CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311415 bijlage 1

Commissie Ruimte 1 februari 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Hoorzitting ontwerp-bestemmingsplan Madestein-Vroondaal 5e herziening16.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

39

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Afbeelding 3.2: Verkeerscirculatie Vroondaal In de nabijheid van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig. Ook zijn er geen gezoneerde industrieterreinen in de nabijheid van het plangebied aanwezig. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek is niet aan de orde.

3.5

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm). De luchtkwaliteit in een bepaald gebied wordt bepaald door de achtergrondconcentratie van fijn stof (PM10, deeltjes <10 µm) en stikstofdioxide (NO2) plus de bijdragen van lokale bronnen die bij de achtergrondconcentratie opgeteld worden. Bij de besluitvorming over bouw- en bestemmingsplannen dient te worden onderzocht of een project 'in betekenende' mate van invloed is op de luchtkwaliteit: in artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is aangeven dat een bestuursorgaan bevoegdheden kan uitoefenen of wettelijke voorschriften kan toepassen indien aannemelijk kan worden gemaakt dat de uitoefening of toepassing niet 'in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In concentraties uitgedrukt betekent dit een verslechtering van 1,2 µg/m3 voor beide stoffen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009, de datum waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht werd.

De 3%-grens is voor een aantal categorieën van projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen. Zo gaat het bij woningbouw om de toevoeging van 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg, of 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.

40

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Het bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening maakt het mogelijk dat 9 bestaande woningen worden uitgebreid en dat op het perceel Graaf Florislaan 20 twee woningen worden toegevoegd. Het toevoegen van 2 woningen blijft ruimschoots onder de drempel van 1.500 woningen, waardoor de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt een niet in betekenende mate invloed op de luchtkwaliteit heeft. Een toetsing aan de grenswaarde kan daarom achterwege blijveen.

3.6

Natuurbescherming

3.6.1

Algemeen

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet implementeert de Vogel- en Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten is de algemene zorgplicht van toepassing; handelen of nalaten die gevolgen kunnen hebben dienen achterwege gelaten te worden of er dienen maatregelen getroffen te worden om effecten te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten). De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het nationaal recht. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken.

De criteria zijn: in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren; ter bescherming van flora en fauna. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. Doorgaans zijn dit Omgevingsdiensten. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing dienen mitigerende en eventueel compenserende maatregelen genomen te worden die tot gevolg hebben dat soorten niet nadelig worden beïnvloed in het voorkomen en gedurende de uitvoering van een project. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Zuid-Holland wordt voor een aantal soorten generieke vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. 3.6.2

Soortenonderzoek

Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van 9 bestaande woningen en de realisatie van maximaal 2 extra woningen op het perceel Graaf Florislaan 20 mogelijk. Alle percelen zijn al als tuin in gebruik. De aanwezigheid van essentieel leefgebied, vaste rustplaatsen, vaste voortplantingsplaatsen en nesten van beschermde dieren worden hier net als de groeiplaatsen van beschermde plantensoorten door het intensieve gebruik niet verwacht.

41

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

3.6.3

Gebiedsbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is de gebiedsbescherming van bijzondere natuurgebieden, de zogenoemde Natura2000-gebieden, overgenomen uit de Natuurbeschermingswet 1998. Hieraan voorafgaand is in januari 2006 de formele aanwijzingsprocedure van Natura 2000-gebieden gestart. Na deze aanwijzing is de gebiedsbescherming uit de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn geïmplementeerd in de Natuurbeschermingswet 1998 en sinds 1 januari 2017 in de Wet natuurbescherming. Daarmee vervalt de rechtstreekse werking van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn in Nederland. In Den Haag dient rekening te worden gehouden met de Natura2000-gebieden: Meijendel & Berkheide (inclusief Harstenhoek, Oostduinen en Vlakte van Waalsdorp), Westduinpark & Wapendal (inclusief Bosjes van Poot) alsmede Solleveld & Kapittelduinen (inclusief landgoed Ockenburgh, Hyacintenbos, van Leydenhof en Westduinen). Dit betreft Habitatrichtlijngebieden. Er zijn geen Vogelrichtlijngebieden in de gemeente Den Haag. Indien ontwikkelingen en activiteiten in het plangebied een significant negatief effect kunnen hebben op een Natura 2000-gebied, dient een habitattoets uitgevoerd te worden. De volgende Natura 2000-gebieden liggen in de omgeving van het plangebied: Solleveld & Kapittelduinen Gelegen op circa 1 km afstand Westduinpark & Wapendal Gelegen op circa 4 km afstand

