RIS311403 Stimulering huiseigenaren om te verduurzamen via fiscale maatregelen of erfpacht
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Liesbeth van Tongeren Wethouder van Duurzaamheid en Energietransitie
020
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Bestuur
DPZ/10240909 RIS311403 Contactpersoon
Simon Vermaat Dienst
Publiekszaken Afdeling
Belastingzaken Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
1 februari 2022
simon.vermaat@denhaag.nl
Onderwerp
Stimulering huiseigenaren om te verduurzamen via fiscale maatregelen of erfpacht
Geachte voorzitter, In het coalitieakkoord 2019-2022 is afgesproken te onderzoeken hoe de gemeente huiseigenaren via fiscale maatregelen of erfpacht kan stimuleren om te verduurzamen1. Met deze brief informeer ik uw commissie over de uitkomsten van dit onderzoek naar beide instrumenten. 1.
Verduurzaming gemeentelijke belastingen
A. Inleiding Bij het incorporeren van verduurzaming in het belastingstelsel is het belangrijk om een aantal basisprincipes voor het belastingstelsel in ogenschouw te nemen. Prof. dr. Leo Stevens geeft in zijn boek ‘Geloofwaardig belasting heffen’ aan dat het belastingrecht een synthese is van rechtvaardigheid en doelmatigheid en benoemt vier criteria waaraan een deugdelijk belastingstelsel dient te voldoen: • een belastingstelsel moet eerlijk zijn; dat wil zeggen dat het gedragen wordt door de rechtvaardigheidsopvattingen van de samenleving; • een belastingstelsel moet effectief zijn; dat wil zeggen dat de gestelde doelen van het fiscale beleid ook daadwerkelijk worden gerealiseerd; • een belastingstelsel moet efficiënt zijn; dat wil zeggen dat de gestelde doelstellingen met zo weinig mogelijk uitvoeringskosten en gevoelens van belastingweerstand moeten worden verwezenlijkt; • een belastinggebied moet eenvoudig zijn; dit is niet alleen nodig omdat dit de efficiency in de uitvoering ten goede komt, maar ook omdat een grotere begrijpelijkheid van de regels ervoor zorgt dat de rechten beter kunnen worden benut en de verplichtingen duidelijker kenbaar zijn. Deze principes moeten waarborgen dat bij de keuze voor een fiscaal beleidsinstrument een zorgvuldige en evenwichtige afweging wordt gemaakt.
De vergroeningsopties binnen het gemeentelijke belastingstelsel moeten daarom aan bovenstaande criteria worden getoetst.
1 Bij het schrijven van het coalitieakkoord was er een aanwijzing dat het lokale belastingdomein landelijk in beweging
zou komen (o.a. invoering ingezetenenheffing en OZB gebruikersbelasting woningen) maar dit heeft uiteindelijk niet geleid tot veel daadkracht van het rijk met als gevolg dat het lokale belastingdomein zeer beperkt is gebleven.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoon : 14070 publiekszaken@denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10240909
B. Mogelijkheden verduurzaming gemeentelijke belastingen zijn wettelijk beperkt De vrijheid van gemeenten om heffingen in te zetten voor duurzaamheidsdoelstellingen wordt beperkt door voorschriften die door de landelijke wetgever zijn vastgesteld. Gemeenten mogen bijvoorbeeld alleen die belastingen invoeren die in de wet zijn genoemd (gesloten belastingstelsel). Ook bevat de wetgeving voorschriften per gemeentelijke belasting. Als deze voorschriften uitgebreid en gedetailleerd zijn vastgelegd dan beperkt dit de beleidsvrijheid van gemeenten (bijvoorbeeld bij de ozb). Als deze daarentegen summier zijn opgesteld dan hebben gemeenten meer vrijheid om daaraan een eigen invulling te geven (bijvoorbeeld bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing). C. Ozb Bij de vormgeving van de ozb heeft de gemeente weinig vrijheid. De mogelijkheden om woningeigenaren via de ozb te stimuleren om duurzame investeringen te plegen, zijn wettelijk beperkt. Het is bovendien zeer onzeker of er van een (beperkte) ozb-korting daadwerkelijk een stimulans uitgaat. De hoogte van het kortingsbedrag bepaalt namelijk (mede) de gedragsverandering bij burgers. In dit geval gaat het om een relatief gering bedrag: het gemiddelde ozb-bedrag voor een woningeigenaar in Den Haag is in 2021 € 152.
