikwijdte en detailniveau’(NRD). Hierop zijn reacties binnengekomen. In deze nota staat hoe de gemeente omgaat met de ontvangen reacties. De NRD herontwikkeling Anna van Hannoverstraat 4 heeft van 27-12-2021 tot en met 7-2-2022 ter inzage gelegen. Eenieder kon een zienswijze of advies indienen. Op de concept-NRD zijn in totaal 6 unieke zienswijzen en 8 adviezen binnengekomen. Ook is de Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) gevraagd een advies te geven (zie: https://www.commissiemer.nl/adviezen/3601). De NRD was een belangrijke eerste stap in de m.e.r.-procedure. De zienswijzen en adviezen zijn in deze Nota van Antwoord samengevat en beantwoord en worden gebruikt bij het opstellen van het MER en het bestemmingsplan.
De zienswijzen zijn zoveel mogelijk integraal opgenomen.
1
Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4; Herontwikkeling voormalig Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid’ (RIS309866)
3
Advies/Zienswijze 1 Advies 2 Advies 3 Advies 4 Zienswijze 5 Zienswijze 6 Advies 7 Zienswijze 8 Advies 9 Zienswijze 10 Advies 11 Advies 12 Advies 13 Zienswijze 14 Zienswijze
Organisatie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Nederlandse Spoorwegen (NS) Provincie Zuid-Holland Bewoner Bewonersplatform Voorburg Noord i.o. Gemeente Leidschendam-Voorburg Gemeente Leidschendam-Voorburg Haagse Tramweg Maatschappij (HTM) Stichting Wijkberaad Bezuidenhout Gemeentelijke Gezondheids Dienst Haaglanden (GGD) Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) Hoogheemraadschap van Delfland Vrienden van Den Haag Werkgroep SoZaWe
2. Leeswijzer In hoofdstuk 3 zijn de zienswijzen en ontvangen adviezen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Anna van Hannoverstraat 4 opgenomen en van een reactie voorzien. In hoofdstuk 4 staat een voorlopige reactie op het advies van de commissie m.e.r. vermeld. In het MER zal verder worden ingegaan op de aangedragen punten.
4
3. Beantwoording zienswijzen / reacties op adviezen Nr
Onderwerpen
Reactie
1 Advies
Ten eerste valt me op dat van de domeinen die vallen onder het begrip cultureel erfgoed (monumenten, cultuurlandschap, beschermde gezichten, archeologie) alleen archeologie genoemd wordt.
Het gebied is niet gelegen in een beschermd stadsgezicht. De bestaande gebouwen hebben geen monumentenstatus. Om deze redenen zijn cultuurhistorische aspecten geen onderdeel van het beoordelingskader voor de Milieu Effect Rapportage (MER). In het plangebied staat wel een oorlogsmonument ter herdenking van de gebeurtenissen op 3 maart 1945. Naast het monument staan nog een gedenkplaat en andere aan het monument gelieerde objecten. Deze worden in verband met de herontwikkeling in overleg met belanghebbenden indien mogelijk naar een andere locatie verplaatst. Dit is onderdeel van de ontwerpopgave.
1 Advies
De historisch gegroeide ruimtelijke structuur, het bestaande gebouw in de fysieke leefomgeving, wordt in het MER niet meegenomen. Nu is in het eerder doorlopen traject gekozen voor sloop van de bestaande bebouwing, maar binnen de ambitie Leefbaarheid/Ruimtelijke kwaliteit zou hier een criterium over kunnen worden opgenomen.
De beoogde herontwikkeling gaat conform de in het PUK vastgelegde uitgangspunten uit van sloop-nieuwbouw. Het bestaande gebouw is in het MER onderdeel van de referentiesituatie. Voor de genoemde criteria op het gebied van leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit zullen de effecten van de alternatieven worden beoordeeld door een vergelijking te maken met de referentiesituatie. Op die manier speelt het bestaande gebouw wel een rol in het MER.
1 Advies
Wat betreft archeologie: hiervan wordt in §3.3 opgemerkt dat het studiegebied overeenkomt met het plangebied. In het beoordelingskader zoals dat in §3.5 in de tabel is uitgewerkt is archeologie echter niet meer meegenomen. Is dit bewust of is dit een omissie? In ieder geval is het goed aan te geven hoe archeologie in de beoordeling zal worden meegenomen (kwalitatief), als onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit.
In paragraaf 3.3 is bij de afbakening van het studiegebied archeologie als voorbeeld genoemd van één van de aspecten waarvoor het studiegebied overeenkomt met het plangebied. Aangezien binnen het plangebied op grond van de gemeentelijke kaart met archeologische verwachtingswaarden geen archeologische waarden te verwachten zijn, is het aspect archeologie geen onderdeel van het beoordelingskader in paragraaf 3.5. Er geldt wel een archeologische meldingsplicht. Dit houdt in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten aangetroffen worden, dit gemeld moet worden aan het bevoegd gezag.
5
2 Advies
Het is risicovol om vooruitlopend op een ruimtelijke verkenning naar stationsvernieuwing en spooruitbreiding (samenloopdeel randstadrail en metro) kaders vast te leggen voor de omgeving, zonder onderzoek gedaan te hebben naar benodigd ruimtebeslag voor de ontwikkeling van een toekomstvaste OV knoop. Het advies, dat wij reeds in het directeurenoverleg op 23 maart 2020 gegeven hebben, is nog steeds van kracht; verricht eerst een studie vanuit stationsperspectief (een goed functionerende en toekomstvaste OV knoop) en neem geen voorbarige besluiten waarmee toekomstige ontwikkelingen onmogelijk worden gemaakt.
Het betreft hier een herontwikkeling op een particulier kavel waar reeds bebouwing aanwezig is. De herontwikkeling vormt dan ook geen belemmering voor een toekomstige herontwikkeling van het NS station Laan van NOI. De gemeente Den Haag heeft maandelijks overleg met NS Stations en ProRail over de gebiedsontwikkeling rondom station NOI en station NOI zelf. Het advies heeft betrekking op verdere invulling/ontwikkeling van het gebied, niet op het plangebied van het MER. De ruimtereservering die voor spooruitbreiding van toepassing is, betreft een light-rail verbinding. Of deze ruimtereservering daadwerkelijk nodig is, wordt nog onderzocht.
2 Advies
Maak de OV knoop/ de rol van mobiliteit op deze plek niet ondergeschikt aan gebiedsontwikkeling (laat ze hand in hand gaan), hiermee beperkt je mogelijk de gewenste mobiliteitstransitie waar een stad als Den Haag voor staat de komende jaren. De wijze waarop de SoZa locatie ontwikkeld wordt is bepalend voor de zichtbaarheid, herkenbaarheid, vindbaarheid en bereikbaarheid van de OV knoop. Een aantrekkelijke ontwikkeling waarbij bovenstaande punten goed geborgd zijn zal een aanwinst zijn voor het gebied.
De ontwikkeling van het nieuwe station zal pas veel later plaats vinden. In het huidige bestemmingsplan wordt daar niets over opgenomen. Wel worden de langzaam verkeersroutes naar het station al geoptimaliseerd en de fysieke ruimte voor verblijf in het omgevingsdomein vergroot in het ontwerp voor de openbare ruimte.
6
2 Advies
Op pag 11 staat: ‘Creëren van ruimte voor een verbeterd station met een hoge knooppuntwaarde en stationsentree in de ontwikkelzone langs het spoor’. Hoe wordt deze ruimte gecreëerd? Met welk ruimtebeslag? En hoe wordt dit binnen het bestemmingsplan vastgelegd? Relatie met station is onderbelicht, en de ambities die erin staan worden niet onderbouwd met concrete plannen. Zichtbaarheid, herkenbaarheid en kwaliteit openbare ruimte stationsentree Haagse zijde zijn zorgpunten.