3.6.3.1 Natuurnetwerk Nederland Om de nationale ruimtelijke beleid te borgen in bestemmingsplannen is op grond van de Wet ruimtelijke ordening door het Rijk het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (BARRO) van kracht. Daarin wordt de mogelijkheid geboden om stelsels van natuurgebieden van internationaal of nationaal belang aan te wijzen dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten - het natuurnetwerk Nederland. Deze gebieden moeten bij provinciale verordening worden aangewezen en hun ligging geometrisch vastgelegd. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het natuurnetwerk Nederland. 3.6.3.2 Onderzoek Elke toename in stikstofdepositie op een overbelast stikstofgevoelig instandhoudingsdoel (habitattype of leefgebied) is in potentie een significant negatief effect. Per 1 juli 2021 geldt er echter een vrijstelling voor het inzichtelijk maken van stikstofdepositie tijdens de bouwfase. Alleen de stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase hoeft inzichtelijk gemaakt te worden. Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van 9 bestaande woningen en de realisatie van maximaal 2 extra woningen op het perceel Graaf Florislaan 20 mogelijk. De uitbreiding van 9 bestaande woningen wordt niet als een nieuwe situatie gezien, waarvoor stikstofberekeningen nodig zijn.

De twee woningen die op het perceel Graaf Florislaan 20 toegevoegd kunnen worden moeten gasloos gebouwd worden. Het aantal vervoersbewegingen door toevoeging van twee extra woningen neemt niet signifcant toe (8,1 verkeersbeweging per woning). Het toevoegen van de twee woningen zal niet tot een toename van stikstofdepositie leiden en een significant negatief effect op nabij gelegen Natura-2000 gebieden hebben. Met een AERIUS berekening, Bijlage 1 bij deze toelichting, wordt dit nader onderbouwd.

3.7

Bodem

3.7.1

Algemeen

Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft.

42

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

3.7.2

Wet bodembescherming

Op 1 januari 2006 is de wijziging van de Wet bodembescherming (Wbb) in werking getreden. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht. Vroeger moesten alle functies van de bodem worden hersteld maar dit bleek in de praktijk lastig haalbaar. Hoge kosten en langdurige saneringen zorgden van stagnatie. De gewijzigde wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; c. het wegnemen van actuele risico's. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. De uitvoering van deze verplichte saneringen wordt een stuk flexibeler. Het is niet meer altijd nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. Wanneer economische of maatschappelijke omstandigheden rond de vervuilde locatie uitstel vragen, kunnen tijdelijke maatregelen worden genomen, op voorwaarde dat risico's voldoende worden beheerst. 3.7.3

Situatie in het plangebied

Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van 9 bestaande woningen en de realisatie van maximaal 2 extra woningen op het perceel Graaf Florislaan 20 mogelijk. Alle percelen zijn al als tuin in gebruik. In het kader van de bouwvergunning, dan wel de omgevingsvergunning voor de bouw van de betreffende woningen is aangetoond dat bodem geschikt is voor de functie wonen. De gronden zijn sindsdien uitsluitend als tuin en voor de functie wonen gebruikt. Het opnieuw uitvoeren van bodemonderzoek is niet aan de orde.

3.8

Water

3.8.1

Algemeen

Op grond van het besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt. Deze waterparagraaf bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. 3.8.2

Relatie tot ontwikkeling

Het plangebied ligt in beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het plangebied beslaat een 9 tal woonpercelen/ tuinen. Hierbinnen is geen oppervlaktewater aanwezig. De percelen maken geen deel uit van een beschermingszone. Waterkwaliteit Om te voorkomen dat de grondwaterkwaliteit mogelijk achteruit gaat, mogen bij de realisatie van nieuwbouw geen uitloogbare bouwmaterialen worden gebruikt op plaatsen die in contact zouden kunnen komen met hemelwater. Waterkwantiteit Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van 9 bestaande woningen en de realisatie van maximaal 2

43

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

extra woningen op het perceel Graaf Florislaan 20 mogelijk. Alle percelen waar uitbreiding van bebouwing kan plaatsvinden zijn als tuin in gebruik. Hoewel dit gelet op de omvang van de percelen niet te verwachten is, mogen de percelen/ de tuinen volledig verhard worden. De ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden, zien dan ook niet op een toename van verharding. Voor dit bestemmingsplan is watercompensatie dan ook niet noodzakelijk. Voor de ontwikkeling van de wijk Vroondaal zijn met het Hoogheemraadschap van Delfland afspraken met betrekking tot waterbergingcapaciteit gemaakt. Zo wordt Oostelijk van Vroondaal het natuurgebied 'De Witte Vlek' heringericht tot een optimale natte ecologische zone met natuurvriendelijke oevers en een vispaaiplaats. Ook in park Madestein wordt extra waterbergingscapaciteit gerealiseerd.

