CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311488 Bijlage

Algemene Raadscommissie 14 april 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken19.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

60 alinea's met “handhaving”: 2 3 4 8 9 10 11 26 28 29 30 33 34 37 46 50 51 53 54 58 182 183 184 241 255 256 353 380 382 384 386 388 390 391 394 395 397 399 401 403 …

Inhoud 1. Inleiding en samenvatting van de ontwikkelingen ................................................................................... 3 1.1 Wat is het Jaarplan VTH Den Haag 2022 in de aanloop naar de Omgevingswet? ....................................... 3 1.2 Leeswijzer .................................................................................................................................................... 6 1.3 Afkortingenlijst ............................................................................................................................................. 6 1.4 Algemeen ..................................................................................................................................................... 7 1.5 Ontwikkelingen en terugblik 2021 ............................................................................................................... 7 2. Bouwen en Wonen ................................................................................................................................ 11 2.1 Algemeen ................................................................................................................................................... 11 2.2 Ontwikkelingen en terugblik 2021 .............................................................................................................

11 2.3 Risicoanalyse en prioriteitstelling .............................................................................................................. 13 2.3 Capaciteit vergunningverlening, toezicht en handhaving .......................................................................... 16 2.4 Operationele doelen .................................................................................................................................. 17 3. Openbare ruimte ................................................................................................................................... 23 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................... 23 3.2 Ontwikkelingen en terugblik 2021 ............................................................................................................. 23 3.3 Risicoanalyse en prioriteitstelling .............................................................................................................. 28 3.4 Capaciteit vergunningverlening, toezicht en handhaving. ......................................................................... 28 3.5 Operationele doelen .................................................................................................................................. 29 4.

Milieu .................................................................................................................................................... 31 4.1 Algemeen ................................................................................................................................................... 31 4.2 Ontwikkelingen en terugblik 2021 ............................................................................................................. 31 4.3 Risicoanalyse en prioriteitstelling .............................................................................................................. 31 4.4 Capaciteit vergunningverlening, toezicht en handhaving .......................................................................... 35 4.5 Operationele doelen .................................................................................................................................. 35 5. Veiligheid .............................................................................................................................................. 37 5.1 Algemeen ................................................................................................................................................... 37 5.2 Ontwikkelingen en terugblik 2021 .............................................................................................................

37 5.3 Toetsing, toezicht en handhaving .............................................................................................................. 38 5.4 Capaciteit vergunningverlening, toezicht en handhaving .......................................................................... 38 5.5 Operationele doelen .................................................................................................................................. 39 5.6 Lokaal maatwerk en preventie en infrastructurele projecten ................................................................... 40 6. Uitvoering ondersteunende voorzieningen ........................................................................................... 41 Bijlage 1: Omgevingsschets en kengetallen DSO ................................................................................................... 42 Bijlage 2: Monitoring en indicatoren ODH ............................................................................................................ 43 Bijlage 3: Risicoclassificering bouwwerken ........................................................................................................... 45

2

1.

Inleiding en samenvatting van de ontwikkelingen

1.1 Wat is het Jaarplan VTH Den Haag 2022 in de aanloop naar de Omgevingswet? De wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (wet VTH; een wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wabo) is 14 april 2016 in werking getreden. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. De wet VTH wordt, als deel van de Wabo, via de Invoeringswet Omgevingswet onder de Omgevingswet gebracht. Dit Jaarplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2022 (hierna: Jaarplan VTH) bevat het uitvoeringsprogramma voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving in 2022 voor de taken op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zoals bedoeld in artikel 7.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor), en een aantal overige taakvelden. Inzetten beschikbare capaciteit In dit jaarplan is beschreven hoe het college de beschikbare capaciteit voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in 2022 verwacht in te zetten en hoe het tot deze planning is gekomen. Zo bevat het jaarplan voor de verschillende onderwerpen een terugblik op de ontwikkelingen in 2021, een prioriteitstelling (veelal tot stand gekomen aan de hand van een risicoanalyse) en de geplande capaciteit om deze taken uit te voeren.

De VTH-taken waar dit jaarplan op ziet worden uitgevoerd door de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO), de Dienst Stadsbeheer (DSB), de Bestuursdienst (BSD), de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) en de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH/Brandweer). Effecten coronacrisis op de verschillende taakvelden Ondanks de coronacrisis is de planontwikkeling en de bouw doorgegaan. De crisis zal ook voor het komend jaar 2022 nog van invloed zijn op de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Positief is dat de gemeentelijke organisatie vanaf het begin van de crisis de werkzaamheden op een professionele wijze heeft voortgezet en zich heeft aangepast aan de gegeven omstandigheden door een versnelde invoering van digitale mogelijkheden en thuiswerken. Bij Vergunningen en Toezicht (V&T) is in 2021 het aantal te behandelen aanvragen en het uitvoeren van de toezichthoudende taak onverminderd doorgegaan. Waar nodig zijn als gevolg van de opgelegde beperkingen aanpassingen gedaan in het werk. Met name bij toezicht is dat aan de orde geweest bij de kleinere verbouwingen op en aan huis. De Haagse Pandbrigade (HPB) heeft in 2021 als gevolg van de coronacrisis en de opgelegde beperkingen (RIVM richtlijn) op locatie aanzienlijk minder controles kunnen uitvoeren. Hierdoor zal het aantal beëindigde overtredingen aanzienlijk lager uitkomen dan ingeschat.

De HPB ziet ook een substantiële stijging van het aantal meldingen bij het meld- en steunpunt woonoverlast. De Handhavingsorganisatie (DSB) had tot de zomer van 2021 een forse taak met het handhaven op de Wet Tijdelijke Maatregelen COVID-19. Na de zomer werden een groot aantal maatregelen afgeschaald en kon er weer meer aandacht worden besteed aan andere onderwerpen in de openbare ruimte. Op het moment van schrijven zijn de maatregelen weer aangescherpt. In dit jaarplan is uitgegaan van een afschaling van de maatregelen. Of de inzet zoals beschreven geleverd kan worden met de ontwikkelingen rondom COVID-19 blijft een vraagteken. Wel wordt getracht om een balans te vinden tussen de reguliere werkzaamheden en de werkzaamheden die voortkomen uit de Wet Tijdelijke Maatregelen COVID-19. De ODH heeft haar werksystemen ingericht op het plaats- en tijdonafhankelijk werken konden de werkzaamheden ondanks de beperkende maatregelen in verband met COVID in 2021 vrijwel ongestoord doorgang vinden. De gewijzigde omstandigheden hebben nagenoeg geen effect gehad op de productiviteit en effectiviteit van de werkzaamheden. Wel zijn toezichtsbezoeken soms op een andere wijze uitgevoerd dan voorheem in verband met COVID. Het aantal overlast zaken was ook dit jaar geringer dan in voorgaande jaren, zeker in verband met de 3

maatregelen. Echter, de onderzoeken die zijn uitgevoerd naar aanleiding van de klachten zijn vaak wel tijdrovender, omdat het nu vaak overlast overdag betreft waar het meten moeilijker is. Versterking Haagse Pandbrigade Met de commissiebrief van 16 september 2020 (RIS 306210) is de raad geïnformeerd over de versterking van de HPB en het uitvoeringsbeleidsplan ‘Handhaven met ambitie’. De resultaten die de versterking van de HPB heeft opgeleverd zullen uitgebreid worden toegelicht in het jaarverslag VTH 2021. In dit jaarplan wordt de opgaven- en gebiedsgerichte aanpak voor 2022 verder uitgewerkt en waar nodig aangepast aan de actuele ontwikkeling. Meldingen inwoners Een meer opgave- en gebiedsgerichte aanpak vergt een andere kijk op meldingen. De prioriteitstelling in dit jaarplan maakt het mogelijk om verantwoorde keuzes te maken bij de beoordeling en opvolging van meldingen. Inwoners moeten worden meegenomen in die keuzes door ze goed te informeren, onder meer via de gemeentelijke website en in de meldformulieren van de HPB. Hoewel de HPB geen opvolging meer kunnen geven aan alle meldingen, blijven meldingen van inwoners belangrijk. Meldingen dragen namelijk ook bij aan het inzichtelijk maken waar problemen in de stad zich opstapelen, waar de handhavingsinzet echt het verschil kan maken en wat door de inwoners van de stad belangrijk wordt gevonden.

