RIS311554 Bijlage DH eindrapport werkoffensief
Tekst van het document
Eindrapport Werkoffensief +500
Februari 2022
Inhoud 1. Inleiding
5
2. De opgave
6
3. De aanpak
7
4. Het klantbeeld
7
5. Economie en arbeidsmarkt
11
6. Samenwerking met werkgevers en partners in de stad
12
7. Realisatie uitstroomdoelstelling
17
8. Geleerde lessen vanuit de praktijk
20
9. Eerste stappen volgend op geleerde lessen
22
10. Conclusies en aanbevelingen
25
11. Slotwoord
27
Dit is een uitgave van Gemeente Den Haag, programma Werkoffensief +500, 2019 - 2022
2
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
3
1. Inleiding In 2018 stond het college voor een uitdagende missie. Het aantal mensen in de bijstand was tijdens de crisisjaren (vanaf 2008) sterk opgelopen en een grote groep mensen was langdurig bijstandsafhankelijk geworden. Deze toename liep gelijk op met de landelijke trend. Destijds zaten circa 2.000 mensen meer in de uitkering dan waarvoor de gemeente compensatie van het Rijk ontving. Het college wilde dat tij keren. Met het Werkoffensief +500 hebben we de handen ineen geslagen om met een samenhangende en persoonlijke aanpak meer te investeren in mensen die al langere tijd (>18 maanden) in de bijstand zaten. De ambitie was om met het Werkoffensief jaarlijks 500 mensen vanuit de bijstand aan een baan te helpen, bovenop de reguliere uitstroomdoelstelling. Bestaande dienstverlening binnen de dienst SZW hebben we daartoe versterkt en versneld en er zijn nieuwe initiatieven ontplooid. In het actieplan van het Werkoffensief is de aanpak concreet gemaakt. Aan de totstandkoming van dit actieplan hebben verschillende partijen meegewerkt. Het beoogde doel van het Werkoffensief werd namelijk allereerst gezien als een gedeelde opgave. Weliswaar nam de gemeente het voortouw, het succes daarvan zou mede afhankelijk zijn van de wijze waarop lokale en regionale partners deze ambities zouden steunen en hierin hun verantwoordelijkheid zouden nemen.
Aan de voorkant van de aanpak hebben we daarom de urgentie met hen gedeeld en hebben zij kunnen aangeven wat voor hen belangrijk is bij het aan het werk helpen van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Inmiddels loopt het Werkoffensief op zijn einde. Een deel van de activiteiten is al ondergebracht in de staande organisatie en de komende tijd (tot juli 2022) zal nog een aantal andere activiteiten overgeheveld worden. Ondertussen blijft de uitstroomdoelstelling onverkort overeind tot het einde van deze collegeperiode. Nu het Werkoffensief in de afrondende fase zit, is het moment aangebroken om terug- en vooruit te blikken. Wat hebben we de afgelopen jaren gerealiseerd, wat heeft gewerkt, waar hebben we van geleerd en waar liggen nog uitdagingen voor de jaren die voor ons liggen?
4
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
5
2. De opgave
3. De aanpak
Het doel van het Werkoffensief was meerledig: mensen die (langdurig) in de bijstand zaten in beeld
Met het Werkoffensief wilden we met een generieke, integrale aanpak – waarbinnen ruimte is voor
brengen en houden, meer mensen aan het werk helpen, werkgevers helpen hun vacatures te vervullen
maatwerk- mensen die langdurig (> 18 maanden) in de bijstand zaten, aan het werk helpen. We hebben
en op termijn het financiële tekort op de bijstandsuitkering terugdringen. We wisten vooraf dat het geen
ons specifiek op deze groep gericht, omdat zij in de jaren daarvoor (vanaf 2008) toen de economie nog
gemakkelijke opgave zou zijn. Afgerond zaten bij aanvang 27.000 mensen in de bijstand (niet te verwarren
in crisis verkeerde, steeds verder uit beeld was geraakt. Dat kwam omdat de inzet destijds vooral gericht
met het aantal uitkeringen, omdat gehuwd/samenwonenden gezamenlijk één uitkering ontvangen), van
was op het aan het werk helpen van mensen die instroomden in de bijstand. Het eerste doel was om deze
wie meer dan 22.000 personen langer dan 18 maanden in de bijstand zaten. Van deze groep was
mensen beter te leren kennen zodat we hun perspectief konden bepalen. Een belangrijk uitgangspunt
45 procent 50 jaar of ouder. .
binnen de aanpak was dat we de mensen niet alleen aan het werk wilden helpen, maar er ook voor wilden
27.000
zorgen dat ze aan het werk zouden blijven. Omdat we wisten dat de helft van de groep al vijf jaar of langer
>
bijstand ontving en dat sommigen al een lange tijd niet maatschappelijk actief waren, moesten we ook
22.000 Mensen in de bijstand
Mensen langer dan 18 maanden in de bijstand
> 11.000 Na 2013 in de bijstand gekomen
aan de slag met de ontwikkeling van hun talenten en het beheersbaar maken van hun belemmeringen. Ook moesten we werkgevers vinden die bereid waren om met deze mensen aan de slag te gaan. Met een concreet actieplan zijn we de uitdaging aangegaan. De gestelde doelen vereisten creativiteit, goede afspraken met werkgevers waarbij we optimaal gebruik zouden maken van bestaand aanbod en nieuw aanbod zouden ontwikkelen. U heeft in de halfjaarlijkse voortgangsbrieven kunnen lezen hoe we
Hiervan is 45% 50 jaar of ouder
5.500 Tussen 2008 en 2012
in de bijstand gekomen
gestart zijn, wat onze tussentijdse bevindingen waren en hoe we hierop geanticipeerd hebben. Ook heeft u kunnen lezen hoe de coronacrisis de realisatie van onze doelen heeft bemoeilijkt op het moment dat we net aan de slag waren gegaan met het verzilveren van de werkakkoorden. .
5.500 10 jaar of langer in de bijstand Voor het realiseren van deze opgave was het allereerst van belang om de mensen weer te spreken, omdat een deel van hen in de jaren daarvoor buiten beeld was geraakt. Van het totale bijstandsbestand wisten we vooraf dat veel mensen problemen ondervonden op het financiële vlak en/of met hun
4. Het klantbeeld
gezondheid, maar exacte aantallen kenden we niet, zo ook niet de zwaarte van de problematiek. Uit eerdere analyses was wel bekend dat naar mate mensen langer inactief zijn, de problemen
Van de groep mensen die 18 maanden of langer in de bijstand zat, zijn ruim 18.000 personen gesproken.
toenemen. Verder zaten bij de start van het Werkoffensief iets meer dan 2.000 jongeren in de bijstand,
De gesprekken waren bedoeld om meer te weten te komen waar deze mensen in hun dagelijkse leven
van wie circa 70 procent geen startkwalificatie had.
tegenaan lopen en om een inschatting te maken van hun belastbaarheid en ontwikkelperspectief. Een aantal personen uit het oorspronkelijke bestand hebben we niet kunnen spreken, omdat de uitkering
Qua werkgelegenheid gingen we er vanuit dat het economisch herstel zou leiden tot banengroei,
tussentijds al beëindigd was, of op korte termijn beëindigd zou worden. Ook een groep chronisch zieken is
dat dit kansen bood, maar dat dit niet zou leiden tot een evenredige daling van het aantal
niet uitgenodigd voor dit gesprek.
bijstandsgerechtigden vanwege de disbalans tussen vraag en aanbod. Voor het optimaliseren van
6
baankansen zouden we eerst het arbeidsaanbod moeten versterken en ons moeten richten op
Tijdens de gesprekken is niet alleen gekeken naar re-integratiekansen, maar is met gebruikmaking van de
groeisectoren die baankansen bieden voor onze doelgroep. De vraag was dus niet zozeer of er wel
zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) ook gekeken naar de individuele situatie op meerdere leefgebieden, zoals
voldoende werk zou zijn, maar hoe we werkgevers konden helpen de vacatures zo vorm te geven dat
huisvesting, inkomen, dagbesteding, sociaal netwerk, dagelijks terugkerende handelingen in het gewone
deze door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt konden worden vervuld. Ook het creëren van
leven, detentieverleden, fysieke gezondheid, geestelijke gezondheid, relaties en verslavingsproblematiek.
werk- en ontwikkelplekken maakten onderdeel uit van deze opgave.
