RIS311267 Bijlage 1 ruimtelijk onderbouwing The Grace
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
The Grace Den Haag
The Grace: woningbouwontwikkeling aan de Rijswijkseweg 60 te Den Haag Ruimtelijke onderbouwing
Rapportnummer HB 6108-5-RA-013 d.d. 9 december 2021
The Grace: woningbouwontwikkeling aan de Rijswijkseweg 60 te Den Haag Ruimtelijke onderbouwing
opdrachtgever
SW Laakveld
rapportnummer
H B 6 10 8- 5 - R A- 0 13
datum
9 d e c emb e r 2 02 1
referentie
xxxxx
v e r a n t w o o r d e l i j k e xxxxx opsteller
xxxxx
peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – düsseldorf – dortmund – berlijn – leuven – parijs – lyon
HB 6108-5-RA-013 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Ligging plangebied
6
1.3
Vigerend bestemmingsplan
9
1.4
Leeswijzer
10
Planbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie plangebied
11
2.2
Toekomstige situatie plangebied
12
2.3
Ontwikkelingen nabije omgeving
14
Beleidskader
18
3.1
Algemeen
18
3.2
Rijksbeleid
18
3.3
Provinciaal beleid
19
3.4
Regionaal beleid
22
3.5
Gemeentelijk beleid
23
4
Omgevingsaspecten
30
4.1
Algemeen
30
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
30
4.3
Externe veiligheid
32
4.4
Bedrijven en milieuzonering
34
4.5
Verkeer en parkeren
38
4.6
Bodem
48
4.7
Ecologie
50
4.8
Natuurinclusief bouwen
54
4.9
Water
56
2
3
4.10 Luchtkwaliteit
64
4.11 Geluid
66
4.12 Windhinder
72
4.13 Bezonning
79
4.14 Duurzame verstedelijking
84
4.15 Trillingen
86
4.16 Milieueffectrapportage
87
4.17 Participatie
90
5
Uitvoerbaarheid
92
HB 6108-5-RA-013 3
5.1
Algemeen
92
5.2
Economische uitvoerbaarheid
92
5.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
92
HB 6108-5-RA-013 4
1
Inleiding
1.1 A a n l e i d i n g
Het voornemen bestaat twee woontorens op een perceel aan de Rijswijkseweg 60-86A te Den Haag te realiseren. Met de sloop van het nu aanwezige en gedateerde kantoorgebouw en parkeergarage wordt ruimte vrijgemaakt om te voorzien in de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling van 'The Grace' voorziet in een ensemble van twee woontorens met een hoogte van 155 en 182 meter. Deze woontorens worden op een 'plint' met commerciële en community functies geplaatst. Op deze plint worden daarnaast twee laagbouw appartementengebouwen gerealiseerd. The Grace krijgt een gemengd programma met in totaal 1.411 woningen en 3.247 m2 vvo (commerciële) voorzieningen. De stad Den Haag is volop in ontwikkeling en zal in de (nabije) toekomst sterk in inwoneraantal groeien, met een toenemende woningvraag tot gevolg. Den Haag kiest ervoor om deze groei vooral binnenstedelijk te laten plaatsvinden, waarvan een belangrijk deel vorm krijgt in het Central Innovation District, afgekort het CID. Het CID is een internationaal knooppunt waar ongeveer 90.000 mensen werken en meer dan 30.000 mensen studeren en is daarmee een economische motor van Den Haag. In het gebied Hollands Spoor/Laakhavens, waar het plangebied tot behoort, zullen daarbij de komende jaren diverse ontwikkelingen worden gerealiseerd om zodoende een hoog stedelijk gebied met een gemengd programma te creëren.
Hier zal een hoogbouwcluster worden ontwikkeld. Door het college van burgemeester en wethouders is dit gebied bovendien aangewezen als prioritair gebied. Dit houdt in dat dit gebied met prioriteit in ontwikkeling moet worden gebracht, aangezien zich hier kansen voordoen om op de relatief korte termijn een aanzienlijke invulling van de planvoorraad aan woningbouwlocaties te realiseren. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan deze verdichtingsopgave, en is één van de voorlopers binnen het CID. Het ontwerp voor The Grace vertaalt de ambities en uitgangspunten uit de structuurvisie voor het CID daarbij op een directe wijze, daar de beoogde ontwikkeling door middel van verdichting voorziet in een hoogstedelijk en aantrekkelijk gebied. Het kantoorgebouw ter plaatse van de Rijswijkseweg 60 zal hiertoe gesloopt worden waarna hier woningbouw in de vorm van hoogbouw zal worden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling geeft aldus invulling aan de woningbouwvraag en draagt bij aan de creatie van een aantrekkelijk stedelijk milieu. Bovendien is de beoogde ontwikkeling gelegen op een centrale locatie binnen de stad, vlakbij een OV-knooppunt, wat het een zeer geschikte locatie voor woningbouw maakt. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Laakwijk –Schipperskwartier’ dat op 9 juli 2009 door de gemeenteraad van gemeente Den Haag is vastgesteld.
Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan worden opgesteld. Hiertoe is een ruimtelijke onderbouwing nodig waarmee wordt aangetoond dat de realisatie HB 6108-5-RA-013 5
van het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat de realisatie van de beoogde ontwikkeling niet leidt tot belemmeringen voor de omgeving en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Opgemerkt wordt dat daarnaast voor de beoogde ontwikkeling een MER is opgesteld, daar door het bevoegd gezag geconcludeerd werd dat belangrijk nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten. The Grace is een groot en belangrijk project voor Den Haag, en is beeldbepalend voor de toekomstige skyline van de stad. Hoewel het een omvangrijk project is – is de impact op de directe omgeving – echter beperkt. Vooruitlopend op de besluitvorming rondom het CID en het op te stellen bestemmingsplan voor de Spoorzone wordt voor The Grace een separaat traject doorlopen. Voor de ontwikkelingen in de zone rondom station Hollands Spoor, waar het plangebied eveneens toe behoort, wordt thans een nieuw bestemmingsplan 'Spoorzone HS' opgesteld. De ontwikkeling van The Grace komt echter als eerste in ontwikkeling binnen het CID en de spoorzone, en loopt daarmee sterk vooruit qua planning. Daarom is gekozen om een separate procedure voor The Grace te doorlopen.
In de MER voor de beoogde ontwikkeling wordt nader toegelicht waarom ervoor gekozen is om de ontwikkeling van The Grace los te beschouwen van de overige ontwikkelingen in het CID en in het bijzonder de Spoorzone. 1.2 L i g g i n g p l a n g e b i e d
Het plangebied is gelegen aan de Rijswijkseweg 60 te Den Haag, zie figuur 1.1. Het plangebied bevindt zich nabij het centrum van Den Haag. Het treinspoor vormt een ruimtelijke scheiding tussen het plangebied en het centrum. Het station Den Haag Hollands Spoor is op loopafstand gelegen, waardoor het plangebied een strategische, centrale positie heeft binnen de stad. Het plangebied is aldus gelegen op een ideale locatie, zowel vlakbij een centraal OV-knooppunt als bij het centrum van Den Haag. Het plangebied is bovendien ontsloten met een aantal belangrijke ontsluitingswegen voor de auto: de Rijswijkseweg, het Rijswijkseplein, het Schenkviaduct, het Leeghwaterplein, de Calandstraat en de Neherkade. Via de Rijswijkseweg, de Neherkade en de Rotterdamsebaan is het Knooppunt Ypenburg (A12/A4) snel te bereiken. Via de Rijswijkseweg en het Schenkviaduct is Den Haag Centraal en de Utrechtsebaan (A12) goed ontsloten. In de omgeving van het plangebied is een aantal parkeergarages voor autoparkeren gevestigd, zoals Q-Park Laakhaven, ParkBee Haagse Toren en Parking Megastores. Het plangebied is verder ontsloten via tramlijn 15 (tramhalte Waldorpstraat/Station HS). Het plangebied is in het stadsdeel Laak, in het gebied het Schipperskwartier, gelegen. In het Schipperskwartier is voornamelijk sprake van woonbebouwing.
