RIS311295 Bijlage 4-Advies Ontwerp Omgevingsvergunning-Gemeente Den Haag-20190626
Tekst van het document
Retouradres Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Uw brief van
Ministerie van Ez (Mijnbouw) t.a.v. C. Sayginer Postbus 20401 2500 EK Den Haag
Ons kenmerk
201906013/7249749 Contactpersoon
F.W.J. van der Waal Telefoonnummer
(070) 353 2774 E-mailadres
ferry.waal@denhaag.nl Aantal bijlagen
1
Datum
Zie documentenlijst Onderwerp
positief specifiek advies voor aanvraag om een omgevingsvergunning voor Zuidwoldestraat 1K
Geachte heer/mevrouw, Op 22 maart 2019 ontvingen wij uw verzoek om specifiek advies omgevingsvergunning voor het plaatsen van 2 pompkelders, een hemelwaterbassin, een trafo ten behoeve van nutsvoorziening en het veranderen en vergroten van een energiegebouw Zuidwoldestraat 1K. Wij adviseren u over de activiteiten ‘Bouwen’ en ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’. Op dit verzoek geven wij een positief advies. De motivering van ons advies vindt u in de bijlage. Die bevat voor de activiteiten ‘Bouwen’ en ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ de beoordeling, advisering en de van toepassing zijnde voorschriften. De advisering over het milieugedeelte heeft u via het omgevingsloket ontvangen. Contact Heeft u vragen na het lezen van deze brief? Dan kunt u contact opnemen met F.W.J. van der Waal.
Burgemeester en wethouders van Den Haag, namens dezen: Adjunct teammanager vergunningen, afdeling Vergunningen & Toezicht
F. Oudshoorn
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T (070) 353 2774 www.denhaag.nl
WABO158
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
201906013/7249749
Bijlage Beoordeling activiteiten Op basis van de aard en inhoud van deze aanvraag is volgens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen het gebruiksdoel -Industriefunctie- vastgesteld. Activiteit ‘Bouwen’ Voor zover van toepassing is deze activiteit getoetst aan: - het bestemmingsplan ‘Florence Nightingale Park’, waar ter plaatse van uw initiatief de bestemming ‘Bedrijf’ en de functieaanduiding ‘Nutsvoorziening’ zijn opgenomen; - het bestemmingsplan ‘parapluherziening (fiets)parkeren’; - de Bouwverordening; - het Bouwbesluit 2012; - de Welstandsnota. Het (ver-)bouwen van gebouwen mag uitsluitend plaatsvinden binnen het op de plankaart aangegeven bouwvlak. Hierbij geldt een maximale bouwhoogte van 13 m. Hierbij is mede beoordeeld dat de parkeerbehoefte als gevolg van het (ver-) bouwplan niet toeneemt. Gebleken is dat de aanvraag niet voldoet aan de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan voor wat betreft het overschrijden van de bouwhoogte door de nieuwe schoorsteen en de nieuwe waterbassins, alsmede het bouwen buiten het bouwvlak meteen overschrijding van circa 2,9 meter. Hierdoor wordt de aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag tot het afwijken van deze regels. Dit betekent dat de gevraagde omgevingsvergunning niet kan worden verleend, tenzij wordt afgeweken van de desbetreffende planregels. Wij zijn bereid deze afwijking toe te staan.
Voor de motivering om af te wijken van deze planregels verwijzen wij naar de beoordeling van de activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’. Op 16 april hebben wij de Veiligheidsregio Haaglanden een verzoek tot advies over externe veiligheid verzonden voor de realisatie van een gasscheidings- en drooginstallatie voor de geothermie installatie aan de Leyweg. Op 23 juni 2019 heeft de VRH als volgt geadviseerd: De gaswaterscheider wordt gerealiseerd aan de zuidzijde van het gebouw, het bestaat uit een horizontale tank. Hierin wordt het gas aan de bovenzijde verzameld. Aan de bovenzijde zit een gasaflaat vanwaar het gas naar een gasdroger wordt geleid. Het gedroogde gas wordt naar een gasketel geleid, waarmee het warmtesysteem verder wordt opgewarmd. In geval van falen gaat het gas automatisch naar een gasfakkelinstallatie. Daarnaast is nog een aanvraag gedaan voor een flessenbatterij, en de opslag van gevaarlijke stoffen conform PGS 15 (3600 liter ADR 8). Op 3 juni 2019 heeft de VRH advies gegeven op deze aanvraag. Hierin zijn drie punten aangegeven die onduidelijk waren in de aanvraag. 1) De flessenbatterij (met cryogene stoffen) staan niet op de tekeningen 2) De PGS 15 opslagen staan niet op de tekeningen
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
201906013/7249749
a.
