RIS312354 bijlage 1
Tekst van het document
Bescherming bomen
In de op grond van de Gemeentewet door de gemeenteraad vastgestelde Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is de bescherming van bomen vastgelegd. Volgens de APV van Den Haag, artikel 2.80 e.v., is voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig (RIS 174540). Door deze bescherming kunnen belangen zorgvuldig worden afgewogen voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven dan wel geweigerd. Daarnaast is een mogelijkheid opgenomen om monumentale bomen aan te wijzen. Monumentale bomen hebben een hogere beschermingsstatus. Voor een volledig overzicht van de monumentale bomen in Den Haag is op de website van de gemeente Den Haag de meest actuele lijst en kaart terug te vinden.
63
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
4.6.8
Bomenbalans in het plangebied
Donkergroen: te handhaven bomen Rood: te kappen bomen Lichtgroen: te planten nieuwe bomen (compensatie voor de te kappen bomen)
4.7
Bodem
Op 1 januari 2006 is de wijziging van de Wet bodembescherming (Wbb) in werking getreden. Vertrekpunt van de nieuwe Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is voortaan functiegericht. Vroeger moesten alle functies van de bodem worden hersteld maar dit bleek in de praktijk lastig haalbaar. Hoge kosten en langdurige saneringen zorgden van stagnatie. De gewijzigde wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; c. het wegnemen van actuele risico's. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. De uitvoering van deze verplichte saneringen wordt een stuk flexibeler. Het is niet meer altijd nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. Wanneer economische of maatschappelijke omstandigheden rond de vervuilde locatie uitstel vragen, kunnen tijdelijke maatregelen worden genomen, op voorwaarde dat risico's voldoende worden beheerst.
Door het adviesbureau SL is een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig
64
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
bodemonderzoek uitgevoerd De conclusies van dit onderzoek zijn in hoofdstuk 3.5 van de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen m.e.r. en luiden als volgt: In de huidige situatie is de functie wonen aanwezig en deze functie blijft in de plansituatie gehandhaafd. Binnen het plangebied komen ten hoogste lichte verontreinigingen met verschillende stoffen voor. Aangezien het beperkte verontreinigen betreffen en de functie (wonen) van het plangebied gehandhaafd blijft, zijn sanerende maatregelen of nader onderzoek niet nodig. Daarmee worden geen belangrijk negatieve gevolgen ten aanzien van het aspect bodem verwacht.
4.8
Wind en bezonning
Onderdeel van de toetsing van stedenbouwkundige plannen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen worden de normen voor wind en bezonning gehanteerd (RIS 170509). 4.8.1
Wind
Van windhinder is sprake als gedurende een te groot aantal uren per jaar een bepaalde windsnelheid wordt overschreden. Dit treedt op rond hoge gebouwen wanneer er sprake is verhoogde windsnelheden, die het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk maken. In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving ter voorkoming van windhinder. De gemeente sluit zich wat betreft beleid ten aanzien van wind aan bij de NEN 8100. In deze norm is een beslismodel weergeven wanneer een windonderzoek mogelijk nodig kan zijn: gebouwen hoger dan 30 meter: windonderzoek nodig beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is. De vraag of windonderzoek voor Steenzicht nodig is, is voorgelegd aan de specialist van de gemeente. In de NEN norm wordt onder '5.2 beschutting' het volgende vermeld: Het oppervlak dat obstakels als bomen (kruinen) en gebouwen beslaan, bedraagt 20% of meer van het totale oppervlak binnen een straal van 300 m. het bouwwerk steekt niet meer dan 50% uit boven de gemiddelde hoogte van de obstakels binnen een straal van 300 meter. De nieuwbouw van maximaal 23 meter (één bouwblok langs de groenstrook) steekt ongeveer 11 meter boven zijn omgeving uit.
Hiermee wordt voldaan aan het tweede punt en kan gesteld worden dat de nieuwbouw beschut ligt. Dit gegeven samen met het feit dat de nieuwbouw op voldoende afstand van de kust ligt, maakt dat de gemeentelijke specialist stelt dat windonderzoek niet noodzakelijk is. 4.8.2
Bezonning
De realisatie bouwwerken kunnen gevolgen hebben voor de schaduwwerking in de omgeving. Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Gemeente Den Haag sluit grotendeels aan op de 'lichte TNO-norm'. De Haagse bezonningsnorm gaat er vanuit dat de ondergrens op twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte van eer dan 10 graden, moet liggen. In afwijking van de lichte TNO-norm is in de Haagse norm de bezonning op gevels maatgevend, onafhankelijk van de plaats van de ramen. De Haagse bezonningsnorm is van toepassing op de omgeving van de te realiseren nieuwbouw en geldt voor bouwwerken vanaf een hoogte van 25 meter of indien de nieuwbouw ten minste 1,5 maal hoger is dan de gemiddelde hoogte van de omgeving. De realiseren nieuwbouw is weliswaar met maximaal 23 meter lager dan 25 meter, maar omwille van een goede ruimtelijke ordening is toch onderzoek uitgevoerd. Voor de te realiseren nieuwbouw (Steenzicht) is door Peutz een onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 10 Bezonningsonderzoek deze toelichting toegevoegd. Dit onderzoek toont aan dat aan de
65
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
Haagse bezonningsnormen wordt voldaan.
66
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
Hoofdstuk 5 5.1
Planbeschrijving
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken zijn de bestaande situatie (hoofdstuk 2), het beleidskader (hoofdstuk 3) en de milieukwaliteitseisen (hoofdstuk 4) uiteengezet. Dit diende ertoe om de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen voor het bestemmingsplan. In paragraaf 5.2 wordt het plan beschreven en in paragraaf worden de in het plan opgenomen ontwikkelingen aangegeven. Aan de hand hiervan wordt in paragraaf 5.4 een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen gemaakt. Met deze keuze kan de opzet van het bestemmingsplan in paragraaf 5.5 en de bestemmingen globaal beschreven worden.
5.2
Beschrijving van het plan
5.2.1
Beschrijving van het plan
Het college heeft op 07-05-2021 ingestemd met de Nota van Uitgangspunten (NvU) voor de ontwikkeling van De Zichten (RIS308508). Daarna heeft het college de commissie per brief geïnformeerd en is de NvU besproken in de commissie Ruimte van 13-07-2021. De volledige NvU is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting. Daarnaast is het projectdocument voor Dreven-Gaarden-Zichten fase 1 is door het college, onder voorbehoud van goedkeuring door de raad van de bijbehorende grondexploitatie Dreven-Gaarden-Zichten fase 1 (SBK nummer ES-156), op 21 december 2021 vastgesteld (RIS311092) Dit is een uitvoeringsbesluit voor de eerste 10 jaar van de totale gebiedsontwikkeling Dreven-Gaarden-Zichten en de realisatie van ruim 50% van het beoogde programma. Op basis van de randvoorwaarden uit de NvU zijn regels voor het plangebied opgesteld in dit bestemmingsplan. De randvoorwaarden kaart uit de NvU is hieronder opgenomen, daarna volgt een toelichting.