Ooit bestond het voornemen om van deze locatie een kantorenlocatie te maken. Hier is echter weinig van terechtgekomen. Alleen het kantoorgebouw ter plaatse van het plangebied is hier destijds wel gerealiseerd. Inmiddels is de vraag naar kantoren naar beneden bijgesteld. De meeste bedrijvigheid nabij het plangebied is te vinden aan de Rijswijkseweg en de Goudriaankade.
HB 6108-5-RA-013 6
Ten zuiden van het plangebied bevinden zich voornamelijk woningen. Richting het centrum (ten noorden van het plangebied) is er sprake van een meer stedelijk gemengd gebied, zowel woningen als bedrijvigheid zijn hier gesitueerd. Ten zuidwesten van het plangebied bevinden zich de Haagse Hogeschool en de Megastores (winkelcentrum met onder andere verschillende bouwmarkten). Het plangebied behoort tot het Central Innovation District (CID). Dit is het gebied tussen en rondom de stations Hollands Spoor, Centraal Station en Laan van NOI. Het CID betreft een samenhangend beleidsprogramma om te kunnen voorzien in de behoefte aan voorzieningen voor wonen, werken en leren in Den Haag. Er is geen concrete blauwdrukplanning van hoe het CID eruit komt te zien. Wel is in de structuurvisie voor het CID een integrale langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied gegeven. Het CID wordt daarbij door een toename van minimaal 25.000 arbeidsplekken en ongeveer 20.500 woningen met alle benodigde economische en maatschappelijke voorzieningen verdicht en versterkt.
De beoogde ontwikkeling is bovendien gelegen in één van de drie gebieden rondom de drie stations in het CID waaraan, aangezien op relatief korte termijn een aanzienlijke aanvulling kan worden gerealiseerd van de planvoorraad aan woningbouwlocaties, door college van burgemeester en wethouders een prioritaire status toegekend is1. In het gebied rondom het Hollands Spoor zullen de komende jaren dan ook ontwikkelingen plaatsvinden met volop ruimte voor wonen, werken en ontspannen. Het streven bestaat om van het station Hollands Spoor en diens omgeving een levendig en aantrekkelijk onderdeel van de Haagse binnenstad te maken. De ontwikkelingen richten zich op de transformatie van het gebied tot een gebied met alle kwaliteiten van een centrum stedelijk gebied: aantrekkelijk om te verblijven door verschillende ontmoetingsplekken, in een gebied met een hoge dichtheid en een gemengd programma. Het centrum van Den Haag maakt als het ware een sprong over het spoor door aansluitingen op de stad aan alle zijden van het station Hollands Spoor. Hier sluit de beoogde ontwikkeling goed op aan. De ontwikkeling van het gehele gebied zal uit diverse afzonderlijke ontwikkelingen bestaan en meerdere jaren duren, waarbij 'The Grace' als eerste in ontwikkeling komt.
1 Aanpak prioritaire gebieden Central Innovation District, gemeente Den Haag, kenmerk: DSO/2018.705 RIS300623 d.d.15 oktober 2018. HB 6108-5-RA-013 7
f1.1 Ligging plangebied (bron luchtfoto: Google Earth)
HB 6108-5-RA-013 8
1.3 V i g e r e n d b e s t e m m i n g s p l a n
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Laakwijk –Schipperskwartier’ dat op 9 juli 2009 door de gemeenteraad van gemeente Den Haag is vastgesteld. In figuur 1.2 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied wordt in deze figuur met blauw omcirkeld. De gronden ter plaatse van het plangebied kennen conform het vigerende bestemmingsplan deels de bestemming 'Kantoor' en deels de bestemming 'Verkeer-2'. f1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan waarin plangebied blauw is omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De gronden bestemd als 'Kantoor' zijn bestemd voor kantoren en parkeervoorzieningen. Tevens zijn hier de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, terreinen, laad- en losplaatsen, tuinen en erven, wegen en paden, groen en overige voorzieningen toegestaan. Het meest noordelijk gelegen bouwvlak kent tevens de functieaanduiding parkeerterrein. De maximale bouwhoogte die geldt voor gebouwen ter plaatse van de in het plangebied gesitueerde bouwvlakken, wordt in figuur 1.2 weergegeven. De gronden bestemd als 'Verkeer-2' zijn bestemd voor straten met doorgaande rijbanen, openbaarvervoerstroken en -banen, voet- en fietspaden, duikers, bruggen, speeltoestellen, woonboten, kiosken, horeca en parkeervoorzieningen. Tevens zijn hier de daarbij behorende HB 6108-5-RA-013 9
gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, groen, water en overige voorzieningen toegestaan. Het vigerende bestemmingsplan voorziet aldus niet in de beoogde ontwikkeling van een tweetal woontorens van 155 en 182 meter hoog. Om de ontwikkelingen planologisch juridisch mogelijk te maken zal daarom een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan opgesteld worden. Voorliggend document vormt de ruimtelijke onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Voor de ontwikkelingen in de zone rondom station Hollands Spoor, waartoe het plangebied eveneens behoort, wordt thans een nieuw bestemmingsplan 'Spoorzone HS' opgesteld. De ontwikkeling van The Grace komt echter als eerste in ontwikkeling binnen het CID en de spoorzone, en loopt daarmee sterk vooruit qua planning. Daarom is gekozen om een separate procedure voor The Grace te doorlopen. In de MER voor de beoogde ontwikkeling wordt nader toegelicht waarom ervoor gekozen is om de ontwikkeling van The Grace los te beschouwen van de overige ontwikkelingen in het CID en in het bijzonder de Spoorzone. 1.4 L e e s w i j z e r
Deze ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit vijf hoofdstukken. In dit inleidende hoofdstuk komt de aanleiding, ligging van het plangebied en het vigerende bestemmingsplan aan bod. In hoofdstuk 2 'Planbeschrijving' wordt het plan verder toegelicht, waarin zowel de huidige als de toekomstige situatie wordt besproken. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 'Beleidskader' een overzicht van het relevante beleid betreffende deze ruimtelijke onderbouwing. Hoofdstuk 4 'Omgevingsaspecten' is gewijd aan de impact van de ontwikkeling op de omgeving. Onder andere de aspecten geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, ecologie en archeologie zullen hier worden behandeld. Tot slot zal hoofdstuk 5 ingaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
HB 6108-5-RA-013 10
2
Planbeschrijving
2.1 H u i d i g e s i t u a t i e p l a n g e b i e d
Ter plaatse van het plangebied is in de huidige situatie een verouderd kantoorgebouw gesitueerd, zie figuur 3.1. Het gebouw is aan de Rijswijkseweg gelegen, ten zuiden van het plangebied bevindt zich de Bontekoestraat en ten oosten bevindt zich de Bontekoekade. Dit gebouw wordt ook wel de Laakpoort of het Spiegelpaleis genoemd en telt in totaal 13 verdiepingen. Het kantoorgebouw kent een oppervlakte van 12.587 m 2 bvo. In de huidige situatie bevindt zich naast het kantoorgebouw een parkeergarage met 275 parkeerplaatsen. f2.1 Huidige situatie plangebied
Ten noorden van het plangebied is het spoortraject Den Haag – Rotterdam gelegen. Voor de ingang van het huidige kantoorgebouw is de tramhalte Waldorpstraat/Station HS gelegen. Het traject van tramlijn 15 loopt langs het plangebied. Ten zuiden van het plangebied bevinden zich voornamelijk woningen. Tevens bevindt zich een aantal woonschepen aan de oostzijde van het gebouw. Richting het centrum is sprake van een meer stedelijk gemengd gebied, waar naast woningen tevens bedrijvigheid is gesitueerd. Ten zuidwesten van het plangebied bevinden zich de Haagse Hogeschool en de Megastores (winkelcentrum met onder andere verschillende bouwmarkten).
