CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311727 Bijlage Staat van de buitenruimte

Commissie Leefomgeving 15 december 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Kadernota Openbare Ruimte6.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Staat Van De Buitenruimte

Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte

1. Beheer en onderhoud: noodzaak voor een aantrekkelijke stad Den Haag heeft circa 1.650 hectare wegen, 1.091 bruggen en viaducten, 1.700 km riolering, 527 ha water, 13 km strand, 61.000 lichtmasten, 72.000 armaturen, meer dan 120.000 stadsbomen, 950 ha aan grote groengebieden, bijna 750 hectare aan wijk- en buurtgroen, bijna 7.000 bankjes, 7.000 afvalbakken, ruim 600 speelvoorzieningen, 3 tunnels, 88.000 anti-parkeerpaaltjes, 1.400 statische bewegwijzeringsborden voor auto’s, fietsen en voetgangers, 250 verkeersregelinstallaties, circa 100 verkeerscamera’s, 75 dynamische route informatiepanelen, circa 6.700 ondergrondse restafvalcontainers en meer dan 100 poller-installaties. En verder heeft het nog vele, vele parkeerautomaten, verkeersborden, straatnaamborden, straatbanken, fietsnietjes en hekwerken in bezit. Samen vertegenwoordigen deze een waarde van miljarden euro’s. Gemiddeld worden er jaarlijks honderden miljoenen euro’s uitgegeven om de buitenruimte en deze assets daarin (onze eigendommen) in goede staat te houden. Van dit geld worden de straten en het strand schoongehouden, het gras gemaaid, het onkruid verwijderd, bomen verzorgd en reparaties aan wegen uitgevoerd. Het straatmeubilair, speeltoestellen en de openbare verlichting worden onderhouden of vervangen. Het riool, kademuren, bruggen en wegen worden onderhouden en op termijn vervangen. Den Haag groeit en bloeit.

Al jaren wordt ingezet om de stad nog mooier, veiliger, duurzamer en toegankelijker te maken. Dat doen we voor onze bewoners, ondernemers en bezoekers maar ook om het voorzieningenniveau van de stad naar een hoger plan te tillen. Bijvoorbeeld om (internationale) organisaties en onderwijsinstellingen naar de stad te krijgen en te behouden. Een belangrijke voorwaarde voor het vergroten van de aantrekkelijkheid van Den Haag is het beeld van de buitenruimte. Daarin wordt dan ook al jaren fors geïnvesteerd. Hoe goed en noodzakelijk alle investeringen ook zijn, zonder goed beheer en onderhoud verliezen deze investeringen op termijn hun waarde. Een goed onderhouden stad heeft een positief effect op de gezondheid van haar inwoners en laat het vastgoed in waarde stijgen en vergroot de aantrekkingskracht van de stad om er te wonen, te werken, te studeren, te winkelen en te recreëren. Om deze buitenruimte nu en in de toekomst aantrekkelijk te houden, is het goed beheren en onderhouden een noodzakelijke voorwaarde. In deze notitie wordt inzichtelijk gemaakt wat de staat van het beheer van de Haagse buitenruimte is en waar zich knelpunten voordoen om te voldoen aan het zoals in de Kadernota Openbare Ruimte beschreven ambitieniveau.

Het toekomstige beheer van de stad wordt als volgt verwoord: “Het professioneel beheren en onderhouden van de buitenruimte van Den Haag is essentieel voor de toekomstige ontwikkeling van de stad en vergroot de aantrekkelijkheid van het verblijfs- en vestigingsklimaat. Den Haag is en blijft daarmee die mooie stad achter de duinen. Het beheer en onderhoud van de toekomst wordt nadrukkelijk vormgegeven vanuit de volgende uitgangspunten: klimaatbestendig, duurzaam, goed beheer met lage lasten, inbreng van onze inwoners, technologische en innovatieve mogelijkheden benutten en integraal werk om de overlast en kosten zoveel mogelijk te beperken”. In deze notitie wordt eerst de huidige stand van het beheer weergegeven, daarna wordt ingegaan op de ontwikkelingen die op de stad afkomen, waarna de (verwachte) invloed daarvan op het beheer is weergegeven.

-1-

2. Kader In de Kadernota Openbare Ruimte is bepaald dat de gemeente de komende jaren een scherpere koers inzet voor de inrichting, het beheer en het gebruik van de openbare ruimte. Uitgangspunt is dat de gemeente de basis op orde wil hebben. Dat houdt in dat de openbare ruimte van goede kwaliteit en gebruiksvriendelijk is. Goed beheer is dan van essentieel belang. Vanuit de wettelijke zorgplicht heeft de gemeente als beheerder van de buitenruimte de verantwoordelijkheid om deze goed en tijdig te onderhouden en veilig te houden. Verwacht wordt dat de beheerder maatregelen treft die de veiligheid van de weggebruiker waarborgt en die maken dat de weg zijn functie kan vervullen. Dat betekent ook dat de wegen schoon moeten zijn, de kolken het regenwater moeten kunnen afvoeren en in het donker de wegen verlicht zijn. Volwassen bomen worden jaarlijks geïnspecteerd op gebreken (VTA). Vanuit de wet milieubeheer heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om het huishoudelijk afval in te zamelen en te (laten) verwerken. De stad is aan verandering onderhevig. De bevolking van Den Haag groeit, het klimaat verandert, de technologische mogelijkheden worden groter en bewoners en ondernemers willen meepraten over hun leefomgeving. Deze ontwikkelingen staan voor een groot deel al beschreven in de Stad in Transitie, de Agenda Ruimte voor de Stad en de Agenda Groen voor de Stad.

Ook deze ontwikkelingen hebben invloed op het (toekomstige) beheer en daar moet nu al op worden ingespeeld. Het is duidelijk dat (maatschappelijke) ontwikkelingen die het gebruik van de buitenruimte beïnvloeden ook hun impact hebben op het beheer en onderhoud van de stad. De gemeente heeft als taak de buitenruimte te beheren en te onderhouden, nu en in de toekomst.

