RIS311476 Beantwoording SV Geen plek voor haatimam
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
15 maart 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer De Graaf, luidend: ‘Geen plek voor haatimam’
BSD/10270920 RIS311476
Het raadslid de heer De Graaf heeft op 2 februari 2022 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 2 februari 2022 heeft de Raad van State een streep gezet door het gebiedsverbod van de imam Fawaz Jneid.* Hierdoor is het eerder ingestelde gebiedsverbod van de baan. De Haagse VVD maakt zich hier grote zorgen over aangezien Jneid zich eerder schuldig heeft gemaakt aan de verspreiding van radicaal gedachtengoed 1.
Is het college bekend met de uitspraak van de Raad van State?
Ja. 2.
Is het college het eens met de Haagse VVD dat deze uitspraak onwenselijke gevolgen heeft in de strijd tegen radicalisering?
Deze uitspraak heeft geen directe gevolgen voor de aanpak van radicalisering – het betreft een uitspraak naar aanleiding van een hoger beroep dat door de betreffende imam is ingesteld bij de Raad van State aangaande eerder opgelegde gebiedsverboden. Deze uitspraak gaat uitsluitend over de eerdere uitspraak van de rechtbank over de tweede, derde en vierde verlenging van het gebiedsverbod in de periode 2018-2019. Hoewel het college de uitspraak van de Raad van State respecteert, vindt het college het onwenselijk dat betrokkene mogelijk weer zijn radicaliserende boodschap, onder andere in de wijken Schilderswijk en Transvaal, kan uiten. Het college zal al het mogelijke – binnen de geldende wet- en regelgeving – doen om kwetsbare gemeenschappen in Den Haag, in het bijzonder in deze wijken, te beschermen tegen de extremistische retoriek van betrokkene. 3.
Welke mogelijkheden ziet het college om alsnog te voorkomen dat deze persoon toegang krijgt tot Den Haag?
4.
Is het college bereid om met de minister van Justitie en Veiligheid in gesprek te gaan om te kijken hoe met de ontstane situatie om te gaan?
Ad 3 en 4. De rechtbank Den Haag heeft bij de uitspraak van 31 december 2020 de in 2020 aan de betreffende imam opgelegde gebiedsverboden (de 5e en de 6e) vernietigd. In januari 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid besloten – in het licht van deze uitspraak en de toen beschikbare informatie – niet over te gaan tot het opleggen van een nieuw gebiedsverbod.
(*) Zie bijlage
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10270920
De burgemeester heeft direct contact gezocht met de minister van Justitie en Veiligheid toen de uitspraak met de gemeente was gedeeld. In dit contact heeft de burgemeester benadrukt dat de Haagse driehoek het onwenselijk vindt als betrokkene weer toegang krijgt tot de betreffende wijken. Het in het verleden gebruikte gebiedsverbod volgt uit de Tijdelijke Wet Bestuurlijke Maatregelen Terrorismebestrijding (Twbmt). Een verzoek tot een gebiedsverbod kan worden ingediend bij de minister van Justitie en Veiligheid. De minister bepaalt vervolgens of er voldoende grond is deze op te leggen. Indien nieuwe feiten en omstandigheden daar aanleiding toe geven kan op grond van de Twbmt opnieuw een gebiedsverbod worden opgelegd. Als dat het geval is, onderhoudt de burgemeester daarover contact met de minister. 5.
Neemt het college maatregelen om te voorkomen dat, als gevolg van de ontstane situatie, radicaal gedachtengoed in grotere mate een ingang krijgt in Den Haag? Zo ja, welke?
De gemeente zet doorlopend in op het voorkomen van radicalisering, extremisme en polarisatie. Uw raad wordt ieder jaar geïnformeerd over de aanpak radicalisering, extremisme en polarisatie in een voortgangsrapportage. De laatste rapportage (RIS311801) is op 9 maart 2022 verzonden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2