HB 6108-5-RA-013 11
2.2 T o e k o m s t i g e s i t u a t i e p l a n g e b i e d
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een gebouw met een tweetal woontorens en een tweetal laagbouw (31,5 meter hoog) appartementengebouwen. Dit gebouw zal tevens ruimte bieden aan commerciële voorzieningen. De twee woontorens kennen een hoogte van 155 en 182 meter. De lagere toren zal parallel aan de Rijswijkseweg staan, en de hogere toren staat parallel aan de Trekvliet. In figuur 2.2 wordt een impressie van de beoogde ontwikkeling weergegeven. De woontorens zullen ruimte bieden voor 1.411 huurwoningen, waarvan 30% sociale huurwoningen en 20% middeldure huurwoningen zijn. Er is een groeiende vraag naar compacte woningen met gedeelde voorzieningen en prettige openbare ruimtes. Middels de beoogde ontwikkeling worden huurwoningen (voornamelijk sociale huur en middeldure huur) op een strategische ligging vlakbij de stad en het openbaar vervoer gerealiseerd. f2.2 Impressie beoogde ontwikkeling
De plint van het gebouw zal naast woningen voorzien in totaal 3.247 m 2 vvo aan (commerciële) voorzieningen. Een deel van de commerciële voorzieningen, met een omvang van 2.257 m2 vvo, zijn publiek toegankelijk. Daarnaast is sprake van 701 m 2 bvo aan HB 6108-5-RA-013 12
commerciële voorzieningen en 289 m 2 vvo aan overige voorzieningen welke uitsluitend ten dienste van de bewoners van The Grace zijn. Deze verschillende functies in de plint worden verbonden door het atrium. Het atrium zal ruimte bieden aan een co-working community. Bewoners en niet-bewoners kunnen hier alleen of samen werken aan hun eigen ideeën, experimenten en start-ups. Een route door het gebouw zorgt voor een verbinding tussen de hoek Rijswijkseweg/Waldorpstraat tot aan de Bontekoekade nabij het spoor. Deze route geeft toegang tot het atrium in het hart van het gebouw. Ondersteunende functies, zoals bijvoorbeeld afvalverzameling, worden hoofdzakelijk op de begane grond en in de kelder gesitueerd. Tevens wordt ruimte voor fietsparkeerplaatsen geboden. Voor de bewoners worden 150 parkeerplaatsen gehuurd in de nabijgelegen Q-Park garage Laakhaven 2. Deze parkeergarage heeft voldoende overcapaciteit. Van de 150 parkeerplaatsen zijn 28 parkeerplaatsen voor deelauto's beschikbaar. Opgemerkt wordt dat in het Schipperskwartier parkeerbeleid ingevoerd zal moeten worden om het mobiliteitsconcept te laten slagen. Voor de verwarming en koeling van The Grace wordt een bodemenergiesysteem gerealiseerd in de vorm van een Warmte Koude Opslag (WKO). Er worden bovendien daktuinen, zie figuur 2.3, gerealiseerd waar de bewoners gebruik van kunnen maken. f2.3 Impressie daktuinen
2 Voor een nadere toelichting op de parkeersituatie wordt verwezen naar het verkeerskundig onderzoek The Grace Den Haag door Goudappel. Zie ook paragraaf 4.5. HB 6108-5-RA-013 13
2.3 O n t w i k k e l i n g e n n a b i j e o m g e v i n g
In het gebied rondom het Hollands Spoor zullen de komende jaren in het kader van de ontwikkeling van het CID gebied ontwikkelingen plaatsvinden met volop ruimte vo or wonen, werken en ontspannen. In figuur 2.4 wordt de ligging van het CID gebied weergegeven zoals opgenomen in de Agenda Ruimte voor de Stad van gemeente Den Haag. In deze figuur is tevens het plangebied aangegeven, waaruit volgt dat het plangebied is gelegen in een gebied bestemd voor hoogstedelijk wonen in het CID. f2.4
Uitsnede Agenda Ruimte voor de Stad, kaart 'Ruimte voor stedelijk wonen'
Het streven bestaat om van het station Hollands Spoor en diens omgeving een levendig en aantrekkelijk onderdeel van de Haagse binnenstad te maken. De vernieuwing van het gebied rond het station is al enkele jaren in ontwikkeling. Zo is bijvoorbeeld de Haagse Toren hier recentelijk gerealiseerd en is het studentencomplex The Y in ontwikkeling. Voor de omgeving van het plangebied is een tweetal documenten opgesteld, te weten de College Campus HS: Gebiedsagenda HS/Laakhavens en de Nota van uitgangspunten voor de Haagvlietpoort. In deze documenten worden de toekomstige ontwikkelingen in de omgeving op grote lijnen opgenomen. Onderstaand worden deze documenten kort toegelicht. College Campus HS: Gebiedsagenda HS/Laakhavens
In de gebiedsagenda voor Hollands Spoor/Laakhavens wordt aangegeven dat de omgeving van het Station Hollands Spoor in ontwikkeling is. De komende jaren gaan gemeente, ontwikkelaars en stakeholders ontwikkelingen in gang zetten ten behoeve van de verbetering van de knooppuntwaarde en aantrekkingskracht van het stationsgebied. De ontwikkelingen rondom Hollands Spoor en Laakhavens hebben als doel om het gebied te transformeren tot een gebied met alle kwaliteiten van een centrum stedelijk gebied; een HB 6108-5-RA-013 14
aantrekkelijk verblijfsgebied voorzien van ontmoetingsplekken, in een gebied van hoge dichtheid en een gemengd programma. Dit gebied zal worden getypeerd als een hip, creatief en dynamisch hoog stedelijk stadshart met ruimte voor ondernemerschap, economische experimenten en innovatie. Dit aantrekkelijke vestigingsmilieu zal plaats bieden aan starters, studenten, creatieve beroepen, sociale ondernemers en kenniswerkers, waarbij ontmoetings- en experimenteerruimten worden geboden om creatieve ondernemingen en commerciële activiteiten te faciliteren. De ontwikkeling van dit gebied bestaat uit diverse afzonderlijke ontwikkelingen. De ontwikkeling van het gehele gebied zal daarbij meerdere jaren duren, waarbij 'The Grace' als eerste in ontwikkeling komt. In figuur 2.5 wordt het gebied aangegeven waarop de gebiedsagenda van toepassing is. f2.5 Ligging HS/Laakhavens waarop plangebied met rood aangegeven wordt(bron: Gebiedsagenda HS/Laakhavens)
Station Hollands Spoor is één van de ankerpunten van het Central Innovation District (CID) en zal zich gaan ontwikkelen tot een hoog stedelijk gebied met een gemengd programma. In het gebied zal een groot aantal woningbouwontwikkelingen plaatsvinden. Momenteel is rondom station Hollands Spoor een groot aantal ontwikkellocaties aangewezen welke zich in diverse stadia van planvorming bevinden; van globale verkenning tot bouwplan in aanbouw. De beoogde ontwikkeling aan de Rijswijkseweg behoort tevens tot één van deze ontwikkellocaties, en kan worden gezien als één van de voorlopers voor de ontwikkeling van dit gebied. Nota van Uitgangspunten Haagvlietpoort
In de Nota van Uitgangspunten (NvU), zoals vastgesteld door het college van B & W van Den Haag, worden de randvoorwaarden en beleidsmatige kaders voor de verschillende nog HB 6108-5-RA-013 15
te ontwikkelen locaties en projecten binnen het gebied Haagvlietpoort opgenomen. In deze Nota wordt tevens aangegeven dat voor het gehele gebied gestreefd wordt naar een kwaliteitsverbetering van de buitenruimte. De ontwikkelingen in de nabije omgeving van het plangebied, conform de Nota van Uitgangspunten voor Haagvlietpoort, worden in figuur 2.6 weergeven. De beoogde ontwikkeling aan de Rijswijkseweg 60 wordt met nummer 4 aangegeven in deze figuur. Onderstaand worden de overige opgenomen ontwikkelingen nader toegelicht. f2.6 Ontwikkelingen conform Nota van Uitgangspunten Haagvlietpoort
1. De Drie Hoefijzers