67
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
Randvoorwaardenkaart uit de NvU Randv oorwaardenkaart uit de Nv U waarop de woonblokken in dit bestremmingsplan staan aangeduid.
5.2.2
Functionele hoofdopzet
De stedenbouwkundige randvoorwaarden van de NvU maken een transformatie mogelijk van de huidige strokenverkaveling naar orthogonale of haakvormige woongebouwen rondom groene, collectieve binnentuinen. De bouwblokken binnen het plangebied bestaan na oplevering uit 285 tot 310 woningen alsmede bedrijfsruimte in de plint en binnentuin van de twee te transformeren portiekflats, samen het complex Ruimzicht. Uitgangspunt zoals geformuleerd in de NvU voor de plintfuncties in het complex Ruimzicht is dat deze voor het gebouw en de directe omgeving een toegevoegde waarde moeten hebben. Onder de groene, collectieve binnentuinen van de nieuwe woongebouwen worden parkeergarages gerealiseerd. 5.2.3
Stedenbouwkundige opzet
Stedelijke rand langs het sportpark van de wijk De randen van het gebied worden aantrekkelijke groene verblijfsgebieden en worden meer geïntegreerd met het sportpark Escamp met de huidige sportverenigingen, nieuwe sportactiviteiten en ecologie. De Zichten krijgt stevige stedelijke wanden aan dit sportpark. Langs de Hengelolaan wordt de singel doorgetrokken tot aan De Stede. Groene verbinding tussen sportpark en het Marinipark Een groene wig koppelt het vernieuwde sportpark via de singel van de Vrederustlaan aan het Marinipark. Deze wig krijgt ook een fietsroute. Een tweede groene wig verbindt het sportpark via een looproute met het winkelcentrum de Stede langs de Shalomkerk. Een interne groene kwaliteit van een woonbuurt met hoge dichtheden.
68
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
Grotendeels behouden van het stratenpatroon Voor een belangrijk deel borduurt het ontwerp voort op het huidige stratenpatroon, waardoor fasering makkelijker wordt en volwassen bomenlanen zoveel mogelijk behouden kunnen worden. Bouwblokken Binnen de bovenstaande structuur voor de Zichten zijn bouwvelden zichtbaar.Binnen deze bouwvelden is het organiseren van de diverse woningtypes en bijbehorende functies in orthogonale of haakvormige woongebouwen rondom groene, collectieve binnentuinen: de ontmoetingsplaats voor de blokgemeenschap en een veilige speelplek voor kleine kinderen. Onder de binnentuin liggen parkeerplaatsen en een gezamenlijke fietsenstalling. Deze bouwblokken vormen de ruimtelijke eenheden in de buurt. Uitgangspunt is dat elk bouwblok minimaal twee openingen of opengewerkte hoeken heeft naar de collectieve binnenwereld: het collectieve binnenterrein is via deze openingen openbaar toegankelijk of 'doorwaadbaar' en draagt zo bij aan ontmoetingen en interactie. De openingen in een bouwblokken zijn feitelijk de 'entrees' van het bouwblok en worden dan ook als zodanig vormgegeven: als uitnodigend stedenbouwkundig gebaar naar de openbare ruimte en uitnodigende toegangen naar de binnenwereld. Dat wordt ondersteund door de daar aan gelegen functies en/of de architectonische uitstraling: open, uitnodigend en vriendelijk.
Ter verlevendiging van de groene wiggen, de langzaam verkeersroutes door de buurt, moeten er expressieve, aantrekkelijke overhoekse ruimtes op de hoeken worden gerealiseerd. Dit is in principe een representatieve entreehal, maar kan ook een aantrekkelijk alternatief niet-woonprogramma (koffiebar, buurthuiskamer, etc.) worden. De bouwblokken kennen altijd een mix van woningtypes, gezinswoningen, appartementen, maisonettes, ect. De mix van woningen in de bouwblokken levert een afwisseling in hoogtes: een laag tot 13 meter, een 'stedelijke laag' van 13-23 meter en daar bovenop 'optoppingen' tot 35 meter en hoogteaccenten tot 50-70 meter. De stedelijke laag is herkenbaar in de massaopbouw. Steenzicht (Op de verbeelding met een woonbestemming aangeduid) Binnen de ontwikkellocatie Steenzicht worden 48 eengezinswoningen gesloopt. Uitgangspunt is op deze locatie tussen de 215 en 230 appartementen in diverse woningtypes en segmenten te combineren in 2 halfopen stedelijke bouwblokken met groene, collectieve binnenterreinen met een hoge kwaliteit. Onder de binnentuin liggen parkeerplaatsen en een gezamenlijke fietsenstalling. De bouwblokken krijgen een mix van woningtypes, gezinswoningen, appartementen, maisonnettes, etc.
Gevels aan de openbare ruimte zijn altijd 'voorkanten': er liggen in principe geen galerijen aan de openbare ruimte en er is geen sprake van volledig gesloten kopgevels. Zowel aan de openbare ruimte als ook rond de binnentuinen dient er een prettige mix te zijn van gevels met slaapkamers en gevels met woonkamers. De mix van woningtypes in de bouwblokken levert een afwisseling in hoogtes van 13 - 23 meter. Eenzijdig georiënteerde woningen krijgen een kwalitatief uitzicht; op een aantrekkelijk stuk openbare ruimte of op een kwalitatief hoogwaardig ingerichte binnentuin, met voldoende afstand (ten minste circa 20m) tot een tegenoverliggende woning. Op de begane grond kunnen, op de representatieve hoeken van de bouwblokken, ontmoetingsruimtes voor de bewoners van het bouwblok komen. Ruimzicht (Op de verbeelding met een gemengde bestemming aangheduid) De twee flats op de ontwikkellocatie Ruimzicht worden getransformeerd . De 66 bestaande appartementen worden heringedeeld tot circa 81 nieuwe appartementen. Op het binnenterrein op de begane grond wordt, gefaseerd, extra bedrijfsruimte ontwikkeld ten behoeve van de kleinschalige maakindustrie, bewegen en ontmoeten. Het binnenterrein kan 's avonds mogelijk worden afgesloten, overdag is het open voor publiek. De ontwikkeling van de woongebouwen Steenzicht en de renovatie van het complex Ruimzicht zijn de
69
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
eerste stap in de transformatie van De Zichten naar een compact, stedelijk en levendig woonmilieu zoals bedoeld in de NvU. Een woonmilieu dat bepaald wordt door de ligging nabij het winkelcentrum de Stede, de ligging aan het sportpark, de nabijheid van het OV richting Den haag centrum en de collectieve groene ruimtes binnen de bouwblokken. Door de verdichting groeit het draagvlak voor de voorzieningen binnen De Zichten en in De Stede.
