RIS311894 Actieplan Schooladvisering
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de Algemene Raadscommissie (de vakcommissie Samenleving)
OCW/10278841 RIS311894 Contactpersoon
Karin Nieuwenkamp Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
5 april 2022
karin.nieuwenkamp@denhaag.nl
Onderwerp
Actieplan Schooladvisering
Geachte voorzitter, Het realiseren van kansengelijkheid is voor de HEA-partners een topprioriteit in de HEA 2022 - 2026. Zij staan ervoor dat alle leerlingen dezelfde kans maken om op de school van hun voorkeur terecht te komen, dat selectie- en adviesprocedures zorgvuldig zijn en dat er in het onderwijs geen drempels bestaan die gelijke kansen belemmeren. Overgangen in het onderwijs zijn kwetsbare momenten in de schoolloopbaan, vooral voor kinderen en jongeren die van huis uit minder begeleiding en ondersteuning krijgen. Bij elke overgang hebben kinderen met hoger opgeleide ouders momenteel meer kans op een gunstiger perspectief dan kinderen met lager opgeleide ouders. De overstap van primair naar voortgezet onderwijs vraagt nadrukkelijk aandacht, omdat op dit vroege moment al voorgesorteerd wordt op toekomstmogelijkheden van jongeren. De kwaliteit van de basisschooladviezen is een punt van urgentie en behoeft blijvende aandacht. Uit de onderzoeken die Oberon1 en SEO2 in opdracht van de gemeente Den Haag in 2020 hebben uitgevoerd, wordt duidelijk dat de schooladvisering in Den Haag op onderdelen beter kan. Ook in Den Haag wordt het schooladvies in belangrijke mate bepaald door het opleidingsniveau van de ouders zonder dat de uitslag van de eindtoets dat staaft.
Tussen kinderen van hoogopgeleide en lager opgeleide ouders zijn verschillen te zien in de gemiddelde schooladviezen (voorafgaand aan eventuele bijstelling) die zij krijgen. Figuur 1 laat zien dat kinderen van universitair geschoolde ouders gemiddeld een advies krijgen dat bijna op havo-/vwo-niveau ligt, terwijl de kinderen van ouders met een mbo1- en 2-niveau gemiddeld een advies krijgen dat op het niveau vmbo-kader-tl tot tl ligt. Deze verschillen zijn betrekkelijk constant over de jaren en vergelijkbaar met de rest van Nederland (niet afgebeeld). Deze verschillen in gemiddelde schooladviezen zijn groter dan de verschillen in eindtoetsprestaties (de stippellijnen) rechtvaardigen; kinderen van hoger opgeleide ouders worden structureel iets hoger geadviseerd ten opzichte van hun toetsscores, terwijl kinderen van mbo-geschoolde ouders iets lager worden geadviseerd dan hun eindtoetsuitkomst. 1
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9633090/1/RIS307504_Bijlage_2
2
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9633092/1/RIS307504_Bijlage_3
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/ 10278841
Figuur 1: Ontwikkeling school- en toetsadviezen Den Haag
Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen een schooladvies dat gemiddeld zo’n 1,5 niveau hoger ligt dan het advies bij kinderen van laagopgeleide ouders. Er is dus een verschil in advies te zien tussen kinderen van hoogopgeleide ouders en kinderen van laagopgeleide ouders. Deze verschillen zijn over een langere periode gemeten en zet het streven naar kansengelijkheid onder druk, zie hiervoor ook Den Haag In Cijfers. In onderstaande figuur zoomen we verder in op het netto verschil tussen advies en eindtoets.
Figuur 2
Zo wordt duidelijk dat kinderen van universitair geschoolde ouders in Den Haag in 2019 gemiddeld een advies kregen dat 0,15 hoger ligt dan het eindtoetsniveau, terwijl kinderen van ouders met een opleiding op maximaal mbo niveau 2 een advies kregen dat 0,20 punt onder het eindtoetsniveau ligt. De gemiddelde onderadvisering ten opzichte van de eindtoets die we bij kinderen van laagopgeleide ouders in Den Haag zien is ook te zien in de rest van Nederland.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/ 10278841
Hoewel niet rechtlijnig, zien we in de data ook een trend in de tijd: leerlingen met ouders met een mbo opleiding worden gemiddeld gezien steeds iets meer ondergeadviseerd (hun schooladvies ligt steeds iets verder onder hun toetsniveau), terwijl een dergelijke daling voor leerlingen met hbo+-opgeleide ouders niet optreedt. De verschillen tussen deze groepen leerlingen nemen daarmee toe. In Den Haag krijgen - net als in Amsterdam en Rotterdam - ten opzichte van het landelijk gemiddelde relatief veel leerlingen een bijstelling van het schooladvies. Van de leerlingen die hiervoor in aanmerking kwamen, kreeg bijna de helft in de meest recente jaren een bijstelling. In eerdere jaren is zichtbaar dat kinderen van de laagstopgeleide groep ouders inmiddels net zo veel kans maakte op een bijstelling als kinderen van de hoogstopgeleide groep. Deze trend lijkt in schooljaar 2018/19 gekeerd. Bij kinderen van ouders met mbo-2 of lager opleidingsniveau is het aandeel bijstellingen gedaald naar 39%, terwijl dat voor de andere groepen vrijwel onveranderd is gebleven.