De NS wordt uitgenodigd hiervoor concrete suggesties in te dienen in de overleggen die de gemeente met hen al voert. Het station is geen onderdeel van het plangebied van het bestemmingsplan waarvoor deze projectMER geldt. Er wordt wel ruimte gecreëerd voor een betere stationsomgeving door meer openbare ruimte tussen spoor en nieuwe ontwikkeling te maken, doordat een deel van rooilijn van de nieuwe bebouwing terug ligt ten opzichte van de huidige bebouwing. Door deze ruimte (Anna van Hannoverstraat) autovrij te maken ontstaat er meer verblijfsruimte. De zichtbaarheid van het station wordt vergroot doordat de nieuwe ontwikkeling uit twee bouwblokken bestaat in plaats van nu één. Hierdoor wordt het station in de toekomst zichtbaar vanaf de Schenkkade.
2 Advies
Windhinder is belangrijk aandachtspunt, zeker binnen stationsomgevingen, waar veel mensen zich gedurende de dag door het gebied zullen verplaatsen.
In het MER zal inzicht worden gegeven in de gevolgen van de herontwikkeling voor de windhindersituatie in en rond het plangebied, ook ter plaatse van het stationsplein en de perrons. Waar nodig en mogelijk worden in het MER en de onderliggende windhinderstudie maatregelen benoemd waarmee ongewenste situatie kunnen worden voorkomen.
2 Advies
??voor station lijkt het vreemd fietsparkeren t.b.v. station op deze plot te positioneren. Is daarentegen ook weer een kans. Verdient nadere afstemming met het proces MIRT-verkenning. M.b.t. mobiliteitshub: benieuwd naar de onderbouwing. Gezien MIRTstudie
Tussen de gemeente Den Haag en de Spoorse partijen (o.a. ProRail en NS Stations) is maandelijks overleg o.a. over het fietsparkeren. Hierin kan een en ander meegenomen worden. De mobiliteitshub is een hub voor ‘intern’ gebruik door de toekomstige bewoners en gebruikers van de locatie en niet gericht op een groter verzorgingsgebied.
3
Er zijn geen provinciale belangen in het geding met dit plan/deze NRD.
De gemeente neemt deze reactie ter kennisname aan.
Advies
7
4 Zienswijze
Zowel in het Gemeenteblad van 's-Gravenhage als ook in de Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden (zie links onderaan) staat dat vanaf 27 december 2021 de 'Vrijgave Notitie Reikwijdte en Detailniveau Anna van Hannoverstraat 4 (SoZalocatie)' ter inzage ligt.
De publicatie is conform de procedure gegaan. De bijlage was via een link beschikbaar. Als service naar de indiener toe, is de directe link toegestuurd.
Maar ook staat er: "Een digitale versie van het document is als bijlage bij deze publicatie bijgevoegd." Ik verzeker u dat een digitale versie van het document niet als bijlage is bijgevoegd bij de publicatie. Ook via het Raads Informatie Systeem (RIS) en via Google Search is de notitie onvindbaar. Hieruit vloeit voort dat niet is voldaan aan de vereisten gesteld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Dientengevolge kan de procedure stranden en opnieuw moeten worden gedaan. Mijn vriendelijke suggestie is dat u het document opnieuw publiceert, maar nu inclusief de bijlage. Alternatief loopt u het risico dat er bezwaar wordt ingediend. In dat geval zult u de gehele procedure van een bezwaar op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht moeten doorlopen, wat voor vele maanden oponthoud kan zorgen. Graag ontvang ik een reactie op mijn schrijven.
8
4 Zienswijze
PS: Ik woon zelf in Bezuidenhout en ben van mening dat het oorspronkelijke plan voor de AnnA/SoZalocatie zo snel mogelijk moet worden uitgevoerd. In tegenstelling tot het groepje schreeuwende klagers, heb ik wel vertrouwen dat de gemeente zorg gaat dragen voor voldoende groen en voorzieningen n.a.v. dit plan. Mijn enige zorg is dat ook de architectuur van aantrekkelijke kwaliteit moet worden. Maar daarvoor zullen we de uitgewerkte ontwerpen moeten afwachten. Zelf bezit ik een prima woning in Bezuidenhout en gun de velen die nu vergeefs een woning zoeken ook een kans op hun woongeluk. Het is geen ideale wereld en in een tijd van crisis verwacht ik van de overheid dat zij goed aan het algemeen belang denkt, uiteraard wel met respect voor de mening van inwoners. Op een gegeven moment moet er dan ook aan de slag worden gegaan met het uitvoeren. Woningen worden niet van woorden gemaakt.
Indiener wordt bedankt voor de positieve reactie. De eisen voor de architectonische kwaliteit worden vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan voor het gehele gebied Laan van NOI e.o. Het beeldkwaliteitsplan kent een eigen traject, het gaat om een groter gebied. Hierin zullen worden meegenomen de beeldkwalteitskaders voor de herontwikkeling van SoZa (architectuur en openbare ruimte, inclusief aansluiting daarop). Dit document wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Dit wordt voorafgegaan door een proces van inspraak. Er zal tevens participatie plaats vinden over de beeldkwaliteit. Na vaststelling van het beeldkwaliteitsplan geldt het document als toetsingskader voor de welstand.
9
5 Zienswijze
1. Wij vragen u de te doorlopen procedure m.e.r. in samenhang met de genoemde plannen nader te verduidelijken. Onbenoemd blijft of de initiatieven in het te ontwikkelen (CID deel)gebied ICT Security Campus eerst in samenhang moeten worden beoordeeld en/of beschouwd; de som der delen immers bepalen samen het effect op milieu leefbaarheid etc. Het sec beoordelen van een kavel in een voorgenomen projectgebied doet ons inziens afbreuk aan de synergie en samenhang van de gebiedsagenda voor het deelgebied ICT Security Campus en biedt geen rechtszekerheid voor de omringende woonwijken voor wat betreft de effecten die zullen en/of kunnen optreden. Wij vragen u, als gemeente, nadrukkelijk te sturen op een samenhangende (deel)gebiedsinrichting. Een (deel)gebiedsbeoordeling via een MER is dan sowieso ook m.e.r.-plichtig (en niet slechts m.e.r. Beoordelingsplichtig). Immers: door de planvorming aan beide zijde van het spoor en het totaal aantal van beoogde woningen en bvo m2 ontstaat een situatie dat een volledige MER voor het totale gebied zou moeten doorlopen.
Het is ons inziens een juridisch vereiste om eerst voor het gehele voornemen van plannen, dus het gehele gebied van de gebiedsagenda ICT Security Campus (rondom NOI), een (project) m.e.r.-procedure te doorlopen, omdat zowel sprake is van activiteiten uit kolom 1 en/of gevallen uit kolom 2 van de Categorie D11.2, die betrekking heeft op stedelijke ontwikkelingsprojecten. Zie ook eerdere rechtspraak hierover, bijvoorbeeld De m.e.r.-plicht bij gefaseerde ontwikkelingen – pas op met opknippen (blogomgevingsrecht.nl) en Stedelijk ontwikkelingsproject MER wanneer is sprake van een aaneengesloten gebied - Omgevingsjurist )
De herontwikkeling van de Anna van Hannoverstraat is een onderdeel van de ontwikkeling van het CID in Den Haag. Voor het totaal van de beoogde ontwikkelingen in het CID is een plan-m.e.r. procedure doorlopen gekoppeld aan de Structuurvisie CID. (zie advies 3403 van de commissie MER.) Daarin is, na aanvulling van gegevens door de gemeente, geconstateerd dat de beoogde ontwikkelingen in het gebied onder voorwaarden mogelijk zijn. Het huidige programma van de herontwikkeling van SoZa maakt deel uit van het destijds in het MER doorgerekende programma voor het CID. Binnen het deelgebied ICT Security Campus zijn de overige ontwikkelingen later in de tijd gepland dan de SoZa-locatie en zijn daarom nog minder concreet. Het ligt niet in de rede om nu een project-m.e.r. met een vergelijkbaar detailniveau op stellen voor het gehele deelgebied. Het studiegebied van het project-m.e.r. reikt echter verder dan de grenzen van het kavel en waar mogelijk moeten cumulatie en samenhang met het overige beoogde programma in het deelgebied uiteraard in de onderzoeken betrokken worden. De jurisprudentie t.a.v. het opknippen van gebiedsontwikkeling waarnaar wordt verwezen ziet met name op het op die wijze omzeilen van de m.e.r.-plicht. Hiervan is in dit geval echter geen sprake, er is namelijk vrijwillig voor gekozen om een project-m.e.r. procedure te doorlopen.
