CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312274 Bijlage

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen Vervolgvragen Afsluiting Zuiderpark voor Invictus Games (RIS312274)3.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuurtoets Jaguar Landrover Driving Challenge Invictus Games 2020, Zuiderpark Den Haag 23 augustus 2019

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

Verantwoording Titel

Natuurtoets Jaguar Landrover Driving Challenge

Opdrachtgever

JaguarLandrover

Projectleider

Tim Vaessen MSc

Auteur(s)

Adrie van Hooff

Projectnummer

1271780

Aantal pagina’s

22

Datum

23 augustus 2019

Handtekening

Colofon Tauw bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 824 E info.utrecht@tauw.com

2/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

Inhoud 1

2

3

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1

Doel .................................................................................................................................... 4

1.2

Wetgeving .......................................................................................................................... 4

1.3

Te beschouwen onderdelen Wnb ...................................................................................... 4

1.4

Werkwijze ........................................................................................................................... 5

1.5

Kwaliteit .............................................................................................................................. 5

1.6

Uitgangspunten .................................................................................................................. 6

Situatie en beoogde activiteiten................................................................................................. 7 2.1

Huidige situatie ................................................................................................................... 7

2.2

Beoogde activiteiten ......................................................................................................... 11

Soortenbescherming ............................................................................................................... 16 3.1

Beschermingsregime en bepalingen ................................................................................ 16

3.2

Vrijstellingen ..................................................................................................................... 16

3.3

Zorgplicht ......................................................................................................................... 17

3.4

Literatuuronderzoek ......................................................................................................... 18

3.5

Effecten ............................................................................................................................ 18

3.5.1

Flora .......................................................................................................................... 18

3.5.2

Grondgebonden zoogdieren ..................................................................................... 18

3.5.3

Vleermuizen .............................................................................................................. 19

3.5.4

Broedvogels .............................................................................................................. 19

3.5.5

Amfibieën, reptielen en vissen .................................................................................. 20

3.5.6

Libellen, vlinders en overige ongewervelden ............................................................ 20

4

Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 21

5

Literatuur ................................................................................................................................. 22

3/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat achtergrondinformatie over het doel van de toetsing, de relevante natuurwetgeving, de wijze van kwaliteitsborging en de te hanteren uitgangspunten voor toetsing.

1.1

Doel

In opdracht van JaguarLandrover heeft Tauw onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wet Natuurbescherming voor de Driving Challenge tijdens de Invictus Games 2020 in het Zuiderpark te Den Haag. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde ontheffingen kunnen worden verleend. In de rapportage worden de volgende vragen beantwoord: • •

Welke onderdelen van de Wet natuurbescherming (hierna te noemen Wnb) zijn van belang? In hoeverre is de beoogde ontwikkeling (mogelijk) strijdig met de Wnb?

• •

Zijn maatregelen en/of een ontheffing nodig? Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering?

1.2

Wetgeving

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna te noemen “Wnb”) in werking. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het “nee, tenzij-principe“. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling.

1.3

Te beschouwen onderdelen Wnb

Wnb soortenbescherming Vanwege de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten is de Wnb onderdeel soortenbescherming van toepassing. Wnb gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Westuinpark & Wapendal. Dit Natura 2000-gebied ligt op ongeveer 2 km afstand van het plangebied. Gelet op de afstand, de ligging (ten oosten van het plangebied met tussenliggende stedelijke bebouwing van Den Haag) en het tijdelijke en kleinschalige karakter van de activiteiten worden negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied niet verwacht. Effecten op andere Natura 2000-gebieden zijn gelet op de afstand eveneens uitgesloten. Het is daarom niet nodig om te toetsen aan de Wnb onderdeel gebiedsbescherming.

4/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

Wnb houtopstanden De bescherming van houtopstanden is niet van belang, omdat er geen bomen worden gekapt. Overige gebiedsbescherming Het Natuurnetwerk Nederland wordt gewaarborgd onder de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Het plangebied ligt op ten minste 2 km afstand van het Natuurnetwerk Nederland. In de provincie Zuid-Holland geldt geen externe werking. Activiteiten buiten het Natuurnetwerk hoeven daarom niet te worden getoetst. Bovendien zijn in dit geval effecten door externe werking uitgesloten gelet op de afstand en ligging van het Natuurnetwerk. De gemeente Den Haag heeft Ecologische Verbindingszones vastgesteld. In de Nota EVZ wordt het Zuiderpark als kerngebied aangewezen met de volgende beschrijving: Het Zuiderpark heeft van oudsher een belangrijke recreatieve functie en heeft een voornamelijk cultuurlijke inrichting. Het heeft een betekenis voor algemene soorten van bossen en parken, zoals egel, konijn, vos, vleermuizen en vogels van struweel en bos. De genoemde soorten zijn beschermd door de Wnb soortenbescherming. Een toetsing aan het gemeentelijk beleid aangaande Ecologische Verbindingszones is daarom niet nodig. Conclusie Gelet op het voorgaande is alleen een toetsing aan de Wnb soortenbescherming nodig.