De mogelijke effectiviteit van een ozb-maatregel wordt ook ondergraven doordat het moment van betalen van de (jaarlijkse) ozb en het moment waarop je het gedrag wilt veranderen, niet op elkaar aansluiten. Bij een ozb-korting is er - in tegenstelling tot het subsidie instrument en de groene leges - geen koppeling met het energiebesparend gedrag van burgers. Vergroeningsmaatregelen binnen de ozb maken de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van deze belasting bovendien complexer en verhogen de regeldruk. Om deze redenen zijn vergroeningsmaatregelen binnen de ozb strijdig met de criteria van Prof. dr. Leo Stevens voor een deugdelijk belastingstelsel. De vergroeningsopties binnen de ozb worden hierna toegelicht. C.1 Vrijstelling duurzame investeringen In de ozb-verordening kan een gedeelte van de waarde van een onroerende zaak buiten aanmerking blijven2. Zo lijkt het juridisch mogelijk om bijvoorbeeld de waardestijging door duurzame investeringen, zoals de aanschaf van zonnepanelen, buiten de ozb te laten. Een rekenvoorbeeld toont aan dat deze mogelijkheid niet zinvol is: een investering van € 5.000 in zonnepanelen, levert de woningeigenaar in theorie ca € 2 à € 3 minder ozb op. Dit terwijl de kosten van het juist administreren in de WOZ-administratie van aanwezige zonnepanelen en het verwerken daarvan in de ozb-aanslag aanzienlijk zijn.
De subconclusie is dat deze theoretische mogelijkheid niet effectief en feitelijk niet werkbaar is. Naar aanleiding van een in de Tweede Kamer aangenomen amendement, geeft de minister van BZK Ollongren in haar brief van 14 januari 20213 aan dat zij niets ziet in het buiten de WOZ-waarde of ozb houden van zonnepanelen vanwege de uitvoeringsproblemen. In de Kamerbrief verwijst de minister naar een onderzoek van de werkgroep Herziening Gemeentelijk Belastinggebied4 waaruit naar voren is gekomen dat een verplichte vrijstelling voor verduurzamingsmaatregelen een aantal aandachtspunten kent, waaronder de complexe uitvoering, de te verwachten juridische procedures en de effectiviteit van de regeling (de bespaarde belasting zal in de meeste gevallen minimaal zijn).
2 Facultatieve vrijstelling op grond van artikel 220d, eerste lid, onderdeel i Gemeentewet. 3 Kenmerk 2020-0000099571 4 Rapport Bouwstenen voor een beter belastingstelsel van 1 mei 2020
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10240909
Ook geeft de minister in de Kamerbrief aan dat er op dit moment nauwelijks gemeenten bekend zijn die gebruik maken van de mogelijkheid om zonnepanelen of andere verduurzamingsmaatregelen voor de ozb vrij te stellen. C.2 Ozb en groene heffingskorting De minister acht in plaats van een vrijstelling de invoering van een groene heffingskorting en/of een subsidieregeling kansrijker. Zij denkt daarbij aan een soort algemene heffingskorting ingeval één of meer verduurzamingsmaatregelen in of aan de woning zijn getroffen waarvoor belasting (bijvoorbeeld ozb) wordt geheven. Voor een eventuele verplichte groene heffingskorting is een wetswijziging nodig. Het ministerie van BZK heeft op 22 juli jl. met een aantal gemeenten en de VNG gesproken over de verplichte groene heffingskorting en of deze korting kan bijdragen aan de verduurzaming door huiseigenaren. Daaruit blijkt dat gemeenten, waaronder Den Haag hier het subsidie instrument desgewenst al langer en naar tevredenheid gebruiken en er geen behoefte is aan aanvullende fiscale maatregelen. C.3 Koppeling ozb aan energielabel In deze optie wordt de hoogte van de ozb afhankelijk gemaakt van het energielabel van een woning. Eigenaren van energiezuinige woningen betalen in deze variant minder ozb.
