RIS311603 Afdoening motie Minder keukentafelgesprekken
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
OCW/10283300 RIS311603 Contactpersoon
Montserrat Beijl Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
29 maart 2021
montserrat.beijl@denhaag.nl
Onderwerp
afdoening motie: ‘Minder keukentafelgesprekken’
Uw raad heeft bij de bespreking van de brief van de wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid, mevrouw Parbhudayal inzake Halfjaarrapportage 2021 Jeugd en Wmo (RIS310623) op 9 en 10 februari 2022 de door het raadslid mevrouw Wenink ingediende motie ‘Minder keukentafelgesprekken’ (RIS311603) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Overwegende, dat: • in de gemeente Den Haag een WMO indicatie meestal voor 1 jaar en een enkele keer voor 5 jaar wordt afgegeven. Constaterende, dat: • de gezondheidssituatie van veel mensen (bijv. door ouderdom en/of een chronische aandoening) niet zal verbeteren en de zorgvraag derhalve niet zal dalen of verdwijnen; • deze groep desondanks toch vaak een WMO indicatie van 1 jaar krijgt en een jaarlijkse uitnodiging voor een verplicht keukentafelgesprek voor herindicatie; • deze jaarlijkse keukentafelgesprekken voor onzekerheid en stress zorgen en veel mensen deze gesprekken als belastend of denigrerend ervaren omdat ze het gevoel hebben te moeten ‘bewijzen’ wat zij nog steeds niet zelf kunnen. Van oordeel, dat: • zorg een recht is en de cliënt centraal moet staan.
Verzoekt het college: • te onderzoeken of het mogelijk is om vaker dan nu het geval is een WMO indicatie voor 5 jaar af te geven aan mensen bij wie de hulpvraag door hun gezondheidssituatie helaas nu eenmaal niet zal dalen of verdwijnen, zodat zij niet jaarlijks opnieuw in een keukentafelgesprek moeten ‘bewijzen’ dat zij een nog steeds een indicatie nodig hebben.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10283300
Het college reageert ter afdoening van de motie als volgt. Feiten en cijfers In de motie wordt overwogen dat de gezondheidssituatie van veel mensen, bijvoorbeeld door ouderdom of een chronische aandoening, niet verbetert. De zorgvraag zal daarom niet dalen of verdwijnen. In de praktijk geldt dit met name voor huishoudelijke hulp. Maar er worden ook andere indicaties afgegeven, bijvoorbeeld voor begeleiding en beschermd wonen. Daarvoor geldt echter, anders dan bij huishoudelijke hulp, dat er in de regel sprake is van cliënten van wie de situatie niet stationair is. Deze maatwerkvoorzieningen zijn er immers juist op gericht om deze cliënten stapjes vooruit te laten maken en zo hun zelfredzaamheid te vergroten. Bijvoorbeeld door iemand te leren hoe een gezonde relatie kan worden opgebouwd met huisgenoten, of door iemand toe te leiden naar beschermingsbewind. Tijdens het heronderzoek wordt periodiek nagegaan of er aanleiding is de indicatie te heroverwegen: zijn de afgesproken resultaten behaald, sluit de ingezette voorziening nog aan bij de ondersteuningsbehoeften, en zijn er nieuwe hulpvragen ontstaan? Voor deze maatwerkvoorzieningen dient het heronderzoek dus ook een evaluerend doel. Daarom richten wij ons in onderstaande tabel op de indicaties voor huishoudelijke hulp.
