CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311238 Bijlage

Algemene Raadscommissie 13 oktober 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Actualisatie bodembeleid inzake PFAS15.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notitie Project

Beleid hergebruik en toepassen PFAS-houdende grond in de gemeente Den Haag Projectnummer SOB010866 Referentie SOB010866.NOT002 Auteur Jeroen Spronk Bestemd voor Judith Vermeer, Bart Ebus, René Tjassens (gemeente Den Haag) Datum 21 september 2020 Bijlagen Bijlage 1A: Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen gemeente Den Haag Bijlage 1B: Begrippenlijst Bijlage 4C: Statistische parameters bodemkwaliteitszones PFAS-verbindingen Bijlage C: Grondstromenmatrix gemeente Den Haag Kaartbijlagen 2: Ligging bodemkwaliteitszones Kaartbijlagen 3: Waarnemingenkaarten Kaartbijlagen 4: Ontgravingskaarten Kaartbijlage 5: Toepassingskaart voor grond van binnen de gemeente Den Haag Kaartbijlagen 6: Toepassingskaart voor grond van buiten de gemeente Den Haag

De bijlagen 1A en 1B van deze notitie zijn aanvullingen op de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart die is opgenomen in bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. Bijlage 4C van deze notitie is een aanvulling op de bijlagen 4A en 4B die zijn opgenomen in bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. Bijlage C van deze notitie vervangt bijlage C van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. De kaartbijlagen 2 t/m 5 van deze notitie vervangen de kaarten die zijn opgenomen in bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. De kaartbijlagen 6 van deze notitie zijn aanvullingen op bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer.

SOB010866.NOT002

Definitief

1 / 14

Lievense Milieu B.V. Ringwade 41 3439 LM Nieuwegein Telefoon

+31 (0)88 91 020 00 E-mail

info@Lievense.com Website

Lievense.com IBAN

NL63ABNA0570208009 Kamer van Koophandel

30152124 BTW nummer

NL. 8075.03.368.B.01

1

Inleiding

1.1

Algemeen

Bij allerlei graafwerkzaamheden en bewerkingen van de (water)bodem komt grond en baggerspecie vrij. De regelgeving van het tijdelijk opslaan en het hergebruik of toepassen van grond en gerijpte baggerspecie (hierna aangeduid met ‘grond’) valt onder het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit 1 2 (hierna aangeduid als 'het Besluit' en 'de Regeling'). De gemeente Den Haag voert een duurzaam grondstromenbeleid. Hiervoor heeft de gemeente een bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaart en een Nota bodembeheer3 opgesteld. De kaarten en de Nota bodembeheer zijn door de gemeenteraad op 18 juli 2013 vastgesteld. De bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaart zijn de instrumenten bij de uitvoering van het duurzame grondstromenbeleid. Op de bodemfunctieklassenkaart zijn de functies ‘Industrie’, ‘Wonen’, ‘Overig (Landbouw/natuur)’ en het beheergebied van Rijkswaterstaat weergegeven. De bodemkwaliteitskaart geeft voor de gemeente de te verwachten gemiddelde chemische bodemkwaliteit aan van voor bodemverontreiniging nietverdachte locaties voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot een 2,0 meter diepte. De gemeente voert bij het grondstromenbeleid het landelijke, generieke, kader van het Besluit maar heeft voor een aantal zaken gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Het gemeentelijke grondstromenbeleid is verwoord in de Nota bodembeheer.

Deze notitie is bedoeld voor professionele partijen die te maken hebben met het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie op of in de landbodem binnen de gemeente Den Haag. Deze notitie kan niet los worden gezien van de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer. Deze notitie moet worden beschouwd als bijlage van de Nota bodembeheer.

1 2 3

Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Nota bodembeheer gemeente Den Haag, projectcode: 10K134, CSO Adviesbureau voor MilieuOnderzoek B.V., 20 augustus 2012; de bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaart zijn als bijlage B in de Nota bodembeheer opgenomen.

SOB010866.NOT002

Definitief

2 / 14

1.2

Aanleiding en doelstelling

Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS4-houdende grond en baggerspecie5. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. Het tijdelijk handelingskader is sindsdien op 29 november 20196 en op 2 juli 20207 geactualiseerd. Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd. Bij hergebruik van grond en (gerijpte) baggerspecie leidt het tijdelijk handelingskader tot ongewenst veel onderzoeksinspanning en -tijd. De grond waarin zeer licht verhoogde gehalten met PFAS-verbindingen voorkomen kan niet worden hergebruikt, terwijl de gehalten niet leiden tot risico’s bij het (toekomstig) bodemgebruik. Ook is het de verwachting dat in de gemeente Den Haag, diffuus enkel (zeer) licht verhoogde gehalten met PFAS-verbindingen voor komen. De gemeente heeft met bodemonderzoeken meetgegevens over PFAS-verbindingen8 verzameld.

Met deze gegevens worden • de verwachte ontgravingskwaliteit voor PFAS-verbindingen in de grond bepaald; • de toepassingseisen vastgesteld als het voornemen bestaat PFAS-houdende grond te hergebruiken/toe te passen. De in deze notitie opgenomen kaarten kunnen als bewijsmiddel worden gebruikt voor de kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem voor PFASverbindingen. Hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd, wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet. Met de vast te stellen toepassingseisen zet de gemeente Den Haag het duurzame grondstromenbeleid voort: de gemeente wil dat grond vrijkomend uit het ene project in

4

5

6

7

8

Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019. Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS, kenmerk: IenW/BSK-2019/251123, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 29 november 2019. Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS, kenmerk: IENW/BSK-2020/126356, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 3 juli 2020. Het betreft 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas__advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf.

SOB010866.NOT002

Definitief

3 / 14

een ander project kan worden hergebruikt: werk met werk maken. Er zijn dan minder onderzoekskosten bij grondverzet en minder verwerkingskosten bij vrijkomende grond nodig. Er hoeft minder grond te worden aangekocht en ook de transportafstanden worden gereduceerd. De druk op het wegennet en de uitstoot van schadelijke stoffen, zoals fijnstof en CO2 en het gebruik van energie nemen af.

