RIS311905 Tweede voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugd 2021
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Kavita Parbhudayal Wethouder van Zorg, Jeugd en Volksgezondheid
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Uw brief van
Aan de voorzitter van de Rekeningencommissie en de commissie Samenleving
Uw kenmerk
Ons kenmerk
OCW/10268281 RIS311905 Contactpersoon
M. Kersbergen Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling Datum
Stad en Bestuur OCW
22 maart 2022
Telefoonnummer
14070 Onderwerp
E-mailadres
Tweede voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugd 2021
martijn.kersbergen@denhaag.nl
Geachte voorzitters, In de afgelopen jaren zijn de kosten voor Wmo en jeugdhulp opgelopen. In de begroting 2020 zijn oplossingen voorgesteld om de meerkosten terug te dringen langs vijf verschillende verbeterlijnen. Het uitgangspunt daarbij is dat iedereen passende zorg en ondersteuning krijgt en dat we vooral met gezond verstand kritisch kijken naar wat nu echt nodig is. In de op 11 februari 2020 door uw raad aangenomen motie ‘Nadere onderbouwing bezuinigingen Zorg en Jeugd’ (RIS304269) is gevraagd om de raad driemaandelijks over de voortgang van de vijf verbeterlijnen te berichten. In uw vergadering van 24 maart 2021 is besloten om de frequentie van de rapportage terug te brengen naar 2 keer per jaar. Deze rapportage gaat over het tweede halfjaar 2021. Dit is de laatste voortgangsrapportage van het huidige college. Context De gemeente is er voor alle inwoners van Den Haag die zorg en ondersteuning nodig hebben op het gebied van de Wmo en jeugdhulp. Iedereen in Den Haag verdient goede en betaalbare zorg. Jong of oud, rijk of arm, gezond of ziek: iedere Hagenaar kan rekenen op de zorg of ondersteuning die hij of zij nodig heeft. In eerdere rapportages is aangegeven dat we op koers liggen op voor Wmo. In de vorige vergadering is geconcludeerd dat het beheersingsinstrumentarium behoorlijk op orde is.
Gezien het feit dat de 8-maandsrapportage en naar verwachting de jaarrekening hetzelfde beeld geven, leggen we meer de nadruk op jeugdhulp. Voor de Wmo lichten we alleen grote afwijkingen of onverwachte resultaten toe. Op de jeugdhulp blijft de situatie complex doordat de gemeente meer afhankelijk is van ketenpartners. Zo doen we slechts 30% van de verwijzingen naar jeugdhulp zelf. De sturingsmogelijkheden om de instroom te beperken en jeugdigen een passende, adequate en doelmatigere voorziening te bieden zijn daarom duidelijk minder groot dan bij de Wmo. Daar komt bij dat jeugdhulp regionaal wordt ingekocht, waardoor complexe samenwerkingsverbanden ontstaan. Zie ook de regiovisie Jeugd (RIS309034).
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10268281
Extra geld voor jeugdhulp Op 22 april 2021 heeft de staatssecretaris van VWS een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de afspraken VNG-Rijk aanpak problematiek jeugdzorg. In 2021 is een bedrag van €493 mln. uitgekeerd via het gemeentefonds. Het aandeel voor Den Haag bedraagt €16,7 mln. Het resterende bedrag van landelijk €120 mln. is verdeeld via een specifieke uitkering. Deze middelen zijn aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s uitgekeerd. Den Haag kreeg hiervan €2 mln. Het gaat hier bijvoorbeeld om extra (tijdelijke) crisiscapaciteit en beter passend maken van accommodaties. Daarnaast heeft een arbitragecommissie een uitspraak gedaan dat er meer middelen naar jeugd moeten. Voor 2022 is het aandeel voor Den Haag €61,3 mln. Deze extra middelen worden naar verwachting daarna jaarlijks toegekend en afgebouwd richting 2028. Tegelijkertijd is er gewerkt aan een gezamenlijke hervormingsagenda met de VNG en het Rijk om de hulp te verbeteren en het stelsel beheersbaar te maken. Dat gaat o.a. om investeringen in de praktijkondersteuner Jeugd-GGZ, de aanpak van wachtlijsten en de verlaging van caseloads bij de gecertificeerde instellingen. Vanaf 2023 is het nieuwe regeerakkoord leidend.
