CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311601 Afdoening motie Eerlijke toegang voor kinderen tot hulp bij dyslexie

Algemene Raadscommissie 2 juni 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

060

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan: de Gemeenteraad

OCW/10293759 RIS311601 Contactpersoon

Marjolein van Breukelen Dienst

Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

Stad en bestuur Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

19 april 2022

marjolein.vanbreukelen@denhaag.nl

Onderwerp

Afdoening motie: ‘Eerlijke toegang voor kinderen tot hulp bij dyslexie’

Uw raad heeft bij de bespreking van de brief van de wethouder ZJV, mevrouw Parbhudayal inzake Halfjaarrapportage 2021 Jeugd en Wmo (RIS310623) op 9 en 10 februari 2022 de door het raadslid mevrouw Holman ingediende volgende motie ‘Eerlijke toegang voor kinderen tot hulp bij dyslexie’ (RIS311601) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: - dyslexiezorg onder de jeugdhulp valt; Overwegende, dat: - er verschillende signalen uit de stad zijn van leraren en ouders dat dyslexie (en daarmee de toegang tot dyslexiezorg) vaak niet ofte laat herkend wordt bij kinderen met een taalachterstand, en dat kinderen van ouders met een lager opleidingsniveau en/of een nietwesterse migratieachtergrond minder vaak een dyslexieverklaring krijgen; - dit ondersteund wordt door onderzoek van o.a. de Onderwijsinspectie uit 2019. Daaruit blijkt dat meer dan 90% van de kinderen met een dyslexieverklaring middelbaar of hoogopgeleide ouders heeft, en dat kinderen van ouders met een niet-westerse migratieachtergrond zwaar ondervertegenwoordigd zijn binnen de groep met dyslexieverklaringen.

Voorts overwegende, dat; - ieder kind gelijke toegang moet hebben tot dyslexiezorg om gelijke kansen in het onderwijs te vergroten, en dit niet zou mogen afhangen van de mondigheid, het opleidingsniveau of achtergrond van de ouders; Verzoekt het college: - preciezer in kaart te brengen welke kinderen in Den Haag nu een dyslexieverklaring krijgen, en wat hierbij het opleidingsniveau en de achtergrond is van de ouders is; - aan de hand hiervan acties op touw te zetten vanuit onderwijs en jeugdhulp, om de gelijke toegang tot dyslexiezorg te waarborgen;

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10293759

Op de motie reageren wij als volgt: Op het gebied van dyslexie is de gemeente vanuit de jeugdwet verantwoordelijk voor de diagnose en behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) bij kinderen vanaf 7 jaar die basisonderwijs volgen. In het rapport van de onderwijsinspectie uit 2019 zijn zowel jeugdigen met als zonder diagnose EED meegenomen. In het rapport wordt opgemerkt dat weliswaar ruim 90 procent van de leerlingen in het basisonderwijs met een dyslexieverklaring ouders heeft met een middelbaar of hoger opleidingsniveau, maar dat het opvallend is dat deze leerlingen relatief gezien minder vaak een dyslexieverklaring hebben op basis van de diagnose EED. Desalniettemin vindt het college het belangrijk dat inwoners gelijke toegang tot zorg hebben. Daarom heeft het college op drie manieren geïnventariseerd in hoeverre de achtergrond en het opleidingsniveau van de ouders van Haagse jeugdigen bepalende factoren zijn in het verkrijgen van de diagnose EED. Allereerst zijn de door de gemeente Den Haag gecontracteerde aanbieders van dyslexiezorg benaderd. Uit deze inventarisatie is gebleken dat geen goed beeld te verkrijgen is over het opleidingsniveau en de achtergrond van de ouders. Slechts een zeer beperkt aantal aanbieders registreert deze gegevens.

De overige aanbieders registreren de gegevens niet, omdat de informatie niet relevant is voor het diagnostiektraject en vanwege privacy redenen. Ten tweede is het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD) benaderd, waarbij een groot deel van de door de gemeente gecontracteerde aanbieders van dyslexiezorg is aangesloten. Ook het NKD kan geen gegevens aanleveren die inzicht geven in het opleidingsniveau en de achtergrond van de ouders van Haagse jeugdigen met een EED-diagnose. Tot slot heeft het college onderzoek gedaan naar de spreiding van EED-verwijzingen en -diagnoses over de stad. Jaarlijks wordt een EED-monitor uitgezet onder de gecontracteerde aanbieders van dyslexiezorg, waarmee inzicht wordt verkregen in het aantal verwijzingen, onderzoeken en diagnoses per school. Naar aanleiding van deze monitor ziet het college geen aanleiding voor een vermoeden van kansenongelijkheid op het gebied van dyslexiezorg. Er zijn geen signalen dat de verwijzingen en diagnoses onevenredig verdeeld zijn over verschillende stadsdelen. De uitgevoerde inventarisatie onder de aanbieders heeft hen geattendeerd op een mogelijk risico op kansenongelijkheid, waardoor het bewustzijn hierover is gegroeid. De inventarisatie geeft geen aanleiding voor verdere vervolgacties. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan.

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11419276/1