5.2.4
Ontsluiting en parkeren
Een verdichtende stad betekent meer mobiliteit en logistieke bewegingen (woon-werkverkeer, bevoorrading, pakketbezorging, bouw, etc.). Om de luchtkwaliteit en de verkeersveiligheid in de wijk te verbeteren wordt gekozen voor een andere inrichting van zowel de bouwblokken als de buurt. Uitgangspunt is om entrees naar parkeergebouwen en parkeergarages van woonblokken zo dicht mogelijk bij de ontsluiting van de buurt te leggen. Op wijkniveau ontstaat hierdoor meer exclusieve verkeersruimte voor langzaam verkeer en voor openbaar groen, speel- en ontmoetingsruimte. De bouwblokken zijn in de meeste gevallen slechts vanaf één zijde bereikbaar met de auto. Aan die kant bevindt zich dan de entree naar de parkeergarage maar ook een afvalpunt waar de vuilniswagen haar afval ophaalt en mogelijk een pakketpunt waar de pakketbezorgers hun pakketjes kunnen achterlaten. Zware spullen zoals een wasmachine etc. zullen met een steekwagen o.i.d. tot aan de voordeur moeten worden gereden. De bouwblokken zijn altijd rondom bereikbaar via brede, autovrije woonpaden (in geval van nood bereikbaar voor de nood- en hulpdiensten via een verwijderbaar paaltje. Een uitzondering kan worden gemaakt voor verhuiswagens. Parkeren van auto's van bewoners gebeurt deels onder de collectieve binnentuinen, deels in een centraal gesitueerd parkeergebouw en deels op straat.
De parkeerplaatsen onder de bouwblokken zijn in principe niet zichtbaar in de gevels aan de openbare ruimte met uitzondering van een garage-entree. 5.2.5
Groen
Openbare ruimte Het handboek openbare ruimte geeft principes voor wegprofielen. Belangrijker is echter welke functie de openbare ruimte heeft. Bij het ontwerpen van de openbare ruimte gaan we meer uit van de voetganger en fietsers en wordt de auto minder dominant. Elk bouwblok is in elk geval aan één zijde bereikbaar per auto, vuilniswagen, pakketbezorger, et cetera. De overige zijden worden in principe ingericht als autovrije woonpaden, slechts toegankelijk voor nood- en hulpdiensten. De nadruk komt meer te liggen op verblijven dan op ontsluiten. Dit sluit ook aan bij de principes van Duurzaam Veilig.Voetpaden hebben minstens 2,5 meter vrije doorloopruimte zodat wandelen, spelen, bewegen en ontmoeten wordt gestimuleerd zonder dat men last heeft van elkaar en een eventuele lichtmast of boom de doorgang niet direct belemmerd. Binnentuinen De collectieve binnentuinen vormen de gemeenschappelijke buitenruimte van de bouwblokgemeenschap in combinatie met langs de gevels van de woningen semi-private zones als veranda of voortuintjes. Eventuele grenzen collectief – privé moeten worden mee ontworpen, Uitgangspunt voor de binnenruimten is een groene inrichting.
De collectieve, groene binnenruimtes zorgen er samen met het openbare groen voor dat de totale hoeveelheid groen in de buurten op peil blijft: een aspect wat het meest genoemd en gewaardeerd wordt tijdens participatiegesprekken met bewoners. De ruimtelijke verbinding tussen de binnenruimtes en het openbaar gebied ontstaat door openingen in de bouwblokkenstructuur. Uitgangspunt is dat elk bouwblok minimaal twee openingen of opengewerkte
70
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
hoeken heeft naar de collectieve binnenwereld: het collectieve binnenterrein is via deze openingen toegankelijk of 'doorwaadbaar' en draagt zo bij aan ontmoeting en interactie. De openingen in de bouwblokken zijn feitelijk de 'entrees' van het blok en worden dan ook als zodanig vormgegeven. De positie van bouwblokopeningen dient altijd in onderlinge samenhang met de andere entrees naar de woongebouwen en in de ruimere stedenbouwkundige context te worden gezien. 5.2.6
Water
Binnen het plangebied en de grotere uitgangspunten vanuit de NvU wordt geen extra wateroppervlak in hetv plangebied mogelijk gemaakt. Wel worden er oppervlakkige waterberging in het openbare groen, binnentuinen en daken voorgeschreven. Deze moeten ervoor zorgen dat een piekbui van 70mm opgehangen kunnen worden en niet tot overlast zullen leiden.
5.3
Duurzaamheid
5.3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt in Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. De structuurvisie bevat geen belangen die voor dit bestemmingsplan van toepassing zijn. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391).
Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) moeten gemeenten rekening houden met het Barro. Een aantal projecten dat de regering van Rijksbelang vindt, wordt met het Barro dwingend geborgd in bestemmingsplannen of in andere ruimtelijke plannen van lagere overheden. De projecten worden benoemd en middels digitale kaarten ingekaderd. Per project worden regels gegeven waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Voor Den Haag zijn de binnen de gemeente gelegen militaire terreinen met de daarbij behorende zenden ontvangstinstallaties, en het Kustfundament van belang. In 2016 is een Besluit tot wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in verband met de herziening van de Beleidslijn kust en enige andere wijzigingen van kracht geworden. Volgens het Barro zijn er in dit bestemmingsplan geen projecten van Rijksbelang aanwezig waarmee rekening moet worden gehouden. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 1 januari 2023 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. Hierbij hoort een rijksbrede visie op de leefomgeving; de Nationale Omgevingvisie (NOVI), die de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte zal vervangen. De ontwerp-NOVI heeft ter inzage gelegen van 20 augustus tot en met 30 september 2019.
71
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
In de ontwerp-NOVI zijn 21 nationale belangen en opgaven benoemd, waarbij de volgende vier prioriteiten worden onderscheiden: Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bij het kiezen tussen strijdige ruimtelijke belangen worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Bij vaststelling zal de NOVI ook een uitvoeringsagenda bevatten. Samen met de regio's wil het rijk samenwerkingsafspraken opnemen in Gebiedsagenda's. Het abstractieniveau van de ontwerp-NOVI is van een andere orde dan de thema's die in het plangebied spelen. Toch kan gesteld worden dat dit bestemmingsplan aansluit bij de uitgangspunten uit de ontwerp-NOVI.
5.3.2
Waterhuishouding
Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het beheer van de primaire waterkering en het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer in het plangebied. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is in het kader van de watertoets overleg gevoerd over deze waterparagraaf, de plankaart en de voorschriften. Deze waterparagraaf bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding.
5.3.3
Duurzaamheidsbeleid
Verwezen wordt naar hoofdstuk 3.12 van deze toelichting.