Het regeerakkoord neemt een voorschot op de Hervormingsagenda door nu al aan te kondigen dat het met aanvullende maatregelen komt om de kosten voor jeugdzorg te beperken en de extra middelen vanaf 2024 met €100 mln. en vanaf 2025 zelfs met €500 mln. te verminderen. De VNG en de gemeenten hebben aangekondigd dat deze opstelling gevolgen heeft voor de gesprekken over de Hervormingsagenda en wijzen de verantwoordelijkheid voor eventuele financiële tegenvallers bij voorbaat van de hand. Om deze reden hebben de gemeenten de Hervormingsagenda opgeschort totdat er een principeafspraak is gemaakt met het nieuwe kabinet. In deze principeafspraak moet het nieuwe kabinet onderschrijven dat de extra bezuiniging in het coalitieakkoord niet ten laste komt van kwetsbare kinderen en dat dit niet wordt afgewenteld op gemeenten. Ook verwachten de gemeenten van het kabinet dat deze de uitspraak van de Commissie van Wijzen respecteert en dus zorgt voor een adequate compensatie van gemeenten voor de feitelijke uitgaven op het gebied van jeugdhulp. Desalniettemin zullen we onverminderd hard moeten blijven werken aan de kostenbeheersing om op termijn een stelsel te hebben dat goede en betaalbare jeugdhulp borgt. Er zullen inhoudelijke keuzes moeten worden gemaakt om binnen de financiële kaders te kunnen blijven. Het nieuwe college zal hierover besluiten moeten nemen.
Vijf verbeterlijnen Per verbeterlijn lichten we toe welke ontwikkeling zichtbaar is in de indicatoren en welke acties zijn ingezet. De indicatoren zijn weliswaar toegerekend aan een verbeterlijn, maar moeten in samenhang worden bezien. De verbeterlijnen kennen een zekere mate van overlap en daarmee de indicatoren ook.
2/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10268281
A. Aanpak misbruik en oneigenlijk gebruik (bijdrage aan taakstelling in 2023 € 3,0 mln.) Zorggeld moet naar de zorg gaan. We zetten stevig in op de aanpak van misbruik en oneigenlijk gebruik van zorggeld. Samenwerking in de zorgketen is de basis van onze aanpak. Deze aanpak wordt uitgevoerd door het team Misbruik en Oneigenlijk gebruik. Hieronder is het verloop van de indicatoren in de afgelopen periode inzichtelijk gemaakt:
Q4 2019
1-1 tm 1-5 tm 3031-8 04 2020 2020
1-9 tm Q1 31-12 2021 2020
Q2 2021
Q3 2021
Q4 2021
10
30
38
26
22
15
11
11
8
4
12
7
10
2
2
4
8
7
3
0
1
2
12
0
8
10
3
8
5
A. Aanpak misbruik en oneigenlijk gebruik
Q1 2019
Q2 2019
Q3 2019
Aantal binnengekomen bruikbare signalen
8
5
Aantal afgeronde bruikbare signalen met (financiële) besparing
2
Aantal afgeronde bruikbare signalen zonder directe (financiële) besparing
0
In 2021 zijn in totaal minder signalen binnengekomen. Daartegenover zijn ten opzichte van 2020 meer signalen afgehandeld, zowel met een financiële besparing als zonder. In uw vergadering van 24 maart 2021 heeft u gevraagd om ook inzichtelijk te maken waar de meldingen vandaan komen. Voor de verslagperiode van deze rapportage ging het om de volgende bronnen: Bronnen van binnengekomen bruikbare signalen
Q1 2021
Q2 2021
Q3 2021 Q4 2021
Eigen medewerker
8
2
2
1
Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ)
3
2
0
2
SVB
2
3
1
1
Overige
2
4
8
4
In uw vorige vergadering heeft u gevraagd om de doorlooptijden inzichtelijk te maken van trajecten. Het is moeilijk gebleken om dat te doen. Doorlooptijden variëren fors naar gelang hetgeen de toezichthouders aantreffen. Sommige zaken kunnen heel simpel zijn. Voor zaken waar bijvoorbeeld onrechtmatigheden of daadwerkelijk fraude wordt geconstateerd is de tijdsinspanning van een hele andere orde dan waar sprake lijkt te zijn van een vergissing. Sommige signalen hebben ook betrekking op één burger, anderen kunnen betrekking hebben op één aanbieder en weer andere op meerdere burgers. Grosso modo kan gezegd worden dat de doorlooptijd van signaal naar afhandeling gemiddeld 5 weken is. Voor veel zaken zal dat veel minder zijn, voor andere complexe zaken weer veel meer. De belangrijkste financiële resultaten in het eerste halfjaar waren: − Blokkeren zorgaanbieders: tot en met eind 2021 hebben we in totaal 15 (PGB) zorgaanbieders geblokkeerd vanwege onrechtmatigheden.
