RIS311561 Bijlage 1 3 Rapportage Effectiviteit bepalen van afgebeelde ogen bij zwerfafvalhotspots
Tekst van het document
RAPPORTAGE Effectiviteit bepalen van afgebeelde ogen bij zwerfafvalhotspots
November 2021
1
AANLEIDING Zwerfafval is een doorn in het oog voor veel Nederlanders. Ook in de gemeente Den Haag komt zwerfafvalproblematiek voor. De gemeente zet verschillende inventies in om zwerfafval terug te dringen. De Haagse gemeenteraad nam op 25 maart 2021 de motie “Vervuiler, je bent gezien!” (RIS 308306) aan, om afgebeelde ogen te plaatsen bij zwerfafvalhotspots. Voordat de gemeente de afgebeelde ogen bij alle hotspots in de gemeente gaat plaatsen, lijkt het slim om eerst meer inzicht te krijgen in de effectiviteit van de ogen. In deze rapportage wordt de pilot beschreven.
WAAROM OGEN AFBEELDEN OP ZWERFAFVALHOTSPOTS? Uit brononderzoek blijkt dat menselijk gedrag in veel situaties de oorzaak is van het zwerfafval in Den Haag. Het is daarom interessant om te kijken hoe we het vervuilgedrag van hen kunnen beïnvloeden. Onderzoek laat zien dat het aanbrengen van afgebeelde ogen in een omgeving kan helpen om zwerfafval te verminderen. Dit komt omdat de afgebeelde ogen mensen het gevoel geven dat ze worden bekeken. Hierdoor gedragen ze zich vaak socialer en houden ze zich vaker aan de heersende (sociale) regels Uit onderzoek komt een aantal inzichten naar voren over hoe we ogen optimaal kunnen afbeelden. De meeste impact wordt gemaakt door: • • • •
Volwassen mannenogen te gebruiken; Het gedeelte tussen de wenkbrauwen tot aan de neus af te beelden; De afgebeelde ogen te combineren met een concreet en visueel handelingsperspectief1; Mensen niet te overrompelen met te veel en te grote borden.
1
Het bieden van een manier om te handelen. ‘Wat moet ik doen?’ Door het visueel en concreet te maken is het voor mensen makkelijker om de informatie te verwerken, weten ze welk gedrag er van hen verwacht wordt en zullen ze dit gedrag eerder vertonen.
2
Gebaseerd op deze uitkomsten uit de literatuur hebben we onderstaand bord met handelingsperspectief laten ontwerpen. Dit is het bord dat we hebben geplaatst op de experimentele zwerfafvalhotspots.
Afbeelding 1. Interventie op Heeswijkplein
Afbeelding 1.1 Interventie op KFC Leyweg
EFFECTMETING We onderzochten het effect van de interventie op het terugdringen van zwerfafval op twee locaties. Namelijk op een anonieme (Heeswijkplein) en een niet-anonieme (KFC Leyweg) locatie. GEVOEL VAN ANONIMITEIT De afgebeelde ogen spelen in op het gevoel dat mensen zich in de gaten gehouden voelen. Dit kan mensen het gevoel geven dat ze worden aangesproken wanneer ze regels in het gebied overtreden. Wanneer ons gevoel van sociale controle toeneemt, stimuleert dit ons de heersende sociale regels te volgen. In het geval van anonieme locaties, dan kan dit mensen een minder anoniem gevoel geven. Ze voelen zich immers bekeken. Op niet-anonieme locaties kunnen mensen zich al bekeken voelen, bijvoorbeeld op een druk plein. Op niet-anonieme locaties kunnen afgebeelde ogen dit gevoel versterken. Zowel voor anonieme als nietanonieme locaties geldt dus dat afgebeelde ogen tot minder zwerfafval kunnen leiden.
