CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311891 Bijlage

Algemene Raadscommissie 14 april 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 040

Achtergrond omgevingsplan Binckhorst In 2013 heeft de gemeente Den Haag besloten om zich aan te melden voor een pilot in het kader van de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet. Voor Den Haag is deze pilot het Omgevingsplan Binckhorst (bestemmingsplan met verbrede reikwijdte volgens de Crisis- en herstelwet). De achtergrond om deel te nemen aan de pilot omgevingsplan lag onder andere in de economische crisis rond 2010. Deze crisis leidde tot een veranderende rol-inneming door de gemeente ten aanzien van deze gebiedsontwikkeling. Door de crisis kwam de herontwikkeling van de Binckhorst met een ‘traditioneel’ bestemmingsplan op basis van het Masterplan niet van de grond. Tevens werd met de pilot de gelegenheid geboden om alvast te oefenen met een aantal nieuwe instrumenten uit de Omgevingswet. De keuze voor organische gebiedsontwikkeling (door de markt) maakte het opstellen van een traditioneel bestemmingsplan onmogelijk, aangezien de (financiële) uitvoerbaarheid niet aan de voorkant aangetoond kon worden, omdat niet precies duidelijk was welke ontwikkelingen waar en wanneer plaats zouden vinden en wie de initiatiefnemer zou zijn.

Deelnemen aan de pilot omgevingsplan bood de mogelijkheid om de ontwikkeling toch te kunnen voorzien van een integraal juridisch-planologisch toetsingskader (zie RIS310722, evaluatie pilot omgevingsplan Binckhorst) en daarmee de gewenste transformatie van de Binckhorst wel te kunnen initiëren. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd in het omgevingsplan: Uitgangspunt 1. Organisch en flexibel plan De gemeente kiest voor een flexibel plan. Faciliteren staat voorop en niet meer het vooraf bepalen of denken dat alles te plannen valt. Uitgangspunt 2. Beschermen bestaande bedrijvigheid De Binckhorst omarmt haar verleden en heden als industrieel gebied. In de Binckhorst is zowel plaats voor de industrie zoals we die van oudsher kennen, zoals de beton- en asfaltcentrale(s), maar ook nieuwe bedrijfsmatige concepten, zoals bedrijfsverzamelgebouwen die een inspirerende, creatieve omgeving bieden waar kruisbestuivingen mogelijk zijn. Om zowel het verleden als het heden te waarborgen, is bescherming van bestaande bedrijvigheid nodig. Uitgangspunt 3. Beleidsneutraal, tenzij… In bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met beleid vanuit het Rijk, de provincie, het waterschap en natuurlijk ook de gemeente. Omdat een Omgevingsplan naar de hele fysieke leefomgeving kijkt, betekent dit dat er (ten opzichte van een bestemmingsplan) meer thema's integraal afgewogen moeten worden.

Dit leidt tot een flink pakket aan beleid dat meegewogen moet worden. Het Omgevingsplan kan door specifieke instrumenten (saldering, beleidsregels, open normen) extra flexibiliteit toevoegen. Op het moment dat de Omgevingswet definitief in werking treedt, worden de mogelijkheden om flexibiliteit te bieden naar verwachting nog verder vergroot. Uitspraak Raad van State Pilot Omgevingsplan Binckhorst De Raad van State heeft op 24 november 2021 uitspraak gedaan over het omgevingsplan Binckhorst. Met deze uitspraak is het omgevingsplan grotendeels onherroepelijk geworden. Dit betekent veel voor de transformatie van de Binckhorst en de weg die we als gemeente samen met diverse samenwerkingspartijen zijn ingeslagen voor één van de grootste binnenstedelijke gebiedstransformaties in Nederland. Ook landelijk gezien is dit een mijlpaal omdat het één van de eerste grote pilots van een omgevingsplan is die nu onherroepelijk is geworden. Hiermee is bevestigd dat de systematiek waarin het omgevingsplan voorziet rechtszeker is.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10252265