Het onderwerp is eerder in de Haagse gemeenteraad aan de orde geweest bij de beantwoording van schriftelijke vragen over landelijke steun voor koppeling ozb aan energielabel (RIS181888). In de beantwoording gaf het college aan geen voorstander te zijn van een koppeling tussen de ozb en energielabel omdat het wettelijk niet mogelijk is om een differentiatie te maken in de ozb op basis van de energielabel van een woning. C.4 Woning-verduurzamingsfonds De hiervoor genoemde opties beogen duurzaam gedrag te stimuleren door het belonen van dat gedrag met een lagere ozb-aanslag. Een andere optie is het verhogen van het ozb-woningtarief om met de meeropbrengst uitgaven te doen die bijdragen aan de verduurzamingsdoelstelling. De ozbmeeropbrengst kan bijvoorbeeld worden aangewend voor het vormen van een Woningverduurzamingsfonds van waaruit subsidies kunnen worden verstrekt aan woningeigenaren die duurzaamheidsmaatregelen willen treffen. Conclusie Bovenstaande maatregelen in de ozb beogen bij te dragen aan de energietransitie (woningen van het gas afhalen). Landelijke ontwikkelingen met betrekking tot het gas tonen de urgentie voor deze transitie aan. Het college is van mening dat het gebruik van het subsidie instrument voor dit doel effectiever is dan het belastinginstrument.
Het is dus niet nodig om hiervoor het ozb-instrument in te zetten, nu er betere beleidsinstrumenten voorhanden zijn. D. Afvalstoffenheffing Anders dan bij de ozb bestaat er bij de afvalstoffenheffing veel vrijheid bij de vormgeving. Wel beperkt de heffing zich tot huishoudens, alleen daar ontstaan huishoudelijke afvalstoffen. Ook moet de afvalstoffenheffing aan de gebruikers van het perceel worden opgelegd. Den Haag kent binnen de afvalstoffenheffing een tariefdifferentiatie voor één-, twee- en drie- en meerpersoonshuishoudens. Daarmee wordt een impliciete relatie gelegd tussen de omvang van het huishouden en de hoeveelheid afvalstoffen. Fiscaal gezien zijn er ook andere varianten mogelijk.
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10240909
De hoogte van de afvalstoffenheffing kan ook worden gerelateerd aan de hoeveelheid aangeboden afval, de soort aangeboden afval (bijvoorbeeld GFT en restafval), containervolume en aanbodfrequentie. De afvalstoffenheffing kan op die manier helpen bij het scheiden van afvalstoffen, bij hergebruik van materialen en bij het verminderen van restafval (behorende bij het thema grondstoffen en circulaire economie: ‘afval bestaat niet’). Het zijn met name de niet stedelijke gemeenten buiten de Randstad die de tarieven afvalstoffenheffing koppelen aan de aangeboden hoeveelheid afval. In 2008 heeft Den Haag onderzoek gedaan naar tariefdifferentiatie in de afvalstoffenheffing op basis van het afvalaanbod (RIS153564a). Hieruit kwam naar voren dat in Den Haag een afvalstoffenheffing gebaseerd op afvalaanbod complex is en forse inspanningen vergt terwijl de effectiviteit onzeker is. Op de onderdelen eenvoud, efficiënt en effectief scoort dit heffingssysteem daarom onvoldoende. In stedelijke gebieden, zeker daar waar de gemeentegrenzen vloeiend overgaan van de ene woonwijk in de andere, is er bovendien een hele grote kans op ‘afvalverhuizingen’: inwoners die een paar honderd meter verderop gratis afval droppen in een andere gemeente.