SOB010866.NOT002

Definitief

4 / 14

2

Karakterisering bodemkwaliteit PFASverbindingen in de gemeente Den Haag

De gemeente Den Haag heeft een bodemkwaliteit voor PFAS-verbindingen opgesteld. De onderbouwing van de bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen is integraal opgenomen in de bijlagen 1 en 4C van deze notitie. In tabel 2.1 staat voor de onderscheiden PFAS-bodemkwaliteitszones en bodemlagen een overzicht van de te verwachten PFAS-kwaliteit. De bodemlaag dieper dan 2 meter wordt, gezien de beschikbare meetgegevens van PFAS-verbindingen in de bodemlaag 1,0-2,0 m-mv, als niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen beschouwd. Tabel 2.1: Bodemkwaliteitszones PFAS-verbindingen, verwachte bodemkwaliteit PFAS-verbindingen. Toetsingswaarden (in µg/kg ds)

Gemiddelde (in µg/kg ds)

Landbouw/natuur

Wonen / Industrie

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # PFOA9 (som)

0,54

1,9*

7,0

PFOS10 (som)

1,20

1,4*

3,0

0,15

1,4*

3,0

Maximum andere PFAS-verbindingen

Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte ## PFOA (som)

0,48

1,9*

7,0

PFOS (som)

0,73

1,4*

3,0

0,08

1,4*

3,0

Maximum andere PFAS-verbindingen

Bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte ## PFOA (som)

0,23

1,9*

7,0

PFOS (som)

0,52

1,4*

3,0

0,08

1,4*

3,0

Maximum andere PFAS-verbindingen *

Deze waarde betreft de voorlopige landelijke achtergrondwaarde (d.d. 2 juli 2020).

#

Het gemiddelde van PFOS is lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden (d.d. 2 juli 2020) vastgesteld, maar boven de toepassingswaarden voor een aantal toepassingssituaties in oppervlaktewater (neem hiervoor contact op met de waterkwaliteitsbeheerder). Dit leidt tot beperkingen van het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden en voor een aantal toepassingssituaties in oppervlaktewater.

##

De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden (d.d. 2 juli 2020) vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit laatste leidt tot beperkingen van het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden.

9 10

PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.

SOB010866.NOT002

Definitief

5 / 14

3

Definiëren regionale Lokale Maximale Waarden PFAS-verbindingen in de grond (maaiveld-2,0 meter diepte)

Zoals uit onderzoeken is gebleken, wordt in de grond in de gemeente Den Haag een variatie aan gehalten met PFAS-verbindingen vastgesteld. Ook op locatieniveau is vaak sprake van variatie in gehalten. Om beter invulling te geven aan de voorkomende variatie, worden door de gemeente voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte Lokale Maximale Waarden voor PFASverbindingen in de grond gedefinieerd. Deze zijn gebaseerd op de 95-percentielwaarde11 van de bovengrond én de mogelijkheden die het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie biedt (2 juli 2020; zie tabel 3.1 van deze notitie). Gezien de vastgestelde licht verhoogde gehalten in de grond van de gemeente Den Haag, vindt de gemeente de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden een voldoende kwaliteit om zonder risico’s grond met licht verhoogde gehalten aan PFAS in de gemeente toe te staan. Op basis van het Besluit en de Regeling en de vastgestelde Lokale Maximale Waarden is bepaald tussen welke zones al dan niet vrij grondverzet mogelijk is. Bijlage C geeft de mogelijkheden van grondverzet binnen en tussen de zones schematisch weer (grondstromenmatrix).

11

95% van de analyseresultaten in het betreffende gebied ligt beneden deze waarde. Als de 95-percentielwaarde lager is dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarde, dan wordt deze laatste als toepassingseis gehanteerd voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur.

SOB010866.NOT002

Definitief

6 / 14

Tabel 3.1 Lokale Maximale Waarden PFAS-verbindingen in de grond van de gemeente Den Haag Lokale Maximale Waarden

Stof

PFAS-verbindingen (in µg/kg ds)

Hergebruik grond van binnen de gemeente Den Haag op locaties met de bodemfunctie ‘Wonen’ en ‘Industrie’ (boven grondwaterniveau12 tot maximaal 2,0 m-mv) PFOA (som, lineair, vertakt)

7,00 *

PFOS (som, lineair, vertakt)

3,00 *

Elke andere PFAS-verbindingen

3,00 *

Hergebruik grond van binnen de gemeente Den Haag op locaties met de bodemfunctie ‘Overig (landbouw/natuur)’ én hergebruik van grond van buiten de gemeente Den Haag (boven grondwaterniveau tot maximaal 2,0 m-mv) PFOA (som, lineair, vertakt)

2,00 **

PFOS (som, lineair, vertakt)

3,00 **

Elke andere PFAS-verbinding

1,40 ** 13

Hergebruik grond onder grondwaterniveau en/of dieper dan 2,0 m-mv PFOA (som, lineair, vertakt)

1,90 ***

PFOS (som, lineair, vertakt)

1,40 ***

Elke andere PFAS-verbinding

1,40 ***

Hergebruik grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden PFOA (som, lineair, vertakt)

0,10****

PFOS (som, lineair, vertakt)

0,10****

Elke andere PFAS-verbinding

0,10****

*

Hierbij wordt aangesloten bij de voorlopige landelijke toepassingsnormen voor PFAS-houdende grond en baggerspecie. Op basis van de huidige inzichten is er bij de aangegeven waarden geen sprake van risico’s voor de gezondheid en overschrijding van effectniveaus voor het ecosysteem.

**

Deze waarde is gebaseerd op de 95-percentielwaarde van de bovengrond.

***

Deze waarde is gebaseerd op de voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-verbindingen.

**** Deze waarde is gebaseerd op de toepassingsnormen van Dunea. Grond die binnen het grondwaterbeschermingsgebied verplaatst wordt, moet minimaal een gelijke of betere kwaliteit hebben dan de ontvangende bodem.