1.4

Werkwijze

De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten is bepaald aan de hand van de volgende gegevens: • • •

Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data (zie ook hoofdstuk 4) Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Natuurkaart van Tauw (www.tauw.nl/natuurkaart)

•

Een oriënterend veldbezoek op 23 augustus 2019

Het doel van de literatuurstudie is om na te gaan welke beschermde soorten en gebieden in of in de omgeving van het plangebied kunnen voorkomen. De ecoloog controleert tijdens het oriënterende veldbezoek of de locatie voldoet aan eisen die soorten aan hun leefomgeving stellen. Ook kijkt de ecoloog naar aanwijzingen van de aanwezigheid (zichtwaarnemingen en sporen van terreingebruik, zoals holen, uitwerpselen, haren, prooi- of voedselresten).

1.5

Kwaliteit

Voor soortenbescherming is een volledige garantie over de aanwezigheid niet te geven. Door inzet van deskundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Mede in dit kader is Tauw aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, een samenwerkingsverband van adviesbureaus die ecologisch advies geven en ecologisch onderzoek verrichten.

5/22

Kenmerk

1.6

R001-1271780AIH-V01

Uitgangspunten

Op dit moment ligt de precieze route nog niet vast. De route komt wel te liggen binnen het onderzochte gebied aangegeven in figuur 2.1. Hierdoor zijn ook eventuele wijzigingen in de route getoetst aan de natuurwetgeving, waarbij wel de volgende uitgangspunten gelden: • •

Er worden geen bomen gekapt. De activiteiten vinden plaats bij daglicht.

6/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

2 Situatie en beoogde activiteiten Dit hoofdstuk bevat achtergrondinformatie over de huidige situatie en de beoogde activiteiten.

2.1

Huidige situatie

Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het ligt in het Zuiderpark te Den Haag. Het Zuiderpark is een volkspark uit de jaren 20. Veel bewoners gebruiken het park om te wandelen, sporten, picknicken etc. Er zijn vele evenementen in het park waaronder het grootste gratis festival van Europa, Parkpop. Het park heeft grasweides, aangelegde tuinen, vijvers en speelplaatsen. In het park zijn vele bijzondere en oude bomen aanwezig. Figuren 2.2 /m 2.4 geven een sfeerimpressie van het gebied.

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied. Rood omlijnd is het onderzochte gebied. De conclusies in dit rapport gelden voor een parcours binnen dit rood omlijnde gebied. In figuur 2.5 staat de plattegrond van de activiteit weergegeven.

7/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

Figuur 2.2 De grasvelden binnen het plangebied worden veel betreden door recreanten en tijdens evenementen. Op verschillende plekken in het gras is schade door betreding zichtbaar (onder).

8/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

Figuur 2.3 Oevers in het plangebied zijn beschoeid (links boven), in het water zijn geen vegetaties aanwezig. Op land groeit naast gras vooral brandnetel (rechts boven) met een paar locaties met koninginnenkruid (onder).

9/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

Figuur 2.4 In het plangebied zijn ruiterpaden aanwezig. In deze toetsing is ervan uitgegaan dat bij gebruik van deze paden geen bomen gekapt worden. Eventueel moeten lagere begroeiingen en struweel wel worden verwijderd aangezien delen van paden dicht begroeid zijn (zie links boven). In deze toetsing is daarom onderzocht of deze begroeiing verwijderd kan worden (zie hoofdstuk 3). Op een ruiterpad ligt een dode boom (rechts boven en onder). In deze toetsing is onderzocht of deze (tijdelijk verwijderd) kan worden (zie verder hoofdstuk 3).

10/22

Kenmerk

2.2

R001-1271780AIH-V01

Beoogde activiteiten

Figuur 2.5 geeft de plattegrond van de Driving Challenge weer. In de daarop volgende figuren wordt aangegeven welke elementen (obstacles) corresponderen met de nummers op de plattegrond. De Driving Challenge vindt plaats tijdens de Invictus Games van 9 tot en met 16 mei. De opbouwwerkzaamheden starten vanaf 27 april 2020. De afbouw start op 17 mei en duurt ongeveer een week waarna het terrein weer in zijn originele staat wordt opgeleverd.