-2-

Het Huidige Beheer -3-

3. Het huidige beheer Voor het beheer zijn in programma 3, 9, 12 en 14 de volgende bedragen opgenomen in de programmabegroting 2021. De programmabegroting kent een sectorale benadering, waardoor het beheer naar straat, buurt of wijk niet is weer te geven. De invloedrijke veranderingen op huidig en toekomstig beheer zijn beschreven in paragraaf 4 en 5. In de Kadernota Openbare Ruimte zijn de ambities die de gemeente heeft op het gebied van inrichting, beheer en onderhoud weergegeven en uitgedrukt in “residentiekwaliteit” en het hogere niveau van ‘hofstadkwaliteit”. Deze kwaliteitsniveaus moeten garant staan voor een stad met een mooie en aantrekkelijke buitenruimte, waar je je makkelijk kan verplaatsen en waar het prettig is om te verblijven. Deze kwaliteitsniveaus zijn gebruikt om de financiële tabel van de ‘staat van het beheer’ op te stellen. Het spreekt voor zich dat wanneer de kwaliteitsniveaus worden aangepast ook de financiële tabel er anders uit zal zien. De genoemde bedragen moeten ook als indicatief beschouwd worden. De situatie op de arbeidsmarkt, de hoogte van de prijzen van grondstoffen of energie of het ontstaan van onverwachte schade heeft direct invloed op de genoemde prijzen.

Onderwerp Openbaar groen en openluchtrecreatie: - Groenbeheer - Spelen Toezicht en Handhaving Inrichting en onderhoud buitenruimte: - Wegbeheer - Openbare verlichting - Water, constructies en installaties - Strand - Straatreiniging - Openbare toiletten Verkeersmanagement Riolering en waterzuivering Afvalverwijdering Straatmeubilair en bebording Bewonersparticipatie *O.b.v. programmabegroting 2021

Budget 2021 29.959.000 5.879.000 14.031.000 24.995.000 9.669.000 24.672.000 1.734.000 32.389.000 150.000 10.594.000 39.483.000 86.960.000 800.000 8.000.000

De verschillende beheeronderwerpen worden in de volgende paragrafen toegelicht. 3.1 Groenbeheer Door de verdichting van de stad wordt stedelijk groen steeds intensiever gebruikt. Het afgelopen jaar is door de Corona-maatregelen al zichtbaar geworden wat dit betekent voor extra onderhoud aan het groen. En de klimaatverandering zorgt voor een langer groeiseizoen. Ook is het een uitdaging om de hoeveelheid openbaar groen op peil te houden of zelfs nog iets te laten toenemen. Op basis van de ambitie uit de kadernota Openbare Ruimte kan met het beschikbare budget momenteel iets meer dan 75% van het beheer worden uitgevoerd, dat betekent een structureel tekort van € 6 mln. Binnen het openbaar groen ligt er een werkvoorraad van ca € 18 mln. 3.2 Spelen Er moet een goed aanbod zijn van speelplekken voor kinderen en jongeren van verschillende leeftijden -4-

in de hele stad, want Den Haag moet een aantrekkelijke stad blijven voor gezinnen met kleine kinderen en voor jongeren om hier veilig en plezierig te wonen en te leven. Ook moeten speelplekken toegankelijk zijn voor kinderen met een beperking, zoals aangegeven in de commissiebrief ‘Samen buitenspelen 2021-2022’. Buitenspelen, buitensporten en bewegen is daarnaast gezond en stimuleert jongeren in hun ontwikkeling. Zichtbaar spelende kinderen geven een stad een toegankelijke & vitale uitstraling. Er is de afgelopen jaren geïnvesteerd in speelplekken zonder dat de onderhouds- en vervangingskosten daarop zijn aangepast, waardoor er een structureel tekort van jaarlijks ca. € 0,6 mln. is ontstaan. 3.3 Toezicht en handhaving Door de verdichting van de stad (en mogelijk een toenemend aantal evenementen en groei van het toerisme na de Coronapandemie) wordt de openbare ruimte intensiever gebruikt, waardoor ook de handhavingsopgave wordt vergroot. Dit vraagt extra capaciteit en een flexibele inzet, maar ook slimmere en data-gestuurde inzet van de leefbaarheidshandhaving. Het beeld is dat de vraag naar leefbaarheidshandhavingscapaciteit blijft toenemen. Zo is recent het aantal handhavers uitgebreid om de bestuurlijke handhaving te versterken en voldoende mogelijkheden te creëren voor het Informatie Gestuurd Werken.

Bij een toenemende vraag naar handhaving zal ook de vraag naar meer budget groeien. Daarbij is het van belang dat in nieuwe beleidsambities ook een handhavingsparagraaf wordt opgenomen waarin vooraf is/wordt getoetst op de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en financierbaarheid. 3.4 Wegbeheer De afgelopen jaren lag het accent op het onderhoud van de hoofdwegen, fietspaden en hoofdwandelroutes. Op basis van de MJP wegonderhoud is berekend dat er nog een aanzienlijke opgave ligt om het wegenbestand op orde te krijgen (74% van het areaal is voldoende/goed, 7% is matig en 19% is onvoldoende). Omgerekend naar het oppervlak scoort ca. 2,5 miljoen m2 een onvoldoende. De budgetten van wegbeheer zijn gebaseerd op het herstel van de bestaande verharding. Uiteindelijk is de ambitie om de verharding op Residentiekwaliteit te brengen. Het is niet mogelijk om deze kwaliteitsverbetering te dekken vanuit het onderhoudsbudget, dan zou de werkvoorraad te snel oplopen. Om de werkvoorraad in te lopen en deels ook een kwaliteitsslag te kunnen realiseren zou het budget voor wegbeheer structureel moeten worden opgehoogd met € 6 mln. en incidenteel met € 76 mln. 3.5 Openbare verlichting Binnen het budget voor de openbare verlichting wordt versneld ingezet op het aanbrengen van energiezuinige straatverlichting.