Op welke wijze voldoen ze aan een gelijkwaardige oplossing om dat er meer dan 2500 kilo wordt opgeslagen 3) Het is van belang om aandacht te schenken aan de ATEX-zone van de affakkelinstallatie i.r.t. de trambaan. Door de aanvrager is op 20 juni 2019 reactie gegeven op de drie bovenstaande punten, welke luidt als volgt: 1) De flessenbatterij (met cryogene stoffen) staan niet op de tekeningen Reactie: In tekst wordt omschreven waar opslag gaat plaatsvinden van 6000 l stikstof : namelijk Verdiepingsvloer energiegebouw in brandwerende ruimte. Verder is er alleen nog Koolzuurgas in werkvoorraad aanwezig. Er komt geen flessenbatterij, zoals opgenomen in paragraaf 2.1 v.d. toelichting op aanvraag komt er een opslagtank van 6.000 liter stikstof en die staat dus als gesteld op de verdiepingsvloer aangegeven. Conclusie : Deze opslag dient plaats te vinden conform PGS 9 2) De PGS 15 opslagen staan niet op de tekeningen Reactie: De PGS 15 gaat enkel over de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Zoals opgenomen in paragraaf 2.1 en 2.3 gaat het in totaliteit om 3.600 kg die wordt opgeslagen in een prefab opslagvoorziening conform PGS15. Dat impliceert dat deze opslagvoorziening 60 minuten brandwerend is uitgevoerd. De situering van deze prefab opslagvoorziening is in de ruimte voor de filters. Conclusie : Zowel in het rapport als op tekening staat niet waar dit wordt opgeslagen. a.
Op welke wijze voldoen ze aan een gelijkwaardige oplossing om dat er meer dan 2500 kilo wordt opgeslagen? Reactie: De vraag over gelijkwaardigheid heeft waarschijnlijkheid betrekking op onderdelen uit het Bouwbesluit mbt brandcompartimentering en vuurlast. Echter wanneer een prefab opslagvoorziening inpandig is opgesteld en 60 minuten brandwerend is, wordt dit eigen brandcompartiment. Conclusie : Nee in PGS 15 voorschrift 3.2.4. staat dat er maximaal 2500 kilo mag worden opgeslagen in een inpandige opslagvoorziening. Wanneer dit meer is zal er een gelijkwaardige oplossing moeten worden bedacht. 3) Het is van belang om aandacht te schenken aan de ATEX-zone van de affakkelinstallatie i.r.t. de trambaan. Reactie: Dit is niet iets wat wordt geregeld in een aanvraag voor het onderdeel milieu, dit betreft feitelijk een Arbo technisch aandachtspunt en toepassing/opstelling van apparatuur. Echter in paragraaf 1.12 van de Toelichting op de aanvraag wordt hier aandacht aan besteed. Citaat “Alle installaties die worden aangewend bij het ontgassen van het grondwater en daar waar mogelijk, als gevolg van niet naar behoren werkende installatie-onderdelen, aardgas of formatiegas vrij zou kunnen komen zijn explosieveilig (ATEX) uitgevoerd.” Einde citaat. De leverancier van de affakkelinstallatie is nog niet bekend.
De ATEX zonering van de installaties is van belang en daarom heeft HAL een voorlopig explosie veiligheidsrapport op laten stellen. Daarin is alleen de gas-waterscheider van belang gebleken nadat de detail engineering gereed is zal er definitief een explosie veiligheidsrapport worden opgesteld. Conclusie : Klopt. Het betreft ook slechts een aandachtspunt. Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan wordt aan de beoordelingsgronden van het Bouwbesluit 2012 en de Bouwverordening. Op 6 mei 2019 hebben wij beoordeeld of het bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 12a, eerste lid onder a, van de Woningwet.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
201906013/7249749
De beoordeling luidt als volgt: Akkoord Het bouwplan is getoetst aan de Welstandsnota. “Met de voorgestelde vormgeving – vrijwel als bestaand – wordt de uitbreiding van het energiegebouw vormen de het bestaande gebouw en de toevoegingen een overtuigend nieuwe geheel. De grotendeels ondergrondse bebouwing van het putterrein heeft bovengronds een beperkte invloed op de uitstraling van de omgeving. De inrichting van het omringende terrein met enkel asfalt is pover. Enige aandacht voor een prettige inpassing is wenselijk.” Wij nemen het advies van de welstands- en monumentencommissie over. Eindoordeel activiteit ‘Bouwen’ Op basis van de beoordeling van de activiteit bestaat er geen bezwaar tegen het, met toepassing van artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verlenen van de vergunning voor de activiteit ‘Bouwen’. Aan deze vergunning voor bovengenoemde activiteit verbinden wij de volgende voorschriften: Het bouwen moet gebeuren volgens de bepalingen van het Bouwbesluit en de Bouwverordening. Tevens moet worden voldaan aan de hierna opgenomen nadere voorschriften en bepalingen. Voorschriften op basis van de Regeling omgevingsrecht (Mor) Artikel 2.1, 2.2 en 2.7 Nader in te dienen constructieve gegevens De bij de aanvraag ingediende constructieve gegevens geven voldoende informatie over de hoofdlijn van de constructie.