Daarmee is de realisatie van de eerste 5.000 woningen en alle overige activiteiten (functies) die het omgevingsplan mogelijk maakt, geborgd. Op een paar kleine punten is de gemeente opgedragen om binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen. Het betreft met name enkele aanpassingen in de formulering van de bepalingen in artikel 3 (dat ziet op de bescherming van de bestaande activiteiten) en enkele aanpassingen in de Tabel bestaande activiteiten die als bijlage bij de planregels is opgenomen. Zo dient de richtafstand voor geluid van Maison Kelder aangepast te worden naar 100 meter en zijn er nog enkele aanpassingen nodig voor wat betreft kadastrale aanduidingen en de omvang van de bedrijfsbebouwing. Deze laatste punten zijn in lijn met wat de gemeente reeds zelf had voorgesteld naar aanleiding van de zitting bij de Raad van State. De door de Raad van State gevraagde aanpassingen worden verwerkt in Herstelbesluit 1C. Dit herstelbesluit wordt binnen 26 weken na de uitspraak aan de gemeenteraad voorgelegd. Inmiddels is de planontwikkeling en uitvoering binnen de gebruiksruimte van het vastgestelde omgevingsplan in volle gang. Vanuit de uitgangspunten zoals gehanteerd bij het opstellen van het omgevingsplan en met de kennis van nu kunnen een aantal constateringen worden gedaan die voor de doorontwikkeling, maar ook nu al, van belang zijn.

Integrale benadering fysieke leefomgeving Een belangrijk streven van de Omgevingswet is het integraal benaderen van de fysieke leefomgeving. In de pilot is dit in beperkte mate gelukt in de opgestelde beleidsregels. Als alle bestaande beleidskaders onverkort van toepassing zijn, zonder aanpassing naar de specifieke context van een gebied, wordt de ruimte voor maatwerk beperkt. Vervolgstappen in de doorontwikkeling Als integraliteit daadwerkelijk wordt nagestreefd, is het van belang om niet alle bestaande beleidskaders onverkort van toepassing te verklaren. Geconstateerd is dat daar soms tegenstrijdigheden inzitten en er ruimte moet zijn om beleidskaders af te wegen, gelet op de aspecten van het betreffende (deel)gebied. Vanuit de pilot wordt aanbevolen die afweging -op bestuurlijk niveau- al te doen voordat er gestart wordt met het opstellen van een omgevingsplan, bijvoorbeeld in het kader van de omgevingsvisie, dan wel in de gewenste programma’s en functies. Op het niveau van het college is de benodigde integrale afweging inmiddels georganiseerd in het Bestuurlijk overleg Grote Gebiedsontwikkelingen. De samenwerking tussen de verschillende diensten en afdelingen bleek in de opstartfase ingewikkeld, vanwege de complexiteit van het instrumentarium.

Om te komen tot goede integrale afwegingen is het nodig dat vanuit de betrokken beleidsdomeinen wordt geparticipeerd in de afwegingsprocessen in het gebied. Dit is nu ingebed in de programmaorganisatie Binckhorst. Betekenis van het Omgevings Effect Rapport (OER) Het OER is een inhoudelijk verbrede vorm van het milieueffectrapport (m.e.r.) waarin onder andere ook ruimtelijke kwaliteit, landschap, duurzaamheid, economie en sociale veiligheid worden afgewogen. Deze verbrede m.e.r.-procedure is een poging om alle ambities en randvoorwaarden voor de organische gebiedsontwikkeling op integrale wijze te kunnen afwegen en alle verschillende sectorale belangen een volwaardige plek in deze afweging te kunnen geven. Hieruit zijn de volgende ambities gedefinieerd in het omgevingsplan: - stadsentree met regionale oriëntatie; - economische factor van betekenis voor de stad; - een uitnodigend en karakteristiek woongebied; - proeftuin voor duurzaamheid en vergroening. Deze ambities bleken in de praktijk te globaal uitgewerkt om richtinggevend te zijn voor de uitvoering.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10252265