Dit betreft de transformatie van een monumentaal complex, te weten een voormalig bierdepot, naar wonen in combinatie met bedrijfsruimte en horecavoorzieningen. 2. Nieuwbouw parkeerplaats Dintelstraat
Ter plaatse van de parkeerplaats aan de Dintelstraat wordt nieuwbouw gerealiseerd. Deze ontwikkeling zal kleinschalige bedrijfsruimte, woningen en parkeren omvatten. 3. Struyck II
Op deze locatie zal sprake zijn van woningbouw in combinatie met een gemengd programma in de plint. Hierbij zal sprake zijn van hoogbouw van circa 70 meter hoog. A. Loopbrug
In de directe nabijheid van het plangebied zal mogelijk een loopbrug over de Trekvliet worden gesitueerd. Door het toevoegen van een loopbrug over de Trekvliet, wordt de diagonale route gecontinueerd naar de Rivierenbuurt-Zuid. Het atrium van de beoogde ontwikkeling aan de Rijswijkseweg 60 zorgt hierbij voor een route die de verschillende stadsdelen verbindt.
HB 6108-5-RA-013 16
B. Velostrada
Er wordt gewerkt aan een Velostrada die onder andere langs station Hollands Spoor en station Laan van NOI loopt. De Velostrada is een hoogwaardige fietsverbinding die van Den Haag naar Leiden gaat en die erop gericht is om het fietsgebruik te stimuleren. Hiertoe zal een brug over de Trekvliet gesitueerd worden (zie figuur 2.7). f2.7 Ligging Velostrada nabij plangebied (bron: Schetsontwerp openbare ruimte, OKRA)
HB 6108-5-RA-013 17
3
Beleidskader
3.1 A l g e m e e n
In de volgende paragrafen wordt het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke en de functionele structuur omschreven. 3.2 R i j k s b e l e i d
3.2.1 N a t i o n a l e O m g e v i n g s v i s i e ( 2 0 2 0 )
Op 11 september 2020 is de definitieve Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aan de Tweede Kamer aangeboden. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal grote opgaven. De bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie vragen veel ruimte, meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Er moeten daarom keuzes gemaakt worden, zodat Nederland ook voor toekomstige generaties een veilig, gezond en welvarend land kan blijven. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. In de NOVI wordt daarbij een viertal prioriteiten aangegeven: − Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; − Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; − Sterke en gezonde steden en regio's; − Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI is erop gericht om voor deze vier prioriteiten de nationale beleidskeuzes (op strategisch niveau) zo scherp mogelijk te formuleren.
Waar keuzes op nationaal niveau in de NOVI zelf niet of nog niet scherp gemaakt kunnen worden of waar dit niet verstandig is, wordt richting gegeven aan decentrale keuzes. In de NOVI worden in totaal 21 nationale belangen benoemd. De beoogde ontwikkeling betreft een binnen gemeente Den Haag gelegen woningbouwontwikkeling, welke niet onder de primaire verantwoordelijkheid van het Rijk valt. De beoogde ontwikkeling sluit wel aan op meerdere in de NOVI aangekaarte prioriteiten, opgaven en nationale belangen. Zo sluit de beoogde ontwikkeling bijvoorbeeld aan op de nationale belangen gericht op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, en het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Hiermee wordt bijgedragen aan de HB 6108-5-RA-013 18
prioriteit om te voorzien in sterke en gezonde steden en regio's. Door middel van de beoogde ontwikkeling ontstaat op een goed bereikbare locatie een aantrekkelijke omgeving om in te wonen en verblijven. De beoogde ontwikkeling is hiermee niet in strijd met de toekomstvisie uit de NOVI. 3.3 P r o v i n c i a a l b e l e i d
3.3.1 O m g e v i n g s v i s i e e n O m g e v i n g s v e r o r d e n i n g Z u i d H o l l a n d ( 2 0 1 9 )
Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Op 1 april 2019 zijn de Omgevingsvisie en bijbehorende Omgevingsverordening in werking getreden. Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie Zuid-Holland bestaat uit een viertal onderdelen: − de introductie op het omgevingsbeleid, waarin tevens de ruimtelijke hoofdstructuur wordt beschreven; − de ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid, de ambities en sturing; − een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; − de samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ambities
In de Omgevingsvisie worden zes richtinggevende ambities opgenomen voor de fysieke leefomgeving. Door in te zetten op deze zes ambities wordt gestreefd naar het sterker maken van Zuid-Holland. Deze ambities luiden als volgt: − naar een klimaatbestendige delta; − naar een nieuwe economie: the next level; − naar een levendige meerkernige metropool; − energievernieuwing; − best bereikbare provincie; − gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie heeft hierbij een aantal opgaven voor de omgevingskwaliteit opgenomen die van provinciaal belang worden geacht. Een van deze opgaven richt zich primair op wonen. Deze opgave betreft het bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. Ook wordt het zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied als één van de opgaven aangegeven. Het ruimtelijk beleid wordt verder aan de hand van een viertal kwaliteitskaarten aangestuurd. Deze kaarten geven HB 6108-5-RA-013 19
randvoorwaarden voor het maken van integrale afwegingen in het begin van het planproces. De beleidsuitwerkingen die bij de provinciale opgaven voor de omgevingskwaliteit behoren, zijn vervolgens uitgewerkt in samenhangende beleidskeuzes. Kwaliteitskaarten
Het plangebied is op de kwaliteitskaart 'Laag van de stedelijke occupatie' in het gebied 'steden en dorpen' gelegen. Nieuwe ontwikkelingen dienen hier bij te dragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van de stad of het dorp. Tevens dienen hoogteaccenten zoveel mogelijk samen te vallen met centra en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum, dan dragen deze bovendien bij aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. De beoogde ontwikkeling is conform de kwaliteitskaart tevens gelegen in het gebied 'historische centra en kernen'. De beoogde ontwikkeling is passend in de ruimtelijke structuur van de omgeving en zal de vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit ten goede komen. Tevens zijn de beoogde hoogteaccenten passend ter plaatse van het plangebied. De relevante richtpunten die voortkomen uit de kwaliteitskaarten worden hiermee gerespecteerd. Beleidskeuzes
In de Omgevingsvisie zijn een groot aantal beleidskeuzes, die voortvloeien uit de provinciale ambities, opgenomen. In hoofdzaak zijn voornamelijk de onderstaande beleidskeuzes relevant voor de beoogde ontwikkeling. − Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). − Knooppunten en stedelijke centra Binnen de stedelijke agglomeratie stuurt de provincie op sterke en complementaire centra en ontwikkelingslocaties bij knooppunten. Nieuwe investeringen in gebiedsontwikkeling, mobiliteit en infrastructuur worden zo veel mogelijk geconcentreerd. − Bovenregionaal warmtenetwerk De provincie zet zich in voor de realisatie van een bovenregionaal warmte infrastructuur, als essentieel onderdeel van een goed functionerende warmtemarkt waarin de vraag naar warmte kan worden vervuld door een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening.
