RIS311206 Westduinweg - Uitkomsten verkeersstudie
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert van Asten Wethouder van Mobiliteit en Cultuur
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSO/10202307 RIS311206 Contactpersoon
Jeffrey Jansen Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Mobiliteit Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
11 januari 2022
jeffrey.jansen@denhaag.nl
Onderwerp
Westduinweg – Uitkomsten verkeersstudie
Geachte voorzitter, Scheveningen is een dynamisch en uniek stadsdeel waar wonen, werken, recreëren en ondernemen samenkomen. Deze dynamiek brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Om Scheveningen bereikbaar, leefbaar en veilig te houden is samen met bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden de Verkeersvisie Scheveningen 2025 (RIS295689) opgesteld en op 26 januari 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. De Verkeersvisie geeft antwoord op de vraag: hoe blijft Scheveningen een aantrekkelijke (toeristische) bestemming, zonder dat de leefbaarheid wordt aangetast? Om deze hoofdvraag te beantwoorden zijn in overleg met belanghebbenden 55 kleine en grote maatregelen in de Verkeersvisie opgenomen. Eén van deze maatregelen was het in beeld brengen van de verkeerssituatie op de Westduinweg. Daartoe heeft de gemeente afgelopen jaren een verkeersonderzoek uit laten voeren. Over de aanpak is destijds gesproken met betrokken belangenorganisaties. Het uitvoeren van dit onderzoek was complex, mede vanwege de ontwikkelingen die in en rond de Haven en Scheveningen plaatsvinden en –vonden alsmede het destijds al dan niet rekening houden met een mogelijke inpassing van een tramtracé. In deze brief informeren wij u over de uitkomsten van de onderzoeken die hebben plaatsgevonden en oplossingsrichting die het college prefereert.
Op basis van deze uitkomsten beraad het college zich nog over de te nemen maatregelen. Ontwikkelingen Sinds de vaststelling van de Verkeersvisie Scheveningen 2025 is er in het kustgebied van Scheveningen veel gebeurd. Op de Westduinweg zijn verkeersmaatregelen uitgevoerd (zie hierna onder ‘Reeds uitgevoerde maatregelen’). Daarnaast hebben COVID-19 en de toegenomen overlast, waaronder de gebeurtenissen die in de zomer van 2020 plaatsvonden, geleid tot het Actieplan Haven en Boulevard Scheveningen Zomer 2020 (RIS305676) en het Programma Toekomst Scheveningen badplaats (RIS307364). Tezamen met de voortdurende onzekerheid over de rotonde Duinstraat hebben deze ontwikkelingen tot gevolg gehad dat het de afgelopen jaren niet goed mogelijk was om een volledig beeld te krijgen van de verkeerssituatie op de Westduinweg. Dat resulteert in het feit dat het afronden en toezenden van deze brief aan uw raad lang op zich heeft laten wachten.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10202307
Leeswijzer In deze brief gaat het college achtereenvolgens in op het gemeentelijk verkeersbeleid waarin enkele mobiliteitscriteria zijn vastgelegd die van toepassing zijn op de Westduinweg. Vervolgens worden de maatregelen beschreven die de afgelopen jaren zijn gerealiseerd op en rond de Westduinweg en de maatregelen die nog op de planning staan. Aansluitend worden de uitkomsten van de verkeersstudie Westduinweg toegelicht. Mobiliteitscriteria In het vigerende mobiliteitsbeleid, de Haagse Nota Mobiliteit (RIS180762) heeft de gemeente een hoofdwegenstructuur vastgelegd, waarbij onderscheid wordt gemaakt in een aantal wegcategorieën. Per wegcategorie is een aantal kwaliteitseisen/uitgangspunten geformuleerd, waaraan elk type weg zou moeten voldoen. Het gaat dan om kwaliteitseisen/uitgangspunten als verkeersveiligheid, barrièrewerking en doorstroming. De Westduinweg is getypeerd als wijkontsluitingsweg. Zo wordt voor ‘verkeersveiligheid’ ingezet op het realiseren van herkenbare en veilige wegbeelden, die aan het gewenste verkeersgedrag appelleren om zodoende het aantal verkeersslachtoffers te reduceren en waarbij speciale aandacht is voor inrichting van wijkontsluitingswegen.
