RIS311355 Afdoening motie Verken lokaal verbod op straatintimidatie
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
001
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
BSD/10272727 RIS311355 Contactpersoon
Henri van der Heijden Dienst
BSD Afdeling
Veiligheid Stedelijk Telefoonnummer
14070 E-mailadres
Datum
22 maart 2022 Onderwerp
Afdoening motie: ‘Verken lokaal verbod op straatintimidatie’
Uw raad heeft tijdens de behandeling inzake Samen tegen straatintimidatie: plan van aanpak Den Haagt 2021-2022 (RIS310689) op 20 januari 2022 de door het raadslid mevrouw Mostert ingediende motie ‘Verken lokaal verbod op straatintimidatie (RIS311355) aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: − landelijke wetgeving om straatintimidatie strafbaar te stellen in de maak is, maar niet voor 2023 verwacht wordt; − Arnhem en Alkmaar lokaal een mogelijkheid gevonden lijken te hebben voor een verbod op straatintimidatie. Van mening dat: − preventie cruciaal is, maar dat dit niet van de een op andere dag effect heeft; − slachtoffers zich door strafbaarstelling serieuzer genomen voelen en hen dit motiveert om vaker melding te maken van straatintimidatie; − we er alles aan moeten doen om straatintimidatie tegen te gaan. Verzoekt het college: − te onderzoeken of er naar Alkmaars en Arnhems voorbeeld mogelijkheden liggen voor een Haags verbod op straatintimidatie; − de raad hierover te informeren in Q2 van 2022. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10272727
Inleiding Respect hebben voor elkaar en elkaar respectvol benaderen is de basis voor een veilige samenleving. Straatintimidatie is daarom onacceptabel. Iedereen moet zich veilig voelen op straat. Uit onderzoek is gebleken dat steeds meer groepen, met name vrouwen, in toenemende mate met uiteenlopende vormen van straatintimidatie worden geconfronteerd1. Voor veel vormen van dit grensoverschrijdend gedrag geldt al een strafrechtelijk verbod, zoals beledigen of aanranden (door betasting etc.). Een verbod op straatintimidatie dient als aanvulling hierop. Hiermee kan iedere vorm van opdringerige en intimiderende benadering in het openbaar worden tegengegaan. Het gaat bijvoorbeeld om uitjouwen, intimiderende gebaren, geluiden, gedragingen of onnodig opdringen. Verbod op straatintimidatie in de APV De gemeente Rotterdam heeft in 2018 als eerste een verbod op straatintimidatie opgenomen in de APV. In de praktijk bleek de bewijsvoering bijzonder lastig. Van de 2000 meldingen (2018) kon slechts in één zaak tot vervolging worden overgegaan omdat er sprake was van een heterdaad situatie. De boete is aangevochten en heeft uiteindelijk geleid tot een uitspraak van het Gerechtshof in 2019 2. Oordeel Gerechtshof Het hof heeft het verbod allereerst getoetst aan artikel 7 lid 3 Grondwet, waarin het recht op vrijheid van meningsuiting is vastgelegd.
Het hof oordeelt dat, gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad, het artikel uit de APV van Rotterdam in zijn geheel in strijd is met artikel 7 lid 3 Grondwet (Vrijheid van meningsuiting). Het Gerechtshof stelt dat er geen reden is om hierbij onderscheid te maken tussen enerzijds verbale uitingen en anderzijds fysieke gedragingen. Een verbale uiting kan namelijk vergezeld worden door een gebaar, waardoor deze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Bovendien kunnen gebaren, geluiden of gedragingen zelfstandig een uiting van gevoelens zijn. Op het grondrecht in vrijheid de inhoud van gedachten of gevoelens te uiten, kan alleen bij wet in formele zin (en dus niet via een gemeentelijke verordening, zoals de APV) een beperking worden aangebracht. Het gerechtshof merkt daarbij ten overvloede op dat de rubricering van het artikel in de Rotterdamse APV vraagtekens oproept. Het artikel staat in de paragraaf Openbare Orde. Het doel van het artikel is echter het beschermen van individuen tegen aanstootgevende uitlatingen en/of gedragingen. Dat die plaatsvinden in de openbare ruimte brengt op zichzelf nog geen openbare orde verstoring mee. Wetsvoorstel Seksuele Misdrijven Op basis van de uitspraak van het Gerechtshof, zijn twee eerder door uw raad ingediende moties om een verbod om straatintimidatie op te nemen in de APV niet haalbaar gebleken (RIS297503 en RIS304661).