Vervolgstappen richting de doorontwikkeling Uit de evaluatie komt naar voren dat de Binckhorst erg groot en divers is om als één gebied te benaderen. In de doorontwikkeling zal daarom meer per deelgebied (Trekvlietzone, Binckhorst Noordwest, Begraafplaats-/spoorboogzone en Binckhaven) invulling worden gegeven aan de diversiteit van de gebieden. Ook voor de komende periode zullen echter op deelgebiedsniveau afwegingen worden gemaakt op functieniveau (zoals wonen/werken/groen). Balans flexibiliteit en rechtszekerheid Bij het waarborgen van de te beschermen waarden en gemaakte keuzes in het Omgevings Effect Rapport (OER) is met het Omgevingsplan gezocht naar een balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid. Als de planregels te veel zijn dichtgetimmerd, gaat dit ten koste van de beoogde flexibiliteit en vrijheid voor de invulling van het gebied (met een tijdshorizon van ca. 20 jaar). Daarom beoogt de Omgevingswet meer flexibiliteit te realiseren in het omgevingsplan en de (bestuurlijke) afwegingsruimte te vergroten. Hiertoe zijn beleidsregels geïntroduceerd als nieuw instrument in aanvulling op de juridische planregels van het Omgevingsplan. Aandachtspunten bij de doorontwikkeling Met de combinatie van planregels en beleidsregels heeft de gemeente de eerste succesvolle ervaringen opgedaan met het vinden van een balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid.

Er is een drietal punten genoemd die nadere aandacht vragen bij de doorontwikkeling: • De houdbaarheid van de combinatie planregels-beleidsregels als er veel in beleidsregels wordt geregeld. Uit de uitspraak van de Raad van State van 24 november 2021 volgt dat de Raad van State van mening is dat de systematiek van de regels van het omgevingsplan voldoende rechtszekerheid biedt. De gemeente is er daarmee in geslaagd de juiste balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid te vinden. Het is dan ook niet noodzakelijk de huidige systematiek van plan- en beleidsregels (grondig) te wijzigen in het kader van de doorontwikkeling. De huidige systematiek zal de basis vormen die op integrale afwegingen en detailniveau (naar gelang de bestuurlijke wensen en ambities) aangepast zal worden. • Het werken met plan- en beleidsregels betekent ook dat aan de voorkant goed (en beter dan in de pilot) wordt nagedacht wat juist níet in juridische planregels moet worden opgenomen, omdat dan makkelijker aanpassingen kunnen worden gedaan. Zo zou de systematiek van verdeling van de gebruiksruimte neergelegd kunnen worden bij het college, waarmee een gewenste wijziging in de systematiek eenvoudig en sneller/tussentijds georganiseerd kan worden. • Er is, in vergelijking met traditionele bestemmingsplannen, een betere balans gevonden tussen flexibiliteit en rechtszekerheid.

Echter, die balans is nog niet helemaal bereikt doordat er nieuwe en/of extra regels komen, beperkingen van het gebied te laat in beeld komen (onderzoeksplicht ligt bij de initiatiefnemer, daarmee na vaststelling van de pilot omgevingsplan) en regels te beperkt geïntegreerd (onverkort van toepassing) zijn. In het kader van de doorontwikkeling zou het daarom verstandig zijn om vooraf keuzes te maken, dan wel toch meer (globaal) onderzoek te doen voor overkoepelende thema’s als windhinder, bezonning, etc. Participatie Participatie is een belangrijk speerpunt in de Binckhorst (participatieleidraad Binckhorst RIS 303172). Er vindt inmiddels veel structurele participatie plaats met bewoners, bedrijven, ontwikkelaars en buurgemeenten. Daarnaast is er een nieuwe gemeentelijke website in ontwikkeling voor de gebiedsontwikkelingen, waaronder de Binckhorst, om de participatie beter te ontsluiten dan nu mogelijk is. Deze website zal medio 2022 worden opgeleverd. Ook is het van belang de verschillende verwachtingen rondom participatie te onderkennen en op welk niveau er wordt geparticipeerd (informeren, raadplegen, co-creëren, etc.). Dit dient voorafgaand aan het planproces voor alle betrokkenen duidelijk te zijn.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10252265

Onder de nieuwe Omgevingswet wordt van initiatiefnemers gevraagd dat zij aangeven bij het indienen van hun aanvraag omgevingsvergunning of er participatie heeft plaats gevonden en zo ja op welke wijze. Indien deze informatie ontbreekt, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld omdat niet aan alle indieningsvereisten is voldaan. De wijze waarop invulling is gegeven aan participatie vormt overigens geen weigeringsgrond. De omgevingswet geeft bovendien ook niet aan op welke wijze invulling moet worden gegeven aan participatie. Het is dus straks aan de gemeenteraad om bijvoorbeeld in de vorm van een participatieleidraad te bepalen op welke wijze invulling moet worden gegeven aan participatie binnen de gemeente Den Haag.

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11326509/1