CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311847 Bijlage 1

Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken3.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GAD/2021.143 9 februari 2022

<Titel Rapport> Rapport Onderzoek Financiële effecten COVID-19 voor Cultuurinstellingen (OCW-Cultuur) Gemeentelijke Accountantsdienst (GAD/2021.143)

1

GAD/2021.143 9 februari 2022

Inhoudsopgave 1.

Aanleiding en opdracht

3

1.1

Doel van het onderzoek

3

1.2

De onderzoeksvragen

3

1.3

Onderzoeksaanpak

4

2.

Bevindingen uit ons onderzoek 2.1 2.2

Wat zijn de resultaatontwikkelingen geweest over 2020 in vergelijking met 2019?

5

Op welke wijze hebben de instellingen in 2020 gereageerd op COVID-19? 8 10

2.4

13

Wat zijn de financiële verwachtingen voor 2021?

Wat is het beeld van de controleverklaringen?

13

2.6

Welke overige risico’s spelen er?

14

2.7

Gegevens uit de Kamer van Koophandel

15

3.

5

2.3 Is sprake van nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van 2019 in het weerstandsvermogen, liquiditeit en solvabiliteit?

2.5

2

Tenslotte

16

3.1

Beroepsvoorschriften

16

3.2

Openbaarmaking

16

3.3

Ondertekening

16

GAD/2021.143 9 februari 2022

1.

Aanleiding en opdracht

1.1

Doel van het onderzoek

activiteitenniveau? Hebben er verschuivingen plaatsgevonden naar bijvoorbeeld online activiteiten? Hoeveel COVID-19 steun hebben de instellingen ontvangen en wat is er met deze steun gedaan? Zijn er andere financiële impulsen/oplossingen geweest vanwege COVID-19?

COVID-19 heeft een grote impact op de samenleving. U heeft daardoor behoefte aan inzicht in de financiële effecten die de cultuurinstellingen hebben ondervonden door COVID-19 en of de instellingen deze gevolgen kunnen dragen met hun weerstandsvermogen en liquiditeit. Daarnaast wilt u inzicht of er risico’s spelen voor de continuïteit en of er andere zaken zijn die verder van belang kunnen zijn? Daarvoor heeft u ons verzocht dit onderzoek te laten uitvoeren. Het onderzoek richt zich op een deel (circa 30 van de 70) cultuurinstellingen die subsidie uit het Kunstenplan 2021-2024 hebben ontvangen. U heeft aangegeven welke instellingen in het onderzoek moeten worden betrokken.

•

Is sprake van nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van 2019 in: o Het weerstandsvermogen (eigen vermogen ten opzichte van de totale omzet, voorzieningen voor risico’s). o De liquiditeitspositie (kasstromen, cash en quick/current ratio). o De solvabiliteit (financiering, vastgoed, onderhoud).

•

Wat zijn de financiële verwachtingen voor 2021? Kunnen eventuele financiële tekorten opgevangen worden met het weerstandsvermogen en de liquiditeit? Ontstaan er knelpunten ten aanzien van andere aspecten van de bedrijfsvoering?

•

Hebben de instellingen goedkeurende controleverklaringen bij de jaarrekening 2020 verkregen? Hierbij besteden wij specifiek aandacht aan de continuïteitsparagraaf COVID-19 in controleverklaringen.

•

Hebben de instellingen risico’s die negatieve gevolgen kunnen hebben op de continuïteit van de instellingen in de periode 2021 – 2024? Zo ja, wanneer kan een mogelijke precaire situatie ontstaan voor de continuïteit?

•

Spelen er overige financiële risico’s die de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar kunnen brengen?

•

Is inzicht te verkrijgen uit informatie van de Kamer van Koophandel in het verloop van de met governance belaste organen zoals directievoering, bestuur en/of raad van toezicht?

