RIS311516 Beantwoording vragen m.b.t. projectdocument Dreven-Gaarden-Zichten (RIS311092) n.a.v. behandeling in Commissie Ruimte d.d. 2 februari 2022
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Martijn Balster Wethouder van Wonen, Wijken en Welzijn
001
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
DSO/10262644 RIS311516 Contactpersoon
Pieter Birnage Dienst
DSO Afdeling
Projecten Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
8 februari 2022
Pieter.birnage@denhaag.nl
Onderwerp
Beantwoording vragen m.b.t. projectdocument Dreven-GaardenZichten (RIS311092) n.a.v. behandeling in Commissie Ruimte d.d. 2 februari 2022
Geachte voorzitter, Zoals toegezegd in de vergadering van de Commissie Ruimte van 2 februari 2022 ontvangt u hierbij de beantwoording van een aantal (technische) vragen die niet beantwoord konden worden tijdens de behandeling van de technische vragen n.a.v. het projectdocument Dreven-Gaarden-Zichten (RIS311092) in de commissievergadering. Hoeveel bomen zijn er geprojecteerd binnen de bouwblokken? Uitgangspunt is geweest het huidige stratenpatroon te volgen zodat bomen zoveel mogelijk kunnen worden behouden, zeker waar dit waardevolle boomstructuren betreft. In het schetsontwerp van de Zichten is een bomenbalans opgenomen. Hieruit volgt dat in de Zichten en het stuk plangebied in de Steden 228+44= 272 bomen staan. Hiervan worden er 140+38=178 gerooid en 184+4= 188 nieuwe aangeplant. Netto is dit een toename van 10 bomen. Er wordt nu uitgegaan van één waardevolle boom verplanten maar dat kunnen er meer worden. Voor de andere buurten is nog niet zo’n getalsmatige exercitie verricht maar kan wel worden aangegeven hoeveel bomen zich binnen de geprojecteerde bouwvlakken bevinden. In de Gaarden zijn dit 15 bomen. In de Dreven zijn dit 178 bomen. Uitgangspunt is vergroenen. Voor al deze bomen zullen minimaal evenveel nieuwe bomen worden terug geplant of de bomen worden verplant, maar het streven is meer bomen in de nieuwe situatie.
Uitleg over deelvervoer, referenties deelmobiliteit In de parkeernota (RIS309940) is in artikel 3.4 opgenomen dat in gebieden met een parkeerregime de parkeerbehoefte met maximaal 50% mag worden gereduceerd door de inzet van deelmobiliteit. In de besluitvormingsstukken van Dreven-Gaarden-Zichten staat expliciet het voornemen tot invoering van dit regime benoemd. In Dreven-Gaarden-Zichten is in de afzonderlijke gebieden uitgegaan van de inzet van circa 40% deelmobiliteit. Dit past dus binnen de vastgestelde parkeernota.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10262644
Het inzetten op een fors aandeel deelmobiliteit is een belangrijk onderdeel van de mobiliteitstransitie, die noodzakelijk is om de verbetering van de leefbaarheid, vergroening en het terugdringen van CO2uitstoot binnen een verdichtende stad mogelijk te maken. Daarom is dit ook opgenomen in het nieuwe parkeerbeleid. Door nu bij de herstructurering van Dreven-Gaarden-Zichten in te zetten op deelmobiliteit, elektrisch vervoer en MAAS (Mobility As A Service) worden dit toekomstbestendige buurten die in dat opzicht juist een voorsprong krijgen op de rest van Den Haag. Hierdoor gaat de verdichting niet ten koste van het groene karakter van de buurten. De mobiliteitsopgave in Dreven-Gaarden-Zichten behelst niet alleen ruimtelijke inpassing van het parkeren maar voorziet ook in een financieel bereikbare oplossing voor de mobiliteitsvraag. De maatschappelijk ontwikkelingen m.b.t. het eigen autobezit laten zien dat betaalbaarheid onder druk komt te staan doordat voor de milieu-impact en het ruimtebeslag van autobezit een steeds hogere prijs gevraagd wordt. Die ontwikkelingen gaan ook niet voorbij aan Dreven-Gaarden-Zichten. Dit betekent dat, om mobiliteit ook in de toekomst voor iedereen betaalbaar en bereikbaar te houden, in de plannen moet worden voorzien in alternatieven.