Wat de persoon bij elk van deze leefgebieden zegt te ervaren, wordt uitgedrukt in een bepaalde score
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
7
die de mate van zelfredzaamheid van de persoon op dat moment weergeeft. Het geeft dus een beeld
FIGUUR 1: KLANTSTROMEN NA GESPREK HALLO WERK DAG
van hoe de persoon zelf zijn situatie op dat moment beoordeelt. Het algemene beeld dat we hiermee hebben verkregen is zorgelijk. Hoewel in niet veel gevallen sprake zou zijn van acute problematiek, zijn de meeste mensen op één of meer leefgebieden beperkt zelfredzaam en gaat het vaak om een combinatie van meerdere belemmeringen waar men tegenaan loopt. Dit zorgt voor verminderde belastbaarheid. De mensen zijn het minst zelfredzaam op het gebied van inkomen, dagbesteding, fysieke gezondheid,
18.000
Haagse burgers met een uitkering langer dan 18 maanden
maatschappelijke participatie en mentale gezondheid. Zie de hierna volgende tabel..
TABEL 1: TOP 5 WAAROP MENSEN MINST ZELFREDZAAM ZIJN leefgebied
acute problemen
niet zelfredzaam
beperkt zelfredzaam
voldoende zelfredzaam
volledig zelfredzaam
totaal aantal
Inkomen/schulden
53
877
15.681
177
1.428
18.216
Dagbesteding
90
1.979
11.725
1.795
2.627
18.216
Fysieke gezondheid
125
1.579
11.139
1.778
3.595
18.216
Participatie
190
1.674
10.170
2.044
4.138
18.216
Mentale gezondheid
151
1.434
8.902
2.643
5.086
18.216
Bovenstaande tabel laat niet zien bij hoeveel mensen al dan niet sprake is van (een stapeling van) belemmeringen. Zo kan het zijn dat een persoon geen problemen heeft met zijn mentale gezondheid, maar wel beperkt zelfredzaam is wat betreft dagbesteding en fysieke gezondheid. Ook zijn er mensen op alle leefgebieden voldoende of volledig zelfredzaam zijn.
WERK
Bij de leefgebieden die niet in de tabel staan, valt op dat ongeveer 35 procent aangeeft dat zij geen betekenisvolle relaties hebben (vrienden of familie) en een soortgelijk percentage geldt voor het ontbreken van een sociaal netwerk. Deze personen kunnen niet terugvallen op een netwerk om hen te ondersteunen. Ook valt op dat circa 31 procent (veel) moeite heeft met de algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL).
10%
7%
42%
28%
13%
Tenslotte zien we in mindere mate problemen met huisvesting, verslaving en justitie. Bij deze laatste drie leefgebieden is de intensiteit van het probleem wel vaak groter. Op basis van het eerste gesprek is 24 procent aangemeld voor begeleiding naar school of werk, omdat op basis van hun persoonlijke verhaal werd ingeschat dat ze al stappen konden zetten richting de arbeidsmarkt. Bij meer dan de helft van deze groep is bij verdere dienstverlening gebleken dat de problematiek toch te groot was om direct met re-integratie te starten. Uiteindelijk kon 10 procent daadwerkelijk (eerste) stappen zetten richting scholing of werk. Met de mensen die nog niet konden reintegreren zijn individuele vervolgafspraken gemaakt, bijvoorbeeld op het gebied van maatschappelijke
Den Haag Activering Burgers die binnen Werkt Burgers die richting werk begeleid kunnen worden.
twaalf maanden stappen kunnen zeggen, richting werk of op gebied van participatie.
In beweging Burgers ‘In beweging’ worden geholpen om belemmeringen weg te nemen.
Maximaal haalbaar
Burgers voor wie uitstroom (nagenoeg) onhaalbaar is. Zij doen wat ze maximaal kunnen, bijvoorbeeld met vrijwilligerswerk.
Niet actief
Burgers die niet actief kunnen participeren doordat ze bijvoorbeeld zeer ernstig ziek zijn.
participatie en persoonlijke ontwikkeling om ze daarna waar mogelijk alsnog te kunnen begeleiden naar werk. Ook worden mensen geholpen met het oplossen van persoonlijke problemen, bijvoorbeeld op het
Percentages zijn dynamisch.
gebied van schulden en gezondheid. Het gaat om een zeer gevarieerde groep mensen, die is onder te verdelen in een aantal subcategorieën.
8
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
9
Als we verder inzoomen op de categorieën die zich niet direct op re-integratie richten (hierna te noemen doelgroepen Participatie) dan ziet het actuele beeld van de totale doelgroep (inclusief nieuwe instroom) er eind december 2021 als volgt uit:
TABEL 2: CATEGORIEËN BINNEN DOELGROEP PARTICIPATIE
We zijn met het Werkoffensief gestart met het idee dat het weer goed ging met de economie en we juist
typering
beschrijving
Activering
Personen van wie verwacht wordt dat ze binnen een jaar kunnen re-integreren
1.450
Personen die geholpen worden om in beweging te komen en te blijven
8.750
Personen die actief zijn op het maximaal haalbare niveau (bijv. vrijwilligerswerk, mantelzorg, deeltijdwerk)
5.996
In beweging Maximaal haalbaar Niet actief
5. Economie en arbeidsmarkt
aantal personen
Personen voor wie actief zijn op dit moment niet haalbaar is (bijv. door langdurige ziekte of opname in instelling)
Totaal
in deze omstandigheden aan zet waren om meer mensen vanuit de bijstand aan het werk te helpen. Tegelijkertijd zagen we twee fundamentele bewegingen: enerzijds een arbeidsmarkt die hoge en nieuwe eisen stelt aan werknemers en anderzijds dat de groep mensen in de bijstand divers is en steeds vaker te maken heeft met complexe en/of meervoudige problematiek. In de afgelopen periode is ons duidelijk geworden dat de eisen die de arbeidsmarkt aan werknemers stelt, niet eenvoudig om te buigen zijn naar passend werk. Een groot deel van de mensen die we bemiddelen naar werk heeft geen opleiding afgerond, of ten hoogste een afgeronde mbo-1 opleiding (circa 80 procent van het totale bijstandsbestand zit onder
2.627 18.823
Bron: RAAK (31 dec. 2021)
mbo2). Zij zijn doorgaans aangewezen op werk op baanniveau 1. Het gaat dan om eenvoudige of routinematige werkzaamheden waarvoor een elementair of lager onderwijsniveau vereist is. Werkgevers in onze regio zoeken voor dit soort werk het vaakst naar werknemers voor de functie van magazijn- en expeditiemedewerker, vakkenvuller, kassahulp, productiemedewerker, schoonmaker en huishoudelijk medewerker. Hier liggen kansen voor onze doelgroep, hoewel ze wel moeten concurreren met hoger gekwalificeerd aanbod. Dat wil overigens niet zeggen dat er altijd een (directe) match mogelijk is, want
Een groot deel van de mensen die momenteel niet kan re-integreren moet eerst geholpen worden om in beweging te komen, voordat stappen gezet kunnen worden in de richting van maatschappelijke participatie en re-integratie. Voor deze mensen wordt een participatieplan opgesteld, met daarin op de persoon afgestemde doelen waaraan stapsgewijs gewerkt wordt. Bij 1.450 personen is de verwachting dat re-integratie binnen 12 maanden mogelijk is. Voor deze personen wordt een participatietraject ingezet. Dit is een voorziening waarbij ze door externe trajectaanbieders of consulenten van de gemeente individueel begeleid worden. De bedoeling is om de mensen zo te activeren dat (soms via meerdere voorzieningen) re-integratie alsnog mogelijk is. Als dit niet lukt streven we naar de hoogst haalbare participatie-activiteit voor deze persoon. We moeten op basis van onze bevindingen ook erkennen dat er een groep mensen is, voor wie (betaald) werk nooit haalbaar zal zijn. Zij hebben andere vormen van ondersteuning nodig, meer
fysieke belastbaarheid, goede sociale vaardigheden en goede beheersing van de Nederlandse taal. Gevolgen coronapandemie Met de uitbraak van de coronapandemie in maart 2020 veranderde de situatie op de arbeidsmarkt drastisch. Dit had grote gevolgen; trajecten kwamen door de beperkende maatregelen tijdelijk stil te liggen, veel werkakkoorden die in de tweede helft van 2019 waren afgesloten, konden niet worden verzilverd. Hierdoor werden uitstroomkansen verkleind, zeker voor de mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De gevolgen voor de werkgelegenheid waren het grootst voor de sectoren horeca, detailhandel, cultuur, sport en recreatie. Daarnaast hadden veel ZZP’ers en midden- en klein bedrijven
gericht op ondersteuning en zorg zodat ze hun leven op orde kunnen brengen en houden.