In deze rapportage vindt u de uitkomsten van ons onderzoek. 1.2 De onderzoeksvragen Hieronder vindt u de vragen die in ons onderzoek zijn beantwoord. De centrale onderzoeksvraag gaat over de financiële positie: Wat zijn de financiële effecten van COVID-19 voor de geselecteerde cultuurinstellingen en kunnen deze instellingen de gevolgen dragen met hun weerstandsvermogen en liquiditeit? Om antwoord te geven op deze vraag (met daarachter de aandachtspunten) zijn hierbij antwoorden op onderstaande vragen van belang. •

•

Wat zijn de resultaatontwikkelingen geweest over 2020 in vergelijking met 2019? Heeft dit effect op de afhankelijkheid van Haagse financiering (% ten opzichte van de totale omzet)? Is sprake van exploitatie van andere bedrijfsactiviteiten? Is de samenstelling van de exploitatie in belangrijke mate veranderd?

Op welke wijze hebben de instellingen in 2020 gereageerd op COVID-19? Welke lasten en baten zijn gewijzigd ten opzichte van 2019? Wat voor effecten hadden de lockdowns en de beperkingen op het 3

GAD/2021.143 9 februari 2022

1.3

Onderzoeksaanpak

Om de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.2 te beantwoorden, zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd. Analyseren van: • • •

Jaarrekeningen en jaarverslagen 2019 en 2020 en de bijbehorende controleverklaringen per instelling. Prognoses 2021 per instelling. Gegevens bedrijfsprofiel uit de Kamer van Koophandel.

Afhankelijk van de resultaten van bovengenoemde analyse hebben we aanvullende vragen gesteld bij de instellingen en zijn met 6 cultuurinstellingen interviews gehouden. Vervolgens is een deelrapportage per instelling gemaakt. De afzonderlijke deelrapportages zijn met de cultuurinstellingen afgestemd. De deelrapportages vindt u terug in de bijlage bij dit rapport.

4

GAD/2021.143 9 februari 2022

2. Bevindingen uit ons onderzoek

Het volgende beeld is zichtbaar:

In dit hoofdstuk geven wij antwoord op de onderzoeksvragen.

De omzet is in 2020 door de gevolgen van COVID-19 gemiddeld gedaald met 22%, terwijl de lasten met 17% gemiddeld zijn gedaald. Het beeld per instelling is verschillend. Zonder COVID-19 steun zou het totale verlies over 2020 € 4,2 miljoen zijn voor de onderzochte instellingen.

2.1 Wat zijn de resultaatontwikkelingen geweest over 2020 in vergelijking met 2019?

De totaal ontvangen COVID-19 steun bedraagt € 12,471 miljoen. De steun heeft de lagere omzet en lagere lasten zodanig opgevangen, dat een voordelig exploitatieresultaat van in totaal € 8,227 miljoen is ontstaan.

Heeft dit effect op de afhankelijkheid van Haagse financiering (% ten opzichte van de totale omzet)? Of is sprake van exploitatie van andere bedrijfsactiviteiten? Is de samenstelling van de exploitatie in belangrijke mate veranderd?

Van een exploitatie van andere activiteiten is nauwelijks sprake. Wel is zichtbaar dat meer activiteiten online zijn aangeboden. Het financiële effect hiervan is vooralsnog beperkt.

Totaalbeeld resultaatontwikkelingen

Dit positieve saldo heeft een positieve invloed op het eigen vermogen, op het netto werkkapitaal en het percentage eigen vermogen / omzet als indicatie om financiële risico’s op te vangen.

In onderstaande tabel zijn de totalen van de belangrijkste kengetallen van de 30 onderzochte instellingen opgenomen. Deze geven een totaalbeeld van de ontwikkeling van deze kengetallen. We hebben tevens de kengetallen over 2018 opgenomen, afkomstig uit een eerder door ons uitgevoerd vergelijkbaar onderzoek. Kengetal l en va n 30 i ns tel l i ngen totaa l (x€1000)

2020

2019

2018

Omzet i ncl us i ef corona s teun

102.674

115.216

108.117

Corona s teun

12.471

Omzet zonder corona s teun

90.203 114.076

105.760

La s ten

94.447

Res ul taa t zonder corona s teun

-4.244

Res ul taa t met corona s teun

8.227

1.140

2.357

Subs i di e gemeente Den Ha a g

51.216

49.957

48.503

Afha nkel i jkhei d s ubs i di e gemeente Den Ha a g Ei gen vermogen Ei gen vermogen / omzet Netto werkkka pi taa l

50%

43%

45%

26.679

18.452

17.312

26%

16%

31.463

De positieve resultaten zijn zichtbaar in de jaarrekeningen 2020 en zijn veelal aan bestemmingsreserves of fondsen toegevoegd daar instellingen verwachten in 2021 en verder nog last te hebben van de financiële gevolgen van COVID-19. Door de daling van de totale exploitatieomvang door de lagere omzet (bezoekers en horeca) is de afhankelijkheid van de gemeentelijke subsidie wel toegenomen van 43% in 2019 naar 50% in 2020.