Daarom is er in 2022 aandacht voor de communicatie met inwoners. Vanaf 1 januari 2022 is de informatie over de HPB en over onze meldingen herzien en beschikbaar voor inwoners op www.denhaag.nl (zoekterm ‘woonoverlast’ gebruiken). Meld een vermoeden app Als gevolg van de invoering van de AVG kan op 1 juni 2021, kan er sindsdien geen gebruik meer worden gemaakt van de “Meld een vermoeden app”. Hierdoor zullen wij op jaarbasis 400 kwalitatief hoogwaardige meldingen van de politie mislopen. Een behoorlijke aderlating in de bestrijding van overlast gevende situaties. Wet opkoopbescherming en wet goed verhuurderschap Op 1 januari 2022 treedt de wet opkoopbescherming in werking. Daarnaast geldt voor de wet goed verhuurderschap dat deze op 1 juli 2022 in werking treedt. Op de werking van beide wetten wordt in hoofdstuk 2, paragraaf 2.2 verder ingegaan. Aanpassing artikel 92a Woningwet: bestuurlijke boete direct mogelijk Na intensieve lobby van de gemeente Den Haag heeft kamerlid Nijboer een amendement ingediend voor het schrappen van de zogenaamde “herhaaldelijkheidseis” voor het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van de Woningwet. Dit amendement is door de Tweede Kamer aangenomen. Hierdoor kan het instrument bestuurlijke boete op grond van de Woningwet sneller, vaker en efficiënter worden ingezet.

Wijziging van de Huisvestingswet en huisvestingsverordening Op 1 januari 2021 is de Huisvestingswet gewijzigd en de vergunning voor toeristische verhuur geïntroduceerd. Met de vaststelling van een nieuwe huisvestingsverordening medio april 2021 is duidelijk geworden wat de impact is geweest voor de aard en omvang van de nieuwe werkzaamheden die zijn voortgevloeid uit de wetswijziging. In maart 2020 is de beleidsregel woningomzettingen 2020 vastgesteld, hierdoor werden 10 wijken uitgesloten van een vergunning. In juni 2020 is de regel aangescherpt en is een tijdelijke stop op de afgifte van omzettingsvergunningen in werking getreden. Het aantal te behandelen verzoeken is hierdoor in eerste instantie gedaald en uiteindelijk vrijwel tot stilstand gekomen. Stikstofproblematiek Eén van de grote opgaven waarvoor Nederland en Den Haag staat is de vermindering van de stikstofuitstoot. Om daar een invulling aan te geven is op 1 juli 2021 een nieuwe “Stikstofwet” met bijbehorende wet- en regelgeving in werking getreden. Deze Stikstofwet bevat een aantal maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de stikstofdepositie op onder andere Haagse Natura 2000-gebieden significant verlaagt om de natuur te laten herstellen en te behouden. Door maatregelen te nemen die de stikstofdepositie verlaagt, ontstaat ook ruimte om een tijdelijke geringe stikstofdepositie toe te staan.

Dat resulteert in een (lasten) verlichting in de vergunningsprocedure en tijdens de realisatie van een project. Voor de gebruiksfase blijft de onderzoeks- en vergunningplicht onverminderd bestaan.

4

Implementatie/transitie Omgevingswet Dit is het zesde jaar waarin het jaarplan in deze vorm wordt vastgesteld en tegelijk het laatste vóór de invoering van de Omgevingswet per juli 2022. Het jaar 2021 stond al in het teken van de transitie naar een (integraal) werkveld dat, met het oog op duurzame ontwikkeling, uitgaat van de bewoonbaarheid en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Medio 2022 wordt de Omgevingswet volgens planning dan eindelijk ingevoerd. De verplichtingen en beoordelingsregels uit de Wet algemene bepalingen bestuursrecht (Wabo) zijn met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ondergebracht in deze nieuwe wet. De Omgevingswet kent een verbrede reikwijdte ten opzichte van de Wabo omdat hierin ook ander 25 andere wetten zijn geïntegreerd. De gemeente krijgt door de overdracht van rijksregels meer ruimte voor lokaal maatwerk. In principe blijven de meeste vergunningen in eerste instantie bestaan in het omgevingsplan van rechtswege. De gemeente zal in de overgangsperiode het omgevingsplan nieuwe stijl vaststellen en hierin eigen keuzes maken. Wel komen er direct per inwerkingtreding van de Omgevingswet een aantal vergunningplichten te vervallen, hiervoor in de plaats komt een meldingsplicht of worden deze onderdelen vergunningsvrij.

Dit geldt onder andere voor de vergunningen brandveilig gebruik en de bouwtechnische toets van bepaalde ‘eenvoudige’ bouwwerken (gevolgklasse 1). In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de belangrijkste veranderingen. De raad wordt in 2022 met regelmaat geïnformeerd over en betrokken bij de invoering van de Omgevingswet. Nieuwe afspraken worden onder meer gemaakt over participatie en het bindend advies van de gemeenteraad bij omgevingsvergunningen (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) onder de Omgevingswet.

Per 1-7-2022 treedt de Omgevingswet in werking. Dit zijn de belangrijkste verandering voor de VTH-strategieën: In totaal zijn 26 wetten (deels) komen te vervallen en geïntegreerd in 1 wet (de Ow), 60 Algemene maatregelen van bestuur zijn 4 algemene maatregelen van bestuur geworden, 75 regelingen zijn 1 omgevingsregeling geworden. Integrale beoordeling veilige en gezonde fysieke leefomgeving en waarborgen van een goede omgevingskwaliteit (middels kaders omgevingsvisie en omgevingsplan). Meer ruimte om bij AMvB geregelde (milieu)onderwerpen in het omgevingsplan aanvullend te reguleren (o.a. maatwerkregels, de bruidsschat). Flexibiliteit door beleidsregels, onderzoekslasten, uitvoerbaarheid en kostenverhaal naar de vergunningsfase te brengen.

Met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gefaseerd en tegelijkertijd met de Ow in werking. Daarvan zijn de gevolgen voor de gemeente: Een deel van de kleine bouwwerken wordt bouwtechnisch vergunningvrij (gevolgklasse 0). Bij bouwwerken in gevolgklasse 1 is de bouwtechnische beoordeling aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) de verantwoordelijkheid van de private markt. Deze preventieve beoordeling is voor de gemeente vervallen. Een bouwmelding is noodzakelijk. De gemeente houdt wel de toezichthoudende taak. Bij bouwwerken in gevolgklasse 2 en 3 is de gemeente verantwoordelijk voor de bouwtechnische boordeling aan het Bbl en het toezicht hierop. Ruimtelijke beoordeling voor de verschillende gevolgklassen is vergunningvrij, meldingplichtig of vergunningplichtig afhankelijk van de keuzes gemaakt in het omgevingsplan.

De Wabo en de Wet ruimtelijke ordening komen te vervallen en zijn geïntegreerd in de Omgevingswet. Dat heeft de volgende gevolgen: Bestemmingsplanprocedure is vervallen. Het gebiedsdekkend omgevingsplan is geïntroduceerd. Er is geen sprake meer van een goede ruimtelijke ordening, maar van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bepaald in het Omgevingsplan. De kruimelregeling is vervallen. Hiervoor in de plaats komt de vergunningplichtige buitenplanse omgevingsplanactivitieit De activiteiten die onder de Wabo vergunningplichtig waren zijn in het kader van het overgangsrecht een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. De vergunning brandveilig gebruik is vervallen. Dit zijn meldingen geworden op grond van het Bbl.