3
ONDERZOEKSOPZET Vervuilgedrag meten middels gedragsobservaties Menselijk gedrag blijkt de grootste bron van zwerfafval in Den Haag. Het ontstaan van zwerfafval kun je dan ook het beste meten door menselijk vervuilgedrag direct te observeren. Als mensen vervuilen gebeurt dat vaak onbewust (afval vergeten), of opzettelijk terwijl ze weten dat dit niet mag. In beide gevallen zijn interviews een onbetrouwbare meetmethode om het ontstaan van zwerfafval te meten. Men weet niet meer wat ze deden, of men geeft sociaal wenselijk antwoord. Tot slot is zwerfafval meten middels tellingen in de omgeving (schouwen) ook geen optimale methode. Er zijn namelijk veel storende factoren die de tellingen kunnen beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan zwerfafval dat in een ander gebied ontstond, maar het meetgebied binnenwaait. Of vogels die afval dat in een ander gebied ontstond, meenemen naar een ander gebied. Potentieel afval Kortom, vervuilgedrag direct observeren is de beste meetmethode om te weten of afgebeelde ogen ervoor zorgen dat mensen minder zwerfafval veroorzaken. Echter, om te kúnnen vervuilen moeten mensen natuurlijk wel afval bij zich hebben. Omdat de meeste mensen geen afval bij zich hebben, deelden wij snoepjes uit met een papiertje er omheen. Vervolgens volgden onze onopvallende observatoren deze mensen om te observeren wat ze met hun snoeppapiertje (het afval) deden.
Er waren drie opties: 1. Ze gooiden het papiertje op de grond 2. Ze deponeerden het papiertje in de afvalbak 3. Ze hielden het papiertje bij zich Voor- en nameting Om een verandering in het vervuilgedrag te meten, is het belangrijk om voor en na de interventie te meten. Zo weet je of mensen meer of minder zwerfafval vervuilen na plaatsing van de afgebeelde ogen. We hebben daarom zowel voor als na plaatsing van de afgebeelde ogen het vervuilgedrag geobserveerd.
4
Controlelocaties Soms ontstaan gedragsveranderingen omtrent vervuilgedrag niet door de interventie, maar door andere (storende) factoren. Denk bijvoorbeeld aan een plotselinge regenbui, waardoor mensen snel het gebied verlaten, maar vergeten om hun afval op te ruimen. Om te kunnen bepalen of een verandering in vervuilgedrag wordt veroorzaakt door de interventie of komt door storende factoren, deden we ook een effectmeting op een controlelocatie (zie afbeelding 2). Dit is een soortgelijke locatie als de locaties waar interventies worden geplaatst. Echter plaatsen we hier geen interventie. Door de soortgelijke controle- en interventielocaties met elkaar te vergelijken op vervuilgedrag, kunnen we storende factoren uitsluiten. Het enige verschil tussen de locaties is namelijk de interventie met afgebeelde ogen.
Afbeelding 2. Een schematische opzet van het onderzek.
LOCATIEKEUZES Om het effect van de interventie te kunnen bepalen, moesten de locaties aan verschillende randvoorwaarden voldoen, namelijk: • • • • • •
De locatie wordt aangemerkt als een zwerfafvalhotspot; Het vervuilgedrag is op de verschillende locaties ongeveer hetzelfde; De locatie is een doorgangsgebied of straat; De locatie is afgebakend; De afvalbakken staan op een logische plek; De afvalbakken hebben voldoende capaciteit.
Op basis van bovenstaande randvoorwaarden, selecteerden we 4 locaties in Den Haag voor het onderzoek. Namelijk een anonieme locatie, een niet-anonieme locatie en twee semi-anonieme locaties die samen fungeren als controlelocatie. 5
We selecteerden deze locaties in drie stappen: 1.
We gebruikten cijfers van de gemeente Den Haag betreffende de sociale cohesie en veiligheidsgevoelens. Dit zijn namelijk sterke indicaties voor het gevoel van anonimiteit. Hoe hoger de sociale cohesie en veiligheidsgevoelens, hoe minder anoniem mensen zich voelen.
2.
Twee gedragspsychologen bezochten de overgebleven kansrijke locaties om een indicatie voor anonimiteit te doen op basis van hun expert opinion. Hiervoor keken ze bijvoorbeeld naar normschendingen in de omgeving (kapotte bankjes, graffiti, veel onkruid). Hoe meer normschendingen, hoe anoniemer mensen zich hier voelen.
3.
We bekeken cijfers over doelgroepen die voorkomen op de locaties. Denk bijvoorbeeld aan geletterdheid en sociaaleconomische status. Op basis hiervan selecteerden we een anonieme locatie, een niet-anonieme locatie en twee controlelocaties waar dezelfde doelgroepen even vaak voorkomen.
We hebben in samenspraak met de gemeente Den Haag vier locaties geselecteerd.
Afbeelding 3. Indeling locaties voor de effectmeting.