12

13

Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast (bron: geactualiseerd tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, paragraaf 4 tabel voetnoot 1). Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast (bron: geactualiseerd tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, paragraaf 4 tabel voetnoot 2).

SOB010866.NOT002

Definitief

7 / 14

4

Beleid hergebruik PFAS-houdende grond

4.1

Toepassingseisen PFAS-houdende grond in de gemeente Den Haag (vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte en boven grondwaterniveau)

De gemeente Den Haag wil het beleid voor hergebruik van PFAS-houdende grond optimaliseren én het grondgebied vrijwaren van verslechtering van de bestaande bodemkwaliteit voor PFAS-verbindingen. Om deze reden worden gemeentelijke toepassingswaarden vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte en boven grondwaterniveau14. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente en derden onnodig hoge kosten moeten maken voor de afvoer van grond die slechts zeer licht met PFASverbindingen is belast. Van alle grond die wordt toegepast in de gemeente Den Haag moeten de PFASgehalten bekend zijn. Dit kan met: • De eigen (door de gemeente Den Haag) bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen. De bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen kan alleen worden gebruikt in combinatie met een historisch onderzoek waaruit blijkt de ontgravingslocatie niet verdacht is voor het voorkomen van PFAS-verbindingen als gevolg van een (bedrijfsmatige) activiteit (zie ook § 7.1 van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer). • Een partijkeuring volgens de eisen die volgen vanuit het Besluit bodemkwaliteit (zie ook § 6.2.2 en § 7.2 van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer).

• Onder voorwaarden een bodemonderzoek volgens de NEN5740 15 (zie ook hoofdstuk 5 van deze notitie); dit geldt voor grond van binnen de gemeente Den Haag. De gemiddelde PFAS-kwaliteit van de grond van binnen de gemeente Den Haag moet voldoen aan de Lokale Maximale Waarden die zijn benoemd in tabel 3.1 van deze notitie. Deze zijn afhankelijk van de bodemfunctie van de ontvangende bodem. De gemiddelde PFAS-kwaliteit van de grond van buiten de gemeente Den Haag moet voldoen aan de gemeentelijke toepassingswaarden die gelden voor de bodemfunctie ‘Overig (landbouw of natuur)’ die zijn benoemd in tabel 3.1 van deze notitie.

14

15

Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast (bron: geactualiseerd tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, paragraaf 4 tabel voetnoot 1). NEN 5740 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond.

SOB010866.NOT002

Definitief

8 / 14

4.2

Toepassingseisen PFAS-houdende grond onder grondwaterniveau

Als grond onder grondwaterniveau 16 wordt toegepast, gelden altijd de (voorlopige) landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-verbindingen (2 juli 2020): 1,90 μg/kg ds voor PFOA (som, lineair, vertakt) en 1,40 μg/kg ds voor de andere PFASverbindingen. 4.3

Toepassingseisen PFAS-houdende grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden

In de gemeente Den Haag liggen delen van de grondwaterbeschermings- en/of waterwingebieden Den Haag en Monster (zie ook: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/ZuidHolland/120213/120213_2.html). Voor het toepassen van PFAS-houdende grond in grondwaterbeschermings- en/of waterwingebieden sluit de gemeente aan bij het geactualiseerde tijdelijk handelingskader voor het toepassen van PFAS-houdende grond. De toepassingswaarde voor PFAS-houdende grond die wordt toegepast in een waterwinen/of grondwaterbeschermingsgebied moet voldoen aan het 0,10 μg/kg ds voor alle PFAS-verbindingen. Deze waarde is gebaseerd op de toepassingsnormen van Dunea. Grond die binnen het grondwaterbeschermingsgebied verplaatst wordt, moet minimaal een gelijke of betere kwaliteit hebben dan de ontvangende bodem. Als het voornemen bestaat grond toe te passen in een grondwaterbeschermingsen/of een waterwingebied, dan moet deze voorafgaand aan de toepassing worden gekeurd voor PFAS-verbindingen. 4.4

Toepassingseisen PFAS-houdende grond in een grootschalige toepassing op de landbodem

De kwaliteit van de PFAS-houdende grond die wordt verwerkt in de kern van de grootschalige bodemtoepassing boven grondwaterniveau17 moet voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen en Industrie’, of een betere kwaliteitsklasse: • PFOA: 7,00 µg/kg ds. • Alle andere PFAS-verbindingen: 3,00 µg/kg ds.

16

17

Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast (bron: geactualiseerd tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie paragraaf 4 tabel voetnoot 2). Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast (bron: geactualiseerd tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, paragraaf 4 tabel voetnoot 1).

SOB010866.NOT002

Definitief

9 / 14

Ook moet worden aangetoond dat de PFAS-houdende grond die wordt verwerkt in de leeflaag van de grootschalige bodemtoepassing voldoet aan de toepassingseisen van de locatie waar de grootschalige bodemtoepassing wordt gerealiseerd. De kwaliteit van de PFAS-houdende grond die in de leeflaag wordt toegepast moet voor PFASverbindingen voldoen aan de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie tabel 3.1 van deze notitie). Voor de andere stoffen van het standaard NEN5740 stoffenpakket moet de kwaliteit van de grond voldoen aan toepassingseisen die zijn geformuleerd in hoofdstuk 5 van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. De toepassingsnormen voor PFAS-houdende grond die wordt verwerkt in de kern van de grootschalige bodemtoepassing onder grondwaterniveau18 moet voldoen aan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden (2 juli 2020): 1,90 μg/kg ds voor PFOA (som, lineair, vertakt) en 1,40 μg/kg ds voor de andere PFAS-verbindingen. 4.5