Figuur 2.5 Plattegrond Driving Challenge

11/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

12/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

13/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

14/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

15/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

3 Soortenbescherming In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de vraag of beschermde plant- en diersoorten door de beoogde activiteiten kunnen worden geschaad. Indien schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing noodzakelijk is.

3.1

Beschermingsregime en bepalingen

In de Wnb zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wnb kent drie beschermingsregimes: • Vogels: het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de vogelrichtlijn • •

Dieren en planten: het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn Nationale soorten: het gaat hier om de soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd

Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. De bepalingen zijn samengevat in tabel 3.1. De bepalingen voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie ZuidHolland kan een ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10.

3.2

Vrijstellingen

In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie “Nationale soorten”, zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Zuid-Holland heeft bevoegdheid om bij verordening deze soorten “vrij te stellen” van de ontheffingsplicht . Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. De vrijstelling geldt niet voor evenementen. Vrijgestelde soorten zijn daarom wel meegenomen in deze toetsing.

16/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

Tabel 3.1 Verbodsbepalingen soortenbescherming onder de Wnb

Verbodsbepaling

A

B

C

D

E

Vogels Vrl

Dieren

Planten

Dieren

Planten

Hrl/

Hrl/

(‘nationaal’)

(‘nationaal’)

Bonn/Bern

Bonn/Bern

Dieren of planten: Doden of vangen

3.1.1

3.5.1

Storen / verstoren

3.1.4 (tenzij

3.5.2

3.10.1.a

3.1.5) Plukken, verzamelen, afsnijden,

3.5.5

3.10.1.c

ontwortelen of vernielen Onder zich hebben of vervoeren

3.2.6

3.6.2

3.6.2

Plaatsen: Vernielen, beschadigen of wegnemen

3.1.2

nesten Beschadigen of vernielen

3.5.4

voortplantingsplaatsen Beschadigen of vernielen rustplaatsen

3.10.1.b (vaste vp)

3.1.2

3.5.4

3.10.1.b (vaste rp)

Eieren: Vernielen (of –Vrl- beschadigen)

3.1.2

3.5.3

Rapen

3.1.3

3.5.3

Onder zich hebben

3.1.3

Toelichting: •

Codes verwijzen naar wetsartikelen Wet natuurbescherming

•

Oranje

verbodsbepaling geldt alleen wanneer sprake is van opzet

•

Rood

verbodsbepaling geldt in alle gevallen, ook wanneer geen sprake is

3.3

Zorgplicht

De zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten: 1. Achterwege gelaten worden, of 2. Noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. Deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is daarnaast van toepassing op beschermde gebieden.

17/22

Kenmerk

3.4

R001-1271780AIH-V01

Literatuuronderzoek

De volgende soortgroepen (zie tabel 3.2) zijn, op grond van het literatuuronderzoek, in de omgeving van het plangebied waargenomen. Tabel 3.2 Soorten in de omgeving van het plangebied Soortgroep

Aanwezige soorten in omgeving

Flora

Geen beschermde soorten.

Grondgebonden zoogdieren

Algemene soorten zoals muizen, spitsmuizen, egel, haas, konijn en vos.

Vleermuizen

Verschillende soorten waaronder gewone en ruige

Vogels

Verschillende soorten van bossen, parken en water.

Vogels jaarrond beschermd

Buizerd, sperwer, ransuil, huismus

Amfibieën en reptielen

Algemene soorten amfibieën als gewone pad, bruine

dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis.

kikker en kleine watersalamander. Geen soorten reptielen. Vissen

Geen beschermde soorten.

Vlinders, libellen en overige ongewervelden

Geen beschermde soorten.

3.5

Effecten

3.5.1 Flora Gelet op de verspreidingsgegevens en het aanwezige biotoop, is de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten. Er is daarom geen ontheffing van de Wnb nodig. Wel dient rekening gehouden te worden met de zorgplicht. Hieraan wordt voldaan doordat de organisatie de volgende maatregelen treft. Zorgplicht maatregelen: • Er worden zo weinig mogelijk planten en struweel verwijderd. • •

Waar mogelijk wordt materieel met een lage gronddruk gebruikt (voorkomt schade door bodemverdichting). Met het parkbeheer wordt afgestemd of herzaaien of herplanten nodig is.