5.4
Keuze en verantwoording van bestemmingen
5.4.1
Het digitale bestemmingsplan
Een belangrijk onderdeel van Wet ruimtelijke ordening (Wro) vormt de digitaliseringsverplichting. De Wro bepaalt dat een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar moet zijn. Dit heeft onder meer geleid tot de introductie van twee nieuwe begrippen: 'digitale verbeelding' en de 'analoge verbeelding'. Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (plankaart), regels en een toelichting en is digitaal raadpleegbaar. De eerste twee onderdelen zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet bindend maar helpt bij de interpretatie van de kaart en de regels. De 'digitale verbeelding' is een interactieve raadpleegomgeving die o.a. via het internet (www.ruimtelijkeplannen.nl) die de gehele inhoud van het bestemmingsplan ontsluit overeenkomstig de SVBP2012: Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 'van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. . Door een muisklik op een bepaalde plek verschijnen de bijbehorende regels voor die locatie in een nieuw tabblad in beeld. Onder de term digitale verbeelding wordt dan ook niet alleen het ruimtelijk beeld, maar ook de daarbij behorende juridische informatie (regels) verstaan. Indien de digitale en de analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend. Onder analoge verbeelding wordt verstaan: alle te verbeelden informatie van een ruimtelijk plan op papier.
De term analoge verbeelding is dus een synoniem voor de tot nu toe altijd gebruikte term plankaart. Op de bij het onderhavige bestemmingsplan "Steenzicht en Ruimzicht" behorende verbeelding zijn alle noodzakelijke en op grond van het Besluit ruimtelijke ordening vereiste gegevens ingetekend. Er is daarbij onderscheid gemaakt in bestemmingen en aanduidingen op de verbeelding. De bestemmingen
72
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
zijn de belangrijkste elementen. Elk stuk grond van het plangebied heeft een bestemming. Deze wordt zichtbaar gemaakt door middel van een kleur, op de digitale verbeelding wordt de informatie in een aparte deel van het scherm zichtbaar, op de analoge verbeelding al dan niet in combinatie met een letter, ter aanduiding van de bestemming en een getal dat de maximale toegestane (goot- en nok)hoogte en/of bebouwingspercentage aangeeft. Op deze wijze is het mogelijk om te zien welke bestemmingen zijn gegeven aan de gronden en opstallen binnen het plangebied. Elke op de verbeelding aangegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsartikel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de plankaart. Aanduidingen geven dientengevolge, in samenhang met de regels, duidelijkheid over wat binnen een bestemmingsvlak al dan niet is toegestaan. Op de digitale en analoge verbeelding van de plankaart zijn bouwhoogten aangegeven. Gekoppeld aan bouwvlakken is een maatvoering voor (goot- en nok)hoogte, afgerond in meters en conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012, opgenomen. De waarde op de plankaart geeft de maximaal toegelaten (goot- en nok)hoogte van een gebouw aan.
Daarnaast wordt ook in de bouwregels van het bestemmingsplan een en ander bepaald over bouwhoogten. Bij het bepalen van de daadwerkelijke hoogte van gebouwen is gebruik gemaakt van stereokartering met behulp van luchtfoto's. De maximaal toegelaten bouwhoogte kan afwijken van de daadwerkelijke hoogte van een gebouw: aan het vaststellen van een maximale bouwhoogte liggen stedenbouwkundige overwegingen ten grondslag. Voorts wordt de opzet van het bestemmingsplan ingegeven door de relevante beleidskaders en omgevingsfactoren. In onderstaande tabellen (beslissingstabel) is aangegeven op welke onderdelen de in dit bestemmingsplan beschreven beleidskaders en omgevingsfactoren hun vertaling hebben gevonden in het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze paragraaf vormt dan ook als het ware de schakel tussen de toelichting van het bestemmingsplan en de daarbij behorende regels en plankaart.
5.4.2
Keuze en verantwoording van de bestemmingen
Beleidskader Ruimtelijk beleid
Vertaling in het bestemmingsplan
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De ladder voor duurzame verstedelijking is wordt de ladder voor duurzame verstedelijking beschreven in hoofdstuk 5 paragraaf . geïntroduceerd. De ladder voor duurzame De 'ladder voor duurzame verstedelijking' vormt geen verstedelijking is kaderstellend voor alle juridisch belemmering voor dit bestemmingsplan. verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden. De Provinciale Structuurvisie "Visie op Het bestemmingsplan is in overeenstemming met Zuid-Holland" en de provinciale "Verordening het provinciaal beleid. Ruimte" zet in op een samenhangend stedelijk en landschappelijk netwerk, goede bereikbaarheid, een divers aanbod van woon- en werkmilieus in een aantrekkelijk landschap met ruimte voor water, landbouw en natuur. De Verordening Ruimte laat uitbreiding van Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe detailhandel slechts toe op plekken die gelegen detailhandel mogelijk. De bestaande detailhandel ter zijn binnen bestaande winkelconcentraties en grootte van 400m2 wordt gehandhaafd. Daarnaast kantoren binnen de bestaande haltes van het wordt lichte horeca mogelijk gemaakt met een Zuidvleugelnet. maximale oppervlakte van 400 m². Cultureel erfgoed Cultuur historische waarde
73
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
De Erfgoedwet legt de verplichting op om in nieuwe bestemmingsplannen en bij wijziging van bestaande bestemmingsplannen met de archeologische waarden rekening te houden. Bestemmingsplannen moeten een juridische regeling bevatten die voldoende bescherming biedt tegen werkzaamheden die tot een verstoring van het bodemarchief zouden kunnen leiden. Water
Op basis van onderzoeken is de archeologische verwachting voor het plangebied laag, waardoor in het onderhavig plangebied geen archeologische waarde aanwezig is.
Het Waterbeheerplan 2016-2021 (ook wel WBP 5) is het strategisch werkplan van het Hoogheemraadschap van Delfland. het Hoogheemraadschap draagt zorg voor het kwantiteits- en kwaliteitsbeheer van het oppervlaktewater, het beheer van de waterkeringen en het kwantiteitsbeheer van grondwater Groen
Over deze ontwikkeling heeft vooroverleg met het waterschaop plaatsgevonden.
Inzet is de Stedelijke Groen Hoofdstructuur (paragraaf Natuurbescherming) duurzaam in stand te houden en waar mogelijk te versterken. Verkeer en parkeren
Het plan is hiermede in overeenstemming.
De Haagse Nota Mobiliteit hanteert een rangorde De bestemming Verkeer-Hoofdverkeersweg is gericht in haar wegenstructuur. Naast de hoofdwegen op de hoofdverkeerswegen: De bestemming voor het doorgaande verkeer zijn er de wegen van Verkeer-Straat ziet op alle straten in het plangebied: een lagere orde die het verkeer tussen wijken en Alle straten in het plangebied die niet als het buurtgebonden verkeer moeten afwikkelen: hoofdverkeersweg of straat kunnen worden buurtontsluitingswegen (straten) en geclassificeerd, vallen onder de bestemming erfontsluitingswegen (verblijfs- en woonstraten). Verkeer-Verblijfsstraat. Verblijfsgebieden zijn als Verblijfsgebied ten slotte is openbare ruimte waar Verkeer-Verblijfsgebied aangegeven. geen autoverkeer is toegestaan en waar de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie De nota “Parkeerkader Den Haag 2010-2020” In het plangebied wordt uitgegaan van parkeren deels gaat mede in op het faciliteren van de op eigen terrein en deels op de openbare weg met parkeerbehoefte en het benutten van schaarse een parkeerbehoefte volgens de Nota ruimte Parkeernormen. Wonen De kern van de Woonvisie 2017-2030 is dat als Den Haag zich meer op de kaart wil zetten als woonstad, de stad zich moet versterken door telkens meer differentiatie in woonmilieus en woonsferen te creëren en de woonkwaliteit verhogen Economie
In het plan wordt ingezet op de stedelijk gewenste verdichting.Het plan behelst circa 310 woningen, waarvan circa 60 %in de sociale woningbouw.