In de Omgevingswet zijn daarnaast de Wet Natuurbescherming, Wet milieubeheer (niet volledig) en regels met betrekking tot geluid, bodem en grondeigendom geïntegreerd (via de gelijknamige aanvullingswetten): Vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bestaat de algemene zorgplicht voor Natura 2000 gebieden en een

5

-

vergunningsplicht voor het ontwikkelen van activiteiten in deze gebieden. Hiervoor is een bindend advies nodig van het bevoegd gezag (in dit geval provincie of rijk). Naast de natuur zijn er ook regels voor geluid, grondeigendom en bodem in de Omgevingswet opgenomen. De gemeente kan op sommige locaties zelf geluidsplafonds bepalen (geluid). De gemeente kan herverkavelen in stedelijk gebied en de regels met betrekking tot grondexploitatie voor gebiedsontwikkeling zijn versoepelt (grondeigendom). Daarnaast kan de gemeente eigen regels stellen over de lokale maximale waarden van de bodem kwaliteit (bodem). Het begrip ‘inrichting’ verdwijnt en wordt vervangen door een regulering per milieubelastende activiteit.

1.2 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt per taakveld achtereenvolgens ingegaan op de ontwikkelingen die van invloed zijn op de planning, de risicoanalyse en prioriteitstelling en de beschikbare capaciteit voor de uitvoering. Aan de hand van die gegevens zijn de operationele doelen voor 2022 bepaald. Het gaat om de volgende taakvelden: Bouwen en Wonen (DSO); Openbare Ruimte (DSB); Milieu (ODH); Veiligheid (BSD en VRH). 1.3 BAG: BBL: BEC: BRP: BSD: DPZ: DSP: DSO: GKB: HHO: HMS: HPB: HWB: JZ: KPI: LAA: ODH: OW: SZW: VNG: VTH: VRH: V&T: WKB:

Afkortingenlijst Basisregistraties Adressen en Gebouwen Besluit Bouwwerken Leefomgeving Bedrijfsvoeringsexpertisecentrum Basisregistratie Personen Bestuursdienst Dienst Publiekszaken Dienst Stadsbeheer Dienst Stedelijke Ontwikkeling Gemeentelijke kredietbank Handhavingsorganisatie Haagse Milieu Services Haagse Pandbrigade Haags Werk Bedrijf Juridische zaken Kritieke Prestatie Indicatoren Landelijke Aanpak Adreskwaliteit Omgevingsdienst Haaglanden Omgevingswet Dienst Sociale Zaken & Werkgelegenheidsprojecten Vereniging van Nederlandse gemeenten Vergunningverlening, toezicht en handhaving Veiligheidsregio Haaglanden Vergunningen & Toezicht Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

6

1.4 Algemeen Naar verwachting treden op 1 juli 2022 de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. In de volgende hoofdstukken wordt echter zoveel mogelijk nog gebruik gemaakt van de oude terminologie van de Wabo. Op het gebied van Bouwen en Wonen worden de volgende VTH-taken onderscheiden: afhandeling van beginsel- en vergunningaanvragen voor: o bouw- en sloopactiviteiten; o handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (afwijking bestemmingsplan); o handelen met gevolgen voor beschermde monumenten (wijzigen monumenten); o brandveilig gebruik; o woningomzetting, -vorming, - en -splitsing; afhandeling van sloopmeldingen; afhandeling van gebruiksmeldingen voor kamergewijze verhuur; beginselaanvragen horeca (voorbereiding toetsingscommissie); onttrekking adviseren en toezichthouden op bouwkundige aspecten bij evenementen; afhandeling en het uitzetten naar netwerkpartners van meldingen woonoverlast; periodieke controles van bepaalde categorieën bouwwerken; toezicht en handhaving op bouwwerkzaamheden en evenementen, op de fysieke staat en het gebruik van bouwwerken en bij incidenten aan gebouwde omgeving.

Deze taken worden uitgevoerd conform de geldende wettelijke regels over en het geldend beleid voor: Wabo / Besluit omgevingsrecht en Regeling omgevingsrecht; Woningwet / Bouwbesluit, Bouwverordening en Welstandsnota; Wet ruimtelijke ordening / Bestemmingsplannen; Huisvestingswet / Huisvestingsverordening; Gemeentewet / Algemene plaatselijke verordening; Wet basisregistratie adressen en gebouwen; Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. 1.5 Ontwikkelingen en terugblik 2021 - De coronacrisis en de gevolgen voor de handhaving. De belangrijkste ontwikkeling in 2021 was de impact van COVID-19 op de uitvoering. De effecten waren: Er is terughoudender omgegaan met controles in woningen. Voor veilig/coronaproef uitvoeren van woningcontroles is een protocol uitgewerkt en toegepast. Een grote toename aan meldingen. De jaarplanning 2021 gaf een verwacht aantal van 3.950 meldingen. Het aantal meldingen zal op bijna 4.500 meldingen uitgekomen. Den Haag is niet de enige gemeente waar stijgingen aan de orde zijn. Waarschijnlijk is er een correlatie tussen COVID-19/thuiswerken en de toegenomen overlastbeleving. Bepaalde typen overtredingen liepen sterk terug; met name op het gebied van toerisme en ander tijdelijk gebruik van woningen in strijd met wet- en regelgeving.

Deze terugloop aan tijdelijke verblijvers uit binnenen buitenland zijn rechtstreeks te koppelen aan COVID-19 en de reisbeperkingen. Het opsporen en beëindigen van overtredingen wordt belemmerd door de terughoudendheid met het binnentreden van woningen. - Handhaving op Bed & Breakfast (B&B). De voor 2021 beoogde resultaten zijn door de effecten van het coronavirus beïnvloed. Controles hebben zich, gedurende de lockdown periode, beperkt tot het bezoeken van de adressen waarvan meldingen met enige urgentie zijn ontvangen. Dit heeft ruimte geboden voor meer administratief onderzoek in combinatie met telefonisch contact met eigenaren. Eén van de effecten daarvan is dat veel inschrijvingen in de BRP zijn geactualiseerd en gecorrigeerd. Een ander effect is dat er een fors aantal vergunningen voor B&B’s is aangevraagd en verleend. Ondertussen is er sprake van 76 vergunde B&B’s. De HPB zet dit onderzoek in 2022 voort en de verwachting is dan ook dat het aantal vergunde B&B’s in 2022 zal toenemen. De daarbij behorende lijst wordt nader uitgewerkt waardoor gericht onderzoek mogelijk is. - Nieuw beleid kamerbewoning. In 2021 is nieuw er een nieuw beleid voor kamerbewoning ingevoerd. Dit brengt een aantal extra taken met zich mee in de uitvoering.

Zo is kamerbewoning door drie personen vergunningplichtig geworden en worden er extra eisen gesteld aan de kwaliteit van kamerbewoning (beperken geluidsoverlast en meer oppervlakte per bewoner). - Verbetering huisvesting arbeidsmigranten. Het hele jaar door zijn er in toenemende mate illegale en onwenselijke 7

situaties in woningen en andere plekken aangetroffen. Arbeidsmigranten zijn met name kwetsbaar als huurder, omdat zij vaak afhankelijk zijn voor het inkomen en de huisvesting van dezelfde persoon/instelling of daaraan gelieerde andere partijen. Deze woonsituaties brengen voor arbeidsmigranten vaak gevaarlijke en ongezonde leefomstandigheden met zich mee. De HPB zal zich meer richten op de bedrijven en personen (uitzendbureaus, tussenpersonen, eigenaren en verhuurders van woningen), die baat hebben bij het plegen van overtredingen op dit terrein. De HPB bundelt de meldingen en andere gegevens en voert zodoende op een efficiënte wijze meerdere controles tegelijkertijd uit op diverse locaties. - Grote brand Wouwermanstraat. De nafase van de brand heeft flinke inzet gevergd vanuit de HPB. Er wordt een informatiecampagne vanuit de gemeente gestart om huiseigenaren te informeren over mogelijke risico’s met kieren tussen woningscheidende wanden en houten daken. Daarnaast let de Haagse Pandbrigade op de aanwezigheid van polyester balkons en zal zij, zodra de verplichting is ingevoerd, gaan handhaven op de aanwezigheid van rookmelders. Met deze inzet neemt de kans op herhaling van een dergelijke ramp af. - Basis op Orde. Binnen de kaders van dit project zijn er in totaal 611 adressen bezocht en is er veel informatie opgehaald over situaties die niet in orde zijn.