Op termijn zien we dat er te weinig budget is om de openbare verlichting volledig energiezuinig te maken. De openbare verlichting kent daarmee een structurele werkvoorraad van € 1,2 mln., dit is inclusief de laatste forse stijging van de energielasten. 3.6 Water, constructies en installaties Er is de komende jaren veel geld nodig voor grote, infrastructurele werken, zoals de renovatie van de Hubertustunnel en enkele beweegbare bruggen die essentieel zijn voor de bereikbaarheid van de stad. Ook is het voor de veiligheid noodzakelijk het tempo vol te houden bij de vervanging van kademuren, waarbij kansen worden benut om de kwaliteit van de kades zelf te verbeteren. De inschatting is dat voor de komende MJPK periode een investeringsbedrag in de orde van grootte van € 170 mln. nodig is. Hiervan is € 27,5 mln. gedekt binnen de bestaande begroting. Voor de opgave -5-

na 2022 van € 142,5 mln. dient nog dekking gevonden te worden. Conform de bestaande systematiek wordt de dekking voor het MJPK betrokken bij de coalitievorming. Mede op basis van de in het coalitieakkoord beschikbaar gestelde middelen kan een nadere prioritering en fasering van de voorziene opgave worden aangebracht. De alsdan bepaalde opgave wordt inclusief dekking ter besluitvorming in de tweede helft van 2022 aan het college en de gemeenteraad voorgelegd.

3.7 Strand Toenemende ambities zorgen voor de noodzaak tot intensivering van beheer, onderhoud en menskracht. Als jaarrond het strand intensiever wordt gebruikt of als het voorzieningenniveau op het strand verhoogd moet worden, zoals uitbreiding van het aantal douches, afvalbakken of lockers, dan vraagt dat ook extra beheergelden. Als het ambitieniveau gelijk blijft is het beheerbudget voldoende. 3.8 Straatreiniging In de programmabegroting vallen onder dit kopje zowel het legen van afvalbakken en het verwijderen van zwerfvuil als onkruidverwijdering en gladheids- en plaagdierenbestrijding. Het verwijderen van bijplaatsingen valt onder afvalbeheer (3.12.). Door verdichting van de stad, intensiever gebruik van de buitenruimte en meer druk om de openbare ruimte sneller schoon te maken zijn de kosten voor straatreiniging toegenomen. Hoewel de ‘8 op straat’ nu nog wordt gehaald, gaat dat, wanneer de deze trend zich doorzet de komende jaren niet meer lukken en ontstaat er een structureel tekort van € 0,35 miljoen. Legen van afvalbakken, handmatig en machinaal verwijderen van zwerfvuil. In de keten worden meerdere verbeteringen doorgevoerd waardoor de beheeropgave van een schone stad effectiever en efficiënter verloopt (o.a. één straatreinigingsorganistie, nieuw meldsysteem, informatiegestuurd werken per stadsdeel). De opgave is daarmee haalbaar binnen het vastgestelde budget.

Voor de aanschaf en het onderhoud van afvalbakken is het beschikbare beheerbudget onvoldoende. Hier is een structureel tekort van € 120.000. Voor het verwijderen van onkruid, is er budget om één keer per jaar in de hele stad het onkruid weg te halen. Bij doorgaande wegen en beeldbepalende locaties kan dit vaker. Dit onvoldoende om het gewenste residentieniveau te halen. Om dit niveau wel te realiseren is een structureel extra bedrag van € 1,5 mln. nodig. Bestrijden van gladheid. Bij milde winters is het budget voldoende, bij strenge winters is er kans op budgetoverschrijding. Gemiddeld genomen is het budget toereikend, uitgaande van het huidige strooibeleid waarin alleen de aangewezen doorgaande routes voor gemotoriseerd en fietsverkeer worden gestrooid. Dit is een beheeropgave met een acuut karakter. Dat betekent dat te allen tijde naar behoefte wordt gehandeld. Bij strenge winters wordt binnen de financiële planning van de programmabegroting tijdig geanticipeerd op mogelijke overschrijding. Voorkomen en bestrijden van plaagdieren. De hardnekkige rattenoverlast in sommige wijken heeft geleid tot extra interventies, gericht op het voorkomen van overlast. Die interventies zijn bedoeld om bewoners met ‘wortel en stok’ te bewegen tot het niet achterlaten van etensresten in de buitenruimte, de hoofdoorzaak van rattenoverlast. Het budget voor preventieve interventies is toereikend.

Wanneer op plekken in de stad sprake is van (dreigende) overlast van ratten of wespen en andere middelen niet toereikend zijn, wordt bestrijding ingezet. Dat kan in een enkel jaar leiden tot

-6-

budgetoverschrijding. Evenals bij gladheidsbestrijding wordt te allen tijde naar behoefte gehandeld en wordt hierop binnen de financiële planning van de programmabegroting tijdig geanticipeerd.

3.9 Openbare toiletten Met het structurele bedrag van €150.000,- per jaar voor openbare toiletten kunnen er extra toiletten worden geplaatst. Van dit budget dient ook het jaarlijkse beheer en onderhoud betaald te worden. Het plaatsen van een openbaar toilet (dat voor iedereen toegankelijk is) kost rond de €100.000,- en de beheer- en onderhoudskosten zijn ca. € 15.000 per jaar. 3.10 Verkeersmanagement In 2040 telt Den Haag waarschijnlijk een kleine 100.000 inwoners meer dan in 2020 en komen er dagelijks 200.000 werknemers en bezoekers meer naar de stad dan nu. Deze groei stelt ook eisen aan de manier waarop we onze mobiliteit organiseren, aangezien de beschikbare ruimte schaarser wordt. Concreet betekent dit meer ruimte voor voetgangers en fietsers en investeren in een aantrekkelijke openbare ruimte. Met de toenemende drukte en de verandering in modaliteiten wordt het belangrijker dan ooit om het verkeer in goede banen te leiden. De verkeersregelinstallaties (VRI’s) spelen daarbij een belangrijke rol. De technische complexiteit van deze apparatuur neemt toe en daarmee ook de benodigde investering in vervanging, beheer en onderhoud. Het huidige vervangingsbudget is ontoereikend om aan het einde van de technische levensduur alle VRI’s te vervangen.