16% 20.548

5

GAD/2021.143 9 februari 2022

Het beeld op instellingsniveau

dat in september 2021 in gebruik is genomen. Een aantal instellingen heeft in 2019 een negatief exploitatiesaldo vanwege incidentele omstandigheden.

In onderstaande tabel is het resultaat van 2019 en 2020 per instelling in beeld gebracht.

Afhankelijkheid Haagse subsidies De afhankelijkheid van de Haagse subsidies in 2019 en 2020 is op instellingsniveau als volgt:

De ontvangen COVID-19-steun is, naast de bijsturing in de bedrijfsvoering, een belangrijke oorzaak voor de positieve financiële resultaten bij de grotere instellingen. Veel instellingen, met name de kleinere, kennen een exploitatie die kostendekkend is; er is geen sprake van grote positieve of negatieve resultaten. Het resultaat van DMC (nu stichting Amare) is negatief in 2019 en 2020. Dit is voornamelijk het gevolg van de transitie naar het nieuwe cultuurgebouw Amare, 6

GAD/2021.143 9 februari 2022

Hoewel op totaalniveau de afhankelijkheid van gemeentelijke subsidies is toegenomen, is wel sprake van verschillen op instellingsniveau. Voor sommige is de afhankelijkheid afgenomen door verkregen COVID-19-steun. Voor andere instellingen is de afhankelijkheid toegenomen door lagere omzet (lagere bezoekers gerelateerde inkomsten). Minder afhankelijkheid van Haagse subsidies is alleen mogelijk als instellingen andere inkomstenbronnen kunnen aanboren. Zeker in het COVID-19 tijdperk zijn de mogelijkheden daarvoor beperkt.

7

GAD/2021.143 9 februari 2022

2.2 Op welke wijze hebben de instellingen in 2020 gereageerd op COVID-19?

De volgende vragen hebben wij gesteld: • • •

•

Welke lasten en baten zijn gewijzigd ten opzichte van 2019? Wat voor effecten hadden de lockdowns en de beperkingen op het activiteitenniveau? Hebben er verschuivingen plaatsgevonden naar bijvoorbeeld online activiteiten? Hoeveel COVID-19-steun hebben de instellingen ontvangen en wat is er met deze steun gedaan? Zijn er andere financiële impulsen/oplossingen geweest vanwege COVID-19?

De grafiek rechts geeft inzicht in het effect van de gewijzigde baten en lasten op het resultaat als gevolg van COVID-19. Het belangrijkste zichtbare gevolg van COVID-19 is de omzetdaling. Van de 30 instellingen is in totaal de omzet met € 25,0 miljoen afgenomen. Het betreft met name de publieksgerelateerde inkomsten. Maar ook sponsoring is afgenomen. De totale lasten zijn afgenomen met € 19,6 miljoen. Dit heeft met name betrekking op de directe activiteitslasten en in mindere mate op de beheerlasten. Instellingen hebben hun bedrijfsvoering aangepast naar de nieuwe omstandigheden. Ze zijn zich meer gaan richten op online activiteiten voor zover dat mogelijk was. Activiteitslasten en organisatiekosten zijn daar waar bijsturing mogelijk was, eveneens afgenomen.

8

GAD/2021.143 9 februari 2022

De ontvangen COVID-19 steun (€12,471 miljoen) heeft over de brede linie de negatieve financiële effecten van COVID-19 kunnen opvangen. Daar waar sprake is van positieve exploitatieresultaten is dit voordeel veelal gereserveerd voor het opvangen van de COVID-19 gevolgen in 2021 en verder. In de figuur hieronder is de verdeling van de ontvangen COVID-19 steun per instelling weergegeven.