Met als doel de leefbaarheid in Den Haag Zuidwest te onderzoeken door integraal te kijken met politie en woningcorporaties waar zich situaties voordoen van onjuiste BRPinschrijvingen, leegstaande panden, onrechtmatige bewoning, schijnverlating, ondermijning en de registratie van niet ingezetenen (veelal arbeidsimmigranten) is het afgelopen jaar goede voortgang geboekt. Door naast handhaving inzicht te krijgen in de diverse problematieken is het doel van het project om patronen te herkennen waarmee op de langere termijn handhavingsinstrumenten beter kunnen worden ingezet. - Prioritaire gebieden. In 2021 is er aandacht besteed aan de prioritaire gebieden; Jan Luykenlaan/Van Baerlestraat, Weimarstraat/Beeklaan, Zevensprong en Kaapseplein (hier wordt in dit hoofdstuk ook nog expliciet aandacht aan besteed). Via Integrale Handhavingsacties is de HPB in samenwerking met andere afdelingen- en diensten actief en duidelijk aanwezig in deze gebieden. - Kaapseplein. In 2021 is gestart met de opgave Kaapseplein waarbij het doel is om inzicht te krijgen in de factoren en actoren die de basis vormen van de problematische situatie in het gebied. Een deel van de vermoedens is bewaarheid zoals een grote kwetsbare groep van huurders, een informele verhuurmarkt, overbewoning, hoge huren, etc.

Het idee dat er een aantal grote partijen achter de schermen veel van de problemen veroorzaken, lijkt vooralsnog niet te kloppen. Zoals gedacht vervullen uitzendbureaus wel een belangrijke rol in de problematiek. - Nalevingstafel. In 2021 is een begin gemaakt met de opzet van de nalevingstafel. Een van de centrale doelstellingen is om het “integraal werken” handen en voeten te geven. Dit aan de hand van praktijkcasussen. Dit houdt in dat meerdere partijen binnen de gemeente betrokken worden, maar eventueel ook private partijen, om problemen op het gebied van de naleving/handhaving gezamenlijk op te lossen en-/of met gerichte adviezen te komen. - Wet opkoopbescherming. Per 1 januari 2022 wordt de Wet opkoopbescherming van kracht. Behoudens een aantal uitzonderingen wordt het door deze wet mogelijk om een zelfbewoningsplicht in te stellen. Naar verwachting wordt deze zelfbewoningsplicht in het eerste kwartaal van 2022 in Den Haag ingevoerd. Het toezicht op de naleving van de wet brengt een extra handhavingstaak met zich mee, waarvoor geen extra middelen beschikbaar zijn. - Wet goed verhuurderschap. Naar verwachting treedt op 1 juli 2022 de Wet goed verhuurderschap in werking.

In deze wet worden algemene regels opgenomen over goed verhuurderschap, zoals een verbod op discriminatie in het huurproces en intimidatie van huurders en de verplichting tot het hebben van een schriftelijke huurovereenkomst. Ook kunnen verhuurders verplicht worden om volgens vastgelegde procedures te gaan werken om misstanden te voorkomen. Voor bepaalde categorieën woningen en gebieden in de stad wordt het ook mogelijk om een verhuurdersvergunning in te stellen. Eén van de vergunningsvoorwaarden zal de maximale aanvangshuur worden. Ook voor deze wet geldt dat vooralsnog geen extra middelen voor het toezicht beschikbaar zijn. - Woningwet aangepast: bestuurlijke boete direct mogelijk. Na een amendement van kamerlid Nijboer is de herhaaldelijkheidseis voor het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van de Woningwet geschrapt. Hierdoor kan er direct een bestuurlijke boete opgelegd worden voor overtredingen die (bijvoorbeeld) brandgevaar veroorzaken; er hoeft geen tweede overtreding afgewacht te worden. Het schappen van de herhaaldelijkheidseis zorgt er voor dat er slagvaardiger opgetreden kan worden na zware overtredingen van het Bouwbesluit 2012. Het is de verwachting dat dit instrument in 2022 regelmatig zal worden ingezet. - Implementatie uitvoeringsbeleidplan ‘Handhaven met ambitie’.

In 2021 is gewerkt aan de verdere implementatie van het uitvoeringsbeleidsplan ‘Handhaven met ambitie’ (RIS 306210). Door de groei van de stad en de druk op de woningvoorraad was versterking van de HPB en een nieuwe werkwijze noodzakelijk. Het college zet in op een rechtvaardige woonruimteverdeling, bescherming van de woningvoorraad, de aanpak van misstanden en een leefbare omgeving. Woningen moeten worden gebruikt om in te wonen en bereikbaar zijn voor iedere 8

Hagenaar/Hagenees, misstanden moeten hard worden aangepakt en woonoverlast moet worden bestreden. De HPB speelt een belangrijke rol met toezicht en handhaving om dit te bereiken en richt zich op opgaven en taken, die hieraan een grote bijdrage leveren. Daarnaast wil het college dat de HPB zich richt op gebieden waar de problemen zich opstapelen en een handhavingsinzet echt het verschil kan maken. Om dit te kunnen doen, is de HPB anders en efficiënter gaan werken. Minder achter symptomen aan jagen (losse meldingen) en meer de problemen bij de wortels aanpakken met een samenhangende benadering. Dit wordt gedaan aan de hand van het benoemen van opgaven, anders kijken naar overtredingen en overtreders en anders omgaan met meldingen. In 2021 zijn de eerste stappen hiertoe gezet. - Ontwikkelingen meldingen. De stijging van meldingen, die sinds 2019 is ingezet, lijkt door te zetten. De prognose is dat er dit jaar circa 4.500 meldingen worden gedaan, zelfs nu een belangrijke bron van accurate meldingen is weggevallen. De politie is, vanwege belemmeringen met betrekking tot het delen van gegevens, in mei gestopt met de ‘Meld-een-vermoeden-app’. Voor 2021 betekende dit 200 meldingen minder dan waar uit die bron rekening mee werd gehouden. Overigens doen de situaties zich nog steeds voor, ze worden echter niet meer gemeld door de politie.

In enkele gevallen wordt een zogenoemd I-90 formulier naar de gemeente gezonden, wat een administratief omslachtige manier is. Dit is nog maar een fractie van het eerdere aantal politiemeldingen. In 2022 wordt onderzocht hoe de politie alle relevante signalen uit de stad weer op een goede manier kan doorgeven. - Werving nieuwe medewerkers HPB. In 2021 zijn 9 nieuwe medewerkers aangenomen en ingewerkt. Op de arbeidsmarkt is het nu lastig om goed gekwalificeerde mensen te vinden, waardoor werving minder snel verliep dan gepland. Medewerkers van de HPB komen in allerlei ingewikkelde situaties achter de voordeur terecht. Soms dreigen deze situaties uit de hand te lopen en in andere gevallen moet er snel worden ingegrepen op woonsituaties waar kwetsbare mensen bij zijn betrokken, die de Nederlandse taal niet beheersen. Daarnaast is vaak technische kennis van bouwwerken nodig en zijn opleidingen op het gebied van handhaven noodzakelijk. - Regeling vermindering leges Den Haag 2020. De regeling ‘groene’ of duurzame leges is in 2020 verruimd en voorlopig voortgezet. De regeling zal in ieder geval voortduren tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022. Verder geldt er vanaf 1 januari 2020 een verminderingsregeling voor sociale huurwoningen. Deze is bedoeld om een impuls te geven aan het aantal nieuw gebouwde sociale huurwoningen.