Met betrekking tot ‘barrièrewerking’ wordt gesteld dat de oversteekbaarheid - van onder andere wijkontsluitingswegen – ten behoeve van het langzaam verkeer moet worden verbeterd door middel van het realiseren van voldoende en veilige oversteken. Per wegcategorie is ten behoeve van ‘doorstroming’ een gemiddelde trajectsnelheid vastgelegd. Dit is de gewenste, gemiddelde snelheid die gedurende 95% van de tijd – dus ook tijdens de spits – gehaald wordt. Voor de categorie wijkontsluitingswegen is dat ‘maatwerk’, hetgeen inhoudt dat op dit type wegen een vlotte afwikkeling van het autoverkeer minder van belang is. Bij dit type wegen wordt meer belang gehecht aan het bieden van voldoende ruimte voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. Huidige situatie Westduinweg Aan de hand van de bovengenoemde kwaliteitseisen/uitgangspunten is getoetst in hoeverre de verkeerssituatie op de Westduinweg voldoet. Hieronder wordt de huidige situatie beschreven voor verkeersveiligheid, barrièrewerking en doorstroming. Doorstroming autoverkeer De Westduinweg is een wijkontsluitingsweg. Daarvoor geldt op basis van de Haagse Nota Mobiliteit de eis ‘maatwerk’. Voor dit wegtype is, zoals hiervoor toegelicht, geen ‘harde’ eis voor de doorstroming van het autoverkeer vastgelegd.
Voor het wegtype ‘stedelijke hoofdweg’, het eerstvolgende wegtype uit de Haagse Nota Mobiliteit, zijn deze streefwaarden wel vastgelegd. Een stedelijke hoofdweg is qua functie, intensiteiten en inrichtingsprincipes echter wel een ander wegtype dan de Westduinweg (wijkontsluitingsweg). Bij een stedelijke hoofdweg wordt meer belang gehecht aan een goede verkeersdoorstroming dan op een wijkontsluitingsweg, aangezien het verkeer op stedelijke hoofdwegen wordt gebundeld en vanaf de snelwegen en de regionale toegangswegen naar de concentraties van werkgelegenheid, voorzieningen en woonwijken van de stad wordt geleid. Daarnaast zijn deze wegen bestemd voor verplaatsingen tussen de Haagse woongebieden onderling en tussen de woongebieden en het stadscentrum. Gezien deze zwaardere verkeersfunctie zijn de streefwaarden voor een stedelijke hoofdweg strenger dan de streefwaarden voor een wijkontsluitingsweg. Om inzichtelijk te maken hoe de verkeerssituatie op de Westduinweg zich verhoudt tot de kwaliteitseisen uit het gemeentelijk mobiliteitsbeleid, is de trajectsnelheid op de Westduinweg getoetst aan de streefwaarde voor een stedelijke hoofdweg uit de Haagse Nota Mobiliteit.
2/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10202307
De streefwaarde voor de gemiddelde trajectsnelheid auto binnen de stad ligt bij een stedelijke hoofdweg tussen de 20 km/u en 25 km/u gedurende 95% van de tijd inclusief de spitsperiode. Uit de data blijkt dat de gemiddelde trajectsnelheid op de Westduinweg, ondanks dat het geen stedelijke hoofdweg is, zelfs iets hoger ligt dan deze doorstromingseis: ca. 25 km/u in februari 2021 en ca. 26 km/uur in augustus 20211. Dit houdt in dat de doorstroming op de Westduinweg gunstiger is dan normaal gesproken van een wijkontsluitingsweg verwacht mag worden. Op basis hiervan concludeert het college dat de doorstroming van het autoverkeer op de Westduinweg momenteel voldoende acceptabel is. Verkeersveiligheid De verkeersveiligheid op de Westduinweg is op twee manieren in beeld gebracht. de ‘V85 snelheid’, de snelheid die door 85% van de gebruikers niet wordt overschreden: In de huidige situatie ligt deze ‘V85-snelheid’ op de Westduinweg rond de 50km/u. Gezien de maximumsnelheid die op de Westduinweg geldt (50 km/u), is dit snelheidsbeeld voldoende verkeersveilig te noemen. inzicht in recente ongevallen: In de periode tussen begin januari 2014 en eind november 2021 zijn op de Westduinweg, tussen de Duindorpdam en de Duinstraat in totaal 210 ongevallen geregistreerd. Bij 85 ongevallen waren één of meer gewonden te betreuren.