3/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10268281
−
−
−
B.
Dit betekent dat budgethouders geen declaraties meer kunnen indienen voor deze zorgaanbieders. Het betekent niet dat er geen zorgverlening meer is. Budgethouders die ondersteuning nodig hebben kunnen ervoor kiezen om de zorg voort te zetten met zorg in natura of met PGB een andere aanbieder te contracteren. In het jaar 2021 is een bedrag van ca € 321.000 geblokkeerd bij de SVB. Hiermee is voorkomen dat er zorggelden verder worden verspild en/of uitgegeven aan malafide zorgaanbieders. Het betreft hier in totaal 139 betrokken budgethouders. In 2021 is er PGB-budget van ca € 1.260.000 beëindigd bij de SVB, omdat om diverse redenen niet langer recht bestond op de voorziening. Het betreft hier in totaal 203 betrokken budgethouders. In 2021 is een bedrag van ca € 18.000 aan vorderingen ingesteld, omdat gebleken is dat deze niet rechtmatig zijn uitbetaald. Het betreft hier in totaal 5 betrokken budgethouders.
Doelmatig en doeltreffend zorgaanbod (bijdrage aan taakstelling € 10,0 mln. in 2023)
Bij deze verbeterlijn gaat het om de voordelen die we kunnen halen bij de inkoop van de maatwerkarrangementen en de gespecialiseerde jeugdhulp. Wmo De belangrijkste maatregel is de invoering van het nieuwe contract voor de maatwerkarrangementen per 1-1-2020. In eerdere rapportages is toegelicht dat de belangrijkste verbeteringen waren het ontdubbelen van dubbele financiering en het scherper afbakenen van resultaatgebieden. In onderstaande grafiek wordt het verloop van het gemiddeld aantal afgegeven indicaties en gemiddelde prijzen getoond van zowel de voorzieningen uit het oude als het nieuwe contract. In de bijlage kunt u de bijbehorende precieze aantallen nalezen. De indicatoren geven de aantallen indicaties en de gemiddelde prijzen weer per perceel1. In elk resultaatgebied kunnen verschillende zorgintensiteiten worden geleverd. De gemiddelde intensiteit in een resultaatgebied bepaalt de ‘gemiddelde’ prijs. Als er gemiddeld genomen een lagere zorgintensiteit geleverd wordt, wordt de gemiddelde prijs lager en vice versa.
1
Perceel 1=resultaatgebied Voeren van een Huishouden, Perceel 2 Begeleiding, bestaat uit de resultaatgebieden Sociaal en Persoonlijk
Functioneren, Zelfzorg en gezondheid, Financiën, Wonen en Bereik- en beschikbaarheid; Perceel 3=resultaatgebied dagbesteding.