Alternatieven worden steeds betaalbaarder, maar zijn nu nog duurder dan de goedkoopste manieren van eigen autobezit. Bij de participatie bleek dat een deel van de bestaande bewoners niet open staat voor deelmobiliteit. De zorgen zaten onder andere in kosten, imago en vandalisme. Om het toepassen van grootschalige deelmobiliteit onder de huidige bewoners succesvol te maken moet rekening gehouden worden met deze zorgen. We onderzoeken hoe we deze zorgen zo goed mogelijk kunnen wegnemen. Dreven-Gaarden-Zichten heeft door de verdichting na herstructurering ook veel nieuwkomers. Deze nieuwkomers zullen een bewuste afweging maken als ze weten dat er onder hun woningen in voldoende deelmobiliteit is voorzien. Juist de beschikbaarheid van een groot aantal deelauto’s geeft bewoners de zekerheid dat ze niet misgrijpen als ze een auto nodig hebben. Deelmobiliteit is sterk in ontwikkeling en er komen steeds meer betaalbare alternatieven op de markt. Betaalbaarheid is een voorwaarde voor de inzet van deelmobiliteit. Hiermee kan deelmobiliteit juist voor bepaalde gebruikers een oplossing bieden om de mobiliteitsbehoefte betaalbaar te houden en “vervoersarmoede” te voorkomen. Projecten met hoge percentages deelmobiliteit zijn allemaal relatief nieuw, dus het is moeilijk referenties op te voeren van wijken die al gereed zijn en volledig functioneren.
Veel nieuwe gebiedsontwikkelingen gaan wel uit van hoge percentages deelmobiliteit. Een aantal voorbeelden: − Sluisbuurt (Amsterdam) 37% − Schieoevers (Delft) 30% − Hamerkwartier (Amsterdam Noord) 30% − Merwedekanaalzone (Utrecht) 30% Binnen Den Haag zijn er wel kleinere projecten in uitvoering met hogere percentages deelmobiliteit, bijvoorbeeld Daguerrestraat, Hoge Vrijheid (Petroleumhaven) en Pegasusstraat. Om inzicht te geven in de betekenis van 40% deelmobiliteit: als er in een ontwikkeling 100 woningen zijn met een parkeernorm van 0,5 dan moeten er 50 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Als 40% van deze parkeerbehoefte wordt opgelost door deelmobiliteit dan zijn er 0,6 x 50 = 30 parkeerplaatsen nodig voor ‘reguliere’ auto’s. Er worden in dit voorbeeld 20 parkeerplaatsen bespaard door de inzet van deelmobiliteit, maar deze deelauto’s hebben ook een parkeerplek nodig. Eén deelauto vervangt volgens de norm 4 privé-parkeerplaatsen. Voor het stallen van de deelauto’s zijn dan 20/4 = 5 parkeerplaatsen nodig. Met de inzet van 40% deelmobiliteit zijn er dus voor 100 woningen 35 parkeerplaatsen nodig in plaats van 50 (30 reguliere plus 5 deelauto’s).
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10262644
Plintenstrategie De plintenstrategie in ontwikkeling is geen beleidsstuk maar een tool die praktische handvatten biedt om te kunnen sturen op de programmering en betaalbaarheid van plinten. Dit is een toezegging uit de comfortbrief structuurvisie CID. Deze instrumenten kunnen ook bij Dreven-Gaarden-Zichten worden ingezet om de ambities te realiseren uit de Nota van Uitgangspunten en het Projectdocument op het gebied van bedrijfs- en maatschappelijk onroerend goed in de plinten. De plintenstrategie wordt nog dit kwartaal ter kennisname aan de raad aangeboden. Vrije ruimte toewijzingsbesluit Wat betreft passend toewijzen zijn er landelijke regels opgesteld waaraan de corporaties zich moeten houden bij toewijzing. Deze regels zijn gekoppeld aan de DAEB-inkomensgrens en woningcorporaties moeten jaarlijks 92,5% van de vrijkomende sociale huurwoningen aan die groep toewijzen. Dit percentage geldt vanaf 1 januari 2022 (voorheen 80%) en hiervan kan alleen in de vorm van prestatieafspraken worden afgeweken. Tot op heden is dit percentage voldoende gebleken maar we constateren een toenemende behoefte aan maatwerkoplossingen voor ingewikkelde situaties met afwijkende inkomens, inkomens-terugvallen, ZZP-ers met een onregelmatig inkomen, aanvullende toelages, etc.
Ook situaties met ouders met een bijstandsuitkering of klein pensioen en inwonende kinderen met een eigen inkomen vragen vaak om maatwerk. Ervaringscijfers zijn niet vastgelegd aangezien dit niet mag binnen de AVG. Als in de toekomst het huidige percentage tekort blijkt te schieten zal de gemeente hierover in overleg treden met Staedion. Met vriendelijke groet, de wethouder van Wonen, Wijken en Welzijn Martijn Balster
3/3