RIS311471 Beantwoording SV Dreigende huisuitzetting bewoonster Trekweg
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
19 april 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Arp en de heer Bos, luidend: 'Dreigende huisuitzetting bewoonster Trekweg'
DSO/10299533 RIS311471
De raadsleden mevrouw Arp en de heer Bos hebben op 1 februari 2022 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college het met de SP en HSP eens dat huisuitzettingen mensen enkel verder in de problemen brengen en zoveel mogelijk moeten worden voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Ja. 2.
Hoe vaak komt het voor dat huurders van Haagse corporatiewoningen gesommeerd worden om hun huurcontract op te zeggen omdat zij wegens privéomstandigheden enige tijd niet in hun woning verbleven? Kan het college hier per woningcorporatie cijfers over verstrekken van de afgelopen vijf jaar?
De trend is dat er een daling te zien is in het aantal ontruimingen uit corporatiewoningen. Het college kan de cijfers over hoe vaak het voor komt dat huurders worden gesommeerd hun huurcontract op te zeggen omdat zij wegens privéomstandigheden enige tijd niet in hun woning verbleven, echter niet verstrekken omdat de corporaties die gegevens zelf niet bezitten. Dat heeft te maken met de wijze waarop corporaties de gronden voor huisuitzettingen registreren: in vaste categorieën (woonfraude, overlast, huurschuld). Na de gerechtelijke procedure registreert de corporatie onder welke categorie de huisuitzetting valt op basis van het vonnis. Als er bijvoorbeeld sprake is van woonfraude en huurschuld wordt het vonnis vaker gehaald op huurschuld (in verband met de bewijslast) en wordt de huisuitzetting dus ook geregistreerd onder huurschuld terwijl beiden aan de orde zijn. Privéomstandigheden om niet in een woning te verblijven lopen bovendien uiteen: van dossiers die gepaard gaan met uitkeringsfraude, tot een noodzakelijk verblijf in een kliniek, tot ‘Noorderzongevallen’ waar de verblijfplaats van de huurder onbekend is. Het is daarbij aan de corporaties om de balans te vinden tussen hun rol als sociale verhuurder en een eerlijke verdeling van de beschikbare woonruimte.
Voor het college is het van belang dat corporaties in gesprek gaan met de huurders die vanwege privéomstandigheden enige tijd niet in de woning verblijven om te achterhalen of hiervoor gegronde redenen zijn.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10299533
3.
Zijn er bepaalde richtlijnen waar de woningcorporatie zich aan dient te houden als er een vermoeden is dat de huurder niet meer in de woning verblijft? Zo ja, wat is de inhoud van deze richtlijnen? Verschillen deze per woningcorporatie?
Ja, op basis van de huurvoorwaarden dient een huurder in het gehuurde zijn hoofdverblijf te houden en ingeschreven te staan op dat adres. Er zijn verschillende redenen waarom huurders enige tijd niet in een woning verblijven. Een melding vanuit de huurder aan de corporatie voorafgaand aan deze periode is hierin het uitgangspunt, maar in de praktijk gebeurt dit niet altijd. Corporaties sommeren huurders niet zomaar om een huurovereenkomst op te zeggen. Bij een constatering dat een woning voor langere tijd niet is bewoond gaan corporaties in gesprek met de huurder om de reden voor de leegstand te achterhalen. Daar wordt vaak maatwerk toegepast, ook als er onder voorwaarden afspraken worden gemaakt over de tijdelijke leegstand van de woning. Als de situatie daartoe aanleiding geeft, is het een optie om de huurder te vragen zijn of haar huurovereenkomst op te zeggen zodat de woning ter beschikking komt van een andere woningzoekende. In omstandigheden waar de corporatie de wanprestatie dermate ernstig acht, ook inachtneming van de termijn waarin de huurder al niet in de woning verblijft, kan er overgegaan worden tot een laatste kans. Wanneer daar niet aan wordt voldaan kan er een juridische procedure ingang worden gezet om de rechter te verzoeken tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. 4.
Hoe strookt het handelen van Vestia in bovenstaande casus met het gemeentelijke beleid tegen huisuitzettingen?
Alle ontruimingen door corporaties die plaatsvinden op grond van huurschuld worden gedeeld met, en zijn bekend bij, de gemeente. De samenwerking die de gemeente heeft met corporaties betreft het voorkomen van huisuitzettingen als gevolg van huurschuld. Meldingen over huisuitzettingen op basis van andere gronden worden daar buiten gelaten. Daarnaast zijn er tijdens de coronacrisis zowel door het college als door het Rijk afspraken gemaakt met verhuurders (o.a. corporaties) om gedurende deze crisis geen huisuitzettingen te laten plaatsvinden. Beide betreffen afspraken en samenwerkingsverbanden. Vestia heeft in deze casus een vonnis op andere gronden dan huurschuld en is daarom ook bevoegd daarnaar te handelen. 5.
Is het college het met de SP en de HSP eens dat een gesprek of mediation altijd de voorkeur zou moeten hebben boven het versturen van een brief met het verzoek tot ontbinding van het huurcontract, temeer omdat niet alle huurders op de hoogte zijn van hun rechten en druk kunnen ervaren om een dergelijke brief te ondertekenen, met mogelijk zeer verstrekkende gevolgen? Zo nee, waarom niet?
Ja, om die reden heeft het college toen het op de hoogte werd gesteld van deze casus in augustus 2021 een gesprek geïnitieerd tussen de huurder en verhuurder in kwestie om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Tijdens dat gesprek in september 2021 is een gezamenlijke afspraak gemaakt dat de huurder in kwestie mocht terugkeren in de woning onder de voorwaarde dat de woning in december 2021 bewoond zou zijn. Die afspraak is meermaals niet nagekomen.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10299533
6.
Is het college bereid om de Haagse woningcorporaties actief aan te sporen om zeer terughoudend te zijn in het versturen van dergelijke brieven en de raad te informeren over hun reacties hierop? Zo nee, waarom niet?
Ja, het college is het met de SP en HSP eens dat een gesprek met een huurder altijd de eerste stap zou moeten zijn en zal daarop aandringen bij de Haagse woningcorporaties. 7.
Is het college bereid om in het individuele geval van de huurder aan de Trekweg aan te dringen op een menselijke oplossing, waarbij zij in de huurwoning kan blijven wonen? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 5. Het college heeft samen met de huurder en verhuurder in kwestie gezocht naar een oplossing en haalbare afspraken gemaakt. Wanneer de gemaakte afspraken (meermaals) niet na worden gekomen, is het niet aan het college om nogmaals te interveniëren in een geschil tussen huurder en verhuurder. Inmiddels zijn huurder en verhuurder er samen uitgekomen en is de uitkomst dat de huurder in de woning kan blijven wonen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3