In totaal ging het om 93 gewonden, waarvan 66 gewonden gebruik maakte van een tweewieler (respectievelijk snorfiets: 24 gewonden; fiets: 22 gewonden en bromfiets: 20 gewonden). Bij vijf van de ongevallen raakte een voetganger gewond. Van de overige gewonden is bekend dat er negen gewonden als bestuurder of bijrijder gebruik maakte van een auto en één van een motor. Van de overige gewonden is de vervoerswijze niet geregistreerd. Ongeveer de helft van de ongevallen is bij een van de vijf belangrijkste kruispunten 2 gebeurd, waarvan 41 ongevallen op de kruising Westduinweg-Statenlaan. Op deze kruising zijn in de voornoemde periode 15 gewonden gevallen, waarvan er 6 gewonden in de laatste drie jaar te betreuren waren. Hiermee is deze kruising een blackspot. Van het totaal aantal ongevallen is bekend dat in 40 gevallen het ongeval gebeurde ter plaatse van een voetgangersoversteekplaats. Bij veel van de geregistreerde ongevallen op de Westduinweg lijkt de aanleiding van het ongeval in het gedrag van de betrokkenen weggebruikers te liggen.
Zo is bij in totaal 10 van de verkeersdeelnemers een te hoog alcoholpromillage geconstateerd, is een aanzienlijk aantal verkeersdeelnemers niet tijdig gestopt voor een oversteekplaats of is men hierbij op een voorganger gereden, zijn er ruim 20 eenzijdige ongevallen gebeurd en heeft men bij diverse ongevallen geen voorrang verleend op een kruispunt. Zowel het aantal ongevallen als het aantal gewonden is en blijft voor het college een zorgpunt, vooral ook ter plaatse van de belangrijkste kruisingen, waaronder de kruising Westduinweg-Statenlaan.
1
Dit jaar ligt de trajectsnelheid zelfs iets hoger dan de trajectsnelheid in augustus 2018 en februari 2019. In die periode lag de trajectsnelheid op ca. 22 km/uur. Waarschijnlijk hangt dat voor een deel samen met de effecten van Covid-19 en met de reeds doorgevoerde maatregelen.
2
Top 5 kruispunten met meeste ongevallen (periode begin januari 2014 en eind november 2021): Kruispunt Westduinweg-Statenlaan (41 ongevallen-15 gewonden) kruispunt Westduinweg-Kranenburgweg (24 ongevallen-6 gewonden) kruispunt Westduinweg-Zeesluisweg (19 ongevallen-7 gewonden) kruispunt Westduinweg-Datheenstraat (15 ongevallen-9 gewonden) kruispunt Westduinweg-Schokkerweg (13 ongevallen-7 gewonden)
3/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10202307
Daarom heeft het college naar aanleiding van ongevallen die de afgelopen jaren op de Westduinweg hebben plaatsgevonden, met instemming van uw raad, opdracht gegeven voor het realiseren van maatregelen die de verkeersveiligheid ten goede moeten komen: de aanleg van twee rotondes, de aanpassing van de kruising met de Statenlaan en het verduidelijken en veiliger maken van diverse voetgangersoversteekplaatsen middels het aanbrengen van attentie verhogende maatregelen op de rijbaan voor autoverkeer, het verkorten van de oversteeklengte voor voetgangers door verbreding van de middensteunpunten en het verbeteren van de zicht op voetgangers die willen gaan oversteken. Naast deze fysieke maatregelen wordt op de Westduinweg enkele keren per jaar, in elk van de rijrichtingen, een snelheidsdisplay geplaatst om bestuurders te attenderen op hun snelheid. Het is nog te vroeg om te kunnen vaststellen wat de invloed van deze maatregelen is op het aantal en de aard van de ongevallen. De veiligheidssituatie zal de komende periode verder gemonitord worden. Momenteel wordt in het kader van het opstellen van het nieuwe Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid (na 2022) onderzocht of de kruising Westduinweg-Statenlaan kan worden opgevoerd in het kader van de aanpak van blackspots. Het definitieve uitvoeringsprogramma zal aan uw raad worden voorgelegd.