De hierna genoemde gegevens van de constructie en de bouwveiligheid moeten minimaal drie weken voor uitvoering worden ingediend. Deze kunt u per e-mail sturen naar de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Afdeling Vergunningen en Toezicht, Team Bouwconstructies en Bouwfysica, e-mailadres oloaanvraag@denhaag.nl. Indien de aanvraag via het omgevingsloket is ingediend kunt u de gegevens ook uploaden via www.omgevingsloket.nl. Vermeld in alle gevallen ons dossiernummer. - de tekeningen en berekeningen; - het funderingsplan en de uitvoeringswijze. Deze gegevens dienen te zijn goedgekeurd voordat met de uitvoering wordt begonnen. Voorschriften op basis van het Bouwbesluit 2012 Afdeling 8.1 Aan de werkzaamheden worden met betrekking tot de invloed op de belendingen en de omgeving de volgende voorwaarden gesteld:
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
201906013/7249749
-
-
De invloed van trillingen op de belendingen moet worden bepaald volgens de SBR-richtlijn Trillingen, deel A "Schade aan gebouwen, meet- en beoordelingsrichtlijn" 2002 en er moet worden voldaan aan de grenswaarden. Er mag niet worden gehesen boven de openbare weg en boven ruimten van belendingen wanneer zich daar mensen bevinden.
Artikel 1.23 Aanwezigheid bescheiden Tijdens het bouwen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig: de omgevingsvergunning voor het bouwen. Artikel 1.25 Mededeling aanvang en beëindiging werkzaamheden Ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de bouwwerkzaamheden waarop deze vergunning ziet, dient de houder van deze vergunning ons schriftelijk van de aanvang van die werkzaamheden, met inbegrip van ontgravingswerkzaamheden, in kennis te stellen. Ten minste op de dag van beëindiging van de bouwwerkzaamheden waarop deze vergunning ziet, dient de houder van deze vergunning ons schriftelijk van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis te stellen. Nadere aanwijzingen Om de beoogde activiteiten te kunnen verrichten wijzen wij u in ieder geval op de onderstaande mogelijke vergunning- of meldingsplicht en/of benodigde ontheffingen/onderzoeken. U dient zelf na te gaan of wellicht nog andere vergunningen/toestemmingen benodigd zijn. Algemene Plaatselijke Verordening van Den Haag Op grond van deze verordening is het verboden zonder vergunning of instemmingsbesluit een voorwerp (bijvoorbeeld een afvalcontainer / steiger) op, in, over of boven de weg te plaatsen, aan te brengen of te hebben, of de weg anders te gebruiken of af te zetten dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
De hiervoor benodigde vergunning / instemmingsbesluit en informatie hieromtrent kunnen worden aangevraagd bij de wegbeheerder van het betreffende stadsdeel, Dienst Publiekszaken. Tel. 14070. (Postbus 12620 2500 DL Den Haag) of via: http://www.denhaag.nl/home/bewoners/loket/vergunningen/openbare-weg.htm Kwaliteit overige bouwdelen Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat de te verbouwen onderdelen van uw bouwplan voldoen aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Blijft onverlet dat de eigenaar of degene die uit andere hoofde bevoegd is, in beginsel verantwoordelijk is dat het gehele bouwwerk voldoet aan de bouwregelgeving.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
201906013/7249749
Activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ Voor zover van toepassing is deze activiteit getoetst aan het bestemmingsplan ‘Florence Nightingale Park’, waar ter plaatse van uw initiatief de bestemming ‘Bedrijf’ en de functieaanduiding ‘Nutsvoorziening’ zijn opgenomen. Gebleken is dat de aanvraag niet voldoet aan de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan voor wat betreft het overschrijden van de bouwhoogte door de nieuwe schoorsteen en de nieuwe waterbassins, alsmede het bouwen buiten het bouwvlak met circa 2,9 meter diep. Het bestemmingsplan biedt geen toereikende afwijkingsmogelijkheid voor de geconstateerde strijdigheid. Wij zijn bereid de afwijking van de desbetreffende bestemmingsplanregels toe te staan op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 2º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto artikel 4, lid 1 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) op grond van de volgende motivering: De aanvraag is in strijd met het bestemmingsplan Florence Nightingale park. De aanvraag gaat over het veranderen en het vergroten van het energie gebouw. De aanvraag is in strijd omdat er buiten het bouwvlak wordt gebouwd en de maximale bouwhoogte wordt overschreden. Het uitbreiden van de aardwarmtecentrale dient voor het algemeen belang en is nodig voor het verduurzamen van de stad.
De volume van de aanbouw past goed binnen de bestaande vorm van het gebouw. Ook de lengte van de schoorsteen die de maximale hoogte overschrijdt met 5 meter past binnen de bouwvolumes van het bestaande gebouw. Door de goede inpassing en de bijdrage aan het verduurzamen van de stad hebben we geen bezwaren tegen de afwijkingen. Voor de nieuwe bassins geldt dat de hoogte wordt overschreden met 0,5 meter. Door deze minimale overschrijding in hoogte en het algemeen belang die de bassins dienen voor het verduurzamen van de stad hebben we geen bezwaren tegen deze afwijking. Eindoordeel activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ Op basis van de beoordeling van de aanvraag bestaat er geen bezwaar tegen het, met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 2º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verlenen van de vergunning voor de activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’.
6/6