44

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Hoofdstuk 4 4.1

Keuze en verantwoording van bestemmingen

Toelichting op de regels

De regels zijn als volgt ingedeeld: 1. Inleidende regels. De inleidende regels (Artikel 1 Begrippen en Artikel 2 Wijze van meten) lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. 2. Bestemmingsregels. De bestemmingsregels (artikel 3) bevat een omschrijving van de bestemming en bouwregels. Als specifiek voor een bestemming een afwijkingsbevoegdheid geldt, is deze in het betreffende artikel opgenomen. 3. Algemene regels. De algemene regels (artikel 4 tot en met 7) bevatten naast de anti-dubbeltelregel, voor alle bestemmingen geldende regels: algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingssregels. 4. Overgangs- en slotregels. Het overgangsrecht is opgenomen in Artikel 8, de slotregel in Artikel 9. 4.1.1

Inleidende regels

In Artikel 1 Begrippen worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen, nader gedefinieerd. Aandacht verdienen de begrippen aan-huis-gebonden bedrijf, en aan-huis-gebonden beroep. Wanneer in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan-huis-gebonden bedrijf en/of beroep toegestaan. Op basis van jurisprudentie mogen deze activiteiten: geen hinder voor de woonsituatie opleveren; naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning; geen detailhandel en/of horeca betreffen; geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken. In Artikel 2 Wijze van meten is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten, vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. De regeling voor bestaand gebruik dat afwijkt van de bestemming is onderdeel van de algemene gebruiksregels. 4.1.2

Bestemmingsregels

Met Artikel 3 Wonen wordt aangesloten op de regels uit het bestemmingsplan Madestein (2001), waarin bepaald is dat bouwpercelen tot maximaal 25% bebouwd mogen worden, de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens niet minder dan 3 meter mag bedragen en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 bouwlagen en een kap(verdieping). Via een binnenplanse afwijking is een bouwhoogte van 4 bouwlagen met kap(verdieping) mogelijk. Verder is bepaald dat op eigen terrein ten minste twee parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. 4.1.3

Algemene Regels

Anti-dubbeltelregel: Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Algemene bouwregels: De algemene bouwregels gelden voor alle bestemmingen. In de eerste plaats wordt hierin nu ook algemeen gesteld dat bouwwerken niet buiten bestemmings- en bebouwingsgrenzen mogen worden gebouwd. Kleine overschrijdingen van deze grenzen voor stoepen, kozijnen en dergelijke zijn wel toegestaan. Grote overschrijdingen van deze grenzen voor overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen zijn tot een bepaalde omvang ook toegestaan. Verder is algemeen voorgeschreven dat bouwwerken beneden peil uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak, dat deze ondergrondse bebouwing uit niet meer dan één bouwlaag mag bestaan en is de bouw van installaties voor mobiele telecommunicatie in principe toegestaan op alle gebouwen met uitzondering van rijksmonumenten,

45

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

gemeentelijke monumenten of gebouwen in een rijksbeschermd stadsgezicht. Afwijken van deze algemene bouwregels wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Artikel 7. Algemene gebruiksregels: In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen: het is verboden de in het plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming of met de regels van het plan. Er is expliciet aangegeven dat onder zulk gebruik ook wordt begrepen het gebruik als opslagplaats voor voorwerpen, stoffen en materialen die niet meer bruikbaar zijn of niet meer worden gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld en het gebruik als sekswinkel, seksinrichting, paddoshop, belwinkel of garagebedrijf: functies die voorheen in de Leefmilieuverordening werden verboden of althans gereguleerd. Als in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep toegestaan. In de algemene gebruiksregels is ook een regeling vervat voor het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep: De activiteiten mogen geen hinder voor de woonsituatie opleveren en mogen niet op grond van de milieuwetgeving vergunning- dan wel meldingplichtig zijn. Op grond van de Wet milieubeheer vergunning- of zelfs meldingplichtige activiteiten passen uiteraard niet in de woonomgeving.