De NRD en de Nota van Beantwoording op de zienswijzen en adviezen vormen de uiteindelijke reikwijdte en het detailniveau voor het MER. Er wordt geen aangepaste NRD opgesteld. Dit laatste is niet gebruikelijk en ook niet vereist. Coördinatie is hier niet van toepassing aangezien voor de ontwikkeling van de SoZalocatie slechts één besluit wordt genomen in de zin van kolom 4 van bijlage D van het Besluit Milieueffectrapportage (de vaststelling van het bestemmingsplan).
10
Daarnaast is ons onduidelijk of (op basis van deze voorliggende NRD en de adviezen van de betrokken bestuursorganen en wettelijke adviseurs plus de ingediende zienswijzen) eerst een definitieve Nota reikwijdte en detailniveau (of een Nota van Beantwoording NRD) wordt op- dan wel vastgesteld. Dus een tussenstap voorafgaand aan het opstellen van het MER SoZa. Het hoeft ons inziens niet veel moeite te kosten een definitieve NRD te maken voor ons, alvorens invulling te gaan geven aan op het deelgebied, het project SoZa daarin, het Bestemmingsplan SoZa en de bijbehorenhet MER. Verder is ons onduidelijk of (bijvoorbeeld op grond van paragraaf 14.2 Wm) coördinatie is vereist en zo ja, op welke wijze deze wordt uitgevoerd.
11
5 Zienswijze
2. Wij vragen u de formele momenten én wijze van de te doorlopen participatie nader vorm te geven in samenhang met en verduidelijking van de te doorlopen procedure (zie 1) en de besluiten van de gemeenteraad van 16 december 2021. Over de geamendeerde PUK SoZa (RIS 309866) is op 16 december 2021 door de Gemeenteraad besloten: “Alvorens een planologisch juridisch kader wordt vastgesteld (het bestemmingsplan) dient een uitvoerig participatietraject met omwonenden doorlopen te worden, waarbij invulling wordt gegeven aan de architectonische uitgangspunten, waaronder: de architectuur en omvang van het gebouw ter compensatie hoogteverlaging (binnen stedenbouwkundig verantwoorde uitgangspunten voor lengte/breedte verhoudingen), het op adequate wijze mitigeren van norm overschrijdende winden, schaduwhinder en het op adequate wijze zorgen voor klimaatadaptatie zoals voldoende waterberging en bestrijden van hittestress. 2 Voor, tijdens en na de publicatie (in uw Gemeenteblad op 27 december 2021) over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau hebben omwonenden (nog) geen enkel schrijven over de ter inzagelegging (of anders) noch een uitnodiging voor een toelichting op het NRD mogen ontvangen. Ook zijn wij niet op de hoogte gesteld van een bijeenkomst of informatieavond over het NRD. Een invulling van de architectonische uitgangspunten is ons (nog) niet bekend.
Afspraken over het op adequate wijze mitigeren van norm overschrijdende winden schaduwhinder en het op adequate wijze zorgen voor klimaatadaptatie zoals voldoende waterberging en bestrijden van hittestress zijn nog niet gemaakt
Ten aanzien van de NRD is er geen bewonersavond georganiseerd, omdat het hier een voorbereidende stap in het MER procedure betreft. Daarnaast zijn er al andere momenten zijn die zich meer lenen voor een bewonersavond. Daarbij wordt via een ter inzage legging om zienswijzen gevraagd. Het participatietraject over het vervolg van het bouwplan en bestemmingsplan van SoZa zal meerdere momenten kennen en wordt besproken met de klankbordgroep CID. Voor het participatietraject van het bestemmingsplan ziet het er als volgt uit: bewonersavond concept bestemmingsplan / MER in juni. September/oktober ter inzage legging van het MER en het ontwerp bestemmingsplan.
12
5 Zienswijze
3. Wij vragen u te verduidelijken welke ingrepen in de fysieke ruimte (inclusief de bijbehorende activiteiten) daadwerkelijk zijn voorzien. Ook vragen wij u te beschrijven waar deze het projectgebied overstijgen (en elders worden opgelost) en dit mee te nemen in de m.e.r.-procedure. Onduidelijk – zo niet tegenstrijdig – is welke werkelijke afbakening van het projectgebied is voorzien (in het horizontale vlak EN in de verticale zin). Voorbeelden hiervan zijn: • Er wordt verwezen naar de groenstrook aan de andere zijde van het spoor (lees de Van Alphenstraat): vanaf de eerste informatieavonden voor bewoners werd duidelijk gemaakt dat deze groenstrook door toekomstige ontwikkeling ook komt te vervallen. • De referentienorm (structuurvisie CID) van 8 m2/ per nieuwe woning toe te voegen groen (binnen projectgebied of in de omgeving): waar is dit voorzien en op welke termijn is dit gerealiseerd? • De keerlus tram wordt verwijderd, echter verzuimd wordt te benoemen dat een oplossing wordt gezocht, mogelijk aan de andere zijde spoor – vermoedelijk in de van Alphenstraat. • Evenmin wordt duidelijk gemaakt welk bouwverkeer en afwikkeling daarvan is voorzien (in de realisatiefase). • Evenmin wordt duidelijk hoe ontsluiting van verkeer (kantoor en wonen) waaronder ook ophalen afval en aanrijden bezorgdiensten (gebruiksfase) na de realisatie is beoogd.
Dit alles zal gepaard gaan met (milieu)effecten en hinder elders en is een gevolg van de voorziene ontwikkelingen m.b.t. SoZa. Ons uitgangspunt is dat, al deze effecten duidelijk onderdeel uit moeten maken van de
In het (ontwerp) bestemmingsplan en de daarbij behorende stukken zullen de ruimtelijke ingrepen worden beschreven. Daarbij zal ook worden aangegeven waar deze het projectgebied overstijgen. Uitgaande van de nu voorziene ingrepen hebben we een logisch plangebied gekozen. Op het moment dat er maatregelen buiten het plot genomen moeten worden, dan kan dit in het MER beschreven worden. Het MER kan leiden tot mogelijke maatregelen en oplossingen in een groter gebied dan het plangebied van het MER, als de resultaten van het MER daar aanleiding toe vormen.
13
projectbeschrijving en dat deze dienen worden meegenomen in het MER.
14
5 Zienswijze
5 Zienswijze
4 Wij vragen u inzichtelijk te maken wat de effecten zijn van SoZa en van het voorgenomen Bestemmingsplan SoZa op onze woon- en leefkwaliteit in Voorburg Noord. De gevolgen van de gebiedsagenda ICT Security Campus voor de wijk Voorburg Noord zijn tot op heden (ook in de Plan MER bij de Structuurvisie CID) ronduit onderbelicht. Wij willen graag wonen in een wijk waar alle (huidige en nieuwe) inwoners nu en in de toekomst goed en gezond kunnen wonen, werken, leven en relaxen. Een Leefbaarheidseffectrapportage (LER) zou onderdeel uit moeten maken van het MER. Hieraan voegen wij toe dat in juni 2021 bij de vaststelling Structuurvisie CID is afgesproken (via amendementen) dat bij alle ontwikkelingen rondom het CID de leefbaarheidseffecten (waaronder voorzieningen) in de bestaande wijken vooraf worden geïnventariseerd en dat bij negatieve effecten voorafgaand (eventueel als onderdeel van het bouwproject) mitigerende maatregelen genomen dienen te worden. Deze dienen ons inziens ook onderdeel van het MER te zijn (of vooraf helder en vastgelegd te zijn).
Het studiegebied van het MER is ruimer dan het plangebied en strekt zich waar relevant ook uit tot de omliggende woonwijken. In het MER wordt per omgevingsaspect (en waar nodig per onderzoekcriterium) de afbakening van het studiegebied onderbouwd. In het kader van het MER wordt onderzoek gedaan naar de gevolgen van de ontwikkeling op verschillende leefbaarheidsaspecten zoals beschreven in de NRD. In de toelichting van het bestemmingsplan zal worden ingegaan op het voorzieningenniveau. Wanneer uit het MER naar voren komt dat er negatieve effecten zijn op de leefbaarheid, dan zullen hier in het MER mitigerende maatregelen voor worden voorgesteld.