Barrièrewerking De maatregelen die afgelopen jaren zijn uitgevoerd en in de volgende passage worden benoemd, hebben een positieve invloed gehad op de oversteekbaarheid. Daarmee wordt beter voldaan aan de wens om de barrièrewerking van de Westduinweg te verminderen. Reeds uitgevoerde maatregelen Om de verkeersveiligheid, barrièrewerking en doorstroming op peil te houden en/of te verbeteren, zijn de afgelopen jaren op en rond de Westduinweg diverse maatregelen uitgevoerd. Het gaat daarbij om: de aanleg van de rotonde Zeesluisweg-Westduinweg in 2015; de realisatie van de hellingbaan voor verkeer in twee richtingen naar de Dr. Lelykade in 2017; het op verschillende locaties op de Westduinweg realiseren van verbeteringen ten behoeve van de verkeersveiligheid, barrièrewerking en doorstroming in 2019, te weten: o de aanleg van een linksafvak voor verkeer vanaf de Westduinweg richting de Statenlaan; o de aanpassing van enkele voetgangersoversteekplaatsen door het verbreden van de middennaald, zodat de oversteekafstand voor voetgangers over de rijbaan voor autoverkeer wordt verkort; de aanleg van de rotonde Westduinweg-Schokkerweg begin 2020; het opnemen van de Westduinweg in het roulatieschema voor plaatsing van snelheidsdisplays in 2021 (2 locaties).
Voorgenomen maatregelen op en nabij de Westduinweg Om de Westduinweg voor de komende jaren robuust te maken ten aanzien van verkeersveiligheid, barrièrewerking en doorstroming is een aanvullend aantal maatregelen in voorbereiding die op relatief korte termijn (naar verwachting binnen nu en enkele jaren) worden uitgevoerd: De rotonde Duinstraat-Scheveningseweg (RIS299754): Volgens de huidige planning start de uitvoering in het najaar van 2023. De Duindorpdam: In verband met de ontwikkelingen op het Norfolkterrein is het noodzakelijk om aanpassingen door te voeren op de Duindorpdam met aanpalende kruisingen. Momenteel wordt gewerkt aan de uitwerking van het ontwerp, waarbij onder andere aandacht zal zijn voor verkeerskundige maatregelen, maar ook voor maatregelen op het gebied van vergroening en klimaatadaptatie. Het college verwacht dat de uiteindelijke maatregelen volgens de huidige planning op zijn vroegst vanaf 2025 kunnen worden gerealiseerd.
4/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10202307
De uiteindelijke realisatie is afhankelijk van de bouwwerkzaamheden die momenteel gepland zijn op het Norfolkterrein. Zolang deze bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd, kan nog niet worden gestart met de uitvoering van maatregelen op en rond de Duindorpdam, aangezien dat de belangrijkste ontsluiting is voor het Norfolkterrein. Verkeersstudie Westduinweg Op 18 december 2018 heeft het college u geïnformeerd over de stand van zaken van de uitvoering van de maatregelen uit de Verkeersvisie Scheveningen 2025 (RIS301382). In die brief heeft het college toegezegd nadere informatie te verstrekken over de uitkomsten van de Verkeersstudie Westduinweg. Vanuit de Verkeersvisie Scheveningen is de volgende opdracht meegegeven: “Er wordt een studie verricht naar de afwikkeling van alle verkeerssoorten op de Westduinweg (door een onafhankelijk adviesbureau), waarbij onderzocht wordt hoe de Westduinweg zodanig kan worden vormgegeven dat voldaan wordt aan de eisen die in de Haagse Nota Mobiliteit gesteld worden aan de doorstroming, verkeersveiligheid en barrièrewerking. De mogelijke aanleg van een tramverbinding via de Westduinweg wordt in dit onderzoek meegenomen.” Op basis van deze opdracht is de verkeersstudie gegund aan adviesbureau DTV Consultants. Het onderzoek heeft zich vooral gefocust op de doorstroming van het autoverkeer.