− Energietransitie in de gebouwde omgeving De provincie wil de transitie naar een energie-efficiënte samenleving bevorderen, zodat op termijn duurzaam en CO 2-neutraal wordt voorzien in de energiebehoefte. Bestaande bebouwing wordt gereed gemaakt voor de energietransitie. Nieuwbouw (woningen én overige gebouwen) hoort energie neutraal of energie leverend te worden uitgevoerd.
HB 6108-5-RA-013 20
− Juiste kantoor op de juiste plek Nieuwe kantorenontwikkelingen concentreren zich bij voorkeur op toplocaties (centrum Rotterdam en centrum Den Haag) en scienceparken. Daarnaast zet de provincie in op reductie van kantoren (zowel fysiek als qua plancapaciteit) op minder kansrijke locaties. − Gezonde leefomgeving De provincie streeft naar het voorkomen en verminderen van stress-gerelateerde ziektes door het aanbieden van verschillende soorten groen (bos, park, recreatieterreinen). Samen met partners zetten ze in op verhoging van de levensverwachting in verschillende wijken. Hiertoe ontwikkeld de provincie onder andere een platform voor alle groeninitiatieven. − Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijke invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. − Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer.
De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. De beoogde ontwikkeling bevindt zich binnen bestaand bebouwd gebied op een goed bereikbare locatie nabij het OV-station Hollands Spoor. Een groot deel van de bewoners zal dan ook gebruik maken van het openbaar vervoer. Tevens is sprake van het situeren van bebouwing binnen bebouwd gebied, waarmee sprake is van optimaal ruimtegebruik door verdichting. Het realiseren van kwalitatieve nieuwbouw op een locatie waar thans sprake is van een verouderd kantoorgebouw, draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Hiermee wordt een aantrekkelijk woon- en leefklimaat gecreëerd. Bovendien kunnen de beoogde appartementen bijdragen aan het bieden van passende woonruimte voor woningzoekenden in Den Haag. Bovendien wordt er een WKO-installatie gerealiseerd, waarmee de energievoorziening van de beoogde ontwikkeling op duurzame wijze wordt opgewekt. De beoogde ontwikkeling sluit aldus goed aan op deze beleidskeuzes. Woonbeleid
Het woonbeleid staat in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Hierbij wordt onderstreept dat regionale woonvisies de belangrijkste instrumenten zijn. Hierin bepalen gemeenten in regionaal verband de gewenste gezamenlijke ontwikkelrichting voor woningbouw en de woonkwaliteiten. Door op regionale schaal af te stemmen over het kwalitatieve en kwantitatieve regionale woningbouwprogramma wordt vraag en aanbod naar woningen meer in balans gebracht. De provincie geeft hierbij inzicht in de vraag naar HB 6108-5-RA-013 21
woningen door de driejaarlijkse woningmarktverkenning.
woningbehoefteraming,
bevolkingsprognose
en
Uit de woningbehoefteraming van 2019 van provincie Zuid-Holland volgt een behoefteraming van in totaal circa 227.410 nieuwe woningen tot aan 2040. Voor de regio Den Haag (waar het plangebied onderdeel van uitmaakt) bedroeg de woningbehoefte 8.440 woningen tot 2020. Tussen 2020 en 2030 bedraagt deze behoefte 57.420 woningen, en tussen 2030 en 2040 bedraagt de behoefte 41.770 woningen. Er kan aldus geconcludeerd worden dat er binnen Den Haag vraag is naar de beoogde woningen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de beoogde ontwikkeling verder regionaal afgestemd dient te worden. Omgevingsverordening
De bij de Omgevingsvisie behorende Omgevingsverordening stelt eveneens regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. Met betrekking tot nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (eveneens opgenomen in de Bro) dient te worden doorlopen. Voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen is sprake van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. In paragraaf 4.14 wordt daarom de 'Ladder' doorlopen. Aangezien de beoogde ontwikkeling binnen de systematiek van de 'Ladder' past, levert dit dan ook geen belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling. Bovendien wordt opgenomen dat kan worden voorzien in nieuwe kantoren ter plaatse van grootstedelijke top- en centrumlocaties in de nabijheid van OV-knooppuntlocaties. Bij de ontwikkeling van The Grace zal een stedelijke ontwikkeling plaatsvinden binnen het bestaande stads- en dorpsgebied, waarbij ook kantoren worden ontwikkeld. Deze stedelijke ontwikkeling vindt plaats in de nabijheid van het station Hollands Spoor. Hiermee past de beoogde ontwikkeling binnen de Omgevingsverordening. Verder zijn er geen regels opgenomen in de Omgevingsverordening die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie
Resumerend kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling past binnen de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. 3.4 R e g i o n a a l b e l e i d
3.4.1 W o o n v i s i e W o n i n g m a r k t r e g i o H a a g l a n d e n 2 0 1 7 - 2 0 2 1
Een belangrijk instrument voor regionale samenwerking is de Regionale Woonvisie. De negen gemeenten in Haaglanden vormen een gezamenlijke woningmarktregio waarbij het beleid op het gebied van wonen onderling is afgestemd in de regionale woonvisie voor de periode 2017-2021. Deze woonvisie is richtinggevend voor gemeenten bij het opstellen van lokaal woonbeleid. De regionale woonvisie benoemt de gezamenlijke opgaven op het gebied van sociale woningbouw (circa 12.000 nieuwe woningen tot 2025), woningbouwprogrammering, energietransitie (gasloze nieuwbouw), wonen en zorg (uniform registratiesysteem voor aangepaste woningen) en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. HB 6108-5-RA-013 22
In de komende jaren zal het aantal huishoudens in de regio toenemen. Voor de regio betekent dit dat er in de komende jaren een aanzienlijke bouwopgave ligt om iedereen aan een goede woning te helpen. Hierbij ligt de focus niet alleen op eengezinswoningen, maar ook op gestapelde woningbouw. Naar verwachting zal het aantal kleine huishoudens namelijk toenemen. De beoogde ontwikkeling voorziet in woningen die bijdragen aan de woningbouwopgave in de regio. De beoogde ontwikkeling betreft tevens het realiseren van sociale huurwoningen en sluit aldus aan op de vraag naar sociale woningbouw. Bovendien is sprake van gasloze nieuwbouw. De beoogde ontwikkeling past binnen de woonvisie van Haaglanden. 3.5 G e m e e n t e l i j k b e l e i d
3.5.1 W é r e l d s t a d a a n Z e e , S t r u c t u u r v i s i e D e n H a a g 2 0 2 0 ( 2 0 0 5 )
Op 17 november 2005 heeft de gemeenteraad van Den Haag de Structuurvisie 'Wereldstad aan Zee' vastgesteld. Deze visie beschrijft het gewenste toekomstbeeld en de ruimtelijke veranderingen die tot 2020 nodig zijn om dat te bereiken. De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag te benutten: een multiculturele stad, een stad aan zee, een internationale stad en een monumentale residentie. Door deze punten te versterken kan Den Haag kwaliteiten toevoegen aan de stad, de regio en aan Nederland. De gemeente Den Haag wil investeren in het groen en de openbare ruimte en in de bereikbaarheid. Dit zijn namelijk basiscondities voor een gezonde stad en regio. Bovendien zal ruimte worden geboden aan de verdere ontwikkeling van de stad. In de visie wordt gesteld dat het aantal inwoners in 2020 naar 515.000 inwoners zal stijgen. Daarvoor zal een groot aantal woningen in de stad worden gebouwd: 37.500 extra woningen tot 2020. De ambitie om nieuwe woon-, werk- en voorzieningenmilieus te ontwikkelen in bestaand stedelijk gebied betekent verdichting. Aan de hand van vijf kansenzones wordt de visie van gemeente Den Haag verder uitgewerkt (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4-zone en de Schakelzone Lozerlaan). De beoogde ontwikkeling is gelegen in de kansenzone Centrum.