Om alle VRI’s te vervangen en de extra beheeren onderhoudskosten op te kunnen vangen dient het budget structureel te worden verhoogd met € 1,25 mln. Een deel van het areaal bestaat al uit intelligente verkeersregelinstallaties (iVRI’s), de nieuwe standaard voor verkeersregelinstallaties in Nederland. Deze zijn onder meer in staat om te communiceren met voertuigen, om hulpdiensten, openbaar vervoer en de fiets voorrang te geven en voorzien reizigers van reisinformatie op maat. Het is nog onbekend wat de financiële impact is op de beheer- en onderhoudkosten. Dat wordt op dit moment onderzocht. 3.11 Riolering en waterzuivering De inkomsten uit de rioolheffing dekken de kosten voor beheer, onderhoud en vervanging en zijn toereikend. Voor zover voorzien hoeven de tarieven voor het rioolrecht de komende jaren niet meer dan trendmatig te stijgen. 3.12 Afvalbeheer Het budget van de afvalstoffenheffing wordt in hoofdzaak gebruikt voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en interventies gericht op bijgeplaatst afval (voorkomen, handhaven, opruimen). De afvalverwerking valt buiten de scope van de Staat van de Buitenruimte. Het gemeentelijk afvalbeheer is conform vastgesteld beleid te realiseren binnen het beschikbare budget.

De kostenstijgingen door hogere marktprijzen voor afvalverwerking en door de effecten van meer thuiswerken en bezorgdiensten zijn verwerkt in tariefverhogingen van de afvalstoffenheffing in 2021 en 2022. In het afvalbeheer zien we de focus verschuiven van het scheiden van afval naar het hergebruiken van grondstoffen (circulaire economie). Vraagstukken die extra aandacht vragen zijn het inpandig en slimmer opslaan en scheiden van afval bij (hoge) nieuwbouw, de problematiek rondom bijplaatsingen -7-

in sommige wijken. De voorbije tien jaren is het budget voor het voorkomen, handhaven en opruimen van bijplaatsingen sterk opgelopen, naar inmiddels meer dan 8 miljoen euro per jaar. Eind 2021 is gestart met het opruimen van bijplaatsingen op zondag. Vanaf dat moment zullen bijplaatsingen zeven dagen per week worden opgeruimd (feestdagen uitgezonderd). Wanneer als uitgangspunt wordt genomen dat bijplaatsingen niet langer dan 24 uur op straat staan, dan wordt daar nu aan voldaan binnen het beschikbare budget. Kanttekening hierbij is dat alleen bijplaatsingen worden weggehaald indien deze op de hotspotlijst staan en/of door bewoners gemeld zijn. Afvaloverlast lijkt een symptoom van onderliggende maatschappelijke problematiek. Met een meerjarige pilot, die samen met universiteiten wordt opgezet, kan gezocht worden naar het onderliggende probleem waardoor deze overlast ontstaat, met als doel om maatregelen bij de bron te treffen (interdisciplinaire aanpak: sociaal en fysiek samen) en de overlast terug te dringen. 3.13 Straatmeubilair en bebording De buitenruimte wordt steeds intensiever gebruikt, door jong en oud. Straatbankjes, fietsbeugels en anti-parkeerpaaltjes moeten vaker onderhouden worden of moeten met een hogere kwaliteit worden aangelegd. Hierdoor is er een structureel tekort van € 0,65 mln. Bij Straatmeubilair en bebording ligt er een werkvoorraad van € 1,5 mln.

Onderwerp

Werkvoorraad structureel

Werkvoorraad incidenteel

Openbaar groen en openluchtrecreatie - Groenbeheer

€ 6.000.000

€ 18.000.000

€ 600.000 -

-

€ 6.000.000 € 1.200.0001 € 7.500.000- 8.800.000

€ 76.000.000 -

€ 470.000 € 1.500.000 € 1.250.000 € 650.000

€ 1.500.000

- Spelen Toezicht en Handhaving Inrichting en onderhoud buitenruimte - Wegbeheer - Openbare verlichting - Water, constructies en installaties - Strand - Straatreiniging - Onkruidverwijdering - Openbare toiletten Verkeersmanagement Riolering en waterzuivering Afvalverwijdering Straatmeubilair en bebording Overzicht beheerkosten

In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de ontwikkelingen die invloed hebben op het beheer.

1

Inclusief € 0,5 mln als gevolg van de forse stijging van de energielasten.

-8-

Invloedrijke ontwikkelingen Op Het Beheer -9-

4. Invloedrijke ontwikkelingen op het beheer Verschillende veranderingen hebben invloed op de inrichting en het gebruik van de buitenruimte. Dat kan ook gevolgen hebben voor het beheer van de buitenruimte. Het uitgangspunt blijft dat de basis op orde moet zijn. 4.1 Meer inwoners, meer verdichting, meer reuring De toename van het aantal inwoners in de komende jaren heeft consequenties voor de buitenruimte. De stad groeit tenslotte niet in fysieke omvang. De verwachting is dat na de Corona-periode het aantal bezoekers verder zal toenemen. Dat vergroot de druk op de buitenruimte; het gebruik intensiveert. Wanneer de grijze en groene buitenruimte intensiever wordt gebruikt, vraagt dat om meer en ander beheer en soms zelfs om een andere inrichting. Zo is bijvoorbeeld aanpassing benodigd om in te spelen op de verandering in verkeersmodaliteiten: minder prioriteit voor auto’s, meer prioriteit voor fietsers, voetgangers en openbaar vervoer. Het inpassen van deelauto’s en deelscooters of het aanbrengen van laadpalen voor elektrisch vervoer. Het verkeersmanagement in de stad leidt, informeert en stuurt het voetgangers-, fiets- en autoverkeer van, naar en door de stad. Er wordt bijgedragen aan zowel een goede als vlotte bereikbaarheid van de economisch belangrijke gebieden, toeristische attracties en evenementen in Den Haag.