Daarnaast is ook ingegaan op de verkeersveiligheid en de barrièrewerking van de Westduinweg. Tevens heeft DTV Consultants in beeld gebracht welke effecten optreden in het geval van een mogelijke tram over de Westduinweg. Effecten mogelijke tramverbinding over de Westduinweg In juni 2015 is een Adviesgroep Tramverbinding Scheveningen Haven/Norfolkterrein in het leven geroepen met als opdracht te komen tot een advies over het voorkeurstracé voor een tramverbinding naar Scheveningen Haven. De Adviesgroep heeft destijds in meerderheid de voorkeur uitgesproken voor een tracé over de Westduinweg. Dit voorkeurstracé is als door te rekenen variant meegenomen in de studie van DTV Consultants. Het effect van de tram blijkt beperkt. De doorstroming van het autoverkeer op de Westduinweg blijft, rekening houdend met een inpassing van een tramlijn, voldoende. Deze uitkomst is in het rapport opgenomen, maar is inmiddels achterhaald. In het Coalitieakkoord 2018 – 2022, “Den Haag, Stad van Kansen en Ambities” (RIS299794), is gekozen voor het niet aanleggen van een tramtracé over de Westduinweg, maar dat er wel wordt gekeken naar alternatieve tracés. In de plannen voor tramlijn 16 is een fysieke koppeling opgenomen met het tracé van tramlijn 11, zodat het op termijn mogelijk is om tramlijn 16 dichterbij de haven en het strand te brengen.
Participatie In de afgelopen jaren heeft de gemeente verschillende keren met belangenorganisaties van gedachten gewisseld over de verkeerssituatie op de Westduinweg. Dat heeft – zoals hiervoor toegelicht - onder meer geleid tot het treffen van maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid. Voorts heeft de wens van belangenorganisaties om de nieuwe hellingbaan naar de Dr. Lelykade direct aan te sluiten op de Westduinweg geleid tot het ontwerp en de aanleg van de rotonde Westduinweg-Schokkerweg.
5/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10202307
Naar aanleiding van het voornoemde meerderheidsadvies voor een tramtracé over de Westduinweg heeft de gemeente in 2017 een vooronderzoek uitgevoerd naar de verkeerstechnische haalbaarheid van dit tramtracé. Onder andere voor het vaststellen van de verkeerskundige uitgangspunten hebben twee bijeenkomsten plaatsgevonden. Met leden van de eerder genoemde Adviesgroep tramverbinding Scheveningen Haven/Norfolkterrein heeft in april 2019 een startoverleg plaatsgevonden over de uitgangspunten voor de toekomstige situatie. Tijdens deze bijeenkomst bleek onder de leden van de Adviesgroep, met verschillende beweegredenen, geen brede behoefte te bestaan om intensief te worden betrokken bij en te worden geconsulteerd over de Verkeersstudie Westduinweg. Mede daarom is ervoor gekozen om bij de Verkeersstudie Westduinweg uit te gaan van dezelfde verkeerskundige uitgangspunten als bij het vooronderzoek naar de tramverbinding over de Westduinweg uit 2017. Uit oogpunt van continuïteit sluiten deze uitgangspunten tevens aan op de gehanteerde uitgangspunten in de MER-studie in het kader van het bestemmingsplan Scheveningen Haven 2025. Naast deze verkeerskundige uitgangspunten zijn in de Verkeersstudie Westduinweg voor het doorrekenen van de toekomstige situatie ook de eerder in deze brief toegelichte, reeds gerealiseerde, maatregelen en nog te realiseren ontwikkelingen als uitgangspunt meegenomen.