Kleinschalig grondverzet

Het komt vaak voor dat er bij bijvoorbeeld loonwerkers of de gemeentelijke afdeling voor groenonderhoud kleine partijen grond vrijkomen. Bijvoorbeeld bij (groen-) onderhoudswerkzaamheden of het plaatsen van bomen. De mogelijkheid bestaat om kleine partijen vrijkomende grond niet te onderzoeken op PFAS-verbindingen, maar bij elkaar te verzamelen tot maximaal 25 m3 (zie artikel 4.3.2 van de Regeling), bijvoorbeeld in een hiervoor bestemde container. De samengevoegde partijen grond moeten vervolgens worden aangeboden aan een erkend bodemintermediair die is gecertificeerd en erkend voor de BRL 9335 – protocol 9335-119. Volgens paragraaf 6.1 van protocol 9335-1 kunnen partijen grond tot 100 ton worden ingenomen op basis van beperkte voorinformatie, dus ook grond die niet geanalyseerd is op PFAS-verbindingen. Individuele kleine partijen PFAS-houdende grond kunnen, afhankelijk van de acceptatiecriteria, ook bij erkende grondverwerkers (reiniger, grondbank) worden aangeboden. De bodemkwaliteitskaart (voor PFAS-verbindingen) kan worden gebruikt ter onderbouwing van de kwaliteit van de aangeboden grond.

18

19

Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast (bron: geactualiseerd tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, paragraaf 4 voetnoot 2). Individuele partijen grond Milieuhygiënische keuring van individuele partijen grond in het kader van het Besluit bodemkwaliteit: BRL 9335 – protocol 9335-1.

SOB010866.NOT002

Definitief

10 / 14

4.6

Verspreiden onderhoudsbaggerspecie op het aangrenzend perceel en tijdelijke opslag in weilanddepot

Voor het verspreiden van baggerspecie uit watergangen op aangrenzende percelen of in een weilanddepot (artikel 35, onder f, Besluit) geldt de norm van 7,00 μg/kg ds voor PFOA (som, lineair, vertakt) en 3,00 μg/kg ds voor de andere PFAS-verbindingen. Deze normen gelden niet voor waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. Hier gelden strengere normen (zie § 4.3). Omdat de baggerspecie in een watergang daarin door afspoeling van grond van de aangrenzende terreinen is terechtgekomen, zal de baggerspecie over het algemeen dezelfde kwaliteit hebben als de landbodem waarop de baggerspecie wordt toegepast. Daarom is het bij al uitgevoerde onderzoeken het niet altijd nodig om de kwaliteit van de baggerspecie te bepalen. Wel wordt aangeraden om bij nieuw uit te voeren waterbodemonderzoek een aantal representatieve metingen te doen om te controleren of er geen sprake is van onverwacht hoge waarden van PFAS in de baggerspecie. Dit kan duiden op een voor de watergang niet-representatieve verontreiniging als gevolg van een puntbron. Door het toepassen van baggerspecie waarin uitschieters van PFAS zijn aangetroffen, zal de bestaande bodemkwaliteit verslechteren. Deze lokaal sterker verontreinigde baggerspecie mag daarom niet worden toegepast.

Voor onderzoeken naar de kwaliteit van baggerspecie die na 8 juli 2019 (de datum waarop het tijdelijk handelingskader van kracht werd) zijn uitgevoerd, is het wenselijk om ook op PFAS te analyseren. Dit is niet nodig als de waterbeheerder - in afstemming met gemeente – heeft aangetoond dat de PFAS-gehalten in de baggerspecie in zijn beheergebied ruimschoots aan de toepassingswaarden voldoen. 4.7

Toekomstige bijstelling van de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en (toepassings)waarden voor PFAS-houdende grond

Tot en met 2020 wordt er nog veel onderzoek gedaan naar PFAS-verbindingen (bijvoorbeeld naar mobiliteit, uitloging, bioaccumulatie en gedrag in grondwater) en worden er landelijke veel meetgegevens door het RIVM verzameld. Op basis van deze onderzoeken en meetgegevens worden interventiewaarden gedefinieerd en worden mogelijk de voorlopige landelijke en provinciale achtergrondwaarden en (toepassings)waarden voor PFAS-verbindingen aangepast. Als interventiewaarden worden gedefinieerd, volgt de gemeente Den Haag de landelijke normen. Als de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en (toepassings)waarden voor PFAS-houdende grond worden gewijzigd, evalueert de gemeente deze met de in deze notitie gedefinieerde Lokale Maximale Waarden voor hergebruik van PFAS-houdende grond. Indien van toepassing worden de Lokale Maximale Waarden gewijzigd en bestuurlijk vastgesteld (zie paragraaf 6 van deze notitie).

SOB010866.NOT002

Definitief

11 / 14

5

5.1

De geldigheidsduur van een eventueel uitgevoerd onderzoek naar PFAS-verbindingen en gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart bij een al onderzochte locatie De geldigheidsduur van een eventueel uitgevoerd onderzoek

De toe te passen grond en/of de ontvangende bodem kan al eerder zijn onderzocht. De NEN 5740 of en het BRL 1000 – protocol 100120 stellen geen voorwaarden aan de actualiteit van onderzoeksgegevens. De gemeente Den Haag stelt dat onderzoeksresultaten die niet ouder zijn dan 5 jaar gebruikt mogen worden als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond. Als een onderzoek ouder is dan 5 jaar, dan moet de initiatiefnemer aan de Omgevingsdienst Haaglanden (Toezicht en Handhaving van de gemeente) aannemelijk maken dat de onderzoeksgegevens hun actualiteitswaarde hebben behouden. Hierbij moet ten minste in ogenschouw zijn genomen: • of de gehanteerde strategie van monstername of analysemethodes voldoende inzicht geven in de algemene bodemkwaliteit; • of de onderzoekslocatie na uitvoering van het laatste volledige onderzoek niet intensiever is gebruikt en geen grondverzet of herinrichting heeft ondergaan; • qua gebruik of inrichting de onderzoekslocatie nog hetzelfde is; • in hoeverre er tussentijds op de onderzoekslocatie activiteiten zijn uitgevoerd die de bodemkwaliteit hebben kunnen beïnvloeden. NB

Een terreininspectie maakt onderdeel uit van de verificatie.