De COVID-19 steun bestond uit verschillende instrumenten te weten: rijkssteun in de vorm van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW 1 tot en met 3), de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor ondersteuning van de vaste lasten, de suppletieregeling bij het Fonds Podiumkunsten, de regeling Subsidie Herstelfonds van de gemeente Den Haag, bijdragen van het Cultuurfonds en het Anjerfonds en(gedeeltelijk) kwijtschelden van huur door de gemeente voor zover sprake was van het gebruik van gemeentelijk vastgoed. De COVID-19 steun heeft ervoor gezorgd dat het effect op het resultaat in financieel opzicht voor 2020 mee is gevallen voor de meeste instellingen. De omzetdaling heeft niet geleid tot hogere verliezen bij die instellingen. Op andere vlakken, zoals prestatie afspraken en afspraken over het realiseren van eigen inkomsten, is het beeld anders. Aan deze eisen konden de onderzochte instellingen niet voldoen: producties zijn door de overheid ingestelde COVID-19 maatregelen afgelast, bezoekersaantallen zijn gekelderd. Het gevolg is dat afspraken over het behalen van eigen inkomsten niet zijn gerealiseerd. Aan de gestelde subsidie afspraken kunnen de instellingen dan ook nu en in de nabije toekomst niet voldoen. De instellingen geven aan dat het enkele jaren zal duren voordat de schade van COVID-19 is ingelopen en de business op het niveau van 2019 zal zijn.

NB: Op het moment van het onderzoek waren de ontwikkelingen van de Omicronvariant en de gevolgen daarvan nog niet aan de orde.

9

GAD/2021.143 9 februari 2022

inkomsten. De toename van het resultaat door de COVID-19 steun is een tijdelijk effect en de lagere omzet heeft vooral een rekenkundig effect op de verbetering van het weerstandsvermogen. Het is niet verstandig hier nu conclusies aan te verbinden vanwege de financiële onzekerheden voor de komende jaren.

2.3 Is sprake van nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van 2019 in het weerstandsvermogen, liquiditeit en solvabiliteit?

Ontwikkelingen Weerstandsvermogen

Naast de percentages is het ook belangrijk om te zien hoe groot het eigen vermogen in euro’s is. Een hoog percentage eigen vermogen/omzet zegt weinig over het kunnen opvangen van financiële risico’s als het eigen vermogen in euro’s gering is. Veel instellingen hebben een beperkt eigen vermogen en zeven instellingen hebben een eigen vermogen van € 1 miljoen of meer.

In onderstaande grafiek is het weerstandsvermogen 2020 (eigen vermogen ten opzichte van de totale omzet, voorzieningen voor risico’s) voor de onderzochte instellingen gepresenteerd.

De percentages ten opzichte van de omzet zijn over de brede linie toegenomen doordat het resultaat over de afgelopen twee jaren veelal positief is geweest, terwijl de omzet is gedaald door het grotendeels wegvallen van publiek gerelateerde

De stichtingen Aight en Branoul hebben een negatief eigen vermogen en hebben beide moeite om het hoofd boven water te houden. 10

GAD/2021.143 9 februari 2022

De solvabiliteit (financiering, vastgoed, onderhoud)

De solvabiliteit: Voorzieningen

De onderzochte instellingen hebben geen vastgoed in eigen bezit. De overige materiële vaste activa zijn beperkt in omvang en bestaan voornamelijk uit de inventaris en de theaterinstallaties. De stichting Amare heeft wel materiële vaste activa van enige omvang: voor € 6 miljoen is geïnvesteerd in inrichtingskosten (bijvoorbeeld netwerk, kantoorinventaris). Hiervoor heeft de stichting Amare een langlopende lening van de bank aangetrokken die is afgestemd op de verwachten economische levensduur.

Een andere indicatie voor het opvangen van bekende financiële risico’s zijn de getroffen voorzieningen in de jaarrekeningen. Een aantal instellingen heeft reserveringen (voorzieningen) voor het egaliseren van de lasten voor planmatig (groot) onderhoud. De voorziening bij de stichting Amare heeft betrekking op de transitie naar het nieuwe cultuurgebouw Amare.