RESULTATEN OVERZICHT AANTAL OBSERVATIES We verrichten in totaal 1032 observaties. We geven hieronder het aantal observaties weer per locatie, per meetmoment: •
Heeswijkplein (anoniem). o 164 voormetingen. o 168 nametingen.
6
•
KFC Leyweg (niet-anoniem). o 174 voormetingen. o 158 nametingen.
•
Parijsplein/Schalkburgerplein (controle). o 159 voormetingen. o 209 nametingen.
AFGEBEELDE OGEN HEBBEN GEEN EFFECT OP VERVUILGEDRAG De afgebeelde ogen hebben geen effect gehad op het vervuilgedrag. Het vervuilgedrag is niet veranderd op de locaties waar we afgebeelde ogen hebben geplaatst ten opzichte van de controlelocaties. Voor de interventielocaties (met ogen) geldt een niet-significante veranderde vervuilgraad van 11,5% op de voormeting, naar 11,3% op de nameting. Op de controlelocaties (geen ogen) veranderde de vervuilgraad ook niet-significant van 4,4% op de voormeting naar 5,7% op de nameting. Statistische analyses toonden een niet-significant verschil aan tussen de verandering op de interventielocaties t.o.v. de verandering op de controlelocaties (p = .582). Dat betekent dat deze kleine schommelingen in het vervuilgedrag te wijten zijn aan toeval, maar niet aan de interventie.
Vervuilgedrag 14
Percentage
12
11,5
11,3
10 8 6
4,4
5,7
4 2 0 Ogen
Geen ogen Voormeting
Nameting
Grafiek 1. Het percentage vervuilers op interventie- en controlelocaties, zowel op de voor en nameting.
7
OOK GEEN EFFECT OP (NIET-)ANONIEME LOCATIES Het bleek dat het vervuilingspercentage ook niet-significant van elkaar verschillende op de zowel de anonieme locatie (p = 1.000) als op de niet anonieme locatie (p = .212) t.o.v. de controlelocatie. De veranderingen in vervuilpercentages zijn ook hier aan toeval te wijten en zijn niet ontstaan als gevolg van de afgebeelde ogen.
Vervuilgedrag 18
15,5
16
Percentage
14 12
12,2
10,9
10 7
8 6
4,4
5,7
4 2 0 Heeswijkplein
KFC Leyweg Voormeting
Controle
Nameting
Grafiek 2. Het percentage vervuilers op de anonieme en niet-anonieme interventielocaties t.o.v. de controlelocatie, zowel op de voor en nameting.
ADVIEZEN Dit project begon met het doel van de gemeente Den Haag om meer inzicht te krijgen in de zwerfafvalproblematiek in de stad. Ze zijn benieuwd wat het effect van afgebeelde ogen is op het vervuilgedrag, voordat ze borden plaatsen op hotspots door de gehele stad. ROL DE PLAATSING VAN AFGEBEELDE OGEN BIJ ZWERFAFVALHOTSPOTS NIET VERDER UIT Uit de resultaten mogen we concluderen dat het afbeelden van ogen op zowel een anonieme locatie als een niet anonieme locatie geen effect heeft op het verminderen van zwerfafval in de gemeente Den Haag. Gebaseerd hierop adviseren wij daarom om de motie ‘Vervuiler, je bent gezien’ niet in de praktijk te implementeren.
8
GEDRAGSVERANDERING IS MAATWERK Goedbedoelde veranderpogingen mislukken vaak omdat men niet goed begrijpt wat mensen écht beweegt. Zwerfaval komt niet in elke situatie op dezelfde manier tot stand. In sommige situaties zorgt een bepaalde doelgroep voor een groot gedeelte van de problematiek en in andere situaties kan bijvoorbeeld de omgeving een belangrijke rol spelen. Dit maakt dat succesvolle gedragsverandering het gevolg is van goed maatwerk. We adviseren in een eerste stap om oorzaken van zwerfafval beter te begrijpen voor bepaalde type locaties en hier een op maat gemaakte oplossing voor te toetsen. Wanneer deze pilots effectief zwerfafval verminderen, dan kun je deze interventies in een tweede stap groot opschalen naar meer gelijksoortige locaties om grote impact te maken. Samengevat, (1) het is belangrijk om bepaald type hotspots te begrijpen, (2) type oplossingen te toetsen die hiervoor geschikt zijn en (3) deze daarna groot op te schalen voor de meeste impact.
9