RIS311240 Voortgangsbericht zaken aangaande Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert van Asten Wethouder van Mobiliteit en Cultuur
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
OCW/10238418 RIS311240 Contactpersoon
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
Marleen Leroy Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
18 januari 2022
marleen.leroy@denhaag.nl
Onderwerp
Voortgangsbericht zaken aangaande Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024
Geachte voorzitter, Hierbij informeer ik u over de voortgang van een aantal onderwerpen die zijn gerelateerd aan het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024. Inrichting van een nieuw MJB proces naar aanleiding van het Evaluatierapport Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 Het college heeft een uitgebreide evaluatie van het proces van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur laten uitvoeren door het adviesbureau DSP-groep (RIS310440). Naar aanleiding van de bespreking van dit rapport met uw Commissie op 18 november jl. heb ik u toegezegd voor de verkiezingen van maart 2022 met een opzet voor een procesvoorstel te komen, als reactie op het Evaluatierapport waarin de inbreng van alle betrokkenen is verwerkt. Dit eerste procesvoorstel zal een advies zijn voor het aankomende meerjarenbeleidsproces. Gezien de grote belangen en uiterste zorgvuldigheid die bepaalde keuzes in dit proces vragen, hebben enkele punten nader onderzoek nodig om tot een weloverwogen voorstel te komen. De resultaten hiervan zullen aan de nieuwe raad worden voorgelegd. Het eerste procesvoorstel zal in de Commissie Samenleving van 24 februari 2022 met u worden besproken.
In het evaluatierapport zijn uw moties ‘Onderzoek aansluiting kleine en/of middelgrote aanvragers met het cultureel veld’ (RIS306702), ‘Betere werkwijze verdeling meerjarige culturele subsidies’ (RIS306703) en ‘Een gezond ecosysteem voor de kunst’ (RIS306694) meegenomen en deze worden verder uitgewerkt in het nieuwe proces Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028. Hierin wordt ook de vraag opgenomen hoe een middensegment/middenkader te definiëren en wat dat kan betekenen voor de culturele sector. Onderzoek systeeminstellingen en collectie beherende instellingen Ten aanzien van de systeeminstellingen (Cultuurschakel, Popradar en Stroom) en de musea met hun structurele taak van collectiebeheer, stelde de Adviescommissie Kunst en Cultuur 2021-2024 (pag. 18, 36) de vraag of de systematiek van een Meerjarenbeleidsplan daar wel bij past.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10238418
In het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 (RIS306137; pag. 23) kondigt het college aan dit te onderzoeken. De eerdergenoemde motie ‘Een gezond ecosysteem voor de kunst’ (RIS306694) vroeg daarbij specifiek om een onderzoek naar een nieuw financieringsstelsel voor de systeeminstellingen. De Adviescommissie bepleitte extra ondersteuning van het museaal collectiebeheer en wees erop, dat deze taak in zijn aard gebaat is bij een langjarige en stabiele verbintenis tussen de culturele instelling en de overheid. Wij zullen dit onderzoeken en daarbij ook de uitkomsten betrekken van het onderzoek naar de (omgang met de) systeeminstellingen. In dit onderzoek naar de rol van de systeeminstellingen werkt het onderzoeksbureau AEF aan een beschrijving van de taken van deze instellingen en een verkenning naar welk financieringsstelsel bij deze taakomschrijving past. Onderdeel van het onderzoek is een participatieproces van zes werksessies waar vertegenwoordigers van de sectoren, de systeeminstellingen en de gemeente gezamenlijk aan deelnamen. Het adviesrapport zal naar verwachting eind Q1 van 2022 worden overhandigd aan de gemeente. Uiteraard wordt dit adviesrapport daarna met uw commissie gedeeld. De uitkomsten van dit rapport zullen meegenomen worden in het uiteindelijke procesvoorstel voor de inrichting van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028.
