RIS312123 Afdoening motie Help kinderen sneller aan voorschoolse educatie
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Uw brief van
29 september 2022 Aan: de Gemeenteraad
Uw kenmerk Ons kenmerk
OCW/10408291 RIS312123 Contactpersoon
Annemieke Tasma Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling Datum
Stad en Bestuur OCW
2 december 2022
Telefoonnummer
14070 Onderwerp
E-mailadres
Afdoening motie: ‘Help kinderen sneller aan voorschoolse educatie’
Annemieke.tasma@denhaag.nl
Uw raad heeft bij bespreking van de Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 (RIS311077) op 21 april 2022, de door het raadslid mevrouw Klokkenburg-Reedeker ingediende motie ‘Help kinderen sneller aan voorschoolse educatie’ (RIS312123) aangenomen. Deze motie kan niet los gezien worden van de eveneens op 21 april 2022 aangenomen motie Prioriteer voorschoolse educatie in kwetsbare wijken (RIS312124). Met voorliggende raadsmededeling wordt u geïnformeerd over de afdoening van motie Help kinderen sneller aan voorschoolse educatie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: Den Haag in vergelijking met andere grote steden een laag percentage doelgroeppeuters heeft dat deelneemt aan voorschoolse educatie (ve); één van de doelen van de HEA is dat de samenhang tussen school/opvang, wijk en thuis verder wordt versterkt. Overwegende, dat: doelgroeppeuters een indicatie nodig hebben, zodat de ve voor hen gefinancierd wordt; de indicatie voor doelgroeppeuters uitsluitend door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) wordt gegeven; wantrouwen naar de overheid een van de redenen is voor ouders om hun kind niet naar de ve te laten gaan. Van mening, dat: onderwijsprofessionals op school en ve in veel gevallen al in staat zijn om zelf een doelgroepindicatie af te geven.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10408291
Verzoekt het college: in wijken met veel nog niet bereikte doelgroeppeuters in overleg met het CJG te starten met een pilot hoe de toeleiding naar ve beter kan, met als optie dat een school of ve zelf de doelgroepindicatie afgeeft of een standaardindicatie wordt afgegeven per wijk om zo drempels voor ouders weg te nemen en de toeleiding naar ve te verbeteren; de uitkomsten hiervan te rapporteren aan de raad. Hierbij informeert het college u over de afdoening van de motie. Extra spelen en leren in Zuidwest Uit onderzoek blijkt dat voorschoolse educatie (ve) bijdraagt aan het verkleinen van taal-en ontwikkelachterstanden. Door kinderen met ve een betere start te geven, draagt de kinderopvangsector in samenwerking met de gemeente bij aan het vergroten van kansengelijkheid in Den Haag. Dit is één van de prioriteiten uit de Haagse Educatieve Agenda (HEA) en tevens opgenomen in het coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 ‘Voor een stad die tegen een stootje kan’. Om het aantal doelgroepkinderen dat daadwerkelijk naar ve gaat te vergroten en de toeleiding naar kindercentra met ve te bevorderen, is er reeds een communicatiecampagne 'extra spelen en leren', in Den Haag Zuidwest gestart. ‘Extra spelen en leren’ is in deze campagne de nieuwe terminologie voor ve, om te benadrukken dat spelen en leren voor peuters hand in hand gaan. En spelen is leuk.
Het doel hiervan is dat ouders geen negatieve associatie en/of weerstand bij ve voelen, omdat hun kind in aanmerking komt vanwege een (dreigende) achterstand. Motie Help kinderen sneller aan voorschoolse educatie Het Centrum Jeugd en Gezin geeft nu een doelgroepindicatie voor ‘extra spelen en leren’ af. Met de motie “Help kinderen sneller aan voorschoolse educatie” gaan wij afwijken van deze werkwijze met een pilot. Dat betekent dat in Zuidwest in de wijken Bouwlust, Vrederust, Morgenstond en Moerwijk en stadsdeel Laak alle kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar zonder tussenkomst van het CJG een doelgroepindicatie krijgen. Daarmee hebben alle kinderen tussen 2,5 en 4 jaar in deze wijken kosteloos of tegen een kleine vergoeding (afhankelijk van de persoonlijke situatie) recht op 16 uur per week ‘extra spelen en leren’ (voorschoolse educatie). Waarom Den Haag Zuidwest en Laak Er wordt gestart in wijken waar veel kinderen wonen die recht hebben op extra leren en spelen, maar die op dit moment niet worden bereikt. Ongeveer 35% van de door het Centrum Jeugd en Gezin geïndiceerde kinderen in Den Haag neemt geen deel aan ve. Een groot deel van deze kinderen woont in Den Haag Zuidwest (Bouwlust en Vrederust, Moerwijk en Morgenstond). Om dezelfde reden is ook de communicatiecampagne ‘extra spelen en leren’ in Zuidwest gestart.
