CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311169 Beantwoording SV Vervolgvragen valpartijen Westduinpark

Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

21 maart 2022

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Roopram en de heer Oudshoorn, luidend: ‘Vervolgvragen valpartijen Westduinpark’

DPZ/10262320 RIS311169

De raadsleden de heer Oudshoorn en mevrouw Roopram hebben op 21 december 2021 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De vervolgvragen zijn puntsgewijs volgens de beantwoording; 1.

Het college weet dus wel degelijk dat er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Heeft het college c.q. wegbeheerder dan niet een extra verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat die situaties zo min mogelijk ontstaan? Bijvoorbeeld door frequent onderhoud of -tenminste- door duidelijke waarschuwingen? Zo nee, waarom niet?

Nee, met het huidige onderhoud in combinatie met de bebording voldoen we aan onze zorgplicht die we als gemeente hebben. Daarnaast is het college zeer terughoudend met het plaatsen van borden, in het bijzonder in Natura2000-gebieden. 2.

Eerder was er wel sprake van een veegplanning. Nu zegt het college in de beantwoording dat de mate van zand afhangt van de wind en dat daarom vooral wordt gecontroleerd na periodes van harde wind. Geconstateerd is dat er ook in de afgelopen maanden te weinig is geveegd waardoor wederom gevaarlijke situaties zijn ontstaan., ook op de bewuste plaats. Hoe vindt de controle op de veegwerkzaamheden en veegfrequentie plaats?

In theorie wordt er gewerkt met 10 veegbeurten per jaar, daarbij wordt er in het hoogseizoen minder geveegd om drukte in combinatie met grote voertuigen te voorkomen. Uiteraard is het een theoretische planning, het weer bepaalt de inzet. De inzet en controle op de uitvoering wordt door middel van schouwen uitgevoerd door de technisch medewerker Groenbeheer. 3.

Is het college met ons eens dat ook de groenbeheerder uiteindelijk onder de verantwoordelijkheid van het college als wegbeheerder valt? Zo nee, waarom niet?

Ja. 4.

Heeft het college de uitzendingen gezien op de landelijke televisie, o.a. ‘Mr. Frank Visser doet uitspraak’ en ‘Max Meldpunt’ waarin de schadeafhandeling van de gemeente Den Haag aan de kaak werd gesteld?

Het college is bekend met de uitzendingen.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/10262320

5.

Welke verbeteringen zijn er sindsdien in de afhandeling van aansprakelijkheidsschade doorgevoerd?

De genoemde uitzendingen hebben geen aanleiding gegeven om het proces van schadebehandeling aan te passen. 6.

Kan het college toelichten hoe het mogelijk is dat zij niet aansprakelijk zouden zijn voor gevolgen die zich voltrekken binnen een risicovolle wegsituatie, waar het college weet van heeft en waar het als wegbeheerder wel verantwoordelijkheid voor draagt? Dit ook in de wetenschap dat de wegbeheerder het college geen adequate maatregelen heeft getroffen om die situatie te verbeteren.

Ieder aansprakelijkheidsvraagstuk wordt getoetst aan de geldende wetgeving en rechtspraak/jurisprudentie. Bekendheid met een (mogelijke) gevaarlijke situatie is een onderdeel van het onderzoek naar de feiten en omstandigheden om zo te komen tot een zorgvuldige afweging omtrent het aansprakelijkheidsvraagstuk. 7.

Het slachtoffer heeft geen idee welke aanvullende informatie er door het college wordt bedoeld omdat alles al veel eerder was aangeleverd. Graag een reactie over welke-, kennelijk ontbrekende, informatie het hier gaat.

In beantwoording van uw eerdere vragen (RIS309792) is aangegeven dat er door de belangenbehartiger is aangegeven dat aanvullende informatie/stukken zouden worden aangeleverd. Op grond van deze additionele informatie zou een mogelijke heroverweging van het ingenomen standpunt door de gemeente genomen kunnen worden. Tot op heden mocht de gemeente deze aanvullende informatie/stukken (nog) niet ontvangen. Het college is in afwachting van de extra informatie die de belangenbehartiger heeft toegezegd. 8.

Het slachtoffer ontkent ten stelligste dat de gemeente met hem contact heeft gehad over waarschuwingsborden en /of dat er inmiddels waarschuwingsborden zijn geplaatst. Kan het college dit wat meer gedetailleerd toelichten?

In de vorige beantwoording is aangegeven dat er contact is geweest met het slachtoffer, waarin verschillende mogelijkheden zijn doorgenomen. Helaas is door personele wisselingen niet precies te achterhalen of ook waarschuwingsborden concreet aan de orde zijn geweest in dit gesprek. Het plaatsen van waarschuwingsborden is daarna in gang gezet. Een directe terugkoppeling na het plaatsen richting de heer Leether was inderdaad op zijn plaats geweest, maar is helaas niet gebeurd. 9.

Welke punten zijn als grootste knelpunten aangemerkt en op welke van deze knelpunten zijn waarschuwingsborden geplaatst?

Op de kruising bij strandslag 7 zijn waarschuwingsborden geplaatst, dit om te waarschuwen voor een onoverzichtelijke situatie in combinatie met zand.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/10262320

10. Is het college met ons van mening dat het plaatsen van waarschuwingen op de huisregelborden, die naast het voetpad zijn geplaatst, bij de fietser niet echt in het oog zullen springen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat het college dit verbeteren? Zoals aangegeven zijn er waarschuwingsborden geplaatst. Daarnaast wordt deze waarschuwing herhaald worden op de ‘huisregelborden’ welke bij de ingangen van het gebied staan (bij zowel voetals fietspaden). In de eerdere beantwoording is reeds aangegeven dat het stuiven van zand inherent is aan een duingebied. Hier kunnen paden gelegen achter de zeereep bij storm last van hebben. Het college is van mening dat het waarschuwen via specifieke waarschuwingsborden en op de ‘huisregelborden’ voldoende is. Dit naast de eigen verantwoordelijkheid die het betreden van een natuurgebied met zich meebrengt. Er rust overigens op de gemeente in deze geen waarschuwingsplicht op het gevaar van aanwezigheid van zand/gladheid door zand. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11323997/1