Tabel 1: Looptijd indicaties huishoudelijke hulp (huidig systeem) Indicatie in jaren Leeftijd 20-50 Leeftijd 50-70 Leeftijd 70+ Tot en met 6 194 356 193 maanden (vanaf 6 312 515 324 maanden) tot en met 1 jaar (vanaf 1 jaar) tot 202 645 396 en met 2 jaren (vanaf 2) tot en 106 406 372 met 3 jaren (vanaf 3) tot en 12 98 205 met 4 jaren (vanaf 4) tot en 71 608 3.264 met 5 jaren Totaal: Gemiddelde indicatieduur:
Totaal 743 (9%) 1.151 (14%)
1.243 (15%) 884 (11%) 315 (4%) 3.943 (48%) 8.279 (100%) 3,2 jaar
De motie is gebaseerd op de veronderstelling dat Wmo-indicaties meestal voor 1 jaar worden afgegeven, en een enkele keer voor 5 jaar. Wij herkennen dit beeld niet helemaal. Uit de bovenstaande cijfers blijkt dat in slechts 23% van de gevallen bij huishoudelijke hulp een indicatie wordt afgegeven voor maximaal 1 jaar. Meer dan de helft (52%) van de afgegeven indicaties heeft een duur van tussen de 3 en 5 jaar, en bijna de helft (48%) van de afgegeven indicaties heeft een duur van 4 tot 5 jaar. Dat resulteert in een gemiddelde indicatieduur van 3,2 jaar.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10283300
Juridisch kader Voor indiening van de motie werden vragen gesteld over het juridische kader. De wet schrijft niet voor dat er een (keukentafel)gesprek gevoerd móet worden. Er staat enkel dat de gemeente onderzoek moet doen naar aanleiding van een melding.1 Op welke manier is aan de gemeente. Dit kan bijvoorbeeld na dossieronderzoek, met telefonisch of digitaal contact, of na het afleggen van een huisbezoek. Wel is de achterliggende geachte van het keukentafelgesprek dat dit een geschikt middel is om het sociale netwerk, de positie van de mantelverzorger en de huishoudsamenstelling te bespreken.2 Zeker bij ouderen kan het sociaal netwerk snel afbrokkelen. Ook kunnen nieuwe hulpvragen ontstaan. Het minder vaak voeren van keukentafelgesprekken is niet per definitie beter. Voor hoe lang een indicatie wordt afgegeven is daarom een individuele beoordeling die wordt gemaakt door de Wmocasemanager. Ook regelt de Wmo 2015 niets over de duur van een indicatie. De gemeentelijke regels bepalen dat een indicatie wordt afgegeven voor een periode van minimaal vier weken tot maximaal vijf jaar.3 Tussentijds kan de gemeente nagaan of er aanleiding is om te beoordelen of de afgegeven voorziening nog op maat is. En uiteraard kan de cliënt zelf ook buiten de periodieke evaluatiemomenten om aan de bel trekken bij het college.
Welke criteria gelden er voor het afgeven van een indicatie voor meerdere jaren?4 Het beoordelen van de duur van een indicatie is een individuele afweging van de Wmo-casemanager. In de Wmo-leidraad voor casemanagers is neergelegd dat in gevallen waarin mensen een niet-tijdelijke levenslange beperking hebben, het niet wenselijk is om standaard een indicatie af te geven voor korte duur. Immers, de aard van de beperking en de verwachte ontwikkeling daarvan leidt tot langdurig noodzakelijk gebruik van die voorzieningen. Cliënten ervaren als gevolg van korte indicaties onnodige onzekerheid en extra administratieve lasten. Daarom worden indicaties in deze gevallen bij voorkeur meerjarig afgegeven, voor maximaal 5 jaar. In situaties waarin nog verbetering mogelijk is, of waarin de zelfredzaamheid of participatie nog kan worden vergroot, geldt de voorkeur voor langdurige indicaties uiteraard niet. Dit zal doorgaans gelden voor vormen van individuele begeleiding die gericht zijn op het aanleren en vergroten van vaardigheden. Ook in situaties waarin iemand is geopereerd en bezig is met revalideren of in afwachting is van een besluit op de Wlz aanvraag bij het CIZ ligt het niet voor de hand om een indicatie meerjarig af te geven. Conclusie Uit de cijfers blijkt dat Wmo-casemanagers veel meerjarige indicaties afgeven voor huishoudelijke hulp. De gemiddelde indicatieduur is 3,2 jaar.
Er is geen sprake van dat slechts een enkele keer een indicatie voor maximaal 5 jaar wordt afgegeven. Het college vindt het daarom niet nodig om al op voorhand in te zetten op het nog verder vergroten van het aantal afgegeven meerjarige indicaties.
1
Artikel 2.3.2 van de Wmo 2015.
2
Afdoening motie Verbeterplan keukentafelgesprekken (RIS296787).
3
Artikel 3.1.5 lid 1 van de Regeling Maatschappelijke Ondersteuning Den haag 2018.
4
Zie de bijlage voor de gehele tekst hierover uit paragraaf 4.2 van de Leidraad Wmo voor casemanagers.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10283300
De (Half)jaarrapportages Jeugd en Wmo melden op dit moment niets over de duur van de afgegeven indicaties. Het college zal voortaan periodiek tabel 1 actualiseren en opnemen in de (Half)jaarrapportages. Op die manier kunnen de ontwikkelingen hierin goed worden gevolgd. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4