We schatten in dat dit effect zeker dicht bij de grenzen van Leidschendam-Voorburg en Rijswijk gaat spelen met als gevolg de kans dat dit politiek-bestuurlijk de collegiale verhoudingen onder druk zet. Er zijn ook gemeenten die werken met reinigingsrechten. Het gaat hier om de inzameling van afval van bedrijven en instellingen. De kosten voor deze dienstverlening kan de gemeente dekken uit de reinigingsrechten. Hierbij zijn er verschillende tariefsystemen mogelijk, zoals een tarief per container en een tarief per geleverd gewicht. Conclusie Nadelen van de alternatieve heffingssystemen bij de afvalstoffenheffing zijn het risico op afvaltoerisme, het belastingontwijkend gedrag en organisatorische problemen. Deze heffingssystemen voldoen daarmee niet aan de basisprincipes voor een deugdelijk belastingstelsel. Het college is om die reden geen voorstander van dergelijke heffingssystemen. E. Rioolheffing Ook bij de rioolheffing heeft de gemeente veel vrijheid als het gaat om de vormgeving; de keuze van de belastingplichtige (de eigenaar of de gebruiker), de maatstaf waarnaar wordt geheven en de wijze waarop de tarieven worden vormgegeven zijn vormvrij. Ook kan de gemeente combineren, door deels de gebruiker en deels de eigenaar in de heffing te betrekken.
Den Haag heeft gekozen voor een gecombineerde rioolheffing: de rioolheffing bestaat uit een eigenarendeel (vast bedrag per woning of bedrijfspand) en een gebruikersdeel voor grootgebruikers (bedrag per 500 m3 ingenomen drinkwater, eerste 500 m3 is vrij). Wettelijk is er de mogelijkheid om de rioolheffing te splitsen voor enerzijds de kosten van inzameling, transport en zuivering van afvalwater en anderzijds de kosten van inzameling van afvloeiend hemelwater (regenwaterheffing). De wettelijke regeling biedt dus ruimte om een deel van de rioolheffing om te vormen tot een fiscale prikkel voor eigenaren van percelen om te investeren in de regenbestendigheid van het huis, gebouw, tuin, etc. Het gaat dan om het verminderen van de hoeveelheid water dat in het gemeentelijk riool terecht komt en het voorkomen van overstromingen en het tegengaan van bodemdaling door verdroging en dergelijke (behorende bij het thema klimaatadaptatie (droge voeten). Een enkele kleine gemeente maakt gebruik van deze mogelijkheid. Een alternatieve mogelijkheid is om uit de opbrengst van de rioolheffing subsidie te verstrekken om bedrijven/burgers te stimuleren minder regenwater af te laten stromen vanaf hun perceel.
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10240909
Conclusie Bij introductie van een gedifferentieerd tariefsysteem zullen de controle-, toezicht-, en handhavingskosten als ook de kosten van heffing en inning van de rioolheffing aanzienlijk toenemen ten opzichte van de huidige situatie. De rioolheffing scoort bij een gedifferentieerd tariefsysteem om die reden laag op de criteria efficiënt en eenvoudig. Het college zal daarom de huidige systematiek van de rioolheffing niet heroverwegen. Het college vindt het daarentegen effectiever om andere stimuleringsactiviteiten te omarmen zoals de Operatie Steenbreek. Dat is een veel directere vorm van stimulering en daarmee belast je het belastingsysteem niet. En de effecten mogen er zijn: het afgelopen jaar zijn in Den Haag meer dan 200.000 stoeptegels vervangen door groen. Met deze score werd de gemeente de grote winnaar in de tweede editie van het NK Tegelwippen. F.
Overige gemeentelijke belastingen
F.1 Groene leges Als we kijken naar de overige gemeentelijke belastingen en heffingen die ingezet kunnen worden bij verduurzaming door woningeigenaren, dan liggen er vooral kansen bij de bouwleges vanwege de hoogte van de aanslagen en de duidelijke link met duurzaamheid. Den Haag heeft met ingang van 2018 een regeling vermindering leges voor duurzame bouwplannen (regeling groene leges) vastgesteld (RIS303682). Bij de groene leges hoeven er bij duurzame investeringen minder of soms zelfs geen leges te worden betaald voor de benodigde vergunning. Legesvermindering wordt verleend als een bouwplan duurzamer is gebouwd dan de wet vereist. F.2 Overige gemeentelijke belastingen Bij de overige gemeentelijke belastingen en heffingen, zoals de toeristenbelasting en de hondenbelasting, is er geen directe relatie met de woning en vallen om die reden buiten de scope van het onderzoek. G. Experiment woningverduurzamingsbijdrage Eén van de belemmeringen voor de huidige duurzaamheidsopgave is het ontbreken van een voor woningeigenaren toegankelijke en aantrekkelijke financieringsvorm. De in het klimaatakkoord aangekondigde ontwikkeling door banken van vormen van gebouwgebonden financiering waarbij de financiering rust op de onroerende zaak in plaats van op de eigenaar van de onroerende zaak, is vastgelopen. Zie ook onderdeel 2 (Verduurzaming via erfpacht) van deze brief.