Per gerealiseerde sociale huurwoning wordt een korting van € 2000 op de leges gegeven. Ook deze regeling wordt voorlopig voorgezet tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. - Project duurzame dakenjacht. Aan het begin van de collegeperiode is het “Duurzame dakenjacht” gestart zoals toegezegd in het coalitieakkoord. 2021 Is vervolgens benoemd tot “jaar van het dak”. In Den Haag bieden daken volop kansen voor duurzaamheid. Als we al die ruimte samen benutten met zonnepanelen, zonneboilers of groene beplanting, heeft dat een enorm effect op de omslag naar schone energie en op de toenemende hitte in de stad. Het project leeft onder de inwoners en we zien dan ook een toename in het aantal aanvragen om omgevingsvergunning om zonnepanelen aan te kunnen brengen op het dak. Om het vergunningenproces voor zonnepanelen te vergemakkelijken, wordt een overzichtskaart van de stad ontwikkeld waaruit valt op te maken of er een vergunningplicht geldt en zo ja, dan worden voorbeelden aangereikt om op een eenvoudige wijze een omgevingsvergunning aan te kunnen vragen. - Proefprojecten Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. In 2019 is een bestuursakkoord tussen de VNG en de minister ondertekend, waarin afspraken zijn gemaakt over de verdere uitwerking van deze wet en de voorwaarden voor inwerkingtreding. De rol van het bevoegd gezag is hierbij aan de orde.

Naar verwachting zal de wet in werking treden op 1 juli 2022, gelijktijdig met de Omgevingswet. In aanloop naar de inwerkingtreding gaat de gemeente Den Haag als een van de deelnemende gemeenten aan het Ambassadeursnetwerk Kwaliteitsborging samen met aannemers/architecten, opdrachtgevers en de kwaliteitsborger waar mogelijk proefprojecten uitvoeren. - Vertrouwelijke behandeling van omgevingsvergunningen. In juli 2019 is de ‘Beleidsregel vertrouwelijke omgevingsvergunningen Den Haag 2019’ in werking getreden. De beleidsregel heeft in 2020 en 2021 zijn werking bewezen. Daarmee is een bestaande werkafspraak geformaliseerd. In de gemeentelijke praktijk zijn er voorbeelden van aanvragen om omgevingsvergunningen die niet (geheel) openbaar worden gemaakt, vertrouwelijk worden behandeld of onder geheimhouding vallen. Het gaat om dossiers van bijzondere panden of locaties waarbij de staatsveiligheid, de algemene- of internationale veiligheid in het geding kan zijn. Als een object vertrouwelijk is bepaalt het college in overleg met de aanvrager welke stukken wel openbaar zijn in te zien, de zogenoemde ‘publieks-set’. Naar aanleiding van schriftelijke vragen is de werking van de beleidsregel op 18 november 2020 besproken in de gemeenteraad.

Het afwegingskader is al openbaar, maar de commissie Ruimte wil een publieksvriendelijk toelichting over hoe het onderscheid gemaakt wordt tussen vertrouwelijkheid en openbaarheid van omgevingsvergunningen. Deze publieksvriendelijk toelichting is in 2021 toegevoegd en openbaar op de 9

gemeentelijke website. - Pieken in aanvragen om omgevingsvergunning. Er zijn in 2021 perioden geweest dat er ter vergelijking met voorgaande jaren meer aanvragen om omgevingsvergunning zijn ontvangen. Dit heeft geleid tot toename van de werkvoorraad en een langere doorlooptijd. Daar is doorlopend aandacht voor en inmiddels zijn wij hard op weg in het wegwerken van de werkvoorraad. Dat er op momenten meer aanvragen zijn ontvangen is deels te verklaren door een toename van verbouwing woningen als alternatief voor het verhuizen op een krappe woningmarkt.

10

2.

Bouwen en Wonen

2.1 Algemeen Op het gebied van Bouwen en Wonen worden de volgende VTH-taken onderscheiden: afhandeling van beginsel- en vergunningaanvragen voor: o bouw- en sloopactiviteiten; o handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (afwijking bestemmingsplan); o handelen met gevolgen voor beschermde monumenten (wijzigen monumenten); o brandveilig gebruik; o woningomzetting, -vorming, -onttrekking en -splitsing; afhandeling van sloopmeldingen; afhandeling van gebruiksmeldingen voor kamergewijze verhuur; beginselaanvragen horeca (voorbereiding toetsingscommissie); adviseren en toezichthouden op bouwkundige aspecten bij evenementen; afhandeling en het uitzetten naar netwerkpartners van meldingen woonoverlast; periodieke controles van bepaalde categorieën bouwwerken; toezicht en handhaving op bouwwerkzaamheden en evenementen, op de fysieke staat en het gebruik van bouwwerken en bij incidenten aan gebouwde omgeving. Deze taken worden uitgevoerd conform de geldende wettelijke regels over en het geldend beleid voor: Wabo / Besluit omgevingsrecht en Regeling omgevingsrecht; Woningwet / Bouwbesluit, Bouwverordening en Welstandsnota; Wet ruimtelijke ordening / Bestemmingsplannen; Huisvestingswet / Huisvestingsverordening; Gemeentewet / Algemene plaatselijke verordening; Wet basisregistratie adressen en gebouwen; Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

2.2 Ontwikkelingen en terugblik 2021 - Stikstofproblematiek. Eén van de grote opgaven waarvoor Nederland en Den Haag staat is de vermindering van de stikstofuitstoot. Om daar een invulling aan te geven is op 1 juli 2021 een nieuwe “Stikstofwet” met bijbehorende wet- en regelgeving in werking getreden. Deze Stikstofwet bevat een aantal maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de stikstofdepositie op onder andere Haagse Natura 2000-gebieden significant verlaagt om de natuur te laten herstellen en te behouden. Door maatregelen te nemen die de stikstofdepositie verlaagt, ontstaat ook ruimte om een tijdelijke geringe stikstofdepositie toe te staan. Dat resulteert in een (lasten) verlichting in de vergunningsprocedure en tijdens de realisatie van een project. Voor de gebruiksfase blijft de onderzoeks- en vergunningplicht onverminderd bestaan. Verder is het Rijk met de bouwsector overeengekomen om in de toekomst emissieloos te gaan bouwen. De eerste stap hiertoe is dat er voor alle vergunningplichtige bouwprojecten per 1 juli 2022 een inspanningsverplichting gaat gelden om de stikstofemissie tijdens de bouw zo laag mogelijk te houden. Het wordt een taak van de gemeente om hierop toe te zien. Op initiatief van het ministerie van BZK wordt een handreiking opgesteld voor gemeenten om hier invulling aan te geven.

De gemeente blijft in 2022 onverminderd actief in overleggen met het Rijk, Provincie Zuid-Holland, ODH en andere partijen om ervoor te zorgen dat de Haagse bouwopgave zo min mogelijk wordt geraakt door de stikstofproblematiek. - Invoering BENG. Per 1 januari 2021 is nieuwe regelgeving over de energiezuinigheid van gebouwen van kracht. De EPC (Energieprestatiecoëfficiënt) is vervallen en vervangen door de BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Daarmee verandert ook de rekenmethode en zijn NEN-normen vervangen door de NTA 8800. Deze wijziging in de regelgeving is in het bijzonder van invloed op de energiezuinigheidseisen voor de Binckhorst. Met de wijziging van EPC in BENG is, op grond van de Crisis- en Herstelwet, de strengere EPC eis voor dit gebied vervallen. - Duurzaamheid. In 2020 heeft een breed samengestelde werkgroep onderzoek gedaan naar de ketensamenwerking duurzaamheid binnen DSO. Eén van de kansen die dit onderzoek naar voren heeft gebracht is een betere samenwerking tussen Grondzaken en V&T bij de toetsing en controle van duurzaamheidsafspraken. Dit wordt begin 11