(MKB) te kampen met wegvallende opdrachten. Om de gevolgen van de coronacrisis te beperken hebben
Door binnen het Werkoffensief de gesprekken gestructureerd te voeren met een toegewijd team en de
ons daarbij vooral gericht op het voorkomen van instroom in de bijstand en de gevolgen voor kwetsbare
groep mensen die we gesproken hebben verder onder te verdelen in bovenstaande subcategorieën is gaandeweg steeds duidelijker geworden hoe groot onze opgave daadwerkelijk is en dat een lange adem, een integrale aanpak en stevige investeringen nodig zijn om uiteindelijk kansengelijkheid te bevorderen en de (arbeids)participatie van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te vergroten. Ook onderstreept dit nogmaals het belang dat we moeten voorkomen dat we een grote groep mensen weer uit het oog verliezen. Want gebleken is dat zij onze steun nodig hebben om naar vermogen mee te kunnen doen in de maatschappij.
10
ook voor deze beroepen gelden specifieke eisen die kandidaten soms nog moeten ontwikkelen, denk aan
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
we, in aanvulling op de landelijke regelingen een breed pakket aan maatregelen getroffen. We hebben groepen die zwaar getroffen zijn, denk aan jongeren, mensen met een arbeidsbeperking, zelfstandigen en flexwerkers. In het pakket zaten programma’s en activiteiten waarmee we jeugdwerkloosheid nog harder te lijf zijn gegaan, het ondersteunen van de nodige “werk-naar-werk”-programma’s en initiatieven waarmee we de doelgroep ook op het gebied van participatie betrokken houden. Voorbeelden zijn de pilot bemiddeling naar werk (economisch) dak- en thuislozen waarmee we meer dan 50 dak- en thuislozen aan een baan geholpen hebben, de pilot Heroriëntatie ondernemers waarbij 420 intakegesprekken met ondernemers zijn gevoerd voor hun heroriëntatie op de toekomst en de Impulsaanpak Jongeren waarmee
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
11
jongeren die buiten beeld waren, zijn bereikt om te kijken welke hulpvragen ze hebben en of ze naar
Een vaak genoemd probleem is de schuldenproblematiek met loonbeslag. Ook bij uitdagingen op het
school of werk kunnen worden begeleid. In de corona aanpak werken we nauw samen met partners
gebied van kinderopvang, sociale- of GGZ-problematiek is er behoefte aan begeleiding. Een andere
in de regio, UWV, branche organisaties en uitzendbureaus. In het Sociaal Economisch Herstelplan voor
oproep die werd gedaan is om hen meer te betrekken bij het werkfit maken van de kandidaten en er
Den Haag (RIS306618) zijn alle getroffen interventies op het gebied van werk, scholing en begeleiding
is geadviseerd om aan kansrijke sectoren key-accountmanagers te koppelen. In het aanbod Werkfit
verder toegelicht.
en in de sectordeals en werkakkoorden komen deze elementen terug.
Groeiend aantal vacatures
Werkfittrajecten
We zien dat de werkloosheid daalt en het aantal vacatures stijgt. Toch blijft het aantal vacatures op
Specifiek voor de groep mensen die al langdurig in de bijstand zit en nog niet klaar is om deel te
elementair niveau, ondanks de sterke stijging relatief laag. Eind vorig jaar constateerde het UWV dat in de
nemen aan de gebruikelijke re-integratietrajecten (zoals werkontwikkeltrajecten en STiP), heeft
arbeidsmarktregio Haaglanden de vacaturemarkt voor ‘praktische’ beroepen (baanniveau 1) is verbeterd
het Werkoffensief in aanvulling op de interne werkfittrajecten (de zogeheten brugplekken) in
ten opzichte van het jaar daarvoor, maar nog niet terug op niveau is van voor de coronacrisis. Het gaat
2019 werkfittrajecten ingekocht bij sociale werkgevers en andere aanbieders in de stad. Daarmee
volgens het UWV om een aandeel van minder dan tien procent van het totale aantal openstaande
werd het aanbod meer divers en kon meer maatwerk geboden worden. Deze trajecten beogen de
vacatures in de regio. Gunstiger is de ontwikkeling bij de openstaande vacatures op beroepsniveau 2
werknemersvaardigheden, zelfredzaamheid en motivatie te versterken en tegelijkertijd te zorgen dat
of hoger. De krapte in Haaglanden zit vooral in de ICT-sector, maar ook in de sectoren bouw, techniek,
eventuele multiproblematiek hanteerbaar genoeg is om verder te kunnen met het re-integratieproces.
transport, onderwijs en zorg. De kandidaten die wij (hebben) kunnen bemiddelen naar werk hebben bij
Op hoofdlijnen gaat het om drie typen werkfittrajecten, variërend van zuiver werkritme opdoen in
deze vacatures veelal de vereiste diploma’s, kennis en vaardigheden niet. Dit vraagt om een ander gesprek
productiewerk (type 1), dit gecombineerd met persoonlijke begeleiding (type 2) en trajecten met een
met werkgevers en een andere manier van kijken naar werk. Om de kansen in deze groeisectoren voor
nadruk op trainingen (type 3).
onze kandidaten optimaal te benutten, zijn in samenwerking met werkgevers en het onderwijsveld in het afgelopen jaar al meerdere ontwikkelplekken en leerlijnen gecreëerd, zoals bijvoorbeeld in de zorg.
In de periode 2019 tot en met 2021 zijn in totaal 1.359 personen met een extern werkfittraject gestart.
Ook hebben we laten zien dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt wel degelijk van meerwaarde
Van deze groep had eind 2021 271 personen geen bijstandsuitkering meer en 712 personen werden nog
kunnen zijn voor werkgevers, als zij de juiste werkomstandigheden creëren. In het dienstverleningsaanbod
begeleid naar werk, van wie er 164 nog op een werkfittraject zaten en 35 personen namen deel aan een
zijn ook andere betekenisvolle interventies gepleegd, bijvoorbeeld in relatie tot het versterken van de
werkontwikkeltraject. Bij de overige groep werd een grote verscheidenheid aan dienstverlening ingezet,
positie van sociaal ondernemers in Den Haag, onder meer door middel van sociaal inkopen, het meer
variërend van diagnostiek tot aan aanmelding bij het STiP-team.
inzetten op praktijkleren en de gewijzigde STiP-regeling. In dezelfde periode zijn 1.053 personen op een brugplek gestart. Eind 2021 hadden van deze groep 303 personen geen uitkering meer en werden nog 250 personen begeleid naar werk. Van deze laatste groep
6. Samenwerking met werk- gevers en partners in de stad Met het Werkoffensief zijn we vanaf het begin uitgegaan van een gedeelde opgave en waren we ons
namen 57 personen nog deel aan een brugplek of externe werkfittraject en vijf personen zaten op een werkontwikkeltraject. Ook hier geldt dat bij de overige kandidaten andere voorzieningen werden ingezet, die gericht zijn op bijvoorbeeld perspectief bepalen, maar ook op bijvoorbeeld directe bemiddeling naar een werkplek.