Met een focus op eerst de realisatie van verschillende grote (en kleine) ingrepen op de Westduinweg, het voorbereiden van een aantal belangrijke ingrepen en daarnaast de invloeden en overlast als gevolg van COVID-19 en het belang daar volop aandacht aan te besteden en maatregelen voor te treffen, hebben deze uitkomsten lang op zich laten wachten. Het college is van mening dat deze uitkomsten eerst met u als raad gedeeld moeten worden, voordat de uitkomsten gedeeld kunnen worden met de genoemde betrokkenen. Met het delen van de uitkomsten aan u middels deze brief, kan een bijeenkomst worden georganiseerd om de resultaten van de verkeerstudie toe te lichten aan de betrokkenen uit de buurt. Uitkomsten verkeersstudie toekomstige situatie In de Verkeersstudie Westduinweg is onderzocht welke maatregelen aanvullend nodig zijn om tussen nu en 2030 te kunnen blijven voldoen aan de kwaliteitseisen/uitgangspunten uit de Haagse Nota Mobiliteit. Dit onderzoek is uitgevoerd met het dynamische microsimulatiepakket voor verkeer VISSIM, waarbij de focus lag op de doorstroming van het autoverkeer.
De verkeersstudie toont aan dat er na uitvoering van eerder genoemde maatregelen – de aanleg van rotonde DuinstraatScheveningseweg en de aanpassing van de Duindorpdam – op de Westduinweg enkele aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om het autoverkeer, in reguliere spitsen en in strandspitsen, voldoende te kunnen laten doorstromen conform de doorstromingseis. Verbetering van de doorstroming kan in de toekomst in beginsel op twee manieren worden gerealiseerd: 1. Door het toevoegen van capaciteit. 2. Door middel van vraagbeïnvloeding. Ad. 1. Toevoegen van capaciteit In de studie is een tweetal aanvullende capaciteitsmaatregelen doorgerekend. Deze maatregelen lijken, op basis van de participatie tot nu toe, te kunnen rekenen op voldoende draagvlak: Afkoppelen Van Bergenstraat van de Westduinweg Op het kruispunt Westduinweg-Van Bergenstraat-Statenlaan is in de huidige situatie voor de weggebruiker sprake van een complexe situatie. Weggebruikers moeten bij deze aansluiting op veel verschillende dingen tegelijk letten, wat gevolgen heeft voor de doorstroming en de verkeersveiligheid.
6/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10202307
-
Een versimpeling van het kruispunt door de Van Bergenstraat af te koppelen voor autoverkeer, draagt positief bij aan de eisen doorstroming en verkeersveiligheid. Deze conclusie wordt ondersteund door de uitkomsten van de verkeersstudie. Met de aanleg van de rotonde Schokkerweg –Westduinweg wordt voldaan aan een belangrijke voorwaarde om de bereikbaarheid van de Tweede Haven blijvend te kunnen waarborgen. In overleg met betrokkenen zal bepaald moeten worden op welke wijze de afkoppeling van de Van Bergenstraat kan worden ingevuld. De voorbereidingen voor het maken van een ontwerp zijn inmiddels opgestart. Plaatsen verkeersregelinstallatie op kruispunt Statenlaan-Westduinweg Het afkoppelen van de Van Bergenstraat van de Westduinweg heeft een positief effect op de verkeersdoorstroming. Echter, deze maatregel zal – volgens de berekeningen – voor de doorstroming van het autoverkeer op termijn niet voldoende zijn. Daarom is in de Verkeersstudie Westduinweg ook een situatie doorgerekend waarbij voor het kruispunt Statenlaan-Westduinweg wordt uitgegaan van een verkeersregelinstallatie. De resultaten hiervan laten zien dat ook deze maatregel een positief effect heeft op doorstroming en veiligheid.