Daarnaast wordt bijgedragen aan de beperking van uitstoot van fijnstof, NO2 en CO2 en overlast van geluid door het verkeer beter over het wegennetwerk te verdelen en files en opstoppingen te voorkomen. De opgave om de buitenruimte te beheren wordt steeds complexer. Studies worden gedaan naar het ondergronds brengen van parkeren en weg- en railtracés. Een duidelijk voorbeeld is het overkluizen van de Utrechtse Baan. Grote verdichting zal plaatsvinden op de hartlijn van Den Haag: in het Central Innovation District (CID) en de Binckhorst. Dubbel grondgebruik neemt sterk toe. In Den Haag Zuid West zal een grote herstructurering plaatsvinden. Bij de inrichting van de buitenruimte is er steeds meer aandacht voor de beweeg- en wandelmogelijkheden in de stad. Niet alleen kinderen spelen, sporten en ontmoeten elkaar in de buitenruimte, maar volwassenen (al dan niet met hun hond) doen dat ook. Sporten en bewegen leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van de jeugd en de fitheid van volwassenen. De fysieke ruimte en mogelijkheden in de stad om te spelen, te wandelen, te recreëren en te verblijven komen mede door de woningbouwopgave onder druk te staan, toch is het van belang dat onze kinderrijke stad zich speelvriendelijk blijft ontwikkelen en er voldoende ruimte blijft om naar buiten te gaan.

Het aantal inwoners neemt niet alleen toe, maar er worden ook meer en andere eisen gesteld aan de buitenruimte. Zo zal deze ook toegankelijk moeten zijn en blijven voor mensen met een beperking. Doordat ouderen langer thuis wonen zal ook voor deze doelgroep de buitenruimte passend moeten zijn. Je kunt alleen een inclusieve stad zijn als de buitenruimte voor iedereen toegankelijk is. 4.2 Klimaatverandering en duurzaamheid De klimaatverandering heeft invloed op de beheeropgaven. Het groeiseizoen wordt langer. De neerslag neemt toe en wisselt af met langere perioden van droogte. Het vasthouden en bergen van water in de stad, de doorstroming naar zee en de kustveiligheid moeten op orde zijn. Nu al wordt jaarlijks 16 km riolering vervangen, 4 tot 8 ha verhard oppervlak afgekoppeld van de riolering en waar mogelijk wordt verharding omgezet naar groen. De zoektocht naar meer mogelijkheden en verbeteringen is echter noodzakelijk. De heftige regenval in de zomer van 2021 zijn we nog niet vergeten. Om de ambities van de energietransitie te realiseren, zullen straten opengaan en wordt de ondergrond - 10 -

(nog) voller. Dat vraagt extra aandacht om ook de ondergrond goed te beheren. Materialen in de openbare ruimte worden ook duurzamer: van biobased verkeersborden tot LED-lampen in de openbare verlichting. In het groen wordt ecologisch beheer steeds meer de norm, waarbij er steeds meer aandacht komt voor biodiversiteit. Dat vraagt om andere vormen van beheer. 4.3 Technologische ontwikkelingen Technologische ontwikkelingen, zoals de digitalisering van de samenleving en concepten als ‘smart cities’, zullen meer zichtbaar worden. Data-gestuurd beheren is in opkomst. Zelfrijdende auto’s die zichzelf kunnen inparkeren kunnen nieuwe eisen stellen aan de maatvoering en inrichting van parkeerplaatsen. Robotisering is een thema dat grote gevolgen kan hebben voor het beheer; nu al voeren robots en drones inspecties, maar gaan robots straks ook het gras maaien? De buitenruimte is in toenemende mate aan het digitaliseren. Naast meer klassieke objecten zoals camera’s wordt geëxperimenteerd met sensoren, bijvoorbeeld voor het meten van lucht, licht en geluid. Lichtmasten staan regelmatig verspreid over de stad, waardoor wereldwijd de lichtmast als meest geschikte drager wordt gezien. Ook de uitrol van het 5G-netwerk vraagt om antennes in de buitenruimte, waar worden die geplaatst? Steeds meer automobilisten gebruiken navigatiesystemen om door de stad te rijden.

Deze informatie gebruiken we nu al voor ons verkeersmanagement, maar hoe kan deze informatie worden geoptimaliseerd? 4.4 Personeel van de toekomst Naast de mensen die verstand van beheer hebben zullen we in toenemende mate personeel nodig hebben dat met ICT en data om kan gaan. De technologische ontwikkelingen gaan snel. Dit personeel is nu al schaars, dus daar zal vanuit personeelsbeleid extra aandacht voor nodig zijn. Verder zal de 24uurs economie en de behoefte van bewoners en bedrijven om dag en nacht gehoor te vinden, ook het nodige vragen van de gemeente en haar mensen. 4.5 Betrokken bewoners en bedrijven De politiek-maatschappelijke verhoudingen tussen de overheid, markt en gemeenschap zijn ingrijpend aan het veranderen. Bewoners en bedrijven worden steeds meer betrokken bij planvorming, inrichting en het beheer van de buitenruimte, bijvoorbeeld bij de herinrichting van pleinen, binnentuinen of speeltuinen. Bewoners nemen ook vaker zelf het initiatief om hun dagelijkse leefomgeving aantrekkelijker te maken en op orde te houden. Denk aan burgers die samen een stuk groen of speeltuin onderhouden, een moestuin inrichten of een ORAC adopteren of aan ondernemers die zelf financieel bijdragen om het eigen winkelgebied extra schoon te maken. De gemeente zorgt er via de stadsdelen voor dat het contact met inwoners dichtbij is en het klein onderhoud snel uitgevoerd kan worden.