TABEL 3: BRUGPLEKKEN EN WERKFITTRAJECTEN Type traject
aantal deelnemers
aantal nog op traject of in begeleiding naar werk
naar participatie
overig
2019-2021
aantal uitgestroomd op 31/12/2021
Extern werkfittraject
1.359
271
712
349
27
Brugplek
1.053
303
250
459
41
ervan bewust dat de effectiviteit van de acties mede afhankelijk is van de samenwerking met werkgevers en partners in de stad. Daarom hebben we hen bij de voorbereidingen betrokken en de plannen op uitvoerbaarheid getoetst. Een aantal werkgevers heeft voorafgaand aan de start aanbevelingen meegegeven, die in het actieplan een vervolg hebben gekregen. Zo gaven ze aan dat de begeleiding van de gemeente logischerwijs voornamelijk is gericht op de kandidaat/werknemer, maar dat ze zelf ook sterk de behoefte hebben om ondersteund te worden. Er spelen bij kandidaten vaak problemen die van invloed
Bron: Raak en Socrates
zijn op het werk en waarvoor de werkgever hulp vraagt om die problemen beheersbaar te maken.
12
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
13
Bovenstaande tabel laat zien dat bij een deel van de groep is geconstateerd dat re-integratie (nog) niet
(2021) en de sectordeal met de uitzendbranche (2021). De werkakkoorden zijn een concretisering van de
haalbaar is (kolom ‘naar Participatie’). Voor kandidaten die naast belemmeringen zoals schulden en
afspraken op bedrijfsniveau. Een werkakkoord moet met name gezien worden als een intentieverklaring
gezondheidsklachten ook de Nederlandse taal onvoldoende beheersen en niet of beperkt leerbaar zijn, zijn
om een bepaald aantal stages, werkontwikkeltrajecten en/of banen te realiseren. Commitment van de
de trajecten vaker niet succesvol gebleken. Bij deze groep wordt gekeken welk ander aanbod hen verder
werkgever is van essentieel belang, evenals het willen werken met een kwetsbare doelgroep. Er zijn in
helpt om (maatschappelijk) te participeren, met waar mogelijk een baan als doel op de langere termijn.
totaal 203 werkakkoorden gesloten, die goed zijn voor 1.547 (werk)ontwikkeltrajecten en 2.779 vacatures. De afgesproken aantallen in de werkakkoorden waren een vertaling van het te verwachten
In het derde kwartaal van 2021 hebben we de werkfittrajecten geëvalueerd. Uit de gesprekken met deelnemers en aanbieders is gebleken dat, hoewel de trajecten niet bij iedereen hebben geleid tot vervolgstappen richting werk, zij meerwaarde zien in de werkfittrajecten als dienstverlening tussen
personeelstekort dat zou ontstaan in de periode 2019-2022.
TABEL 4: REALISATIE WERKAKKOORDEN PER SECTOR
participatie-activiteiten en vervolgtrajecten. Uit de gesprekken die met hen hierover gevoerd zijn
toegezegde vacatures
ingevulde vacatures
toegezegde werkontwikkeltrajecten
gestarte werkontwikkeltrajecten
649
342
791
474
en Logistiek/Westland
352
218
238
215
Horeca & Toerisme
211
211
82
72
Detailhandel
1.110
276
394
21
Bouw & Techniek
457
114
42
42
1.161
1.547
geven zij aan dat de trajecten deelnemers helpen bij het versterken van de werknemersvaardigheden, motivatie, taalvaardigheid en sociale contacten. Deelnemers krijgen het gevoel dat zij weer iets bijdragen aan de samenleving en samen met hun regisseur kunnen ze ontdekken wat voor hen een haalbaar
Zorg & Welzijn
arbeidsperspectief is waar ze naartoe willen werken.
Transport, Groothandel
Alle betrokkenen zien veel waarde in de individuele coaching als succesfactor om eventuele belemmeringen te bespreken en maatwerk te leveren waar nodig. Er zijn nog wel verbetermogelijkheden in het tijdig en goed laten aansluiten van de trajecten op passende vervolgdienstverlening. Tussen het afronden van een werkfittraject en een vervolgtraject vallen nu soms onnodig pauzes, waardoor kandidaten het ritme dat ze net hebben opgebouwd weer dreigen kwijt te raken. Door deze voorziening vanuit het Werkoffensief over te hevelen naar de staande organisatie, verwachten we een vloeiendere overgang te kunnen realiseren naar aansluitend vervolgaanbod, omdat er dan minder schakels zijn. Een
Totaal 2.779
(42%)
828
(54%)
aantal werkgevers heeft aangegeven hier ook een rol in te willen vervullen. Bij de sociaal ondernemers zien
Bron: WBS
we bijvoorbeeld dat binnen het bedrijf vaak goede doorstroommogelijkheden zijn richting een STiP-baan
De werkakkoorden en sectordeals hebben geleid tot versterking van bestaande contacten en nieuwe
of werkontwikkeltraject.
samenwerkingsvormen die uiteindelijk ertoe hebben geleid dat kandidaten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt weer nieuw perspectief hebben gekregen. Bovenstaand overzicht laat zien dat tot
“De werkfittrajecten zijn absoluut van meerwaarde. Er was geen
dienstverlening voor deze doelgroep. Het was óf richting participatie, óf richting een traject waar je vakvaardigheden leert.”
en met 2021 42 procent van het totale aantal toegezegde vacatures is ingevuld en 54 procent van de afgesproken werkontwikkeltrajecten. Bij een aantal sectoren is de verwachting dat we de vooraf gestelde doelstelling halen of er dichtbij in de buurt komen, zoals in de sector transport, groothandel en logistiek en de horeca. Voor andere sectoren zijn er nieuwe afspraken gemaakt, zoals in de sector bouw & techniek omdat kandidaten niet meer via de Energie Academie konden worden opgeleid en er dus andere ontwikkeltrajecten nodig zijn. Het dossier Stichting Energie academie is inmiddels afgerond, waarover u in de commissiebrief ‘Afronding dossier SEA en start programma Werken in allianties en netwerken’
Sectordeals en werkakkoorden
(RIS311012) bent geïnformeerd.
Een belangrijk onderdeel van het Werkoffensief was het sluiten van sectordeals en onderliggende
14
werkakkoorden. De sectordeals zijn vooral bedoeld als strategisch samenwerkingsdocument waarin
Vorig jaar zomer zijn werkgevers gevraagd naar hun mening in hoeverre de sectordeals en werkakkoorden
afspraken staan over het delen van elkaars netwerk, het bieden van opleidingskansen en het uitwisselen
bijdragen aan onze gezamenlijke opgave om meer mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt
van kennis. We zijn in het vierde kwartaal van 2019 gestart met de vijf sectoren waarvan uit onderzoek
aan het werk te helpen. De werkgevers gaven aan over het algemeen positief te zijn over de sectordeals
bleek dat deze de meeste kans op werk opleveren voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
en werkakkoorden. Het maatschappelijke probleem komt op de agenda en wordt door alle partijen
Het gaat om de sectoren horeca en toerisme, transport en (agri)logistiek, de zorg, de detailhandel en de
onderschreven. De sectordeals en werkakkoorden brengen verschillende partijen bij elkaar en geven de
bouw en techniek. Later volgden de sectordeal Westland (2020), de sectordeal met sociaal ondernemers
samenwerking cachet. De werkgevers gaven als tip mee om de ondertekenaars jaarlijks bij elkaar te laten
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
15
komen, om de opgezette netwerkvorming (opnieuw) een impuls te geven. De netwerkvorming is zo te versterken en formaliseren. Deze momenten zijn volgens werkgevers en sectorale partijen nuttiger als ze daarnaast ook een moment van terugkoppeling en evaluatie zijn over wat bereikt is in de afgelopen periode. Dat geldt zowel op sectoraal- als op bedrijfsniveau. Werkgevers hebben aangegeven behoefte te hebben aan periodieke terugkoppelingen, met daarbij een overlegmoment waarin de stand van zaken zowel kwantitatief als kwalitatief wordt besproken. Hierdoor blijft de aandacht voor de sectordeals en werkakkoorden bestaan en kunnen eventuele problemen tijdig worden gesignaleerd. Deze bevindingen nemen we mee in de stappen die al genomen worden om de werkgeversdienstverlening verder te professionaliseren.