Hier is uitbreiding van het centrum gewenst, in combinatie met versterking van de samenhang tussen delen van het centrum. In dit gebied is ruimte voor nieuwe woningbouw. Aangezien de beoogde ontwikkeling de realisatie van woningbouw betreft sluit de beoogde ontwikkeling goed aan op de gemeentelijke Structuurvisie. Op deze wijze wordt voorzien in een binnenstedelijk milieu met een stedelijke mix van wonen, voorzieningen en stedelijke bedrijvigheid.
HB 6108-5-RA-013 23
3.5.2 A g e n d a R u i m t e v o o r d e S t a d ( 2 0 1 6 )
De Agenda Ruimte voor de Stad geeft richting aan het ruimtelijk beleid van de gemeente. De Agenda vormt de basis voor beleidsvernieuwing en de onderlegger voor het ontwikkelen en beoordelen van nieuwe ruimtelijke plannen. In de Agenda worden trends, kwesties en toekomstperspectieven wat betreft de ontwikkeling van de stad in beeld gebracht. De stad groeit de komende jaren met meer dan 4.000 inwoners per jaar. De economische structuur van de stad verandert ingrijpend, de werkgelegenheid krimpt in traditionele sectoren als banken, verzekeraars en administratieve taken van de overheid. Nieuwe werkgelegenheid dient zich aan rond bestuur, recht, security (zakelijke diensten), toerisme, vermaak en zorg. De rol van de overheid verandert, en zal op deze ontwikkelingen moeten inspelen. De Agenda Ruimte voor de Stad benoemt vijf ruimtelijke hoofdopgaven. Deze vijf opgaven geven richting aan het gewenste ruimtelijke beleid, waarbij rekening is gehouden met de ontwikkelingen in Den Haag. De vijf hoofdopgaven zijn als volgt: − Ruimte voor de buitenruimte − Ruimte voor stedelijk wonen − Ruimte voor (nieuwe) economie en toerisme − Ruimte voor duurzame mobiliteit − Ruimte voor energietransitie en klimaatadaptatie De woningopgave tot 2040 bedraagt circa 50.000 woningen. In Den Haag zijn hierbij op de lange termijn veel verdichtingsmogelijkheden.
Het doel van deze woningbouwopgave is om aantrekkelijke stedelijke milieus te creëren die de ruimtelijke structuur van de stad versterken. De gebieden waar kansen liggen voor woningbouw worden in de Agenda Ruimte voor de Stad weergegeven. In de Agenda Ruimte voor de Stad is het plangebied gelegen in het Central Innovation District (CID) in een gebied waar kansen liggen om substantieel woningen toe te voegen (zie figuur 3.1).
HB 6108-5-RA-013 24
f3.1 Uitsnede Agenda Ruimte voor de Stad, kaart 'Ruimte voor stedelijk wonen'
Het maken van aantrekkelijke hoogstedelijke gemengde milieus is gewenst in dit gebied. Hier is ruimte voor verdichting, transformatie van bestaande gebouwen, intensivering door multifunctioneel ruimtegebruik en herstructurering. De beoogde ontwikkeling van een tweetal woontorens sluit goed aan op de Agenda Ruimte voor de Stad, aangezien er door de beoogde hoogbouw ruimte voor stedelijk wonen wordt geboden. Tevens sluit de beoogde ontwikkeling aan op de wens om te voorzien in woningen bij goed bereikbare voorzieningenknopen. In het coalitieakkoord 2018-2022 'Den Haag, Stad van Kansen en Ambities' is bovendien aangegeven dat het gebied tussen en rondom de stations HS, CS en Laan van NOI zich ontwikkelt tot een internationaal competitief economisch district, het CID. Voor de omgeving van het plangebied wordt aangegeven dat door slim gebruik te maken van de groei van de stad meer nieuwe woningen gebouwd kunnen worden. Tevens wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van sociale huurwoningen en wordt gestreefd naar meer diversiteit in het woningaanbod. 3.5.3 W o o n v i s i e D e n H a a g ( 2 0 1 7 )
In de Woonvisie worden de gewenste en noodzakelijke ontwikkelingen geschetst op het terrein van het wonen voor de middellange termijn (2017-2030). Het gewenste kwalitatief bouwprogramma wordt in termen van doelgroepen, prijssegmenten en woonmilieus omschreven, maar ook ambities op het gebied van verduurzaming en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad, betaalbaarheid, en wonen en zorg komen in deze woonvisie aan bod. Het aantal inwoners van Den Haag blijft de komende jaren toenemen. Het is gewenst om deze groei te accommoderen binnen het bestaand stedelijk gebied via nieuwbouw en door een efficiënter ruimtegebruik, onder andere door leegstaande kantoren te transformeren. HB 6108-5-RA-013 25
Den Haag heeft al een gunstige uitgangspositie als aantrekkelijke woonstad: een gunstige ligging aan zee, een levendig centrumgebied, prettige en aantrekkelijke wijken. De uitdaging is om de groei zo te accommoderen dat de aantrekkelijkheid van wijken verder wordt versterkt en zo de 'quality of life' nog verder wordt verbeterd. Hierbij is het van belang om rekening te houden met duurzaamheid om zodoende een toekomstbestendige woningvoorraad te creëren. Bovendien is aandacht voor de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en wijken essentieel. Een belangrijke ambitie van Den Haag is om een meer sociaal-inclusieve stad te creëren. De aanwezigheid en spreiding van voldoende betaalbare woningen in de stad voor minder financieel draagkrachtige huishoudens is hierin een belangrijke opgave. Daarom wordt dan ook ingezet op het bouwen van sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen (€ 710 – € 900) om vooral ook mensen met een lager inkomen meer keuzemogelijkheden te bieden. Verder wordt ingezet op het verder uitbouwen van Den Haag als aantrekkelijke en gastvrije woonstad. In de Woonvisie wordt hiertoe een transitiekaart opgenomen waarop de ontwikkelrichting voor stedelijke gebieden wordt aangegeven. De beoogde ontwikkeling is gelegen in een gebied waar de strategie 'Toevoegen' geldt, zie figuur 3.2.