5. De eerder bij het PUK verstrekte bijlagen met berekende effecten (zoals windhinder, bezonning, etc.) zijn gebaseerd op andere hoogten dan door de gemeenteraad op 16 december 2021 is besloten. De eerder in beeld gebrachte gevolgen van de voorziene hoogbouw SoZa zijn achterhaald door het besluit van de gemeenteraad. Een actuele analyse zou onderdeel uit moeten maken van het MER.
De onderzoeken en effectbeoordelingen in het MER worden inderdaad geactualiseerd en afgestemd op de maximale bouwhoogtes zoals die in het bestemmingsplan worden vastgelegd, aansluitend op het vastgestelde PUK van 16 december 2021.
15
5 Zienswijze
6 Advies
6. Zienswijze voorleggen aan onafhankelijke Commissie voor de m.e.r. Tenslotte verzoeken wij u om niet enkel een advies te vagen op de concept NRD aan de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r., doch juist ook onze zienswijze voor te leggen aan deze onafhankelijke Commissie voor de m.e.r.. Immers een deel van de hierboven door ons genoemde punten raakt juist ook het advies van deze Commissie. Hun advies over deze punten kan ons inziens richting geven aan de juiste beantwoording ervan.
Alle zienswijzen zijn doorgestuurd naar de Commissie voor de milieueffectrapportage en worden bij het advies van de commissie betrokken.
Advies om eerst voor een (vormvrije) m.e.r.beoordeling te kiezen.
Indien er geen sprake is van een formele m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplicht kan er toch vrijwillig direct een m.e.r.-procedure worden opgestart, wanneer op voorhand aannemelijk is dat belangrijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten. Hierbij kan de stap van de vormvrije m.e.r.-beoordeling (die hieraan vooraf zou gaan) achterwege blijven. Hier is bij de herontwikkeling van de SoZa-locatie voor gekozen. Een m.e.r. heeft daarbij meer diepgang dan een m.e.r.-beoordeling en kent tevens twee formele momenten van inspraak, te weten bij de publicatie van de NRD en de publicatie van het MER. Dit in tegenstelling tot een m.e.r.-beoordeling, waarbij geen publicatie plaatsvindt en ook geen inspraak mogelijk is. Hiermee krijgt het milieu een volwaardige plaats bij een ontwikkeling van deze omvang en op deze locatie.
Wij volgen deze onderbouwing niet. De drempelwaarden uit het Besluit MER worden niet overschreden, zodat hieruit geen formele verplichting tot een project-MER volgt. Daarom nu niet de meest aangeweze route.
16
7 Zienswijze
Beoordelingskader en de onzekerheid inzake mobiliteitsstrategie U beschrijft twee alternatieven waarbij naar ons oordeel onvoldoende (ook cijfermatig) onderbouwd is in welke mate de beide alternatieven (en eventuele varianten) voldoende onderscheidend zijn op effecten en doelbereik. Ook is onduidelijk in hoeverre alternatief 1 (maximale planologische invulling, maximale verkeersgeneratie) past binnen de ambities en het doelbereik zoals dat in het planMER CID is beschreven. Wij vragen ons af of alternatief 1 met maximale verkeersgeneratie wel als een reëel alternatief beschouwd mag worden als dit niet past binnen de doelstelling/ opgave van een (sterk) sturende mobiliteitsstrategie. Daarbij geeft u in de paragraaf ‘leemten in kennis’ zelf aan dat het slagen van de mobiliteitsstrategie onzeker is. Het bevreemdt ons dat in dit verband in de NRD niet verwezen wordt naar het Mobiliteitsconcept SoZa waarin de mobiliteitsstrategie voor het Plan Uitwerkingskader van deze planlocatie is uitgewerkt. Datum 4 februari 2022 Ons kenmerk 2707 Pagina 2/3 In dit verband verwijzen we graag naar de aanbeveling van de Commissie voor de m.e.r.
in haar definitief toetsingadvies over het plan-MER CID van 26 november 2020 om in de verdere uitwerking van de deelgebieden te beschrijven hoe de overkoepelende vragen zoals bijvoorbeeld de infrastructuur die deelgebieden verbindt, meegenomen worden en hoe ambities voor het hele CID-gebied daarbij bewaakt blijven. De Commisie benadrukt daarbij het grote belang van het welslagen van de (sterk) sturende mobiliteitsstrategie die volgens het plan-MER vereist is om de doelstellingen voor het CID te behalen. Wij adviseren u de beschrijving van (het onderscheidend
De adviezen van de commissie MER worden zoveel mogelijk meegenomen in de verschillende onderzoeken. Ook wordt er op toegezien dat de deelgebieden, qua programma niet de bovengrenzen overschrijden, die in de CID MER zijn vastgelegd. De alternatieven zullen in alle gevallen moeten passen binnen de mobiliteitsstrategie, maar kunnen desondanks verschillen op het punt van verkeersgeneratie, afhankelijk van de aard en omvang van het programma.
17
vermogen van) de alternatieven te concretiseren en meer in lijn te brengen met het advies en de aanbevelingen van de Commissie voor de m.e.r.
18
7 Zienswijze
In grote lijnen onderschrijven wij het beoordelingskader dat u in tabel 3.1 hanteert. U maakt daarbij de indeling naar ‘leefbaarheid en gezondheid’, ‘mobiliteit en bereikbaarheid ’en ‘duurzaamheid en energietransitie’. Wij vragen u onze eerdere opmerkingen die wij hebben gemaakt in het kader van de plan-MER, inclusief bijbehorende NRD bij de Structuurvisie CID te hanteren. Onder leefbaarheid en gezondheid zijn aspecten als sociaalmaatschappelijke voorzieningen en (recreatief) stedelijk groen onmisbaar bij ontwikkelingen zoals die nu bij de Anna van Hannoverstraat plaatsvinden. Effecten houden niet op aan de gemeentegrens. Ook in aangrenzende delen van Voorburg (vooral Voorburg Noord en Bovenveen, het gebied tot en met de Prins Bernhardlaan en de Spinozalaan. Onder de noemer ‘Mobiliteit en Bereikbaarheid’ missen wij het aspect ‘parkeervoorzieningen’. Eerder zijn deze alleen als ‘mogelijk’ aangegeven. Met het oog op overlast in aangrenzende delen van Voorburg vragen wij u voorzichtig om te gaan met dit belangrijke onderdeel van bereikbaarheid. Wij voorzien anders grote parkeeroverlast in aanpalende delen van Voorburg. Ten aanzien van duurzaamheid en energietransitie vragen wij u het aspect ‘grondwater’ mee te nemen. Zowel in relatie tot mogelijke zettingen tijdens of na de bouwfase, alsook de mogelijke gevolgen op het vlak van toepassing van geothermie.
De woningen in het aanpalende deel van Voorburg Noord zijn oud, en in het verleden is reeds gebleken dat funderingen gevoelig zijn. De projectbegrenzing De projectbegrenzing vinden wij te beperkt. U beschouwt hier alleen de locatie aan de Anna van Hannoverstraat 4 en de aanpalende wegvakken en een klein deel van de groenstrook aan
De gemeentegrens is ten onrechte niet benoemd in de NRD. In het MER zal inzicht worden gegeven in de ligging van de gemeentegrens ter hoogte van het plangebied. In het kader van de PlanMER bij de structuurvisie CID is reeds onderzoek gedaan naar de impact van de totale ontwikkeling van het CID. Het hier gekozen projectgebied sluit aan op het bestemmingsplan. De planvorming voor andere ontwikkelingen in de omgeving is nog niet concreet genoeg om in het kader van de ProjectMER c.q. het bestemmingsplan op te nemen. In het kader van het bestemmingsplan zal worden ingegaan op mobiliteit, parkeren en waterhuishouding. Ook zal op hoofdlijnen worden ingegaan op de effecten tijdens de realisatie met een doorkijk naar de mogelijke maatregelen waarmee onaanvaardbare hindersituaties of schade kan worden voorkomen. Over de precieze grenzen van het onderzoeksgebied zal nader overleg met de gemeente Leidschendam-Voorburg plaats vinden, indien de onderzoeken daar aanleiding toe geven. De mogelijke effecten ten aanzien van toepassing van WKO op de fundering zullen in een later stadium worden onderzocht in het kader van de bouwplan ontwikkeling. De mogelijkheden ten aanzien van het toepassen van waterstof worden bij dit project niet onderzocht.