Bij twijfel beslist de Omgevingsdienst Haaglanden (Toezicht en Handhaving van de gemeente) of het bewijsmiddel gebruikt mag worden. 5.2

Uitgevoerd specifiek onderzoek van de NEN 5740 of een partijkeuring en gebruik ontgravingskaart

De mogelijkheid bestaat dat op een locatie van ontgraving een specifiek onderzoek van de NEN 574021 of een partijkeuring (BRL protocol 1001) is uitgevoerd. Als het onderzoek of de partijkeuring voldoet aan de vereisten voor een bewijsmiddel uit het Besluit (zie § 6.2.2 en § 7.2 van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer) en representatief is voor de meest recente (terrein)situatie, dan moet dit onderzoek worden gebruikt als bewijsmiddel. Zo’n onderzoek geeft een beter beeld van de grondkwaliteit dan de bodemkwaliteitskaart. Het onderzoek is leidend boven de ontgravingskaarten van de bodemkwaliteitskaart.

20 21

Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie, protocol 1001. Alleen van de volgende onderzoeksstrategieën kan gebruik worden gemaakt: TOETS-S, TOETS-S-GR en KEU-I-HE.

SOB010866.NOT002

Definitief

12 / 14

5.3

Uitgevoerd onderzoek en gebruik toepassingskaart

Uit een onderzoek, een partijkeuring of uitgevoerd volgens de NEN 5740, kan blijken dat dat de kwaliteit van de ontvangende bodem waarin de locatie is gelegen slechter of juist beter is dan de bodemkwaliteitsklasse zoals die voor de bodemkwaliteitszone is vastgesteld. In die situatie geldt de toepassingseis zoals deze is weergegeven op de toepassingskaarten, ongeacht de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en mogelijk gevolgen voor de toepassingseis. 5.4

Uitgevoerd NEN 5740 onderzoek binnen de gemeente Den Haag en gebruik ontgravingskaart

Als op de ontgravingslocatie binnen de gemeente Den Haag al een bodemonderzoek volgens de NEN 5740 is uitgevoerd, bijvoorbeeld ter plaatse van een voor bodemverontreiniging verdachte locatie, maar geen specifieke onderzoeksstrategie (zie § 5.2 van deze notitie), geldt het volgende: binnen een bodemkwaliteitszone is altijd sprake van een variatie in aangetroffen gehalten. Ook op locatieniveau is vaak sprake van variatie in gehalten. De gemeente Den Haag vindt het niet redelijk dat voor deze locaties, na het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740, een aanvullende partijkeuring moet plaatsvinden. De gemeente staat het daarom toe dat als het bodemonderzoek nog representatief is voor de meest recente (terrein)situatie én de maximaal vastgestelde (gestandaardiseerde) gehalten van de PFAS-verbindingen voldoen aan de 95-percentielwaarde22 van de PFAS-bodemkwaliteitszone bovengrond (zie bijlage 4C), er geen aanvullende partijkeuring hoeft te worden uitgevoerd. De ontgravingskaart mag dan voor PFAS-verbindingen worden gebruikt als bewijsmiddel voor de elders toe te passen grond. Het bodemonderzoek wordt hierbij als aanvullend ‘bewijsmiddel’ gebruikt.

Als één van de PFAS-verbindingen in het bodemonderzoek van de mengmonsters of individueel geanalyseerde monsters hoger is dan de 95-percentielwaarde van de PFAS-bodemkwaliteitszone bovengrond, dan wordt de ontgraven grond als afwijkend gezien en moet een partijkeuring worden uitgevoerd om de bodemkwaliteit voor PFAS-verbindingen te bepalen. Als de 95-percentielwaarde lager dan de landelijke achtergrondwaarde is vastgesteld, mag het gehalte voldoen aan de landelijke achtergrondwaarde. Als één of meerdere gehalten de interventiewaarde overschrijdt, moet contact worden opgenomen met de Omgevingsdienst Haaglanden (Toezicht en Handhaving van de gemeente).

22

De benoemde percentielwaarden worden aangeduid als de gebiedseigen kwaliteit. Als de betreffende percentielwaarden lager dan de Achtergrondwaarde (AW2000) is gelegen, wordt de Achtergrondwaarde (AW2000) als lokale achtergrondwaarde gehanteerd.

SOB010866.NOT002

Definitief

13 / 14

6

Bestuurlijke vaststelling

Een gemeente is voor haar eigen gemeentelijke grondgebied het bevoegd gezag bij de toepassing van grond en gerijpte baggerspecie op de landbodem. In de laatste wijziging van het Besluit bodemkwaliteit 23 is vanwege de versnelling van de totstandkomingsprocedure voor het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid voor PFAS-verbindingen tot 1 januari 2021 geregeld dat: • gebiedsspecifiek beleid dat betrekking heeft op PFAS-verbindingen kan ook worden genomen door het college van burgemeester en wethouders in plaats van de gemeenteraad; • de openbare voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4 (Art. 3:10), is niet van toepassing. De bijlagen 1A en 1B van deze notitie zijn aanvullingen op de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart die is opgenomen in bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. Bijlage 4C van deze notitie is een aanvulling op de bijlagen 4A en 4B die zijn opgenomen in bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. Bijlage C van deze notitie vervangt bijlage C van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. De kaartbijlagen 2 t/m 5 van deze notitie vervangen de kaarten die zijn opgenomen in bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. De kaartbijlagen 6 van deze notitie zijn aanvullingen op bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer.

23

Publicatie Staatsblad 491, 17 december 2019.

SOB010866.NOT002

Definitief

14 / 14

Bijlage 1A Bodemkwaliteitskaart PFASverbindingen gemeente Den Haag

SOB010866.NOT002

Bijlage 1A

Contactpersoon Omgevingsdienst IJmond Hans Bakker (Omgevingsdienst IJmond) Contactpersonen Lievense Milieu B.V. Jeroen Spronk Karin Reezigt-Struijk

Bodemkwaliteitskaart PFASverbindingen Gemeente Den Haag

Opdrachtgever: Gemeente Den Haag

Organisatie

Telefoon

Projectnummer

Lievense Milieu B.V.