In deze gebieden wordt ingezet op het toevoegen van aantrekkelijke stedelijke milieus. f3.2 Uitsnede transitiekaart Woonvisie Den Haag
HB 6108-5-RA-013 26
Het gebied rondom de drie grote treinstations van Den Haag, inclusief Beatrixkwartier, grote delen van de Binnenstad, Binckhorst en Laakhaven, ook wel het 'Central Innovation District (CID)' genoemd, biedt de kans om een forse uitbreiding van het hoogstedelijk metropolitaan en centrumstedelijk woonmilieu te realiseren. Met een sterke, gecombineerde inzet op groei van (innovatieve) bedrijven, hoger onderwijs, (kennis)instellingen en werkgelegenheid, ruimte voor hoogstedelijk metropolitaan wonen, versterking van vrijetijdsvoorzieningen en een verdere toename van het aantal studenten moet het CID een cruciale bijdrage gaan leveren aan de levendigheid van Den Haag. Bovendien wordt opgemerkt dat in het centrum en nabij hoogwaardige knooppunten van OV-voorzieningen kansen liggen om te verdichten en meer centrum stedelijke woonmilieus met een onderscheidend karakter toe te voegen. De beoogde ontwikkeling sluit aan op de Woonvisie van Den Haag, aangezien de beoogde ontwikkeling niet alleen bijdraagt aan het realiseren van een sociaal-inclusieve stad door de toevoeging van sociale huurwoningen, maar ook bijdraagt aan het creëren van een aantrekkelijk stedelijk woonmilieu. Door het toevoegen van kwalitatief hoogwaardige woningen in het centrum van Den Haag wordt een bijdrage geleverd aan de levendigheid van Den Haag.
De beoogde hoogbouw geeft het gebied bovendien een onderscheidend karakter. 3.5.4 N o t a H a a g s e H o o g b o u w : E y e l i n e S k y l i n e ( 2 0 1 7 )
Aanleiding voor het opstellen van de nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline zijn de ruimtelijke opgaven uit de Agenda Ruimte voor de Stad, zoals vastgesteld in 2016. Daarnaast vragen actuele ontwikkelingen en initiatieven om nieuwe regels en randvoorwaarden voor hoogbouwontwikkelingen in Den Haag. De inzet is om de 'skyline' van Den Haag te verbinden met de belevingskwaliteit van de stad op ooghoogte en de buitenruimte ter plekke: de 'eyeline'. Hoogbouw is geen doel op zich, maar een middel om strategisch om te gaan met de beperkte ruimte die de stad nog heeft. De nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen van de agenda Ruimte voor de Stad als het gaat om 'slim groeien'. De nota doet dat door regels te geven voor hoogbouw om daarmee de kwaliteit en duurzaamheid van de stad te versterken en te waarborgen en geeft daarmee richting aan nieuwe hoogbouwontwikkelingen. De nota biedt handvatten om hoogbouw, als een bijzondere vorm van verdichting, op een verantwoorde en zorgvuldige manier in te passen in de structuur van de stad. Er is gekozen voor het intensiveren rondom OV-knooppunten en concentraties van voorzieningen.
In de volgende intensiveringsgebieden is hoogbouw kansrijk en zal de inzet van hoogbouw verder worden onderzocht en uitgewerkt: − Central Innovation District, waaronder Nieuw Centrum, omgeving Den Haag Centraal, Beatrixkwartier, Laakhaven Centraal en de Schenkverbinding; − Binckhorst; − Escamp: Den Haag Zuidwest.
HB 6108-5-RA-013 27
De beoogde ontwikkeling is gelegen in het Central Innovation District. Hier wordt hoogbouw kansrijk en passend geacht. Bij de beoogde ontwikkeling wordt rekening gehouden met de regels ten aanzien van hoogbouw, waardoor de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met het hoogbouwbeleid van gemeente Den Haag. 3.5.5 S t r u c t u u r v i s i e C I D ( 2 0 2 1 )
Om als stad aantrekkelijk te blijven voor zowel bestaande als nieuwe inwoners en bedrijven moet Den Haag ruimte bieden voor groei. Den Haag kiest ervoor om deze groei vooral binnenstedelijk te laten plaatsvinden, waarvan een belangrijk deel vorm krijgt in het Central Innovation District, afgekort het CID. Het CID is een internationaal knooppunt waar ongeveer 90.000 mensen werken en meer dan 30.000 mensen studeren en is daar mee een economische motor van Den Haag. Het CID-gebied wordt door een toename van minimaal 25.000 arbeidsplekken en ongeveer 20.500 woningen met alle benodigde economische en maatschappelijke voorzieningen verdicht en versterkt. De strategische visie, ambities, beleidskeuzes en investeringsprioriteiten staan in de CID Agenda 2040 (Kansen voor nieuw Den Haag. CID agenda 2040). De Structuurvisie CID vormt de ruimtelijke doorvertaling hiervan. De gemeente Den Haag biedt door middel van de structuurvisie een integrale langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied, ten aanzien van het ruimtelijk raamwerk, de mobiliteitsstrategie, programmering van economische functies en woningbouw en duurzaamheid. Daarnaast bepaalt de structuurvisie de contouren van de programmatische opgave van de prioritaire deelgebieden, zorgt voor de verbindingen en borgt de onderlinge samenhang.
Om de ambities van het CID te bereiken, worden de gebieden rondom de drie treinstations getransformeerd tot één samenhangend gebied aan de hand van zeven ruimtelijke principes: 1. Het CID wordt een centrummilieu: verdubbeling van het Haagse centrum. 2. Van drie losse stationsgebieden naar een hechte ‘triple hashtag’ verbonden door lange lijnen. 3. Nieuwe ontwikkelingen als motor om het CID en haar omgeving schoner en rijker te maken. 4. Functiemenging wordt het nieuwe normaal. 5. Karakter van buurt wordt versterkt en niet overal verandering. 6. Een raamwerk van reuring, rust en ruis als middel voor een goede balans. 7. Door slim te combineren ontstaat ruimte om alle opgaven op te lossen. De beoogde ontwikkeling sluit aan op de ruimtelijke principes uit de structuurvisie voor het CID. Het CID wordt een hoogstedelijk gebied dat wordt gekenmerkt door een hoge concentratie van woningen, werkplekken en voorzieningen in een gebied met een hoge verblijfskwaliteit en een uitstekende bereikbaarheid. Het ontwerp voor ‘The Grace’ vertaalt de ambities en uitgangspunten voor het CID op een zo direct mogelijke wijze. De beoogde ontwikkeling draagt hier namelijk aan bij door de realisatie van kwalitatief hoogwaardige nieuwbouw op een goed bereikbare locatie, waarbij duurzaamheid en klimaatadaptie in het HB 6108-5-RA-013 28
ontwerp zijn geïntegreerd. Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en diens omgeving verbeterd, wat eveneens de levendigheid in het gebied ten goede komt. In de structuurvisie wordt bovendien aangegeven dat het rondom de stations mogelijk is om flink de hoogte in te gaan. In de omgeving rondom het station Hollands Spoor en Laakhavens wordt daarbij een hoogbouwcluster ontwikkeld. In de vorm van hoogbouw wordt hier een aantrekkelijk hoogstedelijk gemengd gebied gecreëerd. Hierbij wordt aangegeven dat de richtlijnen en principes van de Haagse Hoogbouwnota “Eyeline en Skyline” (Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline) worden gevolgd. Opgemerkt wordt dat in de begeleidende brief bij het gewijzigd voorstel van het college inzake de structuurvisie van 29 juni 2021 aangegeven wordt dat elk project in basis moet voldoen aan alle beleidsregels. Vanwege de aard, omvang en complexiteit van de opgave in het CID is het echter niet waarschijnlijk dat dit in alle gevallen kan. 3.5.6 N o t a d u u r z a a m h e i d ( 2 0 1 9 )
Den Haag heeft hoge ambities op het gebied van duurzaamheid. Op het gebied van duurzaamheid is in Den Haag de afgelopen jaren hard gewerkt aan het creëren van draagvlak en kennis. Den Haag werkt aan een gezonde, leefbare en toekomstbestendige stad die ook de volgende generatie stedelingen een aantrekkelijke leefomgeving biedt. De nota richt zich hierbij op vier thema’s: − schone energievoorziening; − betere leefomgeving; − duurzaam stedelijk vervoer; − duurzaam gebruik van grondstoffen. Bij de beoogde ontwikkeling zal rekening gehouden worden met het aspect duurzaamheid. Zo zal de beoogde ontwikkeling niet op aardgas worden aangesloten maar wordt er een duurzame energievoorziening in de vorm van een WKO-installatie gerealiseerd. Tevens worden er geen parkeerplaatsen gerealiseerd ter plaatse van het plangebied, waardoor dit dan ook niet gepaard gaat met een grote toename aan voertuigbewegingen. Wel zullen er 29 deelauto-parkeerplaatsen gerealiseerd voor het stallen van de deelauto’s. Deze worden echter in de nabijgelegen Q-Park garage Laakhaven gesitueerd. Ten opzicht van de huidige situatie, waarbij sprake is van een kantoorgebouw en parkeergarage ter plaatse van het plangebied, zal juist het aantal voertuigbewegingen afnemen.