Maar ook indien een activiteit niet vergunning- of meldingplichtig is, bestaat er kans op ongewenste overlast voor de omgeving, bijvoorbeeld geluid- of geurhinder. Dit kan met name het geval zijn bij de meer ambachtelijke beroepen. Van geval tot geval dient de (kans op) hinder voor de woonsituatie te worden nagegaan. Uitgangspunt bij de beoordeling is dat de hinder in principe niet onevenredig veel groter mag zijn dan in redelijkheid bij 'normale' bewoning (zonder beroepsuitoefening) het geval zou zijn. De activiteiten mogen naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning. Van belang is dat het karakter van de woning duidelijk herkenbaar blijft en dat de nadruk niet komt te liggen op de beroepsuitoefening. Ter illustratie: reclame-uitingen, anders dan een bescheiden 'bordje naast de deur' of de uitstalling van goederen op het bijbehorende erf betekenen reeds dat aan het karakter van de woning afbreuk wordt gedaan. De activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen. Detailhandel en horeca leveren in de regel een zodanig ongewenste verkeersaantrekkende werking op, dat het toelaten ervan in woongebied niet zonder meer passend wordt geacht.

De activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn, in die zin, dat de woonfunctie de belangrijkste functie dient te blijven en de praktijkruimte maar een deel van de bebouwde oppervlakte mag bedragen. Ook deze (direct meetbare) voorwaarde draagt eraan bij dat de eventuele hinder voor de omgeving wordt beperkt. Wanneer bijvoorbeeld de woning (vrijwel) geheel zou worden aangewend voor de beroepsuitoefening, is de kans op een ongewenste uitstraling naar de omgeving relatief groot. Afwijken van de algemene gebruiksregels, ook het afwijken voor het meest doelmatige gebruik, wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Artikel 7. Het bevoegd gezag kan in geringe mate afwijken van de maatvoering die in de bouwregels is bepaald en ook voor geringe afwijkingen in de begrenzing van bestemmings- en/of bebouwingsgrenzen. Verder is afwijken mogelijk voor de bouw van kleine nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en containers voor huishoudelijk afval..Ten slotte is afwijken mogelijk voor het bouwen beneden peil, buiten het bouwvlak.

Een belangrijk element van dit artikel is de afwijking van het algemene gebruiksverbod: het bevoegd gezag kan afwijken van het algemeen gebruiksverbod, indien strikte toepassing van het algemene gebruiksverbod leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Wel moet dit andere gebruik aansluiten bij het gebruik conform de bestemming en mag toepassing van de afwijking niet leiden tot een bestemmingswijziging. Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht De overgangsregels hebben als doel tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan de rechtstoestand vast te leggen van bouwwerken die op het tijdstip van de inwerking treding van het plan zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden - dat wil zeggen waarvoor vergunning is verleend of nog te verlenen is - en die afwijken van de bouwregels in dit plan. Het tweede lid van dit artikel heeft betrekking

46

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

op het gebruik van gronden en bouwwerken, voor zover dit gebruik op het tijdstip van inwerking treden van dit bestemmingsplan afwijkt van dit plan. Artikel 9 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam de regels van het bestemmingsplan moeten worden aangehaald: 'Regels bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening'

47

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

48

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Hoofdstuk 5

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor het plangebied Madestein - Vroondaal, 5e herziening, waarmee ter plaatse van een 9 tal percelen in het teruggeven van wegbestemde bouwmogelijkheden wordt voorzien. In dit kader dient beoordeeld te worden of er sprake is van een bouwplan als bedoeld in art.6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten miste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte met één of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen, die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² Afdeling 6.2 Grondexploitatie, Artikel 6.2.1 Bro Indien sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in art.

6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via: een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Het onderhavige plan betreft een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro. Daartoe wordt het volgende overwogen: Voorliggend plan dat voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor het plangebied Madestein - Vroondaal, 5e herziening waarmee ter plaatse van een 9 tal percelen in het teruggeven van wegbestemde bouwmogelijkheden wordt voorzien is een initiatief van de gemeente Den Haag. De kosten die verband houden met de planprocedure en de uitvoering van het plan, worden geacht te zijn verzekerd via de gemeentelijke grondexploitatie. Planschade is afgewenteld op initiatiefnemer. Kostenverhaal door middel van een exploitatieplan of -overeenkomst is niet noodzakelijk. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht.