3.5.2 Grondgebonden zoogdieren In het park kunnen verschillende soorten zoogdieren voorkomen zoals muizen, spitsmuizen, egel, haas, konijn en vos. Van al deze soorten zijn ook waarnemingen bekend. Tijdens het veldbezoek zijn jonge konijnen aangetroffen op de grasvelden van het park (buiten het plangebied). Deze soorten zijn gewend aan de vele activiteiten die plaatsvinden in het park waaronder grootschalige evenementen. Bovendien geldt voor deze soorten geen verbod op verstoring. Voor deze soorten geldt wel een verbod op vernietigen van verblijfplaatsen. De verblijfplaatsen worden, gelet op het biotoop en het huidige gebruik, niet verwacht op de route van de Driving Challenge. Er is daarom geen ontheffing van de Wnb nodig. Wel dient rekening gehouden te worden met de zorgplicht. Hieraan wordt voldaan doordat de organisatie de volgende maatregelen treft.

18/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

Zorgplicht maatregelen: •

Voorafgaand aan de opbouw wordt door een deskundige een veldbezoek afgelegd om te contoleren op verblijfplaatsen van zoogdieren. Indien nodig worden maatregelen getroffen om schade aan verblijfplaatsen te voorkomen.

3.5.3 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Vleermuizen zijn strikt beschermd, er geldt niet alleen een verbod op aantasting van verblijfplaatsen maar ook het verstoren van vleermuizen is verboden. Er zijn drie typen leefgebied van vleermuizen te onderscheiden: verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. Verblijfplaatsen bevinden zich, afhankelijk van de soort, in woningen of in bomen. Foerageergebieden zijn groen- of waterstructuren zoals struweel, bomenrijen en watergangen. Vliegroutes worden gevormd door lijnvormige elementen zoals bomenrijen, randen van bebouwing en watergangen. Het Zuiderpark heeft vele oude bomen met geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. De activiteit laat deze verblijfplaatsen onaangetast. Binnen de verblijfplaatsen treedt geen verstoring op door geluid, licht of optische verstoring. Foerageergebieden en vliegroutes blijven tevens onaangetast. Er worden namelijk geen bomen gekapt en potentiele vliegroutes en foerageergebieden blijven onverlicht. De activiteiten vinden bovendien bij daglicht plaats wanneer vleermuizen niet actief zijn. Effecten op vleermuizen zijn daarom uitgesloten. Maatregelen of een ontheffing van de Wnb zijn niet nodig. 3.5.4

Broedvogels

Vogels zijn strikt beschermd, er geldt niet alleen een verbod op aantasting van verblijfplaatsen maar ook het verstoren van jaarrond beschermde nesten of broedende vogels is verboden Vogels met jaarrond beschermde nesten De nesten van deze soorten zijn het hele jaar beschermd, evenals de functionele leefomgeving rondom het nest. Het Zuiderpark biedt geschikt leefgebied voor soorten uit stadparken zoals buizerd, sperwer, ransuil en huismus. Een fysieke aantasting van nesten van deze soorten is uitgesloten, aangezien er geen bomen worden gekapt of gebouwen worden gesloopt. Mogelijke effecten beperken zich tot verstoring. Dit wordt in de volgende alinea behandeld. Tijdens het broedseizoen beschermde vogels De nesten van deze soorten zijn beschermd als ze als broedlocatie in gebruik zijn. Bij het oriënterende veldbezoek zijn geschikte nestlocaties van broedvogels aangetroffen, namelijk de bomen, het struweel en de oevers in het plangebied. In het plangebied komen veel soorten vogels voor die tijdens de activiteit aan het broeden kunnen zijn. Dit zijn o.a. vogels van bossen en parken waaronder vele kleine zangvogels maar ook spechten en watervogels zoals meerkoet en fuut.

19/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

Vogels kunnen gedurende het gehele jaar tot broeden komen. Het is daarom zaak om hier voorafgaand aan het werk rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart t/m juli (dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen). Het verwijderen van struweel en vegetatie vindt plaats buiten het broedseizoen of nadat een deskundige heeft aangetoond dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Een controle op nesten van broedvogels is voorafgaand aan de opbouw noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen. Indien een broedgeval aanwezig is, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, mogelijk afgeschermd met een zichtdicht hek. De breedte van deze zone dient door een ter zake kundige te worden bepaald. Gelet op voorgaande maatregel wordt de wet niet overtreden en is er geen ontheffing nodig. 3.5.5 Amfibieën, reptielen en vissen In het Zuiderpark komen geen reptielen voor. Het water binnen het plangebied is niet geschikt voor amfibieën onder andere vanwege de beschoeiing (zie figuur 2.3), het ontbreken van watervegetatie en de waterkwaliteit. Buiten het plangebied in het noorden van het park, in de zogenoemde Groene Boog, zijn wel geschikte wateren voor amfibieën. In de omgeving van deze wateren kunnen de amfibieën ook op land voorkomen. Binnen het plangebied wordt dit niet verwacht.