Bedrijven
De bestaande bedrijven kunnen binnen het plangebied gevestigd blijven De bestaande detailhandelsmetrage tot maximaal 400 m2 wordt gehandhaafd. De bestemming dienstverlening biedt ruimte voor nieuwvestiging van dienstverlenende bedrijven In het plangebied is de vestiging van horeca in de categorie licht toegestaan tot maximaal 400 m2
Detailhandel en Dienstverlening
Horeca
74
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
Milieuzonering (paragraaf Keuze en verantwoording van bestemmingen) zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven worden gesitueerd.
Solitaire bedrijfsvestigingen zijn onder de bestemming Gemengd mogelijk Hier zijn bedrijfsactiviteiten in de categorieën A en B toegestaan, zowel activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd als activiteiten met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies moeten plaatsvinden.
Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg
Dit bestemmingsplan maakt welzijnsvoorzieningen gericht op sport, cultuur en maatschappelijk welzijn, alsmede tentoonstellingsruimten en presentatieruimten mogelijk
Sport en recreatie Sport Recreatie
De bestaande (binnen)sportvoorzieningen zijn in het bestemmingsplan opgenomen. Het bestemmingsplan maakt het realiseren van speelvoorzieningen mogelijk
Overig De in de parapluherzieningen opgenomen functies (verkoop van vuurwerk, seksinrichtingen) zijn niet aanwezig in het plangebied. Wel is het algemene beleid ten aanzien van deze functies in de algemene regels van dit plan verwerkt. Op de parapluherziening ten aanzien van archeologie wordt in de tabel “cultureel erfgoed” nader ingegaan.
5.5
Toelichting op de regels
De regels zijn als volgt ingedeeld: 1. Inleidende regels. De inleidende regels (artikelen 1 en 2) lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. 2. Bestemmingsregels. De bestemmingsregels (artikel 3 tot en met 6) bevatten voor elke bestemming een omschrijving van de bestemming en bouwregels. Als specifiek voor een bestemming een afwijkingsbevoegdheid geldt, is deze in het betreffende artikel opgenomen. 3. Algemene regels. De algemene regels (artikel 7 tot en met 10) bevatten voor alle bestemmingen geldende regels: algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en algemene procedureregels. 4. Overgangs- en slotregels. Het overgangsrecht is opgenomen in artikel 12 en de slotregel in artikel 13. 5.5.1
Inleidende regels
In ' worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen, nader gedefinieerd. Aandacht verdienen de begrippen aan-huis-gebonden bedrijf, en aan-huis-gebonden beroep. Wanneer in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan-huis-gebonden bedrijf en/of beroep toegestaan. Op basis van jurisprudentie mogen deze activiteiten:
75
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
geen hinder voor de woonsituatie opleveren; naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning; geen detailhandel en/of horeca betreffen; geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken. In is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten, vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. De regeling voor bestaand gebruik dat afwijkt van de bestemming is onderdeel van de algemene gebruiksregels. 5.5.2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Gemengd Deze bestemming heeft betrekking op de te handhaven bebouwing aan Ruimzicht en Het Zicht, inclusief het daartussen gelegen binnenterrein, waarop de bestemming met name bebouwing ten behoeve van ondergeschikte horeca en tentoonstellingsruimten en presentatieruimten toelaat. Artikel 4 Groen In deze bestemming is het aanwezige groen met een openbare functie opgenomen. Artikel 5 Verkeer - Verblijfsstraat Deze bestemming heeft betrekking op de in het plangebied opgenomen straten, die alle een verblijfsfunctie hebben. Artikel 6 Wonen Met deze bestemming wordt de beoogde nieuwbouw van appartementen mogelijk genmaakt. In het artikel is de verplichting opgenomen dat in totaal 54% van de woningen als sociale huurwoningen zullen worden geëxploiteerd door een toegelaten instelling.
5.5.3
Algemene Regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel: Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 8 Algemene bouwregels: De algemene bouwregels gelden voor alle bestemmingen. In de eerste plaats wordt hierin nu ook algemeen gesteld dat bouwwerken niet buiten bestemmings- en bebouwingsgrenzen mogen worden gebouwd. Kleine overschrijdingen van deze grenzen voor stoepen, kozijnen en dergelijke zijn wel toegestaan. Grote overschrijdingen van deze grenzen voor overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen zijn tot een bepaalde omvang ook toegestaan. Verder is algemeen voorgeschreven dat bouwwerken beneden peil uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak, dat deze ondergrondse bebouwing uit niet meer dan één bouwlaag mag bestaan en is de bouw van installaties voor mobiele telecommunicatie in principe toegestaan op alle gebouwen met uitzondering van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of gebouwen in een rijksbeschermd stadsgezicht. Afwijken van deze algemene bouwregels wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in .
Artikel 9 Algemene gebruiksregels: In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen: het is verboden de in het plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming of met de regels van het plan. Er is expliciet aangegeven dat onder zulk gebruik ook wordt begrepen het gebruik als opslagplaats voor voorwerpen, stoffen en materialen die niet meer bruikbaar zijn of niet meer worden gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld en het gebruik als sekswinkel, seksinrichting, paddoshop, belwinkel of garagebedrijf: functies die voorheen in de Leefmilieuverordening werden verboden of althans gereguleerd. Als in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep toegestaan. In de algemene gebruiksregels is ook een regeling vervat voor het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep:
76
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
De activiteiten mogen geen hinder voor de woonsituatie opleveren en mogen niet op grond van de milieuwetgeving vergunning- dan wel meldingplichtig zijn. Op grond van de Wet milieubeheer vergunning- of zelfs meldingplichtige activiteiten passen uiteraard niet in de woonomgeving. Maar ook indien een activiteit niet vergunning- of meldingplichtig is, bestaat er kans op ongewenste overlast voor de omgeving, bijvoorbeeld geluid- of geurhinder. Dit kan met name het geval zijn bij de meer ambachtelijke beroepen. Van geval tot geval dient de (kans op) hinder voor de woonsituatie te worden nagegaan. Uitgangspunt bij de beoordeling is dat de hinder in principe niet onevenredig veel groter mag zijn dan in redelijkheid bij 'normale' bewoning (zonder beroepsuitoefening) het geval zou zijn. De activiteiten mogen naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning. Van belang is dat het karakter van de woning duidelijk herkenbaar blijft en dat de nadruk niet komt te liggen op de beroepsuitoefening. Ter illustratie: reclame-uitingen, anders dan een bescheiden 'bordje naast de deur' of de uitstalling van goederen op het bijbehorende erf betekenen reeds dat aan het karakter van de woning afbreuk wordt gedaan. De activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen.