+31 (0)88 910 20 00

SOB010866

Adres

Datum

Documentnummer

Ringwade 41 3439 LM Nieuwegein

21 september 2020

SOB010866.RAP002

Colofon Contactpersoon gemeente Den Haag Judith Vermeer Bart Ebus René Tjassens Contactpersonen Lievense Milieu B.V. Jeroen Spronk Paul Karels

Autorisatie Projectnummer

Documentnummer

Status

SOB010866

SOB010866.RAP002

Definitief

Opgesteld door

Functie

Datum

Jeroen Spronk

Senior adviseur

21.09.2020

Collegiale toets door

Functie

Datum

Paul Karels

Adviseur

21.09.2020

Akkoord projectleider

Functie

Datum

Jeroen Spronk

Senior adviseur

21.09.2020

SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

Paraaf

Paraaf

Paraaf

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling

1 1 2

2

Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen 2.1 Inleiding 2.2 Definities 2.3 Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden 2.4 Gegevensverzameling en -verwerking 2.5 Controle indeling van het bodembeheergebied 2.5.1 Aantal en spreiding meetgegevens 2.5.2 Splitsen deelgebieden 2.6 Vaststelling definitieve deelgebieden en bodemkwaliteitszones PFASverbindingen 2.7 Karakterisering bodemkwaliteitszones PFAS-verbindingen

3 3 3

Samenvatting en conclusies

8

3

Bronvermeldingen

SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

4 4 5 5 5 6 6

10

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Bij het hergebruik en toepassen van grond en gerijpte baggerspecie voert de gemeente Den Haag een milieuvriendelijk grondstromenbeleid. Dit beleid is geformuleerd in een Nota bodembeheer[1]. Ook heeft de gemeente een bodemfunctieklassenkaart en een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Deze is als bijlage B in de eerder vastgestelde Nota bodembeheer opgenomen. De kaarten worden bij de uitvoering van het gemeentelijke grondstromenbeleid gebruikt. Op de bodemfunctieklassenkaart zijn de functies ‘Wonen’ en ‘Industrie’ weergegeven. Ook zijn andere bodemgebruiken (meestal landbouw en natuur) en oppervlaktewater weergegeven. De bodemkwaliteitskaart geeft voor het gemeentelijke grondgebied de te verwachten gemiddelde chemische bodemkwaliteit weer. De kaarten en de Nota bodembeheer zijn niet afzonderlijk van elkaar te gebruiken. Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS1houdende grond en baggerspecie[2]. Het tijdelijk handelingskader is sindsdien op 29 november 2019 en op 2 juli 2020 geactualiseerd. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast.

Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd. De gemeentelijke bodemkwaliteitskaart is niet opgesteld voor PFAS-verbindingen. Om deze reden is deze aanvullende bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen opgesteld. In deze rapportage staat beschreven hoe de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart voor PFASverbindingen is opgesteld en wat de resultaten zijn. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1B. Deze bodemkwaliteitskaart kan niet los worden gezien van de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaart voor de andere stoffen 2 en de Nota bodembeheer[1]. Bijlage 4C van de notitie “Aanvulling bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer van de gemeente Den Haag”, waarin de statistische parameters voor PFAS-verbindingen per bodemkwaliteitszone zijn opgenomen, is een aanvulling op de bijlagen 4A en 4B van bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. De kaartbijlagen 2 t/m 5 vervangen de kaarten die zijn opgenomen in bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer.

1

2

Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. Het betreft de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PCB (7), PAK (10) en minerale olie.

1/10 — SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

1.2

Doelstelling

De doelstelling bij het opstellen van deze bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de algemene chemische bodemkwaliteit voor PFAS-verbindingen binnen de gemeente Den Haag. De achterliggende doelstelling is om met deze bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit bodemkwaliteit[3] (hierna: ‘het Besluit’) biedt: • als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); • bij het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie op en in de landbodem; • bij het wegnemen van mogelijke knelpunten bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond); • om gebruik te kunnen blijven maken van het gemeentelijke grondstromenbeleid; • als bewijsmiddel bij klein grondverzet.

2/10 — SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

2

Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen

2.1

Inleiding

Deze bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen is opgesteld volgens de richtlijn die Bodem+3 heeft aangegeven. In de hierna volgende paragrafen zijn de uitgevoerde werkzaamheden nader toegelicht en uitgewerkt. Deze bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen is opgesteld door de systematiek te volgen voor het aanvullen van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, PCB en molybdeen. Die systematiek is uitgewerkt in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten[4]. Met die systematiek kan onder voorwaarden (waaronder het uitsluiten van puntbronnen en beperkte ruimtelijke variatie) volstaan worden met 30 waarnemingen per bodemlaag in het gehele beheergebied in plaats van het minimale aantal waarnemingen dat normaal gesproken per zone (20) en per nietaaneengesloten deelgebied (3) geldt. 2.2

Definities

Voor de bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen zijn de volgende definities vastgesteld: • Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen omvat het grondgebied van de gemeente Den Haag. • De bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen is opgesteld voor de landbodem voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte. • Locaties waar vanwege (voormalige) (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende 4 en verwerkende bedrijven5, inzet blusschuim6 en secundaire bronnen7; specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart ten aanzien van PFAS-verbindingen) zijn uitgesloten van deze bodemkwaliteitskaart. • De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor PFAS-verbindingen8. • De gegevens voor deze bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig vanuit bekende onderzoeken bij de Omgevingsdienst Haaglanden[5], die de bodeminformatie voor de gemeente Den Haag registreert en beheert, én van een speciaal voor deze bodemkwaliteitskaart uitgevoerd bodemonderzoek[6].

3 4 5 6

7 8

https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-gebruikmilieuhygienische/faq/gemeente-waterkwaliteitsbeheerder-water/ Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen. Het betreft 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf.

