RIS311113 Onredelijke voorwaarden BBZ
Tekst van het document
RIS-nummer: 311113 Schriftelijke vervolgvragen: Onredelijke voorwaarden BBZ Indiener: Judith Oudshoorn- van Ginderen Haagse VVD Datum: 14 december 2021 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, De fractie van de Haagse VVD is benaderd door bezorgde ondernemers die door de onlangs afgekondigde maatregelen van het kabinet wederom hard getroffen zijn. Doordat de landelijke regelingen onvoldoende faciliteren in deze ‘halve lockdown’, zijn zij aangewezen op de BBZ; Bijstand voor Zelfstandigen. Het aanvragen van de BBZ legt extra onnodige administratieve druk op deze ondernemers. Het gevolg hiervan is dat ondernemers uit de getroffen sectoren zoals cultuur, evenementen, horeca en toerisme het risico niet willen nemen om de BBZ aan te vragen vanwege de bijkomende kosten, terwijl ze waarschijnlijk wel in aanmerking zouden komen. De Haagse VVD is van mening dat lage lokale lasten voor ondernemers, geen overbodige maatregelen en een duidelijk perspectief voor de BBZ-regeling noodzakelijk zijn. Alleen dan kunnen ondernemers in deze tijden, hun hoofd boven water houden.
Naar aanleiding hiervan stelt Judith Oudshoorn van de Haagse VVD de volgende vragen: 1) Is het college het met de Haagse VVD eens dat de gemeente haar ondernemers moet onthouden van extra regeldruk en het maken van kosten om steunpakketten aan te vragen? Het Rijk heeft als uitzondering gesteld dat wanneer ondernemers een aanvraag BBZ doen tot aan april 2022, er geen vermogenstoets nodig is. Echter, ondanks tijdelijke versoepelingsmaatregelen moeten deze ondernemers uitgerekend in deze tijden extra kosten maken om de BBZ überhaupt aan te kunnen vragen zonder zeker te zijn de BBZ ook daadwerkelijk toegewezen zal worden. De fractie van de Haagse VVD heeft van ondernemers begrepen dat de volgende stukken op de lijst van aan te leveren documenten staan: Een kopie overzicht van eventuele cryptocoins. Een kopie overzicht van eventuele PayPal en/of Bunq rekeningen. 2) Kan het college uitleggen waarom deze documenten nodig zijn? 3) Is het college het met de Haagse VVD eens dat het lijkt dat dit weldegelijk bedoeld is om een vermogenstoets uit te voeren? Op eerdergenoemde lijst vraagt de gemeente ook om een voorlopige resultatenrekening van 2021. Daar het jaar 2021 nog niet ten einde is, zullen ondernemers hiervoor hun boekhouders/accountants aan het werk moeten zetten die op hun beurt deze (niet geringe) kosten in rekening brengen.
Cijfers van afgesloten kwartalen/boekjaren zouden wat de Haagse VVD betreft voldoende kunnen zijn om te bewijzen dat een onderneming levensvatbaar is. 4) Kan het college uitleggen waarom een voorlopige resultatenrekening gevraagd wordt? De gemeente vraagt ondernemers tevens om een zogeheten doorstartplan en een onderbouwde omzetprognose voor de komende twee jaar. De Haagse VVD is van mening dat het aanleveren van deze documenten door ondernemers uit de getroffen sectoren zorgt voor onnodig veel regeldruk. 5) Kan het college aangeven wat precies bedoeld wordt met een doorstartplan en waarom een dergelijk plan in tijden van corona en een halve lockdown relevant is? 6) Kan het college uitleggen wat de onderbouwde omzetprognose waard is in deze tijden? 7) Is het college bereid de voorlopige resultatenrekening, het doorstartplan en de omzetprognose te schrappen voor ondernemers uit getroffen sectoren? De Haagse VVD is zich bewust van het feit dat het al dan niet verstrekken van BBZ moet geschieden middels een controleerbaar proces waarbij de kans op fraude tot een minimum beperkt kan worden.
De Haagse VVD is van mening dat er een balans gevonden moet worden tussen het controleren op fraude en creëren van een bureaucratisch monster. 8) Kan het college vooruitblikken op de regeling na december en op de voorwaarden voor een BBZ-uitkering toelichting geven? Gezien de tijdsdruk en de noodzaak voor veel ondernemers verzoekt de Haagse VVD het college zo snel mogelijk een beantwoording te formuleren. Judith Oudshoorn- van Ginderen Haagse VVD