Bij de afdoening van de motie is aangegeven dat het college -bij voorkeur in G4 verbandbij het Rijk zal blijven aandringen op formele wetgeving. In 2020 is het wetsvoorstel Seksuele Misdrijven in procedure gegaan. Daarin wordt ook straatintimidatie strafbaar gesteld. In 2021 is de consultatie van het wetsvoorstel afgerond. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Raad van State. De minister heeft het Hoofdlijnendebat van 10 maart jl. aangegeven dat, naar aanleiding van recente ontwikkelingen, wordt gekeken of de inwerkingtreding kan worden versneld. Alkmaar en Arnhem De gemeenten Alkmaar en Arnhem hebben onlangs toch een verbod op straatintimidatie in hun APV opgenomen. Ze menen dat het Gerechtshof deze mogelijkheid biedt door bovenstaande overweging ‘ten overvloede’ over de onlogische rubricering van het verbod in de paragraaf over Openbare Orde. In hun APV’s staat het verbod niet langer in de paragraaf over openbare orde, maar in de paragraaf over hinderlijk gedrag.
1
https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2022/straatintimidatie-van-jongeren
2
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:3293
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10272727
Daarmee gaan deze gemeenten echter voorbij aan het feit dat het Gerechtshof in zijn uitspraak bovenal heeft vastgesteld dat een lokaal verbod op straatintimidatie, überhaupt niet mogelijk is, omdat alleen de wetgever de grondwettelijke vrijheden mag inperken. Een andere rubricering in de APV leidt niet tot een andere uitkomst van de toets aan artikel 7 lid 3 Grondwet. De overweging inzake de rubricering is niet zonder rede ‘ten overvloede’. Bij straatintimidatie gaat het per definitie om de inhoud van hetgeen een persoon in woord of gedraging wil overbrengen. Het oordeel van het Gerechtshof is helder dat die uitingen worden beschermd door artikel 7 lid 3 Grondwet. Inperking daarvan is slechts mogelijk bij formele wet. Het college ziet dan ook geen grond om het voorbeeld van Alkmaar en Arnhem te volgen. Haagse aanpak straatintimidatie Er gebeurt al veel in Den Haag om respectvol gedrag te stimuleren. Denk aan de inzet voor een goede opvoeding, respect binnen de sport of lessen die worden gegeven op scholen. Voortbouwend op die initiatieven heeft uw raad op 20 januari 2022 ingestemd met het raadsvoorstel tot vaststelling van het plan van aanpak Den Haag 2021-2022 “Samen Tegen Straatintimidatie”. Deze aanpak kent drie pijlers: preventie en bewustwording; meldingsbereidheid; veiligheid op straat.
In het plan van aanpak wordt benadrukt dat straatintimidatie een uitingsvorm is van een onderliggend, breed maatschappelijk probleem: normloos gedrag. Het treffen van repressieve, risico beheersende en controlerende maatregelen door de overheid is onvoldoende om dit gedrag te bestrijden. Daarvoor is een integrale aanpak nodig, gebaseerd op voormelde pijlers. Een verbod op straatintimidatie kan, ondanks de lastige bewijsvoering, daaraan bijdragen door de normerende werking die van strafbaarstelling uitgaat. Het college zal daarom, bij voorkeur in G4-verband, aandringen op versnelde behandeling van het wetsvoorstel Seksuele Misdrijven. Conclusie Gelet op artikel 7 lid 3 Grondwet en de jurisprudentie van het Gerechtshof, achten wij een APV-verbod op straatintimidatie -zowel in verbale als fysieke uitingsvorm- niet mogelijk. Het voorbeeld vanuit Alkmaar en Arnhem kan daarom niet worden gevolgd. Hiervoor is een wet in formele zin noodzakelijk. Het wetsvoorstel Seksuele Misdrijven bevat een verbod op straatintimidatie. Het college zal aandringen op versnelde behandeling van dit wetsvoorstel. In G4-verband zijn we met het Rijk in overleg om -na inwerkingtreding- te komen tot een goede implementatie. Ondertussen zet het college in op de verdere uitvoering van het plan van aanpak “Samen Tegen Straatintimidatie”.
In 2023 vindt een eerste evaluatie plaats die aan uw raad wordt toegezonden. De afstemming en samenwerking in G4-verband, ook op thema’s als preventie en bewustwording, zal bij deze evaluatie en de jaarlijkse voortgangsrapportages worden betrokken. Wij hopen dat uw raad hiermee voldoende is geïnformeerd en beschouwen de motie als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris de burgemeester Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3