CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311113 Beantwoording SV Onredelijke voorwaarden Bbz

Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

15 februari 2022

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Oudshoorn-Van Ginderen, luidend: ‘Onredelijke voorwaarden Bbz’

SZW/10248560 RIS311113

Het raadslid mevrouw Oudshoorn-Van Ginderen heeft op 14 december 2021 een brief met daarin 8 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Gezien de tijdsdruk en de noodzaak voor veel ondernemers verzoekt de Haagse VVD het college zo snel mogelijk een beantwoording te formuleren. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De fractie van de Haagse VVD is benaderd door bezorgde ondernemers die door de onlangs afgekondigde maatregelen van het kabinet wederom hard getroffen zijn. Doordat de landelijke regelingen onvoldoende faciliteren in deze ‘halve lockdown’, zijn zij aangewezen op de BBZ; Bijstand voor Zelfstandigen. Het aanvragen van de BBZ legt extra onnodige administratieve druk op deze ondernemers. Het gevolg hiervan is dat ondernemers uit de getroffen sectoren zoals cultuur, evenementen, horeca en toerisme het risico niet willen nemen om de BBZ aan te vragen vanwege de bijkomende kosten, terwijl ze waarschijnlijk wel in aanmerking zouden komen. De Haagse VVD is van mening dat lage lokale lasten voor ondernemers, geen overbodige maatregelen en een duidelijk perspectief voor de BBZ-regeling noodzakelijk zijn. Alleen dan kunnen ondernemers in deze tijden, hun hoofd boven water houden. 1.

Is het college het met de Haagse VVD eens dat de gemeente haar ondernemers moet onthouden van extra regeldruk en het maken van kosten om steunpakketten aan te vragen? Het college is het met de Haagse VVD eens dat de gemeente ondernemers moet onthouden van extra regeldruk en het maken van kosten om steunpakketten aan te vragen. De aanvraagprocedure voor het vereenvoudigde Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz)1, zoals vastgelegd door het Rijk in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), is echter veel complexer dan de aanvraag voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Daarom moeten ondernemers bij het aanvragen van ‘Bbz light’ meer documenten overleggen om tot een rechtmatige verstrekking over te kunnen gaan. Wel is het college van mening dat de op te vragen informatie bij ondernemers tot het meest noodzakelijke moet worden beperkt.

1 Om de overgang van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) naar het Besluit

bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) te vergemakkelijken is het Bbz tijdelijk, vanaf 1 oktober 2021 tot 1 april 2022, vereenvoudigd op de volgende onderdelen: het buiten toepassing laten van de vermogenstoets, wel moet door gemeenten een lichte toets op de levensvatbaarheid van de onderneming worden uitgevoerd, het mogelijk maken van het aanvragen van de Bbz-uitkering met terugwerkende kracht (max. twee maanden), het vaststellen van het inkomen en de hoogte van de Bbz-uitkering per kalendermaand (in plaats van per boekjaar), en de directe verstrekking van de Bbz-uitkering om niet (en niet als voorlopige lening).

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10248560

Zoals hierboven al vermeld is de aanvraag voor het vereenvoudigde Bbz veel complexer dan een aanvraag voor Tozo. Daarom ondersteunen we ondernemers hierbij. Met elke ondernemer die een Bbz aanvraag doet nemen we telefonisch contact op. Tijdens dit contact wordt de specifieke situatie van de ondernemer in kaart gebracht en wordt bekeken welke documenten aangeleverd moeten worden. Het Rijk heeft als uitzondering gesteld dat wanneer ondernemers een aanvraag BBZ doen tot aan april 2022, er geen vermogenstoets nodig is. Echter, ondanks tijdelijke versoepelingsmaatregelen moeten deze ondernemers uitgerekend in deze tijden extra kosten maken om de BBZ überhaupt aan te kunnen vragen zonder zeker te zijn de BBZ ook daadwerkelijk toegewezen zal worden. De fractie van de Haagse VVD heeft van ondernemers begrepen dat de volgende stukken op de lijst van aan te leveren documenten staan: - Een kopie overzicht van eventuele cryptocoins, - Een kopie overzicht van eventuele PayPal en/of Bunq rekeningen. 2. Kan het college uitleggen waarom deze documenten nodig zijn? Het Rijk geeft gemeenten de ruimte om soepel en ruimhartig om te gaan bij het ondersteunen van inwoners. Bij de vereenvoudigde aanvraag ‘Bbz light’ vindt dan ook geen vermogenstoets plaats.