Fair Pay onderzoek In juni 2020 heeft het onderzoeksbureau SiRM het rapport ‘Meerkosten van de invoering van de Fair Practice Code in Den Haag - Een analyse voor culturele instellingen die meerjarige subsidie aanvragen bij de gemeente Den Haag’ (RIS305755) opgeleverd. SiRM heeft in dit rapport een onderbouwde berekening gemaakt van de meerkosten van de toepassing van de Fair Practice Code voor de culturele instellingen, die bij de gemeente meerjarige subsidie aanvroegen en heeft inzicht gegeven in de mogelijke consequenties van fair pay voor de activiteiten van culturele instellingen en het culturele leven in Den Haag bij een gelijkblijvend financieel kader. Dit eerste SiRM-onderzoek was mede gebaseerd op de jaarrekeningen van de culturele instellingen over 2018 en de destijds ingediende meerjarenbegrotingen bij de subsidieaanvraag. Gedurende het proces van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 heeft een aantal substantiële veranderingen plaatsgevonden in de subsidietoekenningen, ten opzichte van de bij de subsidieaanvraag ingediende meerjarenbegrotingen. De gevolgen hiervan zijn voor de meerjarenbegrotingen en daarmee voor de toepassing van de Fair Practice Code potentieel groot, nog los van de gevolgen van de coronacrisis.
SiRM is gevraagd een vervolgonderzoek op te zetten naar de gevolgen van deze financiële aanpassingen voor de toepassing van de Fair Practice Code door de culturele instellingen. Ik verwacht u dit rapport in Q2 2022 te kunnen toesturen. Deze opdracht aan SiRM wordt mede uitgevoerd in relatie tot de motie ‘Een gezond ecosysteem voor de kunst’ (RIS306694), waarin het college wordt verzocht om monitoring van fair pay bij de gehonoreerde instellingen. De resultaten van dit onderzoek zijn in de toekomstige monitoringsgesprekken met de instellingen van belang. Evaluatieproces bedrijfsvoering In de motie ‘Aanvullende voorwaarde m.b.t. financieel beleid kunst- en cultuurinstellingen’ (RIS306710) wordt het college verzocht de subsidies te verlenen aan de instellingen, waarbij de bedrijfsvoering reden was tot initiële afwijzing van de subsidieaanvraag, met daarbij de verplichting om na twee jaar te evalueren of de bedrijfsvoering is verbeterd. Na de evaluatie wordt besloten of de bedrijfsvoering voldoende is verbeterd om subsidieverlening voor de jaren 2023 en 2024 te rechtvaardigen.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10238418
Met de instellingen die van de Adviescommissie MJB 2021-2024 een negatief advies kregen op de bedrijfsvoering zijn verbeterpunten voor de bedrijfsvoering opgesteld. Deze verbeterpunten vormen de basis voor drie extra gesprekken die, naast de reguliere contactmomenten tussen de instellingen en de gemeente, gevoerd worden met de bestuurders van de instellingen, de directeur Cultuur en accounthouders. In de afdoening van deze motie is aangegeven dat de Adviescommissie MJB 2021-2024 de evaluatie zou uitvoeren. Hiervan willen we afwijken. Vanwege de resultaten van de Evaluatie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 en enkele gevoeligheden rondom het Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 is een andere samenstelling van beoordelaars passender. De dossiers van de instellingen worden deels ambtelijk beoordeeld, aangevuld met een oordeel van een financiële expert van het onderzoeksbureau SiRM, die ook het vervolgonderzoek over de Fair Practice Code (fair pay) gaat uitvoeren. In mei 2022 zal de evaluatie plaatsvinden en in juni neemt het college hierover een besluit. Bezwaar- en beroepzaken MJB De bezwaarprocedures zijn allemaal afgerond. Er loopt een beroepszaak die is ingediend tegen de beslissing inzake de afwijzing van de subsidieaanvraag Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 20212024. De zitting vindt op 20 januari 2022 plaats.
Op de bezwaren van de acht instellingen, die gericht zijn tegen het verlenen van een lager bedrag aan subsidie, is na het advies van de Adviescommissie Bezwaarschriften door het college een besluit op bezwaar genomen. Tegen dit besluit is een pro forma beroep, dat wil zeggen zonder gronden van beroep, ingesteld door de advocaat van de acht instellingen. Wanneer er geen of niet tijdig gronden worden ingediend, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Met vriendelijke groet, de wethouder van Mobiliteit en Cultuur Robert van Asten
3/3