2021 verder uitgewerkt en geïmplementeerd. - Asbestsloopmelding. De afhandeling van asbestsloopmeldingen vindt vanaf februari 2021 plaats bij de ODH, onder verantwoordelijkheid van het college. - Omgevingstafel Binckhorst. Na vaststelling van het Omgevingsplan Binckhorst is op 20 februari 2019 de kick-off omgevingstafel en monitor Omgevingsplan gehouden, waarbij rollen, werkwijze en bemensing is besproken. Aan de tafel worden reserveringen en projecten besproken met de adviseurs, projectleiders en aanvragers. De taakafstemming is in 2020 geëvalueerd. Hoewel er door de adviseurs enthousiast wordt deelgenomen aan de Omgevingstafel Binckhorst, bleek door de samenstelling, de nieuwe werkwijze en de ingewikkelde thematiek de tafel onvoldoende in staat om op een aantal cruciale punten knopen door te hakken. De verbetervoorstellen zijn aangenomen en zijn in 2021 in uitvoering gebracht. - Toezichttafel Groot Loosduinen. Overeenkomstig de vergunningentafel is voor groot Loosduinen/Kijkduin een pilot Toezichttafel georganiseerd om de activiteiten in de realisatiefase op elkaar af te stemmen. Deze pilot is geëvalueerd. Vanwege het succes wordt is de tafel in 2021 gecontinueerd. - Vergunningenloket voor ondernemers. In september 2018 is begonnen met de pilot Vergunningenloket, gevestigd in het Haags Ondernemershuis.

Doel is ondernemers te informeren en te adviseren bij het aanvragen van een omgevingsvergunning. In de praktijk blijkt dat vooral kleine ondernemers gebruik maken van het Vergunningenloket. Ondernemers waarderen de uitgebreide en klantgerichte aanpak van het Vergunningenloket. Reden waarom de pilot wordt omgezet naar een vaste plek binnen het Ondernemersportaal. Vanaf 16 maart 2020 ging vanwege de coronacrisis het vrije inloopspreekuur van het Ondernemersportaal – tot op heden – tijdelijk gestaakt. Het Ondernemersportaal is wel te bereiken via telefoon of e-mail van maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 en 17.00 uur. - Digitalisering Bouwarchief. Het digitaliseren van het fysieke bouwarchief om de dienstverlening te vergroten en efficiënter te werken is een omvangrijk traject, waarbij ruim 3 kilometer archief wordt beoordeeld, geordend, bewerkt en gescand. Op de Zilverstraat is een projectruimte ingericht waar volop wordt gewerkt aan dit traject. Dit traject loopt door tot en met 2025. Verdere ontwikkelingen op het gebied van handhaving Opgave- en gebiedsgericht handhaven HPB Het vorige jaarplan 2021 ging uit van beperkingen door covid-19 tot en met het eerste kwartaal. De combinatie van langer durende covid-19 beperkingen bij controles en langer dan ingeschatte wervingsprocedures heeft de opstart en uitvoering van bepaalde opgaven vertraagd.

Voor dit jaarplan heeft dit gevolgen. De uitvoering van bepaalde opgaven uit 2021 lopen door in 2022 en sommige nieuwe opgaven starten in 2022 later in het jaar. De HPB richt zich in 2022 meer dan in 2021 op opgave- en gebiedsgerichte handhaving. 2.2.1. Voortgang en afronding lopende opgaven en gebiedsaanpakken Integrale handhaving Kaapseplein en omgeving Het Kaapseplein trekt laatste jaren regelmatig de aandacht in negatieve zin de. Buurtbewoners ervaren de situatie op- en rond het plein, als onveilig en onleefbaar. In 2021 is de HPB gestart met een innovatieve gebiedsaanpak waarbij alle kennis, vaardigheden en inzichten qua handhaving en projecten (bv Goed verhuurderschap) van de afgelopen jaren wordt ingezet. Alle vakgebieden binnen HPB zijn bij het project betrokken. De uitvoering van deze opgave ligt op schema. Zoals omschreven in het jaarplan 2021 was het de planning om deze opgave in 2021 en 2022 uit te voeren. In het jaarverslag 2021 zal worden ingegaan op de uitkomsten van deze opgave in 2021. Gemeentelijke monumenten (voortzetting opgave uit 2021) De Haagse monumenten zijn de trots en pareltjes van de stad. Ze dragen bij aan een fijne leefomgeving en het trekken van toeristen. Deze gebouwen moeten worden behouden voor nu en toekomstige generaties.

In het vierde kwartaal van 2021 is gestart met de controle van gemeentelijke monumenten, waarover de meeste zorgen bestonden. Daarnaast is een intensieve samenwerking opgezet met de afdeling Monumentenzorg. Zij helpen de HPB bij het bepalen van de werkvoorraad, waar de inzet het meest nodig is. Daarnaast adviseren zij over welke maatregelen het best getroffen kunnen worden om het monument zo goed mogelijk te beschermen en behouden. De uitvoering van de opgave wordt ook gebruikt om nieuwe toezichthouders in te werken op monumenten, die deels onderworpen zijn aan andere wet- en regelgeving (Erfgoedwet). In het jaarverslag VTH 2021 wordt kort ingegaan op de voorlopige resultaten. De verlate start van de uitvoering in 12

combinatie met de analyse van de voorraad gemeentelijke monumenten leidt ertoe dat de verwachting over de duur van de uitvoering wordt bijgesteld naar eind 2023. Project Basis op orde (afronding tweede of derde kwartaal 2022) In september 2020 is het project De Basis op Orde gestart, een gebiedsaanpak die zich richt op Den Haag Zuidwest. De leefbaarheid in dit gebied staat al jaren onder druk. Reguliere inzet door de gemeente en andere partijen heeft hier vooralsnog geen verandering in gebracht. Het project De Basis op orde richt zich op het verkrijgen van inzichten die van invloed zijn op die leefbaarheid. Dit inzicht wordt verkregen door onderzoek in te stellen naar de oorzaken van de problemen en fenomenen in Den Haag Zuidwest. Denk aan spookbewoning, administratieve leegstand van woningen, gebrekkig naleefgedrag, schijnverlatingen, slechte huisvesting van arbeidsmigranten en ondermijning. Toezicht en handhaving huisvestingsvergunning De gemeente Den Haag heeft in juli 2019 de huisvestingsvergunning opnieuw in het leven geroepen en uitgebreid naar de middeldure voorraad. De implementatie van het toezicht en handhaving op de huisvestingsvergunning in de reguliere werkprocessen, is als opgave ingericht. Dat betekent dat de HPB beschikt over een goede werk-instructie en dat alle betrokken collega’s voldoende zijn ingewerkt om zelfstandig te kunnen optreden.

Er is een intensieve samenwerking opgezet met de afdeling Wonen, die de huisvestingsvergunningen afgeeft, met het Huurteam, de correspondentie in de vorm van brieven is uitgewerkt en ook het beboeten van verhuurders heeft in 2021 goed vorm gekregen. Deze basisingrediënten voor implementatie van het onderwerp in de reguliere werkprocessen maken dat deze opgave op korte termijn kan worden afgerond. In het jaarverslag VTH 2021 wordt ingegaan op de resultaten van de opgave. Over 2022 is dit onderwerp geïntegreerd in de reguliere handhaving. 2.2.2. Nieuwe opgaven Handhaving kiosken Op grond van het beleid Markten, Standplaatsen en Kiosken hebben exploitanten de afgelopen vijf jaar de keus gekregen bij onvergunde kiosken op standplaatsen; om weer voor een verplaatsbare kraam te kiezen of te kiezen voor legalisatie van het bouwwerk met bijbehorende omgevingsvergunning en huurcontracten. Deze legalisatieperiode loop in 2022 af. Op grond van datzelfde beleid gaat de Haagse Pandbrigade vanaf het tweede kwartaal in 2022 handhaven op het ontbreken en afwijken van de omgevingsvergunning. Het gaat om iets minder dan 200 vergunde en onvergunde kiosken.

