RIS312254 RM Uitspraak rechtbank over kamerbewoningsbeleid
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
DSO/10313216 RIS312254 Contactpersoon
E. van den Berg Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Wonen Telefoonnummer Datum
14070
17 mei 2022
E-mailadres
etienne.vandenberg@denhaag.nl
Onderwerp
Uitspraak rechtbank over kamerbewoningsbeleid
+ Geachte voorzitter, Op 10 februari 2022 heeft er een zitting plaatsgevonden bij de rechtbank over acht aangespannen rechtszaken die betrekking hebben op de gewijzigde ‘Beleidsregel omzettingsvergunning Den Haag 2020’ (RIS305540; hierna: de beleidsregel) en de, op basis van deze beleidsregel, in heroverweging geweigerde omzettingsvergunningen. Op 26 april 2022 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in deze rechtszaken die toezien op de in juni 2020 gewijzigde beleidsregel en het kamerbewoningsbeleid tot 1 juni 2021. Via deze raadsmededeling informeren wij u over de uitspraken van de rechtbank. Wat hield de beleidsregel in? In 2020 was een omzettingsvergunning verplicht om een zelfstandige woonruimte om te mogen zetten naar onzelfstandig woonruimten (kamerbewoning). In 2020 is, op basis van het nieuw gesloten coalitieakkoord 2019-2022 ‘Samen voor de stad’ (RIS304121) en de gezamenlijke wens van college en raad, gestart met het opstellen van nieuw beleid voor kamerbewoning. In afwachting van dit nieuwe beleid is door het college, gezien de problematiek rond kamerbewoning in tien kwetsbare wijken, een verbod op nieuwe kamerbewoning in deze wijken afgekondigd op basis van schaarste. De raad heeft vervolgens bij motie verzocht dit verbod op kamerbewoning in heel de stad in te stellen op basis van leefbaarheidsoverwegingen (RIS305322).
Het college heeft destijds aangegeven dat de wens van de raad juridisch kwetsbaar was, mede op grond van een extra juridische analyse die het college destijds heeft laten uitvoeren. Uiteindelijk heeft de raad, ondanks het negatieve juridische advies, de motie aangenomen. Het college heeft daarop uitvoering gegeven aan de motie en de gewijzigde beleidsregel ingevoerd (RIS305322). De beleidsregel is van kracht geweest in de periode van 22 juni 2020 tot en met 1 juli 2021. Daarin is opgenomen dat er in heel de stad geen omzettingsvergunningen werden verleend voor kamerbewoning vanaf vier personen. De onderbouwing daarvoor was dat omzettingsvergunningen zouden leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op het geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van betreffende pand, wanneer er vier of meer personen van verschillende huishoudens samen in een zelfstandige woonruimte wonen, omdat dit gevolgen heeft voor het wooncomfort, de leefbaarheid en sociale cohesie in woonwijken. Waar gingen de rechtszaken over? De acht rechtszaken zijn aangespannen door partijen aan wie vóór de invoering van de beleidsregel een vergunning is verleend voor het omzetten van een zelfstandige woning naar onzelfstandige woonruimten. Tegen de verleende vergunningen hebben omwonenden destijds bezwaar aangetekend.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/ 10313216
Tijdens deze bezwaarprocedures is de beleidsregel inwerking getreden en zijn de eerdere genomen besluiten aan deze beleidsregel getoetst. Het bezwaar van de omwonenden is vervolgens gegrond verklaard. Het college heeft daarbij de primaire besluiten herroepen, de verleende omzettingsvergunningen ingetrokken en de aanvragen alsnog afgewezen. Tegen die besluiten hebben de acht partijen beroep aangetekend bij de rechtbank. Naar aanleiding daarvan zijn ook schriftelijke vragen gesteld die door het college zijn beantwoord (RIS310806). Uitspraak rechtbank Op 26 april 2022 heeft de rechtbank uitspraak gedaan inzake de in heroverweging geweigerde omzettingsvergunningen. De rechtbank heeft alle zaken gevoegd behandeld en in alle zaken is het beroep gegrond verklaard[1]. In het kort concludeert de rechtbank dat er destijds geen grond was om op basis van leefbaarheid een volledige (stadsbrede) stop op kamerbewoning in te voeren. Volgens de rechter was er geen deugdelijke onderbouwing aanwezig om de beleidsregel stadsbreed in te voeren. De rechtbank stelt bovendien dat de gemeente destijds weliswaar goed onderbouwd heeft waarom op basis van schaarste een vergunningplicht voor kamerbewoning bij woningen in het goedkope en middensegment noodzakelijk was, maar stelt dat dat niet gold voor het hogere segment.
Volgens de rechter is de gemeente er destijds, ten tijde dat de gewijzigde beleidsregel van kracht was, niet in geslaagd de noodzaak aan te tonen om door middel van een vergunningplicht in heel de stad in te grijpen in de categorie zelfstandige koopwoningen in het hogere segment. Los van de vraag of vergunningen op basis van leefbaarheid in heel de stad onterecht geweigerd zijn, vond de rechter dat de gemeente überhaupt geen omzettingsvergunning verplicht had mogen stellen bij woningen in het hogere segment, zoals dat tot 1 juni 2021 gold. De Huisvestingswet 2014 stelt immers dat een gemeente alleen gebruik mag maken van de bevoegdheid om een vergunningplicht in te voeren indien dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Op 20 mei 2021 is de Nota voorraadbeleid Den Haag 2020 (RIS307195) vastgesteld waarin schaarste in alle segmenten, waaronder ook het hoger koopsegment, is onderbouwd. Omdat woningen in alle segmenten schaars zijn in Den Haag geldt er, voor onder andere kamerbewoning, een vergunningplicht om de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste te bestrijden. Voor alle woningen in Den Haag geldt kortom momenteel een vergunningplicht om deze om te zetten naar kamerbewoning. Die vergunningplicht geldt dus ook voor woningen in het hogere segment.
In de Nota voorraadbeleid zijn vervolgens de beleidskaders vastgesteld om per wijk te bepalen of deze vergunning op basis van schaarste en/of leefbaarheidsoverwegingen verleend of geweigerd wordt. De rechter heeft niet geoordeeld over de Nota voorraadbeleid Den Haag 2020. Hoe nu verder? Het college gaat de uitspraak van de rechtbank nader bestuderen en de consequenties in kaart brengen. Tevens wordt bekeken welke vervolgstappen ondernomen gaan worden. Wij informeren u voor de zomer nader over de gevolgen en de vervolgstappen. Wij vertrouwen erop u hiermee voor nu voldoende geïnformeerd te hebben. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
[1] Zie voor een voorbeeld van één van de uitspraken uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2022:4115 op www.rechtspraak.nl
2/2