7. Realisatie uitstroomdoelstelling De resultaten die met het Werkoffensief +500 zijn behaald, zijn moeilijk te onderscheiden van de resultaten van Den Haag Werkt (DHW). De dienstverlening is namelijk nauw met elkaar verweven. De cijfers in deze paragraaf moeten daarom gezien worden als een gezamenlijk resultaat. Van 2019 tot en met 2021 zijn vrijwel alle mensen die al langer dan 18 maanden in de bijstand zaten, gesproken. Van deze groep hadden 5.060 personen eind 2021 geen bijstand meer (bron Socrates). Van hen zijn 1.676 personen uitgestroomd naar school of werk, bij 1.141 personen is de uitkering beëindigd vanwege
“Ik vind het mooi dat we op sectorniveau met
verschillende partijen de handen ineenslaan met andere partijen om gemeenschappelijke doelen na te streven.”
andere inkomsten (voornamelijk AOW), bij 532 mensen is de uitkering beëindigd na fraudeonderzoek of weigeren medewerking bij re-integratie of informatieplicht (handhaving) en 588 personen zijn om overige redenen uitgestroomd (bijvoorbeeld door verhuizing, samenwoning, detentie, of overlijden).
FIGUUR 3: REDENEN UITSTROOM UITKERING (> 18 MAANDEN) 1.800
Nog actief in bemiddeling Op 1 januari 2022 werden van de doelgroep Werkoffensief nog 1.550 personen begeleid naar school of werk, van wie er momenteel iets meer dan 100 direct bemiddeld worden op vacatures, ruim 60 personen
1.350
zijn aangemeld voor een STiP-traject, iets meer dan 100 personen nemen deel aan een werkfittraject, 10 kandidaten zijn actief op een brugplek en 75 personen nemen deel aan een werkontwikkeltraject. De rest van de ingezette voorzieningen is heel divers. Een deel van de groep werkt bijvoorbeeld al parttime
900
en probeert uren uit te breiden, anderen zijn bezig met een taaltraining, nemen deel aan de interne horeca werksetting, zijn aangemeld voor de pilot ondernemend uit de bijstand, worden bemiddeld door
450
een uitzendbureau, nemen deel aan diagnostisch onderzoek en zo meer. Bij iets meer dan 300 personen wordt nog beoordeeld wat een passende vervolgvoorziening is en bij iets meer dan 200 kandidaten wordt gekeken of maatschappelijk fit een goede vervolgstap is.
FIGUUR 2: KANDIDATEN IN BEMIDDELING VANAF 1 JANUARI 2022 6%
0
Werk/school
Andere inkomsten
Handhaving
Overig
Uitstroomambitie We hebben als doel gesteld dat we met het Werkoffensief jaarlijks 500 mensen uit de bijstand naar
4% 7% 5%
Bemiddelbaar
school of werk begeleiden, bovenop de reguliere opgave. Dat betekent dat jaarlijks 3.100 mensen vanuit
STiP
verhoogd naar 3.200. De tweede doelstelling betreft de totale opgave om jaarlijks 4.500 mensen naar school of werk te begeleiden. Ook deze doelstelling is voor 2021 eenmalig met 100 verhoogd naar 4.600.
Werkfit/brugplek
78%
de bijstand uitstromen naar school of werk. Deze doelstelling is in de begroting 2021-2024 eenmalig
In 2019 toen het Werkoffensief officieel was gestart, zijn deze doelen behaald (zie figuur 2). Van 3.115 personen kon de uitkering beëindigd worden na re-integratie en 4.558 mensen werden in totaal naar
WOT Diverse voorzieningen
school of werk begeleid. Het gaat daarbij ook om mensen bij wie instroom in de bijstand is voorkomen, STiP-medewerkers die na afronding van het STiP-traject zijn doorbemiddeld naar een reguliere baan en niet uitkeringsgerechtigden. Deze niet uitkeringsgerechtigden zijn voornamelijk jongeren die vanuit het Jongerenpunt070 preventief zijn bemiddeld naar school of werk, schoolverlaters uit het praktijk- en voortgezet onderwijs en andere jongeren zonder startkwalificatie.
16
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
17
In het tweede jaar, toen we net gestart waren met het verzilveren van de werkakkoorden werden we
en sociale- of GGZ problematiek) kan hierdoor tijdig worden bijgestuurd. Zo wordt voortijdige uitval zo veel
geconfronteerd met de coronapandemie, die grote gevolgen had voor het realiseren van onze opgave.
mogelijk voorkomen.
Steeds meer werkgevers werden als gevolg van de coronamaatregelen terughoudender met het invullen van vacatures en een groot aantal werkontwikkeltrajecten en werkfittrajecten kwam tijdelijk stil te liggen.
Uitstroom uit re-integratie wordt gezien als duurzaam als de persoon na de uitstroomdatum minimaal
Nieuwe trajecten werden uitgesteld. De afspraken die we met individuele werkgevers hadden gemaakt,
12 maanden geen bijstandsuitkering ontvangt. Op 1 januari 2022 konden we dat dus vaststellen voor de
konden hierdoor nauwelijks doorgang vinden. Uiteindelijk zijn in dat jaar ondanks deze tegenslagen toch
mensen die tot en met het vierde kwartaal van 2020 zijn uitgestroomd. In 2019 is 87 procent duurzaam
nog 2.684 personen (87 procent van de taakstelling) na re-integratie inspanningen uitgestroomd uit de
uitgestroomd na re-integratie. Van de 13 procent die binnen 12 maanden was teruggekeerd in de bijstand
bijstand en werden in totaal 3.381 personen naar school of werk begeleid.
had vijf procent . binnen dat jaar de bijstand weer verlaten. In 2020 is 84 procent duurzaam uitgestroomd na re-integratie. Van de 16 procent die niet duurzaam uitstroomde, stroomde zeven procent daarna
FIGUUR 4: BEËINDIGDE UITKERING VS AANTAL MENSEN NAAR SCHOOL/WERK
opnieuw uit de bijstand.