4/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10268281
U heeft ook gevraagd om het aantal klanten in beeld te brengen: Q2 2019
Q3 2019
Q4 2019
1-1 tm 30-04 2020
1-5 tm 30-06 2020
Aantal unieke klanten
Q1 2019
1-7 tm Q1 31-12 2021
Q2 2021
Q3 2021
Voeren huishouding
12.632 13.063
13.314 13.447 13.390 13.354 13.463 13.337 13.292 13.441
13.429
Dagbesteding
2.226
2.262
2.244
2.150
1.841
1.698
1.751
1.496
1.475
1.517
1.464
Begeleiding (klanten)
6.784
6.974
7.008
6.753
5.906
5.809
5.914
6.026
5.801
6.275
5.897
Bovenstaande cijfers geven een stabiel beeld ten opzichte van het eerste half jaar in de Wmo. In 2021 is vooral het aantal klanten met dagbesteding wat lager. Dit wordt deels veroorzaakt doordat het klantenbestand is opgeschoond in verband met het nieuwe automatiseringssysteem in 2021. Over het algemeen is het aantal klanten en de gemiddelde prijzen in de verslagperiode redelijk stabiel. Het is normaal dat het aantal klanten enigszins fluctueert in de tijd. De ogenschijnlijke daling van het aantal klanten in Q4 heeft een administratie oorzaak. Klanten waarvan indicaties aflopen in het einde van het jaar, worden in 2022 geherindiceerd en komen dan nog niet in dit cijfer terug. Deze klanten krijgen uiteraard wel zorg als ze dat nodig hebben. Jeugdhulp Als resultaat van de afgeronde inkoopprocedure 2021 is gewerkt met nieuwe overeenkomsten. In 2021 zijn instrumenten als de bestedingsruimte en het richtinggevend kader gebruikt om meer grip op de kosten van de tweedelijns jeugdhulp te krijgen. De bestedingsruimte is een raming van de maximale omzet per kalenderjaar die door de gemeente wordt toegekend aan een jeugdhulpaanbieder. De bestedingsruimte is een lichtere en meer flexibele variant van de budgetplafonds. In het richtinggevend kader is de inzet (aantal uren/looptijd) bij gemiddelde problematiek van de jeugdige opgenomen.
Het kader is richtinggevend, omdat het niet dwingend is en er in overleg met de gemeenten en op basis van de problematiek van het kind/gezin van afgeweken kan worden. In het kader van deze overeenkomsten is Den Haag in gesprek gegaan met de grootste en/of snelst stijgende jeugdhulpaanbieders met het doel afspraken te maken over de juiste inzet van jeugdhulp. In 2022 wordt deze aanpak voortgezet, geïntensifieerd en uitgebreid. Daarnaast is ingezet op meer grip op de verwijzingen. Er is samengewerkt met de gecertificeerde instellingen met betrekking tot hun verwijzingen naar tweedelijns jeugdhulp, en is met een aantal aanbieders die voornamelijk huisarts verwijzingen hebben, afgesproken dat zij nieuwe toeleidingen afstemmen met het toegangsteam. In 2021 heeft ook een herzieningsprocedure, in samenwerking met jeugdhulpaanbieders, op de inkoop plaatsgevonden met als resultaat dat: − productomschrijvingen zijn aangescherpt; − tarieven zijn bijgesteld; − een zogenoemde rendementsclausule is geïntroduceerd waarin aanbieders wordt voorgeschreven dat ze de overheadkosten zo laag mogelijk dienen te houden en het maximale rendement wordt vastgesteld op 5%. Bij een rendement van boven de 5% moet worden aangetoond dat dit wordt aangewend ten behoeve van de jeugdhulp; − er de mogelijkheid is om een zogenaamd VOG-RP op te vragen, zodat de integriteit van bestuurders kan worden getoetst.
De condities uit de herzieningsronde zijn van kracht per 1 januari 2022.
5/11
Q4 2021
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10268281
Naast het sturen op kosten wordt uiteraard ook gestuurd op een dekkend en krachtig zorglandschap. Deze inhoudelijke ambities zijn beschreven in de Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden 2021-2026 (RIS309874). Eén van de ambities is de opbouw en ontwikkeling van kleinschalige woonvoorzieningen. Zo is in 2021 is een nieuwe woonvoorziening geopend binnen de regio specifiek voor de doelgroep met een autismespectrumstoornis. Aansluitend hierop is tevens het uitvoeringsplan 2022 van de regiovisie aangeboden aan de raad (RIS301160). In 2022 wordt ook gewerkt aan de Regiovisie Monitor, een set van indicatoren om de voortgang van de Regiovisie te monitoren. Parallel aan de samenwerking in de regio zijn de uitgangspunten voor de toekomst vastgelegd in het ‘Haags Toekomstperspectief jeugd- en gezinsstelsel’ (RIS309034; RIS309877). Als onderdeel hiervan worden integrale gezinsgerichte arrangementen ontwikkeld met als doel de hulpvraag, die vaak samenhangt met andere problemen binnen het gezin, integraal met andere domeinen zoals wonen, onderwijs, armoedebeleid en schuldhulpverlening efficiënt en effectief aan te pakken. Tenslotte is in 2021 gewerkt aan een nieuwe update van de verordening en regeling Jeugdhulp. De verordening is eind december 2021 door de raad vastgesteld en wordt per 1 januari 2022 van kracht.