19
de Schenkkade, maar niet duidelijk wordt in welke mate dit deelproject ook integraal als onderdeel van een veel grotere ontwikkeling met mogelijk integrale significante negatieve effecten voor het milieu wordt beschouwd. Wij menen dat gelet op de aard en omvang van de integrale ontwikkeling niet te veel mag worden ingezoomd op de effecten per afzonderlijk deelproject, maar dat altijd de integraliteit leidend moet zijn. Ten aanzien van het studiegebied, dat per milieuthema kan verschillen, menen wij dat bij de thema’s geluid en luchtkwaliteit ook de belangrijke ontsluitingswegen in Voorburg onderdeel zouden uitmaken van het studiegebied. Graag zien wij ook de ontwikkelingen aan de andere kant van de Oude Lijn (spoorlijn Den Haag – Leiden), aan de Van Alphenstraat, en de mogelijke effecten daarvan ook opgenomen in deze milieueffectrapportage. De gebieden aan weerszijden van de spoorlijn zijn nauw met elkaar verbonden en raken met ontwikkelingen aan beide kanten van het spoor nog verder met elkaar verweven. Voorkomen moet worden dat voor de ontwikkeling aan de kant van de Van Alpenstraat een aparte m.e.r. moet worden doorlopen, terwijl feitelijk op gebiedsniveau sprake is van een samenhangend pakket aan ingrepen.
20
7 Zienswijze
Hoewel de ontwikkeling van de Anna van Hannoverstraat 4 dicht tegen de gemeentegrens met Leidschendam-Voorburg aanligt en gemeentegrensoverschrijdende effecten bestaan, wordt de naam van onze gemeente niet in de NRD vermeld. Wij verzoeken u afstemming tussen onze beide gemeentes op diverse beleidsterreinen op te nemen in het MER. Ruimtelijke inpassing en effecten. Tussentijds zijn de ruimtelijke kaders aangescherpt en is de omvang van de ontwikkeling die aan de Anna van Hannoverstraat is toegestaan teruggebracht tot een kleiner niveau. Toch blijft de invloed van 4 gebouwen met een maximale hoogte van 75 meter op de omgeving fors. Klopt deze met de vrijwaringszone-straalpad? Wij vragen dan ook de ruimtelijke impact en (milieu)gevolgen van de ontwikkelingen ook aan de Voorburgse kant van de gemeentegrens goed in beeld te brengen. Daarbij moet de grens van het studiegebied voldoende ruim worden gekozen en zou deze Voorburg Noord en Bovenveen moeten omvatten. Ook vragen wij u, conform bovengenoemd toetsingsadvies, het aantal ernstig geluidsgehinderden vanaf 42 dB te berekenen voor de huidige situatie en de alternatieven. En daarnaast ook de gevolgen van koeling van de gebouwen mee te nemen.
In het MER wordt per omgevingsaspect (en waar relevant per onderzoekscriterium) de afbakening van het studiegebied onderbouwd. De ligging van de gemeentegrens speelt daarbij geen rol. Waar relevant reikt het studiegebied verder dan het grondgebied van de gemeente Den Haag. In lijn met het advies van de Commissie voor de m.e.r. zal inzicht worden gegeven in het aantal ernstig geluidgehinderden. Er is nog geen ontwerp van de gebouwen. Dat betekent dat de gevolgen van koeling van gebouwen in het MER niet gedetailleerd kunnen worden beschouwd. Wel zal het MER waar relevant randvoorwaarden, uitgangspunten en/of maatregelen beschrijven voor de verdere uitwerking van de plannen. Waar nodig worden deze randvoorwaarden, uitgangspunten en/of maatregelen ook geborgd in het bestemmingsplan. Ten aanzien van het straalpad zijn afspraken gemaakt tussen de ontwikkelaar en de partij die verantwoordelijk is voor het straalpad. Door het treffen van technische maatregelen vormt de ontwikkeling geen belemmering voor het straalpad tijdens de bouw en erna.
21
8 Advies
Met belangstelling hebben wij kennis genomen van de Nota Reikwijdte en Detailniveau Anna van Hannoverstraat 4. Wij onderschrijven het voornemen van de gemeente op deze locatie een gebouw en de directe omgeving te herontwikkelen tot een stadsentree met een hoogwaardig stationsplein als onderdeel van een beoogd hoogwaardig openbaar vervoerknooppunt. Binnen de beoogde plangrens van het bestemmingsplan bevinden zich een aantal voorzieningen van ons bedrijf, waaronder een keervoorziening voor het begin en eindpunt van een tramlijn, die essentieel zijn in het laten functioneren van het OV-netwerk. Deze voorzieningen en de voorzieningen in de directe omgeving kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het succesvol realiseren van dit voornemen. Zo draagt een kwalitatief goed OV-netwerk bij aan het slagen van de ambities voor de modal shift van autogebruik naar openbaar vervoer, waardoor nadelige gevolgen zoals die in het MER onderzocht gaan worden gereduceerd zullen worden. De ambities de bereikbaarheid met trein, RandstadRail, bus en tram verder te verbeteren zal vormgegeven worden binnen de MIRT studie Knooppunt Laan van NOl. Van belang is het deze ambities en de ruimte die daarvoor nodig is in samenhang uit te werken. Wij worden dan ook graag uitgenodigd om bij de verdere planuitwerking mee te denken en te adviseren om dit voornemen tot een succes te maken.
Er is regelmatig overleg met de HTM inzake de ontwikkelingen rondom SoZa/NOI. Vooralsnog zijn er nu geen directe ontwikkelingen ten aanzien van de infrastructuur van de HTM, die gevolgen hebben voor de onderzoeken voor het MER.
22
9 Zienswijze
1 Wij vragen u de te doorlopen procedure m.e.r. in samenhang met de genoemde plannen nader te verduidelijken. Onbenoemd blijft of de initiatieven in het te ontwikkelen (CID deel)gebied ICT Security Campus eerst in samenhang moeten worden beoordeeld en/of beschouwd; de som der delen immers bepalen samen het effect op milieu leefbaarheid etc. Het sec beoordelen van een kavel in een voorgenomen projectgebied doet ons inziens afbreuk aan de synergie en samenhang van de gebiedsagenda voor het deelgebied ICT Security Campus en biedt geen rechtszekerheid voor de omringende woonwijken welke effecten er zullen optreden. Wij vragen u, als gemeente, nadrukkelijk te sturen op een samenhangende (deel)gebiedsinrichting. Een (deel)gebiedsbeoordeling via een MER is dan sowieso ook m.e.r.plichtig (en niet slechts m.e.r. beoordelingsplichtig). Daarnaast is onduidelijk of (op basis van deze voorliggende NRD en de adviezen van de betrokken bestuursorganen en wettelijke adviseurs) plus ingediende zienswijzen eerst een definitieve Nota reikwijdte en detailniveau (of een Nota van Beantwoording NRD) wordt op- dan wel vastgesteld, vóór aanvang van nader uitwerken beide (gecombineerde) m.e.r. (procedure).
Het hoeft niet veel moeite te kosten een dergelijk stuk ook geschikt te maken voor ons, alvorens invulling te gaan geven aan op het deelgebied, het project SoZa daarin, het Bestemmingsplan SoZa de bijbehorenhet MER. Verder is onduidelijk of (bijvoorbeeld op grond van paragraaf 14.2 Wm) coördinatie is vereist en zo ja, op welke wijze deze wordt uitgevoerd.
