RIS311797 Beantwoording SV Gebruik van stroomstootwapens in de stad
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
5 april 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op schriftelijke vragen van de raadsleden de dames Faïd en Vavier, luidend: ‘Gebruik van stroomstootwapens in de stad’
BSD/10293243 RIS311797
De raadsleden de dames Faïd en Vavier hebben op 3 maart 2021 een brief met daarin veertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op maandag 21-2-2022 verscheen er een filmpje online over een aanhouding op de Grote Markt. In het filmpje is te zien dat een man meerdere malen wordt geraakt met de stroomstootwapens voordat hij wordt opgepakt. 1.
Kan het college aangeven wat de aanleiding was voor de arrestatie van deze man? Zo nee, waarom niet?
Aanhoudingen door de politie vinden plaats op gezag van het Openbaar Ministerie. Het college heeft hierbij geen betrokkenheid en beschikt ook niet over informatie over de aanhoudingen. Ook vanwege de privacy van de betrokkene(n) verstrekken politie en OM in beginsel geen informatie over individuele casuïstiek. 2.
Kan het college de ambtsinstructie delen. Zo nee, waarom niet?
3.
Kan het college aangeven wat de specifieke richtlijnen zijn voor het gebruiken van tasers? Zo nee, waarom niet.
Antwoord op vraag 2 en 3 Begin 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid de tijdelijke geweldsinstructie toepassing stroomstootwapen gepubliceerd in het Staatsblad 46/jaargang 2021. Het gebruik van geweldmiddelen door de politie, waaronder het stroomstootwapen, valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. 4.
Kan het college aangeven of het vertoonde gedrag van de politie binnen de ambtsinstructie past? Zo nee, waarom niet?
5.
Uit de ambtsinstructie blijkt dat het gebruik van het stroomstootwapen slechts geoorloofd is: a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijze mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereedzijnd wapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken; b. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, of c. voor het beëindigen van een direct levensbedreigende situatie.
Kan het college aangeven of er van één van deze redenen sprake was bij deze meneer? Zo nee, waarom niet?
https://dagblad070.nl/den%20haag%20%26%20regio/nieuw-stroomstootwapen-vanhaagsepolitie-al-gelijk-gebruikt
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10293243
6.
Met het stroomstootwapen wordt bij gebruik ten hoogste drie stroomstoten van ieder vijf seconden op een persoon afgegeven. In de video is te zien dat er vier stroomstoten zijn gegeven. Kan het college aangeven of er door de agenten volgens de ambtsinstructie gehandeld is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op de vragen 4 t/m 6 Het college is van mening dat ieder politieoptreden, zeker wanneer sprake is van het gebruik van geweld, zorgvuldig en proportioneel moet zijn. Het college kan niet ingaan op een individuele casus. In algemene zin geldt dat alle geweldsaanwendingen door de politie worden getoetst en beoordeeld overeenkomstig het Stelsel Geweldsaanwending. Rechtmatigheid, proportionaliteit, subsidiariteit en vakmanschap zijn de elementen die hierbij worden betrokken. Het (interne) leereffect/vakmanschap staat in dit kader centraal. 7.
Kan het college aangeven of we na het gebruik van de stroomstootwapens een ambulance of andere medische zorg verleend is aan deze meneer? Zo, nee waarom niet?
8.
Wat zijn de afspraken over nazorg bij gebruik stroomstootwapens?
9.
Wordt de gezondheidstoestand gecheckt bij mensen op wie een stroomstootwapen is toegepast?
Antwoord op de vragen 7 t/m 9 Een persoon die wordt geraakt door een stroomstootwapen wordt altijd beoordeeld door een medisch professional. Deze kijkt of en in hoeverre sprake is van medische gevolgen. Tijdens deze check wordt ook de medische achtergrond van de betrokkene meegenomen. Ook wordt informatie verstrekt over mogelijke gevolgen c.q. verschijnselen. 10. Kan het college aangeven of deze meneer ook werkelijk gearresteerd is na het gebruik van de stroomstootwapens? Zo nee, waarom niet? Zie het antwoord op vraag 1. 11.
Hoe vaak is sinds de invoering het stroomstootwapen gebruikt in Den Haag?
In de stad Den Haag is sinds de landelijke invoering in 9 situaties gebruik gemaakt van het stroomstootwapen. 12. In hoeveel van deze gevallen is de getaserde persoon gearresteerd, vastgezet, en voor de rechter gebracht en in hoeveel van deze gevallen is er geen verdere actie genomen of is er een boete opgelegd? Gelet op dit relatief beperkte aantal heeft de politie op verzoek van het college kunnen nagaan dat in 8 van de 9 gevallen een aanhouding is verricht. Het college beschikt niet over nadere informatie. 13. De invoering van het stroomstootwapen is gerechtvaardigd door te stellen dat er dan minder vaak het vuurwapen moet worden ingezet. Kan het college aangeven of dit inderdaad het geval is? Zo nee, waarom niet? 14. Op welke manier wordt in Haaglanden het gebruik van het stroomstootwapen en de repercussies daarvan gevolgd? Kan het college aangeven of het gebruik per geval, of periodiek wordt geëvalueerd? Zo nee, waarom niet?
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10293243
Antwoord op vraag 13 en 14 De afgelopen jaren is, voorafgaand aan de landelijke invoering, reeds in pilotvorm ervaring opgedaan met het stroomstootwapen. Over de bevindingen die hieruit naar voren zijn gekomen, verwijst het college naar de brieven die de minister van Justitie en Veiligheid hierover naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De minister heeft daarnaast toegezegd dat de politie uiterlijk in 2025 de geweldsmiddelen 'onder' het niveau vuurwapen zal evalueren (Kamerstuk 29628, nr. 1030). Daarbij wordt ook gekeken naar de samenhang tussen het stroomstootwapen en de andere geweldsmiddelen. Voor het overige verwijst het college naar het antwoord op de vragen 4 t/m 6. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen