RIS311093 Bijlage 7b BKP Gaarden 25 nov 2021
Tekst van het document
Beeldkwaliteitsplan Gaarden november 2021
Beeldkwaliteitsplan Gaarden november 2021
Inhoud
01. 02. 03. 04. 05. 06. 07.
Beeldkwaliteit bij de vernieuwing van Gaarden 07 De buurt Gaarden 11 Sculpturale, alzijdige ensembles 19 Bouwblok en binnentuin 31 Gevel & architectonische elementen 45 Materialen, kleuren & details 61 Kwaliteitsbewaking 65
Bijlagen 67 Colofon 75
5
01
Beeldkwaliteit bij de vernieuwing van Gaarden
8
stedenbouwkundige randvoorwaardenkaart voor Gaarden
01 Beeldkwaliteit bij de vernieuwing van Gaarden
De Gaarden is van oorsprong een tamelijk gemiddelde, bijna onopvallende buurt in Den Haag Zuidwest. De buurt wordt door de singels aan de Vrederustlaan en de Gaarde onderverdeeld in vier kleinere buurten. Ten opzichte van buurten als Zichten en Dreven is er in Gaarden in de loop der jaren al veel vernieuwd: bij het Erasmuspark, het oostelijk deel van Wolweversgaarde en de scholen aan bij De Gaarde hebben relatief recent ruimtelijke ingrepen plaatsgevonden. Nu is ook het zuidoostelijke kwadrant van Gaarden, om precies te zijn het stuk tussen de Schrijnwerkersgaarde en de Erasmusweg, aangewezen als vernieuwings- en verdichtingslocatie. Ondanks dat dit beeldkwaliteitsplan de naam van de gehele buurt Gaarden draagt, beperkt het zich alleen dit genoemde stuk.
Door verdichting naar een eigenzinnige, herkenbare hoek van Bouwlust-Vredrust Deze locatie kent een bijzondere positie. Niet alleen vormt de buurt de hoek van Gaarden, het is tegelijk ook de hoek van de wijk Bouwlust-Vrederust, waar de wijkoverstijgende structuren van invalsweg Erasmusweg en het groene assenkruis van Den Haag Zuidwest samenkomen. De groene omgeving, de nabijheid van tramlijnen en voorzieningen als de scholen aan De Gaarde en de winkels bij Ambachtsgaarde maken dit een kansrijke
verdichtingslocatie. Door hier te verdichten kunnen we het Haagse woningtekort verkleinen, het draagvlak voor voorzieningen vergroten en een gevarieerder woonmilieu creëren. Dit beeldkwaliteitsplan heeft als doel de vernieuwing zo te sturen dat de potentie om hier een eigenzinnige, herkenbare en representatieve hoek van Bouwlust-Vrederust vorm te geven, wordt waargemaakt.
Beeldkwaliteitsaspecten In de omgeving van deze locatie is er reeds een grotere variatie aan architectonische expressies te vinden dan in Dreven en Zichten het geval is. Hierdoor is er minder aanleiding om in de architectuur van de nieuwbouw strikt aan te sluiten op één bepaald beeld. Dit beeldkwaliteitsplan is daarom op een aantal punten, bijvoorbeeld materiaal- en kleurgebruik, iets liberaler dan de beeldkwaliteitsplannen voor Dreven en Gaarden. Dat betekent niet dat de nieuwbouw niet passend moet zijn in de context van Den Haag Zuidwest. We streven ook in Gaarden naar een eigentijdse herinterpretatie van de stedenbouw en architectuur van de Wederopbouw. Hiertoe lichten we eerst beknopt het stedenbouwkundig plan voor de vernieuwing toe. Vervolgens schetsen we het beoogde beeld op ensemble-niveau. Dit wordt gevolgd door beeldkwaliteitsaspecten die gelden op schaal van het bouwblok & binnentuin en principes van gevelordening en
uit te werken architectonische elementen. We sluiten af met richtlijnen met betrekking tot materialen, kleuren en details.
Ontwerp openbare ruimte Hoewel er in dit beeldkwaliteitsplan nadrukkelijk wordt ingegaan op beeldkwaliteitsaspecten rond de openbare ruimte en de relatie tussen gebouw en buitenruimte, is dit BKP niet de plek waar de programmatische en functionele aspecten van het ontwerp van de openbare ruimte worden vastgelegd. Dit volgt in een SO openbare ruimte.
9
02
De buurt Gaarden
02. De buurt Gaarden
Het deel van De Gaarden waarover dit beeldkwaliteitsplan gaat, is door zijn ligging een interessante verdichtingslocatie. Het buurtje wordt omringd door groene ruimte: het groene assenkruis van Den Haag Zuidwest, de ecologische zone aan de overzijde van de Erasmusweg en de singel langs de Vrederustlaan. Luchtfoto’s van de buurt laten goed zien hoe Gaarden hier omringd wordt door groen. Ook de nabijheid van openbaar vervoer en voorzieningen, zoals het winkelcentrum aan Ambachtsgaarde, bieden goede condities voor verdichting. De directe omgeving van Gaarden biedt dus aanknopingspunten. Intern in de buurt zijn die aanknopingspunten minder vanzelfsprekend. Dit deel van Gaarden is vrijwel volledig uitverkaveld; de publieke ruimte bestaat vooral uit verkeersruimte. De collectieve tuinen van de portiekflats zorgen nog wel voor een groen beeld, maar dit groen heeft ook een enigszins anoniem karakter.
Gaarden in Den Haag Zuidwest
Daarnaast is doet dit deel van Gaarden, zeker voor Den Haag Zuidwest-begrippen, wat gefragmenteerd aan. De bestaande portiekflats, het woonzorgcomplex aan De Gaarde, een recent ontwikkeld reeksje grondgebonden woningen in het hart van het te vernieuwen gebied en nieuwbouw aan de overzijde van de Erasmusweg: ze kennen ten opzichte van elkaar een relatief grote variëteit aan korrelgrootte en architectonische expressie.
12
Huidige rand aan het groene assenkruis (Steenhouwersgaarde)
Huidige rand aan de Vrederustlaan
Luchtfoto van Gaarden in 1989; bron: beeldarchief gemeente Den Haag
Luchtfoto van het groene Assenkruis in 1999; bron: beeldarchief gemeente Den Haag
Woonzorgcentrum aan Schrijnwerkersgaarde Centrale open ruimte in het huidige Gaarden
Recente nieuwbouw in het hart van Gaarden en aan de overzijde van de Erasmusweg
13
Stedenbouwkundig plan voor de vernieuwing van Gaarden In het stedenbouwkundig plan voor de vernieuwing van dit deel van De Gaarden is op voorgaande observaties gereageerd. Het plan introduceert twee relatief grote autonome, eenduidige ensembles. Ze zijn in korrelgrootte vergelijkbaar met het woonzorgcentrum en het cluster van portieklfats aan de noordzijde van Schrijnwerkersgaarde. Het zwaartepunt van de verdichting wordt gezocht aan de randen van de buurt, waar de nieuwe woningen optimaal kunnen profiteren van uitzicht over de groene omgeving van Gaarden. De nieuwe stedelijke bebouwing moet tegelijk een nieuw herkenbaar gezicht vormen op deze hoek van Bouwlust-Vrederust. Aan de Erasmusweg wordt voortgebouwd op het bebouwingsbeeld van relatief grote eenduidige ensembles waarin repetitie, ritme en orthogonaliteit belangrijke thema’s zijn. Met een basishoogte van zes bouwlagen wordt aangesloten op het bebouwingsbeeld in de omgeving. Deze basishoogte wordt aangevuld met hoogteaccenten en optoppingen. De Erasmusweg krijgt hier net als in Dreven een ventweg, waardoor de nieuwbouw beter aan de straat kan adresseren. Net als in Dreven wordt hier in de plint ruimte voor bedrijfs- en werkruimtes gereserveerd.
14
Twee eigenzinnige, eenduidige ensembles
Een nieuw stedelijk gezicht aan de buitenzijde van de buurt
Van de buitenzijde naar de binnenzijde van het buurtje ‘verkleuren’ de ensembles. Richting Schrijnwerkersgaarde loopt de bouwhoogte af en wordt aansluiting gezocht bij het bestaande woonmilieu aan de noordzijde van de straat. De ensembles omarmen een serie groene, luwe openbare ruimtes als tegenhanger van de dynamische stedelijke randen van de buurt. Deze plantsoenen staan via een tevens vergroende Schrijnwerkersgaarde weer in verbinding met het groen van de singel aan de Vrederustlaan en het groene assenkruis.
15
De twee ensembles bestaan ieder weer uit twee compacte halfopen bouwblokken, gekoppeld door een poortgebouw, die een doorsteek biedt tussen de Erasmusweg en de groene ruimtes aan de Schrijnwerkersgaarde. In de bouwblokken liggen collectieve binnentuinen op parkeervoorzieningen. Deze tuinen staan via openingen in de bouwblokken weer in verbinding met de groene openbare ruimtes aan de noordzijde van de buurt.
16
proefverkaveling Gaarden
17
18
03
Sculpturale , alzijdige ensembles
03. Sculpturale, alzijdige ensembles
Na de toelichting op het stedenbouwkundig plan, met introductie van de twee nieuwe ensembles, worden in dit hoofdstuk een aantal hoofdthema’s geschetst die betrekking hebben op het beoogde beeld van de ensembles als geheel en hoe ze zich tonen vanuit de aangrenzende openbare ruimtes. Dit wordt in de volgende hoofdstukken gevolgd door beeldkwaliteitsaspecten die betrekking hebben op de schaal van het bouwblok en de binnentuinen, de gevels en tenslotte het kleur- en materiaalgebruik. In het algemeen wordt gevraagd om in de architectuur te komen tot twee eigenzinnige, herkenbare en eenduidige ensembles met een zekere sculpturale kwaliteit. Ze moeten aansluiten op het kenmerkende architectonische idioom van Den Haag Zuidwest, maar mogen ook een eigentijdse, verrassende signatuur krijgen.
alzijdige, eenduidige ensembles
Alzijdige ensembles Van belang is dat de bouwblokken als alzijdige ensembles ontworpen worden. In het stedenbouwkundig plan is er een duidelijk onderscheid tussen de stedelijke, dynamische kant van Gaarden aan de buitenzijdes van de buurt( met name de Erasmusweg), en de luwe kant aan Schrijnwerkersgaarde. De ensembles moeten aan beide sferen een passend gezicht geven en vormgeven aan een vanzelfsprekende overgang tussen deze gezichten. Hoewel dit tot behoorlijk verschillende gevelbeelden kan leiden, moeten beide zijdes wel overduidelijk onderdeel zijn van hetzelfde eenduidige ensemble. Per ensemble wordt daarom met één pallet aan materialen en kleuren gewerkt, passend bij de architectuur van Zuidwest.
20
referentie alzijdig ensemble met een vanzelfsprekende overgang tussen verschillende sferen: South Gardens Elephant Park, Londen
Variaties in de verhouding tussen de hoofdmaterialen en het inzetten van subtiele kleurverschillen tussen de verschillende zijdes van de ensembles zijn wel mogelijk. Door het forse verschil in bouwhoogte tussen de Erasmusweg en Schrijnwerkersgaarde en openingen in de
bouwblokken zal ook de binnenzijde van het ensemble vaak zichtbaar zijn. Het is daarom van belang dat ook de gevels aan de binnenzijde representatief, gelijkwaardig en als onderdeel van dezelfde expressie als de buitenzijde vormgegeven zijn.
Sculpturale ensembles Gevraagd wordt om in de massa-opbouw van de ensembles een geleidelijke overgang te maken tussen de hogere bouwhoogte aan de Erasmusweg en Steenhouwersgaarde enerzijds en de lagere bouwhoogte aan Schrijnwerkersgaarde anderzijds. Deze geleidelijke overgangen moeten de ensembles als geheel een zekere sculpturale kwaliteit geven. Passend in het modernistisch idioom zijn deze overgangen eerder orthogonaal (getrapt) dan organisch. Hiermee wordt ook verwezen naar de getrapte opbouw van het woonzorgcentrum aan Schrijnwerkersgaarde. De tekening hiernaast toont indicatief hoe de overgang in bouwhoogte vorm kan krijgen. sculpturale ensembles door geleidelijke overgangen van bouwhoogtes
Inspiratiebeelden sculpturaliteit
getrapte opbouw van woonzrogcentrum aan Schrijnwerkersgaarde
van de bebouwing
21
Erasmusweg
Doordat de Erasmusweg een belangrijke invalsweg is voor Den Haag, vormen de zijdes van de buurten aan de Erasmusweg een belangrijk gezicht van Den Haag Zuidwest. Vandaag kenmerkt de bebouwing langs de weg zich door de opeenvolging van samenhangende ensembles met veel herhaling en ritmes op verschillende schaalniveau’s: afwisseling van korte en lange gevels, ritmes binnen de gevelcomposities, verspringende rooilijnen. Rond de kruispunten met de haakse straten zijn vaak accenten te vinden, zoals de hoektorens in Dreven en de Erasmustoren aan de Vrederustlaan. In zowel Bouwlust, Vrederust, Morgenstond en Moerwijk heeft de Erasmusweg een sterk asymmetrisch profiel met veel groen aan de zuidzijde en zichtbare bebouwing aan de noordzijde. Toch is er ook aan de noordzijde altijd groen aanwezig. Vaak hebben de gebouwen een groene voorruimte en over de gehele lengte van de weg is er een bomenlaan, die bij een recente herprofilering van Moerwijk tot aan de Loevesteinlaan in een groene berm werden gezet. Tussen Loevesteinlaan en de Lozerlaan staan de bomen in verharding.
De vernieuwing van Dreven als Gaarden omvat ook het grootste deel van de Erasmusweg in Bouwlust-Vrederust. De mate van vernieuwing is hier dus zodanig dat de nieuwbouw het bebouwingsbeeld langs de Erasmusweg een nieuw gezicht zal geven. Toch is ook van belang dat de nieuwbouw zich past in de geschetste context van de Erasmusweg als geheel. Ritme, repetitie binnen grotere ensembles, verbijzondering rond de kruispunten en de continuïteit van de bomenlaan zijn daarbij speerpunten. Het diagram hiernaast toont dit over de lengte van de Erasmusweg tussen Lozerlaan en het groene assenkruis. Voor Gaarden geldt dat er twee eigenzinnige maar verwante ensembles worden toegevoegd met een duidelijk accent op de hoek van het groene assenkruis.
Huidig bebouwingsbeeld langs de Erasmusweg in Gaarden
22
Bebouwingsbeeld langs de Erasmusweg in maquette en diagram
23
publiek
bedrijfsruimte
privaat
publiek
principeprofiel bij bedrijfsruimte: gebouw direct aan publieke ruimte
Principeaanzicht Erasmusweg
24
In de gevels zijn horizontaliteit, ritme (ABCBAABC…) en plasticiteit de belangrijkste thema’s. Er is een duidelijk afleesbare plint met overhoogte die zich onderscheidt van
principeprofiel gebouw direct aan publieke ruimte: woning met verhoogd vloerpeil; interne ontsluiting
publiek
Net als in Dreven, wordt een afleesbare basishoogte van zes bouwlagen ook in de te vernieuwen delen van Gaarden ingezet als samenbindend thema langs de Erasmusweg. De bouwlagen boven de zesde laag hebben een setback (ca. 2m). Een geprononceerde dakrand in de vorm van een solide opstaande rand accentueert de bovenzijde van de stedelijke laag. Deze door een setback afleesbare basishoogte van zes bouwlagen komt over het merendeel (>55%) van de totale gevellengte van de nieuwbouw aan de Erasmusweg voor. De basishoogte wordt op drie plaatsen doorbroken door hogere volumes,
namelijk de twee poortgebouwen en de toren op de hoek van het groene assenkruis. Deze hogere volumes hebben ook een iets vooruitgeschoven rooilijn (ca.1,5m). Door de combinatie van vooruitgeschoven hogere volumes en setbacks krijgt de massa van de ensembles aan de Erasmusweg een verrassende en ritmische plasticiteit. Het ritmische bebouwingsbeeld wordt versterkt doordat de twee ensembles, hoewel ze ieder een expressie krijgen, qua in massa-opbouw een grote mate van gelijkenis vertonen aan de Erasmusweg. Ze zijn asymmetrisch in opzet (A ≠ B). Ook de poortgebouwen zelf zijn asymmetrisch (C ≠ D). De exacte positie van de poortgebouwen kan nog wijzigen, zolang de massa-opbouw van beide ensembles aan de Erasmusweg maar zeer verwant en daardoor ritmisch blijft.
privaat
Het profiel van de Erasmusweg wordt stedelijker dan vandaag. De bouwhoogte neemt toe en de bebouwing adresseert aan een nieuwe ventweg parallel aan de hoofdrijbaan, ingericht als fietsstraat. De bestaande bomenrij komt in een groene berm (ca.4m breed) te staan, waardoor de Erasmusweg ook aan de noordzijde continu groen blijft.
principeprofiel private margestrook tussen woning en trottoir
referentie vooruitgeschoven hogere volumes
de bovenliggende bouwlagen. De plint moet zowel woningen, collectieve entrees en werkruimtes in één neutraal gevelontwerp kunnen integreren. Behalve bij de vooruitgeschoven volumes, wordt een uitgeefbare margestrook van 1,5m voorzien tussen de bebouwing en het trottoir. Bij de vooruitgeschoven volumes grenzen de woningen en bedrijfsruimtes direct aan het trottoir. Doordat de woningen hier intern kunnen worden ontsloten, kan het vloerpeil van deze woningen worden opgetild om voor distantie tussen woning en openbare ruimte te zorgen.
25
Schrijnwerkersgaarde
Aan de zijde van Schrijnwerkersgaarde wordt aansluiting gezocht met de bebouwing en het woonmilieu aan de overzijde van de straat, waar de3 portiekflats in de (afzienbare) toekomst zullen blijven staan. De nieuwbouw heeft een rooilijn die een aantal meters terug ligt ten opzichte van de huidige rooilijn en waar kleine hoekverdraaiingen in zitten. Hierdoor kan het profiel van Schrijnwerkersgaarde groener en informeler worden. Ook aan de zuidzijde van de straat komt een regelmatige bomenrij die wordt afgewisseld met parkeren. De nieuwbouw sluit wat betreft bouwhoogte aan op de bebouwing aan de overzijde. Net als in de bestaande bebouwing hebben de gevels een sterke nadruk op horizontaliteit en plasticiteit en kennen ze een ritmische opbouw. Hoewel de bebouwing hier uit meerdere gebouwen bestaat, tonen ze zich nog altijd als onderdeel van de twee grotere samenhangende ensembles met dus slechts twee verschillende expressies. Een haag in een publieke groenstrook scheidt het trottoir van een uitgeefbare margestrook van 1,5m aan de voet van de gebouwen aan Schrijnwerkersgaarde. De binnentuinen in de bouwblokken hebben een toegang aan Schrijnwerkersgaarde.
26
Huidige situatie Schrijnwerkersgaarde
27
Poorten Haaks op de Schrijnwerkersgaarde en de Erasmusweg vouwen de ensembles zich rond twee groen in te richten publieke hoven die uitkomen op het poortgebouw dat de twee bouwblokken waaruit ieder ensemble bestaat koppelt. De poorten zorgen voor bijkomende doorwaadbaarheid tussen de Erasmusweg en de Schrijnwerkersgaarde zonder af te doen aan het krachtige bebouwingsbeeld aan de Erasmusweg. De binnentuinen van de bouwblokken hebben een toegang aan de groene hoven achter de poort. Het poortgebouw heeft geen hiërarchisch verschil tussen de gevel aan de Erasmusweg en die aan de noordzijde Schrijnwerkersgaarde. Beide tonen zich als
28
representatieve voorkanten. Ook voor de bebouwing rond de hoven geldt dat horizontaliteit, ritme en plasticiteit belangrijke thema’s zijn in het gevelontwerp. In de poorten gebeurt iets. Op de begane grond zijn er overhoekse ruimtes met werk- of bedrijfsruimte, een collectieve entreehal of een andere collectieve of publiek toegankelijke ruimte. Om ervoor te zorgen dat dit aangename, lichte ruimtes worden zijn de poorten drie bouwlagen hoog. De onderzijde van de poorten is met zorg afgewerkt.
Inspiratiebeelden poorten: aangename, hoge ruimtes waar iets gebeurt
29
04
Bouwblok & binnentuin
04. Bouwblok en binnentuin
Halfopen bouwblokken en een getrapte serie ruimtes De ontwikkeling van Gaarden zal gefaseerd verlopen. We tonen hier de hoofdprincipes voor de bouwblokken. De bouwblokken zijn halfopen: haak- en schijfvormige bouwvolumes omsluiten een opgetild groen binnenterrein dat grotendeels als collectieve tuin wordt ingericht met daar omheen kleine private buitenruimtes. Dit binnenterrein staat via open hoeken en de interne stijgpunten in verbinding met de openbare ruimte rondom de bouwblokken. Via het openbaar groen in de straten en wiggen in de buurt staat Gaarden weer in verbinding met het groene assenkruis van Den Haag Zuidwest. Zo ontstaat een getrapte serie ruimtes waarin de overgang gemaakt
openbaar - collectief - privé
Typisch halfopen bouwblok; schakeling van ruimtes Principesnede parkeren op maaiveld
wordt van de grote schaal van een publieke park naar de intieme schaal van de collectieve en private tuin en uiteindelijk de woning.
32
Principesnede parkeren halfverdiept
De hoofdprincipes voor de bouwblokken worden verder geïllustreerd aan de hand van één van de twee nieuwe ensembles in Gaarden. Twee halfopen blokken worden door het poortgebouw gekoppeld. Het tweede ensemble is zeer verwant aan die hier getoond wordt. Wel rijst uit
dat ensemble nog een toren op. Het ensemble van twee door het poortgebouw gekoppelde bouwblokken is de basis voor de architectonische eenheid. Het ensemble is samengesteld uit diverse woningtypes en de bouwhoogte is afwisselend. Toch wordt het geheel vormgegeven als één samenhangend ensemble met een eenduidige architectonische signatuur. Ook de toren is door zijn architectonische expressie onderdeel van het gehele bouwblokensemble.
Grondplaat De onderste laag van de bouwblokken gaat in de nieuwe situatie een veel directere relatie met de openbare ruimte aan dan vandaag het geval is in Gaarden. Rondom een kern waarin geparkeerd wordt, ligt een schil van woonruimtes met ieder een individuele toegang, collectieve entrees en bedrijfs-/werkruimtes. Op de tekening is aangeduid hoe de bouwblokken aansluiten op de omringende openbare ruimte. De positie van collectieve entrees en parkeertoegangen is globaal aangeduid, evenals de beoogde fijnmazigheid van individuele woningtoegangen. Ook is aangegeven waar de toegangen naar de binnentuinen voorzien worden. De hoeken worden zo veel mogelijk verlevendigt met entreehallen of representatie collectieve ruimtes. In de poort worden overhoekse, representateive ruimtes gemaakt, bijvoorbeeld een bedrijfs-/werkruimte en/of een collectieve entreehal.
Era
sm
Sc
Hoogbouw Enkel op de hoek met het groene assenkruis (Steenhouwersgaarde) kan een toren komen. Deze is orthogonaal van vorm en kan in de hoogte geleed zijn in massa-opbouw.
hr
ijn
we
rk
er
sg
aa
usw
eg
rd
e
an
la
st
u er
ed
Vr
Op de hoogbouw is de nota Haagse Hoogbouw: Eyeline en Skyline van toepassing. Hierin wordt wat betreft volumeopbouw onder meer voorgeschreven dat:
• De footprint van de torens niet groter is dan 50% van de footprint van de stedelijke laag waarop deze staat. • De diagonaal van de footprint van de toren maximaal 45m bedraagt (bij een hoogte tot 70m).
De precieze positionering, vormgeving en dimensionering van de toren moet bij de uitwerking nader worden bepaald a.d.h.v. bezonnings- en windhinderonderzoek.
33
Overgang openbaar-privé De plint heeft bij entrees en werkruimtes een grote mate van openheid. Een aanzienlijk deel van de plinten zal echter uit woningen bestaan. Om in de zeer stedelijke woonomgeving met intensief gebruikte openbare ruimte van het vernieuwde Gaarden een levendige, prikkelende plint te realiseren is een zorgvuldig ontworpen overgang van openbare naar privé-woonruimte essentieel. In dit beeldkwaliteitsplan maken we een herinterpretatie en herordening van de overgangen van woning naar straat die in de huidige buurt Gaarden te vinden zijn. De
woningen staan steevast op enige afstand van het trottoir. Bij de grondgebonden woningen scheidt een ondiepe private voortuin of verharde strook de woning van het trottoir; deze wordt duidelijk toegeëigend door de bewoners. Bij de portiekflats - waarvan de onderste woonlaag verhoogd ligt - ligt er een collectieve groenstrook tussen gebouw en trottoir. Van toeëigenbaarheid is hier weinig sprake, maar deze stroken dragen wel sterk bij aan het groene karakter van de buurt, net als de hagen die veelvuldig in de buurt voorkomen als erfafscheidingen en langs kopgevels.
Voor de nieuwbouw zoeken we naar een nieuwe balans tussen de openheid van de plint, distantie (privacy in de woning), toe-eigenbaarheid, afbakening en interactie met de openbare ruimte en dit alles in combinatie met het in stand houden van het groene karakter van de buurt. In de basis wordt elk bouwblok omringd door een zone voor privaat of collectief toe te eigenen buitenruimte:
• ofwel een margestrook van 1,5 meter • ofwel een voortuin van 3 à 4 meter. Deze zone kan op twee verschillende manieren aan de openbare ruimte grenzen:
• Direct aan het trottoir • Gescheiden van het trottoir door een publieke groenstrook, eventueel met haag
34
private voortuinen eengezinswoningen
collectieve groenstrook portiekflats
haag langs Muldersgaarde
publiek
privaat
principeprofiel private margestrook publieke groenstrook (evt met haag)-trottoir
publiek
publiek
privaat
publiek
privaat/collectief
principeprofiel private voortuin-publieke groenstrook met haag-trottoir
privaat
principeprofiel gebouw direct aan publieke ruimte: verhoogd vloerpeil; interne ontsluiting
overgangen tussen woning en trottoir
principeprofiel private margestrook direct aan trottoir
35
Overgangszone direct aan het trottoir Waar de overgangszone van 1,5m direct aan het trottoir grenst, wordt een architectonische bewerking van deze overgangszone gevraagd om de gewenste balans tussen interactie en distantie tussen woning en openbare ruimte te realiseren. De overgangszone is hier eerder een Delftse stoep dan een voortuin. Dit komt in Gaarden met name voor aan de Erasmusweg en aan de zuidwestzijde van enkele kleinere straten.
Voor de uitwerking van de overgangszone is een aantal punten van belang: • De zone is zo ontworpen dat deze uitnodigt om gebruikt te worden als buitenruimte. Denk aan het plaatsen van bankjes en plantenpotten. Dit vraagt ten eerste om een duidelijk onderscheid tussen het trottoir en de overgangszone, zonder door te slaan richting defensiviteit (hekken, hoge muren, etc.). Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door middel van paaltjes, kleine hoogteverschillen, geveltuintjes of mee ontworpen bankjes. Ten tweede moet er ook enige indicatie van parcelering tussen de woningen in de breedte plaatsvinden. • De zone is robuust gedetailleerd en gematerialiseerd, zodat deze ook jaren na oplevering nog een representatief beeld aan de straat vormt. • De zone vormt een integraal onderdeel van de architectuur van de plint. De principeschetsen en referentiebeelden geven een niet limitatief aantal voorbeelden van uitwerking van de overgangszone.
36
principeschetsen van uitwerkingen van overgangszone: met paaltjes, geveltuintjes, hoogteverschillen....
inspiratiebeelden overgangszone direct grenzend aan het trottoir
37
Publieke groenstrook tussen overgangszone en trottoir Op de meeste plaatsen in Gaarden wordt een groenstrook van 1,5 tot 2m in de openbare ruimte tussen de overgangszone en het trottoir voorzien. Deze groene voegen tussen de bebouwing en de verharding in de openbare ruimte versterken het groene karakter van de buurt en voorzien in distantie tussen de woningen en de straat. Op een aantal plaatsen wordt deze groenstrook met een haag beplant, met name langs Schrijnwerkersgaarde. Deze zorgt voor gestrektheid en eenheid in de perspectieven. Naast een private margestrook van 1,5m, komen er in Gaarden ook kleine private of collectieve voortuinen voor van 3 à 4m. Voor de margestrook gelden dezelfde aandachtspunten wat betreft parcelering, robuustheid en aansluiten op de plint. Om het onderscheid tussen private en openbare ruimte duidelijk te maken en ter bescherming van het publieke groen, worden de hagen altijd gecombineerd met een robuuste erfafscheiding aan de private zijde zoals een muurtje of stevig hekwerk.
38
principeschetsen van uitwerkingen van private buitenruimte die door een publieke groenstrook van het trottoir wordt gescheiden
inspiratiebeelden publieke groene scheiding tussen private buitenruimte en trottoir
39
Buitentoegangen tot collectieve binnenterrein Er moet worden ingezet op een zo groot mogelijke ruimtelijke samenhang tussen de collectieve binnenterreinen en de omringende stad. De binnenterreinen moeten echter wel afsluitbaar zijn.
Ten behoeve van de sociale controle zijn zijgevels aan de openingen naar de binnentuinen nooit blinde gevels, maar hebben deze altijd ook ramen of balkons.
Toegangen naar de binnenterreinen zijn representatieve, uitnodigende ruimtes. Hekwerken worden hoogwaardig - bij voorkeur specifiek ontworpen - vormgegeven en liggen iets terug ten opzichte van de rooilijn. Deze hekken zijn onderdeel van het tuinontwerp in het binnenterrein. Trappartijen die hoogteverschillen helpen overbruggen zijn onderdeel van het architectonisch ontwerp én het groene tuinmilieu.
De bouwblokopening moet op een goed zichtbare positie ten opzichte van de stedelijke routes worden voorzien, vandaaruit doorzicht bieden naar het groen van het binnenterrein en een uitnodigende breedte hebben. De breedte van de opening moet minimaal gelijkwaardig zijn aan de diepte van de bebouwing. In de praktijk zal dit meestal leiden tot een minimale breedte van circa 10 meter.
ca. 10m
40
hoogwaardig vormgegeven hekwerken
ca. 10m
zorgvuldige overgang openbare ruimte-collectieve buitenruimte; entree en fietsenstalling geïntegreerd in plint, hek terugliggend van rooilijn
toegangen naar binnenterreinen uitnodigend vormgegeven
41
Binnentuinen De binnentuinen vormen een belangrijk onderdeel van het groene karakter van de wijk en vormen een belangrijke buitenruimte voor de omliggende woningen. De inrichting en de verhouding privé-collectief moet worden afgestemd op de behoefte van de beoogde doelgroepen. Waar de openbare buitenruimte juist de collectieve kwaliteit van de buurt vertegenwoordigd, vertegenwoordigd een binnentuin juist de collectieve waarden van de bewoners van het bouwblok. De binnentuinen leveren een bijdrage aan waterberging, biodiversiteit en koeling. Van het oppervlak van de binnenterreinen is ca. 2/3 volwaardig groen ingericht (met ook bomen en heesters). Ter plaatse van de bomen en heesters moet met voldoende gronddekking van circa 1 meter rekening worden gehouden.
42
ruime gronddekking maakt een weelderig groene binnentuin (met bomen) mogelijk
Directe toegang naar parkeerruimte vanaf hof
Openingen in het parkeerdak
Openingen in het parkeerdak In het parkeerdak moeten beperkt openingen worden voorzien ten behoeve van daglichttoetreding, sociale veiligheid, ventilatie en een directe ontsluiting vanuit de parkeerlaag naar de collectieve binnentuin. Deze openingen zijn onderdeel van het tuinontwerp en kunnen worden aangewend om enkele bomen in de volle grond te planten. Het is echter wel van belang dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het algehele beeld van een groene collectieve tuin. Auto’s zijn slechts beperkt zichtbaar.
43
Overgang privé buitenruimte- collectieve buitenruimte. In het tuinontwerp van het binnenterrein moet met zorg worden vormgegeven aan de grens tussen private buitenruimte en collectieve buitenruimte. Een duidelijke afscheiding moet een afleesbare, formele grens tussen private en collectieve tuin vormen. De afscheiding draagt ook bij aan enige privacy voor de bewoners van de woningen aangrenzend aan de binnentuinen. De afscheiding bestaat (mogelijk in combinatie met landschappelijke elementen) uit een robuust, bouwkundig element dat aansluit bij de architectuur. Verschil in dikte van het grondpakket kan ingezet worden om de overgang tussen private en collectieve tuinen vorm te geven.
44
robuust, bouwkundig element dat aansluit bij de architectuur vormt een heldere begrenzing tussen private en collectieve tuinen
05
Gevel & architectonische elementen
05. Gevel & architectonische elementen 1. eenheid in het gevelvlak op
Thema’s voor gevelcompositie
Horizontaliteit & ritmiek
In de voorgaande hoofdstukken zijn de belangrijkste thema’s voor de gevels al eens langsgekomen voor verschillende delen van het plangebied. In dit hoofdstuk worden deze thema’s nog eens op een rij gezet en verbeeldt. Daarna volgen voorwaardes voor enkele architectonische elementen.
De gevelcompositie bespeelt meerdere schaalniveaus. Zowel de schaal van het blok, de schaal van de straat als de schaal van de woningen komt in de gevelcompositie tot uitdrukking. De gevels krijgen daartoe een ritmische opbouw waarin horizontale continuïteit dominant is verticale elementen zorgen voor verfijning en ritme. Dit kunnen gestapelde erkers zijn, trappenhuizen of grote verticale omlijste vensters bij bijzondere woningtypes. Hiermee wordt op terloopse wijze aangesloten op de kenmerkende gevelordening van veel bestaande bebouwing én vormgegeven aan een levendig perspectief in de straten.
blokschaal
2. horizontale continuïteit domineert de gevels
3. verticale elementen articuleren de woning en zorgen voor ritme en verfijning
46
gevelcompositie van de bestaande gebouwen geeft uitdrukking aan de woningen, de stijgpunten, de plint, en het bouwblok
Gevelcompositie bespeelt meerdere schaalniveaus
Gevelelementen als vensteropeningen, buitenruimtes, penanten, etc. vormen regelmatige ritmes in horizontale richting en worden herhaald in verticale richting. Net als in de bestaande gevels is dat een ABCBAABC...-ritme waarin drie verschillende modules worden afgewisseld.
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
niet zo... A
B
A
B
A
B
A
B
B
A A B zo ...maar
A
B
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
C A C B
B B B A
A C A A
B B B A
A
B
C
A
B
C
A
B
C
A
C
B CCB
A A B
B B B A
BA BC C BA
B
AC A
B
C
BA BC C BA
BA C
A
B
C
B
A
B
B
C
B
A
A
B
C
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A A A B
B B B A
B A B B
A B A A
A A A B
B B B A
A A A B
B C B C
A A A B
B B B A
B A B B
A A A B B B A A A BA BAB
C ABA
B A C B BB C C A
B
A
B
C
A
A
B
A C BB C
A
B
C
B
C
B
A
A
B
C
A
B
C
B
C
B
A
A
B
C
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
A
B B CA
B
A
B
B A AB
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
AB B CA
BB A
B
A
B
A
B A AB
B
A
C
BB A
AB
B
B
C
C
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
A
B B CA
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
AB B CA
A
B
A
B
A
C
B
A
B
A
B
C
A
B
A
B
C
B
B
A
B
A
B
A
A
B
A
B
A
B
? A
B
C
B
B
A
A
A
A
B
A
B
C
C
B
A
A
B
A
B
ritmische gevelordening aan Steenhouwersgaarde
B
C A
B
AB
B A
B
A
B
A
B
A
B
A
B
A
A
B
A
B
A
B
A
B
A A
A
?
B
B
B
A
B
B
A
A
A
A
A A BB B
C
C
B
A
A
B
A
B
regelmatige ritmes van gevelopeningen
C C
C
AA
?
B B
A
CB A C
B
47
Plasticiteit & transparantie De gevels krijgen een zekere plasticiteit die voortkomt uit de structuur van het ontwerp en die teruggrijpt op de beeldtaal van de bebouwing in de omgeving. Negges, penanten, lateien, etc. kunnen hieraan bijdragen. Ook entrees, stijgpunten, kopgevels en buitenruimtes (gedeeltelijk binnen en gedeeltelijk buiten het gevelvlak) dragen bij aan een levendig gevelbeeld. De gevels krijgen, net als in de huidige bebouwing, een hoge mate van transparantie. De gevels bestaan in de stedelijke laag aan de buitenzijde van de bouwblokken (aan de openbare ruimte) voor minimaal 40% uit glas (transparant, helder). De vorm van de raamopeningen is vrij te kiezen.
plasticiteit in de gevel: vanaf het gevelvlak is er zowel beweging naar buiten als naar binnen van bouwkundige elementen
48
plasticiteit in de gevel
Gevelordening Voor de buitenzijdes van de buurten (Erasmusweg, Vrederustlaan, Steenhouwersgaarde) gelden de volgende regels voor de gevelcompositie.
• Er moet in de gevelcompositie een afleesbaar onderscheid gemaakt worden tussen de plint en de stedelijke laag daarboven. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een afwijkend kleur- en/of materiaalgebruik, eventueel in combinatie met een zorgvuldig vormgegeven randdetail en/of een iets terugliggende positie in de gevelopbouw.
Afleesbaar verschil tussen stedelijke laag en plint. Voortuitstekende hoogteaccenten en optoppingen met setback verlevendigen de perspectieven
• Ook tussen hoogteaccenten (optoppingen en hoektoren) en de stedelijke laag wordt een afleesbaar onderscheid gemaakt. Dit onderscheid is iets subtieler dan tussen plint en stedelijke laag. De hoogteaccenten zijn integraal onderdeel van de architectonische expressie van het bouwblok. Het hoge bouwdeel is eerder een voortzetting van de stedelijke laag. Voor de hogere poortgebouwen geldt enkel het onderscheid tussen plint en stedelijke laag. De optoppingen aan de Erasmusweg hebben een setback (ca. 2m) ten opzichte van de bovenzijde van de stedelijke laag. De bovenzijde van de stedelijke laag wordt bij de setbacks geaccentueerd door een solide opstaande dakrand. Naast de setback, onderscheiden hoogteaccenten zich ook van de stedelijke laag door middel van een subtiele verandering in de gevelcompositie.
Voorbeeld optopping met setback en solide opstaande rand op stedelijke laag
inspiratiebeelden van afleesbaar onderscheid tussen stedelijke en hoogteaccent door middel van subtiele verandering in de gevelcompositie
49
De Plint • De hoektoren en de hogere poortgebouwen hebben aan alle zijdes een aantrekkelijk gevelbeeld. Qua kleur- en materiaalgebruik is de hoektoren eerder een voortzetting van de stedelijke laag, met hooguit een subtiel verschil. • De toren krijgt daarnaast een nadrukkelijk vormgegeven beëindiging. Deze beëindigingen is ingetogen en abstract en passend bij het modernistisch idioom in Zuidwest. In de beëindiging moeten installaties en liftkamers worden weggewerkt.
De onderste laag, de ‘plint’ heeft meerdere rollen:
inspirtatiebeelden beëindiging torens
• De plint bindt de bestaande bebouwing in de omgeving -waar in de onderste laag vaak overhoogte aanwezig is- en de nieuwe bebouwing optisch aaneen. • Ze is onderdeel van de gevelcompositie en geeft de bebouwing een stevige stedelijke basis. • De plint zorgt voor een krachtig perspectief in de straten en overstijgt daarmee de schaal van het individuele bouwblok. • De plint biedt naast woningen ruimte aan entreepartijen, bedrijfsruimtes en collectieve ruimtes. • De plint biedt ruimte om vorm te geven aan een passende distantie tussen de openbare ruimte en de private woonvertrekken. Om met name in het straatperspectief langs de Erasmusweg eenheid te bewerkstelligen, wordt voor de plint een aantal regels gesteld:
afwijkende hoogte
dakopbouw/setback
afleesbare dakrand
doorlopende constructie
beëindiging van torens: niet zo...
50
• De plint is vanaf de openbare ruimte optisch afleesbaar met een hoogte van circa vier meter ten opzichte van het peil van het trottoir. Aan de voet van een hoogbouwvolume kan de plint plaatselijk de onderste twee bouwlagen beslaan. • Er is een afleesbaar onderscheid tussen de plint en bovenliggende bouwlagen. • De plint moet zowel woningen, collectieve entrees, werk- en bedrijfsruimtes in een neutrale gevelcompositie kunnen vatten. Hiertoe maken we binnen de plint een onderscheid tussen een samenbindend kader en de invullingen hiervan.
Voorbeeldaanzicht plint (maten indicatief)
Kader Het kader bestaat uit een horizontaal randdetail en uniforme verticale, gesloten gevelvlakken die de invullingen van elkaar scheiden. Het horizontale randdetail loopt aaneengesloten door over de gehele gevel van het bouwblok. Dit randdetail werpt een schaduwlijn in het onderliggende gevelvlak. Dit effect kan bereikt worden door de invullingen van de plint enkele centimeters terug te leggen ten opzichte van dit randdetail. De verticale gevelvlakken beslaan de gehele hoogte van de plint. Ze herhalen zich steeds in horizontale richting, maar de onderlinge afstand kan verschillen.
Invullingen Binnen dit kader worden de bij de verschillende functies passende invullingen geplaatst. Om ook in de invullingen van de plint een sterke horizontale nadruk te bewerkstelligen en om eenheid tussen de verschillende invullingen te bewaren, wordt deze onderverdeeld in drie horizontale zones:
• Een gesloten basement aan de onderzijde van de invullingen (ca. 0,6m). Alleen toegangsdeuren
onderbreken dit basement. Het basement heeft een afwijkende kleur ten opzichte van de rest van de plint en ten opzichte van de gevels in de stedelijke laag. • Een glaszone in het midden van de invulling, waarin de ramen zich bevinden • Een zone voor belettering aan de bovenzijde van de invulling (ca. 0,5m). Hier kunnen aanduidingen op de gevel worden aangebracht die verwijzen naar het programma, bijvoorbeeld de huisnummers bij een collectieve entree of de naam van het daar gevestigde bedrijf. Deze zone kan gesloten zijn, maar er mogen ook extra bovenlichten worden toegevoegd. Voor reclame-uitingen gelden de voorwaardes zoals in de Reclamenota van de gemeente Den Haag (RIS168688) zijn vastgelegd.
kader
invullingen
Diagram samenbindend kader, verscheidene invullingen met horizontale zonering
De invullingen kunnen na verloop van tijd worden aangepast wanneer een functieverandering daarom vraagt. Bij aanpassing gelden nog altijd de genoemde regels. Woningen in de onderste laag hebben tenminste één volwaardig woonvertrek (woonkamer, woonkeuken,...) aan de straatzijde.
51
1,5m
Architectonische elementen Een aantal onderdelen vraagt speciale aandacht:
Buitenruimtes
Stijgpunten
Buitenruimtes moeten onderdeel zijn van de architectonische compositie van het gebouw. Ze vormen een integraal onderdeel van de ritmische gevelcompositie. Net als bij veel van de modernistische bebouwing in de omgeving, liggen de buitenruimtes aan de straatzijde altijd in ieder geval deels binnen het gevelvlak. Wanneer een gebouw ofwel met een margestrook ofwel direct aanhet trottoir grenst, is de maximale uitkraging van de buitenruimtes aan de straatzijde 1,5 meter. Rond de binnenterreinen kunnen buitenruimtes volledig buiten het gevelvlak liggen. Gezien de zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte dienen de onderzijden van balkons zorgvuldig afgewerkt te worden.
52
Stijgpunten die in het gevelvlak liggen dragen bij aan een expressief verticaal gevelritme.
Buitenruimtes gedeeltelijk uitkragend en gedeeltelijk binnen het gevelvlak; uiterste uitkraging gelijk aan de diepte van de overgangszone.
Gedeeltelijke inpandige positie van buitenruimtes draagt bij aan plasticiteit van de gevel, onderzijde van balkon met aandacht afgewerkt
verticale expressie van stijgpunt in de gevels
Collectieve entrees Collectieve entrees zijn ruim opgezet en hoogwaardig afgewerkt. Ze hebben in de gevel een hoogte die minimaal gelijk is aan de plinthoogte van 4 meter, maar een extra overhoogte -al dan niet in samenhang met een in de gevel expressief gemaakt stijgpunt- is welkom. Ze hebben zowel een toegang aan de straatzijde als aan het collectieve binnenterrein. Ook is er doorzicht vanaf de straat naar het binnenterrein. Luifels of plaatselijk terugliggende gevels ter beschutting worden als meerwaarde gezien. De positionering van postbussen, oplaadpunten voor scootmobielen en andere voorzieningen zijn zorgvuldig geïntegreerd.
entree duidelijk leesbaar en ruim
≥plint
≥plint
doorzicht richting binnenterrein
hoogwaardige afwerking van entreehal
doorzicht naar binnenterrein
53
Collectieve fietsenstallingen Deze zijn gesitueerd op goed bereikbare, prominente plaatsen. Als ze aan de gevel liggen moeten ze hoogwaardig worden afgewerkt en bij voorkeur aansluiten op de entreehal en het afwerkingsniveau daarvan. Ook de verlichting - voor zover zichtbaar vanaf de straat vraagt om aandacht. Voorzieningen in een bouwblok zoals fietsenstallingen, oplaadpunten scootmobielen, afvalpunten, postbussen, pakketpunten en entrees worden gesitueerd aan korte en prettige looproutes en zodanig vormgegeven dat het aantrekkelijker wordt te voet of fiets te vertrekken dan met de auto.
BEWONER HAVENHOF:
“Handig dat we allemaal een vaste plek in het rek hebben. Ik loop nu niet het risico dat een bezoeker op mijn plek gaat staan. Wel irritant dat er regelmatig fietsen buiten de rekken staan. Die blokkeren nu het fietsrek.”
Hoofdstuk 5 – Praktijkvoorbeelden
54
fietsenstalling goed bereikbaar en hoogwaardig afgewerkt
19
Parkeergaragetoegangen Deze zijn integraal onderdeel van het gevelontwerp en onttrekken de auto’s aan het zicht vanaf de straat. Installaties in de vorm van kaartlezers, signalisatie en dergelijke bevinden zich achter de rooilijn.
parkeergaragetoegang subtiel geïntegreerd in het gevelontwerp
Technische en logistieke ruimtes in de plint In het algemeen geldt dat gesloten gevels, in het bijzonder in de plint, geminimaliseerd moeten worden. Het is echter onvermijdelijk dat sommige technische en logistieke ruimtes, bijvoorbeeld ten behoeve van afvalinzameling, aan de gevel raken. Deze ruimtes moeten zo geplaatst worden dat ze onderdeel zijn van de architectonische compositie en dat ze niet hinderlijk zijn in het straatbeeld. Dit moet in relatie tot het inrichtingsplan van de openbare ruimte worden bezien.
Technische ruimtes onderdeel van architectonische compositie
55
Galerijen Gevels aan de openbare ruimte zijn altijd ‘voorkanten’; er liggen in principe geen galerijen aan de openbare ruimte en er is geen sprake van volledig gesloten kopgevels. Zowel aan de openbare ruimte als ook rond de binnentuinen dient er een prettige mix te zijn van gevels met slaapkamers en gevels met woonkamers. Galerijen vormen, ook aan de binnenzijde van een bouwblok, een integraal onderdeel van de architectonische compositie van het gebouw. De beëindiging van galerijen ter plaatse van open hoeken vraagt om extra aandacht. De buitengevel krijgt hier de overhand boven de galerij. Galerij loopt niet door tot aan de straat,...
Het wordt aangemoedigd om de galerijen met enige overmaat vorm te geven, opdat deze meer worden dan enkel verkeersruimte. Ook het rechtstreeks koppelen van galerijen aan de collectieve tuinen is een meerwaarde.
56
maar de buitengevel ‘vouwt’ rond de galerij
combinatie galerij en verblijfsruimte
Koppeling galerij en binnentuin
galerij is integraal onderdeel van het gebouw
57
Dakranden
Natuurinclusief bouwen
Het dak heeft een ofwel uitkragende ofwel opstaande rand. Dit geeft het gevelvlak een formele beëindiging en draagt bij aan het aan het zicht onttrekken van daktechniek vanaf de straat. Op de dakrand mogen geen hekken worden geplaatst. Ten behoeve van valbeveiliging kan een solide borstwering worden gebruikt die een integraal onderdeel van de gevelcompositie is.
Voorzieningen ten behoeve van natuurinclusiviteit worden aan de openbare zijde van de bouwblokken geïntegreerd in het gevelontwerp. Aan de binnenzijde, in de binnentuinen en de omringende gevels kunnen deze voorzieningen vrijer geplaatst worden.
Uitkragende of opstaande dakranden
Aan de binnenzijde kunnen voorzieningen voor natuurinclusiviteit vrijer geplaatst worden
58
Met het oog op natuurinclusiviteit en microklimaat, maar ook ter bevordering van aantrekkelijk uitzicht op het dakenlandschap vanuit de hoogbouw, wordt gevraagd de daken zo veel mogelijk groen in te richten.
Nestkasten, geleide begroeiing en dergelijke worden aan de openbare zijdes geïntegreerd in de geelcompositie
59
06
Materialen, kleuren & details
06. Materialen, kleuren & details
Hoogwaardige materialisering De gekozen materialen moeten mooi kunnen verouderen en aansluitingen moeten zorgvuldig worden gedetailleerd. Vervuiling mag geen storende lekstrepen veroorzaken en verkleuringen moeten gelijkmatig over het gehele gevelvlak optreden.
Materialen & kleuren Baksteen is het toe te passen hoofdmateriaal. Dit kan aangevuld worden met andere voor de modernistische architectuur typische materialen als beton, hout, natuursteen en geglazuurde baksteen. Het te kiezen kleurenpallet sluit aan bij de bestaande bebouwing in Zuidwest. Dat wil zeggen dat er bij metselwerk geen oververzadigde kleuren en donkere voegen zijn toegestaan en dat ook de mate van gemêleerdheid beperkt moet blijven. Het kleurenpallet voor metselwerk bestaat een range die gaat van zachtgeel tot gedekt roodbruine of lichtbruine tinten. Een subtiel kleurverschil kan als middel worden ingezet om de plint ten opzichte van de stedelijke laag een afleesbaar onderscheid te geven. Deze gevels bouwen voort op het palet van keramische baksteen, beton en glas als hoofdmateriaal in wit-grijs-oker-rood-bruin en zijn een waarachtige vertaling van de architectonische expressie. Het verrijken van de gevels door het combineren van het hoofdmateriaal met ondersteunende materialen passend bij de modernistische architectuur is zeer gewenst. In aanvulling daarop zijn begroeide gevels en daken ook denkbaar als deze groenvoorzieningen een integraal onderdeel vormen van de architectuur. Houten gevels zijn alleen aan de binnenzijde van het bouwblok toegestaan.
62
Voorbeelden fragmenten baksteengevels
Voorbeelden gevelfragmenten met combinaties van minerale materialen
De mix van materialen kan per ensemble anders worden gekozen. Door de toenemende schaal van de bebouwing is het des te belangrijker dat de bouwblokken niet te donker kleuren: • Voegwerk en kozijnen zijn in principe licht van kleur • Lateien, dorpels, dakranden en balkonplaten worden ingezet om het architectonisch beeld mee te verrijken en er lichtheid aan te geven.
Details Kozijnen hebben een slank profiel. De diepte van de negge is een belangrijk middel om bij te dragen aan de plasticiteit van de gevel. Hemelwaterafvoeren zijn weggewerkt of geïntegreerd in het gevelontwerp Gevels kunnen verrijkt worden met ondersteunende materialen als geglazuurde baksteen, natuursteen, etc.
Entreegebieden worden met zorg uitgewerkt. Luifels, deurbellen, buitenlampjes en brievenbussen vormen een zorgvuldig ontworpen geheel. Installaties op het dak worden weggewerkt achter opgaande gevelwanden en zijn niet zichtbaar vanaf straatniveau.
Inspiratiebeelden gevelfragmenten
63
07
Kwaliteitsbewaking Dit beeldkwaliteitsplan (BKP) voor de transformatie van De Gaarden is een toetsingskader en leidraad waarbinnen de gemeente Den Haag, woningcorporatie Staedion, Heijmans en eventuele andere ontwikkelaars en architecten samen werken aan een samenhangende transformatie van De Gaarden als buurt in de wijk Bouwlust-Vrederust in Den Haag Zuidwest. Dit BKP is naast het bestemmingsplan het kader voor ruimtelijke kwaliteitsbewaking en zal, als onderdeel van de welstandnota door de gemeenteraad worden vastgesteld. Daarmee vormt dit BKP het toetsingskader bij de beoordeling van aanvragen voor de omgevingsvergunningen door de welstand. De kwalitatieve uitgangspunten van dit BKP zullen tijdens het planproces worden geborgd door kwaliteitsteam Zuidwest. De werkwijze met kwaliteitsteams bij grote gebiedsontwikkelingen zoals Den Haag Zuidwest is aangekondigd in de commissiebrief stadstedenbouwer en ruimtelijk kwaliteitssysteem (RIS307136, december 2020). Het kwaliteitsteam begeleidt, beoordeelt en adviseert bij de ontwikkeling van bouwplannen en inrichtingsplannen voor de buitenruimte op basis van de uitgangspunten van het BKP en doet dit vanaf de initiatief fase. De inbreng van het kwaliteitsteam aan de voorkant van het ontwerpproces vormt een waardevolle aanvulling op de formele toetsing door Welstand en ACOR.
Kwaliteitsteam Zuidwest zal bestaan uit ambtelijke deskundigen op gebied van ruimtelijke kwaliteit plus de opsteller van de BKP’s voor de Dreven, Gaarden, Zichten. Het kwaliteitsteam zal worden ingesteld in samenhang met de besluitvorming over de genoemde BKP’s. Op termijn zal het werkgebied van het kwaliteitsteam worden uitgebreid tot geheel Zuidwest, wanneer daarvoor de kwaliteitskaders worden vastgesteld.
65
Bijlagen