De herontwikkeling van de Anna van Hannoverstraat is een onderdeel van de ontwikkeling van het CID in Den Haag. Voor het totaal van de beoogde ontwikkelingen in het CID is een plan-m.e.r. procedure doorlopen gekoppeld aan de Structuurvisie CID. (zie advies 3403 van de commissie MER.) Daarin is, na aanvulling van gegevens door de gemeente, geconstateerd dat de beoogde ontwikkelingen in het gebied onder voorwaarden mogelijk zijn. Het huidige programma van de herontwikkeling van SoZa maakt deel uit van het destijds in het MER doorgerekende programma voor het CID. Binnen het deelgebied ICT/ Security Campus zijn de overige ontwikkelingen later in de tijd gepland dan de SoZa-locatie en nu ook nog minder concreet. Het is daarom niet mogelijk om nu een project-m.e.r. met een vergelijkbaar detailniveau op stellen voor het gehele deelgebied. Het studiegebied van de projectm.e.r. reikt echter verder dan de grenzen van het kavel en waar mogelijk moeten cumulatie en samenhang met het overige beoogde programma in het deelgebied uiteraard in de onderzoeken betrokken worden. De NRD en de Nota van Beantwoording op de zienswijzen en adviezen vormen de uiteindelijke reikwijdte en het detailniveau voor het MER. Er wordt geen aangepaste NRD opgesteld. Dit laatste is niet gebruikelijk en ook niet vereist.
Coördinatie is hier niet van toepassing aangezien voor de ontwikkeling van de SoZa-locatie slechts één besluit wordt genomen in de zin van kolom 4 van bijlage D van het Besluit Milieueffectrapportage. Het participatietraject over het vervolg van SoZa zal meerdere momenten kennen en wordt besproken met de klankbordgroep CID. Globaal ziet het er als volgt uit: bewonersavond concept bestemmingsplan in juni. September/oktober ter inzage legging bestemmingsplan.
23
9 Zienswijze
2. Wij vragen u de formele momenten én wijze van te doorlopen participatie nader vorm te geven in samenhang met verduidelijking van de te doorlopen procedure (zie 1) en besluiten gemeenteraad van 16 december 2021 Over de geamendeerde PUK SoZa (RIS 309866) is op 16 dec 2021 door de Gemeenteraad besloten: “Alvorens een planologisch juridisch kader wordt vastgesteld (het bestemmingsplan) dient een uitvoerig participatietraject met omwonenden doorlopen te worden, waarbij invulling wordt gegeven aan de architectonische uitgangspunten, waaronder: de architectuur en omvang van het gebouw ter compensatie hoogteverlaging (binnen stedenbouwkundig verantwoorde uitgangspunten voor lengte/breedte verhoudingen), het op adequate wijze mitigeren van normoverschrijdende winden schaduwhinder en het op adequate wijze zorgen voor klimaatadaptie zoals voldoende waterberging en bestrijden van hittestress. Voor, tijdens en na de publicatie (in uw Gemeenteblad op 27 dec 2021) over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau hebben omwonenden (nog) geen enkel schrijven over terinzagelegging (of anders) noch een uitnodiging voor een toelichting op het NRD mogen ontvangen, dan wel zijn wij op de hoogte gesteld van een bijeenkomst of informatieavond over het NRD. Een invulling aan de architectonische uitgangspunten is ons (nog) niet bekend.
Afspraken over het op adequate wijze mitigeren van normoverschrijdende winden schaduwhinder en het op adequate wijze zorgen voor klimaatadaptie zoals voldoende waterberging en bestrijden van hittestress zijn nog niet gemaakt.
Er zijn meerdere momenten voor participatie met de omgeving. Zo worden er rondom zowel het concept, als het definitieve bestemmingsplan inloopavonden georganiseerd, waarvoor uitnodigingen huis-aan-huis of via mail in de omgeving worden verspreid. De eisen voor de architectonische kwaliteit worden vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan voor het gehele gebied Laan van NOI e.o. Het beeldkwaliteitsplan kent een eigen traject, het gaat om een groter gebied. Hierin zullen worden meegenomen de beeldkwalteitskaders voor de herontwikkeling van SoZa. (architectuur en openbare ruimte, inclusief aansluiting daarop). In het kader van het opstellen hiervan gaat ook geparticipeerd worden (niveau adviseren) en wordt u betrokken bij de architectonische uitgangspunten. Ook hiervoor wordt u via uitnodigingen huis-aan-huis in de omgeving of via e-mail uitgenodigd. Opgaven voor o.a. windhinder, klimaatadaptatie worden meegenomen in het bestemmingsplan en de bouwplanuitwerking. Afstemming hierover vindt plaats met het daarvoor verantwoordelijke bevoegd gezag.
24
9 Zienswijze
3. Wij vragen u te verduidelijken welke ingrepen in de fysieke ruimte (inclusief bijbehorende activiteiten) daadwerkelijk zijn voorzien -inclusief beschrijving van waar deze het projectgebied overstijgen (en elders worden opgelost) en dit mee te nemen in de m.e.r.procedure. Onduidelijk is welke werkelijke afbakening van het projectgebied is voorzien (in het horizontale vlak doch ook in de verticale zin). 3.1 Effecten realisatiefase / gebruiksfase Er wordt niet duidelijk gemaakt welk bouwverkeer en afwikkeling is voorzien (realisatiefase ontwikkelingen) dan wel hoe ontsluiting van verkeer (kantoor en wonen), waaronder ook ophalen afval en aanrijden bezorgdiensten (gebruiksfase) is beoogd. Dit alles zal gepaard gaan met (milieu)effecten en hinder elders en is een gevolg van de voorziene ontwikkelen SoZa, dus behoort duidelijk onderdeel uit te maken van de projectbeschrijving en te worden meegenomen in het MER. 3.2 Effecten op ecologische zone; de Schenkstrook Aanvullend op de zienswijze van Bewonersplatform Voorburg Noord i.o. verzoeken wij u om de effecten van de geplande hoogbouw (schaduw) en toe te voegen (dan wel uit te breiden) functies aan de ontwikkellocatie (meer verkeersbewegingen? meer vervuiling? meer geluidshinder?) op de gehele Schenkstrook in het MER mee te nemen. De Schenkkade is immers een ecologische groenzone.
Is met het toevoegen van programma aan de SoZa locatie voldoende aandacht voor de effecten op het nu nog ‘kijkgroen’ en ‘biodiversiteit’ in deze strook? Daarnaast, is er voldoende waterberging voorzien wanneer de huidige waterreservoirs op het ontwikkelperceel verdwijnen zouden? Wat zijn de (milieu)effecten ondergronds? Wat zijn de gevolgen voor de
Het MER geeft inzicht in de benodigde ingrepen, ook wanneer deze buiten het plangebied plaatsvinden. De ontsluiting van het gebied en de verkeersgerelateerde effecten spelen een belangrijke rol in het MER. De effecten tijdens de realisatiefase komen in het MER op hoofdlijnen aan de orde. De exacte uitgangspunten voor de realisatie zijn nog niet bekend. Het MER beschrijft de randvoorwaarden en mogelijke maatregelen waarmee ongewenste situaties tijdens de realisatiefase kunnen worden voorkomen. Ook de relatie met de Schenkstrook komt in het MER aan de orde. De mogelijke effecten wat betreft interferentie ten aanzien de toepassing van WKO zullen in een later stadium worden onderzocht. De mogelijkheden ten aanzien van het toepassen van waterstof worden niet onderzocht.
25
grondwaterstand (en doorstroming)? Wat zijn de effecten van in de ontwikkeling meegenomen werktuigbouwkundige installaties? Wordt het effect van WKO’s op de wijdere omgeving (interverentie) meegenomen? En zo ja hoe moet alles dan gewogen in de ontwerpbeslissingen? Wat zijn de noodzakelijke mitigerende maatregelen voor wat betreft onwenselijke effecten op de Schenkstrook?