49

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

50

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Hoofdstuk 6 6.1

Overleg en inspraak

Artikel 3.1.1 Bro-overleg

Het concept ontwerp bestemmingsplan is op 11 november 2021 toegezonden aan de overlegpartners. De volgende reacties zijn ontvangen: Hoogheemraadschap Delfland Waterkwantiteit Het bestemmingsplan maakt een toename van verharding mogelijk, hetgeen tot een versnelde afstroom van hemelwater naar het watersysteem kan leiden. Voor deze ontwikkeling geldt daarom een wateropgave ter compensatie van toenemende verharding. Deze kan met de watersleutel berekend worden. Voor het invullen van de opgave heeft Delfland voorkeur voor compensatie door het graven van extra oppervlaktewater. Alleen indien compensatie in oppervlaktewater aantoonbaar niet mogelijk is, kan als alternatief, onder voorwaarden voor vasthoudmaatregelen gekozen worden. Wij verzoeken u in de waterparagraaf nader uit te werken, op welke manier de wateropgave ingevuld wordt. Daarbij is het belangrijk, dat de gekozen maatregel goed functioneert, past binnen het gebied en ook op de lange termijn betrouwbaar is. De eigenaar van het perceel is immers zelf volledig verantwoordelijk voor de aanleg, het functioneren en het in stand houden van de voorziening. Klimaatadaptatie Wij verzoeken u in de toelchting op te nemen, op welke manier invulling aan klimaatadaptatie gegeven wordt. De wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig is de Haagse vertaling van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen en biedt duidelijke kaders voor dit thema.

Gevraagd wordt om in de planregels een voorwaarde op te nemen, gekoppeld aan dat kader: het vasthouden van regenwater op eigen terrein Reactie gemeente Den Haag: Waterkwantiteit Het bestemmingsplan maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan op maaiveldniveau 658 m2 woonbebouwing extra mogelijk. In het voorgaande bestemmingsplan hebben de percelen waarop deze bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt worden een woonbestemming. Deze gronden worden als tuin gebruikt en ingericht. Het bestemmingsplan stelt geen beperkingen aan oppervlakte verharding in de tuinen, waardoor ze 100% verhard kunnen worden. Het bestemmingsplan Madestein Vroondaal 5e herziening maakt hierdoor geen toename van verharding mogelijk. Wel maakt het bestemmingsplan een ander soort verharing mogelijk (bebouwing in plaats van tuinverhardingen). Met Delfland is afgesproken dat uitgerekend wordt hoeveel waterberging nodig is bij een toename van 658 m2 bebouwing en dat in overleg met de GEM Vroondaal onderzocht wordt of de berekende hoeveelheid waterberging in park Madestein opgelost kan worden. Klimaatadaptatie Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het terug geven van eerder wegbestemde bouwrechten. Het plan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Onderzocht wordt of de benodigde hoeveelheid waterberging als gevolg van 658 m2 bebouwing in park Madestein kan worden aangelegd.

51

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Het opnemen van een voorwaarde in de planregels die toeziet op het vasthouden van regenwater op eigen terrein is een aanvullende regel ten opzichte van het bestemmingsplanregime dat met voorliggend plan wordt teruggegeven. Gelet op de beperkte herziening waarin voorliggend bestemmingsplan voorziet en omdat het de huidige eigenaren actief verplicht tot het treffen van maatregelen is het niet mogelijk een dergelijke voorwaarde in de planregels op te nemen. Bewonersvereniging Hofstedepark Vroondaal Het via een herziening van het bestemmingsplan Madestein-Vroondaal compenseren van planschade is niet mogelijk. Het bestemmingsplan Madestein-Vroondaal kan niet worden ingetrokken. Met het onherroepelijk worden van het bestemmingplan in 2015 is het oude bestemmingsplan uit 2001 komen te vervallen en bestaat het niet meer (uitspraak ABRS06-06/18 ECLI:NL:RVS:2018:1848). Het is niet rechtvaardig ten opzichte van alle overige bewoners van Vroondaal Hofstedepark, wanneer maar delen van het oude bestemmingsplan Madestein 2001 wordt hersteld. Er ontstaat rechtsongelijkheid tussen bewoners. Met de 5e herziening Madestein Vroondaal kan niet voldaan worden aan regeling om planschade in natura te compenseren. Tegemoetkoming van planschade in natura is niet voldoende anderszins verzekerd, wanneer deze afhankelijk is van een toekomstige, onzekere gebeurtenis.

Met de 5e herziening is niets zeker, omdat deze weer tientallen planschadeclaims zal opleveren en bewoners rechtsongelijkheid niet zullen accepteren. Bewoners hebben gebouwd onder het regime van het oude bestemmingsplan Madestein 2001. Bouwplannen werden destijds getoetst aan het Ontwikkelingskader Vroondaal, uitgewerkt in Handvatten voor uw Architect. Deze goede ruimtelijke ordening die bij de bouw van Oud Vroondaald in het oude bestemmingsplan lag, wordt nu doorbroken. Niet de gehele kwaliteit wordt hersteld. De extra bouwmogelijkheden leveren precedenten op voor andere bewoners die omhoog willen bouwen. Dit geeft chaotische taferelen in Vroondaal en Den Haag. Reactie gemeente Den Haag Het planschaderecht biedt mogelijkheden om planschade op een andere wijze dan in geld te vergoeden, bijvoorbeeld door 'reparatie' van oude bestemmingen. Het komt regelmatig voor dat aanvragers van planschade opteren voor een vergoeding in geld, doch is dit blijkens toepasselijke jurisprudentie, zie bijvoorbeeld ABRvS 27 april 2005, Raalte, ECLI:NL:RvS:2005:AT4747, niet maatgevend aangezien dit aan de gelijkwaardigheid van het geboden alternatief niet afdoet. Er is geen sprake van het ontstaan van rechtsongelijkheid ten opzichte van alle overige bewoners van Vroondaal Hofstedepark. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in compensatie van planschade.