In 2022 wordt verder gewerkt aan het verkennen van de aanscherpingsmogelijkheden binnen de geldende verordening en regeling jeugdhulp. Op verzoek van de raad wordt in de loop van 2022 een verdere uitwerking gepresenteerd over de bekostiging en betaalbaarheid van het jeugdstelsel. In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van het aantal jeugdigen, het aantal lopende voorzieningen en de gemiddelde kosten per jeugdige weergegeven:
B. Doelmatig en doeltreffend zorgaanbod (Jeugd)
Q1 2019
Q2 2019
Q3 2019
Q4 2019
1-1 tm 1-5 tm 1-9 tm Q1 30-04 31-8 31-12 2021 2020 2020 2020
Aantal jeugdigen
8.601
8.797
8.655
8.766
9.289
Lopende voorzieningen
13.923 14.640 14.622 14.714 16.194 16.079 16.358 15.532 17.793 15.102 14.056
9.145
9.408
Q2 2021
Q3 2021
8.815 9.040 8.850
Q4 2021
8.608
* Bron: Zorgned declaratie bestand 2017 t/m 2020 & (nieuwe) declaratie bestand 2021, peildatum 31-01-2022 B. Doelmatig en 1-1 tm 1-5 tm 1-9 tm Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 doeltreffend 30-04 31-8 31-12 2019 2019 2019 2019 2021 2021 2021 2021 zorgaanbod (Jeugd) 2020 2020 2020 Gemiddelde kosten per 3.662 3.490 3.323 3.564 4.746 4.735 4.714 4.031 3.842 3.525 2.692 jeugdige (in euro) * Bron: Initi8 - Regioverkenner, peildatum: 01-02-2022 Bovengenoemde cijfers zullen elke rapportage worden bijgewerkt. Doordat declaraties nog later binnen kunnen komen en de gemeente slechts over een deel van de verwijzingen naar jeugdhulp gaat is het onvermijdelijk dat de cijfers nog met terugwerkende kracht worden aangepast. Volgens de contractvoorwaarden geldt vanaf 1 januari 2021 een declaratietermijn van maximaal 6 maanden en worden aanbieders met grote achterstanden daarop aangesproken.
6/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10268281
Voor wat betreft de gemiddelde kosten per jeugdige mag er nog niet worden gesproken over een trendbreuk. Als gevolg van achterstanden in declaraties in kwartaal 3 en met name kwartaal 4 in 2021 is dit lager dan verwacht mag worden. In bijlage 2 vindt u informatie over de tijdigheid van declaraties bij jeugdhulp. Om meer grip op de jeugdhulpkosten te krijgen is in 2021 ingezet op de volgende maatregelen: − Het doorlopend intensief sturen op aanbieders zodat deze binnen hun bestedingsruimte blijven. Dat dwingt jeugdhulpaanbieders kritisch te kijken naar de duur van hun trajecten, de inzet van de uren daarin en een goede triage aan de voorkant te maken. Ook willen we dat ze op basis daarvan codes gebruiken met een lager tarief en doelen voor de jeugdige bijstellen zodat deze haalbaar worden. Een concrete uitkomst van deze gesprekken is een tariefsverlaging voor individuele begeleiding en verzorging per 1 januari 2022 voor een specifieke aanbieder. − We monitoren de voortgang door structureel te kijken naar het aantal toeleidingen per aanbieder en wat hier daadwerkelijk op gedeclareerd wordt. Als dit zogenoemde verzilveringspercentage uit de pas loopt met de bestedingsruimte dan spreken wij aanbieders daarop aan. − We benchmarken aanbieders met een snel stijgende omzet ten opzichte van andere aanbieders met kinderen met een vergelijkbare problematiek.
