CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312064 bijlage 1

Gemeenteraad 6 oktober 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake wijziging kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023 (RIS312064)735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

I Was – wordt tabel Wijziging Kadernota subsidiebeleid Den Haag, 2020 - 2023 behorend bij raadsvoorstel (RIS312064) Leeswijzer Onder de bestaande tekst is de tekst uit de Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020 - 2023 opgenomen en onder nieuwe tekst de voorgestelde tekst voor de gewijzigde Kadernota. In de nieuwe tekst zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Paragraaf 3.5, alinea onderbouwde instrumentkeuze wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Voor ieder beleidsdoel moet een afweging worden gemaakt welk instrument, subsidie of inkoop, het meest geschikt is om het beoogde doel te realiseren, tenzij de gemeente besluit de opdracht zelf uit te voeren. De definitie van subsidie geeft een vijftal karakteristieken (zie paragraaf 2.1). Als een financiering voldoet aan deze criteria dan ís het een subsidie, ongeacht de naam die eraan is gegeven, zoals lening, garantstelling, etcetera. Wanneer een ‘subsidie’ voldoet aan de criteria voor inkoop, dan ìs het inkoop en zal een rechter toetsen aan bijvoorbeeld de regels voor aanbesteding.

Voor ieder beleidsdoel moet een afweging worden gemaakt welk instrument, subsidie of inkoop/overheidsopdracht, het meest geschikt is om het beoogde doel te realiseren, tenzij de gemeente besluit de opdracht zelf uit te voeren. De definitie van subsidie geeft een vijftal karakteristieken (zie paragraaf 2.1). Als een financiering voldoet aan deze criteria dan ís het een subsidie, ongeacht de naam die eraan is gegeven, zoals bijdrage, lening, garantstelling, etcetera. Wanneer een ‘financiering’ voldoet aan de criteria voor ‘inkoop’, dan ìs het een overheidsopdracht. In bijlage 2 (bij de Kadernota) staan de verschillen tussen overheidsopdracht en subsidie opgenomen.

In bijlage 2 staan de verschillen tussen inkoop en subsidie en is een afwegingskader opgenomen. In de praktijk is het vaak lastig te beoordelen of sprake in van subsidie of inkoop. De afweging voor de inzet van het instrument subsidie wordt expliciet gemaakt in een beleidsnota, de (toelichting bij) de subsidieregeling of het subsidiebesluit.

Subsidie en opdracht zijn verschillende instrumenten, met een eigen regime. Bij geschillen zal de rechter daarom altijd nagaan of het feitelijk om een subsidie gaat of, ongewild, om een overheidsopdracht, los van de naam die partijen aan de financiering geven. Wanneer sprake is van een subsidie is het bestuursrecht van toepassing. Als een ‘subsidie’ feitelijk als overheidsopdracht moet worden gezien, dan is het Burgerlijk Wetboek van toepassing, evenals de Europese aanbestedingsregels. De keuze tussen subsidie of een overheidsopdracht moet daarom zorgvuldig en bewust worden gemaakt. Eén van de belangrijkste verschillen tussen subsidie en overheidsopdracht is dat met een subsidie niet kan worden afgedwongen dat een activiteit ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Een subsidieontvanger kan aanspraak maken op geld wanneer hij de activiteiten uitvoert, maar is niet juridisch verplicht om die activiteiten (geheel of gedeeltelijk) uit te voeren. Een subsidie is namelijk vooral bedoeld om bepaalde activiteiten te stimuleren of mogelijk te maken. Wanneer de activiteiten niet (geheel) of niet conform de subsidieverlening worden uitgevoerd, wordt de subsidie lager of op nihil vastgesteld. Bij een overheidsopdracht kan de gemeente in beginsel wel nakoming eisen. Inkopen ligt daarom voor de hand wanneer de activiteit moet worden uitgevoerd en de gemeente ook nakoming wil kunnen eisen.

Regelmatig is het onderscheid tussen subsidie en overheidsopdracht grijs en is het moeilijk om tot een duidelijk oordeel te komen. Uit de jurisprudentie blijkt dat de rechter in die gevallen oordeelt aan de hand van vier factoren. Het gaat om welk belang wordt gediend, van wie het initiatief is uitgegaan, of sprake is van commerciële activiteiten en het verband tussen prestatie en betaling. Deze vier factoren zijn uitgewerkt in een werkinstructie. Op basis van de werkinstructie wordt aan de hand van zeven vragen bepaald of het financieren van bepaalde activiteiten vooral kenmerken heeft van een subsidie of van een overheidsopdracht. Het gaat om de volgende vragen:

1/2

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Welk belang wordt er gediend? Wat is de intentie van de geldverstrekker? Wie neemt het initiatief voor de activiteit? Is er een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel? Wie heeft de zeggenschap over de invulling van de activiteiten? Hoe is de verhouding tussen de waarde van de prestatie en de betaling Is er sprake van commerciële activiteiten?

Wanneer het financieren van een bepaalde activiteit meer kenmerken heeft van een subsidie dan van een opdracht, dient voor het instrument subsidie worden gekozen. De keuze voor de inzet van het instrument subsidie wordt expliciet gemaakt in een beleidsnota, de (toelichting bij) de subsidieregeling of het subsidiebesluit.

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11527503/1