De overige bewoners van Vroondaal Hofstedepark hebben of geen verzoek om planschade ingediend, of een verzoek om planschade is afgewezen. Voor reparatie in natura geldt dat indien door omstandigheden buiten de invloedsfeer van de aanvrager om het repareren in natura niet lukt er alsnog een vergoeding in geld moet worden toegekend. Compensatie in natura mag inderdaad niet afhankelijk zijn van een toekomstige, onzekere gebeurtenis. Wij hebben in de planschadebesluiten dan ook de bepaling opgenomen dat wanneer er op 1 juli 2024 geen onherroepelijk bestemmingsplan is, er alsnog wordt overgegaan tot betaling van het schadebedrag, vermeerderd met de wettelijke rente. Dat de 5e herziening weer tientallen schadeclaims zal opleveren, betekent niet dat er sprake is van een toekomstige onzekere gebeurtenis. Er is planschade ontstaan, omdat er bouwmogelijkheden uit het bestemmingsplan Vroondaal 2001 zijn wegbestemd. Deze bouwmogelijkheden worden met voorliggend plan terug gegeven. Het ontwikkelkader Vroondaal - handvatten voor uw architect, speelt geen rol in de beoordeling of er wel of geen planschade is opgetreden. Toekomstige bouwplannen zullen naast dat ze aan het bestemmingsplan worden getoetst, ook op het aspect welstand worden beoordeeld. Er is geen sprake van dat met voorliggend bestemmingsplan niet de gehele kwaliteit wordt hersteld. Er is geen sprake van precedentwerking.

Alle toekomstige bouwplannen worden aan het bestemmingsplan getoets. De bouwmogelijkheden die met voorliggend bestemmingdplan terug worden

52

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

gegeven wijken niet veel af van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan Madestein-Vroondaal uit 2015 aan onbebouwde percelen met de bestemming Woongebied - 1 biedt.

6.2

Zienswijzen

53

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

54

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Bijlagen

55

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Bijlage 1 AERIUS berekening 061021

56

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S4KG6BR3SLM2 (06 oktober 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

M

Graaf Florislaan 20, 0 0

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Gebruiksfase

S4KG6BR3SLM2

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

06 oktober 2021, 10:29

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

5,63 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Verkeersbewegingen 3 vrijstaande woningen op kavel Graaf Florislaan 20

Situatie 1

S4KG6BR3SLM2 (06 oktober 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

5,63 kg/j

S4KG6BR3SLM2 (06 oktober 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Bron 1 75529, 451306 5,63 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

24,3 / etmaal NOx NH3

4,15 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

1,0 / etmaal NOx NH3

1,48 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

S4KG6BR3SLM2 (06 oktober 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

S4KG6BR3SLM2 (06 oktober 2021) pagina 5/5

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

62

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Regels

63

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

64

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening met identificatienummer NL.IMRO.0518.BP0370AMadeVroon5h-40ON van de gemeente 's-Gravenhage. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanbouw:

een toevoeging van een (afzonderlijke) ruimte aan het hoofdgebouw, welke vanuit het hoofdgebouw toegankelijk is en functioneel deel uitmaakt van het hoofdgebouw. 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6

aan-huis-gebonden bedrijf:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid daaronder niet begrepen prostitutie, een prostitutie-inrichting of seksclub - in tegenstelling tot beroepsmatige activiteiten geheel of overwegend door middel van handwerk, en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat de activiteiten door een bewoner in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.7

aan-huis-gebonden beroep:

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, cosmetisch of hiermee gelijk te stellen gebied - daaronder niet begrepen prostitutie - dat door zijn beperkte omvang door een bewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.8

automatenhal:

een voor het publiek toegankelijke ruimte waar meer dan twee speelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van de Wet op de kansspelen zijn opgesteld. 1.9

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10

bed & breakfast

een voorziening gericht op het voor een kortdurend verblijf, binnen een woning door de eigenaar-bewoner, bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt aan maximaal vier bezoekers.