Op basis van de AMvB voor het vereenvoudigde Bbz vraagt het Rijk gemeenten wel een lichte toets op de levensvatbaarheid van de onderneming en het inkomen van de ondernemer uit te voeren. Het inkomen van de ondernemer mag niet boven de bijstandsnorm uitkomen. Onderdeel van deze lichte toets op de levensvatbaarheid en het inkomen is dan ook het opvragen van financiële gegevens van de ondernemers. Hieronder valt het verstrekken van informatie door de ondernemers over eventuele cryptocoins, PayPal en/of Bunq rekeningen om te toetsen of het inkomen van de ondernemer beneden de bijstandsnorm ligt. 3. Is het college het met de Haagse VVD eens dat het lijkt dat dit weldegelijk bedoeld is om een vermogenstoets uit te voeren? Nee, het college is het niet eens met de Haagse VVD dat deze gegevens worden opgevraagd om een vermogenstoets uit te voeren. Informatie over het vermogen van ondernemers wordt alleen opgevraagd in relatie tot de (lichte) toets op de levensvatbaarheid en de toetsing of het inkomen niet boven de bijstandsnorm uitkomt. Het hebben van vermogen is geen reden op zich om de toekenning van het vereenvoudigde Bbz af te wijzen. Overigens is, op basis van feedback van aanvragers, het aanvraagformulier voor het Bbz light op de website aangepast. Op eerdergenoemde lijst vraagt de gemeente ook om een voorlopige resultatenrekening van 2021.

Daar het jaar 2021 nog niet ten einde is, zullen ondernemers hiervoor hun boekhouders/accountants aan het werk moeten zetten die op hun beurt deze (niet geringe) kosten in rekening brengen. Cijfers van afgesloten kwartalen/boekjaren zouden wat de Haagse VVD betreft voldoende kunnen zijn om te bewijzen dat een onderneming levensvatbaar is. 4. Kan het college uitleggen waarom een voorlopige resultatenrekening gevraagd wordt? De gemeente vraagt ondernemers tevens om een zogeheten doorstartplan en een onderbouwde omzetprognose voor de komende twee jaar. De Haagse VVD is van mening dat het aanleveren van deze documenten door ondernemers uit de getroffen sectoren zorgt voor onnodig veel regeldruk.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10248560

Een voorlopige resultatenrekening wordt opgevraagd in het kader van een rechtmatige verstrekking van het Bbz. Het college wil voorkomen dat ondernemers niet corona gerelateerde omzetschommelingen gedurende de periode 1 oktober tot 1 april 2022 opvangen met een Bbz uitkering. Deze ondernemers raken na beëindiging van de steunmaatregelen vanaf 1 april 2022 mogelijk nog dieper in de financiële problemen. Het college wil dit uiteraard voorkomen. Overigens kunnen ondernemers bij de vraag om een voorlopige resultatenrekening volstaan met bij benadering aangeven wat het resultaat over het afgelopen jaar is geweest. Het is voldoende als ondernemers dit zelf inschatten. Een opgave van een boekhouder/accountant wordt niet gevraagd. Dit wordt bij de aanvraag toegelicht. 5. Kan het college aangeven wat precies bedoeld wordt met een doorstartplan en waarom een dergelijk plan in tijden van corona en een halve lockdown relevant is? Een doorstartplan is een plan dat door betrokken ondernemer moet worden gemaakt als de ondernemer voornemens is om binnen afzienbare tijd andere bedrijfsactiviteiten uit te gaan voeren. In de situatie dat de ondernemer andere bedrijfsactiviteiten wil gaan uitvoeren, een bedrijfskrediet aan wil vragen en/of de bedrijfsresultaten voor aanvang van de coronacrisis minder bedroegen dan de bijstandsnorm wordt bij aanvraag van het Bbz om een doorstartplan gevraagd.