Rekening houdend met het uitvoeren van deze twee capaciteitsmaatregelen is er op reguliere dagen sprake van een wijkontsluitingsweg met voldoende doorstroming voor de auto. De verkeersstudie toont echter ook aan dat niet alle kruispunten op de Westduinweg toereikend zijn om richting 2030 het toekomstige autoverkeer goed te kunnen verwerken, met name in de spitsperiodes. Ook (en vooral) tijdens de stranddagen blijven knelpunten bestaan. In die situatie zal de verkeersafwikkeling op de rotonde Westduinweg-Zeesluisweg – na uitvoering van alle voorgenomen maatregelen – niet voldoende zijn, met wachtrijvorming als gevolg. Gezien de ligging van de weg, in een gebouwde omgeving, is het niet mogelijk om de capaciteit fysiek verder te vergroten. Bijvoorbeeld de rotonde bij de Schokkerweg zou dan nog groter moeten worden, maar dat past gewoonweg niet. Daarnaast zouden dergelijke capaciteitsvergrotingen ten koste gaan van bomen, groen- of fietsvoorzieningen of ruimte voor de voetganger. Het college vindt het niet wenselijk dat het uitbreiden van de wegcapaciteit ten koste gaat van dergelijke voorzieningen. Vergroting van de capaciteit leidt daarnaast in het algemeen tot een toename van verkeer (faciliteren van latente vraag). Gezien de functie van de weg (wijkontsluitingsweg) is dat niet wenselijk.
Overigens blijkt uit de modelanalyse, dat 80-90% van het verkeer, ter hoogte van de rotonde WestduinwegZeesluisweg richting Duinstraat rijdend, tijdens een reguliere spits lokaal verkeer betreft met een verplaatsingsafstand kleiner dan 7,5 kilometer. Ad. 2. Maatregelen vraagbeïnvloeding Zoals aangegeven hebben korte afstandsverplaatsingen een groot aandeel op de Westduinweg. In plaats van de aanleg van meer asfalt kan ook ingezet worden op andersoortige maatregelen: meer gebruik van fiets, deelmobiliteit, P&R, spreiding en openbaar vervoer. Richtinggevend daarbij is de benadering zoals beschreven in de hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie (RIS302361). Naar aanleiding van het Actieplan Haven en Boulevard Scheveningen Zomer 2020 (RIS305676) en het Programma Toekomst Scheveningen badplaats (RIS307364) zijn de eerste maatregelen doorgevoerd in het kader van de aanpak piekdrukte. De nadruk ligt daarbij op het creëren van bewustwording bij bezoekers over alle reismogelijkheden en het uitbreiden van het aanbod aan bijvoorbeeld parkeren op afstand (Park+Beach en Park+Bike). Voor middellange tot lange termijn laat het college onderzoeken welke noodzakelijke voorzieningen kunnen bijdragen aan het beheersbaar houden van de bereikbaarheid van het kustgebied tijdens piekdrukte.
Hierbij richten we ons onder andere op informatiesystemen voor routeverwijzing en op systemen waarmee bezoekers vanuit huis reisalternatieven en parkeermogelijkheden kunnen onderzoeken en kunnen reserveren.
7/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10202307
Conclusie Het college constateert dat er de afgelopen jaren is ingezet op zowel een verbetering van de verkeersveiligheid, de doorstroming als het opheffen van de barrièrewerking van de Westduinweg. Een aantal maatregelen is doorgevoerd, anderen worden voorbereid. De verkeersveiligheid blijft een belangrijk punt en er zal intensief worden gemonitord of de getroffen maatregelen het beoogde effect zullen sorteren. Waar nodig en de mogelijkheden zich voordoen zal de verkeersveiligheid met verdere ingrepen worden verbeterd. Voor wat betreft de doorstroming is komen vast te staan dat met de te verwachten groei van de mobiliteit de Westduinweg – ook na uitvoering van alle geplande doorstromingsmaatregelen – binnen enkele jaar in de reguliere spitsperiodes structureel met doorstromingsproblemen te maken krijgt. Het ontbreekt aan fysieke ruimte om de wegcapaciteit te verhogen. Het college ziet zich dan ook genoodzaakt maatregelen te treffen in het kader van mobiliteitstransitie. Deze maatregelen zullen voortbouwen op de reeds ingezette ingrepen uit het Actieplan Haven en Boulevard Scheveningen Zomer 2020 (RIS305676) en het Programma Toekomst Scheveningen badplaats (RIS307364).
Ook de komende jaren zal het nodig blijven om de verkeersafwikkeling op en in de directe omgeving van de Westduinweg te monitoren, teneinde de bereikbaarheid van dit deel van Scheveningen te kunnen blijven garanderen. Met vriendelijke groet, de wethouder van Mobiliteit en Cultuur Robert van Asten
8/8