26
9 Zienswijze
9 Zienswijze
9 Zienswijze
4. Wij vragen u inzichtelijk te maken wat de effecten zijn van SoZa en van het voorgenomen Bestemmingsplan SoZa op de woon- en leefkwaliteit in Bezuidenhout, ofwel de effecten op de bewoners. De gevolgen van de gebiedsagenda ICT Security Campus voor de wijk Bezuidenhout zijn tot op heden (ook in de Plan MER bij de Structuurvisie CID) ronduit onderbelicht. Wij willen graag wonen in een wijk waar alle (huidige en nieuwe) inwoners nu en in de toekomst goed en gezond kunnen wonen, werken, leven en relaxen. Een Leefbaarheidseffectrapportage (LER op wijkniveau) zou onderdeel uit moeten maken van het MER. Wij vragen u de LER van Bezuidenhout mee te nemen, naast de LER van de Gemeente Den Haag, omdat deze laatste enkel monitoort op m2 als eenheden.
In het kader van het MER wordt ook onderzoek gedaan naar de gevolgen van de ontwikkeling op verschillende leefbaarheidsaspecten zoals beschreven in de NRD. Het studiegebied van het MER is ruimer dan het plangebied en strekt zich waar relevant ook uit tot de omliggende woonwijken. In het MER wordt per omgevingsaspect (en waar nodig per onderzoekcriterium) de afbakening van het studiegebied onderbouwd. In de toelichting van het bestemmingsplan zal worden ingegaan op het voorzieningenniveau. Wanneer uit het MER naar voren komt dat er negatieve effecten zijn op de leefbaarheid, dan zullen hier in het MER mitigerende maatregelen voor worden voorgesteld.
5. De eerder bij het PUK verstrekte bijlagen met berekende effecten (zoals windhinder, bezonning, etc.) zijn gebaseerd op andere hoogten dan door de gemeenteraad op 16 dec 2021 is besloten. De gevolgen van de voorziene hoogbouw SoZa zijn achterhaald door het besluit van de gemeenteraad. Een actuele analyse zou onderdeel uit moeten maken van het MER.
De onderzoeken en effectbeoordelingen in het MER worden afgestemd op de maximale bouwhoogtes zoals die in het bestemmingsplan worden vastgelegd in navolging van het vastgestelde PUK.
Aan alle hierboven beschreven punten voegen wij toe dat in juni 2021 bij de vaststelling Structuurvisie CID is afgesproken (via amendementen) dat bij alle ontwikkelingen de leefbaarheidseffecten (waaronder voorzieningen) in de bestaande wijken te inventariseren en bij negatieve effecten voorafgaand (eventueel als onderdeel van het bouwproject) mitigerende maatregelen te nemen.
In het kader van het MER wordt onderzoek gedaan naar de gevolgen van de ontwikkeling op verschillende leefbaarheidsaspecten zoals beschreven in de NRD. In de toelichting van het bestemmingsplan zal worden ingegaan op het voorzieningenniveau en de maatregelen op dit gebied. Volgens de afspraken in het kader van de structuurvisie CID worden deze getoetst aan de Referentienormen maatschappelijke voorzieningen van de gemeente Den Haag. Ontwikkeling van woningbouw dient gelijk op te gaan met de ontwikkeling van voorzieningen.
27
10 Advies
Algemeen Het project Anna van Hannoverstraat 4 maakt deel uit van de ontwikkelingen binnen het Central Innovation District (CID), waarbij wij eerder ook hebben geadviseerd over de milieueffectrapportage. Eén van de uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling in het CID is “het realiseren van duurzame en gezonde stedelijke woonmilieus en het vergroten van ruimtelijke kwaliteit en belevingswaarde door vergroening, energietransitie, gezondheid en duurzame mobiliteit”. Dit sluit goed aan bij het streven naar een gezonde leefomgeving van waaruit GGD Haaglanden ruimtelijke ontwikkelingen beoordeelt. GGD Haaglanden draagt graag bij aan een integrale samenhangende beoordeling van de effecten van de keuzes die worden gemaakt en biedt hierbij dan ook aan om mee te denken over en mee te werken aan het verder invullen van de criteria van de milieueffectrapportage vanuit de taak van de GGD om de gezondheid van burgers te bewaken, beschermen en bevorderen. Datzelfde geldt voor de kaders die in het bestemmingsplan worden gesteld op grond van de uitkomsten van de milieueffectrapportage. Plangebied In de NRD is aangegeven dat het plangebied ruimer is dan alleen de te bebouwen locatie vanwege de mogelijk noodzakelijke maatregelen in het omliggende (openbaar) gebied. Het plangebied omvat echter niet de aansluiting op de spoorzone/het station Laan van NOI.
GGD Haaglanden adviseert om, vanwege de noodzaak van een goede aansluiting op het openbaar vervoer, het plangebied zodanig te verruimen dat ook eventuele aanpassingen die daarvoor noodzakelijk
Het plangebied voor het bestemmingsplan is zodanig gekozen dat de voorziene ingrepen die direct samenhangen met de ontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 daar binnen vallen. Mochten de resultaten uit het MER daar aanleiding toe geven dan kan de begrenzing van het plangebied van het bestemmingsplan eventueel worden aangepast.
28
zijn tegelijk met de nieuwe gebouwen kunnen worden gerealiseerd.
29
10 Advies
Reikwijdte In de NRD wordt het beoordelingskader met indicatoren geschetst waarmee de kwaliteit van de leefomgeving wordt beschreven en beoordeeld. Aan de hand van de genoemde indicatoren is nog moeilijk in te schatten of alle relevante aspecten worden meegenomen en of er voldoende samenhang in zit. Het gaat er uiteindelijk om op welke wijze de verschillende aspecten concreet worden uitgewerkt en gevisualiseerd. Wij hebben hierbij de volgende aandachtspunten: - Milieugezondheidsrisico’s Er wordt voorgesteld de beoordeling van de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en geluid uit te voeren met behulp van de Milieugezondheidsrisicoindicator (MGR), zoals dat ook in het MER voor het CID is gedaan. Of dit zinvol is hangt mede af van de berekende verschillen tussen de alternatieven. Aandachtspunten bij de MGR zijn verder: - Er worden alleen gezondheidseffecten meegenomen waarvan een kwantitatieve dosiseffectrelatie bekend is. In het geval van luchtkwaliteit betreft dit alleen vervroegde sterfte terwijl er ook een groot aantal andere gezondheidseffecten is. - Door de cumulatie van luchtkwaliteit en geluid kan er geen onderscheid gemaakt worden tussen beide factoren, terwijl dat voor het handelingsperspectief juist wel nuttig zou zijn.
- De MGR (uitgedrukt in percentage ziektelast) is een lastig te interpreteren maat en de vraag is of deze op dit schaalniveau tot onderscheidende resultaten leidt. GGD Haaglanden gaat aan de hand van de berekeningsresultaten van luchtkwaliteit en geluid graag in overleg met de onderzoekers om te bepalen met welke methode het beste de gezondheidseffecten in beeld kunnen worden gebracht. - Groen Een belangrijk aspect van
In het MER vindt een brede afweging van de gezondheidseffecten plaats waarbij niet alleen wordt gekeken naar gezondheidsbescherming, maar ook naar gezondheidsbevordering. De positieve gevolgen van een groene leefomgeving en het stimuleren van gezond gedrag zijn daar ook onderdeel van (in lijn met het advies van de Commissie voor de m.e.r.). Over de onderzoeksmethoden volgt een nader overleg.
30
gezondheid en leefbaarheid dat nu in het beoordelingskader ontbreekt is de aanwezigheid van groen. Wij stellen voor om dit aspect toe te voegen gezien de sleutelrol die groen speelt bij een gezonde leefomgeving. Daarbij gaat het vooral om groen op maaiveldniveau en dus niet om groene daken. Groen draagt bij aan herstel van stress en het tegengaan van het ontstaan van chronische stress. Daarnaast zet groen aan tot bewegen, waarmee het ontstaan en de verergering van overgewicht en obesitas wordt beperkt, evenals van hiermee samenhangende ziekten als diabetes en hart- en vaatziekten1 . Groen draagt daarnaast bij aan het beperken van hitte-eilanden in de stad. Hitte-eilanden zijn een risico voor kwetsbare groepen (ouderen, zieken en kinderen). - Gezond gedrag Met betrekking tot de de gezondheidsbevorderende werking van de fysieke leefomgeving wordt in de NRD een kwalitatieve beoordeling voorgesteld van de mate waarin het plan en de publieke ruimte aanzet tot gezond gedrag. Het creëren van een leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag en het maken van gezonde keuzes is o.a. uitgewerkt in het advies ‘De stad als gezonde habitat’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLi) van april 20182 . Methoden die hier meer aandacht aan besteden zijn bijvoorbeeld te vinden op de Gids Gezonde Leefomgeving (https://www.gezondeleefomgeving.nl/instrumenten).