Overigens wordt hierbij maatwerk toegepast. Ondernemers waarbij deze situatie niet van toepassing is behoeven dan ook geen doorstartplan aan te leveren. In de situatie dat ondernemers wel een doorstartplan moeten aanleveren nemen wij contact met de betrokken ondernemer op en geven we een nadere toelichting. 6. Kan het college uitleggen wat de onderbouwde omzetprognose waard is in deze tijden? De vraag naar een onderbouwde omzetprognose wordt gesteld in het kader van het vaststellen van de levensvatbaarheid van de onderneming. Doel van deze vraag is om bij de ondernemer te onderzoeken in hoeverre er voldoende toekomstperspectief is voor het bedrijf als de coronabeperkende maatregelen zijn opgeheven. 7. Is het college bereid de voorlopige resultatenrekening, het doorstartplan en de omzetprognose te schrappen voor ondernemers uit getroffen sectoren? De Haagse VVD is zich bewust van het feit dat het al dan niet verstrekken van BBZ moet geschieden middels een controleerbaar proces waarbij de kans op fraude tot een minimum beperkt kan worden. De Haagse VVD is van mening dat er een balans gevonden moet worden tussen het controleren op fraude en creëren van een bureaucratisch monster. Het college deelt met de Haagse VVD dat het verstrekken van Bbz een controleerbaar proces moet zijn.

Ook is het college van mening dat Haagse ondernemers die getroffen zijn door de coronabeperkende maatregelen en hierdoor in financiële problemen komen zo snel als mogelijk moeten worden geholpen met adequate financiële ondersteuning en indien gewenst coaching, scholing en schuldhulpverlening. Uitgangspunt van het college is dat de betreffende onderneming wel voldoende perspectief voor de toekomst moet hebben, juist om financiële problemen in een later stadium te voorkomen. Daarom is het college van mening dat de bovengenoemde documenten noodzakelijk zijn om het toekomstperspectief van de onderneming vast te kunnen stellen. Wel is het college van mening dat de op te vragen informatie bij ondernemers tot het minimale moet worden beperkt en alleen daar waar relevant en noodzakelijk voor de lichte toetsing op de levensvatbaarheid van de onderneming en de hoogte van het inkomen. We gaan hierbij uit van de individuele situatie van de ondernemer en passen, zoveel als mogelijk, maatwerk toe. Niet in elke situatie is het dan ook noodzakelijk alle bovengenoemde documenten op te vragen.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10248560

8. Kan het college vooruitblikken op de regeling na december en op de voorwaarden voor een BBZuitkering toelichting geven? Door het Rijk is op 14 december jl. bekendgemaakt dat het vereenvoudigde Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) met drie maanden wordt verlengd (van 1 januari 2022 tot 1 april 2022). Hiermee kunnen we aan ondernemers die het nodig hebben de komende periode tijdig (inkomens)ondersteuning geven. Alleen de informatie die relevant is voor de beoordeling van de aanvraag wordt bij ondernemers opgevraagd. Met elke ondernemer die een aanvraag doet nemen we contact op. Het college heeft, naast het Bbz, nog verschillende andere mogelijkheden om ondernemers met (financiële) problemen te ondersteunen, zoals reguliere bijzondere bijstand die beschikbaar is voor mensen die te maken krijgen met noodzakelijke kosten die zij niet meer zelf kunnen dragen en die aan de voorwaarden voldoen. Naast ondernemer zijn deze mensen ook Haagse inwoners die gebruik kunnen maken van de beschikbare ondersteuningsmogelijkheden, zoals de Ooievaarspas en schuldhulpverlening. De (financiële) problemen als ondernemer worden hiermee niet altijd te verholpen, maar wel kunnen we hiermee de privépersoon achter de ondernemer te ondersteunen.

In de onlangs aan de raad aangeboden voortgangsrapportage armoedebestrijding en schuldhulpverlening (RIS311483) kunt u lezen van welke aanvullende ondersteuning ondernemers gebruik kunnen maken en welke plannen hiervoor in ontwikkeling zijn. Bijvoorbeeld het verstrekken van een perspectiefkrediet. Naast inkomensondersteuning is ook aanvullende ondersteuning in de vorm van heroriëntatie op ondernemerschap beschikbaar. Verder wil het college wijzen op alle andere vormen van ondersteuning die vanuit de gemeente (onder andere via het Ondernemersportaal) beschikbaar is voor ondernemers, bijvoorbeeld coaching, scholing en dienstverlening van de regionale mobiliteitsteams (RMT’s). Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11197890/1