Participatie en communicatie zijn ook steeds belangrijker geworden bij het beheer. Bij de inzet van nieuwe gemeentelijke participatie-instrumenten zoals sociale en fysieke wijkscans, wijkagenda’s en wijkbudgetten komt de kwaliteit van de buitenruimte en het beheer daarvan steeds nadrukkelijker naar voren als van wezenlijk belang voor een leefbare woon-, werk- en verblijfsomgeving. Bewoners en ook belangenorganisaties (zoals de stedelijke ouderencommissie) verwachten veel van de gemeente op dit gebied en willen er graag bij betrokken worden. Ook in het gebiedsgerichte werken en in de prioritaire gebieden zijn bewoners en bedrijven steeds meer betrokken bij planvorming, inrichting en beheer van de buitenruimte. Deze gedeelde verantwoordelijkheid is vaak een voorwaarde voor succes.

In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het beheer van de toekomst.

- 11 -

Beheer Van De Toekomst - 12 -

5. Het beheer van de toekomst De diverse ontwikkelingen hebben gevolgen voor het beheer. De impact en richting voor de toekomst worden in dit hoofdstuk beschreven. 5.1 De basis op orde vanuit goed beheer De afgelopen jaren is het budget voor het onderhoud en beheer toegenomen. Dat is ook zichtbaar op straat en in het groen. Het beheer van een stad is echter nooit klaar. Ook de komende jaren moet weer veel geïnvesteerd worden om de basis op orde te houden. Veel assets moeten de komende jaren onderhouden of vervangen worden. Hoe kan je dat toekomstgericht doen en de buitenruimte aanpassen aan de nieuwe opgaven? Nu al wordt zoveel mogelijk werk-met-werk gemaakt, het combineren van diverse onderhouds- en beheermaatregelen met herinrichtingen om de overlast zoveel mogelijk te beperken, de kosten laag te houden en om kleine aanpassingen die bewoners wensen te kunnen honoreren. Steeds duidelijker wordt dat bijvoorbeeld bij groot onderhoud aan de riolering, waarbij regelmatig door bewoners en ondernemers wordt gevraagd om dan ook de straat her in te richten. Op dat moment worden verschillende beleidsdoelen als vergroenen, verduurzamen en de gewenste vorm van mobiliteit meegenomen in het ontwerp (zie ook 4.3). De wens om steeds meer werk-met-werk uit te voeren zal steeds nadrukkelijker onder de aandacht worden gebracht bij het uitvoeren van groot onderhoud.

Integraal werken en verschillende beheeropgaven combineren zal uiteindelijk leiden tot het beter benutten van kansen voor verbetering van de buitenruimte, efficiënt beheer en meer begrip bij de bewoners en ondernemers. Met de huidige beheerbudgetten kan niet worden ingespeeld op deze toenemende vraag. Het beheer in de toekomst wordt vormgegeven vanuit goede zorg: er wordt gestuurd op het beste resultaat voor de gebruiker tegen de laagste maatschappelijke kosten en risico’s, waarbij werk-met-werk als standaardprincipe geldt. 5.2 Beheer en bereikbaarheid Beheer is een continu proces. Over de hele stad bezien is het ook nooit af. Naast de beheerwerkzaamheden wordt er de komende jaren en daarna ook steeds meer gebouwd en zijn er jaarrond steeds meer evenementen. Daarmee is er altijd een deel van de wegen afgezet of in gebruik als omleiding. De stad is nooit af en waar op de ene plek een nieuw ingerichte straat wordt geopend, kan er om de hoek gebouwd gaan worden. Daarom is het zo belangrijk om gegeven alle geplande activiteiten in de stad (weg- en objectbeheer, bouwactiviteiten en evenementen) deze door middel van onafhankelijke bereikbaarheidsregie goed op elkaar af te stemmen en te zorgen dat bewoners en bedrijven zonder al te veel hinder bereikbaar blijven.

Aangezien Den Haag geen eiland is, wordt deze afstemming ook op provinciaal niveau gedaan via de stichting Zuid-Holland Bereikbaar, waar Den Haag een van de oprichters van is. Om de stad bereikbaar te houden vindt onafhankelijke regie plaats met als doel de hinder voor bewoners en bedrijven zoveel mogelijk te beperken. 5.3 Beheer en duurzaamheid Op het gebied van duurzaamheid liggen er allerlei kansen. Zo kunnen er meer waterdoorlatende verhardingsmaterialen worden gebruikt. Bij de materiaalkeuze wordt gekeken naar de meest duurzame mogelijkheden. Om het energieverbruik te verlagen wordt bij vervanging van de openbare verlichting standaard LED toegepast en wordt de mogelijkheid tot dimmen geïnstalleerd. Slimme energiemeters of thermostaten kunnen worden geplaatst in schakelkasten bij pollers, fonteinen, gemalen en openbare verlichting, zodat op het gebruik van stroom kan worden gestuurd. In gemalen komen energiezuinige pompen. Afvalcontainers worden voorzien van sensoren, zodat deze tijdig - 13 -

worden geleegd. Met behulp van deze sensoren kunnen de inzamelroutes ook worden geoptimaliseerd, waardoor minder vervoersbewegingen ontstaan. Afvalscheiding door bewoners wordt gestimuleerd en vereenvoudigd. Aanvullend wordt nascheiding toegepast om de scheidingsresultaten voor bepaalde afvalfracties te verbeteren. Het afvalbeleid zal zich in de komende periode meer richten op het terugwinnen van grondstoffen en circulaire economie. Afvalbeleid wordt dan meer geplaatst in het perspectief van de hele keten van de winning van grondstoffen voor de productie tot en met de consumptie van goederen. Onder invloed van Europees en landelijk beleid zal de huidige scheiding tussen huishoudelijk afval en bedrijfsafval waarschijnlijk verminderen en misschien zelfs verdwijnen, onder de noemer van ‘stedelijk afval’. Vooral in gemengde gebieden als de binnenstad maakt dit een efficiëntere en duurzamere inzameling mogelijk, gekoppeld aan de bevoorradingslogistiek en mogelijk ook over het water. In het afvalbeheer zullen we daarnaast moeten anticiperen op situaties van meerdaagse perioden met extreem weer, zowel ’s winters (verstoorde inzameling) als ’s zomers (stankoverlast, tropenroosters).