Detailhandel en horeca leveren in de regel een zodanig ongewenste verkeersaantrekkende werking op, dat het toelaten ervan in woongebied niet zonder meer passend wordt geacht. De activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn, in die zin, dat de woonfunctie de belangrijkste functie dient te blijven en de praktijkruimte maar een deel van de bebouwde oppervlakte mag bedragen. Ook deze (direct meetbare) voorwaarde draagt eraan bij dat de eventuele hinder voor de omgeving wordt beperkt. Wanneer bijvoorbeeld de woning (vrijwel) geheel zou worden aangewend voor de beroepsuitoefening, is de kans op een ongewenste uitstraling naar de omgeving relatief groot. Afwijken van de algemene gebruiksregels, ook het afwijken voor het meest doelmatige gebruik, wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Artikel 10 Algemene afwijkingsregels . Het bevoegd gezag kan in geringe mate afwijken van de maatvoering die in de bouwregels is bepaald en ook voor geringe afwijkingen in de begrenzing van bestemmings- en/of bebouwingsgrenzen. Verder is afwijken mogelijk voor de bouw van kleine nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en containers voor huishoudelijk afval..Ten slotte is afwijken mogelijk voor het bouwen beneden peil, buiten het bouwvlak.
Een belangrijk element van dit artikel is de afwijking van het algemene gebruiksverbod: het bevoegd gezag kan afwijken van het algemeen gebruiksverbod, indien strikte toepassing van het algemene gebruiksverbod leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Wel moet dit andere gebruik aansluiten bij het gebruik conform de bestemming en mag toepassing van de afwijking niet leiden tot een bestemmingswijziging. De algemene procedureregels regelen de procedure die het bevoegd gezag moet volgen als zij wil afwijken. Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht De overgangsregels hebben als doel tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan de rechtstoestand vast te leggen van bouwwerken die op het tijdstip van de inwerking treding van het plan zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden - dat wil zeggen waarvoor vergunning is verleend of nog te verlenen is - en die afwijken van de bouwregels in dit plan. Het tweede lid van dit artikel heeft betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken, voor zover dit gebruik op het tijdstip van inwerking treden van dit bestemmingsplan afwijkt van dit plan. Artikel 13 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam de regels van het bestemmingsplan moeten worden aangehaald: 'Regels bestemmingsplan "Steenzicht en Ruimzicht"'
77
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
78
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Het voorliggende bestemmingsplan maakt planologisch de ontwikkeling van maximaal 310 woningen mogelijk . De bouw is aan te merken als een bouwplan, zoals aangewezen in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Daarom is de gemeente op basis van artikel 6.12 Wro verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via: een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Het bouwplan vindt plaats op percelen welke door de gemeente Den Haag in erfpacht zijn uitgegeven. Bij aanpassing van de erfpachtvoorwaarden ten behoeve van het nieuwe bouwplan wordt door de afdeling Erfpacht suppletie in rekening gebracht. Kostenverhaal voor apparaatskosten en eventuele ingrepen in het openbare gebied dienen nog anderszins te worden verzekerd door het sluiten van een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. Kostenverhaal wordt hier verzekerd via een te sluiten anterieure overeenkomst tussen gemeente en initatiefnemer. Het betreft het kostenverhaal voor apparaatskosten en de aanleg van openbare ingrepen.
Conclusie Omdat het kostenverhaal voor de ontwikkelingen anderszins verzekerd is middels een getekende samenwerkingsovereenkomst en aanvullende eisen niet noodzakelijk zijn, wordt – op grond van artikel 6.12 tweede lid Wro – besloten geen exploitatieplan vast te stellen.
79
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
80
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en inspraak
Artikel 3.1.1 Bro-overleg
Het concept van het ontwerp-bestemmingsplan is op 7 februari 2022 in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan de volgende instanties toegezonden: 1. Provincie Zuid-Holland 2. Rijkswaterstaat West-Nederland 3. Hoogheemraadschap van Delfland 4. Dunea 5. GGD Haaglanden 6. Omgevingsdienst Haaglanden 7. Politie Eenheid Den Haag 8. Veiligheidsregio Haaglanden 9. HTM Personenvervoer NV 10. Tennet Regio West 11. NV Nederlandse Gasunie 12. Stedin B.V Van de volgende instanties is een reactie ontvangen: 1. Provincie Zuid-Holland Inhoud: Geacht college, Inleiding Op 8 februari 2022 hebt u het bovengenoemde voorontwerpbestemmingsplan toegezonden in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (met name Afdeling 3.2, 6.2 en artikel 6.40). In de visie, Programma(s) en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen. Opmerkingen De reactie heeft betrekking op de volgende onderdelen.
Detailhandel In het provinciaal ruimtelijk beleid voor detailhandel geldt als uitgangspunt dat nieuwe detailhandelsontwikkelingen plaatsvinden binnen of aansluitend aan de bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen en wijken. In het provinciaal detailhandelsbeleid zijn er enkele uitzonderingen opgenomen voor de vestiging buiten de centra van vormen van kleinschalige detailhandel (zoals gemakswinkels), ondergeschikte detailhandel en afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen. Het betreffende plangebied beschouwen wij niet als bestaande winkelconcentratie. In het plangebied zijn een kleine supermarkt en een kringloopwinkel gevestigd, beide zouden onder de uitzonderingscategorieën uit de verordening geschaard kunnen worden die buiten een centrum gevestigd mogen worden. Voor de bestaande detailhandel vragen wij een expliciete maatbestemming op te nemen in het plan en de planregels, zodat hiermee voldaan wordt aan de bepalingen voor detailhandel in het provinciaal beleid. Conclusie Op basis van de aangeboden gegevens heb ik geconstateerd dat het plan op bovengenoemde punten onvoldoende rekening houdt met de betrokken provinciale ruimtelijke belangen en ik verzoek u daarom om het plan op deze onderdelen aan te passen. Reactie:
81
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
De conclusie dat geen sprake is van een winkelconcentratie wordt gedeeld. Dit wordt ook niet beoogd. Het bestemmingsplan continueert de in het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie opgenomen detailshandelsbestemming. Hiertoe is in de regels een oppervlaktebeperking opgenomen voor detailhandel van in totaal 400m2, welke overeenkomt met de huidige - beperkte -omvang. Daarmede kan van een, zoals door de provincie voorgestelde expliciete maatbestemming, die mogelijk tot planschadeaanspraken kan leiden, worden afgezien. 3. Hoogheemraadschap van Delfland Inhoud: Geacht college, In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft u het Hoogheemraadschap van Delfland het voorontwerp van het bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht in Den Haag toegezonden. U verzoekt Delfland een reactie kenbaar te maken op het voorontwerp van het bestemmingsplan. Advies Wij geven u graag advies ten aanzien van de wateraspecten in het plan. Specifiek hebben wij opmerkingen over de thema's 'Algemeen', 'Grondwater, 'Waterkwantiteit, 'Juridische borging', 'Klimaatadaptatie' en 'Watervergunning'. Algemeen De beschrijving van het watersysteem in paragraaf 2.3.4 Water is erg summier. In de bijlage bij de Visie toekomstbestendig Haags water is per polder een beschrijving te vinden waarmee de beschrijving kan worden aangevuld.