Door de motie in eerste instantie in deze wijken uit te voeren, kan er een stevige koppeling gemaakt worden met de communicatiecampagne. Ook stadsdeel Laak wordt hierbij gevoegd, omdat de kinderen uit Morgenstond in Laak naar het CJG gaan. Zo wordt er één lijn getrokken met de kinderen in Laak. De keuze voor deze wijken en de relatie met de campagne is afgestemd met het CJG en besproken met kinderopvangorganisaties met ve. Zij delen deze lijn.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10408291
Wanneer alle kinderen in deze wijken recht hebben op extra spelen en leren, wordt het voor ouders laagdrempeliger om hun kind aan te melden. Sommige ouders ervaren sociale druk en zien het als een slechte beoordeling van hun ouderschap en melden daarom hun kind niet aan bij de ve. Ook bestaat er veel wantrouwen jegens de overheid, onder andere gevoed door de Toeslagenaffaire. In de communicatiecampagne wordt hier veel aandacht aan besteed, zodat extra spelen en leren door de ouders juist als een kans wordt gezien. Daarnaast is het belangrijk samen te werken met het informele netwerk en de ketenpartners in de wijk. Samenvattend: • • •
de motie wordt uitgevoerd in de wijken in Den Haag Zuidwest (Bouwlust, Vrederust, Moerwijk en Morgenstond) en Laak; wordt gemonitord wat het niet meer indiceren voor gevolgen heeft; wordt aangesloten bij de reeds lopende communicatiecampagne in Zuidwest en zoeken verbinding met het Nationaal Programma Zuidwest.
Ook monitoren we kritisch de hervormingen door het rijk van de kinderopvangtoeslag. De hervorming moet de toegang vergroten van kinderen en ouders met een beperkt inkomen, niet verslechteren. Dit is randvoorwaardelijk voor goede toegang tot voorschool en kinderopvang. Na 1,5 jaar kan er gestart worden met een evaluatie van de uitvoering en bepaald worden of deze werkwijze toegepast wordt op andere wijken in Den Haag met vergelijkbare kenmerken en risico's op kansenongelijkheid. Bij succes kan er uitgebreid worden naar andere stadsdelen. Hier speelt ook een belangrijke financiële component welke hierna wordt toegelicht. Financiën Wanneer alle kinderen in bepaalde wijken recht hebben op ve worden er meer aanvragen van ouders voor de Tegemoetkoming Kosten Peuteropvang (TKP) verwacht. Deze aanvragen komen van ouders die geen recht hebben op de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst, omdat één of beide ouders niet werkt. Daarom betaalt de gemeente via de TKP (een gedeelte van) de kosten. Hieruit blijkt het belang van het voortzetten van de lobby, waarbij onder de aandacht van het ministerie van SZW wordt gebracht dat de ‘stelselwijziging kinderopvang’ niet-werkende ouders, en ouders met lage inkomens niet ondersteunt.
Voor het uitvoeren van motie “Prioriteer voorschoolse educatie in kwetsbare wijken, RIS312124” worden informatiebijeenkomsten georganiseerd met als doel dat er meer aanbod extra spelen en leren/ve ontstaat. Hierdoor ontstaan meer aanvragen voor (start-) subsidies ve en dit resulteert in de voorlopige inschatting dat het budgetbeslag voor de uitvoering van de beide moties gezamenlijk ongeveer 2 miljoen euro beslaat. Voor het uitvoeren van deze moties in Zuidwest en Laak is voor 2023 en 2024 dekking beschikbaar binnen het SPUK Onderwijsachterstandenbeleid. Dit past binnen het bestaande budgettaire kader. Echter, mocht het nodig zijn deze pilot na twee jaar te continueren en/of te uit te breiden naar andere wijken met vergelijkbare problematiek dan zal dit gevolgen hebben voor de budgetten die voor onderwijs ingezet worden. Er is dan structureel meer budget nodig, en dit heeft als consequentie dat er geschoven moet worden met middelen uit het Onderwijsachterstanden budget.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10408291
Er moeten dus keuzes gemaakt worden over de activiteiten in het kader van onderwijsachterstanden, als er geen extra middelen beschikbaar komen. Een andere optie is dat deze uitbreiding mogelijk onderdeel uit kan gaan maken van de brede Taalaanpak. Deze financiële consequenties en daarmee onzekerheid voor wat betreft continuering maakt dat kinderopvangorganisaties huiverig kunnen zijn om nieuwe locaties te openen of uit te breiden, zeker in relatie tot het pedagogisch medewerkerstekort. Dit is een risico met mogelijk invloed op het resultaat. Ingangsdatum Er wordt gestart met kinderen met een geboortedatum vanaf 1 januari 2021. Deze kinderen zijn 2 jaar vanaf 1 januari 2023 en mogen dan als ze 2,5 jaar zijn gaan instromen in ve. De eerste kinderen die automatisch geïndiceerd via de pilot starten dan op 1 juli 2023 met extra spelen en leren. Communicatie en peuterconsulent Alle ouders in de bovenstaande wijken zullen een brief van de gemeente krijgen waarin zij gewezen worden op de kansen en mogelijkheden van extra spelen en leren. Ook zijn we bezig met de invoer van de functie van peuterconsulent. De peuterconsulent gaat een grote rol spelen in een betere toeleiding naar extra spelen en leren, ook vanuit het sociale perspectief. Er is budget voor 3 peuterconsulenten op verschillende locaties in de stad.
De reeds ingevoerde digitale peuterconsulent, en de website www.vraagjufmina.nl, versterken dit. Hopelijk bent u voldoende geïnformeerd over de wijze waarop de motie wordt uitgevoerd; in welke wijken en met welke partners. En heeft u voldoende inzicht gekregen in randvoorwaarden en risico’s zoals het pedagogisch medewerkerstekort en te maken keuzes met betrekking tot financiën op de langere termijn. Over de resultaten van de motie wordt u met een commissiebrief voor de zomer van 2023 voor een eerste keer geïnformeerd. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4