Verwacht wordt dat een groot deel van de bewoners en bezoekers van de beoogde ontwikkeling gebruik zal maken van het openbaar vervoer, aangezien de beoogde ontwikkeling zich nabij een OV-knooppunt bevindt.
HB 6108-5-RA-013 29
4
Omgevingsaspecten
4.1 A l g e m e e n
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het effect van de beoogde ontwikkeling op de van toepassing zijnde omgevingsaspecten. De effecten worden getoetst aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. 4.2 A r c h e o l o g i e e n c u l t u u r h i s t o r i e
4.2.1 A l g e m e e n
In deze paragraaf worden de archeologische en cultuurhistorische waarden ter plaatse van het plangebied nader toegelicht. 4.2.2 W e t t e l i j k k a d e r
Binnen de ruimtelijke ordening wordt cultuurhistorie over het algemeen geassocieerd met de gebouwde omgeving, zoals monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten, maar ook met archeologische waarden. De bescherming van cultuurhistorische elementen werd voorheen bepaald in de Monumentenwet 1988, welke in juli 2016 is komen te vervallen. Een belangrijk deel van de onderwerpen is overgegaan naar de Erfgoedwet. Deze wet is vooral gericht op het behouden en beschermen van historische elementen voor latere generaties. Door de ondertekening van het Verdrag van Malta (Valletta, 1992) heeft Nederland zich verplicht tot het beschermen van het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologische erfgoed waar mogelijk te behouden. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer en de Ontgrondingenwet. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bestond al een verplichting om bij de voorbereiding van bestemmingsplannen alle ter zake doende belangen mee te wegen. Vanuit de Monumentenwet zijn gemeenten verplicht bij het opstellen of wijzigen van bestemmingsplannen rekening te houden met archeologie.
Gemeente Den Haag geeft invulling aan het beleid op het gebied van archeologie middels de 'Beleidsnota Archeologie 2011-2020', welke door de gemeente in 2011 is vastgesteld.
HB 6108-5-RA-013 30
4.2.3 B e o o r d e l i n g Archeologie
De afdeling Archeologie van gemeente Den Haag heeft een gemeentedekkende kaart opgesteld, de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart. Deze kaart vormt de ruimtelijke basis voor de uitvoering van het Haagse archeologiebeleid. Hierop is aangegeven waar belangrijke archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, waar vindplaatsen worden verwacht, en welke zones geen archeologische betekenis hebben. Conform de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart is het gehele plangebied gelegen in een zone waar geen archeologische vindplaatsen worden verwacht, zie figuur 4.1. Den Haag stelt voor deze gebieden geen eisen met betrekking tot archeologisch onderzoek. f4.1 Uitsnede Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart
Cultuurhistorie
Conform het vigerende bestemmingsplan 'Laakwijk-Schipperskwartier' kent het plangebied geen cultuurhistorische waarden. Bovendien is geen sprake van bebouwing met een monumentale status ter plaatse van het plangebied. Het aspect cultuurhistorie zal dan ook geen belemmering opleveren voor de beoogde ontwikkeling.
HB 6108-5-RA-013 31
4.2.4 C o n c l u s i e
Aangezien aan het plangebied geen archeologische en/of cultuurhistorische waarden zijn toegekend vormen de aspecten archeologie en cultuurhistorie geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.3 E x t e r n e v e i l i g h e i d
4.3.1 A l g e m e e n
In deze paragraaf zal het aspect externe veiligheid nader inzichtelijk worden gemaakt. Woningen worden als kwetsbaar object gezien conform wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Zowel voor als na de beoogde ontwikkeling is sprake van een kwetsbaar object, aangezien kantoren (met een bruto vloeroppervlakte van meer dan 1500 m2) eveneens kwetsbare objecten zijn. De externe veiligheidsrisico's ter plaatse van het plangebied zullen in deze paragraaf aan bod komen. 4.3.2 W e t t e l i j k k a d e r
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving ten gevolge van: − het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen; − het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); − het luchtvaartverkeer. Er zijn twee situaties waarbij externe veiligheid een rol speelt, namelijk bij het ontplooien van een risicovolle activiteit (zoals hiervoor omschreven) en bij het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een dergelijke 'activiteit'. Met betrekking tot de risico's voor de externe veiligheid zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) richtafstanden en grenswaarden opgesteld betreffende de afstand tot kwetsbare objecten. Relevante begrippen
Relevant voor toetsing van de externe veiligheidsrisico's ter plaatse van objecten waar mensen aanwezig zijn, zijn onder andere de begrippen plaatsgebonden risico, het groepsrisico en het invloedsgebied. Deze zijn als volgt gedefinieerd: − Plaatsgebonden risico (PR) Het risico om op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, te komen te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
HB 6108-5-RA-013 32
− Groepsrisico (GR) De cumulatieve kansen per jaar dat een groep mensen overlijdt als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het GR is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Bij het PR is het dus niet van belang of er daadwerkelijk personen op die bepaalde locatie aanwezig zijn. Voor het GR geldt dat in een gebied waar zich geen personen bevinden het GR per definitie gelijk aan nul is. Voor het GR geldt dat hoe meer slachtoffers bij een ongeval kunnen vallen hoe lager (strenger) de oriëntatiewaarde is. Grote slachtofferaantallen geven namelijk meer kans op maatschappelijke ontwrichting. − Invloedsgebied Het invloedsgebied is gedefinieerd als het gebied rondom een risicovolle activiteit waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn en waar een onbeschermde persoon een kans van 1% op overlijden heeft, gegeven het risicoscenario en de weerklasse. Het invloedsgebied van een activiteit met gevaarlijke stoffen of het vervoer van gevaarlijke stoffen is normaliter de afstand tot de 1%-letaliteitsgrens. 4.3.3 B e o o r d e l i n g