Graag het waterpeil, een kaart van de watergangen, de grondwaterstanden en de drooglegging vermelden. In paragraaf 3.5. Water mag de Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig niet ontbreken. De Wegwijzer gaat in op het waterbelang middels de koppeling aan de klimaateffecten extreme neerslag, droogte, hitte en het afgeleide effect bodemdaling. Daarbij heeft het gehanteerde principe 'groen-tenzij' een positief effect voor het waterbelang. Wij verzoeken u om in deze paragraaf ook de kaders voor de waterhuishouding uit de Nota van Uitgangspunten te benoemen. In het document Watertoets door Antea staat in paragraaf 3.3. 'gemeente Delft' waar 'gemeente Den Haag' wordt bedoeld. Grondwater In de watertoets van Antea staat in paragraaf 2.4 Grondwater (blz. 251 e.v. van het pdf) dat er veenlagen in de bodem aanwezig zijn. Wij verzoeken u een beschrijving toe te voegen van de zettingsgevoeligheid van het gebied en de effecten daarvan op het watersysteem voor de periode tot 2050 en de periode 2050-2100. In de watertoets van Antea, paragraaf 5.2 Grondwater (blz. 267 van het pdf). Wat zijn de effecten van de klimaatverandering met name bij extreme neerslag en droogte? Ook in relatie tot mogelijke bodemdaling. Waterkwantiteit De berekende hoeveelheid waterberging is nog niet akkoord en de compensatie is nog niet voldoende geborgd. In onderstaande reactie wordt dit toegelicht.
In de watertoets van Antea, paragraaf 5.1 Oppervlakteverdeling graag onderstaande geel gemarkeerde regel onderbouwen. Wordt het binnenterrein een groen dak op een parkeergarage, dan geldt het als 100% verhard. Is dit volle grond, dan lijkt me de hoeveelheid verharding te laag. Dit graag ook nader uitwerken in paragraaf 5.2 en 5.3. voor de waterbergingsopgave.
82
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
In de watertoets van Antea, paragraaf 5.3 Waterbergingsopgave (blz. 267 e.v. van het pdf) graag het volgende verwerken: Voor deze ontwikkeling geldt een wateropgave ter compensatie van toenemende verharding. Hierbij heeft Delfland een duidelijke voorkeur voor compensatie door het graven van extra oppervlaktewater. Indien compensatie in oppervlaktewater aantoonbaar niet mogelijk is, kan als alternatief voor vasthoudmaatregelen gekozen worden. Vanwege het belang voor de waterhuishouding hanteert Delfland richtlijnen bij de beoordeling van vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding. Deze zijn te vinden op www.hhdelfland.nl/over-ons/beleid/beleid/. Daarbij is het belangrijk, dat de gekozen maatregel goed functioneert, past binnen het gebied en ook op de lange termijn betrouwbaar is. De eigenaar van het perceel is immers zelf volledig verantwoordelijk voor de aanleg, het functioneren en het in standhouden van de voorziening. Voor de berekening van de waterbergingsopgave conform de Wegwijzer dient het totaal oppervlak van de kavel gehanteerd te worden, 20.000 m2. Daarmee zal de opgave veranderen. Juridische borging In dit geval is nog geen duidelijke keuze gemaakt hoe de wateropgave wordt ingevuld. De compensatie ligt mogelijk buiten de grenzen van dit planologische kader.
Het is daarmee terecht dat er een voorwaardelijke verplichting is opgenomen in artikel 8 Algemene bouwregels. Wij verzoeken u om in de regels ook de onderstaande 3 overwegingen te verwerken: - De grootte van de waterbergingsopgave is echter nog niet juist berekend en zal wijzigen. - Indien gekozen wordt voor vasthoudmaatregelen, dan dient in de betreffende bestemming deze waterberging te worden opgenomen, inclusief de prestatie-eisen, de instandhoudingsplicht, het beheer en het onderhoud. - voor toetsing op de invulling van de wateropgave dient advies te worden gevraagd aan het waterschap. Daarmee lijkt een getrapte formulering wellicht een optie: in het bouwvlak dient waterberging in de bestemming te worden opgenomen. Daarvan kan worden afgeweken indien aangetoond wordt dat de waterberging wordt ingevuld door open water. Klimaatadaptatie Zoals benoemd in het document Watertoets van Antea, hebben Delfland en gemeente Den Haag zich
83
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
met ondertekening van het "Convenant klimaatadaptief bouwen" gecommitteerd om de huidige bouwopgave klimaatadaptief te ontwikkelen: verminderen van de kans op wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en vergroten van de biodiversiteit, zie ook https://bouwadaptief.nl/. Uit de daarvoor opgestelde Minimale Eisen hebben de volgende aspecten een directe relatie met de waterhuishouding. Deze zijn ook verwerkt in de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig. Wij verzoeken u in de onderbouwing toe te lichten hoe onderstaande aspecten in het plan worden verwerkt: Hevige neerslag leidt niet tot schade aan infrastructuur, gebouw, eigendommen of groen in de bebouwde omgeving: • In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (90 mm 1/250 jaar). Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de bebouwde omgeving: 2. • De inrichting van het gebied is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de beschikbaarheid van zoetwater tijdens droogte. 3. • Er wordt naar gestreefd, dat 50% van de jaarlijks gemiddelde neerslag in het plangebied geïnfiltreerd wordt. Watervergunning Naast advisering in het kader van de watertoets over dit bestemmingsplan is een watervergunning nodig voor de aanleg van open water.