4.500
Ontwikkelingen BUIG
4.248
4.000
De verhoogde uitstroomambitie had niet alleen als doel om meer mensen aan het werk te helpen en
3.500 3.000
vacatures te vervullen. Het college wilde op termijn ook het financiële tekort op de bijstandsverlening
3.683
terugdringen. In relatie tot dat doel zien we een positieve ontwikkeling, omdat het aantal bijstands-
3.381
3.115
2.500
uitkeringen sinds de zomer van 2020 daalt. In absolute zin ligt het bijstandsvolume op het laagste
2.701
2.684
niveau sinds 2014. Eind 2018 lag het aantal bijstandsuitkeringen op 25.114 dat vervolgens verder daalde
2.000
aantal beëindigde uitkeringen
1.500 1.000
totaal aantal mensen naar school/werk
500 0
2019
2020
2021
In 2021 is de uitstroomdoelstelling eenmalig verhoogd naar 3.200 omdat de verwachting was dat in 2021 meer mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt zouden instromen. Uiteindelijk is het tegenovergestelde gebeurd en nam de instroom in de bijstand juist fors af, wat er mede (naast corona
naar 23.441 eind december 2021. De daling van het bijstandsvolume komt sinds de zomer van 2020 vooral door een lagere instroom vanuit de WW en minder mensen deden een beroep op bijstand vanwege wegvallen inkomsten. De instroom in de bijstand hebben we voor een deel weten te beperken met de instrumenten die zijn ingezet in het kader van de heroriëntatie TOZO, de inzet van het Regionaal Mobiliteitsteam en vanuit de samenwerking met uitzendbureaus via het zogeheten Werkloket, aanvullend op de steunmaatregelen vanuit het Rijk. Deze volumeontwikkeling ligt redelijk in lijn met de landelijke trend en de gemeente Amsterdam. Zoals onderstaande afbeelding laat zien gaat de daling iets minder snel in de gemeenten Rotterdam en Utrecht.
en het tekort aan passende vacatures) aan heeft bijgedragen dat de uitstroomdoelstelling net als het jaar daarvoor onder druk kwam te staan. Mensen die nieuw instromen zijn namelijk over het algemeen makkelijker terug te leiden naar de arbeidsmarkt dan mensen die al jarenlang een uitkering ontvangen. Wat ook in het nadeel werkte, is dat in de eerste jaren van het Werkoffensief de relatief makkelijkst te bemiddelen kandidaten aan het werk zijn geholpen, waardoor gaandeweg vooral de moeilijker plaatsbare groep overbleef. In 2021 kon uiteindelijk in 2.701 gevallen de uitkering desondanks worden beëindigd na re-integratie. Dat is nagenoeg evenveel als in 2020. Het totale aantal mensen dat in 2021 naar school of werk is begeleid bedraagt 3.683 personen. Duurzaamheid uitstroom Om ervoor te zorgen dat mensen duurzaam uitstromen is meer aandacht besteed aan het begeleiden van kandidaten na plaatsing en het ontzorgen van werkgevers als ze iemand uit de doelgroep aan een baan helpen. Kandidaten die uitstromen, worden na plaatsing maximaal twee jaar gevolgd. Bij het signaleren van problemen, ook niet-werk gerelateerd (denk aan financiële problemen, het regelen van kinderopvang
18
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
19
8. Geleerde lessen vanuit de praktijk Van de ervaringen die we met het Werkoffensief hebben opgedaan hebben we veel geleerd. Hierna volgt een korte opsomming van de belangrijkste bevindingen:
5. We hebben met de werkfittrajecten, werkontwikkeltrajecten en bijbehorende filosofie rondom de methodische kandidaatontwikkeling gezien dat het voor het voorkomen van uitval en het behalen van duurzame resultaten goed is om in te spelen op wat de kandidaat inspireert en motiveert. Dit kost in het begin meer tijd, maar levert uiteindelijk meer op. De kandidaat voelt zich meer serieus genomen.
1. In twee jaar tijd is een grote groep mensen gesproken. Door dit op een gestructureerde
6. Vraag en aanbod sluiten in de praktijk nog onvoldoende op elkaar aan. Ondanks alle
wijze te doen zijn we te weten gekomen welke onderliggende problematiek er precies speelt
inspanningen van de afgelopen jaren is er nog steeds sprake van een mismatch op
onder de mensen in het zittend bestand. De problematiek is complexer gebleken dan eerder
de arbeidsmarkt. Hier zal ook de komende jaren een forse inzet op nodig zijn om
werd verondersteld omdat het vaak over meerdere leefgebieden heen gaat. Ook laten de
de arbeidsparticipatie van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te
uitkomsten van de gesprekken zien dat afstand die mensen hebben tot de arbeidsmarkt
vergroten. Hier kunnen maatschappelijk betrokken werkgevers, sociaal ondernemers en
sterk beïnvloed wordt door de mate waarin belemmeringen al dan niet gestabiliseerd of
werkontwikkelbedrijven een rol in spelen, mits er voldoende middelen zijn om ook de
weggenomen kunnen worden. Dit betekent dat maar voor een beperkt deel van de mensen
benodigde begeleiding te kunnen bieden. Dit vraagt tevens om meer inzet op het realiseren
werk de beste eerste stap is, maar dat voor anderen het wegnemen van belemmeringen een
van de banenafspraak bij werkgevers met gemeentelijke inzet van loonkostensubsidie en
betere eerste stap is. Ook moeten we accepteren dat een grote groep mensen nooit aan het
jobcoaching.
werk kan. Zij hebben andere vormen van dienstverlening en zorg nodig. 2. Door de onderliggende problematiek is de afstand tot arbeidsmarkt voor velen moeilijk
7. Samenwerking met werkgevers en partners in de stad, waaronder onderwijsinstellingen is cruciaal om goede maatwerktrajecten en praktijkgerichte leerlijnen te ontwikkelen die
met het bestaande aanbod te overbruggen. Dat betekent dat we moeten nadenken over
aansluiten op de doelgroep en hun baankansen vergroten. We zien onder andere dat steeds
mogelijke verlenging van de duur van bepaalde trajecten, alsook aanvullend aanbod en inzet
meer sociaal ondernemers zich vestigen in Den Haag en hierin innovatief zijn.
van dienstverlening die voor deze groep passender is en mensen echt vooruit helpt. Dat kan ook laagdrempelig aanbod vanuit de wijk zijn. 3. Het is voor het totaalbeeld goed om naast het aantal gerealiseerde banen ook
8. Werkgevers hechten er groot belang aan dat ze ontzorgd worden en dat goede begeleiding na plaatsing wordt geboden om uitval te voorkomen. 9. Binnen de uitvoeringsorganisatie zijn korte lijnen en vertrouwen in elkaars expertise
andere positieve resultaten in beeld te brengen, zoals de voortgang ten aanzien van
belangrijk om verschillende trajecten vloeiend op elkaar aan te laten sluiten. Het werken
ontwikkeldoelen die we met kandidaten vastleggen. Op deze manier worden de
vanuit één plan en één regisseur draagt hieraan bij.
inspanningen van zowel kandidaten als de gemeente en werkgevers zichtbaarder gemaakt. 4. Met werkfitaanbod hebben we leerlijnen kunnen verrijken. Hierdoor kunnen we nog beter en op verschillende niveaus inspelen op wat mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt nodig hebben. Door Werkfit als voorportaal in te zetten, voorafgaand aan vervolgdienstverlening waar kandidaten zich nog meer ontwikkelen op een bepaald vak (zoals een werkontwikkeltraject of STiP) versterken we de positie van de kandidaat.
20
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
“De gemeente heeft 10.000 voordeuren. Maak er alsjeblieft één voordeur van. Ik wil gewoon bij één iemand binnenkomen. Dat er daarachter allemaal
kamertjes zitten, maakt niet uit. Als ik maar weet waar de voordeur zit.”
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
21
9. Eerste stappen volgend op geleerde lessen We hebben gezien dat bij een deel van de doelgroep wel (baan)perspectief is, maar dat er meer/ andere inzet en tijd nodig is om deel te kunnen nemen aan de arbeidsmarkt of maatschappelijk te kunnen participeren. Binnen deze groep zien wij verschillen in belastbaarheid en de ondersteuning die nodig is. Voor sommigen is werk het beste medicijn. Een deel van de mensen helpen we door eerst sociaalmaatschappelijke omstandigheden verbeteren. Voor een beperkt deel van de mensen geldt dat ze kunnen doorgroeien naar werk, als drempels zijn weggenomen en een min of meer stabiele (leef) situatie is gecreëerd, denk bijvoorbeeld aan financiële stabiliteit, verminderde zorgtaken binnen het gezin, of het hebben van een vast woon- of verblijfadres. Daarnaast is er een groep met een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt, waarvan de ontwikkelmogelijkheden beperkt zijn. Het is vooral van belang dat we de groep met ontwikkelperspectief activeren en actief houden. Het doel kan niet voor iedereen werk zijn, maar de inspanningen richten zich ook op het verbeteren van de kwaliteit van leven en het op een andere manier actiever worden in de maatschappij.