65

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

1.11

bedrijfswoning/dienstwoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.12

belwinkel:

een (deel van een) gebouw, gericht op het daarin of van daaruit door derden tegen vergoeding elektronisch berichtenverkeer, zoals (internationaal) telefoonverkeer, dan wel aanverwante activiteiten te doen plaatsvinden, al dan niet gemengd of mede gebruikt ten behoeve van detailhandel of dienstverlening; onder belwinkel wordt mede begrepen een internetcafé/gelegenheid. 1.13

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.14

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15

bevoegd gezag:

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.16

bijgebouw:

een niet voor bewoning bestemd gebouw dat functioneel ondergeschikt is aan, en ten dienste staat van een hoofdgebouw, en daarvan bouwkundig valt te onderscheiden. 1.17

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.18

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.19

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van een onderbouw, kap of kapverdieping. 1.20

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel. 1.22

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

66

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

1.23

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, dan wel een bouwkundige constructie van enige omvang die, hetzij direct, hetzij indirect, steun vindt in of op de grond. 1.24

dak:

iedere uitwendige bovenbeëindiging van een gebouw. 1.25

eerste bouwlaag:

de bouwlaag die zich direct boven de onderbouw bevindt en bij gebreke daarvan de bouwlaag welke zich als eerste geheel of in overwegende mate boven het peil bevindt. 1.26

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.27

escortbedrijf:

een gebouw waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aangeboden wordt die op een andere plaats dan in het gebouw wordt uitgeoefend. 1.28

garagebedrijf:

een inrichting, waarin of van waaruit op bedrijfsmatige wijze het vervaardigen, onderhouden, repareren, behandelen van oppervlakte, keuren, reinigen, verhandelen, verhuren, opslaan of proefdraaien van motorvoertuigen plaatsvindt. 1.29

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.30

hoofdgebouw:

een pand, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.31

kampeermiddel:

een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan, dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.32

kantoor:

een gebouw, dat in hoofdzaak dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het in administratieve zin doen functioneren van de instelling, waaronder vergaderaccommodatie. 1.33

kap of kapverdieping:

een ruimte in een gebouw, die met tenminste één schuin dakschild is afgedekt.

67

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

1.34

laag:

een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke hoogte of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 1.35

luifel:

afdak of overkapping aan of bij een gebouw, al dan niet ondersteund en zonder tot de constructie behorende wanden. 1.36

maatvoeringsvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarbij ingevolge de regels bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voorgeschreven. 1.37

nutsvoorziening:

een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit en de telecommunicatie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.38

ondergeschikte bouwdelen:

delen van bouwwerken zoals funderingen, pilasters, kozijnen, standleidingen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, gevel- of kroonlijsten, liftkokers en installatieruimten. 1.39

overkragende bebouwing:

bebouwing, die niet direct op het maaiveld is gepositioneerd en tot stand wordt gebracht buiten de bestemmingsgrenzen van de hoofdbebouwing. 1.40

pand:

(deel van een) gebouw met een eigen toegang, welke door de wijze van gebruik als zelfstandige entiteit functioneert. 1.41

parkeervoorziening:

voorziening bestemd voor het al dan niet tijdelijk en al dan niet tegen betaling parkeren van motorvoertuigen en/of motoren en (brom)fietsen, zoals een parkeerterrein, parkeergarage, parkeerkelder, parkeerdek of autobox tenzij in de regels anders is bepaald. 1.42

peil:

a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van de kruin van die weg; b. in de overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; c. in de gevallen waarin de hoogte wordt uitgedrukt in meters NAP: 0 m NAP. 1.43

plangrens:

de geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.44

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling.

68

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

1.45

seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan een prostitutie-inrichting, een erotische massagesalon en een seksclub. 1.46

sekswinkel:

een inrichting, waarin of van waaruit uitsluitend of in hoofdzaak seksartikelen worden verkocht. Niet als seksartikelen in de zin van deze bepaling worden beschouwd gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, waarin erotische gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 1.47

terrein:

een zichtbaar begrensd stuk grond, al dan niet bebouwd. 1.48

verbeelding:

de volledige verzameling van geometrisch bepaalde vlakken, omgeven door een plangrens, behorende bij het bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (voorheen: plankaart). 1.49

weg:

alle voor de auto-, fiets-, voetgangers- of ander verkeer openstaande wegen, geen spoorwegen zijnde, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, waterstaatkundige en civieltechnische (kunst)werken en ondergrondse infrastructurele voorzieningen. 1.50

woning:

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één of meerdere personen, al dan niet in combinatie met een door bewoner(s) uitgeoefend aan-huis-gebonden bedrijf en/of beroep. 1.51

woonbebouwing:

één of meer woningen.