Dit leidt tot gebruik van lichtere, passende productcodes, tot lagere intensiteit en afspraken over eerder afschalen. − Implementatie van beslisbomen, waarmee gezinscoaches en toegangsteam, afhankelijk van de problematiek de juiste hulp (voorliggend veld, eerste of tweedelijns) kunnen inzetten. Hiermee kan ‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig’ nog beter in de praktijk worden toegepast. − Voorafgaand aan de inzet van tweedelijns jeugdhulp toetst het toegangsteam of de door aanbieders aangevraagde duur en intensiteit past binnen de afgesproken normen. In 2022 wordt deze aanpak voortgezet, geïntensifieerd en uitgebreid. C. Preventieve inzet/verbeterde indicatiestelling (bijdrage aan taakstelling € 3,0 mln. in 2023) Haags Ontmoeten Haags Ontmoeten organiseerde op 51 locaties ondersteuning en ontmoeting. Steeds meer deelnemers en mantelzorgers komen weer structureel naar de locaties van Haags Ontmoeten, dit zien we terug in de oplopende kwartaalcijfers. In Q1 van 2021 is gestuurd op betere registratie van deelnemers en mantelzorgers die alternatieve vormen van ondersteuning ontvangen. In Q1 waren er 1.497 unieke deelnemers en 298 unieke mantelzorgers. In Q2 waren er 1.640 unieke deelnemers en 325 unieke mantelzorgers. In Q3 waren er 1.705 unieke deelnemers en 340 unieke mantelzorgers. In Q4 waren er 1.695 unieke deelnemers en 320 unieke mantelzorgers.
De lichte daling in het aantal deelnemers wordt voornamelijk verklaard door corona. Voor een aantal deelnemers is het toenemende aantal besmettingen redenen geweest om tijdelijk af te zien van deelname aan Haags Ontmoeten. Overige activiteiten De belangrijkste overige activiteiten rondom kostenbeheersing zijn de volgende: − Naar aanleiding van de checklist Wlz hebben 4 gezinscoaches met Wlz expertise (inmiddels zijn er nog 3 gezinscoaches in dienst) sinds januari 2021 voor 39 jeugdigen een Wlz aanvraag gedaan. Daarvan zijn er 8 toegekend, 3 afgewezen en 2 nog in behandeling. De overige aanvragen wachten nog op onderzoeksresultaten om verder te behandelen. Na 20 toegekende zaken kan er een financiële opstelling worden gemaakt in het kader van kostenbeheersing. − De leidraad Jeugdhulp is in 2020 opgesteld en is in 2021 aangepast op basis van actuele ontwikkelingen en ervaringen. De leidraad bevat uitgangspunten rond diverse aspecten vanuit kostenbeheersingsperspectief, met aandacht voor maatwerk.
7/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10268281
Gezinscoaches en teammanagers kunnen de leidraad gebruiken bij de voorbereiding en tijdens het gesprek met de jeugdige en/of het gezin, gedurende het onderzoek en bij de (over)weging en besluitvormingsfase. De publieksversie van de leidraad wordt in de eerste helft van 2022 gepubliceerd. D. Kwaliteitsverbeteringen en synergie JMO (bijdrage aan taakstelling € 5,0 mln. in 2023) Onder dit blokje vielen 3 onderwerpen: 1. Vergroten inzicht in clientstromen & betere ketensamenwerking; 2. Eerdere maatregelen waarover aan de Rekeningencommissie gerapporteerd is. Ad 1 Vergroten inzicht in cliëntstromen & betere ketensamenwerking De doorbraakaanpak die we met SOHOS hebben ontwikkeld, hebben we in 2020 en 2021 voortgezet met twee projecten: het Doorbraaklab en het ontwikkelen van een leeratelier maatwerk®ie. In het Doorbraaklab worden doorbraken gerealiseerd bij multiproblematiek van burgers. Dit zorgt ervoor dat de burger beter geholpen wordt én levert besparingen op. Dit zijn besparingen op de Wmo, Jeugdwet, ZVW en PW. De baten komen ten goede aan het sociaal domein en vallen dus breder dan alleen bij de gemeente. De positieve resultaten in de pilot fase hebben het college doen besluiten om het Doorbraaklab structureel onderdeel van de gemeentelijke organisatie te maken.