Wel is door De Woonpas5 een instrument ontwikkeld (gemeentelijke verduurzamingsbijdrage) waarbij de gemeente de verduurzaming van woningen voorfinanciert (via Bank Nederlandse Gemeente). Per woning wordt een calculatie gemaakt van de verduurzamingsmogelijkheden in de vorm van isolatie en zonnepanelen. De kostenbesparing op de energierekening wordt vervolgens gekapitaliseerd over 30 jaar. Wanneer dat bedrag voldoende is voor de verduurzaming, dan is sprake van een business case. De woningeigenaar verleent dan toestemming voor de verduurzaming en stemt in met de heffing van baatbelasting voor de terugbetaling van de investering. Hiervoor wordt bij de woningeigenaar gedurende 30 jaar een aanslag baatbelasting opgelegd die overeenkomt met de besparing op de energielasten. Per saldo zal de huidige woningeigenaar geen financieel nadeel ondervinden van de verduurzaming van zijn woning (woonlastenneutraal).
5 De Woonpas is een bedrijf (BV) en heeft de ambitie om in samenwerking met gemeenten
woningverduurzaming toegankelijk en betaalbaar te maken voor alle woningeigenaren.
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10240909
Het geheel bevindt zich nog in een experimentele fase. Op dit moment wordt in de gemeente Wijk bij Duurstede voor het eerst woningen verduurzaamd met deze regeling. Ook loopt er een onderzoek dat wordt uitgevoerd door het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) samen met EY6 in opdracht van de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland naar deze vorm van woningverduurzaming. Van belang hierbij is dat de minister van BZK zich eerder negatief heeft uitgelaten over deze variant waarbij belastingheffing wordt gekoppeld aan financiering. H. Conclusie De conclusie van het onderzoek is dat het gemeentelijke fiscale stelsel geen effectieve mogelijkheden biedt om huiseigenaren te stimuleren om te verduurzamen (behoudens de groene leges maar die heeft Den Haag al ingevoerd). De inzet van dit stelsel bij het stimuleren van verduurzaming kent bovendien veel nadelen en er zijn ook risico’s. Het incorporeren van verduurzaming in het belastingstelsel verhoudt zich daarom minder goed met de basisprincipes van Prof. dr. Leo Stevens dat een belastingstelsel effectief, efficiënt en eenvoudig moet zijn. Er zijn bovendien betere alternatieven voorhanden. Subsidieregelingen zijn bijvoorbeeld een veel effectiever instrument om in te zetten: • De gemeente kan hiermee veel gerichter sturen op resultaten.
• Het is een apart instrument dat zuiver kan worden toegepast in vergelijking tot het inpassen in een instrument dat er in de aard niet op is toegesneden. Het onderzoek geeft het college daarom op dit moment geen aanleiding de huidige systematiek van de belastingen in Den Haag aan te passen.
2.
Verduurzaming via erfpacht
Erfpacht wordt genoemd als een van de instrumenten die ervoor kan zorgen dat het voor woningeigenaren makkelijker wordt om te investeren in het verduurzamen van de woning. Financiering via erfpachtmodellen is een variant op de mogelijkheid van gebouwgebonden financiering. Het verschil is dat bij erfpacht extra geld door de verkoop van de grond wordt vrijgemaakt. Bij gebouwgebonden financiering wordt extra geld verkregen via een lening met de woning als onderpand. Beide constructies hebben invloed op de financiële positie van de woningeigenaar en die van de banken en overige kredietverstrekkers. Om gebouwgebonden financiering mogelijk te maken werkte de Rijksoverheid aan aanpassingen aan het Burgerlijk Wetboek. Banken en andere geldverstrekkers zouden dan een lening kunnen geven die is gekoppeld aan een woning, en niet aan een persoon. Daardoor zou het voor de woningbezitter minder risicovol worden om te investeren in duurzaamheidsmaatregelen. Bij verkoop van de woning zou een dergelijke lening automatisch overgaan op de nieuwe koper, en die zou dan de rente en aflossing moeten doorbetalen.