Contouren van de aanpak: Start: Mei 2022 Verwachte duur: afronding eind 2023 Inzet: 2 fte toezichthouders, 1 juridisch medewerker en ondersteuning Gebiedsaanpak in Laak Na afronding van de opgaven huisvestingsvergunning en de ‘Basis op orde’ wordt in 2022 gestart met een gebiedsaanpak in Laak. Momenteel wordt verkend of deze aanpak kan samenlopen met de inzet van andere organisatieonderdelen (bijvoorbeeld een inzet op de openbare ruimte en/ of duurzaamheid). De inzet richt zich op Laak Centraal, omdat zich daar de grootste problemen met bouw- en woningregelgeving voordoen. Er is in december 2021 een eerste lijst van 467 adressen met adressen, waar mogelijk overtredingen plaatsvinden, gemaakt. Aan de hand van deze lijst – en updates daarvan – kan komend jaar de inzet worden goed worden gericht. Het doel van de gebiedsaanpak wordt om veel overtredingen op te sporen en aan te pakken. Op overtreders die we vaker tegenkomen, wordt op doorgepakt met extra controles en indien nodig en mogelijk met boetes. Waar mogelijk wordt afgestemd met andere met andere organisatieonderdelen om de uitvoering op elkaar aan te laten sluiten. Door op verschillende taakvelden in de buurten in te zetten, worden de effecten van de inzet meer en directer zichtbaar. De raad wordt medio 2022 nader geïnformeerd over de precieze uitwerking van de opgave.

2.3 Risicoanalyse en prioriteitstelling 2.3.1 Algemeen De gemeente heeft de vrijheid om zelf te bepalen hoe zij de taken genoemd in bovengenoemde paragrafen uitvoert. Daarbij is altijd sprake van een spanning tussen de (wettelijke) verplichtingen, de kwaliteit van de 13

uitvoering van de taken, de verantwoordelijkheid van derden en de kosten die daarvoor gemaakt moeten worden. Het is (financieel) niet mogelijk of wenselijk om alle taken met 100% zekerheid of dekkingsgraad uit te voeren. De gemeente zou dan alle verantwoordelijkheid van derden overnemen en daarvoor een zeer omvangrijke organisatie moeten optuigen tegen hoge kosten. Vandaar dat per taakveld een risicoanalyse wordt uitgevoerd. De risicoanalyse wordt gebruikt voor het bepalen van de prioriteitstelling. 2.3.2 Vergunningen en toezicht tijdens de bouw Conform het beleidskader Bouwtoezicht Op Maat (BOM) (RIS 250613) wordt er sinds 2006 gewerkt volgens een systematiek, waarbij vergunningen voor de activiteit bouwen op grond van complexiteit en type bouwwerk worden ingedeeld in een categorie met een bepaald toetsings- en toezicht niveau. Toelichting op de categorieën: De categorieën A1, A2 en B1 t/m B7 staan voor specifieke controle-intensiteiten van de vergunningaanvraag en de realisatie van de bouwwerkzaamheden, zoals vastgelegd in de nota Bouwtoezicht Op Maat uit 2006 en de actualisatie Bouwtoezicht op Maat uit 2012. Daarin is vastgelegd dat de gemeente in alle gevallen integraal toetst en daarbij de hoogste prioriteit geeft aan de aspecten constructieve veiligheid en brandveiligheid.

De Invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) staat samen met de Omgevingswet (Ow) gepland voor 1 juli 2022. Vanaf dat moment wordt het beleidskader BOM vertaald naar gevolgklassen en wordt er gewerkt volgens de gevolgklasse en bouwsomcategorieën. 2.3.3 Handhaving Sinds 2006 wordt jaarlijks een risicoanalyse gemaakt en prioriteiten gesteld. Dit gebeurt aan de hand van een systematiek die ontwikkeld is door het voormalige ministerie van VROM. De weging van prioriteiten is gebaseerd op doelen van het college en is in onderstaande tabel weergegeven.

14

Beoordelingsaspecten Inhoudelijk

Behoud en beheer woningvoorraad/ Bescherming woningvoorraad

Resultaat / Prioriteit **

Kwaliteit en betaalbaarheid gebouwen

Categorie

Veiligheid / Excessen

Kans *

Leefbaarheid / overlast voor omgeving

Onderwerp

Onrechtmatig gebruik (overig)

Onrechtmatig gebruik

9

9

9

4

3

23,25 Hoog

HuisvestingsVergunning

Onrechtmatig gebruik

4

6

3

9

4

22 Hoog

Achterstallig onderhoud (ernstig)

Achterstallig onderhoud

9

5

8

7

3

21,75 Hoog

Woningsplitsing

Illegale bouw

5

7

7

7

3

19,5 Hoog

Woonoverlast

Woonoverlast

5

2

9

3

4

19 Hoog

Hennepkwekerijen

Onrechtmatig gebruik

8

7

7

7

2

14,5 Gemiddeld

Illegale bouw (ernstig)

Illegale bouw

9

3

8

9

2

14,5 Gemiddeld

Vakantieverhuur/kort verblijf

Onrechtmatig gebruik

4

9

6

8

2

13,5 Gemiddeld

Vergunde Kamerbewoning

Periodieke controles

5

3

6

4

3

13,5 Gemiddeld

Monumenten

Achterstallig onderhoud

1

3

6

8

3

13,5 Gemiddeld

Achterstallig onderhoud (minder ernstig) Illegale bouw (minder ernstig)

Achterstallig onderhoud

2

1

5

5

4

13 Gemiddeld

Illegale bouw

2

1

5

5

4

13 Gemiddeld

Woonwagens

Periodieke controles

2

2

2

2

2

4 Laag

Bed & Breakfasts

Periodieke controles

2

3

5

3

1

3,25 Laag

* Het getal onder kans geeft weer hoe groot de kans op een bepaald type overtreding is. Over het algemeen komen ernstige overtredingen minder voor dan lichte overtredingen. Het getal wordt bepaald aan de hand van ervaringen uit het verleden. **Het getal onder resultaat is de som van de indicatoren (veiligheid/excessen etc.) maal de kans op dat een dergelijke overtreding zich voordoet. Het totaal wordt vervolgens gedeeld door het aantal indicatoren. Voor de bovenste rij betekent dit: 31 X 3 = 93 / 4 = 23,25.

15

Toelichting op de prioriteitsstelling De prioriteiten van de HPB zijn gebaseerd op de vier uitgangspunten uit het uitvoeringsbeleid ‘Handhaven met ambitie’ en de kans dat een overtreding zich voordoet. Aan de hand van dit model bepaalt de HPB jaarlijks waar voorrang aan wordt gegeven. Dit benoemen van onderwerpen en prioriteiten krijgt jaarlijks zijn beslag in de jaarplannen VTH. Resultaten en ontwikkelingen worden weergegeven in het jaarverslag VTH. De methodiek is in dit jaarplan VTH verfijnd en haakt beter aan bij de bestuurlijke doelstellingen van het college. Het geven van een prioriteit heeft drie gevolgen: 1. De proactieve opsporing van overtredingen en het bepalen van opgaven richt zich op onderwerpen met een hoge en gemiddelde prioriteit. 2. Wanneer niet alle meldingen direct kunnen worden opgepakt, wordt gekozen om voorrang te geven aan de afhandeling van onderwerpen met een hogere prioriteit. (Mensen krijgen wel altijd terugkoppeling). 3. Indien er in de loop van het jaar zich ontwikkelingen voordoen, waardoor het college handhavingscapaciteit anders wil inzetten, dan gaat dit in eerste instantie ten koste van onderwerpen met een lagere prioriteit. Dergelijke ontwikkelingen worden benoemd in het jaarverslag. De prioriteitsstelling is geen instrument om bepaalde onderwerpen niet uit te voeren.