Met een ontschot budget, dat wordt besteed aan Haagse inwoners, hebben medewerkers in het Doorbraaklab ook in financiële zin ruimte om te doen wat nodig is over domeinen en wetten heen. Samen met de Hogescholen van Den Haag en Leiden (Werkplaats Sociaal Domein) en het Instituut voor Publieke Waarden is een leeratelier ontwikkeld waarin vaardigheden gericht op maatwerk en regie centraal staan, zoals een masterclass gericht op grondhouding, maatwerk en regie, en verdiepingsmodules. Inmiddels hebben meer dan 70 professionals van de gemeente (SZW en OCW) en ketenpartners de masterclass gevolgd. De geleerde lessen zijn op kleine schaal ook al in de praktijk toegepast, door op integrale wijze doorbraken te realiseren bij bijvoorbeeld specifieke doelgroepen als personen met verward gedrag. Ad 2 Eerdere maatregelen waarover aan de RC is gerapporteerd Met de inzet van een Praktijkondersteuner Jeugd (PO Jeugd) verbetert de vraagverheldering en triage voor opgroei- en opvoedproblemen (tot 18 jaar) in de huisartsenpraktijk. Een PO Jeugd verheldert de vraag van de jeugdige en/of diens ouders en beoordeelt welke ondersteuning nodig is. In onderstaande grafiek wordt weergegeven in hoeveel gevallen doorverwijzing naar ingekochte jeugdhulp niet nodig bleek op de langstlopende pilotlocaties (Leidschenveen en Scheveningen):
8/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10268281
* Noot: percentage geeft het cumulatieve afbuigingspercentage weer vanaf het begin van de pilotlocaties Leidschenveen en Scheveningen.
De pilot PO Jeugd is in de eerste helft van 2021 uitgebreid in het Centrum en (Schildersbuurt) en in Escamp (Wateringse Veld, Leyenburg, Bouwlust en Vrederust). Voor de gehele pilot zijn er op 1 januari 2022 in totaal 961 jeugdigen/gezinnen gesproken. Van de 767 afgesloten trajecten is 57,8% niet verwezen naar de ingekochte jeugdhulp. Van deze casuïstiek is 45,5% begeleid door de PO Jeugd zelf zonder dat verdere verwijzing hoeft plaats te vinden. De overige 12% heeft de PO Jeugd verwezen naar vrij toegankelijke jeugdhulp van de jeugdteams, naar de JGZ of ander voorliggend preventief aanbod. E. Zorg- en beleidsvernieuwing (bijdrage aan taakstelling € 3,6 mln. in 2023) Deze verbeterlijn gaat over het vernieuwen van de zorg en het realiseren van vernieuwend beleid om adequate zorg en ondersteuning bieden, tegen lagere kosten. In de grafiek hieronder wordt gemeten hoe de gemiddelde kosten zich ontwikkelen. Enerzijds worden die beïnvloed door prijsstijgingen en inflatie, anderzijds door vernieuwingen in het beleid. Het gemiddelde zegt iets over hoe deze effecten uitmiddelen. In onderstaande grafiek wordt de voortgang op de huidige indicatoren in beeld gebracht:
9/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10268281
In eerdere rapportages is ook gerapporteerd over het aantal no shows. Het aantal no shows is in verband met corona nog steeds niet representatief en niet vergelijkbaar met andere jaren. Daarom is deze niet opgenomen in de grafiek. 1-1 tm 1-5 tm 1-7 tm E. Zorg- en Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 30-04 30-06 31-12 beleidsvernieuwing 2019 2019 2019 2019 2021 2021 2021 2021 2020 2020 2020 aantal 10.250 10.391 10.643 10.306 10.342 10.278 9.748 9.588 9.395 9.574 vervoersvoorziening 9.525 aantal 507 585 599 545 524 523 478 490 581 503 562 woonvoorziening aantal 162 258 258 155 142 143 76 48 96 51 109 woningaanpassing Bovenstaande cijfers bij de Wmo zijn redelijk stabiel en in lijn met onze verwachtingen. Kleine mutaties van maand tot maand zijn normaal bij dit type voorziening. Zeker het aantal woningaanpassingen hangen af van de behoefte in de stad. We kijken ook naar een betere afbakening tussen Wlz en Wmo en jeugdhulp. Nu ontvangen inwoners soms een Wmo-voorziening, terwijl de zorg soms beter passend is in de Wlz. Samenloop is mogelijk omdat er bijvoorbeeld vanuit de Wlz nog geen ondersteuning kan worden geboden en de Wmovoorzieningen ter ondersteuning nog noodzakelijk zijn of omdat bepaalde voorzieningen niet voor Wlz in aanmerking komen.