Het aanwezige water is geen geschikt biotoop voor beschermde vissoorten. Effecten op beschermde vissoorten zijn daarom uitgesloten. Niet-beschermde vissoorten worden mogelijk verstoord door het rijden door het water. Dit gebeurt echter op een weg die op palen rust (zie obstacle 6, hoofdstuk 2). De vissen hebben voldoende tijd en ruimte om weg te vluchten. De bodem en het water onder de weg blijven grotendeels onbeïnvloed. Hierdoor wordt voldoende rekening gehouden met de zorgplicht. Maatregelen of een ontheffing van de Wnb zijn niet nodig. 3.5.6 Libellen, vlinders en overige ongewervelden Gelet op het biotoop en verspreidingsgegevens worden in het Zuiderpark worden geen beschermde soorten verwacht. In het park zijn met name de bloemrijke tuinen van belang voor vlinders en insecten zoals bijen. Deze blijven onaangetast. Het water is geen geschikt leefgebied voor libellen, bovendien is de verstoring in het water minimaal (zie hiervoor bij vissen). Hierdoor wordt voldoende rekening gehouden met de zorgplicht. Maatregelen of een ontheffing van de Wnb zijn niet nodig.

20/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

4 Conclusies en aanbevelingen In opdracht van JaguarLandrover heeft Tauw onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wet Natuurbescherming voor de Driving Challenge tijdens de Invictus Games 2020 in het Zuiderpark te Den Haag. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de bepalingen als opgenomen in de Wnb, of als de benodigde ontheffingen worden verleend. Welke onderdelen van de Wet natuurbescherming (hierna te noemen Wnb) zijn van belang? Alleen de Wnb onderdeel soortenbescherming is van belang. Zijn maatregelen en/of een ontheffing nodig? Voor de activiteit is geen ontheffing van de Wnb nodig. Door onderstaande maatregel wodt voorkomen dat de wet wordt overtreden: •

Een controle op nesten van broedvogels is voorafgaand aan de opbouw noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen. Indien een broedgeval aanwezig is, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, mogelijk afgeschermd met een zichtdicht hek. De controle en het afschermen worden uitgevoerd of vinden plaats onder toezicht van een deskundige.

In het kader van de zorgplicht worden de volgende maatregelen genomen: • • •

Er worden zo weinig mogelijk planten en struweel verwijderd. Met het parkbeheer wordt afgestemd of herzaaien of herplanten nodig is. Het verwijderen van struweel en vegetatie vindt plaats buiten het broedseizoen (maart t/m

•

juli) of nadat een deskundige heeft aangetoond dat geen broedende vogels aanwezig zijn of het verwijderen niet leidt tot het verstoring van broedende vogels. Waar mogelijk wordt materieel met een lage gronddruk gebruikt (voorkomt schade door

•

bodemverdichting). Voorafgaand aan de opbouw wordt door een deskundige een veldbezoek afgelegd om te contoleren op verblijfplaatsen van zoogdieren. Indien nodig worden maatregelen getroffen om schade aan verblijfplaatsen te voorkomen. Dit veldbezoek kan gecombineerd worden met de broedvogelcontrole.

Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering? Gelet op voorgaande maatregelen kan het evenement doorgang vinden zoals gepland.

21/22

Kenmerk

R001-1271780AIH-V01

5 Literatuur Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff & de Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland. Verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dijkstra, K.B., Kalkman, V.J., Ketelaar, R., van der Wiede, M.J.T., 2002. De Nederlandse libellen (odonata). Nederlandse fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Broekhuizen S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff & de Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland. Verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Herder J.E., A. van Diepenbeek & R.C.M. Creemers, 2013. Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën 2013. Rapport 2013-010. Stichting RAVON, Nijmegen. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2014. Soortenstandaarden, Ministerie van Economische Zaken van Dijk A.J. & Boele A. 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek.

SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, Vleermuisprotocol 2013, 27 maart 2013. Geraadpleegde internetwebsites: www.ndff.nl www.floron.nl www.libellennet.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlindernet.nl www.zoogdiervereniging.nl

22/22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11676597/1