Bij bomen wordt een grotere variatie in geslachten, soorten en cultivars toegepast om zo de vatbaarheid voor boomziekten, plagen en aantastingen verder te verkleinen en beter voorbereid te zijn op een veranderend klimaat. Duurzaam groenbeheer betekent ook aandacht voor dieren die in de stad leven: van zoogdieren en vogels tot insecten, zowel boven de grond als in de grond, evenals in het water. Wanneer een kademuur wordt vervangen, wordt ook gekeken naar mogelijkheden voor meer groen op de kade. Bij het uitvoeren van onderhoud en bij de keuze van materialen wordt rekening gehouden met de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid, klimaatneutraliteit en ecologie: zo energiezuinig mogelijk, zo duurzaam mogelijk, zo schoon mogelijk, zo natuurlijk mogelijk. 5.4 Beheer vanuit een bredere kijk Het goed onderhouden en beheren van de buitenruimte is structureel en cyclisch. Riolering ligt er gemiddeld 100 jaar. Installaties in tunnels moeten om de 15 jaar vervangen worden om te kunnen voldoen aan veiligheidseisen. Ook bomen kennen leeftijdsfasen en zijn cyclisch en worden vervangen als de veiligheid een risico vormt. Daarnaast kunnen boomziekten, storm en aanrijdingen bomen zwaar beschadigen waardoor deze eerder vervangen moeten worden. En elke dag wordt er ergens in de stad geveegd, worden bijplaatsingen opgeruimd en afvalbakken of afvalcontainers geleegd.

Deze systematiek van cyclisch onderhoud zal blijven bestaan, maar de uitdaging zit erin om meer werkzaamheden zo effectief mogelijk uit te voeren en waar mogelijk te combineren. Bij het uitvoeren van de beheertaak is participatie van bewoners en ondernemers van belang. Zij denken immers niet sectoraal in riolering of straatbomen, maar zij kijken naar “hun” straat, buurt of bedrijfsterrein en de mogelijkheden die zij zien om het gebied aantrekkelijker te maken om er te wonen, werken of te verblijven. Door met een bredere scope naar de beheeropgave te kijken, ontstaat de mogelijkheid om ‘quick wins’ te realiseren. De rol van de beheerder zal daardoor meer en meer veranderen: er is steeds meer omgevingsbewustzijn nodig en meer aandacht voor integraliteit, netwerken, participatie, communicatie en de inzet van bijvoorbeeld sociale media. Betrokken bewoners en ondernemers voelen zich verantwoordelijk voor hun directe leefomgeving en zijn vaak bereid om te helpen met het schoonhouden hiervan. Voorkomen van vervuiling is beter dan schoonmaken. Zo is de inzet op het voorkomen van bijplaatsingen bij ORAC’s nog steeds groot en nodig. Wensen van bewoners en ondernemers voor meer groen, parkeerplekken voor fietsen of openbare toiletten in drukbezochte gebieden worden zoveel mogelijk meegenomen bij het uitvoeren van (groot) - 14 -

onderhoud. Daarvoor is echter niet altijd budget. Om invulling te geven aan deze vraag is meer financiële ruimte nodig. Bewoners en ondernemers worden zoveel mogelijk betrokken als er grootschalige werkzaamheden worden uitgevoerd in hun straat. 5.5 Groei van de beheerintensiteit In de toekomst moeten meer wensen gecombineerd worden in dezelfde schaarse buitenruimte (evenementen, sport en recreatie, ontmoeting, economie, verkeer, spelen, parkeren (auto en fiets) wens voor groen). Dat betekent dat de diverse planningen goed op elkaar moeten worden afgestemd met een goede bereikbaarheidsregie. Enerzijds om te veel hinder te voorkomen en anderzijds om vroegtijdig en volledig bewoners en bedrijven te kunnen informeren. Meer aandacht voor toerisme en economie zorgt na de Corona-periode waarschijnlijk weer voor veel bezoekers in de binnenstad en op het strand, wat leidt tot meer afval en zwerfvuil. De toename van het aantal honden maakt de roep om hondenlosloopgebieden, met bijbehorend maaibeleid, groter. Meer claims op de buitenruimte leiden tegelijkertijd ook tot een intensiever gebruik en daarmee tot meer slijtage. Specifiek zijn de objecten nabij de zee die zwaar door zout, zand, wind en zon worden belast, waardoor alles wat op het strand en de boulevard staat aan hoge kwaliteitseisen moet voldoen.

Daarbij is het onderscheid tussen het rustige winterseizoen en het drukke zomerseizoen aan het vervagen. Deze toenemende drukte zorgt ervoor dat de noodzaak om de basiskwaliteit en basisfaciliteiten op orde te hebben, verder toeneemt. Gebieden die belangrijk zijn voor de economie, zoals de Kern Gezond/Bijzonder, de Kust Gezond, de Internationale Zone en de Binckhorst vragen naast een goede inrichting ook om een goed beheer. Een openbare ruimte die kwaliteit uitstraalt geeft ook goed weer welke ambities een stad heeft. Wél moet gerealiseerd worden dat bij een hoogwaardige openbare ruimte (hoger dan het reguliere Residentieniveau), er ook voldoende middelen voor het beheer noodzakelijk zijn. In de mobiliteitstransitie past de omslag van bezit van gemotoriseerde voertuigen naar gebruik (deelmobiliteit). Voor de openbare ruimte liggen daarin kansen. Minder eigen voertuigen leiden tot minder belasting van de leefomgeving, minder verkeer op onze wegen, minder parkeerdruk in woonwijken. Neveneffecten zijn er ook, zoals deelscooters die soms in drommen op één plek staan of slordig zijn achtergelaten op het trottoir. Op neveneffecten moeten we alert zijn en alert reageren. Gebieden die hoogwaardig zijn ingericht, zullen ook hoogwaardig worden beheerd. 5.6 De bodem raakt vol De druk op de ondergrond en de bodem neemt toe.