De instellingen hebben nagenoeg geen bijzondere financiële instrumenten zoals beleggingen, derivaten of langlopende leningen.

11

GAD/2021.143 9 februari 2022

De liquiditeitspositie (current ratio en netto werkkapitaal)

De current ratio is over de brede linie groter dan 1 en voor 11 instellingen bijna 3 of hoger. Positieve exploitatie resultaten dragen hiertoe bij. Twee instellingen (Branoul en AIGHT) hebben een current ratio kleiner dan 1. Ze hebben een negatief netto werkkapitaal dat betekent dat zij zonder actief liquiditeitsmanagement niet in staat zijn om aan de korte termijn verplichtingen te voldoen. Beide instellingen hebben een (klein) negatief eigen vermogen en hebben geen ruimte om financiële tegenvallers goed te kunnen opvangen.

Om de liquiditeitspositie in kaart te brengen hebben wij de current ratio (verhouding kortlopende vorderingen ten opzichte van de kortlopende schulden) berekend. Tevens hebben wij het netto werkkapitaal (saldo van kortlopende vorderingen en liquide middelen minus kortlopende schulden) berekend. Om aan de korte termijn verplichtingen te voldoen moet de current ratio groter dan 1 zijn, en het netto werkkapitaal positief. Hieronder zijn de figuren van de current ratio en het netto werkkapitaal weergegeven in 2019 en 2020.

De verschillen in omvang van het netto werkkapitaal zijn groot: twee derde deel heeft een netto werkkapitaal kleiner dan € 0,5 miljoen en 6 instellingen hebben een werkkapitaal groter dan € 2 miljoen tot oplopend naar € 10 miljoen. 12

GAD/2021.143 9 februari 2022

2.4 Wat zijn de financiële verwachtingen voor 2021?

2.5 Wat is het beeld van de controleverklaringen?

Kunnen eventuele financiële tekorten opgevangen worden met het weerstandsvermogen en de liquiditeit? Of ontstaan knelpunten ten aanzien van andere aspecten van de bedrijfsvoering?

Hebben de instellingen goedkeurende controleverklaringen bij de jaarrekening 2020 verkregen? Hierbij besteden wij specifiek aandacht aan de continuïteitsparagraaf COVID-19 in controleverklaringen.

De instellingen verwachten veelal een nagenoeg kostendekkende exploitatie voor 2021. Alle instellingen geven aan dat de ontwikkelingen rond COVID-19, waaronder de gevolgen voor de publieksinkomens en het organiseren van voorstellingen en producties ongewis zijn. De grotere instellingen hebben positieve resultaten gereserveerd voor het opvangen van COVID-19 gerelateerde risico’s in 2021.

De instellingen hebben nagenoeg allen een goedkeurende controleverklaring verkregen bij de jaarrekening 2020. Dit beeld komt overeen met het uitgevoerde onderzoek over 2018. Een aantal instellingen heeft een samenstellingsverklaring die naar zijn aard weinig zekerheid geeft in vergelijking met een controleverklaring. Bij geen enkele instelling zijn opmerkingen gemaakt dat de continuïteitsveronderstelling bij het opstellen van de jaarstukken niet acceptabel zou zijn. De getroffen COVID-19 steun naar aanleiding van de maatregelen zouden hiervoor voldoende uitkomst moeten bieden.

Nadat de COVID-19 maatregelen zijn opgeheven en de COVID-19 steun is stopgezet, hebben de instellingen tijd nodig om weer op het oude niveau te komen. Daarom verwachten de instellingen de activiteiten in 2023 of 2024 weer op het niveau van business as usual te hebben zoals die in 2019 was.

13

GAD/2021.143 9 februari 2022

2.6 Welke overige risico’s spelen er?

Hebben de instellingen risico’s die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de continuïteit van de instellingen in de periode 2021 – 2024? Zo ja, wanneer kan een mogelijke precaire situatie ontstaan voor de continuïteit? Spelen er overige financiële risico’s die de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar kunnen brengen? Uit de inventarisatie komen de volgende risico’s naar voren: •

De gevolgen van COVID-19 voor de operations en voor de financiële positie blijven een belangrijk risico. Er leven meerdere vragen die nu nog ongewis zijn, zoals: Hoelang blijven de maatregelen van kracht voordat weer sprake is van een normale bezetting van de zalen? Hoelang blijft COVID-19 steun van kracht, en in welke omvang? Ook het niet kunnen halen van de prestatie afspraken (bijvoorbeeld percentage eigen inkomsten, aantal voorstellingen/productie en het bereik van de stad) zijn daarbij belangrijke vraagpunten.