3/10 — SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

2.3

Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden

Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek is de verwachting dat er geen clustering van hogere of lagere PFAS-gehalten voorkomt binnen de gemeente. Met deze verwachting wordt voor de PFAS-verbindingen in het horizontale vlak binnen de gemeente 1 PFAS-deelgebied onderscheiden. In het verticale vlak worden voor de PFAS-verbindingen 3 bodemlagen onderscheiden: (1) vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, (2) vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte en (3) vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden. Deze bodemlagen tot en met 1,0 meter diepte zijn mogelijk verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen door atmosferische depositie, grondroering en uitspoeling van de bovengrond naar de ondergrond. De bodemlaag dieper dan 1 meter wordt conform het tijdelijk handelingskader van 8 juli 2019 als niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFASverbindingen beschouwd. 2.4

Gegevensverzameling en -verwerking

De gegevens voor deze bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig vanuit bekende onderzoeken bij de Omgevingsdienst Haaglanden[5], die de bodeminformatie voor de gemeente Den Haag registreert en beheert, én van een speciaal voor deze bodemkwaliteitskaart uitgevoerd bodemonderzoek[6]. De ligging van de locaties waar PFAS-meetgegevens beschikbaar zijn voor de dataset van deze bodemkwaliteitskaart is weergegeven in de kaartbijlagen 2 van de notitie “Aanvulling bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer van de gemeente Den Haag”. Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn verzameld, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig bekend zijn.

Per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten beoordeeld. In de dataset van de PFAS-verbindingen zijn 2 uitbijters onderscheiden en verwijdert uit de dataset voor deze bodemkwaliteitskaart (zie tabel 2.1).

4/10 — SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

Tabel 2.1: Bodemkwaliteitszones PFAS-verbindingen, verwachte bodemkwaliteit PFAS-verbindingen. Locatie/boorpunt

Stof

Gehalte (in µg/kg ds)

Reden uitbijter Monster PFAS01-1 is uitgesplitst na het aantreffen van een hoog gehalte PFOS, waarvan alleen

VBO en Asbest Uitenhagestraat (pand Post; Ingenieursbureau

PFOS

Den Haag, rapport 95023940);

(som)

deelmonster PFAS10-1 de verhoging heeft. 280

Oorzaak is niet bekend. Mogelijk een niet bekende bron. Analyseresultaat is niet representatief voor

Boring PFAS01

de vele andere resultaten in de gemeente Den Haag. Grondmonster B05-4. Oorzaak is niet bekend. Er zijn meerdere trajecten met verhoogde gehalten in

Indicatief onderzoek PFAS gemeente Den Haag; boring B05 (Strand Noord tussen nrs. 55 en 57a; nabij Zeekant 111 in Den Haag)

dezelfde boring. Voor dit specifieke dieptetraject PFOS (som)

8,6

betreft het een zeer hoog gehalte ten opzichte van de andere gehalten in de gemeente. Mogelijk een niet bekende bron. Analyseresultaat is niet representatief voor e vele andere resultaten in de gemeente Den Haag.

2.5

Controle indeling van het bodembeheergebied

2.5.1 Aantal en spreiding meetgegevens Voor de PFAS-verbindingen zijn, verspreid over de gemeente en per bodemlaag, 30-51 meetgegevens beschikbaar. Hiermee voldoen de deelgebieden aan de minimumeis (>30 meetgegevens) als gebruik wordt gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. 2.5.2 Splitsen deelgebieden Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van Lievense bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. Het overzicht van de variatiecoëfficiënten staat in bijlage 4C (kolom ‘VC’) van de notitie “Aanvulling bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer van de gemeente Den Haag”. Hieruit blijkt, dat in de bovengrond (0-0,5 m-mv) en in de ondergrond (1,0-2,0 m-mv) voor één of meerdere PFAS-verbindingen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Deze hoge variatiecoëfficiënten worden veroorzaakt door enkele hoge waarden die geen ruimtelijke clustering vertonen. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van het PFAS-deelgebied.

5/10 — SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

2.6

Vaststelling definitieve deelgebieden en bodemkwaliteitszones PFASverbindingen

De onderstaande onderscheiden deelgebieden voor PFAS-verbindingen in de gemeente voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (aantal en spreiding): • Bodemlaag vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte. • Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot 1,0 meter diepte. • Bodemlaag vanaf 1,0 meter tot 2,0 meter diepte. Deze deelgebieden worden daarom definitief vastgesteld. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen. 2.7

Karakterisering bodemkwaliteitszones PFAS-verbindingen

De bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen zijn net als de andere stoffen9 gekarakteriseerd op basis van de gemiddelde waarden. De gemiddelden zijn getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden die zijn benoemd in het geactualiseerde ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. In tabel 3.1 zijn de bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen gekarakteriseerd. Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Voor PFASverbindingen zijn er geen interventiewaarden beschikbaar maar er zijn Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) voor PFOS, PFOA en GenX10 [7] vastgesteld. De 95percentielwaarden liggen zeer ruim onder de INEV’s (factor 36 tot 1.746). Ook zijn de meeste 95-percentielwaarden van de PFAS-verbinding ruim onder de toepassingswaarden voor de bodemfuncties Wonen en Industrie liggen. Uitzondering hierop is PFOS (som) voor de PFASbodemkwaliteitszone bovengrond. De hogere 95-percentielwaarde wordt veroorzaakt door 2 hogere PFOS (som)-gehalten (5,1-5,6 µg/kg ds).

Deze hogere waarden zijn niet als uitbijter geïdentificeerd. Heterogeniteit De heterogeniteit van de analysegegevens is berekend volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje “Heterogeniteit” in de bijlage 1B van de notitie “Aanvulling bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer van de gemeente Den Haag”. In alle drie de bodemlagen is voor PFOS (som) een sterke heterogeniteit vastgesteld (bijlage 4C; kolom ‘Heterogeniteit’ van de notitie “Aanvulling bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer van de gemeente Den Haag”). In de bovengrond is daarnaast sprake van sterke heterogeniteit voor PFOS (lineair). In de 9

Het betreft de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PCB (7), PAK (10) en minerale olie. 10 INEV’s: PFOS: 110 µg/kg ds; PFOA: 1.100 µg/kg ds; GenX: 97 µg/kg ds.

