RIS311999 Dieren bij evenementen
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 311999
Schriftelijke vragen: Dieren bij evenementen Indiener: Robert Barker, Partij voor de Dieren
Datum: 5 april 2022
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Op 9 september 2019 is het initiatiefvoorstel “Haagse evenementen vrij van dierenleed” van de Partij voor de Dieren ingediend. Het college heeft in mei 2021 de raad een preadvies aangeboden over het initiatiefvoorstel (RIS303419). Vervolgens is het voorstel door de gemeenteraad op 1 juli 2021 aangenomen. Daarin stonden een aantal besluiten die het college niet tijdig heeft uitgevoerd waarover de Partij voor de Dieren op 8 november 2022 vragen heeft gesteld (RIS310559). Vervolgens heeft het college op 22 maart een nieuw ‘preadvies’ gepubliceerd. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Robert Barker, Partij voor de Dieren, de volgende vragen: 1) Wat is de status van een preadvies nadat het initiatiefvoorstel al is aangenomen door de raad? Erkent het college dat een preadvies nadien niet de inhoud van het raadsbesluit wijzigt? In het dictum van het aangenomen initiatiefvoorstel staat: ‘Het college te verzoeken om eind 2021 de voortgang van de genoemde acties aan de raad mee te delen en specifiek in te gaan op de vraag of het gebruik van dieren in de openbare ruimte in de verschillende situaties, bijvoorbeeld bij het tentoonstellen van papegaaien, vergunningplichtig is.’ In het ‘preadvies’ wordt niet ingegaan op het gebruik van dieren in verschillende situaties.
Bij de beantwoording van de eerdere schriftelijke vragen werd wel aangegeven dat ‘meer juridisch uitzoekwerk nodig’ is. 2) Kan het college aangeven of er een juridisch onderzoek uitgevoerd isnaar het gebruik van dieren? Zo ja, kan dit met de raad worden gedeeld? 3) Welke verschillende situaties zijn er waarbij dieren voor vermaak worden gebruikt in de openbare ruimte en onder welke juridische kaders vallen deze situaties? 4) Kan het college aangeven hoe het huidige gebruik van papegaaien aan de Boulevard specifiek moet worden gezien? Is hier inderdaad sprake van venten? In het initiatiefvoorstel wordt verzocht de mogelijkheid te bezien de Verordening straathandel Den Haag 2017 aan te passen door in artikel 2 eerste lid een nieuw criterium onder sub d toe te voegen: “zonder vergunning van burgemeester en wethouder indien dieren worden gebruikt” 5) Kan het college aangeven of het klopt dat deze aanpassing juridisch mogelijk is? 6) Klopt het dat het college tegen deze aanpassing adviseert omdat dit ervoor zorgt dat mensen die dieren willen gebruiken bij het venten een vergunning moeten aanvragen? 7) Kan het college aangeven hoe vaak het venten met dieren in Den Haag plaatsvindt? 8) Indien er inderdaad weinig dieren bij venten wordt gebruikt, zal er toch ook weinig vergunningen dienen te worden aangevraagd en is de last voor de gemeente toch zeer beperkt? 9) Is het college alsnog
bereid om bij de volgende APV-wijziging de vergunningsplicht voor het gebruik van dieren bij het venten in te voeren?
Pagina 1 van 2
10) Kan het college deze vragen uiterlijk half mei beantwoorden zodat de beantwoording betrokken kan worden bij het debat over evenementen in de Algemene raadscommissie (Bestuur)?
Robert Barker Partij voor de Dieren
Pagina 2 van 2