In september 2020 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties laten weten aan de Tweede Kamer dat uit Europese en nationale wet- en regelgeving rond kredietverlening en de rechten van consumenten en de zorgplicht van kredietverstrekkers volgt dat deze financieringsconstructie niet mogelijk is. Vanuit het Rijk werd tegelijkertijd ook onderzocht onder welke voorwaarden financiering via erfpachtmodellen acceptabel en verantwoord is voor woningeigenaren, hypotheekverstrekkers en de aanbieders van erfpachtfinanciering zelf. Voor het Haagse erfpachtmodel is in 2019 intern onderzocht of verduurzaming via het erfpachtstelsel mogelijk was. 6. EY is een internationaal opererend dienstverlenend bedrijf actief op het gebied van accountancy,
belastingadvies en bedrijfsadvies.
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10240909
De opzet van deze financiering is dat woningeigenaren de gemeente kunnen verzoeken om hun onroerende zaak (grond met woning) te kopen onder voorbehoud dat de gemeente diezelfde grond aan die woningeigenaar weer in erfpacht uitgeeft. Het resultaat daarvan is dat de gemeente eigenaar van de onroerende zaak wordt en de voormalige eigenaar erfpachter wordt. Als erfpachter verwerft hij het meest exclusieve genot van de grond met daarop de woning. Door deze transactie zou de voormalig eigenaar/erfpachter geld moeten overhouden. De gemeente betaalt namelijk meer aan de voormalig eigenaar voor het eigendom van de onroerende zaak dan dat hij als erfpachter aan de gemeente voor het exclusieve genot betaalt. Met dat geld kan de erfpachter dan verduurzamingsmaatregelen treffen voor de woning. In oktober 2019 is over de financieringsconstructie via erfpacht een rapport verschenen in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. In december 2019 lichtte de Minister de Tweede Kamer in over de bezwaren van partijen over financiering via erfpacht. Onder andere de complexiteit en begrijpelijkheid voor de woningeigenaar en de transactiekosten die zijn verbonden aan de verkoop werden genoemd. Bovendien was medewerking nodig van de kredietverstrekkers waar de woningeigenaar de hypotheek heeft lopen.
Verstrekkers gaven aan dat hun vorderings-en risicopositie wordt aangetast en dat er aanzienlijke administratieve kosten mee zijn gemoeid. Grootschalige toepassing werd daarom waarschijnlijk niet haalbaar geacht.7 Op 19 mei 2020 (Afdoening motie Verkoop grond voor verduurzaming woning RIS303256) heeft het college laten weten dat ervoor is gekozen om het landelijk model te volgen en niet zelfstandig iets los van deze ontwikkelingen op te zetten. Er is toegezegd dat de ontwikkelingen vanuit het Rijk en de ontwikkelingen in andere gemeenten nadrukkelijk zullen worden gevolgd. Sindsdien hebben zich geen noemenswaardige ontwikkelingen voorgedaan en lijkt het erop dat zowel het Rijk als de andere gemeenten geen intentie meer hebben om financiering via erfpachtmodellen verder te onderzoeken. De financiering via erfpacht lijkt daarmee niet haalbaar te zijn. De conclusie is dan ook dat er geen reden is om een erfpachtmodel voor financiering van duurzaamheid voor de Haagse situatie te gaan ontwikkelen. Eventuele toekomstige relevante landelijke en gemeentelijke ontwikkelingen zullen via de voortgangsbrief Duurzaamheid worden gecommuniceerd. Met vriendelijke groet, de wethouder van Duurzaamheid en Energietransitie Liesbeth van Tongeren
7 Integrale visie op de Woningmarkt, brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 17 december
2019, kamerstuk 32 847, nummer 585,
7/7