Het geeft wel in grote lijnen weer waar het college de meeste aandacht voor heeft. 2.3 Capaciteit vergunningverlening, toezicht en handhaving 2.4.1 Capaciteit DSO De capaciteit voor de vergunningverlening en het toezicht op de realisatie van omgevingsvergunningen (V&T) wordt gefinancierd uit de legesinkomsten. De WABO-bouwaanvragen bevatten zowel technische als ruimtelijke aspecten. Met de invoering van de Omgevingswet moet de gemeente rekening houden met ‘de knip’. Er komen vergunningen voor het technische deel en vergunningen voor het ruimtelijk deel. De technische vergunning vervalt voor de lagere risicoklassen (gevolgklasse 0 en 1). Het ruimtelijk deel van de vergunning blijft voor alle risicoklassen bestaan. De uitbreiding van de taken heeft gevolgen voor de formatie. Begrotingsrisico in relatie tot de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb): Er vervalt werk voor bouwplannen in gevolgklasse 0 en 1, maar door de meldingsplicht komen er nieuwe taken voor bouwplannen in gevolgklasse 1 bij. Voor deze nieuwe taken is naar schatting 7,6 fte’s nodig. In totaal zal in 2022 7 fte’s extra formatie nodig zijn om de wettelijke taken uit te blijven voeren. Voor de wettelijke taken in relatie tot de invoering van de Wkb is er nog geen dekking algemene middelen. Een en ander is nog in onderzoek bij onder meer BZK en VNG.

Zolang er geen duidelijkheid is over de definitieve uitvoering van deze nieuwe regelgeving, is dit een begrotingsrisico. Zie hiervoor ook paragraaf 2.4 onder b. Voor de formatie heeft dit een toename van 145,9 fte’s naar 152,7 fte’s bij Vergunningen ten Toezicht tot gevolg. De beschikbare formatie worden verdeeld over de bestaande en nieuwe/veranderende uit te voeren taken. Het is belangrijk om een goed evenwicht te blijven houden tussen werkaanbod en capaciteit. Voor het overige toezicht en de handhaving bij de HPB wordt de beschikbare capaciteit gefinancierd uit algemene middelen. Het is belangrijk om de capaciteit slim en effectief in te zetten op basis van de prioriteitsstelling zoals die is gegeven in het vorige hoofdstuk. Dit houdt de kosten van toezicht en handhaving binnen de perken. De beschikbare capaciteit is de vaste en tijdelijke formatie, exclusief overhead (de niet rendabele fte’s). De actuele aanwezige capaciteit kan daarvan afwijken (bijvoorbeeld vanwege ziekte en vacatures). In de tabel hieronder de formatie van 2022.

16

Functie omschrijving

Afdeling

Aantal fte formatief

DSO Vergunningverleners

V&T

47,8

DSO Toezichthouders

V&T

38,9

DSO Overige vergunningen

V&T

4,6

DSO Ondersteunde functies

V&T

20,0

DSO Adviseurs binnen V&T

V&T

28,7

Totaal*

V&T

140

DSO Adviseurs vergunningen buiten V&T

Diverse DSO

25

DSO Toezichthouders

HPB

35,07

DSO Handhavers (administratief)

HPB

18,30

DSO Meld- en Steunpunt Woonoverlast

HPB

3,80

DSO Case Managers woonoverlast

HPB

2,90

DSO Ondersteunde functies

HPB

9,20

DSO Tijdelijke formatie (2022 t/m 2023)

HPB

8,95

Totaal**

HPB

78,22

JZ Adviesteam

11,0

BEC Bezwaar en beroep

*) Aantal FTE’s V&T minus 12,6 FTE niet rendabel. **) Aantal FTE’s HPB minus 5,0 FTE niet rendabel.

2.4 Operationele doelen 2.5.1 Operationele doelen vergunningen en toezicht Met de komst van de Omgevingswet (Ow) en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) verandert er het één en ander in de werkprocessen en vergunningplicht. De bouwplannen worden ingedeeld in verschillende risicoklassen (gevolgklasse 0 tot en met gevolgklasse 3). De WABO-vergunning (tot 1-7-2022) wordt voor plannen in de gevolgklasse 2 en 3 (40% van de plannen) geknipt in een ruimtelijke – en een technische vergunning. Bij plannen in de gevolgklassen 0 (35%van de plannen) en 1 (25% van de plannen) vervalt de technische vergunning, maar is er nog wel de ruimtelijke vergunning. De gevolgklasse 1-plannen zijn de plannen, die onder de Wkb vallen. Voor die plannen komt voor het technische deel een private erkende kwaliteitsborger om de hoek kijken. De gemeente blijft in het nieuwe stelsel als bevoegd gezag verantwoordelijk voor toezicht op de naleving van de bouwregelgeving. Zo wordt 17

o.a. het dossier beoordeeld tot het al dan niet toestaan van het gebruik. Dit alles heeft tot gevolg dat DSO in 2022 een sterke toename van het aantal te verwachten aanvragen (5560 t.o.v. de prognose van het aantal aanvragen uit het jaarplan 2021 (4000). De belangrijkste veranderingen na invoering van de OW en Wkb op een rijtje: a. Als gevolg van ‘de knip’ worden 4000 WABO aanvragen met de Omgevingswet 4000 Ruimtelijke vergunningen (alle gevolgklassen) én 1560 Technische vergunningen (GK2,3). Tegenover de 1560 extra vergunningen in de gevolgklasse 2 en 3 staan legesinkomsten. De extra capaciteit (6,6 fte), die op jaarbasis nodig is om alle vergunningsaanvragen te behandelen kan daardoor gefinancierd worden uit bouwleges. (verbeeld al de tweedeling van het Bouwproject onder Activiteit in onderstaand figuur) b. Omdat er geen technische vergunning meer wordt verstrekt voor gevolgklassen 0 en 1 vervalt ook de toets van het bouwbesluit voor bouwaanvragen in deze gevolgklassen. Dit betekent voor 11,2 fte minder werk. Echter door de nieuwe meldingsplicht die voor de gevolgklasse 1-plannen ontstaat en de verantwoordelijk van de gemeente als bevoegd gezag ontstaat er weer nieuw werk. De vanuit het Rijk opgelegde rol brengt dus kosten met zich mee, maar het is nog niet duidelijk hoeveel middelen het Rijk hiervoor beschikbaar voor stelt.

Er is inmiddels een artikel 2 onderzoek gedaan (op grond van de Financiële-verhoudingswet), maar over de hoogte van het bedrag dat aan gemeenten wordt overgedragen is op het moment van schrijven nog geen overeenstemming. Dat is dus een risico. In bijlage 2 worden de gevolgen van de Wkb en de daarbij benodigde algemene middelen nader toegelicht. Tegenover het vervallen werk (toets aan de bouwvoorschriften) stonden wel bouwleges. Daardoor kon het vervallen werk wel worden gefinancierd met bouwleges. (Verbeeld als de driedeling van de bouwactiviteit onder Landelijke regels in onderstaand figuur) c. Met de Omgevingswet is de burgerparticipatie wettelijk geregeld. In samenwerking met de Directie Projecten speelt ook de afdeling Vergunningen & Toezicht (V&T) een bemiddelende rol in de participatie. Om de integraliteit te waarborgen controleert de afdeling V&T of er geparticipeerd is en zal er aan informatiebijeenkomsten worden deelgenomen. Door een actieve participatie aan de voorkant ontstaat er automatisch ook een participatie aan de achterkant van het proces, waardoor ook het toezicht een belangrijke rol krijgt in de participatie gedurende de (ver)bouw.

De veranderende vergunningplicht per 1 juli 2022 als gevolg van invoering OW en Wkb Voor de toezichtstaken van V&T is de frequentie en intensiteit van het toezicht afhankelijk van de omvang en complexiteit van het te realiseren bouwwerk. Kenmerkend voor deze doelen van de vergunning- en toezichtstaken (voor de activiteit bouwen) is dat deze zich richten op de realisatie, het behoud en het verbeteren van de gebouwde omgeving. V&T richt zich specifiek op het mogelijk maken van slopen en bouwen binnen de wettelijke en inhoudelijke kaders. Voor de monitoring van de kernprestaties van V&T zijn de behandelde aanvragen, de doorlooptijden en de gegronde bezwaren indicatoren. In de tabel hieronder de prognose van 2022. 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11632141/1