•

Transitie naar cultuurgebouw Amare: de instellingen die in het cultuurgebouw Amare zitten verwachten risico’s met betrekking tot de exploitatie als gevolg van de hogere huurlasten. Tevens zal de volgende twee jaren moeten blijken hoe de exploitatie en de gebruikskosten van het cultuurcentrum zich ontwikkelen bij de beperkte bezetting door COVID-19 maatregelen en bij een normale bezetting (of maximale) van de capaciteit. Daarnaast speelt nog het punt van het afwikkelen van restpunten bij de oplevering van het gebouw en de mogelijke financiële gevolgen die daaruit kunnen blijken.

•

Meerdere instellingen zien risico’s in het opnieuw vinden van voldoende en kwalitatief personeel. De COVID-19 maatregelen hebben in 2020 ervoor gezorgd dat de cultuurinstellingen de deuren voor een periode moesten sluiten. Hierdoor hebben medewerkers noodgedwongen de cultuurinstellingen moeten verlaten. Deze medewerkers hebben in veel gevallen in een andere sector werk gevonden. Om de instellingen weer op het niveau van voor de pandemie te krijgen is er ook personeel nodig, dat op dit moment lastig te vinden is. 14

•

Door de verminderde financiële positie is er mogelijk geen financiële ruimte voor innovatie. Dit komt enerzijds door onzekerheden met betrekking tot de COVID-19 maatregelen en anderzijds doordat instellingen onzeker zijn of het terugkerend publiek op hetzelfde niveau komt als voor de pandemie.

•

Veel instellingen zijn afhankelijk van externe inkomsten (los van gemeentelijke bijdragen en publieksinkomsten). Deze partijen hebben mogelijk door de gevolgen van de COVID-19 andere prioriteiten en zullen hun bijdragen uitstellen of verminderen. Dit kan mogelijk continuïteitsrisico’s met zich meebrengen.

GAD/2021.143 9 februari 2022

2.7 Gegevens uit de Kamer van Koophandel

Is inzicht te verkrijgen uit informatie van de Kamer van Koophandel in het verloop van de met governance belaste organen zoals directievoering, bestuur en/of raad van toezicht? Uit het onderzoek van de bedrijfsprofielen uit de Kamer van Koophandel zijn geen bijzonderheden gebleken.

15

GAD/2021.143 9 februari 2022

3. Tenslotte 3.1 Beroepsvoorschriften Wij hebben de opdracht uitgevoerd in overeenstemming met de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen die zijn te raadplegen op de website van de beroepsorganisatie www.nba.nl. De aard van de hiervoor beschreven uitgevoerde werkzaamheden houdt in dat op de genoemde financiële informatie geen accountantscontrole is toegepast terwijl wij tevens geen beoordelingsopdracht hebben uitgevoerd. Eén en ander impliceert dat aan onze rapportage geen zekerheid met betrekking tot de getrouwheid van dit cijfermateriaal kan worden ontleend, anders dan ter zake van de aspecten zoals door ons onderzocht en waarover dienovereenkomstig door ons in deze rapportage feitelijk wordt gerapporteerd. 3.2

Openbaarmaking

Ten overvloede merken we nog het volgende op. Daar het rapport en met name de bijlagen bedrijfsgevoelige informatie bevat mag het rapport niet zonder onze nadrukkelijke toestemming met derden worden gecommuniceerd. Het rapport mag wel vertrouwelijk met de raad worden gecommuniceerd. 3.3

Ondertekening

Mocht u nog vragen hebben, aarzelt u dan niet contact met ons op te nemen. Met vriendelijke groet, GAD Den Haag Origineel ondertekend door drs. G.L. Vleugels RE RA accountant

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11302170/1