69

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstand van een gebouw tot de (achter)perceelsgrens:

de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de (achter)perceelsgrens. 2.2

bebouwingspercentage:

een binnen een bij dit plan behorend geometrisch bepaald vlak of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van een deel van het bouwperceel, dan wel bouwvlak, bestemmingsvlak of maatvoeringsvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd; dit percentage heeft geen betrekking op ondergrondse parkeergarages. 2.3

bouwdiepte:

vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van de fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk. 2.4

bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouw(onder)delen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouw(onder)delen. 2.5

dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6

goothoogte van een gebouw:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7

grondoppervlakte van bebouwing:

de oppervlakte van de grond, in beslag genomen door de horizontale projectie van een bouwwerk. 2.8

inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9

lengte, breedte en diepte van een gebouw:

tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidsmuren). 2.10

oppervlakte en (bruto-)vloeroppervlakte van een gebouw:

de oppervlakte van een ruimte of een groep van ruimtes, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die deze ruimte of groep van ruimtes omhullen.

70

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. tuinen en erven; c. aan- huis-gebonden bedrijven of beroepen; één en ander zoals nader bepaald in artikel 3.4 en met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen, groen, water, parkeervoorzieningen en overige voorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de afstand van de gebouwen tot de bouwperceelgrenzen mag niet minder dan 3 meter bedragen; b. in uitzondering op het gestelde onder a is een afstand van minder dan 3 meter toegestaan ten aanzien van bebouwing, voor zover rechtmatig aanwezig, dan wel vergund, op het moment van de ter inzage legging, van het ontwerp van dit bestemmingsplan; c. de hoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 2 bouwlagen en een kap of kapverdieping. 3.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 sub c voor een hoogte van maximaal vier bouwlagen en een kap of kapverdieping. 3.4

Specifieke gebruiksregels

a. per woning dienen op eigen terrein minimaal twee parkeerplaatsen aanwezig te zijn; b. de functie aan-huis-gebonden bedrijf of beroep mag de woonfunctie op het betreffende perceel niet aantasten. 3.5

Specifieke bouwregels

a. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - bouwperceel [sba-pcl] mag het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan 25% van het betreffende bouwperceel; b. de afstand van ondergrondse bebouwing tot de bouwperceelsgrenzen mag niet minder dan 3 meter bedragen; c. de hoogte van een bouwlaag is maximaal 3,5 meter; d. de hoogte van een kap of kapverdieping is maximaal 5 meter. 3.6

Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de verkavelingsopzet en de situering van te realiseren bebouwing.

71

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

72

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

73

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Artikel 5

Algemene bouwregels

a. De in dit plan opgenomen regels zijn van toepassing op elk bouwwerk bedoeld om ter plaatse te functioneren; b. overschrijding van de in het plan aangegeven bebouwings- of bestemmingsgrenzen is - tenzij in de regels anders is bepaald - slechts toegestaan voor ondergeschikte bouwdelen, mits de overschrijding niet meer dan 1 meter bedraagt; c. een overschrijding van de in het plan opgenomen bouwhoogten is toegestaan voor zover het ondergeschikte bouwdelen betreft.

74

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Artikel 6

Algemene gebruiksregels

a. Het is verboden de gronden en de zich daarop bevindende opstallen binnen dit bestemmingsplan, te gebruiken, te doen of laten gebruiken, op een wijze of tot een doel, strijdig met de voorgeschreven bestemming of met de regels van het plan; tot verboden gebruik wordt - tenzij in de regels anders is bepaald - in ieder geval gerekend: 1. de aanleg of het gebruik van onbebouwde gronden als opslag, stort- of bergplaats behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; 2. het gebruik van gronden en gebouwen voor het uitoefenen van prostitutie en voor de exploitatie van een seksinrichting:, een sekswinkel:, een paddoshop, een garagebedrijf: of een belwinkel:;

75

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Artikel 7 7.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijken van de in het plan opgenomen bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels van het plan ten behoeve van: a. het afwijken van voorgeschreven maten ten aanzien van goot- en/of bouwhoogten en perceelsgrensafstanden en bebouwingspercentages met maximaal 10% mits de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt.

76

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Hoofdstuk 4 Artikel 8 8.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. en bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het gestelde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%; c. Het gestelde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het gestelde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in het gestelde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het gestelde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

77

bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening (ontwerp)

Artikel 9

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 5e herziening.

78

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11105592/1