Met het zorgkantoor (CZ), het CAK en de gemeente zijn inmiddels afspraken gemaakt om klanten over te zetten naar de Wlz bij onwenselijke samenloop van Wmo en Wlz. Financieel resultaat 2021 De verbeterlijnen als geheel hebben in 2021 gezorgd voor een beperking van de kosten. De effecten kunnen niet per verbeterlijn worden gekwantificeerd, omdat de verbeterlijnen nauw met elkaar samenhangen en de effecten van de ingezette acties in veel gevallen niet één op één zijn toe te rekenen. In 2021 is meer dan de helft van de taakstelling van € 24,6 mln. gerealiseerd op de Wmo. Mede door de ingezette verbeterlijnen kan de Wmo inmiddels binnen de financiële kaders uitgevoerd worden. Voor de jeugdhulp blijft de situatie complex, zoals in het AEF-rapport van december 2020 (zie paragraaf Balans jeugdhulp) ook is verwoord, en kan de beoogde taakstelling niet worden gerealiseerd. In het coalitieakkoord zijn door het nieuwe kabinet aanvullende rijksmiddelen toegekend, die bedoeld zijn om tekorten te dekken en om te investeren in een hervormingsagenda. Op jeugd is de opgave om op langere termijn de kosten in evenwicht te houden. Het nieuwe college zal moeten besluiten op welke manier de jeugdhulpopgave in evenwicht zal blijven. Conclusie In deze rapportage is ingegaan op de financiële prognose voor Wmo en jeugdhulp en op de belangrijkste inhoudelijke voortgang op de verbeterlijnen.
Dit was de laatste voortgangsrapportage van het college. Uit de rapportage komt hetzelfde beeld naar voren als in de rapportage voor het eerste halfjaar. Voor de Wmo hebben de verbeterlijnen voldoende besparingen opgeleverd. Meer dan de helft van de besparing is op de Wmo gerealiseerd. Voor de jeugdhulp blijft de situatie complexer doordat de gemeente meer afhankelijk is van ketenpartners. Zo doen we slechts 30% van de verwijzingen naar jeugdhulp zelf. De sturingsmogelijkheden om jeugdigen een passende, adequate en doelmatigere voorziening te bieden zijn daarom minder groot dan bij de Wmo. Daar komt bij dat regionaal wordt ingekocht, waardoor complexe samenwerkingsverbanden ontstaan. Dit alles zorgt ervoor dat bijsturen de nodige tijd en inspanning kost. Verder is er vanuit preventie ook voldoende aandacht voor de jeugd(hulp).
10/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10268281
Wat daarvoor allemaal gebeurt, is terug te lezen in het actieprogramma Preventie, Volksgezondheidsbeleid Den Haag 2020 – 2023 (RIS309230). Voor jeugdhulp heeft het Rijk extra middelen ter beschikking gesteld in het coalitieakkoord. Voor 2023 is naar verwachting daarmee voldoende budget beschikbaar. De middelen lopen in de komende jaren af, maar er komt een landelijke ontwikkelingsagenda waarmee de jeugdhulp in evenwicht mee moet komen. Dit zijn inhoudelijke besluiten, die door het nieuwe college genomen zullen moeten worden. Aangezien de verbeterlijnen op de Wmo voldoende effect hebben gesorteerd stellen we voor deze rapportage voor de Wmo af te sluiten. Voor jeugdhulp is het aan het nieuwe college en de nieuwe Raad om te bezien hoe de jeugdhulp structureel in evenwicht kan blijven. Met vriendelijke groet, Kavita Parbhudayal Wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid
11/11