31
10 Advies
Detailniveau Wat betreft het detailniveau van het in het kader van de m.e.r. te onderzoeken aspecten vraagt GGD Haaglanden aandacht voor ‘de 3e dimensie’. In het CID wordt veel hoogbouw voorzien, zo ook in dit plan met torens tot 75 meter hoog. Dit brengt een nieuw element in de beoordeling van de effecten, o.a. voor luchtkwaliteit en geluid. Er zal nl. een aanzienlijk verschil zijn tussen de effecten op maaiveldniveau en de effecten ‘op hoogte’. Het is gewenst om daar in de beoordeling rekening mee te houden.
Waar relevant wordt rekening gehouden met deze verschillen, bijvoorbeeld waar het gaat om de optredende geluidbelastingen en de daarmee samenhangende gezondheidseffecten.
10 Advies
Zoals in het advies aangegeven, denken we graag mee over en werken we graag mee aan het verder invullen van de criteria van de milieueffectrapportage en het uitwerken van de kaders die in het bestemmingsplan worden gesteld op grond van de uitkomsten van de milieueffectrapportage.
Er is een afstemmingsoverleg met de GGD ingepland.
32
11 Advies
Advies: in acht nemen en nader uitwerken van de Structuurvisie CID en de hierin opgenomen veiligheidsonderwerpen bij het MER procedure: Effect verdichting en functiemenging op veiligheid in de fysieke leefomgeving: > Toenemende bebouwing, hogepersonendichtheid > eventuele incidenten kunnen omvangrijke gevolgen hebben. Om verdichting en functiemenging op een veilige manier toe te passen is het van belang dat aandacht wordt besteed aan de (brand)veiligheidsaspecten. De benodigde veiligheidsvoorzieningen zijn afhankelijk van de mate van functiemenging en de varieteit van het gebruik en het gebruik van nieuwe energievormen (Strctuurvisie CID, blz. 37). Gebruik van nieuwe, duurzame energiebronnen. Veiligheidsrisico's zijn verbonden aan nieuwe vormen van energiewinning, -opslag en -transport. Veiligheid dient als ontwerppricipe gehanteerd te worden bij de ruimtelijke inpassing van deze vormen van energie. Bij ruimtelijke inrichting mogelijkheid voor effectieve incidentenbestrijding door hulpdiensten waarborgen. > Bluswatervoorzieningen, bereikbaarheid en doorrijdbaarheid.
Het MER is gekoppeld aan het bestemmingsplan voor de locatie Anna van Hannoverstraat 4 waarin de uitgangspunten voor de herontwikkeling worden vastgelegd. Er is op dit moment nog geen sprake van een uitgewerkt gebouwontwerp en/of ontwerp van de openbare ruimte. Ook het gebruik van nieuwe energievormen is nog punt van uitwerking. Het MER geeft waar relevant inzicht in de randvoorwaarden, mogelijke maatregelen of aandachtspunten voor de verdere uitwerking. (Brand)veiligheidsaspecten zijn daar onderdeel van. Met de VRH is een afstemmingsoverleg ingepland.
33
11 Advies
Advies Externe veiligheid > Het onderwerp 'externe veiligheid' staat benoemd in het beoordelingskader in de NRD. Daarbij wordt niet beschreven op welke wijze de risico's worden geïnventariseerd in het MER. Er wordt enkel aangegeven dat onderzoek wordt gedaan naar verandering van risicocontouren en personendichtheden. De huidige wettelijke instrumenten plaatsgebonden risico en groepsrisico veranderen onder de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. Het plaatsgebonden risico blijft ongewijzigd van kracht onder de Omgevingswet, het groepsrisico raakt echter op de achtergrond. Daarvoor in de plaats komen aandachtsgebieden en voorschriftengebieden. Geadviseerd wordt om een beslissing te maken over de wijze waarop de risico's in het MER worden beschouwd.
De inwerkingtreding van de Omgevingswet is (opnieuw) uitgesteld. Uitgangspunt is dat het ontwerpbestemmingsplan voor de locatie Anna van Hannoverstraat 4 voorafgaand aan het in werking treden van de Omgevingswet worden gepubliceerd. Dat betekent het huidige regime van toepassing is (Wet op de ruimtelijke ordening). Het MER sluit voor de beoordeling van de veiligheidsregio's dan ook aan bij de huidige wet- en regelgeving. In het MER wordt inzicht gegeven in de relevante risicobronnen in de omgeving van het plangebied, de risicosituatie ter plaatse en de eventuele gevolgen van de herontwikkeling.
11 Advies
Mobiliteit en bereikbaarheid […] Het is noodzakelijk om dit thema uit te breiden met 'bereikbaarheid hulpdiensten'. op deze manier kan odnerzocht worden wat de effecten zij van de beoogde ontwikkeling op de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. De voorgenomen herinrichting van het openbare gebied kan mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Bij het beoordelen van dit onderwerp kan aansluiting worden gezocht bij de kwantitatieve onderzoeken die worden uitgevoerd voor de andere onderwerpen in het kader van bereikbaarheid. Wanneer kwantitatief onderzoek ontoereikend is, kan tevens een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd worden. de VRH kan hier
Bij de inrichting van het gebied zal rekening worden gehouden met bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Zoals hiervoor aangegeven is er op dit moment nog geen sprake van een uitgewerkt gebouwontwerp en/of ontwerp voor de openbare ruimte. Het MER geeft waar relevant inzicht in de randvoorwaarden, mogelijke maatregelen of aandachtspunten voor de verdere uitwerking. De bereikbaarheid voor hulpdiensten is daar onderdeel van. De Veiligheidsregio zal worden betrokken bij de planvorming. Het voorontwerpbestemmingsplan zal voor advies worden voorgelegd aan de Veiligheidsregio.
34
door middel van een 'expert judgement' bij betrokken worden.
35
11 Advies
Duurzaamheid en energietransitie: > Water: Bij het onderwerp 'Water' wordt zowel kwantitatief als kwalitatief gekeken naar de beïnvloeding van wateroverlast. Geadviseerd wordt om bij dit onderwerp de effecten zo breed mogelijk te bekijken. Hierbij zou, naast de hinder die door de wateroverlast wordt ervaren, gekeken kunnen worden naar de effecten van wateroverlast in het kader van fysieke veiligheid. Onderwerpen waaraan gedacht kan worden zijn de; - begaanbaarheid van wegen (voor de hulpdiensten), - mogelijke uitval van vitale infrastructuur en evacuatie van (kwetsbare) groepen mensen.
In het MER wordt in beeld gebracht welke maatregelen er mogelijk zijn om wateroverlast te voorkomen. Dat gebeurt op hoofdlijnen, passend bij het schaalniveau van de keuzes die voorliggen in het kader van het bestemmingsplan. Datzelfde geldt voor de veiligheidsaspecten die samenhangen met de toepassing van nieuwe vormen van duurzame energie. Een gedetailleerde effectbeoordeling is in dit stadium van de planvorming nog niet mogelijk. Nadere detaillering en uitwerking vindt plaats in het kader van het ontwerp van de gebouwen en openbare ruimte. In dat kader zal waar het gaat om de onderdelen die een relatie hebben met de fysieke veiligheid ook afstemming met de Veiligheidsregio plaatsvinden.
> Energie: Het onderwerp 'Energie' wordt beoordeeld op basis van drie criteria: de CO2 uitstoot door verandering in de energieprestatie van bebouwing, mobiliteit en openbare voorziening. Geadviseerd wordt om ook onderzoek te doen naar de gevolgen van het toepassen van nieuwe vormen van energie in het plangebied voor de omgeving, zoals veiligheid en gezondheid. Op deze manier kan een totaalbeeld gevormd worden van de effecten van de energievoorzieningen die worden gerealiseerd op de omgeving. 11 Advies