CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311603 Bijlage

Algemene Raadscommissie 13 oktober 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid inzake Jaarrapportage 2021 Jeugd en Wmo631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: 060

Paragraaf 4.2. Indicatieduur van de Leidraad Wmo (artikel 3.3 lid 2, onder c, van de Verordening en artikel 3.1.5 lid 1 van de Regeling) Juridisch kader De Wmo schrijft niet voor dat een indicatie voor een bepaalde tijd moet worden afgegeven. Evenmin wat de duur moet zijn van een te verstrekken voorziening. De wet geeft niet een termijn waarna een herindicatie moet plaatsvinden, maar bepaalt wel dat gemeenten periodiek moeten nagaan of er aanleiding is de gegeven beslissing te heroverwegen (art. 2.3.9 Wmo). Dat betekent dat periodiek beoordeeld moet worden of de voorziening(en) nog altijd “op maat” is (zijn). Hoe vaak dat noodzakelijk zal zijn, bepaalt de gemeente zelf. Dit hangt o.a. af van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en wat ten tijde van het onderzoek is vastgesteld. Gemeentelijk kader Artikel 3.3 lid 2, onder c, Verordening bepaalt dat het (toekennings)besluit de ingangsdatum en duur van de voorziening vermeldt. Dat is een dwingend voorschrift. Artikel 3.1.5 lid 1, Regeling gaat over de geldigheidsduur van de indicatie en bepaalt dat een indicatie wordt afgegeven voor een periode van minimaal 4 weken tot maximaal 5 jaar.

Een uitvoerbare praktijk Het is wenselijk om vooral beschikkingen voor huishoudelijke hulp en sommige beschikkingen voor (individuele) begeleiding niet standaard voor korte duur (bijvoorbeeld een jaar) af te geven aan mensen met een niet-tijdelijke, levenslange beperking. Immers, de aard van de beperking en de verwachte ontwikkeling daarvan leidt tot langdurig noodzakelijk gebruik van die voorzieningen. De vanzelfsprekendheid van de korte duur van de indicatie ontbreekt dan. Cliënten ervaren als gevolg van korte indicaties onnodige onzekerheid en extra administratieve lasten. En het verzwaart ook de last van de uitvoeringsorganisatie zelf, die steeds tijdig moet herindiceren. Dit kan voorkomen worden. Vanuit de wet en gemeentelijke regels bestaat namelijk geen (juridische) belemmering om langlopende beschikkingen af te geven. -

-

Voorkeur. Beschikkingen voor mensen met een niet-tijdelijke, levenslange beperking (met onveranderlijke mogelijkheden) worden bij voorkeur meerjarig afgegeven voor max. 5 jaar. Uitzondering. Tenzij er vanuit het perspectief van de cliënt, de aard van de beperking en het gehouden onderzoek argumenten zijn die tot een andere afweging leiden. Denk aan een situatie waarin nog onduidelijkheid bestaat over de ontwikkeling van een beperking in relatie tot de vraag welke zorg en ondersteuning als passend kan worden aangemerkt. Of denk aan het starten van een indicatieprocedure bij het CIZ met het oog op zorgbehoefte uit de Wlz. Of denk aan het monitoren van het daadwerkelijk behalen van de afgesproken resultaten wanneer een voor de cliënt nieuwe vorm van ondersteuning wordt ingezet. Een kortdurende indicatie kan dus, mits onderbouwd. Verbetering en vooruitgang. De voorkeur voor langdurige indicatie geldt uiteraard niet voor situaties waarin nog verbetering mogelijk is, of waarin de zelfredzaamheid of participatie nog kan worden vergroot. Dit zal doorgaans gelden voor vormen van individuele begeleiding die gericht zijn op het aanleren en vergroten van vaardigheden. Je kunt dan immers niet spreken van onveranderlijke mogelijkheden. Heronderzoek bij langdurige indicaties.

De Wmo biedt gemeenten de mogelijkheid om, als alternatief voor een kortdurende beschikking, in te zetten op een periodiek onderzoek bij de cliënt om te bezien of zijn ondersteuningsbehoefte nog hetzelfde is als ten tijde van het onderzoek. Dat kan aanleiding zijn de beschikking te herzien. In het toekenningsbesluit kan de (minimale) frequentie van het contact opgenomen worden. Bijvoorbeeld elke twee jaar. Het is belangrijk dat dan ook echt te doen. De persoonlijke situatie en huishoudsituatie kan veranderen, er kunnen (vroeg)tijdig nieuwe hulpvragen worden gesignaleerd, en de cliënt kan bevraagd worden over zijn ervaringen met de dienstverlening met gecontracteerde of pgb-aanbieder. Zo zorgen we ervoor dat niemand uit beeld raakt.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11354092/1