Instapeconomie en de pilot maatschappelijk fit. Hiermee zijn de eerste stappen gezet om een vloeiendere overgang te creëren tussen participatie en re-integratie. De komende tijd moet verder worden uitgewerkt hoe we de doelgroep structureel in beeld kunnen houden en stappen voorwaarts kunnen laten zetten. We
We bieden iedereen duurzaam perspectief. Met op maat gesneden dienstverlening helpen we de mensen hun sociaal maatschappelijke omstandigheden te verbeteren en hun weerbaarheid en belastbaarheid te vergroten. Zo voorkomen we dat mensen afglijden of terugvallen en stimuleren we juist dat de mensen voor henzelf, hun directe omgeving en de maatschappij het maximale bereiken. Zo vergroten we duurzaam arbeidspotentieel en bevorderen we de zelfredzaamheid en bestaanszekerheid van onze inwoners.
moeten in ieder geval voorkomen dat we hen na verloop van tijd toch weer uit het oog verliezen. Pilot Instapeconomie In januari 2021 zijn we gestart met de pilot Instapeconomie om een structurele voorziening te bieden voor degenen die niet aan het werk kunnen op de reguliere arbeidsmarkt. De pilot Instapeconomie is onderdeel van de regiodeal Den Haag Zuidwest en is zowel gericht op maatschappelijke participatie van mensen in de bijstand, als op verbetering van de leefbaarheid in de wijk. Het gaat om een kleinschalige pilot waar 30 personen aan deelnemen. In september vorig jaar heeft een aantal raadsleden op locatie kennis gemaakt met deze pilot en hebben zij kunnen zien hoe de pilot er nu uit ziet en waar we met de pilot naartoe willen werken. Met de uitkomsten van dit werkbezoek zijn we verder aan de slag gegaan. Eind 2021 is de pilot geëvalueerd. De eerste bevindingen tonen aan dat de menen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt door deelname aan de pilot weer het gevoel hebben mee te doen in de maatschappij. Het instapwerk activeert ze en ze leren nieuwe vaardigheden aan. Door het werk kijken ze positiever naar hun toekomst en
Mensen naar vermogen laten meedoen in de maatschappij heeft als positieve bijkomstigheid dat op andere onderdelen van ondersteuning minder (maatschappelijke) kosten worden gemaakt. Dit betekent bijvoorbeeld een verlaging van zorgkosten, minder overlast, of een preventie van schuldenproblematiek. De baten liggen niet altijd bij één partij. Een investering van de gemeente betekent brede baten: zowel bij de inwoners, soms bij de gemeente, maar uiteindelijk ook bij de rest van de maatschappij. In de commissiebrief over het nieuwe participatiebeleid (Gelijkwaardig meedoen RIS307152) heeft u kunnen lezen hoe we op deze bevindingen ook vanuit Participatie anticiperen. Vanuit een gedeelde visie zijn binnen het Werkoffensief in samenwerking met Participatie twee pilots ontwikkeld; de pilot
22
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
het leidt tot nieuwe doelen die ze waar willen maken. Deelnemers zien tenslotte een merkbaar effect op de leefbaarheid, veiligheid en sociale cohesie in de wijk. In het evaluatierapport van de pilot Instapeconomie, die u gelijktijdig met dit rapport ontvangt, wordt uitgebreid op alle bevindingen ingegaan. Met de Instapeconomie zetten we de eerste stappen richting een zogeheten basisbaan. De basisbaan moet het karakter hebben van een duurzame voorziening waarbinnen mensen zich structureel of voor bepaalde tijd kunnen inzetten door het verrichten van betaald additioneel werk, dat aanvullend is op regulier werk. Hiervoor zijn gemeenten afhankelijk van de mogelijkheden die het Rijk biedt. Er zijn alleen
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
23
reële mogelijkheden om lokaal invulling te geven aan het concept basisbaan als het Rijk overgaat tot een brede herziening van de Participatiewet en het stelsel van Werk en inkomen, of als zij binnen de bestaande wettelijke kaders meer experimenteerruimte voor gemeenten creëert en additionele middelen beschikbaar stelt. Hoewel we in de afgelopen periode samen met andere gemeenten en kennisinstituten op meerdere overlegtafels bij het Rijk aandacht hebben gevraagd voor het feit dat veel mensen de stap naar werk niet kunnen zetten en dat fundamentele maatregelen nodig zijn om echt verschil te kunnen maken, zien we dit lobbypunt niet terug in het regeerakkoord. Het nieuwe kabinet geeft wel aan dat zij samen met gemeenten ervoor gaat zorgen dat mensen die langdurig in de bijstand zitten actief worden benaderd en worden ondersteund en gestimuleerd naar werk, maar het is niet duidelijk hoe ze dit concreet willen gaan aanpakken, behoudens uitbreiding van een nog onbekend aantal beschutte werkplekken. Wat de gemeente Den Haag betreft moet meedoen aan de maatschappij naar maximaal vermogen centraal staan. Dit kan voor de ene groep werk zijn en voor een andere groep betekent dit het verbeteren van de levenssfeer of andere maatschappelijke participatie.
10. Conclusies en aanbevelingen Met het Werkoffensief wilden we meer mensen aan het werk helpen. Werk heeft immers en positieve invloed op het welbevinden van mensen. Het leidt tot meer zelfvertrouwen, zingeving, meer sociale contacten en mensen kunnen door werk weer mee doen in de samenleving. Een verhoogd welzijn heeft ook een grote maatschappelijke en economische impact, onder ander door de bijdrage aan de economie en lagere kosten voor gezondheidszorg en bijstand. Door alle mensen in de bijstand te spreken hebben we kunnen zien dat onderliggende problematiek in het persoonlijke leven divers en complex is, maar ook dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om mensen weer in beweging te krijgen en om hen weer stappen te laten maken richting scholing en werk. We hebben ook gezien dat innovatieve initiatieven nodig zijn omdat de huidige dienstverlening nog niet goed genoeg op iedereen goed aansluit. Het spreken van kandidaten is slechts één kant van het verhaal. Minstens zo belangrijk was het vinden van werkgevers die bereid zijn om gezamenlijk aan de slag te gaan met de mensen die een (grote) afstand tot
“Je raakt met andere ondernemers in gesprek over zaken waar je tegenaan
loopt en wat de gemeente voor hen heeft betekent. Dat is enorm waardevol.
Het samenbrengen van werkgevers zie ik als belangrijke taak van de gemeente.”
de arbeidsmarkt hebben en in staat zijn hen goed te begeleiden, waar nodig met ondersteuning van de gemeente. Met deze maatschappelijk betrokken werkgevers zijn we in gesprek gegaan. We hebben hen geholpen vacatures te vervullen door hen te laten zien dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt van grote meerwaarde kunnen zijn voor hun bedrijf, als zij de juiste werkomstandigheden creëren. Denk aan het anders organiseren van werk voor werkzoekenden (bijvoorbeeld via functiecreatie of matchen op vaardigheden en competenties). Daarnaast hebben we in samenwerking met het scholingsveld meer
Pilot maatschappelijk fit We hebben gaandeweg geconstateerd dat een deel van de mensen die via het Werkoffensief was doorgeleid voor bemiddeling naar school of werk, achteraf toch niet in staat bleek om met re-integratie te starten, of voortijdig moest stoppen omdat er nog te veel belemmeringen waren. Dat geldt met name als er ook sprake is van beperkte taalbeheersing en/of beperkte leerbaarheid. Het gaat om mensen die naar verwachting wel re-integratiepotentie hebben, maar zich niet in het tempo kunnen ontwikkelen die de huidige dienstverlening van hen vraagt. Het is belangrijk om bij deze mensen te kijken welke stappen dan wel haalbaar zijn. Vanuit deze gedachte is in de zomer van 2021 de pilot Maatschappelijk fit gestart. De pilot loopt tot juli 2022 en biedt ruimte voor maximaal 500 deelnemers. Inmiddels zijn per januari 2022 rond de 500 kandidaten aangemeld. De trajecten zijn laagdrempelig, duren maximaal 12 maanden en zijn erop gericht om belemmeringen te stabiliseren, kandidaten maatschappelijk te laten participeren en hen voor te bereiden op mogelijke stappen richting school of werk. Voor wie dat niet lukt, wordt gekeken of vrijwilligerswerk of (arbeidsmatige) dagbesteding mogelijk is.