6/10 — SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

bovengrond zijn er echter ruim voldoende meetgegevens om de kwaliteitsklasse goed te beschrijven.

7/10 — SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

3

Samenvatting en conclusies

Voor de gemeente Den Haag is deze bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen11 opgesteld. Binnen het grondgebied van de gemeente zijn geen clusteringen van hogere of lagere PFASgehalten onderscheiden. In het horizontale vlak is daarom binnen het grondgebied van de gemeente 1 PFAS-deelgebied onderscheiden. In het verticale vlak zijn de onderstaande bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen onderscheiden: • Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. • Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte. • Bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte. Locaties waar vanwege (voormalige) (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende 12 en verwerkende bedrijven13, inzet blusschuim14 en secundaire bronnen15; specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart ten aanzien van PFAS-verbindingen) zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart voor PFASverbindingen. In tabel 3.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en bodemlagen een overzicht van de te verwachten PFAS-kwaliteit. De bodemlaag dieper dan 2 meter wordt, gezien de beschikbare meetgegevens van PFAS-verbindingen in de bodemlaag 1,0-2,0 m-mv, als niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen beschouwd.

Bijlage 4C van de notitie “Aanvulling bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer van de gemeente Den Haag”, waarin de statistische parameters voor PFAS-verbindingen per bodemkwaliteitszone zijn opgenomen, is een aanvulling op de bijlagen 4A en 4B van bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer. De kaartbijlagen 2 t/m 5 vervangen de kaarten die zijn opgenomen in bijlage B van de eerder vastgestelde Nota bodembeheer.

11 12 13 14

15

Het betreft 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf. Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.

8/10 — SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

Tabel 3.1: Bodemkwaliteitszones PFAS-verbindingen, verwachte bodemkwaliteit PFAS-verbindingen. Gemiddelde

Toetsingswaarden (in µg/kg ds)

(in µg/kg ds)

Landbouw/natuur

Wonen / Industrie

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # PFOA16 (som)

0,54

1,9*

7,0

PFOS17 (som)

1,20

1,4*

3,0

0,15

1,4*

3,0

Maximum andere PFASverbindingen

Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte ## PFOA (som)

0,48

1,9*

7,0

PFOS (som)

0,73

1,4*

3,0

0,08

1,4*

3,0

Maximum andere PFASverbindingen

Bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte ## PFOA (som)

0,23

1,9*

7,0

PFOS (som)

0,52

1,4*

3,0

0,08

1,4*

3,0

Maximum andere PFASverbindingen *

Deze waarde betreft de voorlopige landelijke achtergrondwaarde.

#

Het gemiddelde van PFOS is lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de toepassingswaarden voor een aantal toepassingssituaties in oppervlaktewater (neem hiervoor contact op met de waterkwaliteitsbeheerder). Dit leidt tot beperkingen van het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden en voor een aantal toepassingssituaties in oppervlaktewater.

##

De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit laatste leidt tot beperkingen van het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden.

16 PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. 17 PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.

9/10 — SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

Bronvermeldingen [1] [2]

[3] [4] [5]

[6] [7]

Nota bodembeheer gemeente Den Haag 2013-2023, projectcode: 10K134, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 20 augustus 2012. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en later wijzigingen. Onderzoeksresultaten PFAS-verbindingen bekend bij de omgevingsdienst Haaglanden: • Aanvullend bodemonderzoek Hooigracht. Ingenieursbureau Land, B01-77720.11OHA, 28-08-2019. • Aanvullend onderzoek PFOS Boekweitkamp, BuroS/L, 2018050/BRF02, 8-11-2018. • Aanvullend PFAS bodemonderzoek Energiekwartier Kavel E1, BK Ingenieurs, 91323-01, 23-10-2019. • Historisch en Verkennend bodemonderzoek Spuikwartier, Ingenieursbureau Den Haag, IbDH 95022341-2019127, 17-12-2019. • Partijkeuring fietspad Javastraat, Van der Helm, 95023553-2019167, 20-12-2019. • Partijkeuring grond Schokkerweg 64 Den Haag partij 1 (Houtrustweg), BK Ingenieurs, 192891, 2-9-2019. • Valkenboskade II, project 95019497, 21-10-2019. (los analysecertificaat) • Verificatie bodemkwaliteit Juliana van Stoltenberglaan, Royal HaskoningDHV, BG2382TPNT1912231037, 23-12-2019.

• Verkennend bodemonderzoek Polderweg 14, BuroS/L, 2019055/RAP01, 24-102019. • Verkennend bodem- en asbestonderzoek GOE Grote Markt, Ingenieursbureau Den Haag, IbDH 95022470, 28-11-2019. • Verkennend bodem- en asbestonderzoek Strandweg te Scheveningen (voormalige locatie Patatpaleis), Aveco de Bondt, R-AB-412-193001, 7-10-2019. • Verkennend bodem- en asbestonderzoek Toussaintkade 25, Moerdijk Bodemsanering, 1465.170.191.r1, 6-12-2019. • Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Ledegancksplein, Ingenieursbureau Den Haag, IbDH 95023810, 14-11-2019. • Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Uitenhagestraat (pand Post), Ingenieursbureau Den Haag, IbDH 95023940, 6-11-2019. • BG2382IBNT1912200834-Verificatie bodemkwaliteit Blok C en D Bodemonderzoek PFAS-verbindingen, gemeente Den Haag, documentcode: SOB010866.RAP001, Lievense Milieu B.V., 16 april 2020. Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020.

10/10 — SOB010866 — Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen — SOB010866.RAP002 — 21 september 2020

Bijlage 1B Begrippenlijst Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal meetgegevens. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.

Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bevoegd gezag Met bevoegd gezag wordt bedoeld het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag. Bodembeheergebied Een aaneengesloten, door het bestuursorgaan (bijvoorbeeld een gemeente, waterschap of Rijkswaterstaat) afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders.

SOB010866 — Bijlage1B — 1/9

Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’.

Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld. Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’.

SOB010866 — Bijlage1B — 2/9

Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarde)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11037935/1