Gezien de onduidelijkheid over de onderbemaling rondom de sportvelden, adviseer ik u hierover contact op te nemen met de afdeling Regulering en Planadvisering als vooroverleg over de watervergunning via deze link: www.hhdelfland.nl/regelen/vergunning-aanvragen/. Voor meer informatie of vragen kunt u zich wenden tot de contactpersoon, vermeld onderaan het voorblad van deze brief. Reactie: Naar aanleiding van deze brief heeft nader overleg plaatsgevonden tussen Hoogheemraadsschap, initiatiefnemer en namens de gemeente de Antea-group, die de Watertoets heeft opgesteld. Dit overleg heeft geleid tot overeenstemming over tekstuele aanpassingen..Deze aanpassingen zijn in voorliggend ontwerpbestemmingspan en de daarbij als bijlage opgenomen Watertoets verwerkt. 6. Omgevingsdienst Haaglanden Inhoud: Uw heeft verzocht ons te adviseren in het kader van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening. Het gaat om het wettelijke vooroverleg omtrent het concept- bestemmingsplan 'Steenzicht en Ruimzicht' met IMRO code NL.IMRO.0518.BP0367BRuimzicht-20CO. Wij hebben in het kader van externe veiligheid en geluid naar uw plan gekeken. Hoofdstuk 4.3 (Externe veiligheid) van de toelichting geeft geen aanleiding tot opmerkingen. In de Toelichting H4.4 (Geluid) worden de geluidgevoelige objecten opgesomd met verwijzing naar de Wet geluidhinder. De geluidregelgeving is echter gewijzigd.
De in artikel 1 van de Wet bedoelde 'andere geluidgevoelige gebouwen' worden nu aangewezen in het Besluit geluidhinder, artikel 1.2 lid 1, die we volledigheidshalve hieronder vermelden: a. een onderwijsgebouw; b. een ziekenhuis; c. een verpleeghuis; d. een verzorgingstehuis; e. een psychiatrische inrichting; f. een kinderdagverblijf. De uitzondering voor bijvoorbeeld een gymnastieklokaal is nu geregeld in art. 1.1, onderdeel d van dit
84
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
Besluit, waarin de geluidgevoelige verblijfsruimten zijn benoemd. In lid 3 worden als geluidgevoelig terrein aangewezen: a. een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag*, en b. een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen. *In artikel 1 lid j van de Wet op de huurtoeslag staat (voor de volledigheid): j. standplaats: kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten Wij adviseren om de tekst aan te passen met vermelding van de te beschermen 'andere geluidgevoelige objecten' zoals die in de huidige regeling worden opgesomd. Voor het onderdeel wegverkeerslawaai wordt in de Toelichting in H4.4 niet specifiek op de ontwikkeling ingegaan. De ontwikkeling is gelegen binnen de geluidzone van één of meerdere wegen in de omgeving. Vanwege de ontwikkeling van nieuwe woningen binnen het gedeelte "Steenzicht" en een toename van het aantal woningen binnen het plan "Ruimzicht" betreft het plan een nieuwe situatie in de zin van de Wet geluidhinder. Het is derhalve noodzakelijk dat er een akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op het plan. Reactie: De tekst van Hoofdstuk 4.4 van de toelichting is aangepast.
Het akoetisch onderzoek is verricht en opgenomen in de van de bijlage deeluitmakende aanmeldnotitie M.E.R.-beoordeling. Op basis van dat onderzoek wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige effecten ten aanzien van geluid zijn uitgesloten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. 8. Veiligheidsregio Haaglanden Inhoud: Geacht College, U heeft de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) op 7 februari 2022 verzocht om advies uit te brengen over de externe veiligheid omtrent het concept ontwerp bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht te Den Haag. In deze brief treft u het advies aan. Het stedenbouwkundig plan voor dit bestemmingsplan bestaat uit twee onderdelen, namelijk Ruimzicht en de bouwblokken langs Steenzicht. De gebieden zijn verschillend in programmering. Ruimzicht In het hart van de Zichten liggen twee woonblokken aan de straten Ruimzicht en Het Zicht. Deze blokken hebben woningen boven winkel- en bedrijfsruimtes. De ambitie is deze twee blokken middels een casco-renovatie weer toekomstbestendig te maken. Daarnaast is het uitgangspunt de blokken ter plaatse van de begane grond uit te breiden in het middengebied, waardoor de hoeveelheid bedrijfs- en maatschappelijke ruimte in de buurt toeneemt. Steenzicht Binnen het stratenpatroon wordt de strokenverkaveling getransformeerd naar halfopen bouwblokken.
Uitgangspunt is het organiseren van de diverse woningtypes en bijbehorende functies in orthogonale of haakvormingen gebouwen rondom een groene collectieve binnentuin: een ontmoetingsplaats voor bewoners en een veilige speelplek voor kinderen. Onder de binnentuin liggen de parkeerplaatsen en gezamenlijke fietsenstalling. Risicobronnen In het kader van fysieke en externe veiligheid zijn het plangebied en de directe omgeving beschouwd op de aanwezigheid van risicobronnen met de opslag, het transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen.
85
bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht (concept)
Geconstateerd is dat het plangebied niet in het invloedsgebied ligt van transportroutes gevaarlijke stoffen, buisleidingen of objecten waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen of andere relevante externe veiligheid wet- of regelgeving van toepassing is. De uitvoering van dit bestemmingsplan leidt daarom niet tot een noemenswaardige toename of afname van bestaande risico's. De Veiligheidsregio Haaglanden heeft op basis hiervan besloten om in het kader van externe veiligheid geen specifieke adviezen uit te brengen met betrekking tot dit bestemmingsplan. Incidentbestrijding door hulpdiensten In verband met de ruimtelijke inrichting van het plangebied is het voor de hulpdiensten van belang dat voor de bereikbaarheid (1) en bestrijdbaarheid (2) van incidenten, de toegankelijkheid, opstelplaatsen en bluswatervoorzieningen voor dit plangebied voldoende zijn. Voor wat betreft de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van incidenten zijn de toegankelijkheid, opstelplaatsen en bluswatervoorziening(en) nu voldoende, dit dient wel geborgd te worden in de toekomst. Om dit te borgen wordt geadviseerd om tijdig contact op te nemen met de risicobeheerder(s) in de wijk.Aandachtspunten zijn de bereikbaarheid van de binnentuinen en bouwblokken voor de hulpdiensten en de afstand van de bebouwing tot de bluswatervoorziening(en). Tot slot.
Het is belangrijk dat bij de verdere uitwerking van het plangebied, zoals bij (vervangende) nieuwbouw, ook specifiek wordt gekeken naar de brandveiligheid. Hiervoor kunnen extra maatregelen benodigd zijn. Reactie: Onder dankzegging voor de inhoudelijke reactie wordt opgemerkt, dat bij de verdere bouwplanuitwerking en inrichting van het openbaar gebied met de geadviseerde maatregelen rekening zal worden gehouden. 10. Tennet Regio West Inhoud: Geachte heer, mevrouw, Hartelijk dank voor de toezending van bovengenoemd plan. Binnen de grenzen van dit plan heeft TenneT (na een eerste beoordeling) noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. Wij hebben dan ook geen opmerkingen op genoemd plan en wensen u veel succes bij de verdere uitwerking hiervan. Reactie: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 11. NV Nederlandse Gasunie Inhoud: Geachte heer / mevrouw, Bij e-mailbericht van dd 7 februari 2022 heeft Gasunie, namens u, het bovengenoemd voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 Bro, ontvangen. Het voornoemde plan is door ons getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor onze aardgastransportleidingen, zoals bepaald in het per 1 januari 2011 in werking getreden Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).