Er wordt deels gebruik gemaakt van bestaand participatie-, werkfit- en taalaanbod, dat op basis van opgedane ervaringen, waar nodig verder wordt doorontwikkeld in samenwerking met onze partners binnen het sociaal domein. Voor de minder zelfredzame kandidaten zijn er trajecten bij onze partners binnen het sociale domein waar extra persoonlijke begeleiding wordt geboden. De pilot wordt eind Q1 2022 geëvalueerd, op basis waarvan rond de zomer wordt besloten of en zo ja op welke wijze we met deze aanpak doorgaan. 24
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
ingezet op praktijkleren en maatwerkopleidingen. Ondanks dat een kleiner deel van de doelgroep in staat bleek om binnen het gestelde tijdpad te reintegreren dan vooraf beoogd, de gevolgen van de coronapandemie waar we vanaf begin 2020 mee te maken kregen en het tekort aan passende vacatures is het toch gelukt om in 2019 de uitstroomdoelstelling te halen en in 2020 en 2021 voor 87 procent. Dit was ons niet gelukt zonder de inzet van onze partners met wie we intensief hebben samengewerkt en met wie we tijdens de coronapandemie naar creatieve oplossingen hebben gezocht om de instroom in de bijstand te beperken en uitstroomkansen voor onze doelgroep te vergroten. Aanbevelingen Op basis van de ervaringen die we hebben opgedaan volgt hierna een aantal aanbevelingen voor hoe we in de toekomst kansengelijkheid kunnen bevorderen voor de mensen die langdurig (>18 maanden) in de bijstand zitten en hoe we tegelijkertijd de kwetsbaarheid van onze inwoners kunnen minimaliseren door meer stabiliteit en perspectief te bieden. Het uiteindelijke doel is om iedereen naar vermogen mee te laten doen in de maatschappij, waar mogelijk via werk. a. Er moet een vervolgaanpak komen waarmee we waarborgen dat we de mensen die we nu gesproken hebben niet opnieuw uit het oog verliezen. Voor een deel is dit inmiddels ondervangen in de participatieaanpak (Gelijkwaardig meedoen RIS307152).
We moeten onze visie hierop verder aanscherpen, het ambitieniveau bepalen en de financiële-en uitvoeringsconsequenties in beeld brengen.
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
25
b. De samenwerking met werkgevers en sociaal ondernemers blijft de komende jaren een noodzakelijke voorwaarde voor het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt. We moeten ook in de toekomst voorkomen dat de meest kwetsbare mensen telkens achteraan de rij moeten aansluiten bij het betreden van de arbeidsmarkt. De werkakkoorden zijn afgesloten voor de duur van deze collegeperiode. Om verder te komen met de sectordeals en de werkakkoorden is het verstandig om zowel voor de interne organisatie als de werkgevers en werkgeversorganisaties meer aandacht te besteden aan periodiek overleg en tussentijdse bevindingen te delen. Dit kan onder andere door meer te sturen op relatiemanagement in plaats van het aantal werkakkoorden, vacatures en ontwikkelplekken. c. De praktijk laat zien dat voor het realiseren van de maatschappelijke opgave meer nodig is dan het bemiddelen van kandidaten op basis van reguliere vacatures. In plaats daarvan moeten we samen met werkgevers binnen de huidige krapte op de arbeidsmarkt, nog meer inzetten op het creëren van werk dat past bij de mogelijkheden van de kandidaten. Deels kan dit ook door werk in opdracht uit te voeren. d.
Vanwege het risico dat arbeidsintensieve dienstverlening aan de meest kwetsbare inwoners in de verdringing komt ten gunste van inwoners die sneller en makkelijker geholpen kunnen worden, is het van belang om met duidelijke doelstellingen het evenwicht hierin te bewaken.
11. Slotwoord De werkgelegenheid in Den Haag groeit en steeds meer mensen vinden werk. Tegelijkertijd merken we een verschuiving in de doelgroep van werkzoekenden en staan Hagenaars met een grote afstand tot de arbeidsmarkt nog te vaak aan de kant. Het aantal werkzoekenden dat met lichte begeleiding naar werk (of school) begeleid kan worden, wordt steeds kleiner. Steeds meer krijgen we te maken met een groep werkzoekenden voor wie werk of school niet binnen handbereik ligt. Daar zijn meer/andere investeringen en tijd voor nodig. We merken op dit punt dat nog meer bewustzijn noodzakelijk is. Met het Werkoffensief hebben we waardevolle stappen gezet in het bieden van baankansen aan mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waaronder mensen met een arbeidsbeperking. Zo hebben we maatschappelijk betrokken werkgevers, sociaal ondernemers en andere partners in de stad aan onze gedeelde opgave weten te verbinden en hebben we de dienstverlening versterkt en vernieuwd. Hiermee hebben we niet alleen in de afgelopen drie jaar mooie resultaten gehaald, maar is ook een mooi fundament voor de toekomst gelegd.
e. De focus moet niet alleen op betaald werk als hoofddoel liggen. Persoonlijke groei, sociale contacten, gezondheid en iets nuttigs terugdoen voor de maatschappij zijn ook belangrijke doelen. Dat betekent dat we ons niet alleen moeten richten op uitstroomcijfers, maar ook andere meetbare indicatoren moeten creëren en daarover moeten rapporteren en waarderen. f.
De grote verschillen tussen de bijstandsgerechtigden vragen om een persoonlijker benadering, waarbij mensen echt worden gezien; dat wil zeggen: zien wat iemand nodig heeft om aan het werk te kunnen gaan en blijven, of weer mee te kunnen doen in de samenleving. Bij een deel van de doelgroep zal dat gaan om langdurige dienstverlening omdat er voorliggende sociale- en gezondheidsproblemen zijn. Dit aanbod moet op basis van de behoeften die er zijn met nieuwe initiatieven nog verder worden versterkt.
g. De innovatieve kant van het Werkoffensief is voor een deel al doorgezet naar de staande organisatie en zal voor het behouden van structurele meerwaarde komend jaar verder moeten worden geborgd, denk aan de externe werkfittrajecten, versterking van de inzet van de kinderopvangmakelaar, de kleinschalige aanpak Westland, de MKB-Werkambassadeur en de vernieuwde samenwerking met de uitzendbranche. h. Tot slot moeten we ervoor zorgen dat we de mensen die we nu op de rit hebben in beweging houden. Daarom moet in de keten van dienstverlening het aanbod vloeiend op elkaar aansluiten en moeten er zo min mogelijk pauzes tussen vallen. Een vloeiende overgang naar een aansluitend vervolg is van belang om de opgedane vaardigheden, het werkritme en de motivatie te behouden, bijvoorbeeld door te werken vanuit één klantvolgsysteem en één regisseur die toeziet op het participatie- en reintegratieproces van de kandidaat.
26
EI N D RA P PORT WER KOF F ENS I EF +5 0 0
E I N D RA P PO RT WE R KO F F E NS I E F +5 0 0
27