Er komen meer glasvezeltelecomkabels en elektriciteitsnetten worden verzwaard. Gasleidingen worden minder gebruikt of uitgefaseerd, maar vaak komt daar weer een warmtenet voor in de plaats. Afvalcontainers gaan ondergronds, net als parkeergarages, en kruisingen worden ongelijkvloers. Op deze ondergrondse infrastructuur willen we openbare verblijfsruimte en vaak ook groen. Daardoor komen er steeds meer dubbele (kunstmatige) maaivelden die om een specifiek beheer vragen. Dat is vaak kostbaar en brengt door eigendomsverhoudingen meer risico met zich mee (denk aan Toernooiveld, World Forum e.a). Er komen meer warmte-koude-opslaginstallaties en andere warmtebronnen. Dit alles heeft invloed op de bodem. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de (al bestaande) riolering, de grondwaterstand, de capaciteit voor waterberging en de temperatuur in leidingen voor het drinkwater. Bomen moeten uit diezelfde ondergrond voedingsstoffen halen. Ook is de bodem voor veel dieren hun - 15 -

leefomgeving. De ordening en het beheer van de ondergrond worden daarom steeds belangrijkere thema’s. De gemeente neemt nadrukkelijk regie bij het gebruik van de bodem om de verschillende belangen en de benodigde kwaliteit te kunnen waarborgen.

De gemeente zal de komende jaren meer regie nemen om de ondergrond te ordenen. 5.7 Nieuwe technologieën toepassen In hoog tempo ontwikkelen de technologische mogelijkheden zich en databeheer wordt steeds belangrijker. Informatie van sensoren in afvalcontainers, data vanuit laadpalen en gegevens verzameld tijdens de handhaving zijn bronnen die efficiënt beheer kunnen ondersteunen. Bij de toegang tot autoluwe gebieden of milieuzones kunnen steeds meer automatische systemen worden ingezet voor de handhaving. Robots of drones doen de inspecties bij tunnels, riolen en verlichting of onder water. Steeds meer vindt remote monitoring van installaties plaats (pollers, fonteinen, gemalen, tunnels). Om kunstwerken en waterstanden te meten en te monitoren wordt gebruik gemaakt van satellieten en glasvezeltoepassingen. De ondergrond wordt gemodelleerd met een visualisatie van waterstromingen voor de riolering en het grondwater. Een goed beheer van data is van groot belang om te sturen op storingen. De 3D Spiegelstad kan worden gebruikt om bij gebiedsontwikkelingen het toekomstige beheer in beeld te brengen. De verkeerslichten (de i-VRI) moeten kunnen communiceren met slimme apparatuur van alle weggebruikers om verkeersdata te verzamelen, zodat weggebruikers beter geïnformeerd en/of vlotter geleid worden. Dit vraagt andere kennis en andere vaardigheden van de beheerder.

Nieuwe technologische ontwikkelingen gaan een belangrijkere rol spelen bij het beheer. 5.8 Handhaven is ook beheer Helaas is leefbaarheidshandhaving ook nodig, omdat niet iedereen zich aan de regels houdt. Vervuiling, vernieling en hinderlijk gebruik van de buitenruimte zijn vaak een bron van ergernis en onbehagen. De inzet van de leefbaarheidshandhaving is erop gericht om gewenst gedrag in de buitenruimte te stimuleren. Veel inzet is gericht op het bestrijden van de overlast in Scheveningen en Kijkduin en op het bestrijden van de afvaloverlast (bijplaatsingen). Daarbij wordt opgemerkt dat nog meer inzet op het opruimen ervoor zorgt dat de bijplaatsingen minder lang op straat staan, waardoor er ook minder tijd is voor de medewerkers openbare ruimte om de afvalzakken te doorzoeken op adresgegevens (om bestuursrechtelijk te kunnen handhaven). De handhavers in de openbare ruimte leveren een bijdrage aan de afvalproblematiek, maar lossen het probleem niet op. Door de verdichting van de stad wordt de buitenruimte intensiever gebruikt. Dit zal naar verwachting om extra handhavingscapaciteit vragen, zowel zichtbaar in de stad als in de bestuurlijke handhaving, waarbij er geïnvesteerd moet worden in de aansluiting met nieuwe technologieën. Handhaven is een vak, met bevoegdheden en vereiste kennis en vaardigheden. Veel bewoners en ondernemers willen daarbij helpen.

Zij geven meldingen door over plekken met overlast. Ook is er de bereidheid (en durf) om andere bewoners aan te spreken als zij overlast of rommel op straat veroorzaken. Vrijwilligers zoals de 1300 ORAC-adoptanten, de stadsgenoten die meedoen aan opruimacties van straat en strand en de buurtpreventieteams, zijn een onmisbare aanvulling op het handhaven.

- 16 -

Handhavers worden ingezet waar andere beheermaatregelen tekortschieten. 5.9 Beheer gebiedsgericht en integraal De kern van het beheer van de buitenruimte in de afgelopen decennia is gericht op het in stand houden van de huidige inrichting en het actuele gebruik van de buitenruimte. Daarbij richt het beheer zich op het waarborgen van de afgesproken kwaliteitsniveaus. Maar beheer moet ook steeds meer in de juiste context geplaatst worden. Waarom wordt er afval bijgeplaatst, waarom gaat een schommel steeds kapot, waardoor ontstaat rattenoverlast? Vaak is symptoombestrijding het antwoord: bijplaatsingen worden weggehaald, de schommel wordt (weer) gerepareerd en om ratten te bestrijden worden lokdozen neergezet. Juist in gebieden waar dergelijke overlast voorkomt is meer aan de hand. Een integrale analyse van een wijk, waarbij de verschillende (maatschappelijke) aandachtspunten onder de loep genomen worden, maakt het knelpunt zichtbaar en biedt wellicht ook perspectief voor een interdisciplinaire oplossing van sociale en fysieke problematiek in een wijk. De integrale gebiedsgerichte benadering start bij de aanpak van knelpunten, moet in de toekomst uitgroeien naar het primaire uitgangspunt van beheer. Het uitgangspunt bij het beheer is een integrale gebiedsgerichte aanpak.

- 17 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11375986/1