Figuur 3: Ontwikkeling aandeel bijstellingen Den Haag
Wat doen we al? De cijfers laten zien dat het onderwerp van schooladvisering aandacht behoeft om het streven naar kansengelijkheid in het onderwijs waar te maken. Voordat ingegaan wordt op de nieuwe acties die de partners van de Haagse Educatieve Agenda hiervoor gezamenlijk nemen is het goed om stil te staan wat er nu al gebeurd. De schoolbesturen voor primair en voortgezet onderwijs in de regio Den Haag, LeidschendamVoorburg en Rijswijk (Haaglanden) hebben afspraken vastgelegd, die erop gericht zijn elk kind uit de regio een passende school voor voortgezet onderwijs te laten vinden. Op basis van de wet- en regelgeving en de regionale, bestuurlijke afspraken is de BOVO-procedure3 ontwikkeld. Alle scholen in Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk nemen deel aan de BOVO-procedure en zijn gebonden aan de gemaakte afspraken. In de BOVO-procedure zijn onder meer afspraken gemaakt over de totstandkoming van het basisschooladvies (BSA). Zo wordt geadviseerd meerdere personen van de po-school bij het BSA te betrekken en het BSA daarna gezamenlijk vast te stellen.
3
Procedure voor de overstap van po naar vo.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/ 10278841
Bij voorkeur gebeurt dit door een ‘schoolverlaterscommissie’. Naast de directie, intern begeleider/bovenbouwcoördinator en leerkracht groep 8, is hierbij de leerkracht van de leerling van groep 7 en liefst ook die van groep 6 betrokken. Ook wordt van po-scholen verwacht dat zij al voor de leerlingen van groep 6 en 7 nadenken over het uiteindelijke BSA en hier hun beleid op maken. We spreken van een meerjarenadviseringsbeleid. Een dergelijk beleid vergroot de zorgvuldigheid rondom de totstandkoming van het BSA en bereidt ouders voor op het BSA in groep 8. Po-scholen kunnen het meerjarenadviseringsbeleid op eigen wijze invullen. Vorig jaar is vanuit het ministerie van OCW aandacht gevraagd voor kansrijk adviseren. De daarvoor ontwikkelde handreiking is aan de scholen verstrekt en stelt hen in staat hun meerjarenadviseringsbeleid te verbeteren. Wat gaan we nog meer doen? Ook de Onderwijsinspectie concludeerde in haar rapport ‘Kansenongelijkheid bij de overgangen po-vo’ (2018) dat niet direct duidelijk is waarom scholen bij de ene leerling in de besluitvorming rondom advisering en plaatsing kansenbevorderend gedrag en bij de andere leerling risicomijdend gedrag vertonen. Uit het onderzoek bleek dat impliciete aannames een rol spelen, met name wanneer de cognitieve leerprestaties van leerlingen minder overtuigend wijzen naar een bepaald onderwijsniveau.
De manier waarop scholen inschattingen, afwegingen en besluiten maken, kan leiden tot kansenongelijkheid. Dit willen de onderwijspartners (die gezamenlijk uitvoering geven aan de Haagse Educatieve Agenda) veranderen en dit vraagt om een bewustwording en actie van alle betrokken partijen. De volgende acties worden ingezet: schoolbesturen en gemeente gaan de huidige procedure nog beter in kaart brengen en breiden deze uit met een gedragsrichtlijn voor diegenen die professioneel betrokken zijn bij het opstellen van een schooladvies. Het gebruik daarvan nemen we op in een convenant met de schoolbesturen (zie ook “De overstap van po naar vo; handreiking voor schooladvisering” van het ministerie van OCW); schoolbesturen en gemeente intensiveren samen de communicatie naar ouders over hun rol bij het schooladvies en de keuze voor een vervolgopleiding en -school; Schoolmaatschappelijk werkers en/of oudercoaches hebben vanaf 2022 extra uren beschikbaar om met ouders van groep 7 en 8 in gesprek te gaan over hun rol bij het schooladvies; scholen worden gestimuleerd om leerkrachten die betrokken zijn bij het opstellen van het schooladvies te laten deelnemen aan een deskundigheidsbevorderings-traject in de schooladvisering; scholen worden gestimuleerd activiteiten met en voor ouders en leerlingen te organiseren die gericht zijn op het versterken van de vaardigheden ter voorbereiding op de
overstap naar het voortgezet onderwijs; er komt een verplichte ouderhelpdesk bij alle Samenwerkingsverbanden. Zodra landelijk duidelijk is wat de taken van deze ouderhelpdesk worden, onderzoeken we of dit meegenomen kan worden in het Actieplan Schooladvisering; het jaarlijkse onderzoek naar de schooladviezen en -loopbanen wordt uitgebreid met een aantal onderdelen, zo wordt ingezoomd op verschillende scholen met een meerjarenanalyse. Op basis van deze gegevens worden meerjarige trendanalyses gemaakt voor scholen en schoolbesturen. Scholen kunnen op deze manier van elkaar leren en goede voorbeelden kunnen als inspiratie gebruikt worden. Samen met schoolbesturen worden de mogelijkheden voor het stellen van streefwaardes verkend; de gemeente en schoolbesturen onderzoeken of in Zuidwest concrete verbeteringen doorgevoerd kunnen worden;
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/ 10278841
-
specifieke aandacht in het onderzoek gaat uit naar de effecten van de schoolsluiting(-en) als gevolg van de corona-pandemie. Met behulp van verschillende bronnen kijken we of er gevolgen van de schoolsluiting zichtbaar zijn in de data en of deze gevolgen verschillen per school. Individuele scholen zijn in deze gegevenspresentatie niet herkenbaar.
Een aantal acties is al uitgezet of wordt in het eerste halfjaar 2022 gerealiseerd. De start en uitvoering van het onderzoek is door allerlei, vaak corona-gerelateerde oorzaken, uitgesteld. We verwachten de uitkomsten rond het zomerreces met u te kunnen delen. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte Hilbert Bredemeijer
5/5